You are on page 1of 1

Consumers decision-making process and their online shopping behavior: a clickstream analysis.

Het onderzoek gaat na hoe verschillende het online-beslissingsmakingsproces bij consumenten, de complexiteit van hun online aankoopgedrag benvloeden. In het onderzoek werden 293 respondenten ondervraagd waarvan uiteindelijk de data van slechts 216 gebruikt geweest zijn. Opmerkelijk hier is dat beslist is om voor elk van de drie groepen evenveel respondenten te gebruiken waardoor het aantal respondenten uiteindelijk 147 was. Respondenten die geen product aanbeveling raadpleegden (NC) hadden significant minder complex online aankoopgedrag vertoonden dan respondenten die wel de aanbevelingen raadpleegden. Echter werden er geen verschillende gevonden tussen het online shopping gedrag van respondenten die de aanbevelingen hebben geraadpleegd maar niet gevolgd (CNF) en respondenten die raadpleegden en effectief ook volgden (CF). Consumenten die shoppen voor experience producten hebben geen complexer online shopping gedrag dan consumenten die shoppen voor search producten. Waaruit af te leiden valt dat het type product ook geen invloed heeft op het online aankoopgedrag. Het onderzoek bestond uit 2 sessies. De eerste sessie bestond eruit dat respondenten eerst een online survey moesten invullen. In de tweede sessie werd aan de respondenten gevraagd een bepaalde online taak uit te voeren en daarna een tweede survey in te vullen. Bij de tweede sessie werd de respondenten verteld dat ze 1 van de producten waaruit ze konden kiezen ze dit ook effectief konden winnen. Hiermee verhoogde de betrokkenheid van de respondenten bij de actie. Hierbij werden verschillende zaken gemeten zoals totale shopping tijd, herbezoeken van een webpagina, Echter werd hier geen controle groep gebruikt om mogelijk effect van een incentive aan te geven. Ook werd voor het onderzoek een pretest gedaan met 33 respondenten die een online survey moesten invullen. Echter werden deze respondenten niet opgenomen in de finale sample. Wat dan weer kan leiden tot het feit dat de pretest geen nut heeft aangezien deze niet kan gelinkt worden aan het effectieve experiment. Een eerste opmerking die moet gemaakt worden is dat door het gebruik van een convenience sample het niet mogelijk is de representativiteit van de steekproef te garanderen. De auteurs geven hierop verder aan dat extra studies moeten uitgevoerd worden om de validiteit van de resultaten na te gaan. Ook de beperkte keuze die de respondenten hadden (7 webpaginas en 4 producten) kan invloed gehad hebben op de resultaten. Hierbij zou het misschien beter zijn het aantal van beide op te trekken. Bovendien werd voor hypothese 3 te testen maar 1 search en 1 experience product gehanteerd. Ten slotte werden hier enkel de productkeuzes (intenties) onderzocht en niet het effectieve aankoopgedrag van consumenten. Dus meer factoren zoals prijs, bereikbaarheid en leveringstijd zouden moeten worden betrokken om een beter beeld te krijgen omdat dit ook een effect kan hebben op het beslissingsmakingsproces.