You are on page 1of 238

JELLEMA 1

BOUWNIJVERHEID

06950408_voorwerk.indd 1 16-11-2005 15:29:39


2

omslagontwerp Marjan Gerritse, Amsterdam


vormgeving binnenwerk Peter van Dongen, Amsterdam
opmaak Van de Garde, Zaltbommel

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.


Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de
uitgever wenden.

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor: Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet


Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs.
Voor meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen:
www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 90 06 95040 8

Tweede druk, tweede oplage

© ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen, 2004

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij
elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet
1912 jo het Besluit van 20 juni 1974, Stb. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985,
Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen
te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van
gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16
Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.

06950408_voorwerk.indd 2 16-11-2005 15:29:39


3

Inleiding
1 Bouwnijverheid

06950408_voorwerk.indd 3 16-11-2005 15:29:40


4

De serie Jellema Hogere Bouwkunde bestaat naast Auteurs deel 1:


het inleidende deel uit drie reeksen boeken: ir. I.R. Pijpers, Pro4all B.V., Woerden
bouwtechniek, bouwmethoden en bouwproces.
Tezamen vormt de inhoud de onontbeerlijke ir. D.H.J. van der Woude, Pro4all B.V., Woerden
basiskennis voor het hoger beroepsonderwijs en
wetenschappelijk onderwijs.

Ook deze vernieuwde uitgave is ontstaan vanuit


de noodzakelijke interactie tussen het onderwijs
enerzijds en het bedrijfsleven anderzijds. Beide
sectoren leveren auteurs, maar zijn ook bereid
tot het leveren van commentaar en kritiek in een
voortdurende discussie tussen redactie, auteurs
en het onderwijs.

De redactie:
ir. H. Brinksma
Docent Bouwkunde Hogeschool van Utrecht,
Utrecht

ir. A. van Tol


Architect,Zwolle

ir. M. Bonebakker
Adviseur Bouwmanagement, Geesteren

H.A.J. Flapper
Bouwinnovator, Amsterdam

ir. K. Hofkes
Docent Bouwkunde Hogeschool INHOLLAND,
Haarlem en Alkmaar

ing. N. Zimmermann
Architect, Amsterdam

06950408_voorwerk.indd 4 16-11-2005 15:29:40


5

Serieoverzicht
BOUWKUNDE

BOUWKUNDE

BOUWKUNDE

BOUWKUNDE
HOGERE

HOGERE

HOGERE

HOGERE
JELLEMA

JELLEMA

JELLEMA

JELLEMA
Inleiding Bouwtechniek Bouwmethoden Bouwproces
1 Bouwnijverheid 2 Onderbouw 7 Bouwmethodiek 10 Ontwerpen

Bouwtechniek Bouwmethoden Bouwproces


3 Draagstructuur 8 Woningbouw 11 Contracteren
www.jellema-online.nl

Bouwtechniek Bouwmethoden Bouwproces


4 Omhulling 9 Utiliteitsbouw 12 Uitvoeren
A prestatie-eisen / A techniek
daken
www.jellema-online.nl
Bouwtechniek Bouwproces
4 Omhulling 12 Uitvoeren
B gevels B organisatie

Bouwtechniek Bouwproces
4 Omhulling 13 Beheren
C gevelopeningen

Bouwtechniek
5 Afbouw

Bouwtechniek
6 Installaties
A elektrotechnisch
en sanitair

Bouwtechniek
6 Installaties
B werktuigbouwkundig
en gas

Bouwtechniek
6 Installaties
C liften en roltrappen

06950408_voorwerk.indd 5 16-11-2005 15:29:53


6
VI

Woord vooraf

De bouwnijverheid staat de komende jaren voor In het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 8) wordt de
een enorme uitdaging. De traditioneel ingestelde visie op welke wijze de bouwnijverheid moet ver-
bouw zal een ontwikkeling gaan doormaken, anderen, in zijn geheel gepresenteerd. Deze visie
waarbij samenwerken en heldere communicatie is gefundeerd op basis van verschillende onder-
de toverwoorden zullen zijn. De bouwnijverheid zoeken naar de ervaringen en ontwikkelingen in
zal uitgroeien tot een moderne bedrijfstak met andere landen en bedrijfstakken.
zijn eigen specifieke aanpak, maar wel gebaseerd
op ervaringen uit andere industrietakken. Wij hopen dat wij met dit boek een bijdrage
hebben geleverd om de mooie en spannende
Dit deel 1 van de serie Jellema Hogere Bouw- bedrijfstak ‘De Bouw’ te laten doorgroeien naar
kunde levert een bijdrage aan deze ontwikke- een moderne industrietak.
ling. Alle facetten van de bouwnijverheid, zoals
structuren, processen, participanten, partijen en
organisatie- en samenwerkingsvormen worden De auteurs
beschreven. Uitgangspunt is de wijze waarop mei 2004
er nu in de bouwnijverheid wordt gewerkt. Er
wordt kritisch naar de huidige werkwijze geke-
ken en waar nodig een andere oplossingsrichting
aangegeven.

06950408_voorwerk.indd 6 16-11-2005 15:29:54


7
VII

Inhoud

1 Bouwen 1 2.6.2 Handel en horeca 34


Inleiding 2 2.6.3 Industrie en bouwnijverheid 34
1.1 Bouwen door de eeuwen heen 2 2.6.4 Vervoer, opslag en communicatie 34
1.1.1 Middeleeuwen (tot 1700) 2 2.6.5 Landbouw en visserij 35
1.1.2 Vroeg-industriële maatschappij 2.6.6 Overheid 35
(1700–1900) 3 2.6.7 Onderwijs 35
1.1.3 Industriële maatschappij (1900–heden) 5 2.6.8 Gezondheidszorg en maatschappelijke
1.2 Gebouwde omgeving 7 dienstverlening 36
1.2.1 Kwaliteit van gebouwde omgeving 7 2.7 Ontwikkelingen in grond-, weg- en water-
1.2.2 Gebouwen 8 bouw 36
1.3 Bouwopgave 8 2.8 Ontwikkelingen in onderhoud 37
1.3.1 Functies in bouwproces 9 2.9 Het buitenland 37
1.3.2 Specifieke kenmerken van bouw- 2.9.1 Omzet Europese Unie 38
nijverheid 11 2.9.2 Omringende landen 40
1.4 Bouwen 12 2.9.3 Sterke en zwakke kanten van de Neder-
1.4.1 Partijen in het bouwproces 12 landse bouwnijverheid 41
1.4.2 Fasen in het bouwproces 16 2.9.4 Toekomst van de Nederlandse bouwnijver-
1.4.3 Organisatievormen 17 heid 42
1.4.4 Rol van overheid 18
1.4.5 Bouwmethoden 19 3 Bouwproces 43
1.5 Maatschappelijke trends 20 Inleiding 44
1.5.1 Gevolgen van veranderende markt 20 3.1 Fasen in het bouwproces 44
1.5.2 Gevolgen van veranderende regel- 3.1.1 Programmafase 45
geving 20 3.1.2 Ontwerpfase 46
1.5.3 Gevolgen van veranderende informatie- 3.1.3 Uitwerkingsfase 46
technologie 21 3.1.4 Realisatiefase 46
1.5.4 Gevolgen van industrialisatie 21 3.1.5 Beheer- of gebruiksfase 47
1.5.5 Gevolgen van parlementaire enquête 21 3.1.6 Sloop 47
1.5.6 Duurzaam Bouwen 22 3.2 Programmafase 48
3.2.1 Initiatief 48
2 Structuur van de bouwnijverheid 23 3.2.2 Haalbaarheidsstudie 49
Inleiding 24 3.2.3 Projectdefinitie 56
2.1 Indeling van bouwnijverheid 24 3.3 Ontwerpfase 59
2.1.1 Indeling naar type bedrijf 24 3.3.1 Structuurontwerp 61
2.1.2 Indeling naar marktsegmenten 25 3.3.2 Voorlopig ontwerp 61
2.1.3 Indeling naar aard van werkzaam- 3.3.3 Definitief ontwerp 62
heden 26 3.4 Uitwerking 63
2.2 Karakteristieken 26 3.4.1 Bestekfase 64
2.2.1 Markt 26 3.4.2 Prijsvorming 65
2.2.2 Product 27 3.5 Realisatie 66
2.2.3 Bouwlocatie 28 3.5.1 Werkvoorbereiding 67
2.3 Belang van de bouwnijverheid 28 3.5.2 Uitvoering 74
2.3.1 Omvang 28 3.5.3 Oplevering 77
2.3.2 Invloed op andere industrietakken 29 3.6 Gebruiks- en sloopfase 77
2.4 Ontwikkelingen in bouwproductie 29 3.7 Kanttekeningen bij het bouwproces 78
2.5 Ontwikkelingen in de woningbouw 32 3.7.1 Knelpunten 78
2.6 Ontwikkelingen in de utiliteitsbouw 33 3.7.2 Besparingen 80
2.6.1 Zakelijke dienstverlening 33 3.7.3 Procesintegratie 81

06950408_voorwerk.indd 7 16-11-2005 15:29:54


8
VIII

4 De opdrachtgevende bouw 83 5.9 Herstructering 114


Inleiding 84
4.1 Opdrachtgevers 84 6 De overheid als regelgever 117
4.1.1 Belangen 84 Inleiding 118
4.1.2 Typen opdrachtgevers 86 6.1 Ruimtelijke ordening 118
4.2 Beleggers 86 6.1.1 Wet op de ruimtelijke ordening 118
4.2.1 Beleggingsobjecten 87 6.1.2 Nota’s ruimtelijke ordening 122
4.3 Eigen huisvesters 88 6.2 Technische regelgeving 126
4.4 Rijksgebouwendienst 88 6.2.1 Historisch overzicht 126
4.5 Projectontwikkelaars 89 6.2.2 Woningwet 128
4.5.1 Typen projectontwikkelaars 90 6.2.3 Bouwbesluit 134
4.6 Woningbouwcorporaties 90 6.2.4 Energieprestatienormering 137
4.7 Incidentele opdrachtgevers 92 6.2.5 Normen, kwaliteitsverklaringen,
4.8 De toekomstige opdrachtgever 93 model-aansluitvoorwaarden en ministeriële
regelingen 141
5 De opdrachtnemende bouw 95 6.2.6 Toezicht op het bouwen en wonen 142
Inleiding 96 6.3 Overige regelgeving 143
5.1 Disciplines 96 6.3.1 Bouwprocesbesluit Arbeids-
5.2 Architect 97 omstandighedenwet 143
5.2.1 Waar werken architecten? 97 6.3.2 Milieuwetgeving 147
5.2.2 Omvang van de architectenbranche 98 6.3.3 Bijzondere wetten 147
5.2.3 Werkzaamheden van een architect 99 6.4 Financiële regelgeving 148
5.2.4 Automatisering ontwerpproces 100 6.4.2 Innovatieprogramma Stedelijke
5.2.5 Opdrachtverstrekking architect 102 Vernieuwing (IPSV) 149
5.3 Adviesbureaus 102 6.4.3 Huursubsidiewet (1997) 149
5.3.1 Welke adviseurs zijn er? 102 6.5 Invloed van de Europese Gemeenschap 149
5.3.2 Opdrachtverstrekking ingenieur 103 6.5.1 Toepassingsgebieden 150
5.3.3 Constructeur 104 6.5.2 Drempelbedragen 151
5.3.4 Projectmanager 104 6.5.3 Europese aanbestedingsprocedures 151
5.3.5 Installatietechnisch adviseur 104
5.3.6 Bouwkundig (kosten)adviseur 104 7 Bouworganisatievormen 153
5.3.7 Overige adviseurs 105 Inleiding 154
5.4 Aannemer 105 7.1 Getrapte aanbestedingsvorm 154
5.4.1 Omvang van de uitvoerende bouw 105 7.2 Bouwteam 156
5.4.2 Kenmerken van de uitvoerende bouw 105 7.3 Turn-key 158
5.4.3 Organisatie bouwbedrijf 106 7.4 General-contracting 159
5.4.4 Automatisering bouwonderneming 107 7.5 Managementcontracting 162
5.4.5 Opdrachtverstrekking aannemer 107 7.6 Rgd-prestatiecontract 163
5.5 Onderaannemer 108 7.7 Bouworganisatievormen naast elkaar 163
5.6 Installateur 110 7.7.1 Individuele belangen van bedrijven 164
5.7 Toeleverancier 110 7.7.2 Relatieve machtsposities 165
5.7.1 Industrie en groothandel 111 7.7.3 Samenwerkingsvormen en de opdracht-
5.7.2 Ontwikkelingen bij toeleveranciers 111 nemende bouw 166
5.7.3 Automatisering toeleveranciers 112 7.7.4 Samenwerkingsvormen en de opdracht-
5.8 Samenwerking en overnames 112 gevende bouw 167
5.8.1 Horizontale en verticale integratie 113 7.8 Kiezen van een bouworganisatievorm 169
5.8.2 Co-makership en overname 113
5.8.3 Incidenteel en structureel 114 8 De bouw op middellange termijn 171
5.8.4 Publiek-private-samenwerking 114 Inleiding 172
5.8.5 Internationalisering 114 8.1 Problemen in de bouw op een rij 172

06950408_voorwerk.indd 8 16-11-2005 15:29:54


9
IX

8.2 Wat kunnen wij leren van andere


industrieën? 175
8.2.1 De auto-industrie en ‘lean
production’ 175
8.2.2 Scheepsbouw 179
8.3 Wat kunnen wij leren van andere
landen? 181
8.3.1 Japanse bouwondernemingen 181
8.3.2 Franse informatietechnologie 184
8.3.3 Australisch projectmanagement 185
8.4 Verwachte markt-ontwikkelingen 186
8.4.1 ARTB ‘Bouwvisie 2010’ 186
8.4.2 TNO, ‘De economische kracht van de
bouw’ 190
8.4.3 ‘Bouwen op Kennis’ 193
8.4.4 Het Nieuwe Bouwen 196
8.4.5 Next Generation Scenario ICT in de
Bouw 199
8.4.6 PAIS: communicatie in de bouw en
infra 202
8.4.7 VISI 207
8.4.8 Parlementaire enquête
Bouwnijverheid 210
8.4.9 Rethinking Construction 214
8.4.10 Regieraad Bouw 216
8.5 Toekomstvisie 217
8.5.1 De maatschappij 217
8.5.2 Ketenintegratie 218
8.5.3 De organisatievorm 218
8.5.4 De informatietechnologie 219

Geraadpleegde en aanbevolen
literatuur 220

Register 223

06950408_voorwerk.indd 9 16-11-2005 15:29:55


10

06950408_voorwerk.indd 10 16-11-2005 15:29:55


Bouwen
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
1
Bouwen lijkt in principe eenvoudig. Bouwen is het stapelen van mate-
rialen of het maken van een geraamte en dit bedekken. De basis-
materialen hierbij zijn steen, klei, hout, zand en water en tegenwoor-
dig metaal en kunststof. Door de jaren heen heeft het bouwen zich
ontwikkeld tot een traditioneel ingestelde bedrijfstak met als verzamel-
naam de bouwnijverheid. Een ambachtelijk ingesteld productieproces
waarin de historisch gegroeide scheiding tussen ontwerp en uitvoe-
ring zich heeft vertaald in een strikte scheiding van de ontwerpende
en uitvoerende disciplines. Tegenstrijdige belangen, samenwerkings-
en communicatieproblemen en weinig innovatie zijn hiervan het
gevolg.
De bouwnijverheid staat voor ingrijpende veranderingen. De gevolgen
van de Bouwenquête, de economische ontwikkelingen en betrokken-
heid van de partijen in het bouwproces liggen hieraan ten grondslag.

06950408_hfdst01.indd 1 16-11-2005 15:32:58


2

Inleiding bouwen de plaatselijke gilden in. Tijd was nooit


een probleem en soms werd de bouw gewoon
In dit hoofdstuk wordt de basis gelegd voor de enkele jaren onderbroken.
volgende hoofdstukken. Alle facetten van de
bouw komen in vogelvlucht aan de orde. In De gilden met hun handwerkslieden hadden
sneltreinvaart wordt het bouwen door de eeu- dus een duidelijk idee hoe het gebouw er moest
wen heen gevolgd. Aangegeven wordt hoe het uitzien als het klaar was. Gezien hun grote mate
verleden van invloed is op het huidige bouw- van vakmanschap was er geen behoefte aan
proces, maar ook de omvang van de gebouwde uitgewerkte tekeningen of uitgebreide com-
omgeving komt aan de orde. Daarnaast wordt municatie en zij stonden garant voor de kwali-
ingezoomd op het bouwproces. teit. Gezien de sociale omstandigheden en het
technische niveau van die tijd was dit een uitste-
De bouwnijverheid moet steeds vaker en sneller kende werkstructuur.
inspelen op sociale, economische en technologi-
sche veranderingen. Maar ook de parlementaire De bouwmeester had overzicht en kon op de
enquête naar de bouwfraude mag natuurlijk niet bouw regelen en bijsturen daar waar nodig. De
ontbreken. Ten slotte wordt in dit hoofdstuk organisatiestructuur was in de Middeleeuwen
aangegeven wat de invloeden kunnen zijn van dan ook uiterst simpel en direct. De verantwoor-
deze trends en de enquête-uitkomsten voor de delijke voor het ontwerp en de uitvoering was
toekomst van het bouwen. verenigd in één persoon, de bouwmeester, die
voor de uitvoering de gilden met hun hand-
werkslieden inschakelde, figuur 1.1.
1.1 Bouwen door de eeuwen heen

Het is goed te weten hoe de bouw zich door


de eeuwen heeft ontwikkeld. Wij beperken ons De
bouwmeester
hierbij tot West-Europa. Bij deze ontwikkeling
worden tevens de verschillende karakteristieken
aangegeven, zodat het duidelijk wordt waarom uitvoering Gilde
de bouw op de huidige wijze is georganiseerd en
welke rollen er vervuld moeten worden door de
verschillende participanten. Door middel van dit Gilde
overzicht wordt de basis gelegd voor de andere Gilde
hoofdstukken in dit boek. Wij starten ons over-
zicht in de Middeleeuwen.
Figuur 1.1 Organisatie van de bouw in de Middeleeuwen
1.1.1 Middeleeuwen (tot 1700)
In de Middeleeuwen was de bouw op dezelfde De bouwmeesters werden in de Middeleeuwen
wijze georganiseerd als de andere nijverheden vooral ingeschakeld om kathedralen te bouwen.
in die tijd: handwerkslieden verenigd in gilden. Ieder zichzelf respecterende stad probeerde
De handwerkslieden werkten onder één leidende een grotere kathedraal of kerk te bouwen in
figuur, de bouwmeester of meester-ontwerper. vergelijking met de naburige steden. In deze
periode werden grote ruimten overdekt door
De bouwmeester was verantwoordelijk voor middel van het toepassen van gewelven. Deze
het gehele bouwproces. Meer dan een schets constructiewijze vindt zijn oorsprong in de
maakte de bouwmeester nooit. Wat er moest Romeinse periode (300-200 v. Chr.) maar is in
worden gebouwd zat in zijn hoofd en als het de Middeleeuwen verder ontwikkeld omdat de
nodig was kon hij verwijzen naar een naburige bouwwerken steeds groter en groter werden. De
stad waar bijvoorbeeld een soortgelijke kerk bouwmeesters in de Middeleeuwen slaagden er
stond. De bouwmeester schakelde voor het in gebouwen te realiseren die de eeuwen moei-

06950408_hfdst01.indd 2 16-11-2005 15:32:58


1 BOUWEN 3

teloos konden trotseren. De gewelfvormen die


in de Middeleeuwen werden gebruikt zijn de
tongewelven en de kruisgewelven. De techniek
van het bouwen bestond uit handwerk en bleef
verder beperkt tot de materialen hout, natuur-
steen en baksteen. Met deze materialen waren
de handwerkslieden vertrouwd geraakt en zij
hadden geen behoefte aan verdere ontwikkeling.

Italiaans voorbeeld
Bouwmeester Bruneleschi heeft met zijn ‘Koe-
pel van Florence’ een werkelijk architectonisch
en constructief hoogstandje gerealiseerd. Bru-
neleschi maakte hier een enorme koepel met
een dubbele wand, figuur 1.2. Een nooit eer-
der vertoond verschijnsel dat om zeer speciale
bouwtechnieken vroeg. Jarenlang is tevergeefs
onderzocht hoe het mogelijk was een koepel
met zulke grote afmetingen op een derge-
lijke wijze te construeren. Pas sinds kort is de
bouwtechniek doorgrond en is de koepel op
een veel kleinere schaal nagebouwd.

1.1.2 Vroeg-industriële maatschappij


(1700–1900)
Toen in 1700 de industriële revolutie begon
kwam er verandering in de hiervoor geschetste
situatie. Er ontstond in deze periode een toene-
mende vraag naar meer verschillende soorten
gebouwen. Er moesten raadhuizen worden
gebouwd om de stad te besturen, hallen en
loodsen ten behoeve van de industrieën, grote
woonhuizen ten behoeve van de notabelen,
enzovoort. De ‘snelle’ ontwikkeling van de tech-
niek maakte het in die tijd mogelijk complexere
bouwwerken te realiseren, waarbij behoefte ont-
stond ook andere materialen toe te passen.

De technische kennis en ervaring van de hand-


werkslieden ontwikkelde zich echter niet in het
gewenste tempo mee. Het bouwproces ging
hierdoor moeilijker verlopen en de bouwmees-
ter kreeg meer en meer te maken met minder
geschoolde werklieden. De communicatie tus-
sen de bouwmeester en de handwerkslieden
verslechterde. Maar ook de opdrachtgever wilde
door middel van tekeningen en schetsen inzicht
krijgen in datgene dat voor hem werd gebouwd. Figuur 1.2 Koepel van Florence
Bovendien moest van hem het gebouw binnen

06950408_hfdst01.indd 3 16-11-2005 15:32:59


4

een bepaalde periode gereed zijn. Oplossing van De industriële revolutie vroeg om massaproduc-
dit probleem kwam in de vorm van het scheiden tie. Daarvoor waren grote hallen nodig waar
van ontwerp en uitvoering. Voor het ontwerp mensen en machines in konden worden on-
werd een architect verantwoordelijk. Deze ont- dergebracht. Dit luidde het ontstaan in van fa-
wierp, tekende en beschreef het gebouw voor brieken. Deze fabrieken behoefden niet mooi te
zijn opdrachtgevers. Voor de uitvoering werd de zijn. Liever doelmatig en goedkoop. Uiteindelijk
bouwmeester verantwoordelijk die hiervoor de hebben deze eisen ertoe geleid dat gietijzeren
gilden contracteerde. Het was een passende op- kolommen en balken werden toegepast, voor
lossing voor het communicatie-probleem van die het eerst in 1780 in een aantal Engelse katoen-
tijd, figuur 1.3. spinnerijen. Tot die periode werd gewerkt met
houten kolommen en balken. De overspanning
tussen de gietijzeren kolommen waarover de
gietijzeren balken werden gelegd, werd ge-
De realiseerd door dunne gesmede platen of ge-
architect metselde baksteengewelfjes opgevuld met
beton, figuur 1.4
ontwerp
Het summum van de ontwikkeling in deze
periode was het gebouw dat door Joseph Paxton
in 1851 is ontwikkeld als Brits paviljoen voor de
De wereldtentoonstelling in Londen. Dit gebouw,
bouwmeester
Crystal Palace, is geheel opgetrokken uit ijzer
en glas. Toen was het een ware wereldsensatie,
uitvoering Gilde figuur 1.5.

In de loop van de 18e eeuw kwam er onder


Gilde invloed van het economisch liberalisme bij de
Gilde opdrachtgever meer en meer het gevoel op om
bouwwerken aan te besteden tegen vaste prij-
zen. Na vergelijking van de door de gegadigden
Figuur 1.3 Organisatie van de bouw in de periode in concurrentie gedane prijsaanbiedingen werd
1700−1900 het bouwwerk aan de partij met de laagste prijs

Figuur 1.4 Engelse raffinaderij van ±1845, ontwerp Fairbairn, combinatie van gietijzeren kolommen en balen met betonnen vloeren
en gemetselde gevels; Royal Albert Docks, Manchester. (foto: Aidan O‘Rourke, Manchester)

06950408_hfdst01.indd 4 16-11-2005 15:32:59


1 BOUWEN 5

Figuur 1.5 Crystal Palace, Londen 1851, ontwerp Joseph Paxton

gegund. Ook deze ontwikkeling heeft natuurlijk van hun werk en de veiligheid van hun werkne-
bijgedragen aan de vraag naar een scheiding mers. De opdrachtgever reageerde hierop door
tussen de functies ontwerpen en uitvoeren. de ontwerper opdracht te geven toezicht te hou-
den tijdens de uitvoering. Zo ontwikkelde de
Bij de aanbestedingsmethode moet, voordat architect zich langzaam tot de vertrouwens-
tot aanbesteding wordt overgegaan, het werk persoon van de opdrachtgever voor het gehele
nauwkeurig vaststaan. De ontwerper, de huidige bouwproject. De toezichthoudende taak van de
architect, kreeg de taak het ontwerp compleet architect groeide gaandeweg uit tot een leiding-
uit te werken door middel van tekeningen en gevende taak. De architect ging directie voeren.
beschrijvingen. De bouwmeester, de huidige Natuurlijk bleef de aannemer zelf verantwoor-
aannemer, moest op basis van deze informatie delijk voor de goede uitvoering. Deze ontwikke-
het vaste bedrag bepalen waarvoor hij het werk ling leidde tot een relatie tussen opdrachtgever,
ging uitvoeren. Alle risico’s en tegenvallers waren architect en aannemer die beter bekend is als de
voor rekening van de aannemer. Het gevolg hier- ‘traditionele’ of ‘driehoeksrelatie’, figuur 1.6.
van was dat sommige aannemers het tijdens de
uitvoering minder nauw namen met de kwaliteit De ontwikkelingen in deze periode vormen nog
steeds de basis voor de huidige bouworgani-
Opdrachtgever satievormen in Nederland. In feite is hier de
basis gelegd voor de duidelijke scheiding tussen
ontwerp en uitvoering en de huidige aanbeste-
dingscultuur. De problemen waar de bouw
tegenwoordig mee worstelt, zijn in feite in de
18e eeuw ontstaan. Vanuit de Middeleeuwen,
waarin ontwerpen en realiseren van een gebouw
Architect Aannemer op basis van vertrouwen door één persoon
Figuur 1.6 Driehoeksrelatie (traditioneel) tussen opdracht- plaatsvond, is het verworden tot een proces
gever, architect en aannemer gestoeld op wantrouwen.

06950408_hfdst01.indd 5 16-11-2005 15:33:00


6

1.1.3 Industriële maatschappij van gebouwen en woningen constant aan het


(1900–heden) toenemen is. Zo ontstaat een ingewikkeld pa-
In het begin van de 20ste eeuw nam de ont- troon van relaties van bij de bouw betrokken
wikkeling van de industrieën ook in Nederland partijen, figuur 1.7.
grootse vormen aan, dus ook de vraag naar
gebouwen. De almaar toenemende vraag naar Op zich hoeft dat niet tot problemen te leiden.
gebouwen leidde ertoe dat er steeds meer Maar iedere bij de bouw betrokken partij heeft
pogingen werden ondernomen de ambachtelijke zijn eigen cultuur, vaktaal, werkwijze, wijze van
bouwnijverheid te veranderen in een meer geïn- automatisering en niet te vergeten zijn eigen
dustrialiseerde vorm. In dezelfde periode namen belangen. De problemen van de huidige bouw
de technische mogelijkheden enorm toe. liggen dan ook voornamelijk op het gebied van
De ontwikkeling van deze noodzakelijke technie- samenwerking en communicatie.
ken vroegen om hun eigen specialisatie. Dit had
en heeft nog steeds tot gevolg dat het aantal
participanten bij het ontwikkelen en realiseren
Opdrachtgever

Adviseur

Project-
manager

Adviseur
Architect

Adviseur
Adviseur Adviseur

Toeleverancier

Constructeur

Installatie Bouwkundig
adviseur (hoofd)
aannemer Onder-
aannemer

Onder-
aannemer Onder-
aannemer
Installateur

Onder-
aannemer Onder-
aannemer

Toeleverancier

Figuur 1.7 Relaties in het bouwproces

06950408_hfdst01.indd 6 16-11-2005 15:33:01


1 BOUWEN 7

Een ander probleem is dat het uitvoerend bouw- 1.2 Gebouwde omgeving
bedrijf vaak erg laat wordt betrokken bij het
bouwproject. Dit hangt overigens nauw samen Als we door de straten lopen van een stad of
met de aanbestedingscultuur die in de periode dorp, zien we een grote verscheidenheid aan
1700–1900 is ontstaan. Door deze late inschake- gebouwen en woningen. Al die gebouwen en
ling van het uitvoerend bouwbedrijf, eigenlijk woningen samen vormen onze gebouwde om-
alleen maar om de prijs vast te stellen, is er geen geving. Er kan worden geconstateerd dat er dan
gelegenheid geweest invloed uit te oefenen op ook gediscussieerd wordt over de kwaliteit van
de uitvoerbaarheid van het ontwerp. De kansen deze omgeving. Om een indruk te krijgen over
om het rendement van het uitvoeringsproces de omvang van de gebouwde omgeving wordt
in positieve zin te beïnvloeden nemen sterk af deze paragraaf afgerond met cijfers en kengetal-
naarmate het bouwproces vordert. Het is dus len.
zaak, dat de uitvoerende bedrijven, vooral in de
wat complexere bouwprocessen, een bepaalde 1.2.1 Kwaliteit van gebouwde omgeving
invloed krijgen in het ontwerptraject. Het spreekt vanzelf dat de kwaliteit van de om-
geving ook relaties heeft naar de periode waarin
Samenwerkingsvormen de gebouwen en woningen zijn gerealiseerd.
Eigenlijk begon er de laatste tientallen jaren een Deze kwaliteit door de eeuwen heen wordt in
steeds grotere behoefte te ontstaan om in meer deze paragraaf nader beschreven.
of mindere mate terug te keren naar het model
van de Middeleeuwen: de bouwmeester als In de Middeleeuwen lag de nadruk op de kathe-
leidinggever en coördinator van het hele bouw- dralen en kerken. Gebouwen die tegenwoordig,
proces. Dit werd in de praktijk opgepakt met het ondanks vele functiewijzigingen, nog steeds
ontwikkelen van verschillende samenwerkings- goed functioneren. Dit komt omdat de hoofd-
vormen. Naast de traditionele organisatievorm vorm van deze gebouwen veelal eenvoudig is
ontstond allereerst het bouwteamconcept en en qua techniek is uitgevoerd met materialen en
vervolgens de turn-key-overeenkomst. Maar ook constructies die een lange levensduur hebben.
deze organisatievormen lossen de geschetste Bij gebouwen uit die tijd was de toepassing van
samenwerkingsproblemen niet geheel op. materialen evenals de detaillering met veel zorg
en gevoel voor esthetica behandeld.
In hoofdstuk 7 wordt uitvoerig ingegaan op
de verschillende organisatievormen in de Vanaf het begin van de industriële revolutie is
bouw. Het blijkt telkens weer, welke organi- daar verandering in gekomen. Zoals al eerder
satievormen ook worden gehanteerd, dat er aangegeven kwam dit door een steeds grotere
sprake is van gelegenheidsteams: partners variatie in gebouwtypen. De oorzaak hiervan
bijeengebracht om een eenmalige klus te kla- was de groeiende verscheidenheid aan functi-
ren. Hierbij moeten de deelnemers, om een onele behoeften. Ook de materiaaltoepassin-
kwetsbare positie te voorkomen, blijven wer- gen en ontwikkeling van de constructiewijzen
ken volgens traditionele principes. Er kan dan hebben hieraan bijgedragen. Een belangrijke
ook worden geconstateerd dat de beoogde ontwikkeling ten aanzien van de kwaliteit van
resultaten, zoals een sterk verbeterde samen- de gebouwde omgeving, was in deze periode
werking, optimale informatie-overdracht en de scheiding tussen de esthetica en de functio-
een uitstekende communicatie, niet worden naliteit. Dit had tot gevolg dat de ruimten wer-
gerealiseerd omdat de organisatievormen van den vormgegeven op basis van hun specifieke
het bouwproces geen gelegenheid bieden de functionele eisen. Omdat de perioden waarin
problemen in de bouw integraal aan te pak- de gebruikseisen geldig bleven steeds korter
ken en op te lossen. De gevolgen van de in de werden, terwijl de ruimten specifiek op basis van
periode 1700-1900 aangebrachte scheiding die eisen werden gemaakt, was de functionele
tussen ontwerp en uitvoering werken ook nu levensduur van zo’n gebouw ook beperkt. Eco-
nog steeds enorm door in de bouwnijverheid. nomisch gezien is het in deze situaties zinvol om

06950408_hfdst01.indd 7 16-11-2005 15:33:01


8

de technische levensverwachting niet veel langer 1.2.2 Gebouwen


te maken dan de functionele levensduur. Een Het product van het bouwproces zoals de ge-
groot deel van de esthetica kwam voort uit de bouwen, de woningen, de bruggen, de wegen,
functionele ordening en de gekozen technische enzovoort is duidelijk een ander product in
oplossingen. vergelijking met producten gefabriceerd door
andere industrieën. Het product van het bouwen
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen we via heeft een ingrijpende invloed op ons leven en de
een periode van wederopbouw in een tijd van kwaliteit van onze dagelijkse omgeving (architec-
grote economische groei, waardoor de vraag tuur). Daarnaast is het product plaatsgebonden
naar bouwvolume enorme proporties ging aan- en heeft het een verhoudingsgewijs lange levens-
nemen. In een periode van schaarste bepaalt duur.
vanzelfsprekend de aanbodzijde wat er gebeurt.
De vraagkant is dan uiteraard niet in beeld. Het De definitie van een gebouw is terug te vinden
gevolg hiervan was dat alle aandacht zich richtte in de Woningwet: ‘Elk bouwwerk, dat een voor
op het bouwen van de gebouwen en woningen, de mensen toegankelijke overdekte geheel of ge-
terwijl het gebruiken en beheren van die ge- deeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt’.
bouwen en die woningen compleet uit het oog
werden verloren. Tegelijkertijd met deze enorme Onder deze definitie valt zowel een bunker als
bouwbehoefte namen de technische ontwik- een torenflat. Welke typen gebouwen kunnen
kelingen, de schaalvergroting en de functionele wij onderscheiden? Een goede leidraad hier-
complexiteit toe. Zoals hiervoor al is aangege- voor is Tabel 0 van de Cl/SfB die ook door het
ven, ontstond hierdoor een verdere splitsing van Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) wordt
de verantwoordelijkheden en de bij de ontwik- gehanteerd. De volgende hoofdgroepen worden
keling en realisatie betrokken partijen. Vanaf daarin onderscheiden:
de Tweede Wereldoorlog is er steeds meer de • landschap, ruimtelijke ordening;
nadruk gelegd op de productie, waardoor geld • civiele werken, verkeer en water;
de eerste prioriteit is geworden en niet meer de • gebouwen voor verkeer en industrie;
kwaliteit van het gebouw en ook niet de kwaliteit • kantoor- en handelsgebouwen;
van de arbeid. Voor de toekomst en de schoon- • gebouwen voor gezondheidszorg, sociale ver-
heid van de gebouwde omgeving is dit natuurlijk zorging en detentie;
geen positieve ontwikkeling. • restauratie-, amusements- en recreatiegebou-
wen;
We zullen deze negatieve ontwikkeling dan ook • gebouwen voor godsdienstbeoefening;
moeten doorbreken. De gebouwde omgeving • gebouwen voor onderwijs, cultuur en weten-
kan alleen goed functioneren als ze aan allerlei schap;
verschillende eisen voldoet. Niet alleen moeten • woongebouwen in het algemeen;
de technische prestaties voldoende hoog zijn en • gebouwen en ruimten in het algemeen.
moeten de gebruikswaarden in termen van func-
tionaliteit en logistiek groot zijn, ook factoren als De volgende vraag die we kunnen stellen is: wat
beleving en uitstraling bepalen in hoge mate de is de omvang van het gebouwde? In figuur 1.8
kwaliteit van de gebouwde omgeving. Mensen zijn kengetallen verzameld.
moeten er prettig kunnen werken, leven en
wonen, nu en in de toekomst. Problemen ont-
staan vaak doordat een van de eisen de nadruk 1.3 Bouwopgave
krijgt. De kunst is het vinden van een optimaal
evenwicht tussen technische, functionele, finan- In de vorige paragrafen is aangegeven op welke
ciële en esthetische kwaliteitseisen. wijze er door de eeuwen heen is gebouwd, hoe
het met de kwaliteit van de gebouwde omge-
ving is gesteld en ten slotte tot hoeveel gebou-
wen en woningen dit heeft geleid. In het vervolg

06950408_hfdst01.indd 8 16-11-2005 15:33:01


1 BOUWEN 9

van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op het geregeld, kan er worden gestart met het ontwer-
daadwerkelijk ontwikkelen en realiseren van ge- pen en vervolgens met het uitvoeren. Concreet
bouwen en woningen. In deze paragraaf wordt betekent dit dat er vijf elementaire functies in
gestart met de elementaire functies in het bouw- het bouwproces kunnen worden onderscheiden,
proces en vervolgens de karakteristieken van de figuur 1.9:
bouwopgave. • initiatief nemen;
• verwerven van de grond;
1.3.1 Functies in bouwproces • geld beschikbaar stellen;
Er kan maar niet zo worden begonnen met • ontwerpen;
bouwen. Allereerst zal er iemand moeten zijn • uitvoeren.
die het initiatief neemt tot het ontwikkelen van
een gebouw of woning. Het kan natuurlijk niet 1.3.1.a Initiatief
blijven bij plannen. Het gebouw of de woning Een organisatie of bewoner is ontevreden over
zal ook op een stuk grond moeten komen te zijn huidige huisvesting. Na analyse van zijn
staan. Vervolgens zal moeten worden gekeken huisvestingsbehoefte is de conclusie duidelijk.
naar de financiering: hypotheken, leningen, De huidige woning voldoet niet meer aan zijn
lease-concepten, enzovoort. Nadat dit allemaal is behoefte. Het nemen van initiatief is begonnen.

Inwoners (in 2002) 16,1 miljoen


Jonger dan 20 jaar 3,9 miljoen (24%)
Ouder dan 64 jaar 2,2 miljoen (14%)
Allochtonen 2,9 miljoen (18%)

Huishoudens (in 2002) 6,9 miljoen


1-persoonshuishoudens 2,4 miljoen (34%)
2-persoonshuishoudens 2,3 miljoen (33%)

Woningvoorraad (in 2002) 6,8 miljoen


Gemiddelde woonbezetting 2,3 miljoen
Eengezinswoningen 4,3 miljoen
Meergezinswoningen 2,1 miljoen
Koop 3,4 miljoen
Huur 3,4 miljoen

Oppervlakte Nederland (in 2000) 4.152.803 ha


Totaal oppervlakte verkeer 113.039 ha
Totaal oppervlakte landbouw 2.326.047 ha
Totaal oppervlakte buiten- en binnenwater 774.472 ha
Totaal oppervlakte bos en natuur 483.463 ha
Totaal bebouwd oppervlakte 318.330 ha
Woongebied 221.141 ha
Detailhandel en horeca 4.592 ha
Openbare voorzieningen 11.486 ha
Onderwijs/gezondheidszorg/cultuur 15.167 ha
Bedrijfsterreinen 65.945 ha
Figuur 1.8 Kengetallen bebouwde omgeving Nederland Bron: CBS

06950408_hfdst01.indd 9 16-11-2005 15:33:02


10

1 Initiatief nemen blazen of door te zetten. In geval van het laatste


• analyseren huisvestingsbehoefte; zal de initiatiefnemer moeten besluiten op welke
• verrichten van haalbaarheidsstudie; wijze de plannen zullen worden gerealiseerd. In
• beslissen tot realiseren; feite gaat het hier om de keuze van bouworga-
• wijze van realiseren;
nisatievorm: traditioneel (driehoeksverhouding),
bouwteam, turnkey-contract, general contrac-
• contracteren;
ting, enzovoort. Nadat de keuze gemaakt is kan
• opstellen Programma van Eisen.
het Programma van Eisen voor de nieuwe huis-
vesting definitief worden samengesteld.
2 Verwerven van de grond
• locatiekeuze; 1.3.1.b Verwerven van grond
• verwerven van de grond. De opdrachtgever zal vervolgens gaan zoeken
naar een locatie die aansluit bij zijn huisves-
tingsbehoefte. Dit kan te maken hebben met de
3 Geld beschikbaar stellen
bereikbaarheid per auto of openbaar vervoer, de
• keuze wijze van financiering.
nabijheid van havens of vliegvelden en de uit-
straling. Het verwerven van de grond is afhanke-
4 Ontwerpen lijk van eigendomssituatie. Het kan al eigendom
• structuurontwerp; zijn van de opdrachtgever, de overheid kan eige-
• voorlopig ontwerp; naar zijn of een derde. Bij het verwerven van de
• definitief ontwerp;
grond is het wel van belang vast te stellen of de
bouwplannen op de betreffende locatie mogen
• bestek en bestektekeningen;
worden gerealiseerd (bebouwingsvoorschriften).
• werktekeningen;
• vergunningen. 1.3.1.c Financiering
Tegelijkertijd met het verwerven van de grond
5 Uitvoeren zal moeten worden gekeken op welke wijze de
• werkvoorbereiding; financiering van de grond en de bouwplannen
• uitvoering;
moet gaan plaatsvinden. Dit kan gebeuren door
externe financiering zoals hypotheken, lang-
• oplevering;
lopende leningen of lease-contracten, interne
• nazorg.
financiering (dus vanuit eigen vermogen) of door
Figuur 1.9 Elementaire functies van het bouwproces met voorfinanciering. Deze laatste situatie ontstaat als
bijbehorende activiteiten de opdrachtgever het gebouw of woning al ver-
koopt aan de gebruiker voordat het al gebouwd
De volgende stap is nu om vast te stellen of de is.
gewenste nieuwe situatie ook betaalbaar is. Een
haalbaarheidsstudie is van essentieel belang. In 1.3.1.d Ontwerpen
een vroege fase moet worden vastgesteld of de Nadat door de opdrachtgever een architect is
plannen voor het beschikbare budget te realise- geselecteerd, kan vervolgens het ontwerpen
ren zijn. Wordt dit vroegtijdig gedaan, dan zijn plaatsvinden. Het ontwerpen wordt veelal onder-
teleurstellingen verderop in het traject, nadat al verdeeld in verschillende fasen, zoals:
veel geld is uitgegeven, te voorkomen. Verstan- • vervaardigen structuurontwerp;
dig is het dan ook om in deze fase een kosten- • vervaardigen voorlopig ontwerp;
deskundige in te schakelen als de noodzakelijke • vervaardigen definitief ontwerp;
deskundigheid niet aanwezig is. • vervaardigen bestek en bestektekeningen.
Op basis van de uitkomsten van de haalbaar- Op basis van het bestek en de bestektekeningen
heidsstudie kan de initiatiefnemer, vanaf nu op- kan vervolgens de aanbesteding en/of prijs-
drachtgever genoemd, beslissen de plannen af te vorming plaatsvinden. Nadat bekend is welke

06950408_hfdst01.indd 10 16-11-2005 15:33:02


1 BOUWEN 11

aannemer het werk gaat uitvoeren, worden partijen continu betrokkenen bij de uitvoering.
door de ontwerpende partijen de werkteke- Zodra de uitvoering gereed is vindt oplevering
ningen vervaardigd. Tijdens dit ontwerpproces plaats van het werk en is de aannemer gedu-
worden door de opdrachtgever en de architect rende een periode (onderhoudstermijn) verant-
afhankelijk van de fase van het ontwerp meer woordelijk voor de nazorg. Bij de oplevering
partijen betrokken. Zo berekent en ontwerpt draagt de aannemer ook zorg voor het afgeven
de constructeur de funderingsconstructie en de van garanties voor het bouwwerk en/of onder-
draagconstructie van het gebouw, en zijn de delen daarvan.
installatie-adviseurs verantwoordelijk voor het
ontwerpen en tekenen van de verwarmingsin- Tijdens de uitvoering zal de opdrachtgever de
stallatie, de mechanische ventilatie, de koelings- voortgang, de kwaliteit en de financiële voort-
installatie, de krachtstroominstallatie, de verlich- gang willen controleren. Hiervoor kan wederom
tingsinstallatie en de liftinstallatie. een adviesbureau worden ingeschakeld. De op-
drachtgever zal ook in deze fase al dan niet via
De opdrachtgever zal tijdens het ontwerpen zelf een financier zorgdragen voor betalingen aan de
ook het proces volgen en alle ontwerpresultaten gecontracteerde partijen.
beoordelen op kwaliteit en kosten, en kijken of
ze voldoen aan het gestelde in het Programma 1.3.2 Specifieke kenmerken van bouwnij-
van Eisen. Mocht de opdrachtgever niet beschik- verheid
ken over de noodzakelijke kennis, dan is het ver- De bouw is niet zomaar te vergelijken met een
standig een deskundig adviseur in te schakelen. willekeurige andere industrietak. De oorzaak
Daarnaast zal de opdrachtgever er eventueel via hiervan is gelegen in de volgende twee speci-
zijn financier voor zorgdragen dat de gecontrac- fieke kenmerken van het bouwen:
teerde partijen op tijd worden betaald voor de 1 wijze van productie;
verrichte werkzaamheden. 2 schommelingen op de bouwmarkt.

Tot slot zal in deze fase nauw overleg moeten Deze twee hoofdkenmerken zijn verder uit te
plaatsvinden met de nutsbedrijven voor de werken in subkenmerken. In figuur 1.10 is hier-
noodzakelijke aansluitingen en met de overheids- van een overzicht opgenomen.
instanties voor het verkrijgen van de bouwver-
gunning en verdere goedkeuringen. Hoofdkenmerken Uitwerking
Wijze van productie • wisselende
1.3.1.e Uitvoeren bouwplaatsen;
Nadat de aannemer opdracht heeft gekregen • uniek eindproduct;
voor het uitvoeren van de werkzaamheden con- • weersafhankelijk;
form het bestek, de bestektekeningen en zijn • traditioneel.
begroting start hij met de werkvoorbereiding.
Die bestaat uit:
Schommelingen op • veranderende vraag na
• vervaardigen van een werkbegroting; de bouwmarkt economische ontwik-
• vervaardigen van een overall-planning; kelingen;
• plannen van materieel; • plotselinge wijzigingen
• plannen van de bouwplaatsinrichting; in beleid overheden.
• verzorgen van de inkoop van materiaal en on-
deraannemers. Figuur 1.10 Specifieke kenmerken van de bouw

Vervolgens kan het werk worden uitgevoerd Het is goed te beseffen dat de bouwproductie
conform de vervaardigde werktekeningen, de voor het grootste gedeelte op locatie, dus op
planningen en de werkbegroting. Via een over- de plaats waar het gebouw of de woning moet
legstructuur tijdens de uitvoering (bouwverga- komen te staan, plaatsvindt. Er worden wel
deringen en werkvergaderingen) worden alle onderdelen in de fabriek vervaardigd maar ver-

06950408_hfdst01.indd 11 16-11-2005 15:33:02


12

reweg het grootste gedeelte moet nog steeds ter Duitsland en de omringende landen sterk heeft
plaatste worden gemaakt. De productie wordt beïnvloed.
dus iedere keer weer op een andere bouwplaats
gerealiseerd, in plaats van op een vaste produc- Qua productieomstandigheden is de bouwnijver-
tie-faciliteit. Het eindproduct van de bouwpro- heid dus duidelijk een bijzondere bedrijfstak die
ductie is telkens weer een uniek product en niet sterk reageert op economische ontwikkelingen
een massaproduct zoals in andere industrietak- en het beleid van de overheid.
ken.

Omdat op locatie wordt geproduceerd, is de 1.4 Bouwen


bouw ook erg afhankelijk van de weersom-
standigheden. Vorstverlet en regenverlet zijn In het voorgaande zijn we ingegaan op de vijf
typisch termen die praktisch alleen in de bouw elementaire functies in het bouwproces om te
voorkomen. Daarnaast is de bouw nog steeds komen van initiatief tot het uitvoeren en op-
ambachtelijk ingesteld. Heeft de robot in andere leveren van het bouwwerk. We hebben bij die
industrietakken een stormachtige ontwikkeling uiteenzetting ook kunnen zien dat er veel par-
doorgemaakt, in de Nederlandse bouw moet de tijen of organisaties betrokken kunnen zijn en
eerste robot op de bouwplaats nog verschijnen. dat ze op verschillende wijze met elkaar kunnen
samenwerken. In deze paragraaf worden deze
Het is duidelijk dat de bouw niet zonder meer onderwerpen nader toegelicht als inleiding op
vergeleken kan worden met andere industrie- de volgende hoofdstukken. Gestart wordt met
takken, die al jarenlang werken met volledig een nadere uiteenzetting van de partijen in het
geautomatiseerde productielijnen. De discus- bouwproces, vervolgens de verdere fasering
sie die dan ook veel wordt gevoerd, is of de in het bouwproces en daarop aansluitend de
mechanismen voor vernieuwing van de produc- organisatievormen in het bouwproces. Apart
tieprocessen ook van toepassing kunnen zijn op aandacht wordt in dit kader besteed aan de do-
de bouwnijverheid. Er is een sterke behoudende minante rol van de overheid in het bouwproces.
stroming binnen de bouwnijverheid die stelt van
niet. Wij zijn echter van mening dat, ondanks 1.4.1 Partijen in het bouwproces
de grote differentiatie in eindproducten, de hier De bouwnijverheid kent dus een grote verschei-
geschetste specifieke kenmerken geen belem- denheid aan participanten om de bouwwerken
mering vormen om toch de mechanismen van te ontwikkelen en te realiseren. In figuur 1.11 is
andere industrietakken in te voeren. De grootste in een schema weergegeven hoe de hoofdrela-
belemmering wordt juist gevormd door het ties in feite liggen. Al deze partijen moeten met
ontbreken van samenwerking in de totale bouw- elkaar samenwerken om uiteindelijk te voorzien
kolom. in de behoefte van de opdrachtgever. Dit is na-
tuurlijk geen eenvoudige klus en in de praktijk
De bouwmarkt wordt verder gekenmerkt door blijkt steeds weer dat de samenwerking tussen
zeer sterke en vaak onvoorspelbare schomme- deze uitgebreide lijst van participanten moei-
lingen. De oorzaken zijn veelal gelegen in de zaam en met verspilling van middelen verloopt.
economische ontwikkelingen. Deze hebben een
directe uitwerking in de vraag naar bouwpro- De belangrijkste partijen dan wel functies, die
ductie. Maar ook plotselinge wijzigingen in het binnen het huidige bouwproces kunnen worden
beleid van de overheid kan grote consequenties onderscheiden, zijn:
hebben voor de bouwproductie. Een goed voor- • opdrachtgever met inbegrip van financier en
beeld daarvan is de hereniging van het voorma- adviseurs;
lige West- en Oost- Duitsland. Niemand had dit • architect met inbegrip van alle adviseurs die in
kunnen voorspellen, maar het heeft geresulteerd opdracht van de architect werkzaamheden ver-
in een enorme nieuwe vraag in de bouw, die richten;
de strategieën van bouwondernemingen in • aannemer met inbegrip van nevenaannemers,

06950408_hfdst01.indd 12 16-11-2005 15:33:02


1 BOUWEN 13

Gebruiker

Kostendeskundige
Financier Bedrijfskundige
Projectmanager
e.d.

Opdrachtgever

Constructeur
Adv. installaties
Bouwmaterialen-
Adv. bouwfysica Hoofd- Installateurs
Architect handel
Stedenbouwkundige aannemer Onderaannemers Toeleveranciers
Landschap-
kundige
e.d.

Figuur 1.11 Betrokken partijen in het bouwproces

onderaannemers, handelaren in bouwmaterialen Wat vooral opvalt in dit schema, opgezet voor
en toeleveringsbedrijven die in opdracht van een gemiddeld bouwproject, is dat de mate van
hoofdaannemer betrokken zijn bij uitvoering van betrokkenheid van de opdrachtgever gaandeweg
een project; het traject steeds verder afneemt, de rol van de
• gebruiker van gebouw of woning. gebruiker minimaal is en dat de aannemer niet
noemenswaardig wordt betrokken bij het ont-
In figuur 1.12 is op basis van de vijf elementaire werpen.
kenmerken van het bouwproces de mate van Onderstaand worden de vier belangrijkste par-
betrokkenheid van de belangrijkste partijen in de tijen in het huidige bouwproces nader omschre-
huidige bouwpraktijk weergegeven. ven. De overheid ontbreekt als aparte partij in
het voorgaande. Dit omdat de overheid diverse
100% functies kan vervullen. De overheid is een van
aannemer de grootste professionele opdrachtgevers, treedt
80% architect
op als financier voor de volkshuisvesting, de
gebruiker
opdrachtgever gezondheidszorg en het onderwijs en verzorgt
60%
daarnaast de regelgeving.
40%
1.4.1.a Opdrachtgever
20%
Tegenwoordig kunnen wij twee categorieën van
opdrachtgevers onderscheiden, te weten:
0% • professionele opdrachtgever; ontwikkelt of
Initiatief

Grond

Geld

Ontwerpen

Bouwen

realiseert een bouwwerk dat voorziet in de be-


hoefte van een potentiële gebruiker;
• incidentele opdrachtgever; bouwt met het
Figuur 1.12 Mate van betrokkenheid van de belangrijkste oog op voorziening in eigen behoefte.
partijen in het huidige bouwproces
Kenmerkend voor de professionele opdrachtgevers
is dat ze bouwplannen ontwikkelen en reali-

06950408_hfdst01.indd 13 16-11-2005 15:33:03


14

seren, niet om ze zelf te gaan gebruiken maar deze adviseurs eveneens de werktekeningen
voor een andere gebruiker. Deze gebruiker kan verzorgen. In feite is dit dezelfde rol als de
het gebouw of de woning dan kopen, huren of architect, maar dan op het gebied van de
leasen. Bij deze groep van opdrachtgevers moet installaties.
gedacht worden aan beleggers (het maken van
rendement op spaartegoeden via de huur of Conform het Bouwbesluit moet de bouwaan-
winst bij verkoop), projectontwikkelaars (op- vraag vergezeld gaan van de berekening van
geleverde gebouwen of woningen met winst de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hiervoor
verkopen aan de belegger of de gebruiker), wordt de bouwfysisch adviseur ingeschakeld. De
sociale woningbouwers (het realiseren van huur- berekeningswijze van de EPC ligt voor woningen
woningen) en een groep overigen. Deze laatste vast in de NEN 5128 en voor de overige
groep realiseert veel bouwwerken en is dus naast gebouwen in de NEN 2916. Ook bij bouw-
professioneel opdrachtgever ook gebruiker. Een fysische vraagstukken in het ontwerp wordt een
voorbeeld hiervan is de Rijksgebouwendienst die bouwfysisch adviseur ingeschakeld. Bijvoorbeeld
alle rijksgebouwen ontwikkelt (laat ontwikkelen) voor de akoestiek van een concertzaal of de
en realiseert (laat realiseren) voor het huisvesten geluidsisolatie van een discotheek, of voor het
van de rijksambtenaren. berekenen van de warmtebalans bij een ijsbaan.

De incidentele opdrachtgever is natuurlijk niet pro- Ook op het gebied van de stedenbouw zijn er
fessioneel en zal in het algemeen maar één keer specialisten. Stel dat er sprake is van een maag-
in zijn bestaan besluiten tot het nieuw bouwen delijk gebied waarop bouwwerken moeten wor-
om te voorzien in zijn huisvestingsbehoefte. den gerealiseerd, dan zal een stedenbouwkundige
eerst een stedenbouwkundig plan opstellen, in
1.4.1.b Architect sommige gevallen zelfs in samenwerking met
De functie van de architect is door de jaren heen een landschapsarchitect. De landschapsarchi-
steeds verder uitgehold. Was de architect in het tect kan zorgdragen voor de juiste integratie
verleden in staat alle facetten van het bouwwerk van het totale plan in de natuurlijke omgeving
te ontwerpen en uit te werken, door de jaren alsmede voor de groenaanleg binnen het plan.
heen zijn er steeds meer specialisten toegevoegd De stedenbouwkundige buigt zich over de
aan de ontwerpzijde. ontsluitingen van het gebied, de afwikkeling
Allereerst kwam daar de constructeur bij. De van alle openbaar vervoersstromen en andere
constructeur maakt het constructieve plan: de verkeersstromen zoals auto’s, fietsers en voet-
fundering, de draagconstructie en de stabiliteit. gangers. Maar ook over het toekennen van
Het toekomstige bouwwerk moet goed worden bestemmingen aan bepaalde deelgebieden, de
gefundeerd en de gekozen draagconstructie zal bebouwingsdichtheid, de overgangen tussen de
de belastingen die optreden, moeten kunnen verschillende gebieden, enzovoort. In figuur 1.13
afvoeren naar deze fundering. Bouw- en is een gedeelte van een stedenbouwkundig plan
Woningtoezicht controleert de berekeningen van opgenomen. Nadat het stedenbouwkundig plan
de constructeur voordat de bouwvergunning gereed is, kan de architect aan de slag om de
wordt afgegeven. vlekken verder te ontwikkelen en uit te werken.
De grotere gemeenten beschikken over een ste-
Ook op het gebied van de werktuigbouwkun- denbouwkundige dienst waarin allerlei bestem-
dige-, elektrotechnische- en transportinstallaties mingsplannen worden ontwikkeld. De kleinere
schakelt de opdrachtgever in overleg met de gemeenten vallen veelal terug op stedenbouw-
architect deskundige adviseurs in. Dit is nodig kundige adviesbureaus.
voor het bepalen van de benodigde capaciteiten
van installaties, het ontwerpen van installaties en 1.4.1.c Aannemer
het uitwerken van de installaties in bestek en Niet alleen de architect omringt zich met
bestektekeningen ten behoeve van de prijsvor- meerdere partijen al naar gelang de omvang
ming. Ten behoeve van de uitvoering kunnen en complexiteit van de opdracht. Ook de aan-

06950408_hfdst01.indd 14 16-11-2005 15:33:03


1 BOUWEN 15

Figuur 1.13 Gedeelte van een stedenbouwkundig plan

nemer heeft niet alle disciplines in huis om het het fabriceren van staalconstructies en alumi-
totale bouwwerk te kunnen realiseren. Voor nium gevelkozijnen, gevelbekledingsystemen,
de leverantie van hout, verf, bouwmaterialen, enzovoort.
bouwproducten, samengestelde elementen en
installatieonderdelen wordt teruggevallen op de De onderaannemers zijn op een bepaald onder-
toeleverancier. deel gespecialiseerde bedrijven. Het aanbod van
onderaannemers is dusdanig groot dat voor alle
Voor het verrichten van diverse werkzaamheden werkzaamheden aan een bouwwerk onderaan-
zoals stukadoren, schilderen, maar ook metselen nemers kunnen worden ingeschakeld. Was het in
maakt de aannemer gebruik van onderaan- het verleden zo dat alle bouwkundige werkzaam-
nemers. De werktuigbouwkundige-, elektrotech- heden konden worden uitgevoerd door de aan-
nische- en transportinstallaties zal de aannemer nemer, sinds de laatste tientallen jaren is het heel
altijd uitbesteden aan installateurs. gewoon dat 50 tot 80% van de werkzaamheden
wordt uitgevoerd door de gespecialiseerde on-
Een volgende stap is natuurlijk dat producten deraannemers. Er zijn zelfs aannemers die 100%
door de toeleverancier worden samengesteld, en van de werkzaamheden uitbesteden. Het gevaar
vervolgens als grotere bouwelementen worden van deze ontwikkeling is wel dat de betrokken-
aangevoerd en op de bouwplaats alleen nog heid tot het totale bouwwerk sterk afneemt,
maar moeten worden geplaatst. Voorbeelden wat weer ten koste gaat van de kwaliteit. Meer
hiervan zijn: de betonindustrie die heipalen en onderaannemers inschakelen zal een betere
prefab betonnen elementen, balken en kolom- controle op geleverde kwaliteit van de aannemer
men levert en de constructiewerkplaatsen voor vergen.

06950408_hfdst01.indd 15 16-11-2005 15:33:04


16

Het is in de bouwnijverheid altijd gebruikelijk Doelstelling van het faseren van het bouwproces
geweest de uitvoering van installaties onder te is om per deelfase toetsing en besluitvorming te
brengen bij de installateurs. De aannemer is laten plaatsvinden. Ten slotte gaat het om een
evenals de architect gericht op de bouwkundige eenmalig product. Door de fasering kan ook
werkzaamheden en heeft minder verstand van bewaking van tijd en financiën goed plaatsvin-
installaties. De aannemers beschikken dan ook den. Een belangrijk voordeel van het faseren van
zelden over installateurs binnen hun bedrijf, de diverse werkzaamheden is de mogelijkheid de
zodat uitbesteding hiervan heel gewoon is. voortgang van het project zichtbaar te maken.
Een ander voordeel is dat stap voor stap zicht-
1.4.1.d Gebruiker baar wordt dat het resultaat inderdaad wordt
De gebruiker van een gebouw of woning is in bereikt. Het lijkt erop dat de fasering van het
feite de partij die de functies van een bouwwerk bouwproces de inbreng en besluitvorming van
benut. Het kan de incidentele opdrachtgever de opdrachtgever beter mogelijk maakt. Dit leidt
zijn, die naast opdrachtgever ook de uiteinde- tot vergroting van de doelgerichtheid.
lijke gebruiker van een gebouw of woning is. De
gebruiker kan ook degene zijn die een gebouw Bij het faseren gaat het om inhoudelijke activi-
huurt van de professionele opdrachtgever. teiten. Doel van het proces is natuurlijk om een
resultaat te verkrijgen.
Uit deze bespreking van de belangrijkste partijen
blijkt dat er in de bouwnijverheid nauwelijks 1 Initiatief
Programma

sprake is van samenwerking tussen de partici-


panten. Dit kan een mogelijke oorzaak zijn voor 2 Haalbaarheidsstudie
veel voorkomende fouten tijdens de uitvoering.
Dit wordt nog eens versterkt omdat de samen- 3 Projectdefinitie
stelling van de ontwerpende en de uitvoerende
bedrijven evenals de personeelsbezetting per
4 Structuurontwerp
project steeds weer verschilt.
Ontwerp

5 Voorlopig ontwerp
In de hoofdstukken 4 en 5 van dit boek wordt
dieper ingegaan op de hier opgesomde parti-
6 Definitief ontwerp
cipanten. Hierbij is een scheiding aangebracht
tussen de opdrachtgevende en de opdracht-
Uitwerking

nemende bouw. De opdrachtgevende bouw 7 Bestek


heeft betrekking op de opdrachtgevers en de
opdrachtnemende bouw heeft betrekking op de 8 Prijsvorming
architect met al zijn adviseurs en de aannemer
met al zijn onderaannemers, bouwmaterialen-
9 Werkvoorbereiding
handelaren en toeleveranciers.
Realisering

10 Uitvoering
1.4.2 Fasen in het bouwproces
De vijf elementaire procesfuncties (initiatief, 11 Oplevering
grond, geld, ontwerpen en uitvoeren) en de vier
belangrijkste partijen (opdrachtgever, architect,
aannemer en gebruiker) in het huidige bouw- Beheer
proces zijn nu bekend. Voordat dieper wordt
ingegaan op de diverse samenwerkingsvormen
worden in deze paragraaf de hoofdlijnen weer- Sloop
gegeven van de verschillende fasen die zich
voordoen in het bouwproces van een project. Figuur 1.14 Fasering van het bouwproces volgens het NEN

06950408_hfdst01.indd 16 16-11-2005 15:33:05


1 BOUWEN 17

Dit betekent dat de inhoudelijke activiteiten gebruiksfase breekt dan aan. Het streven moet
opgenomen in figuur 1.14 stapsgewijs een zijn het bouwwerk continu in een optimale con-
waarde toevoegen aan het resultaat. Het gevolg ditie te houden in overeenstemming met de ge-
hiervan is dat elk van deze activiteiten nood- wenste functionaliteit. Kan het gebouw op geen
zakelijk is om het resultaat te verkrijgen en bij enkele wijze meer voldoen aan zijn functie, zelfs
het niet uitvoeren van een activiteit een ander niet door middel van een grootschalige renovatie
project-resultaat tot stand komt. of herbestemming (bijvoorbeeld een kantoor
wordt geschikt gemaakt voor appartementen),
Bij fasering van het bouwproces moet er wel dan kan sloop plaatsvinden.
worden opgelet dat als de activiteiten stap voor
stap worden doorlopen vastgesteld moet kun- Dit is de fasering die in de Nederlandse bouwnij-
nen worden wanneer een activiteit is afgerond. verheid wordt gehanteerd en die in hoofdstuk 3
Daartoe moet per activiteit duidelijk zijn wat het verder wordt uitgewerkt. Ook uit deze fasering
resultaat van die activiteit moet zijn (resultaatver- blijkt dat er verschillende partijen betrokken
wachting). In figuur 1.14 is het totaaloverzicht zijn bij het bouwproces. In ieder geval is er een
opgenomen van de fasering van het bouwproces duidelijke scheiding tussen het ontwerpen en de
onderverdeeld naar fase en activiteit. realisatie. De overgang tussen de ontwerpfase
en de realisatiefase is de uitwerking. Deze fase is
Ten grondslag aan elk bouwproces ligt de be- noodzakelijk om de architect de mogelijkheid te
hoefte van een opdrachtgever aan een nieuw bieden bestek en bestektekeningen te vervaardi-
of verbeterd gebouw of woning. De opdracht- gen, meestal zonder overleg met de aannemer,
gever zal pas besluiten tot de volgende fase als en om uiteindelijk van de aannemer de prijs te
hij duidelijk inziet dat met de nieuwe huisvesting verkrijgen waarvoor het bouwwerk wordt uitge-
belangrijke voordelen zijn te behalen. In de voerd.
programmafase wordt de basis gelegd voor de
ontwerpfase door middel van de projectdefinitie. 1.4.3 Organisatievormen
Met name kenmerkt deze programmafase zich Wij kennen nu de partijen die in de verschillende
door het opstellen van de eisen waaraan het fasen van het bouwproces moeten samenwer-
eindproduct moet voldoen. ken. Dit resulteert in de zogeheten bouworga-
nisatie. In Nederland kennen wij verschillende
In de ontwerpfase gaat het om het vinden van vormen van samenwerking dus verschillende
oplossingen. De architect verwerkt de project- bouworganisatievormen. Het belangrijkste
definitie tot plattegronden, aanzichten en door- onderscheid tussen de verschillende bouworga-
sneden. Het resultaat van de ontwerpfase is een nisatievormen is in welke fase de verschillende
definitief ontwerp dat in de uitwerkingsfase zal partijen samenwerken. De kwaliteit van dat
worden gebruikt om het bestek te specificeren. bouwwerk staat of valt met een goede organisa-
Nadat het bestek en de bijbehorende bestekteke- tie van de inbreng van alle participanten.
ningen door de opdrachtgever zijn goedgekeurd
vindt de prijsvorming plaats. Het resultaat van De drie hoofdvormen van bouworganisaties in
de aanbesteding is dat de definitieve uitvoerings- Nederland zijn:
contracten kunnen worden opgesteld. 1 traditionele organisatievorm. Hierbij stelt de
opdrachtgever vast wie de architect en de aan-
In de realisatiefase wordt het bouwwerk uitge- nemer zijn. De architect is dan verantwoordelijk
voerd. De opzet van de uitvoeringsmethode voor het ontwerp en eventueel voor de controle
wordt bepaald, het werk wordt voorbereid en op de bouwplaats. De aannemer is verantwoor-
tijdens de uitvoering worden de factoren kwali- delijk voor de uitvoering;
teit, kosten en tijd scherp bewaakt. 2 bouwteam. Hierbij tracht de opdrachtgever
door het bijeenbrengen van de ontwerpende
Na de oplevering kan het bouwwerk definitief en de uitvoerende partijen deze gezamenlijk
in gebruik worden genomen en de beheer- en verantwoordelijk te maken voor het ontwerp en

06950408_hfdst01.indd 17 16-11-2005 15:33:05


18

bijbehorende controle. De uitvoerende partijen • general contracting;


blijven verantwoordelijk voor de uitvoering; • managementcontracting;
3 turn-key-contract. De turn-key-organisatie is • prestatieconcepten;
totaal verantwoordelijk voor het ontwerp als- • strategische netwerken;
mede de uitvoering van het bouwwerk. De • totaalbouwondernemers.
opdrachtgever is alleen aanwezig bij het initiatief
en pas weer bij de ingebruikname om de sleutel 1.4.4 Rol van overheid
om te draaien: turn-key. Hiervoor is al aan de orde gekomen dat de over-
heid een dominante invloed heeft op de tot-
Door de jaren heen hebben de bouworganisa- standkoming van een bouwwerk, figuur 1.15.
tievormen zich ontwikkeld van ‘turn-key’ in de
Te
c
Middeleeuwen (de bouwmeester was verant- hn
isc
he nin
g
reg plan
woordelijk voor het ontwerp en de uitvoering) elg ijke
ev tel
ing im
tot de traditionele organisatievorm ten tijde van Ru

de industriële revolutie (duidelijke scheiding van


taken en verantwoordelijkheden tussen architect De
en aannemer). In de jaren zestig van de vorige bouwmarkt
Over
eeuw is het bouwteam ontstaan. Doelstelling v ing opdr heid als g
re gelge achtg r
nciële ever ote
was om door een constante samenwerking de Fina

afstemming tussen ontwerp en uitvoering te

Overige regelgeving en
andere bemoeienis
bewerkstelligen, met als resultaat een betere
kwaliteit en een lagere prijs. Al gauw is het
bouwteam verworden tot een organisatievorm
om zo snel mogelijk de prijs te weten. De inte-
gratie tussen ontwerp en uitvoering die werd
nagestreefd, werd dus nooit bereikt. Om dit Figuur 1.15 Dominante invloed van de overheid
probleem op te lossen is het turn-key-contract
ontstaan: één organisatie die verantwoordelijk 1.4.4.a Technische regelgeving
is voor het ontwerp en de uitvoering. Dit lijkt De overheid legt door de technische regelgeving
natuurlijk een schitterende oplossing voor de het kwaliteitsniveau van het uiteindelijke product
samenwerkings- en communicatieproblemen in vast. Te noemen zijn het Bouwbesluit, de Arbo-
de bouw. Echter, de partijen die deze bouworga- wetgeving, de van kracht verklaarde NEN- en
nisatievorm oppakten voerden de bouwwerken NPR-normen, enzovoort. Natuurlijk heeft ook
volgens traditionele principes uit. de lokale overheid door middel van Bouw- en
Woningtoezicht en Welstand invloed op de
In hoofdlijnen kan worden gesteld dat de tradi- gebouwde omgeving. De ontwikkelingen zijn
tionele vorm vooral geschikt is voor de eenvou- nog niet ten einde. Maatregelen die verband
dige, eenmalige projecten. Het bouwteam is zeer houden met het milieu staan op dit moment
geschikt zolang het projectbelang niet botst met nadrukkelijk in de belangstelling. Duurzaam
het bedrijfsbelang van de aannemer. Turn-key bouwen is dan ook een term die de komende
is goed voor de opdrachtgever die weet wat hij jaren steeds meer impact zal krijgen. Het gevolg
wenst en die kennis van zaken heeft. van deze technische regelgeving is dat er een
uniforme vraag is ontstaan, zodat concurrentie
De bouwnijverheid is nog steeds zoekende om tussen de bedrijven niet gaat om verschillen in
de problemen van de bedrijfstak, zoals de dui- kwaliteit (de regelgeving laat nauwelijks speel-
delijke scheiding tussen ontwerp en uitvoering, ruimte hiertoe open) maar op de prijs.
de moeizame samenwerking en de communica-
tieproblemen tussen al deze partijen, op te los- 1.4.4.b Ruimtelijke planning
sen. Dit heeft inmiddels al weer geresulteerd in Door de overheid wordt ook zorgvuldig omge-
erheid nieuwe bouworganisatievormen zoals: sprongen met de beschikbare ruimte (ruimtelijke

06950408_hfdst01.indd 18 16-11-2005 15:33:05


1 BOUWEN 19

ordening). Beslissingen op dit punt hebben een den zich totaal niet bezig met marktonderzoek,
directe invloed op de hoeveelheid beschikbare marketingstrategieën en dergelijke. Een logisch
bouwgrond en daardoor natuurlijk ook op het gevolg hiervan is het feit dat de innovatie van de
bouwproductievolume. totale bouwnijverheid niet of nauwelijks van de
grond kwam.
1.4.4.c Financiële regelgeving De overheid is zich echter steeds meer aan het
De overheid heeft met name in het verleden terugtrekken zodat het voor alle partijen op de
een zeer dominante financiële invloed gehad op bouwmarkt van belang is een strategie voor de
de bouwmarkt door middel van de financiële toekomst te ontwikkelen. In hoofdstuk 8 wordt
regelgeving. De overheid verstrekte leningen dieper ingegaan op de toekomst van de bouw-
en garanties, gaf object- en locatiesubsidies, en nijverheid op de middellange termijn. De rol van
regelt nog steeds de huursubsidies en de fiscale de overheid wordt verder uitgewerkt in hoofd-
aspecten van het wonen, zoals rente-aftrek- stuk 6.
mogelijkheden van de hypotheken. Het grootste
gedeelte van deze regelgeving heeft betrekking 1.4.5 Bouwmethoden
op de woningbouw, en niet op de andere sec- De ontwerpende partijen, zo blijkt uit de fasering
toren (utiliteitsbouw en grond-, weg- en water- van het bouwproces, leggen in het begin van
bouw). Hierdoor ontstaat in de woningbouw ech- het proces een aantal primaire keuzes vast die
ter een zeer strakke financiële marge waarbinnen grote consequenties hebben voor de verdere
de bouwproducten moeten worden geleverd. organisatie tijdens de uitvoering. Met name de
Verder ontstaat er door de overige regelgeving keuze voor een specifieke bouwmethode bepaalt
zoals mededingings-, vestigings-, en aanbeste- de karakteristieken voor de logistiek en uitvoe-
dingsbeleid een grote invloed op het functione- ringswijze van het project. Als we praten over de
ren van de bouwmarkt. Ook de invloed van de diverse bouwmethoden dan is het gebruikelijk de
overheid door middel van de wetgeving met constructie centraal te stellen. De reden hier voor
betrekking tot de arbeidsomstandigheden heeft is simpel. Alle werkzaamheden op de bouwplaats
een behoorlijke impact op de bouwnijverheid. worden beïnvloed door de gekozen funderings-
wijze en werkwijze voor de draagconstructie. Een
1.4.4.d Overheid als opdrachtgever veel gehanteerde indeling van de diverse bouw-
Als opdrachtgever is de overheid (Rijkswaterstaat methoden is het onderscheid tussen:
en de lagere overheden) de grootste opdracht- ◆ stapelbouw;
gever. Ook in de utiliteitsbouw is de overheid via ◆ gietbouw;
de Rijksgebouwendienst en Dienst Gebouwen ◆ montagebouw.
Werken en Terreinen van het Ministerie van
Defensie een zeer belangrijke opdrachtgever. ◆ Stapelbouw
Daarnaast heeft de overheid door middel van de Stapelbouw werd gekenmerkt door een vloer-
financiële regelgeving en het beschikbaar stellen constructie van hout (houten balklaag met vloer-
van contingenten een zeer dominante invloed in delen) die in het werk werd vervaardigd. Thans
de woningbouw. worden de vloeren vervaardigd van beton die in
het werk in niet-gestandaardiseerde bekistingen
De conclusie is dan ook simpel: op een dergelijke is gestort. Ook kunnen de vloeren worden
bouwmarkt die voor een groot gedeelte door samengesteld uit prefab betonnen vloerelemen-
regelgeving wordt bepaald liggen de kwaliteits- ten. De draagwand bestaat uit in het werk ge-
niveaus grotendeels vast. Het is dan lastig voor metselde of gelijmde bakstenen, kalkzandstenen
een bouwbedrijf zich te onderscheiden van de of van betonsteen.
collega’s, anders dan op prijs. Door de domi-
nante rol van de overheid die bepaalde wat er ◆ Gietbouw
moest worden gebouwd, richtten de bouwbe- De tweede methode is gietbouw, waarbij de
drijven zich op een technisch en organisatorisch bouwstoffen op het werk worden aangevoerd en
optimale bedrijfsvoering. De bouwbedrijven hiel- daar verder nat worden verwerkt. De bouwstof-

06950408_hfdst01.indd 19 16-11-2005 15:33:06


20

fen die in de gietbouw worden gehanteerd zijn 1.5.1 Gevolgen van veranderende markt
de zogenaamde vormloze bouwstoffen zoals De trend is nu dat de overheid zich als regule-
grind, zand en cement. Grondprincipe bij giet- rende orgaan steeds verder gaat terugtrekken.
bouw is dat de wand- en vloerconstructie met Dit betekent dat we gaan overstappen naar een
behulp van bekisting op de bouwplaats wordt zichzelf regulerend marktmodel. De marktpar-
gestort. Bij de traditionele gietbouw gaat het om tijen gaan meer en meer bepalen wat er
op de bouwplaats samengestelde unieke bekis- gebouwd moet gaan worden. Concreet betekent
tingen, terwijl bij de niet-traditionele gietbouw dit dat de volgende ontwikkelingen zullen plaats-
gestandaardiseerde bekistingen worden gebruikt. vinden:
• de gebruiker van de onroerende zaak krijgt
◆ Montagebouw een steeds belangrijkere rol bij in principe alle
Bij de derde bouwmethode, de montagebouw, procesactiviteiten. Dit heeft tot gevolg dat
wordt gebruikgemaakt van bouwelementen tijdens het ontwikkelen ook gelet gaat worden
die op het werk worden aangevoerd. De mon- op aspecten die verband houden met het be-
tagebouw is per definitie niet traditioneel. In heer;
tegenstelling tot de gietbouw gaat het om • doordat de gebruiker/beheerder meer invloed
zogenaamde grote elementen die buiten de krijgt in het proces zal de aannemer eveneens
bouwplaats in de fabrieken worden vervaardigd een toenemende invloed krijgen, in eerste
en op de bouwplaats worden geassembleerd. instantie op het ontwerp maar later ook op het
De elementen zijn in de fabriek al voorzien van Programma van Eisen. De aannemer is namelijk
diverse sparingen, leidingen, enzovoorts. Dit degene die uiteindelijk garanties aan de gebrui-
laatste gebeurt nog op een te geringe schaal. ker zal verstrekken ten aanzien van onderdelen
De meeste gebouwen en woningen worden nog van het totale beheer. Het is logisch dat de aan-
gerealiseerd via het traditionele stapelbouw- nemer dan ook invloed wil hebben op het proces
principe eventueel in combinatie met gietbouw. waar een en ander wordt ontwikkeld en vormge-
geven;
Ook hier ligt voor de komende jaren een enorme • ook de opdrachtgever zal een toenemende
uitdaging om gezamenlijk met wijzigingen in de invloed tentoonspreiden en wel ten aanzien van
bouworganisatievormen te komen tot een meer alle procesactiviteiten. Dit om de eenvoudige
geïndustrialiseerde bouwnijverheid. reden dat de aanbiedersmarkt is veranderd in
een vragersmarkt;
• omdat steeds meer partijen invloed willen op
1.5 Maatschappelijke trends het bouwproces zal er toch minimaal één partij
moeten zijn die een afnemende invloed krijgt en
Uit het voorgaande is de conclusie te trekken dat dat is de architect. De architect zal als onafhan-
de bouwnijverheid moet gaan veranderen in een kelijke partij in het bouwproces ten aanzien van
uiterst professionele industrietak, door gebruik alle procesactiviteiten een afnemende invloed
te maken van moderne samenwerkingsvormen, krijgen;
informatietechnologie en industrialisatiemoge- • een afnemende invloed van de overheid als
lijkheden. Maar dat is niet het enige. Er zijn in de regulerende en toetsende partij.
maatschappij trends waar te nemen, die los van
wat wenselijk zou zijn, de bouwnijverheid nopen Het gevolg van de hier geschetste trend is dat er
te veranderen. Het gaat om de volgende trends: een totaal andere samenwerkingsvorm zal moe-
• gevolgen van de veranderende markt; ten ontstaan in vergelijking met de nu gangbare
• gevolgen van de veranderende regelgeving; bouworganisatievormen.
• gevolgen van de veranderende informatie-
technologie; 1.5.2 Gevolgen van veranderende
• gevolgen van de industrialisatie; regelgeving
• gevolgen van de parlementaire enquête; De veranderende regelgeving zoals het Bouw-
• effecten van Duurzaam Bouwen. besluit, de Kwaliteitstoets en de Energiepresta-

06950408_hfdst01.indd 20 16-11-2005 15:33:06


1 BOUWEN 21

tienorm hebben een behoorlijke invloed op de meer en meer naar voren schuift in het bouw-
kwaliteits- en kostenbewustzijn van de opdracht- proces.
gevers en de architecten. In een vroeg stadium
van het bouwproces zullen er keuzes moeten 1.5.5 Gevolgen van parlementaire enquête
worden gemaakt uit de kwaliteitsmogelijkheden Naar aanleiding van de zaak rond de schaduw-
die er zijn. Dit vergt echter wel deskundigheid boekhouding van het Groningse bedrijf Koop
op het gebied van kosten, teneinde bij de kwa- Tjuchem en de fraude bij de bouw van de Schip-
liteitskeuzes dit kostenaspect mee te kunnen holtunnel stelde de Tweede Kamer in 2002 een
nemen. Dit betekent dat de partij met de meeste parlementaire enquête in. Onderzocht werd de
kostendeskundigheid ook meer invloed gaat krij- ongeoorloofde kartelvorming, prijsafspraken en
gen op het samenstellen van het Programma van andere wanpraktijken in de bouwwereld. Ook
Eisen en het ontwerp: de aannemer dus. is de rol van de overheid bekeken bij het onder-
zoek. De gevolgen voor de bouwnijverheid zijn
1.5.3 Gevolgen van veranderende desastreus:
informatietechnologie • de komende jaren verdwijnen in de bouw
De verwachte trend is dat de informatietechno- tienduizenden banen (in 2004 opgelopen tot
logie een sterke integrerende invloed zal hebben 50.000) als gevolg van de nieuwe marktverhou-
op het bouwproces. De communicatie tussen de dingen;
samenwerkende partijen in het proces kan gaan • het Rijk en enkele tientallen gemeenten start-
toenemen door het gebruik van de computer. ten procedures om bij de bouwbedrijven die hen
Dit vereist natuurlijk wel de nodige afstemming hebben benadeeld honderden miljoenen euro’s
om te komen tot een effectieve uitvoering van terug te halen. De bouwkosten zullen hierdoor
de werkzaamheden en sluitende afspraken over na een voorlopige daling sterk gaan stijgen;
taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast biedt • de bouwnijverheid heeft nu een onbetrouw-
het gebruik van de informatietechnologie ook baar imago.
de opdrachtgever de mogelijkheid de projectge-
richte informatie te raadplegen en te toetsen. Dit 1.5.6 Duurzaam Bouwen
betekent dus dat de opdrachtgever nog nadruk- Tot slot moet worden stilgestaan bij het milieu.
kelijker zijn controlerende rol kan uitvoeren. In de meeste westerse landen en vooral in
Nederland wordt steeds meer onderkend dat
De ontwikkelingen op het gebied van de infor- een duurzaam milieu zowel uit maatschappe-
matietechnologie hebben tevens tot gevolg dat lijk als economisch oogpunt noodzakelijk is. In
de partij die optreedt als de beheerder van de Nederland heeft dat al geresulteerd in het zoge-
computerondersteunende communicatie tevens naamd Duurzaam Bouwen. Deze gedachtegang
een centrale en coördinerende rol in het bouw- moet een sterke motor gaan vormen voor het
proces zal vervullen. Met andere woorden: ontwikkelen van nieuwe, duurzame producten
degene die kapitaalkrachtig genoeg is om over en tevens naar nieuwe concepten voor woning-
een compleet informatiesysteem voor het bouw- bouw en utiliteitsbouw, de wijze van produceren
proces te beschikken zal de spil in het nieuwe en de belasting daarvan op het milieu. Dit kan
proces gaan worden. natuurlijk de kans zijn om een geheel nieuw type
bouwmarkt te ontwikkelen. De verwachting is
1.5.4 Gevolgen van industrialisatie uitgesproken door verschillende futurologen dat
Zoals aangegeven is industrialisatie in de bouw- deze zogenaamde Duurzame Ontwikkeling de
nijverheid een must. De consequentie van deze vierde golf zal worden in de driegolventheorie
al in gang gezette ontwikkeling is echter wel van Alvin Toffler. In figuur 1.16 is dit weergege-
dat een groot gedeelte van de ontwerp- en uit- ven.
voeringswerkzaamheden wordt verricht door de
toeleveringsindustrie. De invloed van de toeleve-
ringsindustrie op het ontwerpen en uitvoeren zal
dan ook gaan toenemen. Alweer een partij die

06950408_hfdst01.indd 21 16-11-2005 15:33:06


22

0
1700 1980 2010
Landbouwmaatschappij Informatiemaatschappij
Industriële maatschappij Duurzame maatschappij

Figuur 1.16 De vier maatschappelijke golven

Samenvatting
In dit hoofdstuk zijn in hoofdlijnen alle as-
pecten van de bouwnijverheid uiteengezet.
Hierbij is tevens aangegeven waar eventuele
knelpunten aanwezig zijn. Aangegeven is
welke veranderingen zouden moeten worden
doorgevoerd. De ontwikkelingen die op ons
afkomen en de trends die al zijn ingezet,
onderstrepen nogmaals dat de bouwnijver-
heid voor ingrijpende veranderingen staat. In
de volgende hoofdstukken worden de diverse
onderwerpen uitvoeriger besproken, waarna
in hoofdstuk 8 wordt aangegeven hoe de
bouwnijverheid moet veranderen om te kun-
nen overleven op middellange termijn.

06950408_hfdst01.indd 22 16-11-2005 15:33:07


Structuur van de bouwnijverheid
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
2
Bouwnijverheid wordt vaak gezien als totaalbegrip voor alle bouw-
bedrijven en aannemingsbedrijven. Maar de bouwnijverheid omvat
meer. Niet alleen het daadwerkelijk bouwen, maar ook de toeleve-
ringsindustrie evenals het ontwerpen en adviseren in de breedste
zin van het woord. Gezien de totale jaaromzet behoort de bouw-
nijverheid tot de grootste branches. Ondanks deze positie is zij ten
opzichte van andere branches te kenschetsen als volgend en traditio-
neel, niet initiërend, innoverend of sturend. Dit is voor een groot deel
het gevolg van de gefragmenteerde structuur van de Nederlandse
bouwnijverheid. Toch neemt Europees gezien de Nederlandse bouw-
nijverheid wat betreft de prijs/kwaliteitsverhouding en de efficiënte
uitvoering evenals projectmanagement een vooraanstaande plaats in.

06950408_hfdst02.indd 23 16-11-2005 15:34:43


24

Inleiding 2.1 Indeling van bouwnijverheid

Als we praten over de bouwnijverheid is niet De indeling van de bouwnijverheid kan op drie
direct duidelijk wat hieronder valt, welke manieren plaatsvinden: naar type bedrijf, naar
producten en diensten ertoe behoren, welke producten ofwel marktsegmenten of naar aard
bedrijven in de branche werkzaam zijn, wat de van de werkzaamheden.
gezamenlijke productie is, wat de karakte-
ristieken van deze bedrijfstak zijn, enzovoort. 2.1.1 Indeling naar type bedrijf
Volgens de definitie van VROM valt de totale
Een goede definitie van het begrip bouwnijver- aanbodzijde voor de technische realisatie en
heid is in 1987 door het Ministerie van Volks- instandhouding van onroerende zaken onder
huisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu de bouwnijverheid. Dit betekent dus dat vele
gegeven: ’De bouwnijverheid bestaat uit het bedrijven van verschillende pluimage werkzaam
geheel van bedrijven die bijdragen aan de tech- zijn in de bouw, figuur 2.1.
nische realisatie en instandhouding van bouw-
werken‘. Architectenbureaus
• ontwerpende architecten;
Deze definitie geeft duidelijk aan dat naast de • uitvoerende architecten;
aannemingsbedrijven onder de bouwnijverheid • interieurarchitecten;
tevens zijn inbegrepen de ontwerpende en
• tuinarchitecten;
adviserende bedrijven, die direct bij de tech-
• facilitairtekenbureaus;
nische realisatie en instandhouding zijn betrok-
ken, evenals de betrokken toeleveringsbedrijven.
Vrij vertaald betekent dit dat onder de bouw- Ingenieursbureaus
nijverheid kan worden verstaan het totaal aan • constructiebureaus;
bedrijven dat aan de aanbodzijde van de bouw- • bouwkundige adviesbureaus;
markt opereert. Een verdere uiteenzetting wordt • installatietechnische adviesbureaus;
gegeven in paragraaf 2.1. • stedenbouwkundige adviesbureaus;
• bouwkosten adviesbureaus;
Vervolgens wordt in dit hoofdstuk het belang
• bouwfysische adviesbureaus;
van de bouwnijverheid voor de Nederlandse
economie toegelicht. Tevens wordt ingezoomd • projectmanagementbureaus;
op de karakteristieken van de bouwnijverheid.
De markt, de producten en diensten komen Bouwbedrijven
hierbij aan bod. Ook de bouwmarkt is sterk in • bouwkundig aannemer;
beweging en ontwikkeling. De factoren die deze • stucadoors;
ontwikkelingen beïnvloeden worden per sector • schilders;
in de bouwnijverheid (de woningbouw, de utili-
teitsbouw en de grond-, water- en wegenbouw)
Installatiebedrijven
nader uitgewerkt.
• elektrotechniek;
Tot slot wordt in dit hoofdstuk de bouwnijver- • warmtetechniek;
heid in Nederland gespiegeld aan die van • liften;
Europa. Gekeken wordt naar de omzet, de pro-
ductiviteit, de innovatie en het aandeel van de Toeleveranciers
bouw in het Bruto Nationaal Product. Op basis
• bouwmaterialenhandel;
van het totaal wordt dit hoofdstuk met een toe-
• fabrikanten.
komstperspectief afgesloten.
Figuur 2.1 Indeling bouwnijverheid naar type bedrijf

06950408_hfdst02.indd 24 16-11-2005 15:34:44


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 25

In paragraaf 1.4.1 zijn de verschillende par- Woningbouw


ticipanten beschreven. Kenmerkend voor de huurwoningen;
bouwnijverheid is dat vele bedrijven moeten koopwoningen;
worden ingeschakeld om uiteindelijk het recreatie.
gewenste resultaat te bereiken. Alleen bij de
hele grote ondernemingen in Nederland zien
Utiliteitsbouw
we dat alle sectoren en disciplines binnen één
holding zijn vertegenwoordigd. Marktsector:
• zakelijke dienstverleners;
2.1.2 Indeling naar marktsegmenten • handel en horeca;
Een andere belangrijke onderverdeling van de • industrie en bouwnijverheid;
bouwnijverheid is die naar producten of anders
• vervoer en communicatie;
gezegd marktsegmenten. In de bouw wordt
• landbouw en visserij.
meestal gewerkt met een driedeling:
1 woningbouw;
2 utiliteitsbouw; Budgetsector:
3 grond-, weg- en waterbouw (GWW). • overheid;
• onderwijs;
In de woningbouw is de overheid altijd sterk • gezondheidszorg;
betrokken geweest bij de financiering van de
• maatschappelijke dienstverlening.
woningbouw, zodat de onderverdeling naar
financieringsvorm inzicht geeft in de opbouw.
De gesubsidieerde woningbouw vormde tot voor Grond-, Weg- en Waterbouw
kort de zogenaamde sociale woningbouw. Door- Budgetsector:
dat de rijksoverheid zich heeft teruggetrokken • Rijk;
uit het subsidiëren van de woningbouw komt bij • lager publiekrechtelijke lichamen.
nieuwe woningen de term sociale woningbouw
niet meer voor. Wij hebben nu te maken met Onderhoud:
huurwoningen en koopwoningen, figuur 2.2.
niet-nieuwbouw;
Deze zijn natuurlijk in de diverse (prijs)klassen
verkrijgbaar. Huurwoningen kunnen worden ver- klein onderhoud.
kregen bij de woningbouwcorporaties, institutio- Figuur 2.2 Indeling bouwnijverheid naar marktsectoren
nele beleggers en particuliere beleggers.
De Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) wordt
Bij de utiliteitsbouw kan worden gekeken naar de ook opgedeeld naar marktsector en budgetsec-
aard van de gebouwen of de wijze van financie- tor. In de budgetsector wordt een onderscheid
ring. Er wordt gesproken over de marktsector gemaakt tussen rijk en lager publiekrechtelijke
en de budgetsector. De marktsector bestaat uit lichamen.
opdrachtgevers in de zakelijke dienstverlening,
de handel en horeca, industrie en bouwnijver- Het laatste marktsegment is onderhoud.
heid, vervoer en communicatie en landbouw en Bij onderhoud wordt een onderscheid gemaakt
visserij. De budgetsector bestaat uit overheid, tussen niet-nieuwbouw en klein onderhoud.
onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijke Niet-nieuwbouw betreft bestedingen aan
dienstverlening. In de budgetsector is de over- bouwproducten met een levensduurverlengend
heid direct of indirect betrokken bij de investerin- karakter die niet als nieuwbouw worden ge-
gen in de gebouwen of de infrastructuur. kenmerkt. Onder klein onderhoud vallen ook
bestedingen aan bouwproducten, maar hebben
geen levensduurverlengend karakter; het zijn
consumptieve uitgaven.

06950408_hfdst02.indd 25 16-11-2005 15:34:44


26

2.1.3 Indeling naar aard van werkzaam- De waarde en omvang van het product is in ver-
heden gelijking met andere industrieën relatief groot,
Wordt gekeken naar de aard van de werkzaam- waarbij de productie telkens weer op een andere
heden, dan kan een onderverdeling worden ge- locatie plaatsvindt. Daarnaast is in vergelijking
maakt naar aard van de werkzaamheden, figuur met andere industrietakken in Nederland de ont-
2.3. wikkeling van de productiviteit in de bouwnijver-
heid laag en loopt de innovatie (ver) achter.
Nieuwbouw
Verbouw 2.2.1 Markt
De bouwmarkt is in sterke mate een ‘relatie-
Restauratie
markt’; plaatselijke opdrachtgevers geven op
Vernieuwbouw (renovatie)
basis van regionaal-economische gronden en
Onderhoud omwille van het vertrouwen vaak de voorkeur
Figuur 2.3 Indeling bouwnijverheid naar aard van werk- aan plaatselijke bouwers. Daarnaast is het zo
zaamheden dat juist het ambachtelijke en plaatsgebonden
produceren op locatie de bouwnijverheid karak-
De nieuwbouw spreekt voor zich. Het gaat hier teriseert. Het is dan ook logisch dat de bouwnij-
om het geheel nieuw realiseren van gebouwen, verheid van oudsher opereert binnen de grenzen
woningen, wegen, havens, enzovoort. Verbouw, van een vestiging: dus lokaal of regionaal. Dit
restauratie, renovatie en onderhoud zijn werk- geldt zowel voor de aannemers als de installa-
zaamheden die aan bestaande onroerende zaken teurs, de onderaannemers en de bouwmateria-
worden uitgevoerd. Vaak zien we dat deze werk- lenhandelaren.
zaamheden vallend onder verbouw, restauratie
en onderhoud worden uitgevoerd door kleine Dit heeft ook weer tot gevolg gehad dat grote
specialistische bedrijven. bedrijven overal in den lande vestigingen
oprichtten dan wel bedrijven opkochten. Het ter
plekke aanwezig zijn is voorwaarde om in aan-
2.2 Karakteristieken merking te komen voor uitvoering van werken.
Dezelfde situatie wordt overigens ook in de
In vergelijking met andere industrieën heeft de andere Europese landen aangetroffen.
bouwnijverheid zeer specifieke karakteristieken.
De producten die worden voortgebracht en De meeste Nederlandse bouwbedrijven richten
het daarmee samenhangende productieproces zich zowel op de utiliteitsbouw en de woning-
worden gekenmerkt door een aantal bijzondere bouw, zowel nieuwbouw, verbouw, herstel en
eigenschappen en omstandigheden. onderhoud. Het richten op meerdere sectoren is
niet alleen ingegeven door de geringe omvang
Een specifiek kenmerk van de bouwnijverheid is van de Nederlandse markt maar ook door de
dat het een sterk regionaal en nationaal gestruc- sterke omzetschommelingen in de genoemde
tureerde markt betreft, en dat het proces op zijn sectoren. Bouwbedrijven moeten hierdoor breed
eigen wijze plaatsvindt. Worden in andere indu- inzetbaar zijn teneinde de aanwezige produc-
strieën beslissingen veelal op zeer rationele en tiecapaciteit te kunnen inzetten. Wel is het zo
kwantificeerbare gronden genomen, in de bouw dat de kleine en middelgrote bedrijven die zich
wordt aan de persoonlijke component grote bezighouden met woningbouw en utiliteitsbouw
waarde gehecht. Dit komt enerzijds doordat het zich zelden richten op de sector GWW. Het
bouwproces langdurig en het overleg intensief is, omgekeerde is ook van toepassing. Bedrijven in
anderzijds doordat het resultaat en de werkwijze de GWW-sector houden zich niet bezig met
niet altijd zijn te kwantificeren. Vertrouwen is woningbouw en utiliteitsbouw.
daarom een zeer belangrijk aspect in de bouw.
Kortom, de aanbodzijde in de bouw richt zich
vanwege de geringe omvang en de sterke

06950408_hfdst02.indd 26 16-11-2005 15:34:44


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 27

schommelingen in de sectoren op het produce- zich alleen te richten op de consument, maar


ren van alle producten en doet dit bij voorkeur moet hij ook terdege rekening houden met de
binnen de grenzen van zijn vestiging. Het kiezen, specifieke belangen van zijn opdrachtgever (de
zoals in andere industrieën plaatsvindt, voor het financier) en met maatschappelijke belangen.
leveren van specifieke producten, dus het
specialiseren, is op de bouwmarkt nog niet aan In vergelijking met andere industrieën is de
de orde. waarde van het product dat door de bouwnijver-
heid wordt geproduceerd (woning, kantoren,
Voor architecten en adviseurs geldt hetzelfde. bedrijfsruimte, wegen, viaducten enzovoort)
Opdrachtgevers vinden het persoonlijke contact relatief hoog. Dit geldt niet alleen ten aanzien
met hun adviseurs zeer belangrijk. Vaak kiezen zij van andere consumptie- en investeringsgoede-
dan ook een plaatselijke architect. Daarnaast is ren, zoals een televisietoestel, computer of auto,
het belangrijk dat de architect de lokale omstan- maar ook in relatie tot het eigen vermogen van
digheden goed kent en de nodige plaatselijke het individuele bouwbedrijf. In onderstaand
contacten heeft. Regelgeving en procedures voorbeeld wordt dit verduidelijkt.
verschillen namelijk lokaal nogal sterk. Voor grote
representatieve gebouwen of stedelijke ontwik- Voorbeeld
kelingen worden vaak beroemde internationale Waarde van gerealiseerde bouwwer-
architecten of stedenbouwkundigen ingescha- ken ten opzichte van eigen vermogen
keld. van een bouwonderneming
Een bouwbedrijf maakt een jaarlijkse omzet
2.2.2 Product van 50 miljoen euro. In een bepaald jaar is
Het product in de bouwnijverheid is het te re- 50% van de omzet gerealiseerd in de utili-
aliseren bouwwerk ofwel een gebouw. Dit kan teitsbouw en 50% in de woningbouw. Het
een kantoor zijn, maar ook een fabriekshal, flat- bouwbedrijf heeft 6 woningbouwprojecten
gebouw, eengezinswoning, stadhuis of garage. opgeleverd tussen de 300.000 Euro en
Kenmerkend is dat het uiteindelijke product 6 miljoen euro. Daarnaast heeft het bedrijf
niet homogeen is. Ieder product is weer op zijn een kantorencomplex gebouwd van 9 mil-
geheel eigen wijze samengesteld. Het enige dat joen euro en 15 andere utiliteitsprojecten
veelal standaard is zijn de bewerkingen. Het is opgeleverd van gemiddeld 1 miljoen Euro.
dan ook logisch dat specialisatie bij uitvoerende Totaal dus 21 projecten. De winst van het
bedrijven niet zozeer plaatsvindt naar product bedrijf bedroeg 2% van de omzet ofwel
maar veel meer naar bewerkingen. Voorbeelden 1 miljoen voor belastingen. Het eigen ver-
hiervan zijn metselaars, timmerlieden, schilders mogen van dit bouwbedrijf was in dat jaar
of stukadoors, die telkens op locatie het uiteinde- 1 miljoen euro.
lijke product vervaardigen.

Een ander kenmerk van het product van de Aan de andere kant moeten we niet vergeten
bouwnijverheid is de lange levensduur. Tijdens de dat door de aard van het productieproces een
levensduur heeft het gebouw vaak verschillende bouwbedrijf niet hoeft te beschikken over dure
gebruikers of bewoners. Deze gebruikers hoe- bedrijfshuisvesting. Ook de materiaalvoorraden
ven geen eigenaar te zijn van het gebouw. Zij zijn klein. Voorfinanciering door het bouwbedrijf
kunnen immers het gebouw hebben gehuurd is beperkt doordat de afnemer tijdens het bouw-
of geleasd van een woningbouwvereniging, proces in termijnen betaalt. De productie in deze
een belegger of een financier. Tijdens de lange bedrijfstak wordt dan ook gerealiseerd met een
levensduur heeft het gebouw ook invloed op relatief geringe inzet van kapitaal. Vooral hier-
zijn omgeving, bijvoorbeeld de omwonenden, door is de toetredingsdrempel in de bouw laag.
de verkeersdrukte, het milieu. Anders dan in de Met andere woorden: in de bouwnijverheid
meeste industrietakken kan dan ook de architect komen er steeds weer kleine bouwbedrijven bij
als productontwikkelaar zich niet veroorloven omdat de investering gering is en er verder wei-

06950408_hfdst02.indd 27 16-11-2005 15:34:44


28

nig eisen worden gesteld. Dit geldt voornamelijk Productiewaarde: 48,5 miljard euro (VROM)
voor de woningbouw en de utiliteitsbouw. Aantal gereedgekomen woningen: 73.000
Zelfstandigen: 75.000 (VROM)
Anders ligt het in de GWW-sector. Deze is dui-
Vacatures: 17.500 (VROM)
delijk kapitaalintensiever, waardoor er in deze
Werkloosheid: 6.800 (VROM)
sector in vergelijking met de woningbouw en de
utiliteitsbouw het aandeel midden- en kleinbe- Ziekteverzuim: 5,1% (VROM)
drijf gering is. Aandeel in bruto nationaal product: 10% (CBS)
Multiplierfactor: 1,5
2.2.3 Bouwlocatie Aantal actieve bedrijven: 73.200 (CBS)
Het gebouw, de woning, de weg of viaduct
Waarde onroerend goed: 1 ,7 miljard euro (CBS)
wordt nooit in zijn geheel in een fabriek ver-
Totale kantorenvoorraad: 28,5 miljoen m2 (jaar
vaardigd. De productie vindt plaats op locatie:
2002, VROM)
de definitieve plaats waar het gebouw moet
staan of de weg moet liggen. Het is duidelijk Figuur 2.4 Belang van de bouwnijverheid in Nederland
dat de omstandigheden waaronder de bouw- Cijfers 2001
nijverheid moet produceren in vergelijking met
bijvoorbeeld de auto-industrie niet optimaal 2.3.1 Omvang
zijn. De uitvoerende bouw wordt dan ook wel De bouwnijverheid vertegenwoordigt in econo-
eens gekenmerkt als ‘de bedrijfstak van de zwer- misch opzicht een groot belang. In 2001 ‘verspij-
vende fabrieken’. Er wordt zelden op voorraad kerde’ bijna een half miljoen mensen een omzet
geproduceerd. De productie vindt telkens weer van bijna 50 miljard euro (figuur 2.4). Hiermee
op een andere locatie plaats. Het gevolg van het behoort de bouw tot de grootste branches in
werken op locatie is dat het productieproces op Nederland wat betreft omzet en werkgelegen-
bepaalde punten gevoelig is voor ongunstige heid. Deze omzet is ruim 10% van het Bruto
weersomstandigheden of juist daardoor vraagt Nationaal Product. De werkgelegenheid be-
om extra maatregelen. Denk hierbij bijvoorbeeld draagt 6% van de nationale werkgelegenheid. In
aan het doorwerken tijdens vorst of regen. totaal zijn er bijna 75.000 bedrijven actief binnen
de bouw, waarvan 90% bestaat uit kleine onder-
nemingen, veelal in de ontwerpende en advise-
2.3 Belang van de bouwnijverheid rende disciplines. Bij uitvoerende bouwbedrijven
ligt deze verhouding anders, hoewel daar ook
Het belang van de bouwnijverheid is natuurlijk een redelijk aantal kleine bedrijven voorkomt. De
aan te tonen door te kijken naar het aandeel in hoofdmoot wordt daar echter gevormd door de
het Bruto Nationaal Product en daaraan gekop- middelgrote bedrijven. In figuur 2.5 is een over-
peld de uitstraling naar andere industrieën, de zicht opgenomen van het aantal bedrijven naar
zogenaamde multiplierfactor. Een andere invals- omvang.
hoek is te kijken naar de bijdrage van de door de
bouwnijverheid geproduceerde producten aan De grootste bouwondernemingen nemen samen
de internationale concurrentiekracht van Neder- een behoorlijk deel van de omzet voor hun reke-
land. ning, figuur 2.6. In 2000 was dat ruim 30%.

Kleinbedrijf Middenbedrijf Grootbedrijf Totaal


Aantal werknemers minder dan 10 10–100 Meer dan 100
Aantal ondernemingen (×1000) 65,1 7,7 0,4 73,2
Arbeidsvolume (arb.jr. ×1000) 154,3 189,8 122,8 466,9
Omzet (× euro 1 mld) 12 26,1 25,9 64

Figuur 2.5 Onderverdeling bouwnijverheid naar bedrijfsgrootte Cijfers 2001

06950408_hfdst02.indd 28 16-11-2005 15:34:45


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 29

B&U GWW Proj.ontw. Omzet in Neder- % van totale


land (mln euro) bouwproductie
BAM NBN HBG x x x 3.021 6,9
Koninklijke Volker Stevin x x x 2.200 5,0
Heijmans x x x 2.130 4,8
TBI x x 1.474 3,3
Strukton x 1.157 2,6
Van Wijnen x x 969 2,2
Ballast Nedam x x x 881 2,0
Koop Tjuchem x x x 805 1,8
Dura Vermeer x x x 782 1,8
13.419 30

Totale bouwvolume 2000 44.074

Figuur 2.6 Grootste Nederlandse bouwondernemingen in 2000 Bron: CAP Analysis

2.3.2 Invloed op andere industrietakken 2.4 Ontwikkelingen in


Het aandeel in het BNP is niet het enige. De bouwproductie
bouw neemt producten af uit tal van andere
branches en industrieën. De werkelijke invloed De omzet en de omzetgroei in de bouw zijn
van de bouwnijverheid is daarom vele malen heel duidelijk conjunctuurgevoelig. Stagnerende
groter. Het grootste deel van de omzet komt economische ontwikkelingen of juist groei van
immers de Nederlandse economie ten goede. De de economie hebben een direct gevolg voor de
multiplier (de factor die aangeeft wat het effect omzet en de omzetverwachting in de bouwnij-
van bestedingen in de ene industrietak is voor verheid. De vooruitzichten voor de bedrijfstak
andere industrietakken) wordt geraamd op 1,5 op middellange termijn zijn dan ook aan sterke
tot 2. schommelingen onderhevig. Een hoge rente-
stand, een stagnerende groei van de besteed-
Met een aantal voorbeelden is aan te geven bare inkomens en een tanend vertrouwen van
welke industrieën belang hebben bij de bouw- consumenten en ondernemers hebben direct
nijverheid. De woningtextielindustrie heeft een invloed op de huidige omzet en omzetverwach-
geschat belang van meer dan 95% bij de bouw- tingen. In deze paragraaf kijken wij eerst naar de
nijverheid. Denk hierbij aan tapijten, vloermat- conjunctuurgevoeligheid en vervolgens naar de
ten, linoleum en viltzeil. Maar ook de hout- en ontwikkelingen voor de komende jaren.
timmerindustrie heeft een belang van circa 85%
bij de bouwnijverheid. De timmerfabrieken maar Het is logisch dat er een verband bestaat tus-
ook de parketvloer- en meubelindustrie, profite- sen de ontwikkelingen in de bouwnijverheid en
ren direct mee van de productie in de bouwnij- de gang van zaken in de economie. Is er sprake
verheid. Daarnaast heeft de chemische industrie van een sterk groeiende economie, dan neemt
belang bij de bouwnijverheid. Voorbeelden de vraag naar producten en diensten toe. Ver-
hiervan zijn de verf-, lak- en vernisfabrieken, de volgens verhoogt de omzet van de bedrijven en
verfstoffen- en kleurstoffenindustrie alsmede de kunnen zij meer mensen in dienst nemen om
kunstharsenindustrie. Op deze wijze is de lijst uit de productie aan te kunnen. De inkomens van
te breiden met alle industrieën. zowel de overheid (meer belastingopbrengsten)
als de inwoners (loonstijgingen) nemen toe.
Dit heeft weer tot gevolg dat de overheid meer
investeert in publieke gebouwen en infrastruc-
tuur, de bedrijven in nieuwe bedrijfshallen en

06950408_hfdst02.indd 29 16-11-2005 15:34:45


30

kantoren, en de inwoners in meer duurzame teren in machines en outillage en vervolgens pas


consumptiegoederen en onroerende zaken. in onroerende zaken. In de bouwproductie is dat
duidelijk terug te vinden. In 1984 klom de bouw
Worden de afgelopen 25 jaren nader be- uit het dal, eerst voorzichtig, maar vervolgens
schouwd, dan blijkt dat er een verband bestaat steeds sneller.
tussen de rentestand en de investeringen in
gebouwen en woningen. Stijgt de rente, dan Rond de eeuwwisseling is de economie en dus
dalen relatief de investeringen in de gebouwen ook de bouwmarkt flink overspannen. Zij bereikt
en woningen. Daalt de rente, dan wordt er meer een top van 47 miljard euro in 2001, figuur 2.7.
geïnvesteerd. Als voorbeeld kan worden gekeken In 2003 heeft de ontwikkeling in de bouwsector
naar de periode eind jaren zeventig, begin jaren als gevolg van de scherpe conjunctuuromslag in
tachtig van de vorige eeuw. Toen werd het diep- 2001 een abrupte kentering te zien gegeven. De
tepunt qua investeringen in gebouwen bereikt. omzet daalt met 3,6%.
Dit viel samen met een recordhoogte van de
rente, het gevolg van een vrij langdurige inzin- Duidelijk wordt in ieder geval dat als het slecht
king van de Nederlandse economie. In enkele gaat met de economie, de bouw beslist niet
jaren nam de productie in de meeste sectoren buiten schot blijft. Nieuwbouwplannen of grote
met tientallen procenten af. De bouwproductie infrastructurele werken worden in de koelkast
daalde van het topjaar 1980 tot 1984 met 20% gezet en verbeteringen en onderhoud aan
van 23 miljard naar 18 miljard euro. De rente gebouwen en infrastructuur kunnen ook nog
daalde vervolgens weer en geleidelijk aan wel een jaartje wachten. En juist in dergelijke
namen de investeringen in de gebouwen weer periodes heeft de overheid, mede vanwege de
toe. Deze enigszins vertraagde reactie is te ver- hoge financieringstekorten, ook geen ruimte een
klaren door het feit de ondernemers eerst inves- stimuleringsbeleid te voeren.

1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003


Woningbouw
Nieuwbouw 7.167 7.147 8.221 8.389 8.780 9.332 9.671 9.250 9.050
Herstel en ver- 3.188 3.461 3.733 4.637 5.005 5.343 5.686 5.800 5.850
bouw

Utiliteitsbouw
Nieuwbouw 4.968 5.348 5.621 5.770 6.988 7.853 8.420 8.150 7.150
Herstel 1.624 1.839 1.990 2.767 3.056 3.339 3.742 3.800 3.700
Onderhoud 6.615 7.643 7.940 6.800 6.995 7.479 8.184 8.300 8.450

GWW
Nieuw en her- 4.793 5.034 5.688 5.409 6.012 6.904 7.618 7.500 7.450
stel
Onderhoud 1.081 1.170 1.222 3.222 3.464 3.824 4.169 4.150 4.150

Totaal 29.437 31.642 34.416 36.993 40.298 44.074 47.490 46.950 45.800

Omzetstijging 7,5% 8,8% 7,5% 8,9% 9,4% 7,8% 6,5% –3,6%


Bedragen in mln euro, excl. BTW

Figuur 2.7 Ontwikkeling van de omzet door de jaren heen (mln euro, excl. BTW)
Bron: 2002 EIB bewerking van voorlopige CBS-cijfers, 2003 raming

06950408_hfdst02.indd 30 16-11-2005 15:34:45


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 31

Naast de economische ontwikkelingen spelen korte en middellange termijn. Om inzicht te krij-


demografische ontwikkelingen een rol (bijvoor- gen in de marktontwikkelingen binnen de bouw-
beeld de toestroom van allochtonen, de toe- nijverheid nemen we in de komende paragrafen
nemende vergrijzing en het langer zelfstandig de belangrijkste onderdelen van de jaarlijkse
wonen van de ouderen). De demografische bouwprognose door.
ontwikkelingen hebben invloed op de uitbrei-
dingsbehoefte aan woningen, maar natuurlijk In 2001 laat de totale bouwproductie nog een
ook aan schoolgebouwen, sportaccommodaties, groei van 2,5% zien en komt uit op een omzet
voorzieningen voor bejaarden en sociaal-cultu- van 64,5 miljard euro. Maar in dit jaar vindt ook
rele voorzieningen. een omslag plaats. Aan de reeks van jaren waarin
de bouwproductie een stijgende lijn vertoont,
Rapport Bouwprognoses komt een einde. In 2002 vindt een daling plaats
Ieder jaar wordt de tweede kamer geïnformeerd van circa 2%. In 2001 was er in de woningbouw
via het rapport Bouwprognoses. Het rapport al sprake van een lichte daling, maar konden
bevat ramingen ten aanzien van de bouwpro- de utiliteitsbouw en de GWW nog een posi-
ductie voor de komende vijf jaar, figuur 2.8. Voor tieve ontwikkeling laten zien. In 2003 vindt een
bouwbedrijven, architectenbureaus en toele- verdergaande afname van de totale productie
veranciers is het ook een belangrijk document plaats.
voor het opstellen van de marktplanning voor de

2001 1999 2000 2001 2002 2003 2004 t/m 2007


Productiewaarde (miljoen euro)
Volume Groei in procenten
Woningbouw 15.360 3 1 −2 −3 −1 −5
Nieuwbouw 9.670 2 1 −3 −4 −2 −6
Groot onderhoud 5.690 4 2 0 −2 0 −5
Utiliteitsbouw 12.160 11 6 3 −1 −4 −0
Budgetsector 3.070 −1 9 4 7 4 −3
Marktsector 9.090 15 5 3 −4 −7 −1
GWW 7.620 9 7 6 0 −3 −1
Budgetsector 3.990 8 12 10 4 −2 −5
Marktsector 3.630 11 3 2 −4 −4 −9
Machines 830 46 7 2 1 1 −1
Bouwinvesteringen 35.970 7 4 1 −2 −2 −2
Klein onderhoud 12.360 5 4 4 −2 0 −3
Handelsmarge 380 −29 6 3 3 3 −2
Totaal bouwnijverheid (netto) 48.710 6 4 2 −2 −2 −3

Arbeid en prijzen (aantal x 1000)


Werkgelegenheid 490 467 478 490 479 466
Werknemers 415 397 407 415 407 396
Zelfstandigen 75 70 71 75 72 70
Vacatures 17,5 14,3 18,6 17,5
Werkloosheid 6,8 6,7 7,9 6,8

Figuur 2.8 Kerngegevens 1998 tot en met 2007 (mln euro, excl. BTW, prijzen 2001) Bron: Bouwprognoses 2002-2007 VROM

06950408_hfdst02.indd 31 16-11-2005 15:34:46


32

De bouwprognoses tot 2007 staan in het teken compacte-stadprincipe. Het is de bedoeling dat
van uitblijvend economisch herstel. Deze ontwik- nieuwbouw van zowel woning- als utiliteits-
keling heeft op verschillende manieren invloed bouw grotendeels op (grote) locaties binnen
op de bouwproductie. Zo heeft het een direct bestaand stedelijk gebied en aan de rand van
effect op het investeringsgedrag van bedrijven stedelijke gebieden wordt gerealiseerd. In lande-
in de vorm van uitstel of afstel. Het geschonden lijke gebieden wordt een restrictief bouwbeleid
consumentenvertrouwen en eventuele afname gevoerd.
van de consumptie, zorgen voor afnemende
omzetten en winsten die leiden tot minder inves- De woningbouw blijft stevig achter bij de VINEX-
tering in bedrijfshuisvesting. De onzekerheid bij afspraken voor de periode tot 2005. De grootste
de consument over werk en inkomen heeft tot achterstanden treden op in de grootstedelijke
gevolg: minder verhuizingen en huizenkopers. gebieden. Daarnaast is door de hoge prijzen op
Ten slotte heeft een bezuinigende overheid min- de huizenmarkt een koopwoning voor een groot
der budget voor investeringen en subsidies. deel van de huurders onbereikbaar geworden.
Het gevolg is dat de doorstroming op de
In de volgende paragrafen worden de ontwikke- woningmarkt laag is; starters voor een huurwo-
lingen door de jaren heen per sector besproken. ning hebben hierdoor weinig kansen. De te lage
Op deze manier wordt een beeld geschetst van doorstroming staat ook transformatie van de
de invloed van onze samenleving op de produc- woningvoorraad in de weg. Immers, een woning
tie en omzet in de bouwnijverheid. kan pas gesloopt en vervangen als de bewoners
een alternatief hebben. De visie van het Rijk op
de te lage doorstroming is dat meer bouwen
2.5 Ontwikkelingen in de in het midden- en hoge prijssegment tot meer
woningbouw doorstroming leidt.

Kenmerkend voor de woningbouw is dat de In de afgelopen jaren is de rol van de zoge-


voortgang ervan sterk afhankelijk is van een naamde ‘bouwers voor de markt’ (bouwers en
aantal externe factoren. Vooral de (veranderin- projectontwikkelaars) in de bouw van nieuw-
gen in de) subsidieregelingen en het ruimtelij- bouwwoningen sterker geworden. In de periode
keordeningsbeleid van de rijksoverheid spelen 1995 tot en met 2001 zijn vooral de woning-
een belangrijke rol. Maar ook de demografische bouwcorporaties relatief minder gaan besteden.
ontwikkelingen en de inkomensontwikkeling van De gewijzigde rol van woningbouwcorporaties in
woonconsumenten hebben direct invloed op de de woningnieuwbouw hangt samen met
bouwproductie. een kwantitatieve teruggang van nieuwe huur-
woningen, terwijl de bouwers voor de markt
Het volkshuisvestingsbeleid is sinds het verschij- (kwalitatief betere) koopwoningen zijn gaan
nen van de Nota Volkshuisvesting, in de jaren bouwen.
negentig van de vorige eeuw, gericht op een
terugtredende rijksoverheid. Diverse taken en In 2001 valt de productiewaarde van woningen
bevoegdheden werden aan de gemeenten terug met 3,5%. Bovendien laat het herstel van
overgedragen, waarbij de gemeente verant- de conjunctuur op zich wachten. Ook is de ver-
woordelijk is voor het uitvoeren van het bouw- mogenspositie van gezinnen zwakker geworden,
programma. De afgelopen jaren is alsmaar de hetgeen een negatief effect heeft op de verkoop
woningbehoefte naar boven bijgesteld. Gezien van koopwoningen.
de groeiende behoefte is gezocht naar concen-
tratie van de woningbouw. In 1995 krijgt dan De totale productiewaarde van de woningbouw
ook een nieuw beleid gestalte. De kern van het (nieuwbouw plus groot onderhoud) daalt rond
beleid volgens de Vierde Nota Ruimtelijke Or- 2003. Om daarna pas, in de jaren 2004 en
dening Extra (VINEX) is een concentratie van later, weer toe te nemen met ruim 5% per jaar.
wonen, werken en voorzieningen volgens het Belangrijk hiervoor is, naast een economische

06950408_hfdst02.indd 32 16-11-2005 15:34:46


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 33

opleving, dat vraag en aanbod op een hoger In de volgende subparagrafen kijken we naar de
niveau komen. Dat betekent dat er enerzijds ontwikkelingen in de marktsector en de budget-
meer ruimte moet komen en anderzijds de sector. De marktsector bestaat uit opdracht-
grond en bouwkosten omlaag moeten. Ruimte gevers in de zakelijke dienstverlening; de handel
betekent naast voldoende bouwlocaties, dat ook en horeca, industrie en bouwnijverheid, vervoer
de wet- en regelgeving vereenvoudigd wordt en en communicatie en landbouw en visserij. De
daarmee de doorlooptijd voor het realiseren van budgetsector bestaat uit overheid, onderwijs,
woningbouwplannen wordt verkort. gezondheidszorg en maatschappelijke dienstver-
lening. In de budgetsector is de overheid direct
Gedurende de komende jaren zal de productie- of indirect betrokken bij de investeringen in de
waarde aan groot onderhoud doorgroeien. Oor- gebouwen of de infrastructuur.
zaken daarvoor zijn ten eerste de voortdurende
groei van de woningvoorraad; hoe meer wonin- 2.6.1 Zakelijke dienstverlening
gen er zijn, hoe meer uitgaven aan onderhoud. Voorbeelden van zakelijke dienstverleners zijn
Ten tweede is er de druk op de woningmarkt consultancy- en ICT-bedrijven. Ondanks de eco-
zelf; verbouwen is een alternatief voor doorstro- nomische neergang steeg de bouwproductie
men. voor de zakelijke dienstverlening in 2001 met
8,4% ten opzichte van 2000 tot 3,5 miljard euro.
Hiermee werd het hoogste niveau in productie
2.6 Ontwikkelingen in de voor deze sector ooit behaald. Het Kantoren
utiliteitsbouw Fonds Nederland (KFN) raamt de totale kanto-
renvoorraad per 1 mei 2002 op 28,5 miljoen m2,
In de jaren van economische voorspoed heb- terwijl deze in 1990 ‘slechts’ 12,1 miljoen m²
ben veel bedrijven geïnvesteerd in vervangende bedroeg.
of nieuwe huisvesting. De utiliteitsbouw ijlde in
2001 na op de economische groei van de voor- De groei van de bouwproductie voor de zakelijke
gaande jaren, de bouwproductie steeg met circa dienstverlening, vooral de juridische, fiscale en
3% tot twaalf miljard euro, vooral door nieuw- overige consultancy, werd in de jaren voor 2001
bouw. De stuwende kracht achter de stijging ingegeven door de zeer gunstige economische
is de zeer sterke druk op de kantorenmarkt ge- vooruitzichten. De ontmanteling van de ICT-
weest. Daarnaast hebben in de jaren voor 2001 sector, de beursschandalen in binnen- en bui-
de industrie en bouwnijverheid en vervoer en tenland en de daarmee gepaard gaande onze-
telecommunicatie stevig geïnvesteerd in gebou- kerheid zorgen in de jaren vlak na 2001 voor
wen en infrastructuur. een daling van de nieuwbouwbehoefte. Daar
waar het bouwen op risico eind jaren negentig
Bij aantrekking van de conjunctuur zal op mid- weer een zekere opleving doormaakte, werd in
dellange termijn (tot 2007) een licht herstel van 2001 de voorverhuureis weer in ere hersteld.
de productie plaatsvinden met een groei van De effecten van de economische ommekeer en
minder dan een half procent. Deze groei komt de verzadigingseffecten zijn in 2002 merkbaar
vrijwel geheel voor rekening van de budgetsec- geweest en hebben zich in 2003 doorgezet. De
tor (overheid), herstel en verbouw. Het grootste daling in 2002 bedraagt circa 4% en in 2003 het
deel van de bedrijven heeft in de laatste jaren dubbele. Het grote aantal verhuisbewegingen
van de vorige eeuw de benodigde uitbreidings- van zakelijke dienstverleners, in de periode rond
investeringen uitgevoerd, waardoor er momen- de millenniumwisseling, heeft voor de meesten
teel geen groei van de nieuwbouw is. Daarnaast van hen waarschijnlijk geleid tot ruim voldoende
is er erg veel gebouwd voor de markt, dus zon- kantoorruimte. Op het moment dat bedrijven
der dat de huurder of koper bekend was. Door verhuizen, blijken ze namelijk doorgaans 50 tot
de economische neergang heeft dat geleid tot 100% meer metrage in gebruik te nemen dan
veel leegstand. strikt noodzakelijk. Daarnaast blijken bedrijven
in economisch onzekere tijden investeringen in

06950408_hfdst02.indd 33 16-11-2005 15:34:47


34

huisvesting uit te stellen, of zelfs bedrijfsruimte af in extra productiecapaciteit. In 2003 daalde de


te stoten. bezettingsgraad tot 82,9 procent, het laagste
peil sinds 1993.
2.6.2 Handel en horeca
De drie sleutelwoorden die het bouwvolume bin- Bij het aantrekken van de wereldhandel zullen
nen de sector handel en horeca verklaren zijn: de (nieuw)bouwinvesteringen in de industrie
internationalisering, concentratie en schaalver- en bouwnijverheid weer aantrekken. Echter, de
groting. Concentratietendensen zullen zich naar ruimte die nodig is om de productiecapaciteit
verwachting verder voortzetten. Dit zal op ter- uit te breiden, de verhuisbewegingen en de
mijn resulteren in een stabilisatie of vermindering aantrekkende vraag vanuit het buitenland kan
van het aantal vestigingspunten, maar gelijktijdig merendeels worden opgevangen door de hui-
leiden tot grotere winkelunits. In de komende ja- dige productiecapaciteit. Toe- en uittreding van
ren zet de internationalisering van de retailmarkt, bedrijven en herontwikkeling van incourante
mede door de invoering van de euro, eveneens bedrijfspanden leiden op de middellange termijn
verder door. waarschijnlijk tot de nodige nieuwbouw-, herstel-
en verbouwactiviteiten. Voor de periode tot en
Het consumentenvertrouwen is in 2002 aan- met 2007 wordt daarom een stabilisatie van het
getast, mede omdat consumenten het gevoel bouwvolume op circa € 1,3 miljard verwacht.
hadden dat de invoering van de euro tot sterke
prijsstijgingen heeft geleid. De fors oplopende 2.6.4 Vervoer, opslag en communicatie
werkloosheid en de grote dalingen van de beurs- De aanhoudende schaalvergroting van logis-
koersen hebben het consumentenvertrouwen tieke dienstverleners zorgde in de jaren voor
eveneens geen goed gedaan. Gegeven deze 2002 voor de nodige dynamiek. Daarnaast is
ontwikkelingen is het des te opvallender dat - in de opkomst van de call- en telecommunica-
een tijd van economische neergang – de plan- tiecenters verantwoordelijk voor de stijgende
voorraad voor winkels zeer sterk is toegenomen. bouwproductie. De luchtvaartsector heeft naast
Met een omvang van ruim 2,5 miljoen m² bruto de lagere groei van de wereldeconomie, ook
vloeroppervlak (oplevering vanaf 2003) is de veel last gehad van de aanslagen op 11 septem-
voorraad ten opzichte van 2000 met 25% geste- ber 2001. Met name het passagiersvervoer is
gen. Door het vervullen van de uitbreidingsplan- sindsdien sterk teruggelopen. De ’shake out‘ in
nen in de periode van hoogconjunctuur wordt de telecomsector, heeft geleid tot een negatief
in de periode tot en met 2007 een lichte daling sentiment en grote onzekerheid. Als gevolg van
van de bouwproductie verwacht van gemiddeld de extreem hoge bedragen die voor de UMTS-
0,8% per jaar tot € 1,9 miljard in 2007. licenties zijn betaald, komen veel telecombedrij-
ven in de problemen. Waarschijnlijk zijn door
2.6.3 Industrie en bouwnijverheid deze ontwikkeling veel nieuwbouwplannen in de
Het sterke producentenvertrouwen van de jaren ijskast gezet. De negatieve ontwikkelingen van
vóór 2001 heeft ertoe geleid dat vele gebruikers het laatste jaar vertroebelen het beeld van een in
hun oude bedrijfsruimten hebben verruild voor economisch belang toenemende sector. Vooral
een nieuw, modern object, bij voorkeur gelegen de telecomsector heeft gezien de enorme toe-
op een functioneel en verzorgd ingericht bedrij- name in het gebruik van mobiele telefonie een
venterrein. gezond perspectief.

Het niveau van de (nieuw)bouwinvesteringen in De huidige economische onzekerheden en de


de industrie en bouwnijverheid wordt in belang- teruglopende bestedingen van consumenten
rijke mate bepaald door de verwachtingen over doet de bouwproductie in 2002 dalen met 2%
de toekomstige productie. Als de economische tot € 960 miljoen. In 2003 vindt een verdere
groei laag is, is voldoende productiecapaciteit daling plaats. Voor de daaropvolgende periode
beschikbaar om aan de vraag te voldoen en tot en met 2007 wordt, ondanks de huidige ma-
bestaat daarom minder reden om te investeren laise, een gematigd positief groeiscenario voor

06950408_hfdst02.indd 34 16-11-2005 15:34:47


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 35

deze sector verwacht, gezien de gunstige onder- Nederlandse landbouw is opgewassen tegen de
liggende structurele factoren. De bouwproductie concurrentie van de nieuwe toetreders tot de
neemt naar verwachting jaarlijks toe met 1,6% Europese Unie en de toenemende concurrentie
tot € 980 miljoen in 2007. van buiten de Europese Unie, als gevolg van de
liberalisering.
2.6.5 Landbouw en visserij
In 2001 daalde de bouwproductie voor de sec- Verwacht wordt dat de bouwproductie voor de
tor landbouw en visserij met 3,7% tot € 790 landbouwsector zal dalen naar € 560 miljoen in
miljoen. Het jaar 2001 was voor de landbouw 2007 (van € 790 miljoen in 2001).
een moeilijk jaar als gevolg van de uitbraken
van mond- en klauwzeer en de gevolgen van de 2.6.6 Overheid
BSE-crisis. De groei van de sector bleef bijna 5% De vraag naar gebouwen in de utiliteitsbouw
achter bij de economie als geheel. Daarnaast is voor de publieke sector hangt sterk samen met
ook het ondernemersvertrouwen in de sector het overheidsbudget. Voor vrijwel elk gebouw in
verder aangetast. Bovendien verliep de oogst van deze sector geldt dat de bouw en/of de exploita-
gewassen in een aantal gebieden niet vlekkeloos tie direct of indirect afhankelijk is van één van de
door minder gunstige groeiomstandigheden. Zo overheden via onder andere leningen, subsi-
was er in 2001 veel neerslag in de tweede helft diëring of directe investering in een gebouw.
van augustus en in september. Echter, dit werd
vrijwel volledig goedgemaakt door een sterke Het merendeel van de bouwactiviteiten voor
stijging van de afzetprijzen. de rijksoverheid kwam de afgelopen jaren voor
rekening van de capaciteitsuitbreiding binnen
In de veehouderij en varkensfokkerij is het aantal het gevangeniswezen, gerechtsgebouwen en
varkens en andere dieren door maatregelen de nieuwbouw van de ministeries en (semi)
zover gedaald, dat de komende jaren nog slechts overheidsdiensten zoals de Centra voor Werk en
een gering mestoverschot bestaat. Deze daling Inkomen (CWI’s). De begroting van de Rijksge-
werd ingegeven door de sterke afname van het bouwendienst laat voor de periode 2003-2007
aantal bedrijven, die op haar beurt grotendeels een verwachte jaarlijkse investering van € 350
werd bepaald door de opkoopregeling van boe- miljoen per jaar zien, waarvan circa eenderde
renbedrijven ingesteld door het ministerie van voor renovatieprojecten en tweederde voor
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Het aantal nieuwbouwprojecten. Dit leidt tot en met 2007
agrarische bedrijven bedraagt momenteel circa tot een redelijk stabiele bouwproductie van circa
100.000. Ten opzichte van 1987 is het aantal € 300 miljoen.
boerenbedrijven met circa 30% afgenomen. De
sanering van het aantal boerenbedrijven is de De bouwinvesteringen van de lagere overheden
afgelopen jaren versterkt door de sterk stijgende zijn circa driemaal zo groot als de investeringen
grondprijzen. Voor boeren, en vooral oudere van de rijksoverheid. Binnen de lagere overheden
boeren zonder opvolger, werd het aantrekke- zijn de gemeenten de belangrijkste opdracht-
lijk te stoppen. Tegenover deze daling van het gevers voor de uitvoering van bouwprojecten.
aantal bedrijven staat een vergroting van het Voor de periode tot en met 2007 wordt een jaar-
grondgebruik van het gemiddelde boerenbedrijf. lijkse trendmatige groei geraamd van circa 2%
In dezelfde periode steeg de gemiddelde tot € 1,7 miljard.
bedrijfsomvang met iets meer dan 5 hectare.
2.6.7 Onderwijs
Het is duidelijk dat deze sector de laatste jaren Eén van de speerpunten van het overheidsbeleid
steeds meer onder druk staat, als gevolg van is meer autonomie voor de instellingen. Mid-
het beleid van de Europese Unie om het aantal delbare scholen worden zelf verantwoordelijk
concurrentiebeperkende maatregelen te vermin- voor het onderhoud van hun schoolgebouw. Dat
deren, en de subsidies en inkomenssteun uit te geldt ook voor de buitenkant van het gebouw,
faseren. Het is daarbij de vraag in hoeverre de dat nu nog door de gemeente moet wordt

06950408_hfdst02.indd 35 16-11-2005 15:34:47


36

onderhouden. Basisscholen krijgen vanaf 2005 jaren ruim 700 plaatsen bijgebouwd. Ingegeven
eveneens meer zeggenschap over de besteding door de vergrijzing wordt een grotere vraag in
van hun budget. Ze krijgen de beschikking over het verpleeghuis- en verzorgingshuissegment
één totaalbedrag waarvan ze zelf moeten verwacht. In de periode tot en met 2007 wordt
bepalen of het voor personeel dan wel materieel dan ook een groei verwacht van de bouwpro-
wordt gebruikt. De omvang van de leerlingen- ductie van circa 2,8% per jaar tot € 1,3 miljard
populatie in het onderwijssysteem bepaalt voor in 2007.
een belangrijk deel de benodigde investeringen
in nieuwbouw-, herstel- en verbouwactiviteiten.
Het aantal leerlingen in het onderwijssysteem in 2.7 Ontwikkelingen in grond-,
de door ons beschouwde periode stijgt met circa weg- en waterbouw
1% per jaar tot 3,6 miljoen onderwijsvolgenden
in 2007/2008. Deze stijging wordt deels veroor- Investeringen in de grond-, water- en wegen-
zaakt door verlaging van de leerplichtige leeftijd bouw (GWW) zijn minder afhankelijk van de
van 5 naar 4 jaar. economie dan investeringen in de woningbouw
of de utiliteitsbouw. Voor het grootste deel
De decentralisering van het huisvestingsbudget worden deze investeringen namelijk bepaald
en de toename van het leerlingenaantal leidt via het budgetmechanisme en hebben ze vaak
naar verwachting tot een jaarlijkse stijging van een beleidsmatig karakter voor de middellange
de bouwproductie in het onderwijs van circa termijn. Investeringen in GWW komen veelal pas
1,9% tot € 280 miljoen in 2007. fysiek tot stand na een lang planningsproces en
zodoende is sprake van aanzienlijke vertraging in
2.6.8 Gezondheidszorg en maatschappe- de relatie tussen economische ontwikkeling en
lijke dienstverlening investeringen in de GWW.
De gezondheidszorg vormt samen met het Investeringen in de GWW zijn grotendeels een
onderwijs en het veiligheidsthema de speerpun- publieke aangelegenheid. Van iedere bestede
ten van het overheidsbeleid. De discussie over euro is vijfenzeventig cent afkomstig uit publieke
het terugdringen van wachtlijsten en de vergrij- middelen. Hoewel bedrijven een kwart van de
zing zijn momenteel zeer actueel. De wachtlijst- middelen inbrengen zie figuur 2.9, is ook in dit
problematiek wordt via twee sporen aangepakt. deel de overheid indirect betrokken, omdat het
Het eerste spoor behelst de door het kabinet bijvoorbeeld kan gaan om investeringen van de
beoogde verdergaande ‘extramuralisering’ van spoorwegen of nutsbedrijven.
de zorg. Hierdoor wordt de opnameduur naar
verwachting verkort, waardoor de wachtlijsten rijk 15%

krimpen. Het tweede spoor is de uitbreiding van


de capaciteit van de intramurale voorzieningen. lagere bedrijven 25%
publieke
Net als in het onderwijs staat de verantwoorde- lichamen
lijkheid van de instellingen zelf voorop. Afgezien 60%

van het decentraliseren van de ziekenhuisbud-


getten wordt het voor instellingen tevens mak- Figuur 2.9 Investeringen naar opdrachtgever in 2001
kelijker (nieuwbouw)-projecten te starten. Dit Bron: VROM
komt doordat de centrale meldingsplicht voor
instandhoudingsinvesteringen en nieuwbouw- Wordt gekeken naar de verdeling van de in-
investeringen wordt afgeschaft. vestering in de GWW naar functie, figuur 2.10,
dan valt de overheersende positie van verkeer
Voor de komende jaren voorziet het College en vervoer op. Ruim de helft wordt besteed aan
Bouw Ziekenhuisvoorzieningen een uitbreiding mobiliteit. Openbaar nut (inclusief waterzuive-
met ruim 2.500 bedden en 200 plaatsen voor ring) en landinrichting (inclusief riolering, groen-
dagbehandeling in de verpleeghuiszorg. Ook voorziening en bodemsanering) nemen elk 12%
in de gehandicaptenzorg worden de komende voor hun rekening. Aan bestemmingsplannen en

06950408_hfdst02.indd 36 16-11-2005 15:34:47


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 37

overige 20% Uitbreiding van de woningvoorraad staat gelijk


openbaar nut 12%
landinrichting aan nieuwbouw. Wijziging van de voorraad,
12% bijvoorbeeld door woningsplitsing, is niet-nieuw-
bouw. Volgens deze indeling van het CBS is 65%
verkeer en van de netto bouwproductie (exclusief interne
vervoer
56% leveringen en saldo exportdiensten) nieuwbouw.
Van de rest is 31% niet-nieuwbouw, en 4% is
Figuur 2.10 Investeringen in de GWW in 2001 klein onderhoud. Dat is een relatief groot deel
Bron: VROM van de gehele woningbouwproductie.

overige posten wordt een vijfde van het totale In totaal bedroegen de bestedingen aan nieuw-
investeringsbudget GWW uitgegeven. bouw en niet-nieuwbouw in 2001 € 25,7
Omdat investeringen in GWW voornamelijk via miljard. De uitgaven aan klein onderhoud be-
het budgetmechanisme tot stand komen, kan droegen in 2001 ongeveer € 11,9 miljard. Hier
een indicatie van de toekomstige investerings- droegen de verschillende sectoren elk bijna even-
groei in deze sector verkregen worden via de veel aan bij, figuur 2.11.
begrotingen. Voor sommige investeringen in
woningbouw 3,9 mld
GWW zijn echter geen goede indicatoren overig
beschikbaar. Ook voor plannen in de begroting 1,5 mld

geldt dat vertragingen door politieke keuzes en


procedures kunnen optreden. De implementatie GWW utiliteitsbouw
3,3 mld 3,2 mld
van de Noord-Zuidlijn in de regio Amsterdam is
daar een voorbeeld van.
Figuur 2.11 Klein onderhoud naar sector in 2001
In de jaren rond de millenniumwisseling zijn de Bron: VROM
investeringen in GWW fors gegroeid. In 2002
was er sprake van een stabilisering en de jaren
daarna van een daling van de investeringen. Het 2.9 Het buitenland
aflopen van uitgaven aan megaprojecten als de
HSL en de Betuweroute is één van de oorzaken. De bouwmarkt in Nederland is in de vorige
Ook nemen dan in de projecties de zogenaamde paragrafen beschreven met al zijn tekortkomin-
Gebundelde Doeluitkeringen af; dat zijn bij- gen en karakteristieken. Een belangrijk verschil
dragen van het Rijk aan lagere overheden voor tussen de bouwmarkt en de markt voor industri-
kleinschalige projecten. Na 2005 wordt een ele goederen is dat de bouwmarkt geen stan-
groei van de investeringen in GWW verwacht; daardontwerpen kent en op voorraad kan pro-
het gaat dan vooral om uitgaven aan Rijkswegen duceren. De aanduiding ‘bouwmarkt’ is dan ook
en de lokale en regionale infrastructuur. eigenlijk een verkeerde aanduiding. Er is geen
markt. De bedrijven aan de aanbodzijde beschik-
ken over bouwcapaciteit, voor steeds weer op
2.8 Ontwikkelingen in onderhoud locatie geproduceerde unieke projecten.

Bij de investeringen in onderhoud wordt een In het bouwproductieproces is een groot aantal
onderscheid gemaakt tussen niet-nieuwbouw en partijen actief die in steeds wisselende samen-
klein onderhoud. Niet-nieuwbouw betreft beste- werking deze unieke projecten realiseren. De
dingen aan bouwproducten met een levensduur concurrentie van de bedrijven onderling vindt
verlengend karakter die niet als nieuwbouw louter plaats op initiële kosten. Verder valt op
worden gekenmerkt. Klein onderhoud valt ook dat de rijksoverheid zich steeds meer zal terug-
onder bestedingen aan bouwproducten, maar trekken. Dit heeft weer tot gevolg dat de
heeft geen levensduurverlengend karakter; het is bouw nog conjuctuurgevoeliger wordt dan ze al
een consumptieve uitgave. was.

06950408_hfdst02.indd 37 16-11-2005 15:34:48


38

Een belangrijke vraag is dan: maar doen wij het Unie. Bijna 25% van de Europese bouwproductie
dan zoveel slechter in vergelijking met de ons wordt gerealiseerd in Duitsland. Nederland rea-
omringende landen? In zijn algemeenheid kan liseert ongeveer 6% van de Europese bouwpro-
hier ‘nee’ op worden geantwoord. De Neder- ductie, figuur 2.12.
landse bouwnijverheid doet het niet slechter dan
die in de ons omringende landen. Sterker nog: Bijna de helft van de bouwproductie is
op veel onderdelen komt onze bedrijfstak beter woningbouw, 30% betreft utiliteitsbouw en de
uit de bus. resterende 20% de GWW (bron Euroconstruct).
In de volgende paragrafen wordt allereerst de Toch blijft in Europa de groei in de woningbouw
positie van de Nederlandse bouw neergezet in achter bij de ontwikkelingen in de GWW en de
verhouding tot de ons omringende landen en utiliteitsbouw. Positieve invloeden voor de
vervolgens kort ingegaan op de woningbouw, zoals stijgende gezinsinkomens en
diverse andere landen om specifieke kenmerken een lage rentestand, worden tenietgedaan door
te kunnen achterhalen. een toenemende leegstand in sommige regio’s,
minder overheidssteun en een stagnerende
2.9.1 Omzet Europese Unie demografische ontwikkeling. Het aantal huishou-
In de Europese Unie bedroeg de totale bouw- dens in Europa neemt nog maar mondjesmaat
productie in 2001 € 822 miljard. Daarmee is de toe. Vooral de voor de woningvraag belangrijke
bouwnijverheid Europees gezien ook een belang- leeftijdsgroep van 25 tot 35 jaar neemt in veel
rijke sector, namelijk 10% van het BBP. Europees landen relatief in belang af.
gezien neemt het belang wel af, sinds 1993 blijft
de bouwproductie achter bij de groei van het na- Ongeveer tweederde van de Europese utiliteits-
tionaal product van de landen van de Europese bouw in 2000 betreft nieuwbouw. Net als in
het nationale BBP
Percentage totale
Europese produc-

Percentage van
Bouwproductie

Bouwproductie
per bewoner
(mld euro)

(mld euro)

Bevolking
(in mln)
BBP

tie

Duitsland 2.063 207,0 25,1% 10,0% 82,0 252,44


Verenigd Koninkrijk 1.591 120,0 14,6% 7,5% 60,0 200,00
Frankrijk 1.460 147,0 17,9% 10,1% 59,0 249,15
Italië 1.217 128,0 15,6% 10,5% 58,0 220,69
Spanje 650 75,0 9,1% 11,5% 40,0 187,50
Nederland 429 46,0 5,6% 10,7% 16,0 287,50
Zweden 235 18,0 2,2% 7,7% 8,9 202,25
Polen 197 21,0 2,6% 10,7% 3,9 538,46
Finland 135 19,0 2,3% 14,1% 5,2 365,38
Portugal 122 27,0 3,3% 22,1% 10,0 270,00
Tsjechië 63 8,5 1,0% 13,5% 10,0 82,52
Hongarije 58 4,5 0,5% 7,8% 10,0 45,00
Slowakije 23 1,4 0,2% 6,1% 5,4 25,93
Totaal 8.243 822 100,0% 100,0% 369 223,05

Figuur 2.12 Bruto binnenlands product (BBP), bouwproductie en bevolking in de landen van de Europese Unie in 2001
Bron: Euroconstruct

06950408_hfdst02.indd 38 16-11-2005 15:34:48


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 39

Nederland is de Europese utiliteitsbouwproductie bleven hier de investeringen in de utiliteitsbouw


door de gunstige economie in de jaren rond de flink achter met de rest van de Europese Unie, als
millenniumwisseling sterk gegroeid. Vooral in gevolg van de slechte conjunctuur in dit land.
Frankrijk is de bouwmarkt voor utiliteitsgebou-
wen zeer dynamisch geweest. Zo is in de periode Ongeveer 60% van de Europese bouwproductie in
1997−2000 de productie van nieuwe gebouwen de GWW betreft de bouw van wegen en spoor-
met ruim 35% toegenomen. Duitsland vormt lijnen. Nutsvoorzieningen en rioleringen nemen
daar een uitzondering op met een gemiddelde ongeveer tweederde van de productie voor hun
groei van slechts 2%. In de periode 1997−2000 rekening.

Rangorde Rangorde Bouwbedrijf Totale omzet


wereldwijd Europees
11111 11111 VINCI, Rueil-Malmaison, France 15,378.0
21111 21111 Skanska AB, Stockholm, Sweden 14,342.0
31111 31111 Bouygues, Guyancourt, France 12,830.0
51111 41111 Hochtief, Essen, Germany 11,682.0
171111 51111 AMEC plc, London, U.K. 5,241.9
191111 61111 Bovis Lend Lease, London, U.K. 4,785.0
211111 71111 FCC SA, Madrid, Spain 4,632.9
221111 81111 Grupo Dragados, Madrid, Spain 4,582.1
251111 91111 Grupo Ferrovial, Madrid, Spain 4,240.0
261111 101111 Balfour Beatty plc, London, U.K. 4,050.0
281111 111111 Bilfinger Berger AG, Mannheim, Germany 3,785.1
351111 121111 STRABAG AG, Cologne, Germany 2,974.0
401111 131111 TECHNIP-COFLEXIP, Paris, France 2,467.0
441111 141111 IMPREGILO SpA, Milan, Italy 2,283.0
451111 151111 NECSO Entrecanales Cubiertas SA, Madrid, Spain 2,282.0
491111 161111 Ballast Nedam NV, Nieuwegein, The Netherlands 2,087.2
551111 171111 Obrascon Huarte Lain SA, Madrid, Spain 1,859.8
591111 181111 ACS-Actividades de Construccion y Servicios SA, Madrid, Spain 1,678.9
681111 191111 Zublin, Stuttgart, Germany 1,460.0
1201111 281111 BESIX, Brussels, Belgium 748.4
1531111 301111 HBG Constructors Inc., Longmont, Colo., U.S.A. 442.0
1901111 321111 Heerema Fabrication Grp. BV, Zwyndrecht, The Netherlands 334.0

De rangorde van bouwbedrijven naar bouw- waarbij het risico hetzelfde is als een hoofd-
omzet in 2001 in miljoenen Amerikaanse dol- aannemerscontract.
lars. De cijfers bevatten ook de waarde van alle
De weergegeven totale omzetcijfers zijn een geïnstalleerde bouwapparatuur waarover het
optelsom van totale aanneemcontracten, betreffende bedrijf de verantwoordelijkheid
aandelen in joint-ventures, subcontracten, het heeft binnen de specificaties van het bouw-
bouwomzetdeel van ‘Design and Build’-op- contract.
drachten en onderaannemingscontracten

Figuur 2.13 Top van wereldwijd opererende bouwbedrijven Bron: Engineering news-record

06950408_hfdst02.indd 39 16-11-2005 15:34:49


40

Van de Nederlandse bouwonderneming is Ballast 2.9.2 Omringende landen


Nedam de enige bouwer die internationaal een Afgerond wordt met de opmerkelijke karakteris-
speler van betekenis is, figuur 2.13. Deze zevende tieken van de diverse landen.
bouwer van Nederland qua omvang (zie figuur
2.6) staat wereldwijd op de 49ste plaats en in België
Europa op de 16e plaats. De omzet van de grote De Belgische aannemers kennen een geringe
Nederlandse bouwondernemers is groot genoeg specialisatiegraad en hebben weinig concur-
om te horen tot de top 50 van de global contrac- rentiekracht op de Europese markt. Kenmerkend
tors, maar de omzet van deze bouwers betreft voor de Belgische bouwnijverheid is dat in België
hoofdzakelijk nationale omzet. Het beeld van niet wordt gewerkt met een opzichter. De archi-
(BAM)HBG is wat diffuus door de vele deelne- tect controleert het zichtbare gedeelte van het
mingen in buitenlandse bedrijven. HBG VS komt werk en de aannemer controleert het overige
bijvoorbeeld wel voor op de lijst van 250 global zelf. Hier stopt de verantwoordelijkheid van de
contractors. aannemer niet. Hij heeft, evenals de architect en
de constructeur, een garantieplicht van 40 jaar.
Op de lijst van global design firms zien we Uiteraard kunnen de aannemers zich hier tegen
Nederland rijkelijk vertegenwoordigd. Maar liefst verzekeren. Dit heeft weer tot gevolg dat de ver-
5 ingenieursbureau komen op de lijst van de 150 zekeraars inspecties op het werk uitvoeren.
grootste global design firms voor en Europees
gezien behoren ze tot de top 20. Fugro uit Leid- Duitsland
schendam staat op de 14e plaats internationaal In Duitsland worden zeer vele en ook strenge
en op de 2e plaats in Europa en ARCADIS te eisen gesteld aan materialen en gebouwen. Bij
Arnhem op de 22e plaats internationaal en op 4e onze Oosterburen is veel discussie over de lagere
plaats in Europa. De rest zijn DHV te Amersfoort, bouwkosten in Nederland. Deze zijn een gevolg
Tebodin te Den Haag (onderdeel HBG) en Royal van de lagere eisen die wij stellen aan vooral de
Haskoning, figuur 2.14. brandwerendheid en de geluidsisolatie.

Rangorde Rangorde Bedrijf Totale omzet


wereldwijd Europees
111111 11111 AMEC plc, London, U.K. 996.3
141111 21111 Fugro N.V., Leidschendam, The Netherlands 806.0
171111 31111 TECHNIP-COFLEXIP, Paris, France 724.0
221111 41111 ARCADIS NV, Arnhem, The Netherlands 639.0
231111 51111 Bovis Lend Lease, London, U.K. 578.0
241111 61111 ARUP, London, U.K. 531.3
251111 71111 Mott MacDonald, Croydon, U.K. 516.1
271111 81111 EGIS, Guyancourt Cedex, France 488.3
311111 91111 Grupo Ferrovial, Madrid, Spain 425.0
351111 101111 Jaakko Poyry Group, Vantaa, Finland 387.0
511111 121111 DHV Group, Amersfoort, The Netherlands 298.0
1031111 201111 Tebodin, The Hague, The Netherlands 140.5
1061111 221111 Royal Haskoning, Nijmegen, The Netherlands 128.7

Bedragen in miljoenen Amerikaanse dollars de totale omzet van ontwerp/engineering-


naar omzet in 2001. opdrachten in het thuisland van het bedrijf en
De rangorde van de bedrijven is bepaald door internationaal.

Figuur 2.14 Ingenieursbureaus Bron: Engineering newsrecord

06950408_hfdst02.indd 40 16-11-2005 15:34:49


2 STRUCTUUR VAN DE BOUWNIJVERHEID 41

Voorlopig is gesteld dat de goedkopere wijze 2.9.3 Sterke en zwakke kanten van de
van de Nederlandse woningbouw niet wordt Nederlandse bouwnijverheid
overgenomen. Opvallend zijn verder de langere Om te kijken wat wij kunnen leren van de ons
bouwtijden in vergelijking tot Nederland. Dit omringende landen is het verstandig eerst te
komt vooral omdat in Duitsland de aannemers kijken naar de sterke en zwakke kanten van onze
die bij een werk betrokken zijn het werk na el- bouwnijverheid. Op basis daarvan kan gekeken
kaar opleveren. worden wat de leereffecten kunnen zijn.

Frankrijk Sterke punten


Opvallend in Frankrijk is dat bouwbedrijven pro- De sterke kanten van onze bouwnijverheid
beren op te treden als een totaalaanbieder: niet liggen op het gebied van goed gebouw-
alleen bouwen, maar ook nemen van initiatief, management en een reputatie op het gebied van
ontwikkelen van projecten, verkrijgen van een aantal product-marktcombinaties. Onder
gronden en gelden, ontwerpen, uitvoeren en gebouwmanagement wordt de totale project-
zorgdragen voor het onderhoud. Speciale aan- organisatie verstaan; de beheersing van de
dacht wordt hierbij geschonken aan de informa- totale planning en een goede beheersing van de
tiesystemen om het totale proces inzichtelijk te kosten. Kortom: een efficiënt uitvoeringsproces,
maken. Verder is kenmerkend in de Franse bouw- korte doorlooptijden en lage bouwkosten. Het
wereld dat de opdrachtgever met alle aannemers is niets voor niets dat onze Nederlandse inge-
afzonderlijk contracten afsluit waarbij één nieursbureaus horen bij de Europese top 20 en
aannemer de coördinatie krijgt toebedeeld. internationaal ook hoog scoren, figuur 2.14.
Ook onderscheiden onze bouwers zich op het
Groot-Brittannië gebied van specifieke producten zoals, bagge-
De werkloosheid in de Engelse bouw is enorm, ren, waterbouw, betonbouw, seriematige
wat natuurlijk ook verband houdt met de woningbouw en complexe, stedelijke vernieu-
geringe omzet in dit land. Kenmerkend in Groot- wingsprojecten.
Brittannië is de zogenaamde ‘Quantity surveyor’.
Deze onafhankelijke deskundige bepaalt namens Zwakke punten
de opdrachtgever de hoeveelheden van alle De zwakke punten van de Nederlandse bouw
materialen van het project. Op basis van deze liggen vooral op het gebied van de schaalgrootte
‘bill of quantity’ kunnen de aannemers hun en de verticale integratie. De geringe schaal-
offerte calculeren en hoeven dus niet zelf de grootte van de Nederlandse bouwbedrijven
hoeveelheden te bepalen. In Groot-Brittannië blijkt ook uit de top twintig van de Europese
kennen ze net als in ons land een hoofd- en bouwbedrijven. Dit hoeft echter niet een echt
onderaannemersstructuur waarbij echter de zwaarwegend argument te zijn. Veel belangrij-
opdrachtgever zelf de onderaannemers kan ker is het zwakke innovatieve vermogen van de
selecteren. Nederlandse bouw. De Nederlandse bouw moet
klantgerichter gaan opereren, meer in integrale
Zweden oplossingen gaan denken en meer geld besteden
In Zweden is de informatietechnologie gebruikt aan Research & Development (onderzoek en
om te komen tot integratie van het bouwproces ontwikkeling).
en om de informatie te beheersen gedurende
het gehele bouwproces. De Zweden zijn ver Zoals al eerder aangegeven is de samenwerking
met hun classificatiesystemen. Denk hierbij aan binnen de bedrijfskolom slecht ontwikkeld. Van
het SfB-systeem waarvan ook onze elementen- een gezamenlijke aanpak over alle disciplines
codering is afgeleid. Opvallend is verder dat de heen is zelden sprake. En juist het integreren
Zweedse bouwbedrijven geen vorstverlet ken- van de disciplines financieren, ontwerpen, toe-
nen. De uitvoeringsomstandigheden zijn name- leveren, bouwen en installeren speelt in op de
lijk aangepast zodat kan worden doorgewerkt behoefte van de opdrachtgever en gebruiker en
met prefab onderdelen. geeft internationale concurrentiekracht.

06950408_hfdst02.indd 41 16-11-2005 15:34:49


42

2.9.4 Toekomst van de Nederlandse bouw-


nijverheid
De ontwikkelingen in de ons omringende lan-
den maken duidelijk dat ook de Nederlandse
bouwnijverheid moet veranderen, ook al om de
Europese competitie aan te kunnen. Belangrijke
ontwikkelingen zijn voornamelijk in Frankrijk en
Zweden waar te nemen: het optreden als totaal-
aanbieder in combinatie met een uitgekiende
informatietechnologie. Ook de Nederlandse
bouw moet de huidige bouworganisatievor-
men verlaten en kiezen voor een geïntegreerde
aanpak, met samenwerking over alle disciplines
heen. Zo zal innovatie door middel van uitge-
breide R&D-projecten uiteindelijk in de traditi-
oneel ingestelde bouw zijn intrede doen. Het is
een uitdaging voor de huidige bouwnijverheid
om uit te groeien tot een professionele bedrijfs-
tak die direct kan inspelen op de ontwikkelingen
in Nederland, maar ook kan concurreren in
Europa.

06950408_hfdst02.indd 42 16-11-2005 15:34:50


Bouwproces
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
3
Via een duidelijke fasering is het mogelijk grip te krijgen op alle acti-
viteiten in het bouwproces. De zes fasen die normaal worden gehan-
teerd in de Nederlandse bouwnijverheid bestrijken het totale proces;
van initiatief, via bouwen en beheer tot en met de sloop van de ge-
bouwen. Een compleet en op het eerste gezicht geolied proces dat de
partijen de mogelijkheid biedt het proces bij te sturen. Aan het einde
van dit hoofdstuk zal worden toegelicht in hoeverre de traditionele
scheiding tussen ontwerp en uitvoering niet alleen consequenties
heeft voor de efficiency van het proces maar ook voor de kostprijs van
het product. Het streven moet zijn om optimaal samen te werken en
maximaal gebruik te maken van elkaars kennis, om zo tot een goed
eindresultaat van het bouwproces te komen.

06950408_hfdst03.indd 43 16-11-2005 15:37:30


44

Inleiding 3.1 Fasen in het bouwproces

In de vorige twee hoofdstukken hebben wij kun- Het doel van het bouwproces is het realiseren
nen lezen dat het bouwproces bestaat uit de van een bouwwerk: een complex en meestal
vijf elementaire functies: initiatief, grond, geld, eenmalig product. De kans op mislukking is ech-
ontwerpen en uitvoeren. Een verdere fasering ter groot als een opdrachtgever of gebruiker aan
van het bouwproces is vervolgens noodzakelijk het begin slechts eenmalig zijn eisen kenbaar kan
voor het beheersbaar maken van dit proces. Het maken en pas naderhand wordt geconfronteerd
bouwproces wordt door het Nederlandse Norma- met een kant-en-klaar gebouw. Dit is één van de
lisatie Instituut (NEN) als volgt gedefinieerd: redenen waarom, volgens de Stichting Bouwre-
search, het bouwproces (dus ook het beslissings-
‘Het bouwproces is een aaneenschakeling van proces) gefaseerd wordt doorlopen.
opeenvolgende activiteiten of deelprocessen,
die resulteren in te hanteren uitgangspunten Fasering maakt het bouwproces beheersbaar: het
en middelen om resultaten te bereiken, met als biedt de mogelijkheid om het proces op te delen
einddoelen een bouwwerk gereed te hebben in een aantal duidelijk te onderscheiden ontwik-
en dit bouwwerk te beheren en te gebruiken, kelingsstadia. Op die manier kan de opdracht-
waarna de activiteiten of deelprocessen met gever of gebruiker zich een aantal malen een
het slopen van het bouwwerk eindigen. Bij het oordeel vormen over afgeronde tussenresultaten,
bouwproces is inbegrepen het bereiken van niet figuur 3.1, op een moment dat bijsturing nog
aan het projecten gebonden resultaten, zoals op mogelijk is. Fasering biedt bovendien de moge-
de markt aangeboden bouwproducten die als lijkheid om bouwprocessen goed te organiseren
middelen worden gebruikt voor het realiseren en bijvoorbeeld de financiële consequenties te
van bouwwerken.’ overzien, figuur 3.2.

Het NEN definieert het bouwproces dus zeer Met name in het begin van het bouwproces zijn
breed: van initiatief tot sloop, van zand en water de investeringskosten maximaal te beïnvloe-
tot gebouw. In dit hoofdstuk wordt het faseren den. Uit figuur 3.1 blijkt dat met de keuze van
van het bouwproces verder uitgewerkt volgens het ontwerp 85% van de investeringskosten en
de NEN 2574, ‘De fasen in het bouwproces’. 55% van de uiteindelijke exploitatiekosten van
Allereerst wordt beschreven hoe de fasering van het gebouw zijn vastgelegd. In die beginfasen
het bouwproces thans is opgebouwd. Aan het moeten wij daarom zorgdragen voor een goede
slot van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op kostenbeheersingssystematiek.
de knelpunten in het proces en op besparingen
die kunnen worden gerealiseerd door verbeterin- Het bouwproces kan op verschillende manieren
gen en integratie van het proces. worden doorlopen. Deze verschillen ontstaan
100
Mate van beïnvloeding in %

90
80
70
60 Exploitatiekosten

50
40
30
20 Investeringskosten

10
0
Initiatief PvE Ontwerp Voorbereiding Realisatie Gebruik
Fasen bouwproces
Figuur 3.1 Naarmate het bouwproces vordert, neemt de mate van beïnvloeding sterk af
Bron: De manager als bouwheer, P.P. Kohnstamm / L.H. Regterschot

06950408_hfdst03.indd 44 16-11-2005 15:37:30


3 BOUWPROCES 45

Alternatieve projecten Alternatieve


vallen af gebruiks- en
Alternatieve onderhouds-
ontwerpoplossingen mogelijkheden
vallen af vallen af

Initiatief Definitie Ontwerp Voorbe- Realisatie Nazorg


reiding

Alternatieve realisatie-
mogelijkheden vallen af
Alternatieve eisen
vallen af

Figuur 3.2 Mogelijkheid om investeringen en exploitatiekosten te beïnvloeden Bron: Twijnstra Gudde nv, 1987

onder meer door de diverse manieren waarop 3.1.1 Programmafase


een opdrachtgever de bouwbranche tegemoet De eerste hoofdfase is de programmafase. Deze
kan treden. Hij kan contact zoeken met een pro- programmering start bij het eerste onderzoek
jectontwikkelaar, met een architect, met een naar de ruimtebehoefte. De programmafase ein-
adviseur of met een bouwbedrijf. Elk bouw- digt op het moment dat er een functioneel, tech-
proces kent echter een aantal activiteiten of nisch, financieel, ruimtelijk en organisatorisch
deelprocessen die ongeacht de vorm van het kader is bepaald waarbinnen de bouwactiviteiten
proces moeten worden doorlopen. dienen plaats te vinden. De programmafase is
De meest algemene indeling van het bouwpro- opgedeeld in drie fasen: initiatief, haalbaarheid
ces is die van het NEN. Het onderscheidt zes en projectdefinitie.
hoofdfasen die verder onderverdeeld worden
naar fasen, figuur 3.3. 1 Initiatief
Het initiatief bestaat uit het analyseren van het
huisvestingsprobleem c.q. de huisvestingsbe-
Programma hoefte.
1 Initiatief

2 Haalbaarheidsstudie
2 Haalbaarheid
Is nieuwbouw een optie, dan wordt er een haal-
3 Projectdefinitie
baarheidsstudie verricht. In deze studie worden
Ontwerp alternatieve oplossingen voor het huisvestings-
probleem onderzocht op haalbaarheid. Hierna
4 Structuurontwerp
wordt uiteindelijk een keuze gemaakt voor het
5 Voorlopig ontwerp

6 Definitief ontwerp
Uitwerking

7 Bestek

8 Prijsvorming
Realisering

9 Werkvoorbereiding

10 Uitvoering

11 Oplevering

Beheer

Beheer
Sloop
Figuur 3.3 Fasering van het bouwproces Sloop

06950408_hfdst03.indd 45 16-11-2005 15:37:31


46

doorgaan van de nieuwbouw en zo ja, op welke 3.1.3 Uitwerkingsfase


locatie. Na de ontwerpfase volgt de uitwerkingsfase.
Hierin wordt het definitieve ontwerp dusdanig
3 Projectdefinitie uitgewerkt dat goedkeuring kan worden verkre-
De eisen en wensen voor de nieuwe huisvesting gen van de officiële instanties, zoals welstands-
en de voorwaarden die gesteld worden aan het commissie, bouw- en woningtoezicht en brand-
bouwproces worden vertaald in een Programma weer. De uitwerkingsfase is verdeeld in bestek en
van Eisen. prijsvorming.

3.1.2 Ontwerpfase 7 Bestek


De tweede hoofdfase is de ontwerpfase. Tijdens Tijdens het maken van het bestek worden de
het ontwerpen worden, in toenemende mate ruimtedelen en bouwdelen, materiaalgebruik,
van gedetailleerdheid, een ruimtelijk en functio- afwerking en detaillering op een zodanige wijze
neel ontwerp en financiële, technische en orga- gespecificeerd dat definitieve prijsvorming
nisatorische plannen gemaakt. De ontwerpfase is mogelijk is.
onderverdeeld in het structuurontwerp, voorlo-
pig ontwerp en definitieve ontwerp. 8 Prijsvorming
De tweede fase van de uitwerking is de prijsvor-
4 Structuurontwerp ming. Die moet leiden tot bindende afspraken
In het structuurontwerp wordt het concept van over de uitvoeringsvoorwaarden: de ‘aanneem-
het gebouw vastgelegd. Dit betekent dat de som’, de aanvangs- en opleveringsdatum en de
interne en externe structuur van het object, diverse administratieve en technische bepalin-
evenals de vorm en de omvang van de bouw- gen.
massa in de samenhang met de stedenbouw-
kundige inpassing worden vastgelegd. Ten slotte Na afronding van de fase bestek kan op basis van
wordt in deze fase een investeringsraming ge- de bestektekeningen en het bestek de prijsvor-
maakt. ming plaatsvinden. Al naar gelang de gekozen
vorm van aanbesteding kunnen verschillende
5 Voorlopig ontwerp aannemers een inschrijvingsbegroting aan de
In het voorlopig ontwerp wordt het gebouw hand van de aanbestedingsstukken van de
ruimtelijk en functioneel vastgelegd. Dit houdt in bouwdirectie maken. Uit de aanbesteding rolt
dat situering, hoofdindeling, structurele opzet, één aannemer die wordt gecontracteerd om het
constructieve opzet en architectonische verschij- project te bouwen.
ningsvorm worden ontwikkeld. Tijdens deze
fase behoren zowel de investeringskosten als de Het werk aanbesteden op basis van bestek en
exploitatiekosten en -opbrengsten te worden tekeningen is één van de mogelijke contrac-
bepaald. teringsvormen. De aannemer, maar ook de
uitvoerende partijen, worden tegenwoordig
6 Definitief ontwerp al veel eerder gecontracteerd. In een dergelijk
In het definitieve ontwerp wordt het materi- geval verplaatst een deel van deze fase, name-
aalgebruik van het gebouw vastgelegd. Van lijk het opstellen van de contractstukken, de
het object worden vastgelegd: de structuur, de concurrentiestelling, prijsonderhandelingen en
vorm, plaats en afmetingen van constructies en contractering naar een vroeger moment in het
de werktuigbouwkundige en elektrotechnische bouwproces.
installaties. Daarnaast worden plaats en afme-
tingen van bouwdelen en het materiaalgebruik 3.1.4 Realisatiefase
van de beeldbepalende bouwdelen vastgesteld. Na de prijsvorming zijn de uitvoerende partijen
Op basis van het definitieve ontwerp worden de bekend, dus het realiseren van het project kan
investeringsraming en de exploitatieopzet bijge- beginnen. De realisatiefase begint met de voor-
steld. bereiding op de uitvoering door de aannemer.

06950408_hfdst03.indd 46 16-11-2005 15:37:31


3 BOUWPROCES 47

De directie tijdens de voorbereiding, uitvoering regels wordt ten slotte vaak verwezen naar
en oplevering kan door de opdrachtgever of zeer gedetailleerde NEN-normen. Deze NEN-
door een aangewezen bedrijf worden uitge- normen hebben echter geen kracht van wet;
voerd. De realisering eindigt met de oplevering. de werkgever mag ervan afwijken als hij zelf
De realisatiefase is onderverdeeld in voorbereiden een andere oplossing heeft waarmee de kwa-
productie, uitvoering en oplevering. liteit van de arbeidsomstandigheden minstens
op dezelfde wijze wordt bereikt.
9 Voorbereiden productie De Arbowet is erop gericht door een goede
De eerste deelfase van de realisatiefase is dus het coördinatie de zorg voor de arbeidsomstan-
voorbereiden van de productie. Dit houdt in: het digheden op de bouwplaats strak te regelen,
technisch uitwerken van het plan in de vorm van en daardoor het werken in de bouw veiliger
productie- en uitvoeringstekeningen. Dit betreft en gezonder te maken. Het unieke aan de
de prefab betonelementen, kozijnen, staalcon- Arbowet is dat het voorkomen van gevaarlijke
structie, gevelbekleding, enzovoort. Daarnaast en ongezonde werksituaties niet alleen in de
worden de uitvoeringsystematiek en het logistieke uitvoeringsfase, maar ook in de ontwerpfase
proces uitgewerkt in een werkbegroting, uitvoe- van een bouwwerk moet plaatsvinden. De
ringsplanning en verschillende detailplanningen. Arbowet eist veiligheids- en gezondheidsplan-
Tevens worden de benodigde bouwmaterialen nen in zowel de ontwerpfase als uitvoerings-
ingekocht en de onderaannemers gecontrac- fase.
teerd. Kenmerkend is dat er sprake moet zijn van
een goede samenwerking tussen de betrokken
10 Uitvoering partijen. Iedere participant heeft dan ook zijn
Het terrein wordt bouwrijp gemaakt, de ‘bouw- eigen verplichtingen tijdens het totale proces,
put’ wordt uitgezet en in vele gevallen in Neder- ongeacht de gekozen vorm van samenwer-
land wordt ‘de eerste paal geslagen’. De bouw king. De Arbowet wordt in hoofdstuk 6 verder
kan beginnen: onderbouw (fundering), ruw- besproken.
bouw (het casco van het gebouw) en afbouw
(afwerking, installaties en dergelijke).
3.1.5 Beheer- of gebruiksfase
11 Oplevering Na oplevering van het gebouw (of delen daar-
Als de uitvoering gereed, is wordt het gebouw van) vindt de ingebruikname plaats: de beheer-
formeel overgedragen aan de opdrachtgever en gebruiksfase. Het voltooide bouwwerk zal
oftewel opgeleverd. De garantiebepalingen worden gebruikt en beheerd waarbij de tijdens
worden vastgelegd. Ten slotte worden de res- de oplevering verkregen gebouwgegevens zullen
terende werkzaamheden uitgevoerd en worden worden geraadpleegd. Tijdens de gebruiksfase
de tijdens de onderhoudstermijn geconstateerde vindt planmatig onderhoud plaats om de techni-
gebreken verholpen sche conditie van het gebouw goed te houden.
. Ruimtebeheer is noodzakelijk voor het optimale
Invloed van het Bouwprocesbesluit gebruik van de ruimten en daarbij kunnen er om
Arbeidsomstandighedenwet op het functionele redenen verbouwingen aan het ge-
bouwproces bouw plaatsvinden.
Sinds 1984 is de Arbeidsomstandighedenwet,
kortweg Arbowet, van kracht. Hierin zijn alge- 3.1.6 Sloop
mene regels opgenomen over de verplicht- Nadat de onroerende zaak functioneel, econo-
ingen van werkgever en werknemer ten aan- misch en/of technisch onbruikbaar is verklaard,
zien van de arbeidsomstandigheden. De uit- worden de voorbereidingen getroffen voor
werking van die regels staan (in toenemende het slopen daarvan. Na het slopen is er weer
mate van detaillering) in het ArboBesluit, de bouwgrond beschikbaar waarop een ander
Arboregeling en de Beleidsregels. In de Beleids- bouwwerk kan worden gerealiseerd. Het huisves-
tingsproces is dan ook als een keten, figuur 3.4.

06950408_hfdst03.indd 47 16-11-2005 15:37:31


48

Ook gedeeltelijke sloop, waarbij bijvoorbeeld • verkeerde locatie (verandering van werkgever,
alleen de draagconstructie blijft staan komt veel slechte bereikbaarheid voor klanten of goede-
voor. ren).

De gebruiker is in veel gevallen niet direct


betrokken bij de realisatie van een bouwwerk.
Nieuwe
huisvesting
Het initiatief wordt dan genomen door bijvoor-
beeld een woningbouwvereniging, een belegger
of een projectontwikkelaar. De wensen en eisen
van de toekomstige gebruikers worden dan vaak
via marktonderzoek geïnventariseerd. Welke
activiteiten wij in deze fase moeten ontplooien
wordt aan de hand van de drie deelfasen nader
Bouwproces
Gebruik (nieuwbouw, toegelicht.
aanpassen)

Figuur 3.4 Huisvestingsproces 3.2.1 Initiatief


Het initiatief bestaat uit het formuleren van de
Wij hebben nu in grote lijnen het bouwproces huisvestingsbehoefte op basis van een analyse van
qua fasering uiteen gezet. De zes fasen worden de te huisvesten particulier of organisatie of op
in de volgende paragrafen nader toegelicht basis van een via marktonderzoek gesignaleerde
waarbij ook aan de hand van voorbeelden in de vraag naar huisvesting.
verschillende fasen van het project de betref-
fende tekeningen, de begrotingen en plannin- Het voldoen aan de huisvestingsbehoefte kan
gen, alsmede de rol van het Bouwprocesbesluit gebeuren door het verbouwen van de bestaande
worden toegelicht. huisvesting, het huren van bestaande of nog
nieuw te bouwen huisvesting of het bouwen van
nieuwe huisvesting. De nieuwbouw kan worden
3.2 Programmafase gerealiseerd op de bestaande locatie of op een
andere locatie.
Verschillende personen of organisaties kunnen
vragen naar nieuwe huisvesting, aanbouw of ver- Als bij een organisatie blijkt dat de huisvesting
bouw van bestaande huisvesting: een huiseige- om één van de hiervoor genoemde redenen
naar, een gebruiker van een kantoor, een fabri- niet meer voldoet, moet worden gestart met
kant, een winkelier, een directie van een zieken- het beoordelen van deze huisvesting. Het is
huis, de overheid, enzovoort. Aan deze vraag kun- van belang om precies vast te stellen waarom
nen verschillende motieven ten grondslag liggen: er een veranderingsbehoefte is. Kan dit precies
• het te klein of juist te groot zijn van de worden omschreven, dan zijn direct de eisen,
bestaande huisvesting (bijvoorbeeld gezins- waaraan de toekomstige huisvesting moet
uitbreiding, of een winkelier die een groter voldoen, bekend.
assortiment wil gaan voeren);
• start van nieuwe activiteiten (bijvoorbeeld De input van deze fase bestaat uit een vraag naar
gaan samenwonen, of het fabriceren van een verbetering van de huidige huisvesting. De out-
nieuw product); put bestaat uit een beschrijving van de huisves-
• veroudering van de huidige huisvesting om tingsbehoefte. Karakteristieke werkzaamheden in
functionele, esthetische en/of technische rede- deze fase zijn:
nen (andere fabricageprocessen, achterstallig • bij het huisvesten van particulieren het bepa-
onderhoud); len van de huisvestingsbehoefte;
• dwang als gevolg van het vestigingsbeleid, • bij het huisvesten van organisaties het beoor-
vergunningen, milieuwet, bestemmingsplan en delen van de technisch en functionele staat van
regionale herinrichting; de huidige huisvesting, het bepalen van de ge-

06950408_hfdst03.indd 48 16-11-2005 15:37:31


3 BOUWPROCES 49

bruikswaarde van de huidige huisvesting en het planologische haalbaarheid onderzocht van de


vertalen van de plannen voor de toekomst naar huisvestingsbehoefte.
consequenties voor de nieuwe huisvesting;
• bij huisvesten voor de markt het doen van Het is allereerst noodzakelijk de bouwbehoefte
een marktonderzoek naar huisvestingswensen en in hoofdzaken te ontleden. De fundamentele
-eisen. uitgangspunten voor de te realiseren huisvesting
moeten worden vastgelegd. Tot deze uitgangs-
Op basis van de resultaten van de bovenstaande punten horen:
werkzaamheden, de financiële situatie, priori- • locatiekeuze (eisen te stellen aan locatie en
teitsstellingen en andere mogelijke oplossingen bouwterrein);
(reorganisatie, uitstellen van gezinsuitbreiding, • ruimtebehoefte (opgave van de behoefte in
andere transportvormen, enz.) moet nu een vierkante meters vloeroppervlakte);
beslissing worden genomen of men van plan is • uiterlijk van het gebouw (eisen ten stellen aan
de huidige huisvestingssituatie te handhaven of de uitstraling en vormgeving);
te veranderen. • comfort van het gebouw (eisen te stellen aan
binnenklimaat, ventilatie, verlichting, zonwering,
Belangrijke informatiebronnen in deze fase kun- vloerbelasting, verdiepingshoogte en afwerking).
nen zijn:
• het gebouwdossier; Natuurlijk moet het een goed gebouw worden
• informatie uit een klachteninformatiesysteem maar de locatie is meestal minstens zo belangrijk.
van het gebouw; Aandachtspunten hierbij zijn:
• het managementinformatiesysteem van de • bereikbaarheid (openbaar vervoer, wegen,
organisatie; parkeergelegenheid);
• onroerend goedexperts (bijvoorbeeld make- • uitstraling (high-tech center, A-1 zichtlocatie,
laars); industrieterrein, binnenstad, villawijk);
• bedrijfskundigen. • voorzieningenniveau (winkels, dienstverle-
ning).
3.2.2 Haalbaarheidsstudie
Is besloten het huisvestingsvraagstuk op te los- Een veel gemaakte fout is dat in deze fase te
sen door te gaan bouwen (verbouw, nieuw- gedetailleerd te werk wordt gegaan en al wordt
bouw) dan wordt er een haalbaarheidsstudie overgegaan tot het tekenen van indelingslayouts
verricht. In deze studie worden de financiële, van de gewenste huisvesting. Het aangeven van
juridische, technische en stedenbouwkundige/ de benodigde vierkante meters is voldoende.

Bruto-oppervlakte van het gebouw (BVO)


Verhuurbare vloeroppervlakte (VVO) Niet-verhuurbare Statische
vloeroppervlakte bouwdelen
Gebruiks- Hori- Sanitaire Berg- Correctie Bijruim- Installa- Verticaal Buiten- Binnen-
ruimten zontaal ruimten ruimten glaslijn ten tieruim- verkeer wanden wanden
verkeer ten

De belangrijke begrippen bij het huisvesten oppervlakten die effectief gebruikt kunnen
van organisaties zijn de bruto-vloeroppervlakte worden inclusief de gangen en de hallen
( BVO) en de vrij verhuurbare vloeroppervlakte (horizontaal verkeersoppervlakte) en inclusief
(VVO). De BVO is de som van de buitenwerks correctieglaslijn. De vensterbank wordt gere-
gemeten vloeroppervlakte van alle bouwla- kend tot het effectief te gebruiken vloeropper-
gen. De VVO heeft alleen betrekking op de vlak en dus tot de VVO.

Figuur 3.5 Verhouding bruto- en verhuurbare oppervlakte

06950408_hfdst03.indd 49 16-11-2005 15:37:32


50

Daarbij moet voor utiliteitsgebouwen rekening budget worden vastgelegd waarbinnen de


worden gehouden met het verschil in VVO en nieuwe huisvesting moet worden gerealiseerd.
BVO, figuur 3.5. Dit is het taakstellend budget waarop het totale
proces constant moet worden bewaakt.
Bij het maken van een investeringsraming wordt De investeringen worden meestal bepaald vol-
gewerkt met de BVO. Als vuistregel wordt ge- gens de methodiek beschreven in de NEN 2631
hanteerd dat de verhouding tussen de VVO en Investeringskosten van gebouwen, figuur 3.7.
de BVO groter of gelijk is aan 85%.
Bestudering van de investeringsraming maakt
Nu de globale functionele eisen zijn vastgelegd, duidelijk dat tussen de 45 en de 65% van de
zal de huisvestingsmarkt moeten worden ver- stichtingskosten bij kantoorgebouwen wordt be-
kend. Om te beginnen zijn er twee mogelijk- paald door de bouwkosten, figuur 3.8. Er moet
heden: verbouwen of verhuizen. Bij verhuizen ook rekening worden gehouden met de omvang
zijn er weer twee keuzen nieuwbouw of be- van de bijkomende investeringskosten en de in
staande bouw. Binnen nieuwbouw kan vervol- sommige gebieden abnormaal hoge grondkos-
gens weer worden gekozen voor een standaard ten.
gebouw (confectie) of compleet naar de eisen en
wensen gebouwd (maatwerk). In beide gevallen De exploitatiekosten van het gebouw zijn de
kan vervolgens gekozen worden voor huur en kosten die voortvloeien uit het eigendom of in
koop. Bij de bestaande bouw kan eveneens wor- gebruik hebben van de onroerende zaak. De
den gekozen voor huur of koop, figuur 3.6. meest gangbare methodiek ter bepaling van de
exploitatiekosten is conform de rubricering van
In de praktijk blijkt maar al te vaak dat op globale NEN 2632, figuur 3.9.
overwegingen beslissingen worden genomen
om nieuwe huisvesting te realiseren. Het nemen In figuur 3.10 is de procentuele verdeling van de
van een dergelijke principebeslissing kan pas exploitatiekosten over 5 rubrieken weergegeven.
plaatsvinden als ook bekend is wat de huisves- Bij kantoren is het aandeel van de vaste kosten in
ting gaat kosten. Dit kan zowel qua investering de exploitatiekosten 45 tot 70%.
als exploitatie. Deze kosten moeten dus worden
bepaald voor alle geselecteerde mogelijkheden. Zijn de exploitatie- of investeringskosten te
hoog, dan kan dit betekenen dat de nieuwe
Op basis van deze kostenoverzichten kan worden huisvesting niet doorgaat of dat de globale
vastgesteld of de nieuwe huisvesting haalbaar is. functionele eisen en behoeften moeten worden
Is het haalbaar, dan kan tevens het definitieve bijgesteld.

Niets doen
Huisvestings-
aan de
alternatieven
huisvesting

Verbouwen

Bestaande
Verhuizen
bouw

Nieuwbouw Standaard

Maatwerk
Figuur 3.6 Huisvestingsalternatieven

06950408_hfdst03.indd 50 16-11-2005 15:37:32


3 BOUWPROCES 51

Kosten- Element- Omschrijving bouwkosten


groep cluster grond
45-65%
15-30%
1 Grond
A Grondverwerving
B Infravoorzieningen
bijkomende kosten inrichtingskosten
C Bouwrijp maken terrein 10-30% 0-10%
2 Bouwkundige werken Figuur 3.8 Kostengroepen volgens NEN 2631 en hun
A Onderbouw aandeel in de totale investeringskosten van kantoren
B Draagstructuur
C Dakafbouw 1 Vaste kosten • rente en aflossing inves-
D Gevelafbouw teringskosten;

E Binnenwanden • erfpacht;

F Vloerafbouw • belastingen;

G Trappenafbouw • verzekeringen.
H Plafondafbouw 2 Energiekosten • elektriciteit;
3 Installatiewerken • gas
• water.
A Werktuigbouwkundig 3 Onderhoudskosten • onderhoud gebouw;
B Elektrotechnisch • schoonmaken;
C Transportinstallaties • terreinonderhoud.
4 Vaste inrichtingen 4 Administrative • incidentele;
5 Terreinvoorzieningen beheerskosten • incasso;
6 Algemene uitvoeringskosten • bewaking.
A Bouwplaatskosten 5 Specifieke beheers- • kosten voortvloeiend uit
B Bouwbedrijfskosten kosten het functioneren van de
C Risico en Winst organisatie
Subtotaal bouwkosten
Figuur 3.9 Opbouw exploitatiekosten volgens NEN 2632
7 Inrichtingskosten
A Losse inrichtingen
administratie- specifieke bedrijfskosten 2-5%
B Bedrijfsinstallaties kosten 3-5%

8 Bijkomende investeringskosten
onderhouds-
A Voorbereidingskosten kosten 10-20%

B Heffingen
vaste
C Verzekeringen kosten
energiekosten 5-15% 50-85%
D Aanloopkosten
Figuur 3.10 Procentuele verdeling exploitatiekosten van
E Financieringskosten gebouwen in 2003
F Risicoverrekeningen
G Onvoorziene uitgaven
H Onderhoudskosten terrein
Totaalinvestering excl. BTW
BTW

Totaalinvestering incl. BTW

Figuur 3.7 Opbouw investeringskosten volgens NEN 2631

06950408_hfdst03.indd 51 16-11-2005 15:37:33


52

De voornaamste input voor deze fase bestaat Hulpmiddelen die ter beschikking staan zijn pro-
uit de huisvestingsbehoefte. De output bestaat gramma’s voor het maken van investerings- en
uit het oplossingsscenario, bijbehorende globale exploitatieberekeningen: Decision Support
functionele eisen met daaraan gekoppeld een Systems (statische en wiskundige berekeningen
budget en liefst ook al een locatie. Karakteristieke om de besluitvorming te ondersteunen).
werkzaamheden in deze fase zijn onder meer:
• zoeken naar mogelijke huisvestingsoplossin- Bouwkostenbeheersing tijdens het
gen; bouwproces
• bepalen investeringskosten en exploitatiekos- De beheersing en het grip krijgen op de kos-
ten per huisvestingsoplossing; ten is gedurende het gehele proces van groot
• beoordelen huisvestingsoplossingen en kiezen belang. Hiervoor zijn methodieken ontwikkeld
voor één oplossing. welke in de verschillende fasen van het bouw-
proces kunnen worden gebruikt. De bouwkos-
Het type beslissingen dat in deze fase wordt ge- ten kunnen worden bepaald via de volgende
nomen, richt zich vooral op het kiezen van het begrotingsmethoden:
oplossingscenario. • kengetallen;
In figuur 3.11 is een voorbeeld opgenomen van • elementenbegroting;
een haalbaarheidsstudie van een bedrijfsgebouw. • bouwdeelbegroting;
Kort is een overzicht gegeven van de eisen en • detailbegroting.
vervolgens is te zien wat voor twee alternatieven
de kosten worden. In het voorbeeld wordt het De kwaliteit van de kostenbeheersing wordt
huren van een bestaande bedrijfsruimte verge- deels bepaald door de betrouwbaarheid, deels
leken met een zelf nieuw te bouwen bedrijfs- door de duidelijkheid en hanteerbaarheid van
ruimte. de begrotingsmethodieken. Aangezien het
bouwproces zich kenmerkt door het werken
Belangrijke informatiebronnen in deze fase zijn van grof naar fijn, zullen ook de begrotings-
ruimtegebruikgetallen, NEN 2631, NEN 2632, methodieken hierop moeten zijn afgestemd.
de Real Estate Norm, prestatiecontract Rijks- Dit moet echter gebeuren met behoud van
gebouwendienst, onderhoudkengetallen, ken- een hoge graad van betrouwbaarheid. Ook
getallen gebouwtypen en financieringsmogelijk- zal in elke fase van het bouwproces de
heden. kosteninformatie op eenduidige wijze

Voorbeeld Haalbaarheidsstudie
1 Bouwbehoefte in hoofdzaken
• aard van het gebouw:
Het betreft een bedrijfsgebouw voor een offsetdrukkerij.
• locatiekeuze:
De locatie moet dicht bij de uitvalswegen zijn gesitueerd. Vestigingsplaats moet X zijn, en wel nabij de
huidige locatie.
• ruimtebehoefte:
De ruimtebehoefte is 2.300 m2 BVO voor de bedrijfsgedeelte en 500 m2 BVO voor het kantoorgedeelte. Het
kantoorgedeelte mag in twee bouwlagen worden gerealiseerd.
• uiterlijk van het gebouw:
Het gebouw moet zich duidelijk onderscheiden van zijn omgeving en uitstralen dat men in het gebouw met
vormgeving bezig is.
• comfort van het gebouw:
De binnenklimaat moet geheel kunnen worden geregeld. De binnenafwerking moet in overeenstemming zijn
met het uiterlijk van het gebouw.

06950408_hfdst03.indd 52 16-11-2005 15:37:33


3 BOUWPROCES 53

2 Investeringsraming voor het nieuw realiseren van dit bedrijfsgebouw

Kosten- Omschrijving Hoeveelheid Eenheid Prijs/ Bedrag Totaal


groep eenheid

1 Grond
Afkoop erfpacht 50 jaar 4.000 m2 240 960.000
Infravoorzieningen 1 post 10.000 10.000
Bouwrijp maken terrein 4.000 m2 5 20.000
990.000

2 Bouwkundige werken
Kosten bouwkundig 2.800 m2 500 1.400.000
1.400.000

3 Installatiewerken
Werktuigbouwkundig 2.800 m2 165 462.000
Elektrotechnisch 2.800 m2 95 266.000
Transportinstallaties 2.800 m2 15 42.000
770.000

4 Vaste voorzieningen
Vaste voorzieningen 2.800 m2 10 28.000
28.000

5 Terreinvoorzieningen
Terreinvoorzieningen 4.000 m2 50 200.000
200.000

6 Algemene uitvoeringskosten
is begrepen in de kosten groepen 1, 2, 3, 4 en 5 0
0

7 Inrichtingskosten
Losse inventaris PM
Inventaris gebruikersactiviteiten PM
PM

8 Bijkomende investeringskosten
Honararia architect/adviseurs 398.244
Aansluitkosten, leges, verzekering 93.500
Rente grond, bouwkosten en bijkomende kosten 6% 141.945
Prijsstijgingen, bestekswijzigingen 232.000
865.689

Totaal investering excl. BTW 4.253.689

06950408_hfdst03.indd 53 16-11-2005 15:37:33


54

3 Exploitatieraming voor het nieuw te realiseren bedrijfsgebouw


Op basis van de opgestelde investeringsraming wordt nu de exploitatieraming opgesteld. De bouwkundige
onderdelen en de terreinvoorzieningen worden in 50 jaar afgeschreven, de installaties in 15 jaar en de
inventaris in 10 jaar.

Kosten- Omschrijving Hoeveelheid Eenheid Prijs/ Bedrag Totaal


groep eenheid

1 Vaste kosten
Rente en aflossing 50 jaar 6% 103.407
Rente en aflossing 15 jaar 6% 79.279
Rente en aflossing 10 jaar 6% 2.883
Rente grond 6% 57.600
Belastingen, heffingen 28.000
Verzekeringen 11.200
282.369

2 Energiekosten
Elektriciteit 2.450 m2 12 29.400
Gas 2.450 m2 6 14.700
Water 2.450 m2 1 2.450
46.550

3 Onderhoudskosten
Technisch onderhoud 2.450 m2 9 22.050
Schoonmaakonderhoud 2.450 m2 13 31.850
Terreinonderhoud 2.450 m2 2 4.900
58.800

4 Administratieve beheerskosten
Beheerskosten PM
PM

5 Specifieke bedrijfskosten
Beveiligingskosten 2.450 m2 3 7.350
Afvalstromen 2.450 m2 4 9.800
17.150

Totaal exploitatie excl. BTW 404.869

De totale investeringsraming groot € 1.520 per m2 BVO geeft een jaarlijkse exploitatie van € 145 per m2 BVO.
Deze investering en exploitatie worden nu vergeleken met een bedrijfsgebouw dat kan worden gehuurd.

06950408_hfdst03.indd 54 16-11-2005 15:37:33


3 BOUWPROCES 55

4 Huren van een bedrijfsgebouw


Op het bedrijventerrein waar de nieuwbouw kan worden gerealiseerd is ook een bedrijfsgebouw te huur. Het
gebouw heeft een oppervlakte van 3.000 m2 BVO bestaande uit een kantooroppervlakte 700 m2 (616 m2 VVO)
en een bedrijfsgedeelte van 2.300 m2 BVO (2.070 m2 VVO). De huurprijs voor dit gebouw bedraagt € 250.000,–
en voor de parkeerplaatsen moet € 10.000,– worden betaald. Het gebouw wordt kaal opgeleverd, wat tot
gevolg heeft dat er bouwkundig € 90.000,– en installatietechnisch € 180.000,– moet worden geïnvesteerd. Dan
voldoet het gebouw aan de gestelde eisen. De exploitatieraming van dit huurpand is als volgt:

Kosten- Omschrijving Hoeveelheid Eenheid Prijs/ Bedrag Totaal


groep eenheid

1 Vaste kosten
Huurkosten 250.000
Rente en aflossing 50 jaar 6% 5.710
Rente en aflossing 15 jaar 6% 18.533
Belastingen, heffingen 14.000
Verzekeringen 5.000
293.243

2 Energiekosten
Elektriciteit 2.686 m2 12 32.232
Gas 2.686 m2 6 16.116
Water 2.686 m2 1 2.686
51.034

3 Onderhoudskosten
Technisch onderhoud 2.686 m2 4 10.744
Schoonmaakonderhoud 2.686 m2 13 34.918
Terreinonderhoud 2.686 m2 1 2.686
48.348

4 Administratieve beheerskosten
Beheerskosten PM
PM

5 Specifieke bedrijfskosten
Beveiligingskosten 2.686 m2 3 8.058
Afvalstromen 2.686 m2 4 10.744
18.802

Totaal exploitatie excl. BTW 411.427

5 Conclusie van het haalbaarheidsonderzoek


De accountant van deze ondernemer had op basis van omzet- en kostenontwikkelingen berekend dat een
jaarlijkse exploitatielast van € 415.000,– maximaal was. Beide alternatieven voldoen aan de criterium en
verschillen niet zoveel. Nadeel van het huurpand is dat de huurprijs jaarlijks wordt geïndexeerd, waardoor de
exploitatie al snel boven het budget gaat uitkomen. Verder is de ondernemer van mening dat door het zelf
realiseren van een bedrijfspand een veel betere op het bedrijf afgestemde uitstraling en werkomgeving kan
worden gecreëerd. Besloten wordt te kiezen voor het zelf nieuw bouwen van het bedrijfspand en als maximum
budget € 4,1 miljoen te hanteren.

Figuur 3.11 Voorbeeld van een haalbaarheidsstudie van een bedrijfsgebouw

06950408_hfdst03.indd 55 16-11-2005 15:37:33


56

verwerkt moeten worden om de kostenont- 3.2.3 Projectdefinitie


wikkeling per fase te kunnen volgen. Besloten is dat er nieuw wordt gebouwd. De lo-
Iedere methode van begroten heeft naast catie is verworven (dit wil zeggen: de werkelijke
voordelen ook zijn beperkingen. overdracht via de notaris vindt pas vlak voor de
De tabel van figuur 3.12 laat zien welke voor- bouw plaats) en wat betreft de opdrachtgevers:
delen en beperkingen de methoden hebben, hoe sneller er wordt gebouwd hoe beter. Maar
maar ook in welke fase ze in de praktijk ge- voordat de eerste paal in de grond kan worden
bruikt worden. geslagen, moet er nog heel wat gebeuren. Van
In het algemeen kunnen wij dus stellen dat de belang is dat de opdrachtgever het bouwproces
snelheid van het begroten omgekeerd evenre- als een project organiseert. In figuur 3.14 wordt
dig is aan de nauwkeurigheid van de kostprijs. de toptien van succesfactoren gegeven voor een
In figuur 3.13 is aangegeven hoe de opbouw goed bouwproject.
van detail tot kengetal kan plaatsvinden.

Begrotingsmethode Fase proces Voordeel Nadeel


Kengetallen programma zeer snel grove benadering

Elementenbegroting ontwerp redelijk nauwkeurige benadering ±5%


benadering, snelle
methode, herkenning
dure elementen

Bouwdeelbegroting ontwerp benadering tot ±2%, niet zonder meer


redelijk snel, herken- bruikbaar als
1
ning dure details, op- inschrijfbegroting
zetten van alternatieven

1
Detailbegroting uitwerking zeer nauwkeurig lange begrotingstijd
1
Door middel van automatisering kan een bouwdeelbegroting met één druk op de knop omgevormd worden tot een
detailbegroting en is een bouwdeelbegroting wel bruikbaar als inschrijfbegroting zonder dat meer tijd nodig is voor
het begroten.

Figuur 3.12 Begrotingsmethoden vergeleken

Gebouw Element Bouwdeel Detail


per werkplek gevel borstwering materialen
per m3 producten
per m2 arbeidsnormen
materieel
samenstelling
constructie
uitvoeringsmethode
afwerking
binnenblad
isolatie
buitenblad

Figuur 3.13 Verband tussen begrotingsniveaus

06950408_hfdst03.indd 56 16-11-2005 15:37:34


3 BOUWPROCES 57

1 Een duidelijk zichtbaar gemotiveerde (vertegen- • esthetische uitstraling;


woordiger) van de opdrachtgever. • fysische kwaliteiten.
2 Voldoende mandaat voor de (vertegenwoordiger)
van de opdrachtgever (financiën, benodigde De omschrijvingen moeten zodanig worden vast-
capaciteit en middelen). gelegd dat ze kunnen dienen als uitgangspunt
3 Het project en de beschrijving van het projectre- voor het ontwerp en dat het ontwerp hierop kan
sultaat zijn de resultaten van een gedragen strate- worden getoetst. Natuurlijk moet ook dit Pro-
gische koers. gramma van Eisen worden getoetst op haalbaar-
heid, zodat ook de financiële consequenties zijn
4 Een bewuste projectaanpak, locatieverwerving,
te overzien.
eigendoms- en financieringsstructuur.
5 De toekomstige gebruikers zijn nauw betrokken
De financiële randvoorwaarden, tijdsschema en
bij het project.
andere organisatorische voorwaarden worden
6 Een duidelijke projectorganisatie, waarin taken en vastgelegd in de PvE-Randvoorwaarden. Op deze
verantwoordelijkheden goed gedemarceerd zijn. wijze kan aan het PvE een taakstellend budget
7 Het project is opgedeeld in duidelijke fasen, die worden gekoppeld waaraan in latere fasen wordt
afgesloten worden met beslisdocumenten. getoetst. De opzet van de investeringsraming en
8 Tijdens het project vindt voortdurend budget- de exploitatieraming is natuurlijk zoals hiervoor
bepaling en -bewaking plaats. al beschreven is.
9 Direct bij aanvang van het project is er een com-
municatieplan gemaakt. Nu het voorlopig Programma van Eisen is afge-
10 Direct bij aanvang van het project is er een infor- rond moeten de eerste contacten met de bouw-
matieplan gemaakt. branche worden gelegd. Hiervoor kan een Plan
van Aanpak (PvA) worden opgesteld, waarin de
Figuur 3.14 Succesfactoren van een huisvestingsproject projectorganisatie wordt vastgelegd om te
Bron: De manager als bouwheer, P.P. Kohnstamm / L.J. Regterschot komen tot het gewenste resultaat. Allereerst
moet worden gekozen op welke wijze de ver-
Het formuleren van de projectdefinitie, oftewel schillende disciplines in de bouw ingeschakeld
het Programma van Eisen (PvE), valt uiteen in gaan worden. Hiervoor bestaan verschillende
twee stukken. In het eerste stuk wordt het PvE- mogelijkheden. In hoofdstuk 5 wordt dit aan
Object geformuleerd. Dit zijn de functionele de hand van de bouworganisatievormen nader
eisen die gesteld worden aan het te realiseren toegelicht. In dit hoofdstuk gaan we uit van een
gebouw. Het tweede deel is de formulering van getrapte aanbesteding. Dit houdt in dat alle par-
de PvE-Randvoorwaarden. Hierin wordt vastge- tijen na elkaar, dus getrapt, door de opdrachtge-
legd aan welke eisen (bijvoorbeeld opleverings- ver worden geselecteerd.
tijd en budget) het gebouw moet voldoen. Beide
stukken vormen een leidraad voor het verdere Allereerst moet de ontwerper, de architect ge-
verloop van het bouwproces. kozen c.q. geselecteerd worden. Vaak is het
verstandig op basis van gebouwen die mooi
Bij het definiëren van de gewenste locatie zijn worden gevonden vier of vijf architecten te kie-
de globale eisen en behoeften gedefinieerd. zen. Deze architecten kunnen vervolgens worden
Dit moet nu verder worden uitgewerkt tot een gevraagd een bureaupresentatie te verzorgen,
voorlopig Programma van Eisen. Het PvE-Object aangevuld met foto’s van gerealiseerde projec-
moet de volgende gegevens vastleggen: ten. Een bezoek aan die projecten en navragen
• organisatiestructuur en omvang van de te bij de desbetreffende opdrachtgevers kan ook
huisvesten organisatie; zeer verhelderend werken.
• functionele eenheden;
• ordening en relaties; Op basis van verdere gegevens kan eventueel
• logistiek; een nadere selectie worden gemaakt door meer-
• ruimtebehoefte/-normering; dere architecten een globaal ontwerp te laten

06950408_hfdst03.indd 57 16-11-2005 15:37:34


58

maken op basis van het voorlopig Programma Structuurontwerp


van Eisen. Aan deze wijze van selecteren zijn Het structuurontwerp bestaat veelal uit teke-
natuurlijk wel kosten verbonden. Nadat een ningen en schetsen op kleine schaal, bijvoor-
architect is geselecteerd zal een contract met de beeld 1:500 of 1:200 bij grote gebouwen en
architect worden afgesloten. Dit gebeurt bijna 1:100 bij kleinere gebouwen. Deze schetsen
altijd op basis van SR 1997 (Standaard Reglement hebben naast het bouwvolume veelal betrek-
rechtsverhouding opdrachtgever-architect), waarin king op de situatieschets met mogelijke ter-
onder andere deelopdrachten, resultaten en reinindeling, ontsluiting, groei/uitbreiding en
honorariumregeling standaard vastliggen. inpassing in de omgeving. Met deze schetsen
kan in feite het volgende plaatsvinden:
Het Programma van Eisen is de basis voor de • bouwmassastudies, met analyse ten aanzien
ontwerpopdracht aan de architect. van bezonning en windinvloeden;
Volgens artikel 3 lid 3 en 4 van de SR 1997 ‘stan- • ontwikkelen van functionele principes
daard reglement rechtsverhouding Opdracht- (vooral van veelvuldig herhalende ruimtelijke
gever-Architect’ van de Bond Nederlandse eenheden);
Architecten (BNA) mag een architect pas een • verkeer- en transportsystemen (mensen,
opdracht aanvaarden indien de opdrachtgever goederen, auto’s, afval);
een duidelijk Programma van Eisen beschikbaar • het bepalen van principiële uitgangspunten
stelt en de architect dit Programma van Eisen voor ruimtelijke en constructieve oplossingen;
realiseerbaar acht in relatie tot de beoogde uit- • het analyseren van funderings- en draagcon-
voeringsduur en de beoogde maximale bouw- structies in relatie tot de bodemgesteldheid.
kosten. De praktijk is echter vaak anders.
Voorlopig ontwerp
De voornaamste input voor de fase bestaat uit de Het voorlopig ontwerp bestaat uit op grotere
haalbaarheidsstudie. De output bestaat uit een schaal (1:100) getekende plattegronden,
Programma van Eisen en het Plan van Aanpak. doorsneden en aanzichten, alsmede een glo-
Karakteristieke werkzaamheden in deze fase zijn: bale technische omschrijving. Het voorlopig
• vastleggen van de functionele eisen; ontwerp is de eerste gemaatvoerde tekening.
• vastleggen randvoorwaarden (tijd, budget, Aan het voorlopig ontwerp worden minimaal
organisatie); de volgende eisen gesteld:
• keuze organisatievorm en selectie bouwpart- • het maken van voorlopig ontwerpteke-
ners. ningen van het project in interne en externe
opzet, zodanig dat een voldoende voorstelling
Het type beslissingen, dat in deze fase wordt wordt gegeven van de situering, de hoofdin-
genomen, richt zich vooral op formuleren van de deling, de structurele en constructieve opzet
bouwopgave door middel van een Programma en de architectonische verschijningsvorm;
van Eisen. Hulpmiddelen die ter beschikking • vorm, plaats en hoofdmaten van alle ruim-
staan bij het maken van de projectdefinitie zijn telijk eenheden c.q. ruimten;
standaard Programma van Eisenpakketten. • vormgeving, opbouw en materiaalindicatie
van de voornaamste bouwkundige elementen
De verschillende tekeningen tijdens het (zoals bijvoorbeeld gevels, binnenwanden,
bouwproces daken en plafonds);
Net als bij het bepalen van de bouwkosten • vorm, plaats, hoofdafmetingen en materia-
van een ontwerp gaat de architect niet starten len van de voornaamste constructieve elemen-
met het heel gedetailleerd tekenen van het ten (fundering, stabiliteitselementen, wanden,
gebouw of de woning. Ook de architect werkt kolommen, balken en vloeren).
van grof naar fijn. Onderstaand worden de
belangrijkste niveaus weergegeven die ook in Definitief ontwerp
de voorbeelden bij de diverse paragrafen zijn Het definitieve ontwerp bestaat uit tekeningen
terug te vinden. op schaal 1:100, of voor grotere bouwprojec-

06950408_hfdst03.indd 58 16-11-2005 15:37:34


3 BOUWPROCES 59

ten 1:200, van alle plattegronden, van de ge- Het bestek wordt opgedeeld in de volgende
vels en van de belangrijkste doorsneden. Het deelbestekken:
definitieve ontwerp heeft betrekking op het • bouwkundig inclusief infrastructuur;
maken van definitieve ontwerptekeningen van • installatie elektrotechniek, werktuigbouw-
het bouwwerk in interne en externe opzet, kunde, sanitaire techniek en transporttech-
zodanig dat een volledig inzicht in het bouw- niek;
werk ontstaat. • terrein.
Dit betekent onder meer:
• een definitieve en volledige indeling en in- Uitvoeringstekeningen
richting van het gebouw; Uitvoeringstekeningen zijn tekeningen en sta-
• een definitieve en volledige opzet van de ten waarin bepaalde facetten van het ontwerp
constructie, de installatie en de vaste inrichting; zodanig zijn uitgewerkt dat zij een voldoende
• een definitieve plaatsbepaling van het duidelijk inzicht in de beoogde uitvoering van
bouwwerk in zijn omgeving; het ontwerp bieden. Productietekeningen
• een definitieve oplossing met betrekking zijn door de aannemer of door een derde
tot de samenvoeging van constructies, bouw- gemaakte tekeningen en staten die dienen
kundige en installatietechnische elementen. om te worden gebruikt bij de fabricage of
productie van onderdelen van het werk of bij
Bestektekeningen de vervaardiging van tijdelijke constructies of
Bestek of bouwvoorbereidingstekeningen hulpconstructies (definities volgens SR 1997,
bestaan uit tekeningen op schaal 1:100, of art.1).
voor grotere bouwprojecten 1:200 en zijn
op te delen in plattegronden, doorsneden,
aanzichten en principedetails. Bouwvoorberei-
dingstekeningen zijn tekeningen en staten die 3.3 Ontwerpfase
voor een juiste prijsvorming of voor het sluiten
van het uitvoeringscontract van belang zijn, als Na afronding van de programmafase kan de ont-
mede dat deel van de uitvoeringstekeningen, werpfase starten. Dit is de fase waarin de archi-
dat bij aanvang van de uitvoering van het werk tect in een aantal stappen een gebouw ontwik-
gereed dient te zijn om de uitvoering volgens kelt dat past bij de organisatie van het bedrijf en
het daarvoor vastgestelde tijdsschema en op de is gebaseerd op hetgeen in de programmafase is
voorgenomen wijze te laten verlopen. vastgelegd.
Een bestektekening moet minimaal laten zien:
• maatvoering van alle ruimten en ruimtelijke Elke project is uniek en in de praktijk verloopt
elementen; ieder proces weer net even anders. Toch komen
• principedetails van belangrijke bouwkun- de meest uiteenlopende ontwerpprocessen in
dige elementen; essentie op dezelfde werkzaamheden neer, zoals:
• volledige maatvoering van de constructie • ontwerpen;
met aanduiding van de wapeningshoeveel- • coördineren;
heden; • plannen;
• maatvoering en materiaalkeuze van • taak verdelen;
belangrijke installaties, schachtafmetingen, • tekenen;
afmetingen technische ruimten en plaat en • rekenen;
afmetingen van grote sparingen c.q. grote • bestekschrijven en toetsen.
concentraties kleine sparingen.
Definitie van ontwerpen
In het bestek wordt beschreven: De definitie van ontwerpen wisselt in de ge-
• algemene randvoorwaarden; schiedenis van de architectuur. De definiëring
• technische omschrijvingen; hangt af van de waarden en doeleinden, van
• afwerkstaat. de denkwijze en het geheel van feiten die

06950408_hfdst03.indd 59 16-11-2005 15:37:35


60

door de maatschappij en de architect in zijn verkrijgen van de esthetische en architectonische


beroepsuitoefening werden gehanteerd. Het kwaliteit van het ontwerp. De totale kwaliteit
doel van het ontwerpen kan bijvoorbeeld zijn wordt in eerste instantie beoordeeld door de
het creëren of samenstellen van visueel aan- opdrachtgever en in tweede instantie bekriti-
gename gebouwen, of het functioneel goed seerd door de maatschappij: de omwonenden,
huisvesten van organisaties of productiepro- de collega architecten en geschiedschrijvers.
cessen. Daarbij kan de ontwerper uitgaan van
kleuren, vormen, aard van de bouwmaterialen, Het ontwerpproces wordt beschouwd als een
normen van industriële producten, culturele doorzichtig, rechtlijnig en rationeel probleem-
tradities, maatschappelijke omstandigheden, oplossend proces, met de nadruk op het syste-
prijzen, enzovoort. Soms gaan ontwerpers te matisch en analytisch handelen en deductief
werk volgens regels, een andere keer volgens redeneren. Het blijkt daarbij dat, naarmate het
de keten van oorzaak en gevolg of volgens ontwerpterrein voor een ontwerper bekender is,
complexe mathematische modellen. dit soort systematische aanpak beter opgaat en
functioneert.

Deze werkzaamheden gebeuren zoekend, steeds Tijdens het maken van een ontwerp heeft de
weer herhalend en steeds gedetailleerder. Het architect te maken met circa vijftien disciplines:
ontwerpproces is een ‘heuristisch’ (zoekend) • architectuur;
proces, dat ‘iteratief’ (bij herhaling) en steeds • stedenbouwkunde;
gedetailleerder wordt doorlopen en waaraan ver- • bouwkunde;
schillende disciplines uit de bouw een bijdrage • constructietechniek;
leveren, figuur 3.15. • klimaattechniek;
• elektrotechniek;
Tijdens het ontwerpproces spelen ook niet defini- • sanitaire techniek;
eerbare invloeden een belangrijke rol, zoals idee, • milieutechniek;
creativiteit en gevoel. Tijdens het ontwerpproces • transporttechniek;
is het van wezenlijk belang om idee, creativiteit • beveiligingstechniek;
en gevoel te stimuleren en een kans te geven tot • infrastructuur;
ontwikkeling te komen. Dit is essentieel voor het • tuinarchitectuur;
• datacommnicatietechniek;
• bedrijfsmiddelen;
Functioneel
- gebruiksactiviteiten
• uitvoeringstechnologie;
- omgeving • bouwkosten en bestektechniek.
- binnenklimaat
- geluidsniveau
- afwerkingsniveau
- e.d.

Technisch Beeldvorming
- constructie - vormgeving
- bouwtechniek - verhoudingen
PvE - installatietechniek - structuur Evaluatie Bestek
- bouwfysica - materiaalgebruik
- e.d. - detaillering
- e.d.

Financieel
- investeringskosten
- exploitatiekosten
- exploitatieopbrengsten
- subsidiëring
- financiering
- e.d.

Figuur 3.15 Ontwikkelingsproces tijdens de ontwerpfase

06950408_hfdst03.indd 60 16-11-2005 15:37:35


3 BOUWPROCES 61

In de volgende subparagrafen worden de ver- • bouwmassastudies, met analyse ten aanzien


schillende fasen tijdens het ontwerpproces be- van bezonning en windinvloeden;
schreven: het structuurontwerp, het voorlopig • ontwikkelen van functionele principes (vooral
ontwerp en het definitieve ontwerp. De beschrij- van veelvuldig herhalende ruimtelijke eenheden);
ving is grotendeels overgenomen uit de publica- • verkeer- en transportsystemen (mensen, goe-
tie ‘Kwaliteitszorg voor Architecten’. deren, auto’s, afval);
• bepalen van principiële uitgangspunten voor
Architectenbureaus zijn namelijk op grote schaal ruimtelijke en constructieve oplossingen;
bezig om een ISO 9001 kwaliteitscertificaat te • analyseren van fundering- en draagconstruc-
halen. Als basis nemen ze vaak deze richtlijn als ties in relatie tot de bodemgesteldheid.
blauwdruk. Daarnaast sluit de richtlijn aan bij het
kwaliteitssysteem van de uitvoerende bouwbe- Het type beslissingen dat in deze fase wordt
drijven (Het Model Kwaliteitssysteem Bouw) en genomen richt zich vooral op relaties, plaats,
de Arboregelgeving. afmetingen en hoedanigheids- en functiecluster-
niveaus en relaties tussen functies op ruimteni-
3.3.1 Structuurontwerp veau.
In de structuurontwerpfase ligt de nadruk op
de functionele analyse van het Programma van Hulpmiddelen die kunnen worden gebruikt tij-
Eisen, de consequenties daarvan voor de opzet dens deze fase zijn natuurlijk het schetsblok, het
van de hoofdstructuur van het bouwwerk en de potlood en een paar dikke viltstiften, maquettes,
inpassing van een ruimtelijke vertaling van het windtunnels, bezonningsdiagrammen, sonde-
programma in terrein en omgeving. Naast het ringsonderzoek. Daarnaast zijn er tegenwoordig
Programma van Eisen vormen gegevens van de verschillende CAD-pakketten waarmee driedi-
omgeving en het terrein en de wettelijke kaders mensionaal kan worden ontworpen. Het meest
waarbinnen de hoofd-opzet van het ontwerp geschikt zijn de CAD-pakketten die met ‘solids’
moet passen belangrijke informatie. (massa’s) werken. Daarnaast kunnen met ‘image
processing’ de massa’s worden geplaatst in een
Bij het maken van het structuurplan worden eer- afbeelding van de omgeving.
ste ruwe schetsen gemaakt van het te ontwerpen
gebouw. Dit heeft als doel de opdrachtgever Belangrijke informatiebronnen zijn:
een globale indruk te geven hoe zijn functionele • architectonische referenties (literatuur, be-
eisen vorm zullen krijgen. Ook kan alvast een staande gebouwen, typologische onderzoeken);
stedenbouwkundig beeld ontstaan, zodat op die • ordeningsprincipes;
randvoorwaarden kan worden geanalyseerd. • stedenbouwkundige referentiegegevens;
Het resultaat van deze fase bestaat uit een nader • technische kengetallen;
uitgewerkt Programma van Eisen en het struc- • kosten kengetallen;
tuurontwerp. • standaard prestatieomschrijvingen;
• de Nl-SfB-classificatie.
In het structuurontwerp zijn de verschillende
functionele eenheden te onderscheiden evenals 3.3.2 Voorlopig ontwerp
de relaties daartussen. Per bouwblok wordt In het voorlopig ontwerp worden een aantal
onderzocht welke maatstructuren moeten wor- zaken voorlopig vastgelegd. Ten eerste wordt
den gehanteerd. Bovendien worden de uitgangs- het voorlopig architectonische beeld bepaald.
punten vastgelegd voor de nadere technische, Hierbij zijn vooral de welstandsvoorschriften een
bouwfysische en constructieve uitwerking in de bepalende factor naast natuurlijk het structuur-
voorlopige ontwerpfase. Karakteristieke werk- plan en het PvE. Vervolgens wordt de voorlopig
zaamheden in de structuurontwerpfase zijn: ruimtelijke structuur vastgelegd door middel van
• maken van een situatieschets met mogelijke een analyse van het functioneel ruimtelijk PvE.
terreinindeling, ontsluiting, groei/uitbreiding en Arbovoorschriften, het Bouwbesluit en NEN-
inpassing in de omgeving; normen zijn daarbij van belang. Daarna wordt

06950408_hfdst03.indd 61 16-11-2005 15:37:35


62

het voorlopig stedenbouwkundig beeld bepaald constructieve opzet en de architectonische ver-


uit een analyse van stedenbouwkundige rand- schijningsvorm;
voorwaarden op basis van onder meer bestem- • vaststelling van de technische eisen per func-
mingsplannen en voorschriften voor ruimtelijke tie of ruimte voor wat betreft constructie, instal-
ordening. Ten slotte worden de technische en laties, inrichting, bouwfysica en dergelijke;
klimatologische uitgangspunten geformuleerd • capaciteitsberekeningen, schema’s, plaatsing
op basis van een analyse van het PvE. en hoofdafmetingen van de voornaamste instal-
laties, alsmede beschrijving van de werking;
Al deze voorlopig vastgestelde zaken worden • vaststelling van aard, plaats en afmetingen
gebruikt bij het maken van het voorlopig ont- van de overige voorzieningen (bijvoorbeeld infra-
werp, oftewel het ontwerpen van hoofdruimten. structuur en terreininrichting);
Bij het ontwerpen van de hoofdruimten worden • toetsing van het ontwerp aan lokale regel-
achtereenvolgens het gebouwvolume en de geving, bouwnormsystemen, brandweereisen en
functionele ordening van ruimten vastgelegd, gemeentelijke regelgeving;
waarna deze worden gematerialiseerd en het • globaal begroten van de investeringskosten,
klimaat wordt bepaald. de exploitatiekosten en de exploitatie-
opbrengsten;
Bij het materialiseren worden onder meer draag- • benoeming van de Arbocoördinator ‘ont-
structuur en ruimtescheidingen bepaald. Bij het werp’.
bepalen van het klimaat gaat het om de lucht-
behandelingsinstallatie, de lichtinstallatie en de Het type beslissingen dat in deze fase wordt
akoestiek van de ontworpen ruimten. genomen richt zich vooral op de plaats en de af-
metingen van ruimten en bouwdelen. Ook kun-
De resultaten van deze fase vormen de basis voor nen, voor zover relevant, functies van en relaties
een eerste toetsing van het ontwerp aan de vaak tussen bouwdelen nader worden uitgewerkt.
moeilijk onder woorden te brengen beeldver-
wachting van de opdrachtgever. Verder worden Informatiebronnen zijn dezelfde als in de vorige
de bouw- en investeringskosten en een planning fase. Daar komt bij:
van het totale bouwproject gemaakt. Eerst • installatietechnische referentiegegevens;
worden de bouwkosten- en vervolgens de • bouwfysische referentiegegevens;
investeringskosten bepaald, waarbij onder meer • materiaaldocumentatie en draagstructuurprin-
de bouwrente, grondkosten, honoraria, bouw- cipes.
kosten en leges worden meegenomen.
De hulpmiddelen die ter beschikking staan tij-
De input van deze fase bestaat in hoofdzaak dens het maken van het voorlopig ontwerp zijn:
uit het tijdens de structuurontwerpfase nader • tekentafels;
uitgewerkte Programma van Eisen en het struc- • computerprogramma’s voor CAD, elementen-
tuurontwerp zelf. De output bestaat uit een begroting, constructieberekening, installatietech-
verder gespecificeerd Programma van Eisen ten niek en bouwfysica.
behoeve van de definitieve ontwerpfase. Karak-
teristieke werkzaamheden in de voorlopige ont- 3.3.3 Definitief ontwerp
werpfase zijn: In de definitieve ontwerpfase ontstaat een vol-
• uitwerking van het Programma van Eisen; ledig beeld van het project als ruimtelijk concept
• bepaling van de netto-oppervlakte per functi- en de technische realiseerbaarheid ervan. Niet
onele eenheid op basis van gebruikersactiviteiten alleen het plan, maar ook het uitgewerkte Pro-
en de benodigde inrichtingselementen; gramma van Eisen krijgt aan het eind van deze
• voorlopige ontwerptekeningen van het pro- fase een definitieve status.
ject in interne en externe opzet, zodanig dat een
voldoende voorstelling wordt gegeven van de Het definitief ontwerp kent in feite dezelfde
situering, de hoofdindeling, de structurele en opbouw als het voorlopig ontwerp, maar is veel

06950408_hfdst03.indd 62 16-11-2005 15:37:35


3 BOUWPROCES 63

gedetailleerder. Er vindt een analyse plaats waar- wachtingen en voorwaarden in de vorm van een
bij een aantal zaken, dat voorlopig vastgelegd definitief PvE, zoals:
was, nu definitief wordt vastgelegd. Bij het defi- – vaststellen van de netto-oppervlakte per
nitief ontwerp worden de ontworpen hoofdruim- ruimte;
ten nu in detail ontworpen. Hierbij worden veelal – vaststellen van de technische eisen per
aanvullende eisen en wensen van de opdracht- ruimte;
gever verwerkt. – vaststellen van de functies van de bouwdelen;
• maken van definitieve ontwerptekeningen van
Bij het bepalen van het gebouwvolume en de het bouwwerk in interne en externe opzet, zo-
functionele ordening van ruimtes worden nu de danig dat een volledig inzicht in het bouwwerk
volgende zaken op tekening vastgelegd: ontstaat;
• definitieve vorm; • maken van een elementenbegroting voor de
• totaalvolume; bepaling van de bouwkosten, de investerings-
• ordening van de verblijfs-, verkeers- en instal- kosten- en de exploitatiekosten op basis waarvan
latieruimten. taakstellende budgetten voor de elementen wor-
den vastgesteld;
Dit kan niet in een vaste volgorde worden ge- • vaststellen Veiligheids- en Gezondheidsplan
daan omdat alles in elkaar grijpt. Het is een volle- ‘Ontwerp’.
dig cyclisch en recursief proces met als resultaat
de definitieve ontwerptekeningen. Bij het orde- Het type beslissingen, dat in deze fase wordt
nen van de installatieruimten komt de inbreng genomen richt zich vooral op ruimte- en bouw-
van de installatietechnisch adviseur aan de orde. deelniveau. Functies, relaties, plaats en afmeting
Hij geeft de ruimtelijke eisen van de te gebruiken worden definitief. Impliciet volgt daaruit de func-
installaties aan. De inbreng van de constructeur tie, relatie en plaats van componenten.
en de toeleverancier bij de materialisatie van het
voorgaande zijn van groot belang. Ook hier wor- Informatiebronnen zijn die van de vorige fase en
den weer de draagstructuur en de ruimteschei- de volgende nieuwe:
dingen, nu definitief, vastgelegd op basis van • ruimtelijke eisen installatie;
constructieberekeningen van de constructeur en • materiaaleigenschappen;
productinformatie van de toeleverancier. • productinformatie toeleverancier;
• elementenraming kostengegevens;
Ook de klimatologische aspecten worden nu • documentatie en offertes leveranciers;
volledig en definitief vastgelegd. Naast de akoes- • onderhoudskostenkengetallen;
tiek, de luchtbehandelings- en de lichtinstallatie • exploitatiekostenkengetallen.
wordt nu ook de elektrotechnische installatie
ontworpen. Tot slot vindt weer een interne con- De hulpmiddelen bij het maken van een defini-
trole plaats (identiek aan die bij het voorlopig tief ontwerp zijn dezelfde als die bij het voorlo-
ontwerp) en wordt het definitieve ontwerp ter pig ontwerp.
goedkeuring aan de opdrachtgever voorgelegd.

De input van deze fase bestaat in hoofdzaak uit 3.4 Uitwerking


het tijdens de voorlopige ontwerpfase nader
uitgewerkte Programma van Eisen en het voor- Tijdens het maken van het ontwerp is de hoofd-
lopig ontwerp zelf. De output is het definitieve rol vaak weggelegd voor de architect. Tijdens de
ontwerp en het definitieve PvE. De status ‘defi- uitvoering heeft de aannemer de hoofdrol. In de
nitief’ wil zeggen dat het PvE uit deze fase voor hoofdfase uitwerking vindt deze wisseling van
het verdere bouwproces als referentie dient. hoofdrolspeler plaats. De uitwerking begint met
Karakteristieke werkzaamheden in de definitieve de bestekfase om vervolgens de prijsonderhan-
ontwerpfase zijn onder meer: delingsfase in te gaan.
• definitief verwoorden van eisen, beeldver-

06950408_hfdst03.indd 63 16-11-2005 15:37:36


64

3.4.1 Bestekfase Met het schrijven van het bestek, het maken van
In de bestekfase ligt de nadruk op de technische de bestektekeningen en de directiebegroting
uitwerking van het plan. Van écht ontwerpen is is in feite het eigenlijke werk van de architect
geen sprake meer, ruimtelijk is het plan al vast- afgerond. Het wordt ter acceptatie aan de op-
gelegd in het definitieve ontwerp. Het ruimtelijk drachtgever voorgelegd, die op basis daarvan
plan ontwikkelt zich in deze fase zodanig, dat uitvoeringsovereenkomsten kan afsluiten.
het zich ook als technisch concept laat lezen. De
nadere technische uitwerking vindt plaats ten Niet zelden is de architect ook betrokken bij dit
behoeve van de diverse aanvragen van vergun- vervolgtraject. Het houden van aanbestedingen,
ningen bij de (lokale) overheid en de nutsbedrij- het opstellen van de uitvoeringsovereenkomsten,
ven, de aanbesteding en de prijsvorming. het begeleiden van de uitvoering en het voeren
van directie zijn dan ook taken van de architect.
Bij de technische uitwerking van het ontwerp
worden de bouwkundige constructies en de in- De voornaamste input in de bestekfase bestaat
stallaties getekend. De onderdelen van de tech- uit het definitief ontwerp en het definitieve PvE.
nische uitwerking zijn: Er zijn tijdens de bestekfase nog wel aanpas-
• bouwvoorbereidingstekeningen; singen ten opzichte van het PvE mogelijk, maar
• constructietekeningen (inclusief berekenin- deze worden buiten het PvE om geregistreerd.
gen); De output bestaat naast deze registratie uit
• installatietekeningen (inclusief berekeningen). bestektekeningen, geschreven bestek en afwerk-
staten.
De constructeur en de installatieadviseur worden
bijgestaan door de architect. Tot slot worden de Karakteristieke werkzaamheden in de bestekfase
verschillende bestektekeningen op elkaar afge- zijn onder meer:
stemd. • opstellen en indienen van de diverse vergun-
ningsaanvragen, waaronder de bouwvergunning
Op basis van de bestektekeningen worden de bestaande uit tekeningen, berekeningen en kos-
verschillende bestekdelen gemaakt. Het gaat hier tenramingen;
ook weer om de bouwkundige bestekdelen, de • ruimteomschrijving, bijvoorbeeld in de vorm
constructie, de installatie en de bouwfysische van een ruimteboek;
bestekdelen. De bouwkundige bestekdelen, die • nauwkeurig technisch vastleggen van het plan
door de architect worden gemaakt bestaan uit in de vorm van bestektekeningen;
een ruimteboek, een materialenonderzoek, de • maken van een nauwkeurige beschrijving van
technische specificatie van de materialen en de het plan, zodanig, dat een compleet beeld van
algemene en bijzondere uitvoeringsvoorwaar- het plan tot in detail ontstaat, het zogenaamde
den. Tot slot worden de bestekdelen geïnte- geschreven bestek, bestaande uit administratieve
greerd tot één geheel. bepalingen en werkbeschrijvingen;
• maken van gedetailleerde begrotingen voor
Na het schrijven van het bestek wordt de direc- een nadere bepaling van investerings- en exploi-
tiebegroting gemaakt en intern gecontroleerd. tatiekosten.
De directiebegroting bestaat uit sub-begrotingen • verwerken van de gegevens van het V&G-
van het bouwkundig bestek, het constructie- plan.
bestek en het installatiebestek. Bij het begroten
worden hoeveelheden bepaald, offertes aan- Het type beslissingen dat in deze fase wordt
gevraagd en op basis daarvan kostennormen genomen, richt zich vooral op de hoedanigheid
bepaald. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van van ruimten, bouwdelen en componenten.
bouwkundige normen en prijzen evenals erva- Een belangrijke informatiebron bij het tot stand
ringsgetallen. De kostennormen vormen de basis komen van de verschillende bestekdelen is de
voor de begroting. materiaaldocumentatie van de toeleveranciers.
Zowel de architect, de constructeur als de

06950408_hfdst03.indd 64 16-11-2005 15:37:36


3 BOUWPROCES 65

installateur maakt hiervan in deze fase intensief de prijsonderhandelingen en bij de meervoudige


gebruik. Ook beheerervaring is een hulpbron, aanbesteding de bezuiningsronden. Naast de
net als verschillende systematieken die bij het door de aannemer gehanteerde arbeidsnormen,
schrijven van bestekken worden gehanteerd. tarieven, materiaalprijzen, bouwplaatskosten en
Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van dergelijke, staat dan ook vaak het ontwerp ter
besteksystematieken (zoals de Stabu), standaard discussie.
ruimteboekindelingen, standaardbestekken,
bouwkostenbestanden. Hulpmiddelen in deze Bij de aanbesteding zijn er twee mogelijkheden:
fase zijn, naast de computerprogramma’s die al er wordt gewerkt met een inschrijfbegroting
eerder tijdens de ontwerpfase zijn gebruikt, com- of met een open begroting. Bij een inschrijf-
puterprogramma’s voor het maken van bestek- begroting geeft de aannemer alleen een aanbie-
ken, planningen en bouwdeelbegrotingen. dingsprijs af. Bij een open begroting kunnen de
betrokkenen kennisnemen van de gehele prijs-
De bestekfase is de laatste fase van het ontwerp- opbouw.
proces. Het bouwproces gaat verder met de
prijsvormingsfase. Als een aannemer wordt uitgenodigd mee te
doen met een aanbesteding, ontvangt de aan-
3.4.2 Prijsvorming nemer het bestek en de bestektekeningen. Hij
Het bestek met de daarbij behorende bestekteke- bestudeert die documenten zorgvuldig en maakt
ningen zijn klaar. Nu moet er een aannemer wor- een inschrijfbegroting. Het opstellen van deze
den gezocht die het gebouw wil gaan bouwen. begroting geschiedt om praktische redenen in
De aannemer moet het gebouw maken volgens volgorde zoals het bestek het werk beschrijft.
het bestek en bestektekeningen dat hem bin- De inschrijfbegroting geeft hierdoor een kosten-
dend wordt voorgeschreven. Het gebouw moet beeld per bestekpost, dus van al het metselwerk,
er tenslotte gaan uitzien zoals de architect en al het grondwerk, al het schilderwerk, enzovoort.
zijn opdrachtgever voor ogen hebben. Maar ook Vaak vraagt de bouwkundig aannemer bij zijn
binnen de prijs en de bouwtijd die zij in gedach- onderaannemers en zijn toeleveranciers voor
ten hebben. Het zoeken van een aannemer heet materialen offertes aan. In het geval van een
aanbesteden van het werk. Een aanbesteding kan open begroting, wordt uiteindelijk de aanneem-
op verschillende manieren gebeuren (zie hoofd- som in onderling overleg tussen opdrachtgever,
stuk 7, Bouworganisatievormen): architect en aannemer vastgelegd. Maar of de
• enkelvoudig, er wordt dan aan één aannemer begroting nu geheim is of open, zij is altijd een
om een aanbieding gevraagd; optelsom van de te maken kosten, een risico-
• meervoudig, er wordt dan aan meerdere aan- dekking en een winstpercentage. De geheime
nemers gevraagd een aanbieding te doen. inschrijfbegroting is doorgaans geen tot in alle
bijzonderheden uitgewerkt document, de open
Als er wordt gekozen voor een meervoudige aan- begroting is dat wel.
besteding, doen de aannemers na een bepaalde
rekenperiode door middel van een inschrijfbiljet De voornaamste input voor de prijsbepaling
een prijsaanbieding en verklaren zij de werk- bestaat uit het bestek, bestektekeningen, de nota
zaamheden conform bestek voor de vermelde van inlichtingen en bijlagen zoals bodemon-
aanneemsom te realiseren. Vaak wordt op basis derzoek (milieu en draagvermogen), V&G-plan
van de laagste inschrijfprijs de opdracht gegund. ‘Ontwerp’, specifieke voorschriften nutsbedrijven
en concept aannemersovereenkomst.
In de praktijk gebeurt het vaak dat de laagste
inschrijfprijs hoger ligt dan de directiebegroting De output bestaat uit een inschrijfbegroting en
die gemaakt is door de architect, of dat de een aanbiedingsprijs of uit een open begroting.
opdrachtgever zonder meer probeert de prijs
nog verder te drukken. In beide gevallen volgen
na de gunning bij de enkelvoudige aanbesteding

06950408_hfdst03.indd 65 16-11-2005 15:37:36


66

Karakteristieke werkzaamheden in de bestekfase 3.5 Realisatie


zijn onder meer:
• bestuderen van bestek en tekeningen; De aannemer heeft het werk via de aanbesteding
• bezoeken bouwplaats en overleg over bestek gekregen. Na vaststelling van de definitieve prijs
en tekeningen waarna de architect nadere aan- door middel van prijsoverlegronden en even-
wijzingen verstrekt in de nota van inlichtingen; tueel een aantal aanpassingen in het ontwerp
• uittrekken van de hoeveelheden; kan de realisatie gaan starten. De bouwkundig
• bepalen uitvoeringsmethodiek; aannemer kan echter niet volstaan met het uit
• offerte-aanvraag onderaannemers en leveran- de handen van de architect aanvaarden van het
ciers; zorgvuldig voorbereide bouwplan. Hij heeft zelf
• maken inschrijfbegroting; ook nog een voorbereiding te maken, die echter
• bepalen aanbiedingsprijs; van een geheel andere aard is dan die van de
• selectie aannemer; architect. Om een paar voorbeelden te noemen:
• prijsonderhandelingen; het laat de opdrachtgever (en dus de architect)
• gunning bouw. totaal onverschillig of de aannemer de bouwput
met schop-en-kruiwagen dan wel met behulp
Het type beslissingen dat in deze fase door de van een dragline wil ontgraven en het maakt
aannemer wordt genomen, richt zich vooral op hem ook niet veel uit of hij de betonmortel van
het bepalen welke normen, tarieven en prijzen een centrale wil betrekken dan wel op de bouw-
moeten worden gehanteerd in de inschrijfbe- plaats wil maken. Maar dit zijn wel zaken die
groting. Op basis van de inschrijfbegroting, de bedrijfseconomisch voor de aannemer van het
marktomstandigheden en de bedrijfseconomi- grootste belang zijn. De aannemer moet niet
sche situatie binnen de onderneming wordt de alleen aandacht besteden aan wat hij zal moeten
aanbiedingsprijs bepaald. Als het aanbod aan maken, maar ook aan de vraag hoe hij dat zal
bouwwerken laag is of als er binnen een aanne- doen. Het antwoord op hoe wordt beantwoord
mersbedrijf te weinig werk onderhanden is, kan tijdens de voorbereiding van de uitvoering.
een aannemer besluiten onder de kostprijs (lager
dan de inschrijfbegroting) in te schrijven. De bouwkundig aannemer bouwt niet alleen het
gebouw, hij schakelt bij het bouwen verschil-
Hulpmiddelen die de aannemer ter beschikking lende onderaannemers in: installateurs, schilders,
staan bij het maken van een inschrijfbegroting stukadoors, enzovoort. Ook wordt een V&G-coör-
zijn, naast de legendarische ‘achterkant van een dinator aangewezen die zorgdraagt voor de ont-
sigarendoos’, verschillende calculatiepakketten. wikkeling van het V&G-plan Uitvoering, waarin de
De aannemer heeft de keuze uit calculatiepakket- arbozorg en verantwoordelijkheden van betrok-
ten waarmee snel begrotingen kunnen worden ken onderaannemers wordt vastgelegd.
geschreven. Hij kan ook kiezen uit calculatie-
pakketten die uitgaan van standaard prijs/ Evenals de architecten zijn aannemers druk bezig
normgegevens en standaardanalyses ten aanzien hun ISO 9001 kwaliteitscertificaat te behalen.
van de uitvoering. Daarnaast bevatten zij ook Als basis gebruiken zij vaak het Model Kwaliteits-
functies om uittrekstaten te maken. systeem Matrix van de Vereniging Grootbedrijf
Bouw (VGBouw). De daarin gehanteerde fasering
Het bepalen van de hoeveelheden kan gebeuren van het bouwproces wijkt in de eerste fase af van
door de gegevens handmatig vanuit de tekening die van het kwaliteitssysteem van de Bond van
te meten of door gebruik te maken van modern Nederlandse Architecten en die van het Neder-
gereedschap, zoals de elektronische meetlat of lands Normalisatie Instituut. Duidelijk is dat de
meettafel. In beide gevallen wordt gezondigd eerste drie fasen van de VGBouw-fasering ‘aan-
tegen de regel ‘nooit in de tekening meten’. Als nemerseigen’ zijn. Vanaf fase 4 van VGBouw en
met CAD is getekend, kunnen de uittrekstaten fase 8 van de BNA/NNI zijn de fasen gelijk, figuur
vaak automatisch worden gegenereerd. 3.16.

06950408_hfdst03.indd 66 16-11-2005 15:37:36


3 BOUWPROCES 67

VGBouw BNA/NEN
Door het project in een zogenaamde project-
1 Algemeen 1 Initiatief analyse te bestuderen zal het werk in de samen-
2 Initiatief en acquisitie 2 Haalbaarheidsstudie stellende onderdelen worden ontleend. Veelal
3 Ontwerp en ontwik- 3 Projectdefinitie wordt hierin de volgende onderverdeling aan-
keling 4 Structuurontwerp gehouden: voorbereiding, fundering, ruwbouw
4 Prijs- en contractvor- 5 Voorlopig ontwerp en afbouw. Deze zogenaamde hoofdbewerkingen
ming 6 Definitief ontwerp worden opnieuw onderverdeeld in samenstel-
5 Werkvoorbereiding 7 Bestek lende bewerkingen en deelbewerkingen. Per
6 Uitvoering 8 Prijsvorming afzonderlijke bewerking of deelbewerking wordt
7 Oplevering en on- 9 Werkvoorbereiding hierna de kostprijs begroot door vast te stellen
derhoud 10 Uitvoering
hoe voor de onderhavige bewerking de com-
binatie zal zijn van de productiefactoren: arbeid,
8 Beheer 11 Oplevering
materiaal, materieel en onderaanneming, figuur
12 Beheer
3.17.
Figuur 3.16 Faseringen kwaliteitssystemen aannemers en
architecten Het zal duidelijk zijn dat voor het opstellen van
de werkbegroting een groot aantal beslissingen
3.5.1 Werkvoorbereiding dienen te worden genomen ten aanzien van
Voordat een aannemer kan gaan bouwen moet de te volgen werkmethode. Deze beslissingen
hij de nodige voorbereidingen treffen. Hij zal worden al in de werkbegroting vastgelegd. Hier-
eerst een groot aantal beslissingen moeten door geeft de werkbegroting een betrouwbaar
nemen ten aanzien van de te volgen uitvoe- beeld van de te verwachten kosten, krijgt zij het
ringsmethode. Deze beslissingen worden in de karakter van een budget voor de kosten van de
werkbegroting en de uitvoeringsplanning vastge- uitvoering en is tevens een leidraad voor de uit-
legd. Op basis hiervan moet hij zijn bouwplaats voering. Met andere woorden de werkbegroting
inrichten, materialen inkopen, onderaannemers is taakstellend.
contracteren, zorgen voor het benodigde mate-
rieel en personeel en het V&G-plan Uitvoering Behalve de kosten op de bouwplaats die wor-
ontwikkelen. Daarnaast moet hij de zorgen dat den veroorzaakt door de productiefactoren
de bestektekeningen worden vertaald naar uit- arbeid, materiaal en materieel wordt tevens in
voerings- en productietekeningen. de werkbegroting een kostenoverzicht gemaakt
van de algemene bouwplaatskosten. Hieronder
3.5.1.a Werkbegroting verstaan wij de kosten van de organisatie en van
De aannemer heeft bij het opstellen van de de leiding op de bouwplaats, zoals loon van de
inschrijfbegroting nagedacht over de hoogte van uitvoerder, bewaking, V&G, enzovoort. Naast de
de aanbiedingsprijs. Als het werk hem is opge- kosten op de bouwplaats wordt ten slotte een
dragen zal hij een nieuwe begroting opstellen. begroting gemaakt van de algemene bedrijfskos-
Deze nieuwe begroting, werkbegroting genoemd, ten veroorzaakt door de centrale leiding (huur
dient als hulpmiddel voor de toekomstige uit- kantoorgebouw, salarissen kantoorpersoneel).
voering, figuur 3.16. Zoveel mogelijk zal hierbij Deze algemene kosten worden gemaakt ten
gebruik worden gemaakt van de gegevens van dienste van alle bij het betreffende bedrijf in uit-
de inschrijfbegroting. In tegenstelling tot deze voering zijnde werken en worden daarom naar
begroting, zal echter niet per bestekpost worden evenredigheid over deze projecten verdeeld.
begroot, maar in de volgorde waarin het project
zal worden uitgevoerd, dus volgens de werkvolg- 3.5.1.b Planning
orde. Hierdoor geeft de werkbegroting een kos- De werkbegroting bevat een opsomming van de
tenbeeld per werkonderdeel, dus bijvoorbeeld verwachte kosten voor de uitvoering. Van grote
alle betonwerk van de fundering afzonderlijk, invloed op deze kosten is de benodigde tijd voor
gescheiden in betonbalken, betonpoeren, en de verschillende bewerkingen en hun onderlinge
dergelijke. relaties. Zo zullen de kosten voor het ontgraven

06950408_hfdst03.indd 67 16-11-2005 15:37:36


68

Werkbegroting arbeid
Manuren
Omschrijving Hoeveel- Eenheid Manuur per Totaal
heid eenheid

Bekisten en storten
• aanbrengen werkvloer funderingsbalken 8,2 m2 0,215 1,763
• maken bekisting balken 31,2 m 2
2,123 66,238
• aanbrengen betonblokjes 160 st 0,008 1,280
• storten funderingsbalk met kraan 3,95 m 3
0,735 2,903

Totaal bekisten en storten 72,229

Werkbegroting inkoop onderaanneming


Onderaannemers
Omschrijving Hoeveel- Eenheid Manuur per Totaal
heid eenheid

Stukadoorswerk
• egaliseren wand kalkzandsteen 66,10 m2 3,85 254,49
• aanbrengen stucprofiel 3,00 m 1
2,60 7,80
• ruw raapwerk 25,42 m2 5,60 142,35
• neggekanten 22,80 m1 3,63 82,76
• blauwpleisterwerk raapwerk 25,42 m2 8,92 226,75
• spuitpleister rauhfase raapwerk 16,85 m2 4,22 71,11
• spuitpleister rauhfase gibo 9,40 m 2
4,22 39,67
• fijnschuurwerk beton 70,30 m2 11,84 832,35
Totaal stukadoorswerk 1.657,27
Figuur 3.17 Voorbeeld werkbegroting

van een aantal bouwputten bij een woning- tijd moeten verlopen, wil men tot een minimali-
bouwproject met behulp van een dragline, ener- sering van de bouwkosten geraken, figuur 3.18.
zijds afhangen van de prestaties van de dragline Werkbegroting en uitvoeringsplanning dienen
per uur en anderzijds sterk afhankelijk zijn van dan ook tegelijkertijd te worden opgesteld.
het feit of de dragline zonder onderbrekingen
kan doorwerken. Wanneer de dragline met het Kenmerkend voor een uitvoeringsplanning is dat
ontgraven van een bouwput gereed is, terwijl de hij twee tijdschalen heeft: volgens de kalender
volgende bouwput nog niet is uitgezet, zullen er en volgens de prognose van werkbare dagen. Bij
wachturen ontstaan. De dragline kan niet wor- de tijdschaal volgens de kalender worden hori-
den gebruikt, maar deze uren veroorzaken wel zontaal de kalenderdagen van de maanden uit-
kosten. Het voorkomen van dergelijke afstem- gezet waarin het werk wordt uitgevoerd. Slechts
mingsverliezen, die zowel tijdens één bewerking de dagen waarop zal kunnen worden gewerkt,
als tussen verschillende bewerkingen kunnen worden aangegeven, met andere woorden maxi-
optreden, geschiedt op de beste wijze door het maal vijf dagen voor elke week. Bij de tijdschaal
maken van een uitvoeringsplanning. In een plan- volgens de prognose van de werkbare dagen
ning, vaak een strokenplanning, wordt aange- wordt aangegeven hoeveel werkbare dagen ver-
geven hoe de verschillende bewerkingen in de wacht worden per maand. In verband met onder

06950408_hfdst03.indd 68 16-11-2005 15:37:37


3 BOUWPROCES 69

Figuur 3.18 Overall-planning van de realisatie

andere feestdagen, vakanties en onwerkbare Verschillende vormen van planning


dagen door te verwachten vorst en dergelijke, zal tijdens het bouwproces
niet op alle dagen kunnen worden gewerkt. Zo Plannen is het vastleggen van de werkonder-
zal de maand januari op de prognoseschaal een delen van de bouw in technische en orga-
veel kleiner aantal werkbare dagen tellen dan het nisatorische volgorde en uitgezet in tijd. De
aantal dagen dat de kalender aangeeft. Het doel gedachte die aan de planning ten grondslag
van de prognoseschaal is om het tijdsschema ligt, is het streven om de bouwproductie zon-
aan te geven hoe het verloop van de werkzaam- der onverwachte storingen te laten verlopen
heden in werkelijkheid wordt verwacht. waarbij rekening gehouden moet worden met
zaken die in de toekomst gaan gebeuren. Om
Het opstellen van de werkbegroting en de daar- dit te realiseren moeten de werkzaamheden
bij behorende uitvoeringsplanning, ook wel goed op elkaar worden afgestemd. De vol-
overall-planning genoemd, is een gedegen plan gende afstemmingen kunnen worden onder-
van uitvoering waardoor een zeer groot aantal scheiden:
beslissingen met betrekking tot het uit te voe- • op tijd (datum);
ren project zijn vastgelegd. Op basis van beide • technische afstemming (bijvoorbeeld ver-
documenten kunnen een aantal andere plannen hardingstijden);
opgesteld worden: • organisatorische afstemming (elkaar niet
• een plan voor de inrichting van het bouwter- in de weg lopen, beschikbaar zijn van werk-
rein; ruimte);
• leveringsschema materialen; • op capaciteit (personeel/ploeggrootte);
• een materieelplan; • materieelafstemming (bijvoorbeeld bekis-
• een personeels- en onderaannemingsplan; ting);
• een tekeningenplan; • doorstroming van derden (onderaan-
• een werkregeling; nemers).
• V&G-plan ‘Uitvoering’.
Vanuit het oogpunt van kostenbeheersing
heeft de planning tot doel het economisch
werken op de bouw te bevorderen. Dit moet
tijd en dus geld besparen. De conclusie mag

06950408_hfdst03.indd 69 16-11-2005 15:37:37


70

niet worden getrokken dat de kortste bouwtijd de productie op de bouw vergeleken met de
de meest economische uitvoering van het pro- geplande productie. De geplande productie
ject inhoudt. Vanuit kostenoogpunt bestaat er op een bepaald moment wordt op de overall-
voor ieder project een optimale bouwsnelheid. planning vastgelegd door de zogenaamde
Deze optimale bouwsnelheid wordt bepaald planlijn en de werkelijke stand door middel
door een groot aantal factoren. Voorbeelden van de bouwlijn. De ideale situatie (de bouw-
hiervan zijn: beschikbaarheid materieel, op- lijn valt op de planlijn) is theoretisch.
timale ploeggrootte, levertijden maar ook Door vele oorzaken wordt de productie op de
droog- en verhardingstijden, aanvangstijdstip bouwplaats beïnvloed. Daarom zullen er altijd
van de bouw, enzovoort. afwijkingen met de planning ontstaan. Het is
de taak van de uitvoerder de afwijkingen zo
Gestart wordt tijdens de realisatiefase met klein mogelijk te houden.
het opstellen van een overall-planning, figuur
3.18. Veelal wordt de planning weergegeven Om de factoren tijd, geld en productie over-
in een balken- of strokenschema’s, het is ook zichtelijk te koppelen is de werkregeling
mogelijk netwerkplanningen te vervaardigen. (opgemaakt voor drie of zes weken) een uit-
stekend hulpmiddel. De werkregeling wordt
Vanuit de overall-planning kan vervolgens een iedere week na de productieopname gemaakt,
werkvoorbereidingsschema worden samenge- waarbij ervan uitgegaan wordt, dat de eerste
steld. Dit schema biedt een optimale beheer- week zo exact mogelijk wordt bekeken. De
sing van de feitelijke bouwvoorbereiding daaropvolgende weken mogen wat vager
waardoor een efficiënte en ongestoorde worden opgezet. In de tekstkolom worden de
uitvoering van het bouwproject wordt gega- namen van de werknemers en/of onderaanne-
randeerd. Direct zichtbaar zijn alle voorberei- mers ingevuld. In figuur 3.20 is een voorbeeld
dende procedures en handelingen die aan de van een werkregeling opgenomen.
eigenlijke uitvoering van een bepaald plan-
ningsactiviteit vooraf gaan, figuur 3.19. Op deze wijze wordt vanaf het begin van de
werkvoorbereiding tot en met de daadwerke-
Natuurlijk moet de planning worden bewaakt. lijke realisatie van grof tot in detail gepland.
Dit vindt plaats door middel van de productie-
opname. Regelmatig (1x per week) wordt

Figuur 3.19 Werkvoorbereidingsschema

06950408_hfdst03.indd 70 16-11-2005 15:37:37


3 BOUWPROCES 71

KANTOORGEBOUW EUROPALAAN
blad: 1
Werkregelingsschema 17-06-2004
Week 33 Week 34 Week 35 Week 36 Week 37 Week 38
101 KOLOMMENPLOEG
TI10 Piet de Groot betonwanden ki/wa/be betonwanden ki/wa/be
TI11 Maarten Braat betonwanden ki/wa/be betonwanden ki/wa/be
TI12 Fijke van de Broek betonwanden ki/wa/be betonwanden ki/wa/be
TI13 Peter Versluis betonwanden ki/wa/be betonwanden ki/wa/be
TI14 Dirk van Beek betonwanden ki/wa/be betonwanden ki/wa/be
TI15 Jan Wit prefab gevelbalken prefab gevelbalken
TI16 Hans Venster prefab gevelbalken prefab gevelbalken
102 VLOERENPLOEG
TI01 Niko van Zanten vloerbekisting stellen vloerbekisting stellen
TI02 Jan Arkenbout vloerbekisting stellen vloerbekisting stellen
TI03 Frits Kramer vloerbekisting stellen s vloerbekistin s v vloerbeki s vloerbekisting st
TI04 Luc Mout vloerbekisting stellen s vloerbekistin s v vloerbeki s vloerbekisting st
TI05 Dick van Arkel vloerbekisting stellen s vloerbekistin s v vloerbeki s vloerbekisting st
TI06 Adrie Janssen vloerbekisting stellen s vloerbekistin s v vloerbeki s vloerbekisting st
111 VLECHTPLOEG vloerwapening vlechten vloerwap
VL01 Groot Johan de vloerwapening vlechten vloerwap
VL02 Rooy Kees van vloerwapening vlechten vloerwap
VL03 Johan van Ommen vloerwapening vlechten vloerwap
VL04 Jhon de Groot vloerwapening vlechten vloerwap
VL05 Piet Harleman vloerwapening vlechten vloerwap
VL06 Klaas Oosterhof vloerwapening vlechten vloerwap
VL07 Martin van Keulen vloerwapening vlechten vloerwap
113 ONTKISTINGSPLOEG ontkisten verd. vloer
SL01 Sloper Wim de ontkisten verd. vloer
SL10 Herman Hoorn ontkisten verd. vloer

Figuur 3.20 Werkregeling

3.5.1.c Logistiek werkzaamheden op de bouwplaats. Daarnaast


In het plan voor de inrichting van een bouwter- leidt een goede afstemming van aan- en afvoer
rein wordt van oudsher vastgelegd welk terrein van materiaal en materieel, in combinatie met de
beschikbaar zal zijn als werkterrein en hoe het beschikbaarheid van opslag- en opstelplaatsen
werkterrein zal worden opgedeeld. Deze indeling tot een vermindering van het aantal overbodige
dient doelbewust te geschieden. Tegenwoordig handelingen. Eliminatie van de storingsgevoelige
wordt ook veel aandacht besteed aan de logis- elementen zal de kwetsbaarheid van het bouw-
tiek naar-, op- en van de bouwplaats. Logistiek proces kunnen verminderen. De invloed van
richt zich op de integrale goederenstroombeheer- weersomstandigheden kan bijvoorbeeld beperkt
sing. Belangrijke activiteiten daarin zijn inkoop, worden indien gevelelementen inclusief glas en
productieplanning en materiaalverwerking, maar dergelijke worden geplaatst, waardoor tevens
ook voorraadbeheer, magazijnmanagement en het verticaal transport kan worden beperkt.
transport. Logistiek houdt ook in: het elimineren
van wachttijden, vermijdbare of niet-wenselijke In het algemeen kan worden gesteld dat beper-
handelingen en storingsgevoelige elementen king van het aantal te verrichten werkzaam-
waardoor een korter, beter beheersbaar en goed- heden en van de in te zetten middelen (perso-
koper bouwproces ontstaat. neel, materieel en materiaal) op de bouwplaats
leidt tot een vermindering van wachttijden, ver-
Logistieke maatregelen zijn onder andere het mijdbare handelingen en storingen. Beslissingen
beperken van het aantal toe te passen mate- die hier rekening mee houden, zullen leiden tot
rialen en elementen, aangezien dit kan leiden een verlaging van kosten, doorlooptijd en kwets-
tot vermindering van het aantal te verrichten baarheid van de uitvoering.

06950408_hfdst03.indd 71 16-11-2005 15:37:38


72

Van zeer grote invloed op de bouwkosten is dus moet geschieden, opdat een minimaal verlies
het logistiek proces. Hiermee is zonder twijfel in de aan wachttijden en afstemming optreedt, dient
werkbegroting rekening gehouden, doch uit de een werkregelingsschema. In het werkregelings-
werkbegroting is niet te lezen op welke plaats de schema, figuur 3.20, wordt tevens aangegeven
verschillende materialen moeten worden opge- hoeveel werkers per deelbewerking nodig zijn.
slagen. De bouwplaatsinrichting zal per bouwfase
aangeven waar de te gebruiken materialen zul- 3.5.1.f Algemeen tijdschema of overall-
len moeten worden opgeslagen. Tevens zal zijn planning
aangegeven hoe het materieel (bijvoorbeeld de Bovenstaande plannen zijn dus zeer sterk op
kranen) dient te worden opgesteld, figuur 3.21. elkaar afgestemd en geven de details aan waar
tijdens de uitvoering dagelijks mee wordt ge-
3.5.1.d Materieelplan werkt. Zo zal bijvoorbeeld uit het uitvoeringsplan
In het materieelplan wordt vastgelegd welk ma- volgen dat op een bepaalde tijd de gevels zul-
terieel op de bouwplaats aanwezig moet zijn en len worden gemetseld. In het leveringsplan is
gedurende welke tijd. Soms wordt, bijvoorbeeld de leveringsdatum en de hoeveelheid van de
voor een bouwkraan, in een schema aangegeven betreffende gevelsteen vastgelegd. Terwijl op de
hoe de beschikbare capaciteit dient te worden inrichtingstekening van de bouwplaats de opslag
besteed. hiervan is aangegeven.
In het V&G-plan staat wanneer en welke arbo-
3.5.1.e Personeels- en zorg moet plaatsvinden en wie voor deze zorg,
onderaannemingsplan per onderdeel, verantwoordelijk is. Wanneer een
Om aan te geven welke taken, hoe en wan- metselploeg moet komen en wanneer de voe-
neer door verschillende ploegen werkers zoals gers, staat weer in de werkregeling. Ten slotte
betontimmerleiden, vlechters of metselaars zorgt het tekeningenplan ervoor dat de desbe-

dubbele steiger
openbare weg
grens bouwterrein
trottoir

dir. uitv. mag. hout opslag schaft fietsen kraanbaan

verharde weg

kz kz
ijzer speciemolen
g
g

kz kz
g

g kz z z kz g
koz. betonmortelsilo
25 m

keet of loods
openbare weg

openbare weg
trottoir

trottoir

tassen of stapels

uitgegraven grond

kz = kalkzandsteen
kl = klampsteen
g = gevelsteen
koz = kozijnen
z = zand

Figuur 3.21 Bouwplaatsinrichting Bron: Transport op de bouwplaats, SBR

06950408_hfdst03.indd 72 16-11-2005 15:37:39


3 BOUWPROCES 73

treffende werktekeningen op tijd op de bouw gewerkt dat zij voldoende duidelijk inzicht in de
aanwezig zijn. beoogde uitvoering van het ontwerp bieden.
Productietekeningen zijn door de aannemer of
Mocht dit in de overeenkomst zijn voorgeschre- door een derde gemaakte tekeningen en staten.
ven of na de opdracht door de directie verlangd, Zij worden gebruikt bij de fabricage of productie
dan stelt de aannemer zo spoedig mogelijk een van onderdelen van het werk of bij de vervaardi-
aan de aard van het werk aangepast algemeen ging van tijdelijke constructies of hulpconstruc-
tijdschema op. Hierin wordt aangegeven op ties.
welke wijze, in welke volgorde, met welk mate-
rieel en met welke hulpmiddelen de aannemer Van origine maakt de architect de uitvoerings-
van plan is het werk uit te voeren, evenals hoe- tekeningen en controleert de aannemer of de
veel tijd hij voor elk onderdeel nodig denkt te werktekeningen consistent, uitvoerbaar en con-
hebben. Daarnaast wordt daarin aangegeven form het bestek zijn. Tegenwoordig worden de
op welke tijdstippen de aannemer, ten behoeve werktekeningen steeds meer gemaakt door de
van de voortgang van het werk, moet beschik- aannemer. De aannemer heeft vaak een boek
ken over zaken waarvoor de opdrachtgever of met standaarddetailtekeningen, details waarvan
de directie volgens de aannemingsovereenkomst hij kan garanderen dat deze kwalitatief goed zijn.
dient te zorgen. De architect bewaakt dan de architectonische
kwaliteiten.
3.5.1.g Inkoop
Om de kostprijs te kunnen bepalen, is het voor Input en output in realisatiefase
verschillende bewerkingen noodzakelijk offertes Resumerend bestaat de voornaamste input
aan te vragen bij leveranciers en onderaan- voor deze fase enerzijds uit het bestek en
nemers. Vaak wordt voor een bewerking of een bestektekeningen en anderzijds uit bedrijfs-
pakket van bewerkingen offertes aangevraagd informatie van aannemer en zijn onderaan-
bij verschillende leveranciers of onderaan- nemers en toeleveranciers over de beschikbare
nemers. Op basis van de prijs, de betrouwbaar- productiemiddelen. De output bestaat uit
heid van de organisatie, levertijd en andere een uitvoeringsmethodiek vastgelegd in een
factoren wordt er een inkoopcontract afgesloten werkbegroting en planningen. Karakteristieke
met een leverancier of onderaannemer. De afge- werkzaamheden in deze fase zijn onder meer:
sproken prijs of prijs per eenheid vermeld in het • werkbegroting;
inkoopcontract, wordt verwerkt in de werkbe- • uitvoeringsplanning;
groting. Voor een groot aantal producten, met • logistieke proces;
name voor de bulkmaterialen zoals beton en • inrichtingsplan van het bouwterrein;
zand maakt de aannemer jaarlijks vaste afspraken • inkopen materialen en contracteren onder-
met zijn toeleverancier. aannemers, leveringsschema;
• materieelplan;
In het leveringsprogramma voor de materialen • personeelsplan;
wordt vastgelegd wanneer en in welke hoeveel- • tekeningenplanning;
heden de materialen moeten worden besteld, • werkregeling;
afgeroepen en geleverd. • uitvoerings- en productietekeningen;
• V&G-plan ’Uitvoering‘.
3.5.1.h Uitvoerings- en productie-
tekeningen Het type beslissingen, dat in deze fase wordt
In de bestektekening staan meestal alleen prin- genomen, richt zich met name op het bepalen
cipedetails. Deze moeten worden uitgewerkt van de uitvoeringsmethodiek en bijbehorende
in uitvoerings- en productietekeningen. Uit- productiemiddelen. Hulpmiddelen die ter
voeringstekeningen zijn vaak door de architect beschikking staan tijdens de voorbereidings-
gemaakte tekeningen en staten. Hierin zijn fase zijn een tekentafel en planbord. Maar
bepaalde facetten van het ontwerp zodanig uit-

06950408_hfdst03.indd 73 16-11-2005 15:37:39


74

meer eigentijds zijn computerprogramma’s


voor het maken van een werkbegrotingen,
planningen en werkregelingen, maar ook
CAD-systemen, zodat tekeningen grafisch
kunnen worden uitgewisseld.

3.5.2 Uitvoering
Als alle voorbereidingen in de vorige fase zijn
getroffen wordt het terrein eerst bouwrijp
gemaakt. Het bouwrijp maken van een terrein
heeft als doel het in zodanige staat te brengen
dat er op kan worden gebouwd. Hiertoe moeten
diverse werkzaamheden worden verricht, afhan-
kelijk van de ligging en de toestand van het te
bebouwen terrein.

Voor het personeel moeten tijdelijke verblijven


worden ingericht, zoals was- en kleedlokalen,
toiletten, kantine- of schaftruimten en kan-
toorruimte voor directie en uitvoerder. Voorts
moeten er loodsen worden opgezet voor het
opbergen van materialen die tegen weersinvloe-
den, diefstal of beschadiging moeten worden
beschermd. Figuur 3.22 Slaan van de eerste paal

Daarna kan worden begonnen met het grond- nenbier’. Deze traditie leeft voort, ook al zijn de
werk. Na het uitzetten van de bouwput wordt dakpannen vaak niet het hoogste punt of ligt er
begonnen met het uitgraven van het te bebou- zelf geen enkele pan op het gebouw. Op vele
wen gedeelte. De ‘eerste paal’ kan worden gesla- plaatsen krijgen de bouwvakker ook nog de zo-
gen. Dit is een traditioneel moment in de bouw, genaamde kapfooi. Een foto van de ruwbouwfase
waarbij de opdrachtgever symbolisch de eerste is opgenomen in figuur 3.23.
paal slaat of de eerste steen legt. Dit symboliseert
de start van de bouw, feestelijk gevierd met een
drankje en hapje in de keet voor opdrachtgever,
toekomstige bewoners, bouwvakkers, buurtbe-
woners en andere de genodigden, figuur 3.22.

Daarna kan echt worden begonnen met de


fundering. Wordt op staal gefundeerd (op vaste
grondslag), dan worden de funderingsmuren
opgetrokken. Is er sprake van een paalfundering,
dan wordt aan de hand van een palenplan, de
juiste plaats van elke te heien paal op het terrein
aangeven. Vervolgens wordt vaak de begane-
grondvloer gestort of gelegd, de draagconstruc-
tie opgetrokken, de vaste scheidingswanden
neergezet, de gevelconstructie gemaakt en de
dakconstructie aangebracht. Daarmee is het
hoogste punt bereikt en is het tijd voor het ‘pan- Figuur 3.23 Ruwbouwfase

06950408_hfdst03.indd 74 16-11-2005 15:37:40


3 BOUWPROCES 75

De ruwbouwfase is nu af. De afbouwfase kan beschikkingen die voor de opzet van het werk
beginnen. Het gebouw wordt wind- en water- volgens het bestek vereist zijn;
dicht gemaakt en bouwkundig ingedeeld. De kli- • het terrein (of het water) waarop of waarin
maat- en transportinstallaties (liften en dergelijke) het werk moet worden uitgevoerd;
worden gemonteerd. De kabels voor elektra en de • de benodigde tekeningen en andere gege-
communicatie-installaties worden getrokken. Ten vens.
slotte worden wanden en vloeren afgewerkt.
De opdrachtgever draagt de verantwoordelijk-
Om de bouwtijd zo kort mogelijk te houden en heid voor de door of namens hem voorge-
een gunstig werkklimaat te creëren (geen tocht schreven constructies en werkwijzen, daarbij
en koude), wordt de afbouwfase van met name inbegrepen de invloed die daarop door de
de omhulling zo snel mogelijk ingezet en dit bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, evenals
overlapt meestal de ruwbouwfase. In de inrich- voor de door of namens hem gegeven orders
tingsfase worden onder andere de losse inrich- en aanwijzingen. De aannemer is verplicht het
tingselementen, meubilair en stoffering geplaatst werk uit te voeren volgens de door de directie
en wordt de apparatuur ingeregeld. Het gebouw te verstrekken en goed te keuren tekeningen. Hij
is gereed en kan in gebruik worden genomen, is verplicht de orders en aanwijzingen op te vol-
figuur 3.24. gen, die aan hem door de directie worden
gegeven. De directie stelt weekrapporten op.
Hierin worden onder meer aantekeningen opge-
nomen betreffende:
• vordering van het werk;
• onwerkbare dagen en verleend uitstel van
oplevering;
• aan- en afvoer en goedkeuring van bouwstof-
fen, materieel en hulpmiddelen;
• bestekwijziging, meer- en minderwerk, ver-
werkte hoeveelheden en stelposten;
• opneming, goedkeuring en oplevering van
het werk;
• verstrekking van tekeningen.
Op een bouwvergadering is naast de directie-
voerder minimaal ook aanwezig de uitvoerder,
maar veelal ook een groot aantal adviseurs en
Figuur 3.24 Gereed voor ingebruikname onderaannemers. Bij een gemiddelde bouwver-
gadering zitten circa tien tot vijftien personen
3.5.2.a Directievoering en rond de tafel. De informatievoorziening tijdens
bouwvergaderingen de bouwfase verloopt via de bouwvergadering.
De opdrachtgever is gerechtigd een of meer De notulen van de bouwvergaderingen worden,
personen aan te wijzen om als directie op te tre- na eventuele correcties, door de betrokken par-
den of de directie bij te staan. Voor het dagelijks tijen gefiatteerd en daarmee onderdeel van de
toezicht stelt deze vaak een opzichter aan (niet overeenkomst.
te verwarren met de uitvoerder die de dagelijkse
leiding op het bouwwerk heeft namens de aan- 3.5.2.b Betaling
nemer). De directie oefent het toezicht uit op de Als de aannemer volgens de aannemingsover-
uitvoering van het werk en op naleving van de eenkomst recht heeft op betaling in termijnen,
overeenkomst. De directie zorgt ervoor dat de moet met het oog op het verschijnen van een
aannemer tijdig kan beschikken over: betalingstermijn het opnemen van het uitge-
• vergunningen, ontheffingen of dergelijke voerde gedeelte van het werk plaatsvinden. Bij

06950408_hfdst03.indd 75 16-11-2005 15:37:41


76

de opneming wordt rekening gehouden met Bestekwijzigingen worden verrekend tegen be-
de waarde van de goedgekeurde maar niet ver- dragen of prijzen die vóór de uitvoering van de
werkte bouwstoffen, voor zover deze eigendom wijzigingen waren overeengekomen of, indien
van de opdrachtgever zijn geworden. hun aard dit belet, zo snel mogelijk tussen de
opdrachtgever en de aannemer worden overeen-
Zo snel mogelijk na de oplevering van het werk, gekomen.
of − indien in het bestek een onderhoudster-
mijn is voorgeschreven − zo snel mogelijk na Als de in de beschrijving van het werk vermelde
het verstrijken daarvan, wordt de eindafrekening afmetingen niet overeenkomen met die op de
opgesteld. Het bedrag dat tot dan toe is betaald tekeningen, dan is de aannemer verplicht de
wordt in mindering gebracht op de te betalen door hem geconstateerde afwijkingen te melden
aanneemsom. aan de directie. Deze kan dan besluiten om toch
de tekeningen en niet de beschrijving bepalend
Naast het opnemen van de productiestand moet te laten zijn. Een zodanig besluit wordt als een
de uitvoerder ook regelmatig een opname doen bestekwijziging beschouwd.
van de gebruikte productiemiddelen:
• werkuren eigen personeel; Als in het bestek aangegeven afmetingen niet
• verrichte werkzaamheden onderaannemers; overeenkomen met die, voorkomende met de
• gebruikte en geleverde materialen; werkelijkheid, is de aannemer ook verplicht dit
• gebruikte materieel. te melden. De gebleken afwijking geeft, afgezien
van het verrekenen van meer- en minderwerk de
Deze gegevens zijn noodzakelijk voor de finan- aannemer aanspraak op bijbetaling.
ciële administratie van het aannemersbedrijf.
Onder stelposten worden verstaan in het bestek
3.5.2.c Meer- en minderwerk als zodanig aangeduide geldbedragen die in de
Meer- en minderwerk is het meest beladen aannemingssom zijn inbegrepen en ten laste
begrip tijdens de bouw. Als meer- en minder- waarvan nader in het bestek beschreven uitga-
werk ontstaat, vindt er verrekening plaats in ven worden gebracht. Indien de som van de
geval van: uitgaven, die ten laste van een stelpost worden
• bestekwijzigingen; gedaan, hoger of lager blijkt te zijn dan het be-
• afwijkingen van de bedragen van de stelpos- drag van die stelpost, zal de afwijking worden
ten; verrekend. Voorbeelden van stelposten zijn onder
• afwijkingen van geschatte hoeveelheden; andere bedragen ten behoeve van de aankoop
• afwijking van verrekenbare hoeveelheden. van tegelwerk, sanitair en hang- en sluitwerk.

Onder bestekwijzigingen worden verstaan wijzi- Onder geschatte hoeveelheden worden verstaan
gingen in het bestek, het werk of de voorwaar- de met de toevoeging ‘naar schatting’, ‘onge-
den van uitvoering van het werk. De directie is veer’ of dergelijke aanduiding in het bestek ge-
bevoegd voor of tijdens de uitvoering van het noemde hoeveelheden. Onder verrekenbare hoe-
werk bestekwijzigingen aan te brengen. De aan- veelheden worden verstaan de in het bestek als
nemer moet de opdrachten tot bestekwijzigin- zodanig aangeduide hoeveelheden. Vooral in de
gen uitvoeren, zelfs als daardoor de omvang van renovatie wordt veel gewerkt met verrekenbare
het werk wordt vermeerderd of verminderd. Als hoeveelheden. Bijvoorbeeld het aantal vierkante
voorwaarde is gesteld dat hierdoor de totalen meters te repareren voegwerk. Na gereedkomen
van de bijbetalingen en inhoudingen elk niet worden de werkelijk uitgevoerde vierkante
meer mogen bedragen dan 15% van de aan- meters opgemeten en met de in het bestek
nemingssom, dan wel het saldo van de bijbeta- opgenomen hoeveelheden verrekend.
lingen en inhoudingen niet meer bedraagt dan
10% (UAV paragraaf 36).

06950408_hfdst03.indd 76 16-11-2005 15:37:41


3 BOUWPROCES 77

3.5.2.d Kostenbewaking 3.5.3 Oplevering


Werkbegroting en tijdschema zijn de organisato- De oplevering is het derde en laatste feestelijk
rische hulpmiddelen bij uitstek om de uitvoering moment na het slaan van de eerste paal en het
voor te bereiden, maar zij hebben nog een ver- pannenbier. De officiële opening vindt vaak later
strekkende functie. Het behoort tot de taak van plaats, na de inrichting en als de verhuizing van
de bedrijfsleiding een voortgangscontrole uit te de gebruiker achter de rug is. Veel opleveringen
oefenen. Dat wil zeggen: geregeld na te gaan of vinden plaats onder tijdsdruk en daarmee onder
de werkelijk gemaakte kosten en uren nagenoeg ongunstige omstandigheden. Opleveren bete-
kloppen met de werkbegroting en de planning. kent accepteren van het gebouw en installaties
Als er ernstige afwijkingen zijn, zal de oorzaak zonder gebreken, schoon en goed bereikbaar.
moeten worden opgespoord en mogelijk wor- De enige acceptabele uitzonderingen zijn
den weggenomen. Zo’n controle moet met beschadigingen die als gevolg van levertijden
regelmatige tussenpozen, bij voorkeur eens per niet meer tijdig kunnen worden hersteld. Samen
week, worden uitgevoerd. Dat kan alleen doel- met de opdrachtgever en vaak opzichter van de
treffend zijn als het gebeurt aan de hand van de architect loopt de uitvoerder door en rond het
werkbegroting en de planning. Dat zijn immers gebouw.
de documenten waarmee de werkelijkheid ver-
geleken moet worden. Die voortdurende verge- De oplevering geschiedt door middel van een
lijking is de waarborg tegen verrassingen. Als bij proces-verbaal van oplevering. In dit proces-ver-
de voortgangscontrole geen grove afwijkingen baal zijn het referentiekader (contracten, bijla-
worden geconstateerd en als de tijdig ontdekte gen, notulen en meer- en minderwerk-opdrach-
geringe afwijkingen goed en snel gecorrigeerd ten) en de voorwaarden waaronder een en ander
kunnen worden, dan verloopt de uitvoering in wordt geaccepteerd, vermeld. Normaal vindt
bedrijfseconomische zin doelmatig. Men kan er acceptatie plaats onder voorwaarde dat in de
dan van uitgaan dat het gecalculeerde bedrijfs- opnamelijst, (gebrekenoverzicht) een acceptabele
resultaat wordt gehaald. hoeveelheid gebreken is vermeld en dat deze
gebreken binnen een gestelde termijn verholpen
Input en output uitvoeringsfase kunnen worden.
De voornaamste input voor de uitvoeringsfase
bestaat uit de stukken van de werkvoorberei- Vooroplevering en tweede oplevering zijn juridisch
ding, zoals werkbegroting en planning en de gezien geen rechtsgeldige transacties. Voorop-
stukken van de opdrachtgever; bestek, con- levering is bij acceptatie een oplevering waarbij
tractstukken en aanwijzingen van hem tijdens een opdrachtgever eventuele rechten verliest.
de bouw. De output bestaat uit het bouw- De tweede oplevering is een actie waarbij de
werk. Karakteristieke werkzaamheden in deze opdrachtgever niet kan terugkomen op over het
fase zijn onder meer: hoofd geziene feiten, die geconstateerd worden
• organisatie en bewaking bouwactiviteiten; bij oplevering. De opdrachtgever krijgt geen
• bouwrijp maken, grondwerk, ruwbouw en tweede kans.
afbouw; Opleveringsdocumenten zijn:
• mondeling en schriftelijk geven van aanwij- • bouw- en revisiedocumenten;
zingen en controle van de werkzaamheden. • garantieverklaringen;
• onderhoudcontracten;
Het type beslissingen dat in deze fase wordt • V&G-dossier.
genomen, richt zich vooral op de voortgang
van de bouw en de wijze van uitvoering. De
hulpmiddelen die ter beschikking staan in de 3.6 Gebruiks- en sloopfase
fase, zijn grotendeels gelijk aan die van de
bouwvoorbereidingsfase. Veel aannemers De klus is geklaard. De aannemer heeft het
maken tijdens deze fase gebruik van een gebouw opgeleverd en de gebruiker heeft het
geautomatiseerde werkenadministratie. in gebruik genomen. Deze fase wordt dan ook

06950408_hfdst03.indd 77 16-11-2005 15:37:41


78

aangeduid als de gebruiksfase. In deze fase krijgt en wee in de bouw. In deze paragraaf worden
de gebruiker te maken met het beheer van zijn de belangrijkste knelpunten in het bouwproces
gebouw of woning. Het gebouw zal moeten nader besproken.
worden schoongemaakt, de installaties moeten
worden onderhouden, de gevel moet regelmatig 3.7.1 Knelpunten
worden gereinigd, het houtwerk geschilderd, Het bouwproces wordt momenteel gekenmerkt
binnenwanden verplaatst, interne verhuizingen door een significante hoeveelheid verspilling,
vinden plaats, enzovoort. Kortom de beheerder waardeverlies en activiteiten die geen toege-
van een gebouw, ook van een nieuw gebouw, voegde waarde hebben. Voor zover bekend is er
krijgt veel taken op zijn bordje. Over dit vakge- nooit een systematische poging geweest om alle
bied wordt gelukkig meer en meer gepubliceerd, verspillingen in het bouwproces op te sporen.
zodat het naast het ontwerpen en bouwen Echter, verschillende studies uit verscheidene
ook daadwerkelijk als een vakgebied wordt be- landen, samengevat in het onderzoek Application
schouwd: beheer en onderhoud van onroerende of the new production philosophy to construction
zaken. (Lauri Koskela van de Stanford University, sep-
tember 1992), geven een goede indicatie van
Vanuit het gebruik van de onroerende zaak de orde van grootte op deelfacetten. Natuurlijk
wordt vanzelf een punt bereikt waarop afwegin- moet bij het bestuderen van deze onderzoeks-
gen moeten worden gemaakt ten aanzien van resultaten in het achterhoofd worden gehouden:
de bestemming van onroerende zaken. Is een • variatie in lokale omstandigheden;
kantoorgebouw niet meer geschikt als kantoor- • verscheidenheid in projecttypen;
gebouw, zelfs niet na een ingrijpende renovatie, • verschillende constructiemethoden;
dan kan bijvoorbeeld onderzocht worden in • veelheid aan organisatievormen.
hoeverre het toekennen van een andere bestem-
ming (bijvoorbeeld woningen) wellicht een Opgemerkt moet worden dat de, door de Stan-
optie is. Mocht dit ook niet haalbaar zijn, dan zal ford University onderzochte organisatievormen
het gebouw of de woning uiteindelijk gesloopt veelal conservatief waren.
worden.Op de locatie kan na de sloopwerkzaam-
heden natuurlijk weer nieuwbouw plaatsvinden. Kwaliteitsverlies
Uit verschillende studies uit verscheidene lan-
den blijkt dat de kosten van het verhelpen van
3.7 Kanttekeningen bij het slechte kwaliteit, gemeten op de bouwplaats,
bouwproces 10-20% zijn van de totale projectkosten. De oor-
zaken van de kwaliteitsproblemen lagen volgens
In de voorgaande paragrafen hebben wij kunnen de onderzoeken tussen de 46 en 78% bij het
lezen hoe het huidige bouwproces qua fasering ontwerp, tussen de 17 en 55% bij de uitvoering
in elkaar steekt. Zo op het eerste gezicht lijkt het tussen de 15 en 20% bij de materiaalaanvoer.
een logische en professionele fasering, waarmee
een project goed beheersbaar kan worden gere- Waardeverlies door buitensporig
aliseerd. De factor tijd wordt bewaakt, de kosten onderhoud
en kwaliteit worden bewaakt en het proces gaat Het waardeverlies ten gevolge van extra onder-
van grof naar fijn. Toch kampt de bouwnijver- houd van het gebouw tijdens het gebruik, is ook
heid met problemen. De productiviteit per in verscheidene landen bestudeerd. In zowel
werknemer in de bouw staat op een laag niveau. Zweden als Duitsland worden de kosten geschat
Innovatie in de bouw loopt ver achter bij die in op 3% van de waarde van de jaarlijkse bouwpro-
andere industrietakken en de bouwbranche is ductie. Als de gemiddelde kosten van buitenspo-
een zeer versnipperde industrie. Hiervoor zijn rig onderhoud worden herleid naar het tijdstip
verschillende redenen aan te voeren en het is van de eigenlijke bouw, is het waardeverlies 4%
dan ook niet verwonderlijk dat er in de afgelo- van de productie. Deze cijfers zijn gebaseerd op
pen jaren veel studies verricht zijn naar het wel het Zweedse onderzoek. 51% van deze kosten

06950408_hfdst03.indd 78 16-11-2005 15:37:41


3 BOUWPROCES 79

werden geassocieerd met ontwerpproblemen, tie en het langs elkaar heen werken voor meer
36% met uitvoeringsproblemen en 9% met dan 80% terug te voeren op fouten, waarvoor
gebruiksproblemen. Kwaliteitsproblemen wor- het management uiteindelijk verantwoordelijk
den dus veroorzaakt in alle fasen van het bouw- is. Meer aandacht voor de bedrijfsorganisatie en
proces, maar beslissingen in het ontwerpproces processen daarbinnen is dus een eerste vereiste,
leveren de grootste kwaliteitsproblemen op. volgens VGBouw.
Soms lijkt het of het waardeverlies groter is dan
de kosten van het maken van het ontwerp. Verspilling aan menselijke arbeid
Een van de productiefactoren waarmee een
Verspilling tijdens het ontwerpproces bouwwerk wordt gerealiseerd is de menselijk
Over de verspilling tijdens het ontwerpproces arbeid. Het effectief aanwenden van die arbeid
zelf is weinig informatie bekend. Verondersteld is mede bepalend voor het realiseren van het
wordt dat een groot deel van de noodzakelijke gewenste resultaat. Een van de maatstaven, die
tijd voor een ontwerp, wordt gebruikt voor het bepalend is of de arbeid effectief wordt aange-
overdoen van het ontwerp of het wachten op wend, is het vaststellen van de verhouding van
informatie en instructies. Uitvoerbaarheid van het productieve en niet productieve deel van de
een ontwerp hangt sterk af van de vraag in aangewende arbeid. Uit diverse productiviteits-
hoeverre tijdens het ontwerpproces rekening is onderzoeken, verricht door de Nederlandse
gehouden met uitvoeringsprincipes en -moge- organisatie Samenwerkende Adviseurs en On-
lijkheden. Projecten waarbij speciaal rekening is derzoekers voor de Bouw, SAOB, blijkt dat een
gehouden met de uitvoerbaarheid van het ont- haalbare productiviteit bestaat uit 57% direct
werp, blijken een besparing op te leveren van productieve uren, 18% indirect productieve
6 à 10% van de uitvoeringskosten. uren, 11% rusturen en 14% onproductieve uren.
Echter in de praktijk blijkt dat deze percentages
Materiaalverspilling vaak niet gehaald worden. De improductieve
Tussen de 10 en 12% van de arbeidskosten kan uren blijken in de meeste gevallen veroorzaakt te
worden bespaard door het toepassen van ‘mate- worden door de volgende factoren: organisatie
riaalmanagementsystemen’. Dit zou een reductie van het bouwwerk, onbekendheid met de toege-
van bulkmateriaalsurplus van 5 tot 10% naar 1 paste productiefactoren en motivatie, interesse
tot 3% opleveren. en kwaliteit van het personeel.

Besparingen van 10% in de materiaalkosten Verspilling door onveiligheid


worden genoemd wanneer de materialenstroom Een andere verspillingsfactor is onveiligheid. In
wordt gestroomlijnd. Volgens een Zweedse de Verenigde Staten worden de kosten veroor-
studie is onnodig gebruik van materiaal op de zaakt door een gebrek aan veiligheid geschat op
bouwplaats (afval, verspilling en overschot) 6% van de totale projectkosten. In 1987 verloren
gemiddeld 10%, maar dit kan variëren tussen in de EG meer dan 1400 mensen het leven in de
5% en 30%, afhankelijk van het soort materiaal. bouw. Van alle fatale ongelukken in de industrie
vindt 30% plaats in de bouw. Slechts eenderde
Verspilling door gebrekkig management van de ongevallen in de bouw kan worden toe-
Het gemiddelde deel van productietijd dat wordt geschreven aan de omstandigheden waarin het
besteed aan activiteiten die een toegevoegde werk wordt uitgevoerd.
waarde hebben, wordt in de Verenigde Staten De rest is het gevolg van wat voorafgaat aan de
geschat tussen de 32 en 36%. Er zijn vergelijk- eigenlijke uitvoering: het ontwerp, de keuze van
bare resultaten gevonden in verschillende lan- de materialen en de organisatie van de bouw-
den. plaats.

Volgens VGBouw (Inleiding tot het model kwali- Faalkosten


teitssysteem bouw, versie 1.0) zijn fouten, Een recente studie naar faalkosten bij bouw-
tekortkomingen, strubbelingen, miscommunica- bedrijven laat ziet dat gemiddeld 7,2% (tussen

06950408_hfdst03.indd 79 16-11-2005 15:37:42


80

diversen tijdverlies, wachten


0,49% 0,38%
Omzet 92,8% Faalkosten 7,2% slechte informatie
opdracht(gever)
0,22% 0,21%
materiaal
procesorganisatie 0,37%
0,46%
materieel
0,35%

inkoop
0,82%
uitvoering
2,23%
herhaling werkzaamheden/
wijzigingen
0,76% cultuur
0,71%
Figuur 3.25 Faalkosten bij bouwbedrijven

6,4 en 8,0%) van de bouwkosten bestaat uit faal- percentage aan tijdgebonden kosten neemt af als
kosten. In figuur 3.25 is dit weergegeven, aange- de tijdgebonden kosten worden afgezet tegen de
vuld met een uitsplitsing van die faalkosten. stichtingskosten. Het percentage is dan 10%.

3.7.2 Besparingen 3.7.2.b Besparing door automatisering


Naast studies naar knelpunten zijn er gelukkig Zonder direct ultramoderne automatisering te
ook verschillende studies naar besparingsmoge- hoeven aanschaffen is het vaak mogelijk door
lijkheden geweest. middel van kleine aanpassingen de huidige auto-
matisering te verbeteren. Onderzoek van het
3.7.2.a Besparing door kortere bouwtijd ministerie van VROM naar de kosten en baten
De tijdgebonden kosten in een gemiddeld bouw- van automatisering in de woningbouw laat zien
project bedragen 15% van de totale primaire dat toepassing van normale automatisering al
bouwkosten (Fockema Andrea van Twijnstra leidt tot een aanzienlijke besparing (baten-kos-
Gudde). De bouwkosten bestaan uit de aanleg- ten) van 2,3% op de bouwkosten.
kosten van de bouwkundige en de installatietech-
nische werken. De tijdgebonden kosten bestaan Recente ontwikkelingen richten zich op de
voornamelijk uit de rentekosten en de tijdgebon- integratie van de diverse informatiesystemen
den kosten van de aannemer. Verkorting van de in de bouw. Dezelfde studie van VROM geeft
doorlooptijd van het project heeft een kwantifi- hiervoor aan dat een additionele besparing van
ceerbare reductie van de kosten tot gevolg. Het 3,5% op de bouwkosten haalbaar is.

50
45 45
Normale
40 automatisering
Arbeidstijd in %

Integrale
automatisering
30 28
27 26
25

20
16 15 15
10
10

2 3
1 0 0 0
0
Aanpassen Bestek maken Inkopen Uitvoerder
tekeningen
Tekenen Calculeren Plannen Toezicht houden
Figuur 3.26 Besparingen normale en integrale automatisering

06950408_hfdst03.indd 80 16-11-2005 15:37:43


3 BOUWPROCES 81

In de studie van VROM is ook gekeken naar de • afspraken hoeven niet steeds weer opnieuw
invloed van automatisering op een groot aan- per project gemaakt te worden. Dit betekent
tal functies in de bouw. Een deel daarvan staat een effectiviteitsverhoging voor alle betrokken.
weergegeven in figuur 3.26. Met andere woorden: een kortere doorlooptijd,
goedkoper, hogere kwaliteit, vermindering van
3.7.3 Procesintegratie de uren besteed aan het herstellen van fouten en
Veel van de in de vorige subparagraaf genoemde minder materiaalverliezen;
verspillingen ontstaan door de sterke scheiding • minder wrijving, minder doublures, geen mis-
van ontwerp en uitvoering. Door deze scheiding communicatie, geen afstemmings- en transactie-
wordt tijdens de ontwerpfase geen rekening verliezen (contractvorming, bezuinigingsronden)
gehouden met de uitvoerbaarheid en de uitein- doordat niet met apart gecontracteerde partijen
delijke productiemiddelen. Hierdoor vindt ach- wordt gewerkt. Dit scheelt aanzienlijk in tijd die
teraf geen evaluatie van het ontwerp op de uit- betrokken partijen in het project moeten steken;
voerbaarheid plaats, zodat deze kennis dan ook • veel uitzoekwerk kan vooraf en voor meer pro-
niet gebruikt kan worden bij nieuwe projecten. jecten geschieden;
In het verleden zijn er diverse pogingen geweest • omdat in een vroeg stadium bekend is welke
om deze scheiding te verzachten, bijvoorbeeld productiemiddelen en methoden er zijn kan
door middel van bouwteams. Bouwteams bleven hierop zo veel mogelijk tijdens de ontwerpfase
echter gelegenheidsteams van apart gecontrac- geanticipeerd worden. Dit bevordert de uitvoer-
teerd partijen met tegenstrijdige belangen. baarheid van het ontwerp en vermindert de
bouwvoorbereidingstijd. Het is ook in het belang
Beter is het te komen tot een hechte en con- van de architect dat een ontwerp qua logistiek
stante samenwerking tussen de disciplines in de en bouwtechniek zo optimaal mogelijk kan wor-
vorm van strategische netwerken van bedrijven den uitgevoerd. Dit leidt namelijk tot een hogere
of door integratie hiervan binnen een onderne- kwaliteit voor een lager budget;
ming. Voordeel hiervan is dat de huidige sterke • door voortdurende evaluatie van projecten
segmentatie van het proces kan worden door- (onderdelen) kan kennis en ervaring worden
broken en veranderd in een geheel van efficiënt opgebouwd, gerealiseerde ontwerpoplossingen
en effectief op elkaar afgestemde activiteiten, kunnen worden geëvalueerd en in eventueel
alle gericht op het realiseren van het gebouw. aangepaste vorm weer bij een volgend project
Daarnaast kunnen in plaats van ad hoc afspra- worden gebruikt (kennisopbouw). Fouten wor-
ken meer structurele afspraken worden gemaakt den daardoor niet steeds opnieuw gemaakt en
over werkwijzen, methodieken en systemen. het wiel hoeft niet steeds weer opnieuw uitge-
Bovendien ontstaat zo de mogelijkheid zaken te vonden te worden. Dit verhoogt continu de kwa-
evalueren en te leren van eerder opgedane erva- liteit en de uitvoerbaarheid en verkort verder de
ringen. bouwvoorbereidingstijd;
• betere uitwisseling van informatie wordt
Verder moet er worden gestreefd naar een werk- mogelijk. Hierdoor ontstaan geen doublures
wijze waarin ook de opdrachtgever tijdens de in de informatieproductie, geen vertraging en
ontwerpfase een duidelijk beeld wordt geschetst ‘mismatching’. Ook kunnen afwijkingen sneller
van wat hij kan krijgen en wat hij uiteindelijk gesignaleerd worden waardoor het proces niet
krijgt. Procesverstoringen ten gevolge van veran- alleen bewaakt maar ook kan worden gestuurd;
derende wensen en eisen, kunnen worden terug- • projectonafhankelijke samenwerking kan lei-
gebracht tot enkel de veranderingen die voortko- den tot een meer projectonafhankelijke produc-
men uit een eventuele gewijzigde situatie van de tie. Dat betekent grotere hoeveelheden, lagere
opdrachtgever (bijvoorbeeld een opdrachtgever prijzen en de productontwikkeling wordt renda-
die gezien de tendensen in de afzetmarkt zijn bel. Ook wordt evaluatie van de componenten
productie moet aanpassen). Deze aanpak van mogelijk, waardoor de kwaliteit van deze com-
procesintegratie heeft de volgende effecten: ponenten gaandeweg toeneemt;

06950408_hfdst03.indd 81 16-11-2005 15:37:43


82

• door vooraf de opdrachtgever een duidelijk


beeld van het gebouw te geven, ontstaan ook
minder procesverstoringen.

Samenvatting
De duidelijke traditionele scheiding tussen
ontwerp en uitvoering werkt uiteraard door
in de fasering van de bouwprocessen. Uit de
knelpunten en mogelijkheid tot besparingen
hebben we duidelijk kunnen zien dat het op
een andere wijze met elkaar samenwerken en
informatie-uitwisselen leidt tot een efficiënt en
goedkoper proces.

06950408_hfdst03.indd 82 16-11-2005 15:37:43


De opdrachtgevende bouw
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
4
De opdrachtgevende bouw neemt het initiatief en is daarmee de
motor voor de Nederlandse bouwnijverheid. Er zijn verschillende soor-
ten opdrachtgevers, die verschillende doelen nastreven ten aanzien
van het bouwproces en het uiteindelijke gebouw. De belegger wil
rendement op de investering, de projectontwikkelaar winst voor het
gelopen risico, de eigenaar een betaalbaar, functioneel en comfortabel
gebouw en de beheerder een gebouw met lage exploitatielasten.
Over alle opdrachtgevers heen is er wel een duidelijke verandering
waar te nemen; de opdrachtgever wil een andere plaats innemen in
het bouwproces. Hij wil één totaalaanbieding, één verantwoordelijke
voor het totale proces. Dit betekent dat een integrale benadering
van het bouwproces noodzakelijk wordt. En dit vergt weer een verre-
gaande samenwerking tussen alle partijen.

06950408_hfdst04.indd 83 16-11-2005 15:39:41


84

Inleiding hanteert. Allereerst wordt deze indeling toege-


licht, waarna de verschillende opdrachtgevers
Enkele tientallen jaren geleden was de bouw- worden besproken. Daarna wordt ingegaan op
markt in overheersende zin een aanbiedersmarkt. de kwalitatieve vraag naar woningen en kanto-
In de jaren vijftig was er sprake van wederop- ren. Ten slotte wordt aan de hand van een aantal
bouw van de Nederlandse onroerende zaken onderzoeken ingegaan op de toekomstige veran-
en moest er in korte tijd voldaan worden aan deringen in de bouwmarkt.
de grote vraag naar met name woningen en
publieke gebouwen. De economische bloei in
de jaren zeventig veroorzaakte grote vraag naar 4.1 Opdrachtgevers
nieuwe bedrijfsruimte. Ook hier was sprake van
een capaciteitstekort. Het aanvullen daarvan was Zonder opdrachtgevers is er geen bouwnijver-
het belangrijkste uitgangspunt en niet de wijze heid. Het nemen van initiatief, het beschikbaar
waarop het tot stand zou komen. stellen van grond, het verkrijgen van de finan-
ciering, het opdrachtgeven voor het ontwerp
In de afgelopen decennia is de bouwmarkt en de uitvoering zijn typisch taken van de
steeds meer gaan verschuiven in de richting opdrachtgevende bouw. De opdrachtgever heeft
van een vragersmarkt. Dit geldt voor bijna alle dus belangen bij het bouwproces. Maar als we
sectoren in de bouw. De wooneisen werden praten over de opdrachtgevers, welke typen van
steeds hoger en individueler, bedrijven wensten opdrachtgever zijn dan te onderscheiden? Voor-
een kantoor- of fabrieksgebouw niet alleen om dat dieper wordt ingegaan op de verschillende
er mensen en productieprocessen in onder te opdrachtgevers bespreken we eerst de belangen
brengen, maar ook als ondersteuning van het en de typologie van de opdrachtgevers.
imago van het bedrijf. Gesteld kan worden dat
de markt, naast het zo goedkoop en zo snel 4.1.1 Belangen
mogelijk kunnen beschikken over de gewenste Bij het tot stand komen van een bouwwerk
huisvesting, steeds meer de nadruk gaat leggen speelt meer mee dan het directe belang van de
op de kwaliteit van het geleverde in relatie tot de opdrachtgever. De Stichting Bouwresearch (SBR)
prijs en de levertijd. Voor de opdrachtnemende onderscheidt:
bouw betekent bovenstaande dat zij zich steeds • algemeen belang, zoals een cultureel verant-
meer moet verdiepen in ‘de klant’ ofwel de woorde ontwikkeling van de gebouwde omge-
opdrachtgever. ving, beperking van ongewenste milieu-effecten;
• belang van de opdrachtgever, zoals een goed
Daarnaast is de opdrachtgever gedwongen rendement op het bouwproject;
aandacht te schenken aan de omstandigheden • belang van de afnemer, zoals de functiona-
waaronder gebouwd zal gaan worden. Sinds de liteit van het gebouw als bedrijfsmiddel en de
invoering van het Bouwprocesbesluit Arbowet emotionele waarde ervan voor werknemers en
behoort dit tot het aandachtsgebied van de bezoekers;
opdrachtgevende bouw. • belang van de individuele gebruiker of bewoner,
zoals een goede vormgeving van de werkplek en
Het bouwproces kennen wij nu als een totaal van een gezond binnenmilieu.
aan elkaar geschakelde fasen. Ieder bouwproces
start met een initiatief. Er is één partij die op- Natuurlijk speelt ook de opdrachtnemende bouw
dracht geeft tot de start van het proces: de een belangrijke rol, namelijk het belang dat
opdrachtgever. De opdrachtgevers samen wor- architecten, bouwers, enzovoort hebben bij het
den gezien als de opdrachtgevende bouw. bouwproces. Daarom moet het belang van de
opdrachtnemende bouw worden toegevoegd
In dit hoofdstuk worden de verschillende aan de vier type belangen die SBR onderscheidt.
opdrachtgevende partijen behandeld aan de
hand van de indeling die Stichting Bouwresearch

06950408_hfdst04.indd 84 16-11-2005 15:39:41


4 DE OPDRACHTGEVENDE BOUW 85

Wanneer is iemand nu eigenlijk een opdracht-


gever? Een uitvoerend bouwbedrijf kan optreden
als aannemer, maar ook als projectontwikkelaar. Grond Geld
(locatie) (financiering)
In dit geval is hij dus de opdrachtgever van
zichzelf. Wanneer is iemand nu opdrachtgever,
gebruiker, eigenaar, beheerder of projectontwik-
kelaar? Het NNI hanteert de volgende definities:
• opdrachtgever: participant die op basis van Initiatief
contracten een bouwwerk laat ontwerpen en/of
uitvoeren onder zijn verantwoordelijkheid;
• gebruiker: participant die de functies van een
bouwwerk benut;
• eigenaar: participant op wiens naam de koop- Ontwerp Uitvoering
overeenkomst, koopakte en/of eigendomsbewijs
van een bouwwerk staat;
• beheerder: participant aan wie door de eige-
naar van een bouwwerk juridische, administra- Figuur 4.1 De vijf functies die nodig zijn om een bouwwerk
tieve en onderhoudsactiviteiten zijn gedelegeerd; te realiseren
• projectontwikkelaar: participant die op eigen
initiatief dan wel in opdracht een bouwplan zich terdege inleven in het totstandbrengen en
maakt of laat maken en al dan niet dat plan laat instandhouden van zijn bouwproces.
realiseren en het voltooide bouwwerk beheert of
verkoopt. De incidentele opdrachtgever staat meestal
vreemd tegenover het hem onbekende bouw-
De rolverdeling lijkt aan de hand van deze defini- proces. In tegenstelling tot een professionele
ties duidelijk. Echter in het bouwproces vervullen opdrachtgever beschikt hij niet, over een appa-
participanten vaak ook andere rollen. Bijvoor- raat dat zijn denkbeelden overneemt en uitwerkt.
beeld een garagehouder die een nieuwe garage Hij is aangewezen op de diensten en producten
wil laten bouwen is volgens de definitie van het van de bedrijven in de bouw (architect, aan-
NNI opdrachtgever, maar ook eigenaar, gebrui- nemer, enzovoort). De cultuur van deze bedrij-
ker en beheerder. ven ofwel de cultuur van de totale bouwnijver-
De opdrachtgever is de partij die de eindver- heid is geheel verschillend van de cultuur van
antwoordelijkheid heeft: hij neemt het initiatief, de industrietakken waar hij gewend is om zijn
bepaalt de vorm van het bouwproces, de bouw- andere bedrijfsmiddelen te kopen. Bij het kopen
organisatievorm en niet te vergeten: hij betaalt. van bijvoorbeeld een transportmiddel hoeft hij
Door de huidige structuur van de bouwnijver- zelf niet te zorgen voor ontwerp en productie.
heid moet een opdrachtgever in de bouwnijver- Hij koopt een kant-en-klare vrachtauto. In de
heid er primair voor zorgen dat de vijf ‘functies’ bouw komt de opdrachtgever er niet zo gemak-
die nodig zijn om een bouwwerk te realiseren kelijk van af.
(initiatief, grond, geld, ontwerp en uitvoering)
bij elkaar worden gebracht, figuur 4.1. De Kortom: dit korte overzicht geeft aan dat de
opdrachtgever moet kiezen met welke disciplines opdrachtgever veel belangen heeft bij het bouw-
hij in zee wil gaan, tal van beslissingen nemen proces, maar daarnaast ook verschillende petten
over kardinale investeringen en ook over (ogen- op kan hebben: opdrachtgever, gebruiker en
schijnlijke) details, zoals de keuze van de lift of beheerder tegelijkertijd. Het belangrijkste is dat
het soort vloer. Ook zijn verantwoordelijkheden de opdrachtgevende partij ervoor zorgdraagt
voor de naleving van de Arbowet moet hij in de dat aan de vijf elementaire functies wordt vol-
ontwerpfase bewaken. De opdrachtgever moet daan. En daarmee is het grootste belang voor de
de touwtjes in handen houden, daarom moet hij bouwnijverheid aangegeven.

06950408_hfdst04.indd 85 16-11-2005 15:39:42


86

Opdrachtgevende en
overige opdrachtgevers 8%
opdrachtnemende bouw overheid 49%
In dit boek worden alle facetten van de particulieren
bouwnijverheid toegelicht, dus ook alle bij de 4%

bouw betrokken partijen. Om deze partijen


te beschrijven is gekozen voor een onder- hoofdaannemers
verdeling naar de opdrachtgevende en de 16%

opdrachtnemende bouw. De opdracht- bedrijven 23%


gevende bouw heeft betrekking op die par- Figuur 4.3 Omzet GWW-bedrijven naar type opdracht-
tijen die het initiatief nemen, zoals de be- gever in 2000 Bron: EIB
leggers, de woningbouwverenigingen, de
overheid, de projectontwikkelaars en eigen De groep van professionele opdrachtgevers kan
huisvesters. De opdrachtnemende bouw heeft verder worden opgedeeld naar het belang dat
betrekking op die partijen die zorgdragen de opdrachtgever heeft: huisvesten voor de
voor het ontwerp en de uitvoering, zoals de eigen organisatie, belegging, sociale woning-
architecten, de constructeur, de technische bouw of projectontwikkeling. Deze indeling
adviseurs, de projectmanagementbureaus, de levert volgens Stichting Bouwresearch (SBR) een
aannemers, de onderaannemers, de toeleve- verzameling op van vijf soorten opdrachtgevers:
ranciers, de installateurs en de fabrikanten. • beleggers;
Allemaal partijen die in opdracht van de op- • eigen huisvesters;
drachtgever de werkzaamheden verrichten. • projectontwikkelaars;
Deze duidelijke opzet is gehanteerd bij de uit- • sociale woningbouwers;
werking van de hoofdstukken 4 en 5. • incidentele opdrachtgevers.
Overheden (Rijk, provincies, gemeenten) vallen
4.1.2 Typen opdrachtgevers als regelmatige opdrachtgevers onder de catego-
Afhankelijk van de hoeveelheid ervaring die rie eigen huisvesters, behalve als er sprake is van
een opdrachtgever heeft met het bouwproces een gemeentelijk woningbouwbedrijf. Deze val-
kunnen we spreken van professionele en niet- len onder de sociale woningbouwers.
professionele opdrachtgevers. We spreken van
een professionele of regelmatige opdrachtgever Aan de hand van de gemaakte indeling zullen in
wanneer hij meer dan één opdracht per twee de volgende paragrafen de verschillende typen
jaar verstrekt. De professionele opdrachtgevers opdrachtgevers worden besproken.
zorgen in de B&U-sector voor minimaal 36% van
de omzet en in de GWW-sector is dat voor mini-
maal 65%, figuur 4.2 en 4.3. 4.2 Beleggers

overheid 9% De groep van beleggers bestaat uit particulieren,


overige
opdrachtgevers bedrijven 34%
institutionele beleggers en andere professionele
11% beleggers. Institutionele beleggers zijn pensioen-
overige
professionele
fondsen, (levens)verzekerings- en beleggings-
opdrachtgevers maatschappijen.
11%
hoofd-
woningbouw- aannemers Het doel van de beleggers is het op lange ter-
corporaties 6%
10% particulieren
mijn behalen van een zo goed mogelijk rende-
19% ment. Met als uiteindelijk doel de toekomstige
Figuur 4.2 Omzet B&U-bedrijven naar type opdrachtgever verplichtingen veilig te stellen, bijvoorbeeld het
in 2000 Bron: EIB uitbetalen van de pensioenen. Voor een belegger
is onroerende-zaakbeheer derhalve een afgeleide
activiteit.

06950408_hfdst04.indd 86 16-11-2005 15:39:43


4 DE OPDRACHTGEVENDE BOUW 87

Naast het rendement op het geïnvesteerd ver- Beleggingsmaatschappijen nemen vaak ook zelf
mogen is voor een belegger ook het gebruik ontwikkelingstaken op zich, hoewel deze niet tot
(comfort en klimaat) door de individuele bewo- de kerntaken van de belegger behoren. Naast de
ner of gebruiker belangrijk, figuur 4.4. Immers winst levert het volgens de beleggers kennis op
een slecht verhuurbaar gebouw is een slechte die voor de beleggingsfunctie zeer belangrijk is.
belegging. Goede woon- of werkomstandig- Beleggingsmaatschappijen die ontwikkelen doen
heden krijgen bij projecten dan ook veel aan- dit voor eigendom van de eigen maatschappij,
dacht. Een belegger stelt hoge eisen aan de maar ook voor de markt.
kwaliteit van het gebouw en hij investeert veel in
lage onderhouds- en energiekosten. Een tevre- 4.2.1 Beleggingsobjecten
den gebruiker is voor een belegger een maatstaf In het algemeen wordt er belegd in kantoren,
voor het succes van een project. woningen en bedrijfsgebouwen. Beleggingen in
kantoren zijn voor beleggers minder aantrekkelijk
100
% geworden, omdat deze erg afhankelijk zijn van
90 de conjunctuur. Het risico van een aantal jaren
80 leegstand, met als gevolg dat het beoogde ren-
70 dement niet meer kan worden behaald, is daarbij
60 te groot. Huurwoningen zijn interessant voor
beleggers, omdat deze door de geringe
50
onzekerheden een veilige belegging vormen.
40
Echter door het wegvallen van subsidies en de
30
stijgende grondprijzen op de VINEX-locaties leve-
20 ren huurwoningen tegenwoordig minder rende-
10 ment op. Beleggers zijn daarom terughoudend
0 met (directe) investeringen in de (middeldure)
Rendement

Gebruikslasten

Functionaliteit

Comfort en klimaat

Architectuur

Stedenbouw

Milieu en energie

huursector. In bedrijfsgebouwen hebben beleg-


gers in het algemeen geen interesse, omdat deze
specifiek voor een bedrijf worden gebouwd. Na
het vertrek van het bedrijf is het pand meestal
onverhuurbaar of onverkoopbaar.
Figuur 4.4 Wat vinden beleggers belangrijk? Bron: SBR
Omdat huurwoningen en kantoren nog nauwe-
De belegger lijks profijt vertonen en bedrijfsgebouwen voor
Een belegger tracht met het beheer van vast- beleggers niet interessant zijn, is de aandacht
goed zijn kas-inkomsten en de waardeontwik- van veel beleggers verschoven naar grote win-
keling van individuele projecten te optima- kelstraten en grootschalige binnenstadsvernieu-
liseren. De belegger mijdt hierbij risico. Het wingen. Vooral de belegging in winkels en win-
bezit van vastgoed is voor de belegger een kelcentra heeft de laatste jaren een grote vlucht
beleggingsinstrument dat concurreert met genomen, mede omdat de vraag naar winkels
andere beleggings-mogelijkheden, zo-als vast groter is dan het aanbod. Daarnaast is de moder-
rentende waarden en aandelen. De meeste nisering van winkelcentra belangrijk: het meren-
beleggers kiezen voor een mix van beleg- deel van de beleggingen betreft nu te herontwik-
gingsmogelijkheden; gemiddeld belegt een kelen winkelcentra. Ook hier lijkt nu het eind van
belegger 10 tot 15% van zijn vermogen in de groei in zicht te komen. In Nederland is nu
2
vastgoed. Ondanks het marktgerichte circa 1 m winkelruimte beschikbaar per inwoner
2
apparaat en enorme vermogen dat beleggers (dus circa 16 miljoen m winkelruimte). Dit is
bezitten, zijn beleggers slechts goed voor zo’n meer dan in de ons omringende landen, zodat
4% van het totale bouwvolume. de conclusie kan worden getrokken, dat het
maximum aardig is bereikt.

06950408_hfdst04.indd 87 16-11-2005 15:39:43


88

Beleggers leggen bij eigen ontwikkeling een die zich binnen het gebouw afspelen. Naast
sterke nadruk op het ontwerptraject, omdat het belang van de afnemer (gebouw als bedrijfs-
ze eerst een goede indruk willen krijgen wat middel) speelt daarom het belang van de
er wordt gebouwd, voordat er wordt gekeken gebruiker (goede werkomgeving) een rol,
hoe er moet worden gebouwd (inschakeling figuur 4.5.
uitvoerende partijen). Bij de uitvoering wordt
veel met relaties gewerkt. Een eerste selectie van Het huisvestingsproces behoort niet tot de kern-
uitvoerende partijen vindt plaats op basis van taken van deze ondernemingen. Deze opdracht-
verwachte kwaliteit; de uiteindelijke keuze voor gevers willen zich daarom zo weinig mogelijk
een uitvoerende partij wordt in de meeste geval- bezighouden met het eigenlijke bouwproces.
len gedaan op basis van prijs. Een eigen huisvester huurt vaak externe advi-
seurs in die er voor moeten zorgen dat de juiste
beslissingen worden genomen om zo de risico’s
4.3 Eigen huisvesters te beperken. Deze risicobeperking komt ook
tot uitdrukking in de selectie van uitvoerende
De groep van eigen huisvesters bestaat uit partijen. Meestal wordt op basis van verwachte
opdrachtgevers die bouwen voor het huisvesten kwaliteit een voorselectie gemaakt, waarna de
van de eigen organisatie of voor het huisvesten uiteindelijke uitvoerder degene is met de laagste
van een zusterorganisatie. Deze opdrachtgevers, prijs.
die vrijwel uitsluitend utiliteitsgebouwen realise-
ren, zijn voornamelijk bedrijven en overheidsin- Bij sommige eigen huisvesters speelt het ‘rela-
stellingen. tieprobleem’ een rol. Als aannemers ook klant
zijn van de onderneming, wil men deze bij de
Het doel van de eigen huisvesters is een passend aanbesteding niet voor het hoofd stoten. Dit
bouwwerk te realiseren waarbinnen de eigen kan vooral bij financiële instellingen een zwaar-
organisatie goed kan functioneren en waar de wegend argument bij aanbesteding zijn. Omdat
individuele gebouwgebruiker zich prettig voelt. een eigen huisvester een gebouw primair ziet als
Een gebouw wordt door deze opdrachtgever een bedrijfsmiddel, spelen een goede prijs/kwa-
gezien als een bedrijfsmiddel. Het gaat niet liteitverhouding en lage gebruikskosten van het
om het gebouw op zich, maar om de processen te bouwen gebouw een belangrijke rol in het
besluitvormingsproces. Bovendien wordt goed
100
% gelet op het budget dat beschikbaar is gesteld
90 voor de nieuwbouw. Daarnaast geeft Stichting
80 Bouwresearch aan dat concurrentie voor de
70 meeste eigen huisvesters een belangrijk punt in
60 de aanbesteding is en dat eigen huisvesters een
bouwproces zonder toestanden willen: een goed
50
verlopen samenwerking is een criterium voor een
40
geslaagd project.
30

20

10 4.4 Rijksgebouwendienst
0
Rendement

Gebruikslasten

Functionaliteit

Comfort en klimaat

Architectuur

Stedenbouw

Milieu en energie

De (rijks)overheid is opdrachtgever via de Rijks-


gebouwendienst (Rgd). Het is de taak van de
Rgd om voor goede huisvesting van de rijksover-
heid te zorgen. Hieronder vallen de ministeries
en rijksdiensten. Daarnaast behoort tot de taak
Figuur 4.5 Wat vinden eigen huisvesters belangrijk? van de Rgd het bevorderen en het bewaken
Bron: SBR van de architectonische kwaliteit, de steden-

06950408_hfdst04.indd 88 16-11-2005 15:39:43


4 DE OPDRACHTGEVENDE BOUW 89

bouwkundige inpassing en de kwaliteit van voorselectie) de uitvoerder met de laagste prijs


de beeldende kunst in de architectuur van de meestal de opdracht toegewezen.
gebouwen en werken waarover de zorg van de
dienst zich uitstrekt. De Rgd is opdrachtgever
van bijzondere gebouwen met zeer specifieke 4.5 Projectontwikkelaars
eisen, bijvoorbeeld gevangenissen. Een doorsnee
kantoorgebouw wordt zelden gebouwd, wat de Projectontwikkelaars richten zich op de voor-
bouw ingewikkelder maakt. De rol van de Rgd bereiding en realisatie van gebouwen, met als
als opdrachtgever is daarmee anders dan die van doel deze met winst te verkopen c.q. een
de gemiddelde opdrachtgever, die maar enkele bepaald rendement te behalen. Projectontwik-
keren een opdracht verstrekt. De Rgd verstrekt in keling is volgens Stichting Bouwresearch dan
een hoog tempo continu opdrachten, waaraan ook: het initiëren, organiseren, uitvoeren (of
zij maximaal inhoud wil geven. doen uitvoeren) en coördineren van alle taken
die nodig zijn voor het realiseren van de onroe-
Door de specifieke eisen en de grote aandacht rende zaak, inclusief het verwerven van grond.
voor architectuur zal de Rgd niet zo snel het
totale proces in handen van één partij leggen. Gezien de doelstelling van de projectontwikke-
Toch is er een tendens om meer uit te besteden. laar staat het belang van een goed rendement
Zo is de eigen ontwerpafdeling van de Rgd de voorop. Daarnaast is het belang van de afnemer
laatste jaren sterk ingekrompen. De uitvoerende belangrijk. Het gebouw moet voldoen aan de
taken worden aan marktpartijen opgedragen. wensen van de uiteindelijke koper, figuur 4.6.
Om haar taak als opdrachtgever echter goed te
100
kunnen vervullen heeft de Rgd als beleidsdienst %
een bouwtechnische deskundigheid in huis, die 90

op peil gehouden wordt door een klein deel van 80


de ontwerp- en adviestaken in eigen huis uit te 70
voeren. 60

50
Binnen de overheid is sprake van deregulering,
40
decentralisatie en sturen op afstand. De Rgd
30
richt zich binnen deze ontwikkelingen steeds
meer op maximale uitbesteding van uitvoerend 20

werk aan de markt, c.q. het sturen op basis van 10


resultaatverplichtingen. De ontwikkeling van de 0
Rendement

Gebruikslasten

Functionaliteit

Comfort en klimaat

Architectuur

Stedenbouw

Milieu en energie

prestatiespecificaties en het prestatiecontract zijn


hier een gevolg van.

In de praktijk blijkt dat de nadruk van de Rgd ligt


op het ontwerptraject. Dit komt onder andere
omdat de Rgd tot taak heeft de architectonische Figuur 4.6 Wat vinden projectontwikkelaars belangrijk?
kwaliteit te waarborgen. De rijksbouwmeester Bron: SBR
ziet er op toe dat het ontwerptraject naar tevre-
denheid verloopt. In het algemeen benadert de Het werk van een projectontwikkelaar is veel-
Rgd een huisvestingsprobleem open en flexibel zijdig:
en zal zij actief zijn in het oplossen van dit pro- • verwerven van interessante bouwlocaties;
bleem. De Rgd staat open voor nieuwe ideeën • uitvoering markt- en haalbaarheidsstudies;
en mogelijkheden om haar doelstellingen te ver- • opstelling Programma van Eisen;
wezenlijken. • afzetten van het bouwwerk door verkoop of
Ondanks haar flexibele opstelling en ervaring verhuur.
in het bouwen, krijgt in de aanbesteding (na

06950408_hfdst04.indd 89 16-11-2005 15:39:44


90

Tijdens dit proces draagt de projectontwikkelaar 4.5.1 Typen projectontwikkelaars


het ontwikkelingsrisico, coördineert de plan- Veel van de grotere Nederlandse ontwikkelaars
ontwikkeling en leidt het realisatieproces. De zijn gelieerd aan een bouwonderneming, finan-
expertise om het bouwproces voor te bereiden ciële instelling of belegger. Daarnaast zijn er de
en te begeleiden, heeft de ontwikkelaar vaak zelf projectontwikkelaars ‘pur sang’.
in huis.
De projectontwikkelaar-aannemer heeft als hoofd-
Bij projectontwikkeling is de keuze van de bouw- doelstelling het genereren van bouwomzet
organisatievorm in principe vrij. De projectont- voor de zusterbedrijven. Hij fungeert in meer of
wikkelaar kiest per project een bouworganisatie- mindere mate als acquisiteur van de aannemer
vorm die bij de specifieke situatie past. Het komt en heeft geen bindingen met één bepaalde
echter regelmatig voor dat de aannemer niet belegger. Hij ontleent zijn positie bijvoorbeeld
geheel vrij kan worden gekozen door de ontwik- aan het feit dat hij beschikt over een exclusieve
kelaar, omdat de belegger of gebruiker zijn voor- bouwtechniek of dat hij een voorkeurslocatie
keur uitspreekt of omdat de aannemer in een (bouwgrond) in zijn bezit heeft.
eerder stadium al bij het project was betrokken.
Financiële instellingen proberen door middel van
Een projectontwikkelaar verricht investeringen in projectontwikkeling leningen te verstrekken aan
een project dat pas later opbrengsten oplevert. gebruikers van het te ontwikkelen vastgoed, of
Hij bouwt voor ‘de markt’; ten tijde van het ini- om op een andere manier betrokken te raken bij
tiatief is meestal de eindgebruiker nog niet be- de financiering van doorgaans grootschalige pro-
kend. Welke verkoopprijs de projectontwikkelaar jectontwikkelingen. Voor gebruikers betreft deze
kan bedingen, is daarmee vaak onzeker en wordt financiering niet alleen het vastgoed maar soms
door de marktomstandigheden bepaald. De pro- ook de financiering van het primaire proces.
jectontwikkelaar streeft ernaar in een zo vroeg
mogelijk stadium in het bouwproces huurders De projectontwikkelaar-belegger heeft als hoofd-
en/of kopers te vinden. In de meeste gevallen doelstelling het genereren van rendement op
vindt verkoop plaats vóór de ingebruikname. een bepaalde investering. Door middel van pro-
De afnemers van deze gebouwen zijn vooral jectontwikkeling tracht hij beleggingsobjecten
beleggers en in mindere mate gebruikersorgani- te verkrijgen die (beter) aansluiten op zijn beleg-
saties. gingsbeleid. Hij heeft geen bindingen met één
bepaalde aannemer.
Het Programma van Eisen dat een projectont-
wikkelaar opstelt is doorgaans gebaseerd op De projectontwikkelaar ‘pur sang’ heeft als
uitvoerig marktonderzoek. De huisvesting wordt hoofddoelstelling het genereren van ontwik-
daardoor zoveel mogelijk afgestemd op de in kelingswinst. Er zijn geen vaste bindingen met
het marktonderzoek geïdentificeerde doelgroep. beleggers, noch met aannemers. Deze ontwik-
Aan de andere kant worden er vaak tot in de kelaars ontlenen hun positie aan het verwerven
afbouwfase opties voor veranderingen open- van rechten op grond en/of opstallen, of aan het
gehouden zodat het risico van het niet geheel hebben van goede ingangen bij gemeenten en
aansluiten van de huisvesting op de specifieke beleggers.
behoeften van de uiteindelijke gebruikers wordt
verminderd. In de afbouwfase zijn de gebrui-
kers bekend, zodat voorkeuren ten aanzien van 4.6 Woningbouwcorporaties
bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde (afwer-
kings-)materialen kunnen worden ingebracht. Woningbouwers zijn:
Dit houdt in dat het bouwproces zeer flexibel • gemeentelijke woningbouwverenigingen;
moet zijn. Het moet mogelijk zijn om tot in een • woningbouwcorporaties en -verenigingen;
ver stadium van het bouwproces wijzigingen aan • landelijke organisaties.
te brengen.

06950408_hfdst04.indd 90 16-11-2005 15:39:44


4 DE OPDRACHTGEVENDE BOUW 91

Woningbouwcorporaties houden zich bezig met doelgroepen), de eigen inschatting van risico’s
de ontwikkeling en het beheer van woningen in en de positie die men weet op te bouwen in het
de huursector. Zij hebben tot doel het algemene spel met de marktpartijen en gemeente.
huisvestingsbelang te behartigen en streven
daarbij naar kwaliteit in woningbouw en woning- Als gevolg hiervan bouwen woningbouwcorpo-
beheer voor mensen met de lagere inkomens. raties niet langer voor één groep huurders. De
De betaalbaarheid voor de doelgroep speelt hier- bouwstijl wordt afgestemd op de verschillende
bij een essentiële rol, figuur 4.7. behoeften. Daarom worden er nu ook duurdere
huurwoningen en koopwoningen gerealiseerd.
100
% Een ander gevolg van het meer op de markt
90 georiënteerde beleid is dat veel woningbouw-
80 corporaties meer zijn gaan letten op de esthetiek
70 en de culturele dimensie van stedenbouw en
60 architectuur.
50
Om hun woningbestand uit te breiden en te
40
vernieuwen werken woningbouwcorporaties aan
30
nieuwe vormen van samenwerking om risico’s
20 te delen met marktpartijen en gemeenten. In
10 steeds meer steden komen samenwerkings-
0 contracten en marktverdelingen tot stand, met
Rendement

Gebruikslasten

Functionaliteit

Comfort en klimaat

Architectuur

Stedenbouw

Milieu en energie

gezamenlijke projectverantwoordelijkheid van


bijvoorbeeld ontwikkelaars en corporaties. Daar-
naast gaan veel woningbouwers intensiever
samenwerken met zusterorganisaties. Gemeen-
ten willen in deze projectovereenkomsten wor-
Figuur 4.7 Wat vinden woningbouwcorporaties belangrijk? den betrokken. Deze betrokkenheid is terug te
Bron: SBR voeren op de wens van de gemeenten invloed
uit te oefenen op wat binnen haar grenzen aan
Het gaat er uiteindelijk om dat bestaande woningbouwprojecten wordt gerealiseerd. Soms
producten en diensten tot tevredenheid van wil de gemeente in een projectovereenkomst al
hun huurders leiden. De gebruiksvriendelijk- beperkingen opleggen aan de architectenkeuze.
heid van de woningen is daarbij van belang. Daarnaast willen gemeenten vaak een rol spelen
Daarnaast zijn volgens Stichting Bouwresearch bij de goedkeuring van het voorlopig en het
lage gebruikslasten voor deze opdrachtgevers definitief ontwerp.
belangrijk. Ervaringen vanuit het beheer en de
prognoses over de toekomstige exploitatie van Voor woningbouwcorporaties kan het een
woningen spelen een volwaardige rol in het probleem zijn om in de VINEX-stadsgewesten
besluitvormingsproces. (vooral in de Randstad) de stichtingskosten
binnen de grenzen te houden, gezien de hoge
Door het wegvallen van de meeste subsidies (zie ontwikkelingskosten van deze locaties en de
ook hoofdstuk 6), dragen woningbouwcorpora- lagere rijksbijdrage in de grondkosten. Om het
ties een grotere eigen verantwoordelijkheid voor huurniveau binnen de perken te houden,
financiering en exploitatie van hun bezit. Hier- kunnen sociale verhuurders in beperkte mate
door is de onderlinge concurrentie toegenomen eigen vermogen aanwenden, anderzijds kunnen
en is hun aanpak zakelijker geworden. Daarnaast zij door de overheveling van huuropbrengsten
zijn zij meer dan voorheen vrij in de keuze van uit andere huursegmenten de goedkope huur-
de categorie woningen die ze willen bouwen. woningen financieren. Het financiële vermogen
Deze keuze hangt vooral af van het eigen beleid van woningbouwcorporaties is echter eindig
(welke producten wil men leveren en aan welke en bovendien in principe niet bedoeld een

06950408_hfdst04.indd 91 16-11-2005 15:39:45


92

lagere huur te bewerkstelligen, maar de kwaliteit 100


%
van het bezit op peil te houden. Tegenwoordig 90

verkopen de corporaties woningen om de 80


onrendabele top van hun woningbezit te kunnen 70
financieren. 60

50
Ook woningbouwcorporaties leggen een sterke
40
nadruk op het ontwerptraject. Voor ieder project
proberen zij zich een beeld te vormen. Bij dit 30

beeld bedenken zij tevens welke architecten bij 20

het project passen. De gekozen architect mag 10


meestal in een aantal fasen een ontwerp maken 0

Rendement

Gebruikslasten

Functionaliteit

Comfort en klimaat

Architectuur

Stedenbouw

Milieu en energie
en na het definitieve ontwerp wordt gekeken
welke partijen het ontwerp kunnen uitvoeren.

Bij de uitvoering wordt meestal gewerkt met


bekende aannemers (relaties), omdat dit volgens
de woningbouwcorporaties een waarborg is voor Figuur 4.8 Wat vinden incidentele opdrachtgevers belang-
kwaliteit. Daarnaast zijn deze uitvoerders op de rijk? Bron: SBR
hoogte van de werkwijze van de woningbouwer
wat de communicatie ten goede komt. Er wordt Kenmerkend voor grotere incidentele opdracht-
bij de aanbesteding niet met grote nadruk geke- gevers is dat kennis die ontbreekt in huis wordt
ken naar de prijs, maar wel naar welke aannemer gehaald in de vorm van een adviesbureau en dat
het project voor een redelijke prijs kan uitvoe- enige personen worden vrijgemaakt die als coör-
ren. Door niet de laagste prijs te nemen blijft er dinator van het bouwproces worden aangesteld.
ruimte om eventuele problemen in de uitvoering Er wordt in vergelijking met de hierna beschre-
gemakkelijk op te lossen. ven kleinere opdrachtgever meer geld uitgetrok-
ken om een duidelijk stempel te drukken op het
verloop van het bouwproces. Men wil nauw
4.7 Incidentele opdrachtgevers betrokken zijn bij de formulering van de eisen en
de invulling hiervan in het ontwerp. Het project
Een diverse groep vormen de incidentele op- verloopt veelal gestructureerd en ook de keuze
drachtgevers. Tot deze groep worden vooral ge- van de procespartners gebeurt systematisch.
rekend het particuliere bedrijfsleven, stichtingen
en verenigingen. Deze onervaren opdrachtgevers Kleinere incidentele opdrachtgevers kenmerken
hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat zij zich in het algemeen doordat er aanzienlijk min-
door hun gebrek aan kennis van het bouwproces der tijd en personeel kan worden vrijgemaakt
een sterke behoefte hebben aan een betrouw- voor het bouwproces. Hierdoor zoekt deze
bare bouwpartner. Het belang van de afnemer is opdrachtgever (meer dan een grote opdracht-
bepalend voor het gedrag van deze opdrachtge- gever) naar een betrouwbare partij die zoveel
vers: zij willen een oplossing voor hun huisves- mogelijk werk uit handen kan nemen. Deze
tingsproblemen, figuur 4.8. opdrachtgever heeft een sterke behoefte om
vergelijkingsmateriaal te hebben in de vorm van
Er is tussen incidentele opdrachtgevers een voorbeeldprojecten. Kenmerkend is de vaak wei-
onderscheid te maken naar de mate van betrok- nig systematische aanpak van het bouwproces.
kenheid bij de coördinatie van het bouwproces.
Deze betrokkenheid wordt beïnvloed door het Omdat de aannemers nogal eens worden ge-
belang van de huisvesting voor de organisatie, wantrouwd, wordt een projectontwikkelaar vaak
de tijd en het personeel dat kan worden vrij- als tussenpersoon aangesteld. Zo kan men met
gemaakt uit de dagelijkse bedrijfsvoering. één partij afspraken maken met betrekking tot de

06950408_hfdst04.indd 92 16-11-2005 15:39:45


4 DE OPDRACHTGEVENDE BOUW 93

prijs, levertijd en kwaliteit en is er een partij die eisen. Ook willen opdrachtgevers, voordat er
tegenspel biedt aan de architect en aannemer. wordt gebouwd, een goede indruk krijgen van
het te realiseren bouwwerk. Een gebouw wordt
Door deze incidentele opdrachtgever wordt steeds meer een bedrijfsmiddel, waarvan de
het huisvestingsproces gezien als een ‘normaal’ investering kan worden afgewogen tegen andere
bedrijfsproces waarbij risico’s moeten worden investeringen.
beperkt. Deze opdrachtgever heeft eerst veel
informatie verzameld om de essentie van het Grote opdrachtgevers in de bouw zetten al de
bouwproces te kunnen begrijpen. Daarna is hij eerste stappen in de richting van de vraag naar
op zoek gegaan naar een partij die hem zijn huis- een totaalproduct. Een voorbeeld hiervan is de
vestings-probleem uit handen kan nemen. Hij Rijksgebouwendienst (Rgd). Deze dienst heeft
heeft er alle vertrouwen in dat de juiste partijen het werken met prestatiespecificaties ontwikkeld,
dit probleem goed kunnen oplossen. die voorwaardenscheppende resultaatverplichtin-
gen beschrijven.
Opdrachtgevers willen een sturende taak heb-
ben in het bouwproces. Invloed (grip) op het Op deze wijze trachten ze de kwaliteit van
proces is essentieel zodat wijzigingen tot in een huisvesting te verbeteren, door in het pré-ont-
laat stadium kunnen worden ingebracht. Deze werpstadium het ontwerp op kosten en kwaliteit
wens tot invloed wordt mede ingegeven door de te sturen. Met marktpartijen sluit de Rgd presta-
toenemende complexiteit van bouwprocessen. tiecontracten af, waarin de prestatiespecificaties
Opdrachtgevers willen een ‘vinger in de pap’ vastliggen. De marktpartijen creëren de techni-
hebben omdat zij dan de belangentegenstellin- sche oplossing op basis van die contracten.
gen tussen de verschillende partijen in de gaten
kunnen houden. De ontwikkeling in de opdrachtgeversmarkt
van het vragen naar bouwcapaciteit naar het
Ten aanzien van de contractering van (uitvoe- vragen om totale en geïntegreerde producten is
rende) partijen is er een algemene voorkeur voor duidelijk. De vraag is alleen in welk tijdsbestek
onderhandse aanbesteding, maar er wordt met deze ontwikkeling zich zal voltrekken. Een klein
verschillende procesvormen gewerkt. De keuze aantal opdrachtgevers hebben deze ontwikkeling
van procespartners is vooral gericht op relaties op gang gebracht. De verwachting is nu dat de
die men heeft in de markt. De ervaring leert dat grote opdrachtgevers dit in de komende jaren
hoe vaker met dezelfde mensen wordt samenge- verder uitwerken en optimaliseren. Hierna zullen
werkt, hoe soepeler het proces verloopt. ook de kleinere opdrachtgevers volgen.

Opdrachtgevers proberen technisch, organisa- De opdrachtgevende bouw is dus klaar voor de


torisch en financieel sterke bedrijven met brede toekomst. De opdrachtnemende bouw moet
ervaring te selecteren. Zij geven daarbij aan deze uitdaging aanpakken en inspelen op deze
behoefte te hebben aan eenduidige verantwoor- duidelijke behoefte bij de opdrachtgever.
delijkheden, vakbekwame mensen en bewezen
referenties.

4.8 De toekomstige opdrachtgever

De Adviesraad Technologiebeleid Bouwnijverheid


constateert in het rapport Bouwvisie 2010 dat
de opdrachtgevers op de bouwmarkt bestellers
worden van eindproducten. Hierbij willen ze één
aanspreekpunt, waarmee een resultaatsverbin-
ding wordt aangegaan op basis van prestatie-

06950408_hfdst04.indd 93 16-11-2005 15:39:45


94

06950408_hfdst04.indd 94 16-11-2005 15:39:45


De opdrachtnemende bouw
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
5
Er zijn veel disciplines en participanten die moeten samenwerken om
het huisvestingsprobleem van de opdrachtgevende bouw op te los-
sen. De architect is de vormgever pur sang, die zich nog steeds de
vertrouwenspersoon van de opdrachtgever vindt en het totale proces
wil sturen. Zijn werkzaamheden worden echter steeds verder uit-
gehold. De adviesbureaus zijn als paddestoelen uit de grond gescho-
ten en nemen steeds meer taken over van de architect.
Aan de andere kant zien we dat de aannemer zich aan het ontwikke-
len is tot een bouwondernemer. Er wordt door deze partij initiatief
genomen om niet meer alleen op prijs de concurrentieslag aan te
gaan. Zelfs zien we dat de bouwondernemer soms de opdrachtgever
wordt van de architect. Kenmerkend voor de aannemer is verder dat
deze meer en meer werkzaamheden gaat uitbesteden. De onderaan-
nemers spelen een erg belangrijke rol in het uitvoerend proces evenals
de toeleveranciers en de installateurs.
Eén ding maakt het beschrijven van de opdrachtnemende bouw dui-
delijk: samenwerking in wat voor vorm dan ook is noodzakelijk.

06950408_hfdst05.indd 95 16-11-2005 15:40:48


96

Inleiding NEN. De disciplines werken zelfstandig of zijn


onderdeel van een groter geheel. Zo kennen we
In het vorige hoofdstuk hebben wij kunnen bijvoorbeeld de zelfstandig werkende architect
lezen waaruit de opdrachtgevende bouw als en de architect die werkt bij een architectenbu-
motor van de Nederlandse economie bestaat. reau.
Heeft de opdrachtgevende bouw een huisves-
tingsvraagstuk dan wordt de opdrachtnemende Aannemer Participant aan wie de uitvoering
bouw ingeschakeld. Vroeger, in de vijftiende van een bouwwerk is opgedragen.
eeuw, was dat simpel. De opdrachtgever hoefde
alleen maar de bouwmeester in te schakelen. Architect Participant van wie het specialisti-
Tegenwoordig zit de opdrachtnemende bouw sche advies bestaat uit een bouw-
complexer in elkaar. Vele partijen, participanten ontwerp, op grond van het Pro-
en adviseurs bemoeien zich met het proces, gramma van Eisen en die veelal het
ieder met zijn eigen taken en verantwoordelijk- werk begeleidt.
heden. Het probleem voor de opdrachtgever is
dan ook vaak de vraag waar hij moet beginnen Constructeur Adviseur, van wie het specialistische
om zijn huisvestingsvraagstuk adequaat opgelost advies voornamelijk bestaat uit het
te krijgen. Moet hij naar de architect, de hoofd- berekenen en het tekenen van de
aannemer, de projectontwikkelende aannemer, draagconstructie.
de makelaar, het grondbedrijf, enzovoort? Ben
je toe aan een nieuwe auto dan ga je naar de
Hoofd- Aannemer die de coördinatie ver-
garage, bij een nieuw gebouw of woning ligt dat
aannemer zorgt bij de realisering van een
toch minder duidelijk. En dat is dan ook één van
bouwwerk, waarbij twee of meer
de oorzaken dat in veel gevallen de opdracht-
aannemers zijn betrokken.
gever uiteindelijk niet honderd procent tevreden
is over het resultaat.
Installateur Participant aan wie als mede-aan-
nemer of als onderaannemer het
In dit hoofdstuk worden alle disciplines vallend
werk met betrekking tot het aan-
onder de opdrachtnemende bouw nader toe-
brengen van de installaties en van
gelicht inclusief hun taken, werkzaamheden en
eventuele vaste inrichtingen is opge-
verantwoordelijkheden. Het hoofdstuk wordt
dragen.
afgerond met de ontwikkelingen op het gebied
van de samenwerking.
Installatie- Adviseur van wie het specialistische
adviseur advies voornamelijk bestaat uit het
5.1 Disciplines ontwerpen en tekenen van de instal-
laties.
De opdrachtgever heeft dus te maken met een
groot aantal disciplines: Mede- Eén van de aannemers aan wie de
• architect; aannemers realisering van slechts een deel van
• constructeur; het werk is opgedragen.
• projectmanager;
• (hoofd)aannemer; Onder- Aannemer die één of meer delen van
• installateur; aannemer een werk uitvoert, in opdracht van
• installatie-adviseur; een andere aannemer.
• onderaannemers;
• toeleveranciers. Toeleveran- Participant die bouwmaterialen en/
cier of bouwproducten levert.
In figuur 5.1 is een overzicht opgenomen met
daarachter de definities samengesteld door het Figuur 5.1 Definities volgens het NEN

06950408_hfdst05.indd 96 16-11-2005 15:40:48


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 97

In de volgende paragrafen komen de belang- van bouwwerken actief betrokken via overleg
rijkste typen bedrijven uit de opdrachtnemende met de ingeschakelde ontwerpers.
bouw aan de orde:
• architectenbureaus;
• adviesbureaus; 5.2.1 Waar werken architecten?
• aannemers; Het beroep van architect wordt op zeer verschil-
• onderaannemers; lende wijzen uitgeoefend. Architecten kunnen
• installatiebedrijven; zelfstandig zijn of werken bij een architecten-
• toeleveranciers. bureau. Daarnaast kunnen zij in dienst zijn van
een opdrachtgever (bijvoorbeeld projectont-
Voor het merendeel van de bouwopdrachten zijn wikkelaar, bouwbedrijf met een projectont-
dit ook de belangrijkste participanten. Aan het wikkelingstak), van de overheid (bijvoorbeeld
eind van dit hoofdstuk wordt gekeken naar de Bouw- en Woningtoezicht, Welstand, Rgd), van
vormen van samenwerking tussen deze bedrijven toeleveranciers (productontwikkeling) en natuur-
en ten slotte wordt ingegaan op de veranderde lijk bij een onderwijsinstelling.
rol van de disciplines.
De verscheidenheid binnen de beroepsgroep
komt ook tot uiting in de uiteen lopende
5.2 Architect meningen over de architect. Enerzijds is er de
mening dat architecten zich teveel opstellen als
De architect kennen wij allemaal. Er wordt heel kunstenaars en te veel menen dat ze de wereld
divers gesproken over een architect. Feit is dat moeten verbeteren. Anderzijds is er de mening
de architect de vormgever is van een gebouw, dat architecten pragmatisch zijn. Zij stellen zich
woning of product. Hij voelt zich vaak ook de open op ten opzichte van de opdrachtgever.
vertrouwenspersoon van de opdrachtgever en Deze openheid wordt beargumenteerd door aan
vindt dan ook dat het totale proces door hem te geven dat het vak van architect op zich vraagt
moet worden gestuurd. om communicatie. Het gaat om horen, opvan-
gen, vertalen, luisteren en bijstellen. De Bond
Architecten vormen een afgebakende beroeps- van Nederlandse Architecten (BNA) geldt als
groep. De Wet op de architectentitel regelt wie toonaangevende standsorganisatie. De BNA kent
zich, op grond van opleiding en/of ervaring, een erecode waaraan architecten zich hebben te
kan laten inschrijven in het Architectenregister houden. Een van de regels geeft het duidelijkst
en zich op grond van die inschrijving architect weer wat een gemiddelde architect vindt van zijn
mag noemen (titelbescherming). Inschrijving in positie. In deze regel staat dat het een architect
het Architectenregister kan als architect, steden- zijn onafhankelijkheid van denken en zijn vrijheid
bouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en van beslissen als scheppend raadgever dient te
interieurarchitect. laten prevaleren boven de rechtstreekse zakelijke
belangen van zijn lastgever.
Rijksbouwmeester
De meest invloedrijke architect is de rijks- Er zijn verschillende soorten architectenbureaus:
bouwmeester. De Rijksgebouwendienst is van heel klein tot heel groot. Sommige bureaus
verantwoordelijk voor de huisvesting van de richten zich uitsluitend op het architectonisch
overheid. De Rijksgebouwendienst kent speci- ontwerp andere hebben constructeurs en kos-
fiek voor het architectuurbeleid de functie van tendeskundigen in huis, figuur 5.2. Andere rich-
rijksbouwmeester. De rijksbouwmeester bevor- ten zich op het managen van het totale bouw-
dert en bewaakt de architectonische kwaliteit proces. Door de toenemende complexiteit van
en de inpassing in het gegeven stedenbouw- de bouw is toenemende professionaliteit vereist.
kundig karakter. Hij speelt een centrale rol bij Daaraan worden zulke hoge eisen gesteld dat
de architectenkeuze en is bij de ontwikkeling alle benodigde expertise in feite niet meer in
één persoon zijn te verenigen. Er is dus sprake

06950408_hfdst05.indd 97 16-11-2005 15:40:48


98

Partners
(architecten)

Chef de bureau

Personeelszaken,
boekhouding

Hoofd Kosten-
tekenkamer Bestekschrijver deskundige Opzichters

Bouwkundig
tekenaars

Figuur 5.2 Organisatiestructuur van architectenbureaus (circa 20 personen)

van een team, er zijn projectleiders, tekenaars en Binnen de branche is momenteel sprake van een
rekenaars. proces van schaalvergroting. De reden hiervan
heeft niet alleen te maken met kostenvoordelen.
Ontwerpen is zo’n 15 à 20% van de arbeid van Ook opdrachtgevers geven vaker de voorkeur
de architect. De rest van de week staat in het aan minder kwetsbare architectenbureaus. Kleine
teken van vergaderen, regelen, duwen en trek- bureaus ontwikkelen daarom in toenemende
ken om te zorgen dat het zo wordt, als hij denkt mate hun eigen specialisme.
dat het moet worden.
Een tweede trend die verwant is aan de schaal-
5.2.2 Omvang van de architectenbranche vergroting, is de toenemende rationalisatie in
Volgens de BNA waren er in 2001 ongeveer de branche. Architecten beperken zich meer en
2400 bureaus in de architectenbranche actief meer tot de noodzakelijke informatie, besteden
en werkten er ruim 14.000 mensen. De branche werkzaamheden vaker uit, en trachten onkosten
kent veel kleine bedrijven en is een arbeids- te beperken. De krappe arbeidsmarkt (vooral
intensieve bedrijfstak: bijna driekwart van de voor technische tekenaars) versterkt deze trend:
kostenvergoedingen zijn voor geleverde arbeid. architectenbureaus zetten hun specialisten voor-
De grootste markt voor architectenbureaus is namelijk op hun specifieke kennis en vaardig-
de sector woningen met een aandeel van bijna heden in.
een derde. De sector kantoren vormt een kwart
van de markt. De markt bestaat verder uit onder BNA
meer gezondheidszorg, onderwijs en landbouw De werkgeversvereniging in de architecten-
en industrie. branche is de BNA, de Bond van Nederlandse
Architecten. Bij de werknemers van bij de
Grote bureaus (meer dan 7 werknemers) hebben BNA aangesloten architectenbureaus gaat het
relatief veel opdrachten in de gezondheidszorg, om 40% architecten en 60% ondersteunend
onderwijs en kantoren. Zij hebben voor drie- personeel. Bij kleine bureaus (minder dan 3
kwart te maken met professionele opdrachtge- personen) is 83% architect. Bij deze groep
vers. Kleinere bureaus hebben meer opdrachten behoren ook de zelfstandig gevestigde archi-
in de sectoren woningen en landbouw en in- tecten. Ongeveer een kwart van de werkzame
dustrie. Zij werken veel vaker voor particuliere mensen is eigenaar van het bureau. Bij
opdrachtgevers. de grote bureaus is maar een kwart van het

06950408_hfdst05.indd 98 16-11-2005 15:40:49


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 99

personeel architect. Grote bureaus kennen alle ontwerpfasen die moeten worden doorlo-
meer functiedifferentiatie. Naast architect pen. In de praktijk is het veelal zo dat vooraf de
zijn veel voorkomende functies in het pri- opdrachtgever samen met de architect de aard,
maire proces (CAD)tekenaar, ontwerper en inhoud en omvang van de door de architect te
projectleider. Driekwart van de werknemers verrichten werkzaamheden vastlegt. Over het
met een vast dienstverband werkt fulltime. algemeen geschiedt dit op basis van de Stan-
Deeltijd komt iets vaker voor bij personeel met daardvoorwaarden Rechtsverhouding opdracht-
een tijdelijk dienstverband, ingeleenden en gever-architect (SR 1997).
uitzendkrachten.Toch blijft het deeltijdpercen-
tage ook daar gering. In de SR kennen wij afhankelijk van het type plan
standaardwerkzaamheden. Voor een bouwpro-
ject zijn dat de volgende:
5.2.3 Werkzaamheden van een architect • voorlopig ontwerp;
Men kan zich afvragen wat nu eigenlijk de • definitief ontwerp;
specifieke werkzaamheden van een architect • bouwvoorbereiding;
zijn. Vormgeven is een ruim begrip. Het komt • werkzaamheden ten aanzien van het uitvoe-
erop neer dat de architect de eisen en wensen ringscontract;
alsmede de ruimtebehoefte vertaalt in ruimten • directie tijdens de uitvoering.
en vormgeving en dit in verschillende stadia uit-
werkt op papier of met behulp van de computer. Het marktaandeel van de architecten is zoals
gesteld de afgelopen jaren niet veranderd. Wel
In hoofdstuk 3 hebben wij gezien op welke wijze blijkt dat het takenpakket van de architect de
gefaseerd kan worden toegewerkt naar het eind- laatst tien jaar sterk is verminderd. In figuur 5.3
product. In het structuurontwerp wordt het con- is terug te vinden dat diverse organisatorische
cept van het gebouw of woning vastgelegd, in en financiële taken, zoals begroten, aanbeste-
het voorlopig ontwerp ruimtelijk en functioneel, den, en toezicht houden, zijn teruggedrongen.
in het definitief ontwerp het materiaalgebruik en Projectontwikkelaars, bouwbedrijven en externe
in de uitwerkingsfase dusdanig dat de bouwver- adviseurs hebben deze taken overgenomen. Het
gunning kan worden verkregen en de aannemer meest opvallend is dat de opdrachtgever steeds
kan overgaan tot prijsvorming. Dit zijn in feite minder de architect rechtstreeks benadert. Deze

100
%
90 1980 (SEO)
80 1990 (EIB)

70

60

50

40

30

20

10

0
Projectcoördinatie

Betrokkenheid
bij PvE

Maken ontwerp

Maken bestek
(tekeningen)

Maken werk-
tekeningen

Betrokkenheid bij
begroting

Betrokkenheid bij
aanbesteding

Directievoering

Houden van
toezicht

Figuur 5.3 Positie van de architect


Gegevens van het EIB in 1990, vergeleken met cijfers van de Stichting Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam C.S.E.O. van 1980

06950408_hfdst05.indd 99 16-11-2005 15:40:49


100

rol is meer en meer overgenomen door de pro- waarin het bouwbedrijf de eindverantwoordelijk-
jectontwikkelaar. heid heeft. Daarnaast zien we dat andere profes-
sionele opdrachtgevers als beleggers, de Rijksge-
Uiteraard is de rol van de architecten in de ont- bouwendienst (Rgd) en sociale woningbouwers
werpfase nog steeds overheersend. Het gevolg de coördinatie van het bouwproces overlaten
van al deze veranderingen is dat de rol van de aan interne of externe projectmanager.
architect steeds meer richting die van ‘esthetisch
adviseur’ verschuift. Dit concludeert het Econo- Opdrachtgevers kijken bij de selectie van archi-
misch Instituut van de Bouwnijverheid in een tecten vaak naar eerder uitgevoerd werk. Bij de
in 1990 verschenen rapport De positie van de architectenkeuze speelt de ervaring van de archi-
architect in het bouwproces. Het eind van deze tect ook een grote rol. Hun faam als vormgever
ontwikkeling is nog niet in zicht. De afgelopen van gebouwen en in mindere mate die van de
vijf jaren is bijvoorbeeld het vervaardigen van de omgeving van het gebouw speelt bij beleggers
werktekeningen steeds meer weggehaald bij en projectontwikkelaars een grote rol. Zeer
de architecten en uitgevoerd door de bouw- belangrijk bij de selectie is of de architect in staat
bedrijven of facilitaire tekenbureaus. Zelfs wordt geacht een gebruiksvriendelijk gebouw te
gebeurt het regelmatig dat de werktekeningen ontwerpen. Alle opdrachtgevers vinden dat de
van de architect terzijde worden geschoven architect goed moet kunnen samenwerken. Of
en dat de aannemer opnieuw werktekeningen een architect in staat is leiding te kunnen geven
maakt. De reden hiervan is dat de gemiddelde aan het ontwerpproces vinden opdrachtgevers
architect geen vakman (meer) is op het gebied minder belangrijk, figuur 5.4.
van de uitvoeringstechnieken en detaillering.
5.2.4 Automatisering ontwerpproces
De tendens dat architecten steeds minder de Het is niet denkbeeldig dat de toekomst van de
centrale rol in het bouwproces vervullen zet zich automatisering van het ontwerpproces en, meer
voort, omdat steeds vaker het bouwbedrijf zich algemeen, van de gehele bouwvoorbereiding
opstelt als opdrachtgever. Dit in de vorm van en -begeleiding in belangrijke mate van invloed
projectontwikkeling of in organisatievormen zal zijn op de wijze waarop de uitholling van de

20
%
18 Eigen huisvesters
Beleggers
16 Woningcorporaties
Projectontwikkelaars
14
Incidentele opdrachtgevers

12

10

0
Eerder werk

Vormgever gebouwen

Vormgever omgeving

Ontwerpteam leiden

Samenwerken

Ervaring

Kennis bedrijfsproces

Gebruikgebouw

Bouwkosten

Bouwfysica

Milieu en energie

Figuur 5.4 Criteria die belangrijk zijn voor een opdrachtgever bij het selecteren van een architect Bron: SBR en EIB

06950408_hfdst05.indd 100 16-11-2005 15:40:50


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 101

taken van de architect zich verder voltrekt. CAD De mate waarin van ICT gebruik wordt
kan tijdens het maken van het voorlopig ont- gemaakt hangt af van de bedrijfsomvang. Hoe
werp worden gebruikt voor het maken van mas- groter de onderneming des te hoger de auto-
sastudies. Tijdens het definitieve ontwerp voor matiseringsgraad doorgaans is.
het maken van tweedimensionale tekeningen of Kleine bedrijven hebben veelal te maken met
driedimensionale modellen en het bijvoorbeeld een eenvoudiger bouw- en bedrijfsproces dan
berekenen en dimensioneren van constructies of grote bedrijven, terwijl ze daarnaast vaak min-
technische installaties. Daarna kan CAD worden der kunnen profiteren van schaalvoordelen die
gebruikt voor het maken van de bestektekenin- bij ICT-gebruik optreden. Opvallend is ook dat
gen en productietekeningen. Naast CAD wordt bedrijven die in concernverband actief zijn,
de computer bij een architectenbureau bijna over meer ICT- toepassingen beschikken dan
altijd gebruik voor het schrijven van bestekken en bedrijven die dit niet zijn en dat kleine bedrij-
in veel gevallen voor het maken van begrotingen. ven in de sector GWW meer van ICT gebruik-
maken dan hun collega’s in de sector B&U.
Bouw volop bezig met ICT Ondernemingen die in concernverband actief
Bouwbedrijven zijn op dit moment volop zijn, hebben de mogelijkheid om gebruik te
bezig om ICT-toepassingen in gebruik te ne- maken van de door het moederbedrijf aan-
men. Het aantal internet-aansluitingen neemt geboden of voorgeschreven software. Van de
dit jaar met een derde toe tot 80%, de groot- kleinere gww-bedrijven, die vaker voor profes-
ste groei was in 2000, figuur 5.5. Daarmee sionele opdrachtgevers werken dan hun col-
heeft de bouw eenzelfde gebruiksdichtheid lega’s in de sector B&U, wordt communicatie
als andere sectoren van de maatschappij. De op elektronische wijze door de opdrachtgever
meeste bouwbedrijven zijn enthousiast over verlangd.
de mogelijkheden van ICT-gebruik voor hun
bedrijf. Slechts 22% ziet weinig of geen voor- Het belang van software ter ondersteuning
delen, variërend van 26% van de kleine tot van de bedrijfsfuncties wordt duidelijk
9% van de (middel)grote bedrijven. De onder- erkend. Het betreft hier echter doorgaans het
zochte bedrijven zeggen een kostenbesparing gebruik van stand-alone applicaties in plaats
van maar liefst 9% door automatisering te van geïntegreerde Enterprise Research Plan-
hebben gerealiseerd. Het belangrijkste motief ning- pakketten. De meest geautomatiseerde
om te automatiseren is vanwege het behalen bedrijfsfuncties zijn de boekhouding, de
van efficiencyvoordelen. Daarnaast spelen ook (na)calculatie en de werkenadministratie. Het
concurrentieoverwegingen een aanzienlijke voorraad- en materieelbeheer en de inkoop
rol. Vooral de hiermee gepaard gaande ima- zijn de minst geautomatiseerde bedrijfsfunc-
goverbetering, bijvoorbeeld door een eigen ties. De bedrijven hebben volop plannen om
website, wordt door bedrijven als motief in de toekomst meer functies van het bedrijfs-
genoemd. Dat zijn de belangrijkste uitkom- proces te automatiseren. Deze toekomstplan-
sten van het onderzoek ICT in de bouw dat het nen bestaan ook voor de nu nog vrij beperkt
EIB heeft uitgevoerd. toegepaste, extern gerichte applicaties zoals

Jaar PC’s/terminals Gekoppelde PC’s Internet PC


totaal aantal groei totaal aantal groei totaal aantal groei
1997 74.042 50.630 6.590
1998 95.266 29% 80.180 58% 19.960 203%
1999 97.434 2% 77.312 -4% 24.306 22%
2000 105.642 8% 84.705 10% 37.524 54%
2001 112.087 6% 91.583 8% 46.916 25%

Figuur 5.5 Ontwikkeling computergebruik in de bouwnijverheid Bron: CBS

06950408_hfdst05.indd 101 16-11-2005 15:40:50


102

het via internet bestellen van materialen bij de gelijk aan het honorarium met een maximum
bouwmaterialenhandel en het samenwerken van 750.000 euro. Een architect kan aansprake-
van de bouwpartners in een extranet. Het lijk gesteld worden tot 5 jaar na de voltooiing
daadwerkelijke gebruik hiervan hangt echter van de opdracht (artikelen 57, 60, 61).
ook af van de bereidwilligheid van andere par-
tijen om informatie op elektronische wijze uit Alle originele tekeningen, schetsen, bestekken
te wisselen. en dergelijke blijven eigendom van de architect
Bron: EIB 2000 (artikel 76). Het is niet toegestaan het ontwerp
zonder toestemming van de architect te herha-
len. De architect heeft wel het recht zijn ontwer-
5.2.5 Opdrachtverstrekking architect pen bij herhaling te verwezenlijken. De architect
In de meeste gevallen wordt de opdracht aan heeft het recht zich te verzetten tegen elke wij-
de architect gegeven op basis van de Standaard- ziging aan een door hem ontworpen gebouw,
voorwaarden Rechtsverhoudingen opdracht- tenzij de wijziging van zodanige aard is dat het
gever-architect (SR 1997) uitgegeven door de verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid.
Koninklijke Maatschappij ter Bevordering der
Bouwkunst en de Bond van Nederlandse Archi-
tecten. Een paar opvallende artikelen van belang 5.3 Adviesbureaus
voor de opdrachtgever en zijn positie ten op-
zichte van de architect worden kort behandeld. Wij hebben kunnen constateren dat veel werk-
zaamheden van de architect meer en meer door
Volgens de SR moet de architect de opdracht andere participanten worden overgenomen.
vervullen als een goed, zorgvuldig en onafhan- Vooral de adviesbureaus hebben diverse taken
kelijk architect, zoals zijn positie als vertrouwens- overgenomen. De bouwbegeleiding en het
man dat vereist (artikel 6). De onafhankelijkheid bouwkostenmanagement, traditioneel toebe-
wordt benadrukt in het voorafgaande artikel. deeld aan de architect, worden in Nederland
Hierin staat dat bij de beoordeling van de juist- steeds meer behartigd door ingenieurs- en ad-
heid van de vervulling van de opdracht de viesbureaus die gespecialiseerd zijn in projectma-
esthetische waarde van het ontwerp buiten be- nagement en bouwkosten.
schouwing blijft. Indien de opdrachtgever geen
goedkeuring wil geven aan het voorlopig ont- De complexiteit van het bouwproces en de daar-
werp, moet desgewenst de architect één variant mee samenhangende opkomst van het bouw-
maken van het voorlopig ontwerp zonder dat team hebben een verdere uitbouw van dit uit
hij daarvoor afzonderlijk honorarium in rekening controlerende en coördinerende taken bestaande
mag brengen. marktsegment bevorderd. Steeds meer worden
naast de architect deze bouw-adviseurs inge-
De architect is volgens de SR tegenover de huurd door de opdrachtgevers om hem ook bij
opdrachtgever aansprakelijk voor de schade als te staan in de ontwerpfase, de aanbestedingsfase
rechtstreeks gevolg van een verwijtbare fout en de uitvoeringsfase. Men kan zelfs stellen dat
door de architect of zijn medewerkers (artikel in veel gevallen een dergelijke adviseur de ver-
55). Indien het ontwerp van de architect niet trouwensman van de opdrachtgever is geworden
blijkt te kunnen worden uitgevoerd voor de over- in plaats van de architect.
eengekomen bouwkosten en dit de architect kan
worden verweten, is de architect slechts gehou- 5.3.1 Welke adviseurs zijn er?
den zijn ontwerp te herzien zonder de bereke- Er zijn drie soorten adviseurs te onderscheiden.
ning van extra honorarium of kosten (artikel 57). Ten eerste is er de adviseur die de architect
Bij een volledige opdracht voor een bouwproject adviseert. Door de toegenomen complexiteit
is de door de architect te vergoeden schade per van de gebouwen bezit de architect niet meer
opdracht steeds beperkt tot 75.000 euro of, alle kennis die noodzakelijk is om een gebouw
indien het honorarium hoger is, tot een bedrag te ontwerpen. Voor specifieke deelgebieden laat

06950408_hfdst05.indd 102 16-11-2005 15:40:50


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 103

de architect zich hiervoor bijstaan door een ad- Adviesbureaus worden vaak ook wel raad-
viseur. gevend ingenieurs genoemd. De klassieke taak
van raadgevend ingenieurs ligt bij de technische
Een tweede soort adviseur beschikt over een kant van het ontwerpen, waarbij de nadruk ligt
expertise die in het verlengde ligt van die van op bouwfysica, akoestiek, isolatie en op het
de uitvoerende partijen. Hij kan de architect berekenen van krachten en spanningen van en in
adviseren over een specifiek deelgebied van het de constructies. Aan dit takenpakket zijn steeds
gebouw. Daarnaast begeleidt hij ook de uitvoe- meer adviserende functies toegevoegd, zoals
rende partijen tijdens de bouw. De laatste cate- kwaliteits- en milieuzorg. Samen met de Duitse
gorie adviseurs voorziet de opdrachtgever van ingenieursbureaus worden de Nederlandse tot
advies. De opdrachtgever, zeker als hij voor de beste in Europa gerekend.
eigen gebruik bouwt, is vaak een leek in de
bouwwereld. Door deze adviseur heeft de op- 5.3.2 Opdrachtverstrekking ingenieur
drachtgever meer inzicht in het bouwproces en Net als de architecten beschikken ook de raad-
wordt de kennis-achterstand van de opdracht- gevend ingenieurs over een standaardboekwerk
gever kleiner. De adviseur is in deze rol een ver- betreffende de rechtsverhouding opdrachtge-
trouwenspersoon van de opdrachtgever. ver-ingenieur. Al in 1891 gaf de Vereniging van
Burgerlijke Ingenieurs het eerste boekje uit over
Werkzaamheden van adviseurs de verhouding opdrachtgevers-raadgevend
In het algemeen kunnen opdrachten volgens ingenieur (RVOI). De laatste herziening dateert
artikel 9 van de Regeling van de Verhouding van 1993, deze is uitgegeven door het Koninklijk
tussen Opdrachtgever en adviserend Ingeni- Instituut van Ingenieurs (Kivi) en de Orde van
eursbureau (RVOI) in de volgende hoofdgroe- Nederlandse Raadgevend Ingenieurs (ONRI).
pen worden onderscheiden:
• werkzaamheden die niet of direct ten doel Volgens de RVOI artikel 5.1 zal een adviesbureau
hebben te leiden tot de totstandkoming van de opdracht goed en zorgvuldig uitvoeren. Zij
een object, zoals theoretische studies, expe- behartigt de belangen van de opdrachtgever
rimenteel onderzoek, haalbaarheidsstudies, naar beste weten en verricht haar diensten naar
vooronderzoek, opstellen Programma van beste kunnen en wetenschap. Het adviesbureau
Eisen, grondmechanica en hydrologische zal alles vermijden wat de onafhankelijkheid van
vraagstukken, kostencalculaties, coördina- haar advies kan schaden. In de gevallen dat in de
tiewerkzaamheden, taxaties, schadebeoor- opdracht is inbegrepen raming en begrotingen
delingen en bemoeiingen bij aankoop of met betrekking tot de bouwsom, koopsom of
onteigeningen, inspecties en adviezen met aanlegkosten stelt het adviesbureau deze steeds
betrekking tot bijvoorbeeld het functioneren, op naar beste vermogen. Zij is echter niet aan-
het energiegebruik, het onderhoud, technisch sprakelijk als blijkt dat het werk niet voor de ge-
begeleiding bij het verwerven van octrooien raamde of begrote kosten tot stand kan worden
en deskundigenverklaringen bij rechtszaken; gebracht (artikel 5, lid 5).
• werkzaamheden die de totstandkoming
van een object ten doel hebben. In het alge- De door het adviesbureau aan de opdrachtgever
meen zal het object behoren tot één of meer afgegeven stukken worden eigendom van de
van de volgende vakgebieden; bouw- en wa- opdrachtgever en mogen door hem worden
terkunde, constructies, technische installaties, gebruikt. Het is de opdrachtgever niet toege-
milieutechnologie, akoestiek en bouwfysica, staan een object, uitgevoerd naar het tot stand
scheepsbouwkunde en geodesie; gebrachte ontwerp, de tekeningen en andere
• werkzaamheden met betrekking tot geode- werken van het adviesbureau – al dan niet in
sie (landmeetkunde, kartologie, enzovoorts); geval van uitbreiding – geheel of in onderdelen
• werkzaamheden met betrekking tot pro- daarvan in herhaling uit te voeren, zonder uit-
jectmanagement. drukkelijke toestemming van het adviesbureau.
De opdrachtgever daarentegen zal het advies-

06950408_hfdst05.indd 103 16-11-2005 15:40:51


104

bureau niet belemmeren in het aan derden ter 5.3.5 Installatietechnisch adviseur
beschikking stellen van haar kennis, tenzij deze De installatietechnisch adviseur wordt door de
kennis bestaat uit bedrijfsgeheimen van de op- opdrachtgever gecontracteerd om hem te
drachtgever of onderdelen vormt van een vin- adviseren over de te kiezen installaties. Op basis
ding waarvoor octrooi is aangevraagd. van de gedefinieerde klimaateisen en een
gebouwspecificatie kunnen berekeningen wor-
In de volgende subparagrafen worden de ver- den uitgevoerd voor wat betreft de werktuig-
schillende adviseurs aan de hand van hun vakge- bouwkundige installaties, de elektrotechnische
bied kort beschreven. installaties, de transportinstallaties (liften, roltrap-
pen, hefplateaus en dergelijke) en de riolering en
5.3.3 Constructeur waterinstallatie. De installatieonderdelen kunnen
De constructeur ontwerpt de fundering en de worden uitgewerkt in een compleet bestek met
draagconstructie van het gebouw en voert de bijbehorende tekeningen. De adviseur is tijdens
bijhorende controleberekeningen uit. Hij zorgt de uitvoering vaak ook verantwoordelijk voor de
voor de ‘harde’ gegevens die het bouwen moge- controle van de werkzaamheden van de uitvoe-
lijk moeten maken. Het beeld van de construc- rend installateur.
teur is dan ook helder: werkgericht, professioneel
en normatief. Maar ook constructeurs kunnen De rol van installatietechnisch adviseur werd in
van elkaar verschillen. In de bouw wordt gek- het verleden steevast door gespecialiseerde inge-
scherend gesproken over ‘rekenaars’ en ‘con- nieursbureaus uitgevoerd. Tegenwoordig wordt
structeurs.’ De eerste becijfert de consequenties deze rol steeds vaker overgenomen door de
van de wens van de klant, wat vaak resulteert uitvoerend installateur. De installateur verzorgt
in zware constructies met een overdreven grote het ontwerp, de prijsvorming en de uitvoering,
mate van veiligheid. De tweede beschouwt zich en garandeert de werking zoals afgesproken.
als meedenker die de meest economische oplos- Dit heeft weer tot gevolg dat de onafhankelijke
sing verzint. Deze laatste wenst als partner te ingenieursbureaus ook steeds meer ontwerp en
werken en streeft naar optimalisatie (optimale uitvoering geïntegreerd gaan aanbieden.
constructie tegen lage kosten).
5.3.6 Bouwkundig (kosten)adviseur
5.3.4 Projectmanager Steeds vaker wordt door een opdrachtgever
De toenemende behoefte van de opdrachtgever een bouwkostenadviseur gecontracteerd. Deze
aan een vertrouwenspersoon die zijn belangen kostendeskundige moet voor de opdrachtgever
behartigt, van het stadium van het Programma in ieder stadium van het ontwerp de prijs be-
van Eisen tot en met de oplevering van het rekenen, teneinde exact te kunnen bepalen of
gebouw inclusief de nazorg, is opgepakt door het ontwerp van de architect past binnen het
onder andere raadgevend adviseurs maar ook beschikbare budget. De methodieken die de kos-
door bureaus die zich gespecialiseerd hebben tendeskundige kan hanteren zijn al aangegeven
in projectmanagement. Vooral de niet-profes- in hoofdstuk 3. De kostencalculatie die door deze
sionele opdrachtgevers hebben behoefte aan onafhankelijke adviseur is gemaakt, vormt de
bijstand. Men ziet zich voor de keuze gesteld of basis voor de onderhandelingen tussen opdracht-
een directeur moet worden vrijgemaakt voor de gever en aannemer. Door deze begroting is de
organisatie van de bouw of voor het inschakelen opdrachtgever in staat om zijn kennisachterstand
van een projectmanagementbureau. Meestal ten opzichte van de aannemer te verkleinen.
wordt gekozen voor het laatste, zodat men niet De partij die een kostencalculatie maakt, moet
het risico loopt beginnersfouten te maken. Deze voldoende kennis hebben van de uitvoeringsme-
projectmanager zal het totale proces sturen, thoden en van de gebruikte materialen, om de
coördineren en beheersen. De bureaus die zich prijs te bepalen. Een andere eis is dat de
hierop richten zijn de laatste jaren snel gegroeid adviseur onafhankelijk is van het bouwbedrijf dat
en voorzien echt in een behoefte bij de op- het bouwwerk realiseert. Dit betekent dat de rol
drachtgever. van kostenadviseur door een bouwkosten-

06950408_hfdst05.indd 104 16-11-2005 15:40:51


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 105

adviesbureau of door een ander bouwbedrijf kan Aantal Aantal bouw- Percen-
worden vervuld. Het contracteren van de laatst- medewerkers bedrijven tage
genoemde partij is niet erg gebruikelijk. 1 t/m 5 11.943 58%
6 t/m 10 3.222 16%
5.3.7 Overige adviseurs 11 t/m 20 2.562 12%
Naast adviseurs van de hiervoor besproken 21 t/m 50 1.952 10%
vakgebieden bouwkunde, technische instal-
51 t/m 100 520 3%
laties, projectmanagement en constructies
onderscheidt de RVOI ook adviseurs voor de 101 t/m 200 222 1%
vakgebieden milieutechnologie (bijvoorbeeld 201 t/m 500 79 0%
voor het maken van milieu-effectrapportages), 500 t/m 1000 16 0%
akoestiek en bouwfysica (bijvoorbeeld metingen meer dan 1001 6 0%
en adviezen voortvloeiende uit het Bouwproces-
Totaal 20.522 100%
besluit), scheepsbouw en geodesie (bijvoorbeeld
landmeetkunde, kartologie en vastgoeddien- Figuur 5.6 Bouwbedrijven naar grootteklasse in 2000
sten). Het is afhankelijk van de situatie eventueel Bron: EIB
gewenst een of meerdere van deze deskundigen
in te schakelen bij de realisatie van de bouw- mensen een gebouw. De aannemers beschou-
opgave. wen zichzelf sterk resultaat- en werkgericht. In
hun taakuitoefening zijn ze pragmatisch, veel
is mogelijk. Het personeel van een aannemer
5.4 Aannemer identificeert zich soms met de organisatie, maar
vaker met het beroep dat wordt uitgeoefend
De aannemer moeten wij beschouwen als een (metselaar, timmerman, stukadoor), figuur 5.7.
zelfstandige ondernemer die zich tot taak stelt Binnen het aannemersbedrijf is er sprake van een
uit te voeren wat een architect heeft ontworpen. ‘binnencultuur’ (het kantoor) en een ‘buitencul-
Hij krijgt die opdracht veelal via de architect. tuur’ (de bouwplaatsen). De buitencultuur is
Dat kan via een aanbesteding gebeuren, op van mening dat het bouwproces zich buiten het
uitnodiging of via een onderhandse opdracht. kantoor afspeelt. Veel zaken worden geregeld en
Het woord geeft goed aan hoe deze partij tradi- uitgevoerd op de bouwplaats. De sturing vanuit
tioneel op de markt opereert: het aannemen van de top van de organisatie is vaak ook erg indi-
werk. In deze paragraaf wordt gekeken naar: rect. Dit is echter de laatste jaren sterk aan het
• omvang van de aannemerij; veranderen.
• kenmerken van het uitvoerend bouwbedrijf;
steigerbouwer dakdekker
• organisatie van de uitvoerende bouw;
• automatisering; timmerman schilder
• opdrachtverstrekking. metselaar stratenmaker
voeger grondwerker
5.4.1 Omvang van de uitvoerende bouw vlechter betonwerker
In 2000 waren er circa 20.500 bouwbedrijven. In tegelzetter heier
figuur 5.6 is te zien dat 58% van de bouwbedrij-
stukadoors sloper
ven minder dan zes medewerkers in dienst had.
vloerlegger ....
In Nederland zijn er circa 300 middelgrote en
grote bouwbedrijven. Figuur 5.7 Verschillende beroepen in de bouw
Het aantal verloonde manjaren in de bouw-
bedrijven in 2000 was circa 200.000. 5.4.2 Kenmerken van de uitvoerende bouw
Het uitvoerend bouwbedrijf onderscheidt zich op
Sommigen bouwbedrijven voeren vooral ‘regie’ tal van punten van andere productiebedrijven.
als hoofdaannemer en huren vaklieden in van Hierbij speelt de binding aan de plaats van het te
onderaannemers. Andere leveren met eigen bouwen product een belangrijke rol. Het bouw-

06950408_hfdst05.indd 105 16-11-2005 15:40:51


106

bedrijf heeft te maken met een plaatsgebonden, Een aantal grote bouwbedrijven heeft vanuit
weersafhankelijk, een moeilijk organiseerbaar deze gedachte de laatste jaren bouwgrond ver-
proces. De productie vindt grotendeels in de worven. Het blijkt ook in de praktijk dat projec-
open lucht plaats. Er zijn duidelijke seizoen- ten die zelf worden geïnitieerd een veel hoger
effecten die de continuïteit verstoren. In de rendement opleveren dan projecten die door
winter (vorst, regen duisternis) komt veel verlet aanneming van de markt zijn binnengehaald.
voor. De binding van het project aan de plaats Deze activiteiten zijn voor de bouwbedrijven dus
vergt een grote mobiliteit van de bouwvakker. lucratiever dan het bouwen alleen. Een ander
Hij moet vaak over lange afstanden pendelen voordeel van projectontwikkeling is de extra
tussen woonplaats en bouwplaats. Hij wisselt bouwproductie die dergelijke projecten opleve-
relatief vaak van werkgever. De relatie werk- ren voor het bouwbedrijf.
gever-werknemer duurt vaak even lang als
de periode om een bepaald project te 5.4.3 Organisatie bouwbedrijf
realiseren. De kenmerken van het bouwbedrijf zijn bekend.
Ook is al aangegeven dat binnen een bouw-
Van oorsprong ligt de nadruk van de activiteiten bedrijf twee groepen medewerkers kunnen wor-
van het middelgrote en grote bouwbedrijf op den onderscheiden. Een groep werkzaam op
de uitvoeringsfase. Het aannemen en vervolgens kantoor en een groep werkzaam op de bouw-
uitvoeren van projecten. De laatste jaren zijn de plaats zelf. Normaal voor een bouwbedrijf is dat
bedrijven zich meer en meer gaan concentreren verreweg de meeste werknemers werkzaam zijn
op activiteiten in het voortraject. In eigen beheer op de bouwplaatsen en dat de bezetting op kan-
worden verschillende projecten ontwikkeld. In toor relatief klein is.
feite ontwikkelen deze aannemers zich tot pro-
jectontwikkelaar. Zij wachten niet af tot architect De volgende afdelingen kunnen binnen bouw-
met werk komt maar ontplooien zelf initiatieven. bedrijven voorkomen, figuur 5.8:
Hierdoor zijn ze niet meer afhankelijk van ande- • projectontwikkeling: de afdeling die als taak
ren om toch de gewenste productie te realiseren. heeft projecten voor de markt te ontwikkelen,

Directie

Acquisitie Administratie

Kwaliteits- Automatise-
zorg ring

Project- Werk-
Calculatie Inkoop Productie Burgerwerk
ontwikkeling voorbereiding

Projectleiding Materieel-
dienst

Uitvoering

Figuur 5.8 Organisatieschema middelgroot bedrijf

06950408_hfdst05.indd 106 16-11-2005 15:40:52


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 107

deze afdeling treedt dan op als opdrachtgever urenverantwoording, het bestek en de werk-
van de bouwtak; begroting, de inkoop van materialen, de werken-
• acquisitie: de afdeling die verantwoordelijk is administratie en de boekhouding.
voor het verwerven van bouwprojecten;
• calculatieafdeling: kostendeskundigen en cal-
culators moeten op basis van bestek en tekenin- Geïntegreerde software
gen vaak binnen een relatief korte periode een De beschikbare software ter ondersteuning
inschrijfbegroting maken voor een aanbesteding. van activiteiten, zoals het maken van ontwerp-
Daarnaast treden zij bij bouwteams en project- tekeningen en constructieberekeningen en
ontwikkeling op als kostendeskundige; het opstellen van bestekken en begrotingen, is
• werkvoorbereiding: het voorbereiden van de activiteitsgericht en niet langer gericht op één
werken. Hieronder valt de inkoop van materialen bepaalde discipline. De applicaties bevatten
en het maken van planningen met betrekking tot inmiddels zoveel ‘ingebakken’ vakkennis en
personeel, materieel en het totale bouwproject. gebruiksvriendelijkheid, dat ze zelfs buiten de
In toenemende mate zien we dat ook productie- traditionele disciplines gebruikt kunnen wor-
tekeningen gemaakt worden door een eigen te- den. Hoewel een applicatie niet garant kan
kenafdeling en het V&G-plan Uitvoering op deze staan voor een vakkundige uitvoering van de
afdeling wordt ontwikkeld; reken- of ontwerp-activiteiten, stimuleert zij
• productie: uitvoerders en hun mensen die op ondernemingen wel tot het gebruik ervan.
de bouwplaats het bouwwerk maken;
• administratie: de administratie van het bouw-
bedrijf en de afdeling die de kosten bewaakt die 5.4.5 Opdrachtverstrekking aannemer
tijdens de bouw gemaakt worden (werkenadmi- De contractering van aannemers gaat doorgaans
nistratie); op basis van bestek plus tekeningen, waarvan
• daarnaast hebben verschillende bouwbedrij- de Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV
ven een aparte materieeldienst; die zorgt voor 1989) onderdeel zijn. Volgens de UAV is de aan-
het materieel (hijskranen, steigers en dergelijke) nemer verplicht het werk uit te voeren naar de
en bouwplaatsinrichtingen (keten en dergelijke); bepalingen van de overeenkomst (artikel 6, lid
• ten slotte kennen verschillende bouwbedrijven 1). Tevens is de aannemer verplicht het werk uit
een afdeling burgerwerk voor de nazorg van te voeren volgens de namens de opdrachtgever
gerealiseerde gebouwen en relatief kleine bouw- verstrekte en goedgekeurde tekeningen en moet
werken en onderhoudswerkzaamheden waar- hij orders en aanwijzingen strikt opvolgen (artikel
voor geen projectorganisatie wordt opgezet. 6, lid 2). De verplichting omvat ook het leveren
van de benodigde bouwstoffen, het beschikbaar
5.4.4 Automatisering bouwonderneming stellen van materieel, gereedschap en andere
Ongeveer een kwart van de aannemersbedrijven hulpmiddelen, de betaling van precario en kos-
maakte in 1984 gebruik van een computer voor ten van aansluitingen (gas, water, elektriciteit).
boekhoudkundige en andere administraties. Het
waren toen vooral de grotere bedrijven die zich De aannemer is aansprakelijk voor schade aan
deze kostbare apparatuur konden permitteren. met het werk in verband staande werken, voor
Inmiddels is veel veranderd. De meeste bedrijven zover deze door de uitvoering van het werk is
beschikken nu over pc’s in de kantooromgeving. toegebracht en te wijten is aan nalatigheid,
Het merendeel van de grote en middelgrote onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van
bouwonderneming beschikt over een mini- de aannemer, zijn personeel, zijn onderaanne-
systeem voor de financiële administratie. Binnen mers of zijn leveranciers (artikel 6, lid 8). Indien
een bouwonderneming kunnen we zowel zeer de constructies, werkwijzen, orders en aanwij-
geavanceerde geautomatiseerde als zeer simpele zingen, danwel bouwstoffen of hulpmiddelen,
calculatiesystemen vinden. Daarnaast worden zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen
er automatiseringspakketten gebruikt voor het dat de aannemer in strijd met de goede trouw
maken van de planningen, de werkregeling, de zou handelen, door zonder de directie (architect/

06950408_hfdst05.indd 107 16-11-2005 15:40:52


108

opdrachtgever) daarop te wijzen, maar tot uit- 40


% Eigen huisvesters
voering van het desbetreffende onderdeel van Beleggers
35
het werk zou overgaan, is hij voor de schadelijke Woningcorporaties

gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk (artikel 30


Projectontwikkelaars
Incidentele
6, lid 14). opdrachtgevers

25
Na de dag, waarop het werk als opgeleverd
wordt beschouwd, is de aannemer niet meer 20

aansprakelijk voor de tekortkomingen aan het


15
werk. Uitzondering daarop vormt de situatie
waarbij het werk of enig onderdeel dat door 10
schuld van de aannemer, zijn leverancier, zijn
onderaannemer of zijn personeel een verborgen 5

gebrek bevat en waarvan de aannemer binnen


0
een redelijk termijn na de ontdekking op de

Vaste aannemer

Eén aannemer
per project

Bouwteam

Aanbesteding
na ontwerp

Aanbesteding
na bestek

Openbare
aanbesteding
hoogte is gesteld. Een verborgen gebrek is een
gebrek dat ondanks nauwlettend toezicht tijdens
de uitvoering danwel bij de opneming van het
werk door de directie redelijkerwijs niet had kun-
nen worden onderkend. De rechtsverordening Figuur 5.9 Wijze waarop een aannemer betrokken wordt
uit hoofde van een verborgen gebrek is niet ont- bij een project naar type opdrachtgever Bron: SBR
vankelijk na verloop van vijf jaar na de oplevering
(artikel 12). het werk. Eigen ervaring met de aannemer in
het verleden of referenties van anderen zijn van
Bouwbedrijven kunnen op verschillende grote invloed. Veel minder speelt de vestigings-
momenten deel gaan nemen aan het bouw- plaats van de aannemer mee. Aan een goede
proces, figuur 5.9. In de huidige marktsituatie garantieregel wordt tevens veel waarde gehecht.
geven veel opdrachtgevers de voorkeur aan
het in concurrentie op de markt brengen van Dit lijkt natuurlijk schitterend. De praktijk leert
de bouwplannen. Maar weinig opdrachtgevers echter dat verreweg de meeste opdrachtgevers
werken nu nog met een vaste aannemer. Het in de jaren negentig nog kiezen voor selectie
merendeel van hen kiest om de aannemer in te op prijs. Alle traditionele aanbestedingsvormen
schakelen via een bouwteamconstructie en bijna gaan er namelijk van uit dat op basis van het be-
een even groot aantal opdrachtgevers geeft de stek en de bestektekeningen de prijsaanbieding
voorkeur om een meervoudige aanbesteding te wordt vervaardigd. Dit betekent simpelweg dat
houden op basis van een bestek. Nog maar wei- de selectie uiteindelijk plaatsvindt op prijs. Inte-
nig opdrachtgevers geven de voorkeur aan een ressanter wordt het te kijken naar alternatieve
openbare aanbesteding. aanbestedingsvormen waarbij de partijen meer
mogelijkheden krijgen om het huisvestingspro-
Bij een openbare aanbesteding is er maar één bleem van de opdrachtgever op te lossen. In
selectiecriterium, namelijk de laagste inschrij- hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8 wordt teruggeko-
vingsprijs. Bij alle andere vormen spelen er altijd men op andere wijzen van samenwerking, zodat
andere criteria mee. Bij de meervoudige aan- de opdrachtgever echt reden heeft specifiek te
besteding vindt een voorselectie plaats waarin de kiezen voor een partij.
aannemers geselecteerd worden op ook andere
criteria dan de verwachte prijs. Welke criteria
spelen een rol bij de (voor-)selectie van de aan- 5.5 Onderaannemer
nemers, figuur 5.10. Niet alleen de verwachte
prijs is een belangrijk selectiecriterium, minstens Vanwege de wens om over een flexibele organi-
even belangrijk is de verwachte kwaliteit van satie te kunnen beschikken voeren steeds meer

06950408_hfdst05.indd 108 16-11-2005 15:40:52


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 109

100
%
90 Zeer
belangrijk
80 Belangrijk
70

60

50

40

30

20

10

0
Advies van de architect

Advies van derden

Snelheid van werken

Prijs van het werk

Vestigingsplaats
aannemer

Verwachte kwaliteit van


het werk

Bouwmethode
aannemer

Goede ervaring in het


verleden

Financiële draagkracht
aannemer

Goede garantieregeling
Figuur 5.10 Selectiecriteria opdrachtgever bij keuze aannemer Bron: EIB

aannemers steeds minder werkzaamheden zelf De toetredingsdrempel ligt bij de onderaan-


uit. Het is voor de hoofdaannemers dan ook nemer zo mogelijk nog lager dan bij de hoofd-
eenvoudiger om voor elk project specifieke aannemer, hetgeen niet zelden een bron is van
onderaannemers in te huren, dan te proberen sociale problemen. Hun kracht ligt immers in de
dit allemaal te vangen in één onderneming. Veel lage prijs waarvoor de hoofdaannemer het zelf
werkzaamheden van de aannemer worden dan niet gedaan krijgt. Bedrijven met speciale func-
ook uitbesteed aan specialistische bedrijven: de ties, zoals het schilders-, stukadoors- en vloerleg-
onderaannemers. Deze onderaannemers richten gersbedrijf, zijn strikt genomen ook onderaan-
zich op speciale onderdelen van het bouw- nemers, maar vallen in een andere categorie. In
proces en zijn daar qua materiaal, materieel en de sector worden ze vaak als afwerkingsbedrijven
werkwijze compleet in gespecialiseerd. Als de bestempeld.
aannemer bezig is met de prijsvorming voor
een bouwwerk, dan schrijft hij direct per onder- Naast de onderaannemers is in de bouw sprake
deel een aantal onderaannemers aan met het van nevenaannemers. Een nevenaannemer heeft
verzoek een prijsopgave te doen. Concurrentie een contract met de opdrachtgever en dus niet
vindt plaats op basis van prijs. Niet alleen de zoals een onderaannemer met de aannemer.
opdrachtgever opereert zo, ook de aannemer Veelal zijn dit de werktuigbouwkundige en de
zelf selecteert op prijs. Het gevolg is dat voor elektrotechnische aannemers, zie paragraaf 5.6.
elke project weer nieuwe combinaties van aan- Opgemerkt moet worden dat in vele gevallen
nemers en onderaannemers worden gevormd. niet de hoofdaannemer maar de opdrachtgever
De reden hiervoor naast de selectie op prijs is dat degene is die bepaalt wie de nevenaannemers
voor elke deelactiviteit binnen de bouw andere zijn, met name voor de elektrotechnische en de
marktvoorwaarden en schaalvoordelen spelen. werktuigbouwkundige installaties. De aannemer
Uitbesteden is in de bouw, meer dan in andere wordt vaak wel geacht tegen een vergoeding
industrietakken, reeds lang een ingeburgerd (percentage van de aanneemsom) de coördi-
gebruik. natie tussen de verschillende nevenaannemers
te verzorgen, zoals dit ook plaatsvindt voor de
arbozorg.

06950408_hfdst05.indd 109 16-11-2005 15:40:53


110

5.6 Installateur Aandeel kosten installaties in de totale


bouwkosten
De taak van de uitvoerend installateur is het Zoals al eerder aangegeven wordt het onder-
leveren en monteren van alle installaties. De uit- deel installaties steeds belangrijker bij de
voerend installateur is vaak gespecialiseerd in een realisatie van gebouwen en woningen.
deelgebied, zoals warmte, ventilatie, riolering, De installaties maken dan ook een steeds
sanitair, elektronica of interne transportsystemen. groter deel uit van de bouwkosten. Volgens
Vroeger was het heel normaal dat de installateur de Stichting Bouwresearch kan het aandeel
werd gecontracteerd door de aannemer. Een oplopen tot 40% van de bouwkosten. Voor
echte onderaannemer dus. Door de technische een normaal functioneel kantoorgebouw,
ontwikkeling en het steeds complexer worden voorzien van mechanische ventilatie met
van de installaties zijn de kosten voor dit onder- centrale-verwarmingsinstallatie, bedraagt het
deel de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit installatieaandeel circa 30%. Voor woningen
is, in combinatie met de wens te beschikken over in de sociale huursector bedraagt het aandeel
een kwalitatief goede installatie, de reden dat de van de installaties circa 12% van de bouw-
opdrachtgevers besluiten de installateur zelf te kosten.
selecteren en een contract mee af te sluiten.

Daarnaast is er een ontwikkeling merkbaar dat Een andere ontwikkeling waardoor de rol van
ook de installateur, net als de aannemer, pro- de installateur gaat veranderen is het fenomeen
beert op te schuiven naar de initiatieffase. Zijn de vraagspecificatie. Steeds meer opdrachtgevers
eisen en wensen betreffende het binnenklimaat zijn van mening dat na formulering van de eisen
en het uitrustingsniveau bekend, dan is de instal- in een prestatiebestek de installateur maar moet
lateur in staat dit uit te werken in een ontwerp zorgen dat er een goed geïnstalleerd gebouw
en uiteindelijk in werktekeningen en bestek. Alle wordt verkregen. De installateur wordt tevens
uitvoeringskennis en -ervaring wordt op deze verplicht gedurende een van te voren afgespro-
wijze aangewend om te komen tot een optimale ken termijn, bijvoorbeeld tien jaar, de werking
installatie. van de installatie conform de vereiste prestaties
te garanderen. Het is duidelijk dat vanwege deze
Het is logisch dat de opdrachtgever de instal- ontwikkelingen juist de installateur door de
lateur zo vroeg mogelijk inschakelt. Liefst al in opdrachtgever wordt benaderd om een aanbie-
de ontwerpfase om de kosten zo gauw mogelijk ding te verzorgen. Hij is in principe de enige par-
duidelijk te krijgen, maar ook om de installaties tij die het risico van een gegarandeerde werking
op de juiste wijze in het ontwerp te integreren. van de installatie inclusief onderhoud voor zijn
Bij veel ontwikkelingen van kantoorgebouwen rekening kan nemen.
gaat dat namelijk fout. Het ontwerp is gereed en
pas dan mag de installateur proberen er de
installaties nog in te krijgen. De ruimten boven 5.7 Toeleverancier
het plafond zijn dan veelal aan de krappe kant,
waardoor vrij platte kanalen moeten worden Net als de onderaannemers zijn de toeleveran-
toegepast. Om de vereiste luchtcirculatie te ciers niet weg te denken in de bouwnijverheid.
bereiken moet met veel kracht de lucht worden Ook de toeleverancier heeft een enorme ontwik-
rondgeblazen waardoor de installatie veel ge- keling door gemaakt.
luid maakt. Ook de installatieruimten zijn vaak Grofweg kunnen de toeleveranciers onderver-
een bron van ergernis voor de installateur. Hij deeld worden in twee groepen, te weten:
moet zich in alle bochten wringen om de instal- • leveranciers en producenten van elementaire
laties erin te krijgen. Het is duidelijk dat dit het bouwcomponenten;
optimaal functioneren van de installatie niet ten • leveranciers en producenten van algemene
goede komt. producten.

06950408_hfdst05.indd 110 16-11-2005 15:40:53


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 111

De leveranciers en producenten van elementaire De timmerindustrie neemt ongeveer twee


bouwcomponenten, zoals beton-(elementen), derde van de totale omzet voor haar rekening
hout, staal, bakstenen, kozijnen en installaties en vormt daarmee de grootste groep. De
vallen voor een groot deel onder de hout- en houtverwerkende productie in Nederland ken-
bouwmaterialenindustrie. Omdat het hier gaat merkt zich door kleinschaligheid. Slechts 5%
om producten die voornamelijk in de bouw wor- van het aantal bedrijven heeft meer dan 50
den gebruikt, is deze groep van toeleveranciers medewerkers in dienst. Het aantal bedrijven
sterk afhankelijk van de bouwnijverheid en dus bedraagt circa 1.500 bedrijven, waarvan 80%
erg kwetsbaar voor teruglopende bouwvolumes. met minder dan 10 medewerkers. Het aantal
werkzame personen is 18.000. De branche-
De andere groep zijn de toeleveranciers en pro- omzet bedraagt circa € 2,5 mld.
ducenten van materialen en producten die in de
verschillende sectoren worden gebruikt, zoals De kunststofverwerkende industrie heeft twee
verven, lijmen en elektrotechnische onderdelen: belangrijke afzetmarkten de bouw en de
producten die ook in andere industrietakken industrie. Naast de binnenlandse afzet vormt
worden gebruikt. Deze groep is dus veel minder de export een belangrijk deel van de omzet.
afhankelijk van de bouw en kan fluctuatie in het Het aantal bedrijven bedraagt circa 1.000
bouwvolume opvangen door zijn sterke sprei- bedrijven, waarvan circa 55% met minder dan
ding. 10 werknemers. Belangrijke clusters zijn ver-
pakkingsmiddelen, producten voor de bouw,
5.7.1 Industrie en groothandel platen en folie en componenten. Het aantal
Voor de bouwnijverheid kan er naast de eerdere werkzame personen is circa 30.000.
tweedeling een onderscheid worden gemaakt
naar de toeleverancier als industrie en de toe- De metaalproductenindustrie kent een grote
leverancier als groothandel. De belangrijkste diversiteit aan ondernemingen, zowel qua
industriële sectoren zijn in dit verband de grootte als qua toegepaste technieken in het
bouwmaterialen-, aardewerk- en glasindustrie, productieproces. Een gemeenschappelijk
de metaalproductenindustrie, de hout- en meu- kenmerk is dat de bedrijven veelal optreden
belindustrie, de rubber- en kunstofverwerkende als toeleverancier van onderdelen en halffabri-
industrie en de elektrotechnische industrie. Van katen aan producenten van eindproducten.
de toeleverende groothandel zijn van belang: Qua afzetmarkt moet onderscheid gemaakt
ondernemingen op het gebied van de handel in worden in de hoofdzakelijk binnenlands
hout- en plaatmaterialen, sanitaire artikelen en georiënteerde bouwsector en de meer interna-
overige bouwmaterialen. tionaal georiënteerde industriële toelevering.
Het aantal bedrijven bedraagt circa 7.300
bedrijven, waarvan bijna 70% met minder dan
De toeleverende industrie 10 werknemers. Belangrijke clusters zijn con-
De voornaamste toeleverende industrieën structiewerk, laswerk, verspanende bewerking,
voor de bouw zijn de houtverwerkende indu- plaatbewerking en oppervlaktebehandeling.
strie, de kunststofverwerkende industrie en de Aantal werkzame personen is circa 100.000.
metaalproductenindustrie. Brancheomzet bedraagt totaal circa €14 mld.
Bron: Rabobank cijfers & trends 2003/2004
De houtverwerkende industrie is in het alge-
meen sterk afhankelijk van ontwikkelingen
binnen de bouw en in het bijzonder binnen 5.7.2 Ontwikkelingen bij toeleveranciers
de sector B&U. De houtverwerkende industrie De moderne toeleverancier beperkt zich niet
is onder te verdelen in de timmerindustrie, de meer tot het alleen maar fabriceren van de pro-
emballage- en palletindustrie, de parketvloer- ducten. Deze industrie wil meer en zit dan ook
industrie en de overige houtwarenindustrie. vol innovatiedrang. Steeds vaker zien we dan
ook dat de toeleveranciers ‘co-makers’ worden.

06950408_hfdst05.indd 111 16-11-2005 15:40:53


112

Deze toeleveranciers nemen een deel van het


ontwerp- en uitvoeringsproces over. Steeds meer
vindt prefabricage plaats en steeds vaker zien
we dat bouwvakkers op de bouwplaats in dienst
zijn van toeleveranciers. Deze ontwikkeling is
het sterkst te zien bij de isolatiewerkzaamheden,
gevelbouw in aluminium en glas en bij speciale
dakbedekking. Dit vergroot de toegevoegde
waarde van de betrokken ondernemingen, die
op deze wijze ook een betere kwaliteitsgarantie
kunnen bieden. Figuur 5.11 Links het traditionele communicatiepatroon
en rechts het communicatiepatroon gebaseerd op het PDI

Informatietechnologie in de bouw 5.7.3 Automatisering toeleveranciers


In de bouw gaat het bij informatietechnologie Toeleveranciers zijn al behoorlijk geautomati-
vooral om telematica-uitwisselingen op het seerd. Het uitwisselen van informatie via EDI
gebied van handelstransacties enerzijds (EDI) komt ook bij de toeleveranciers steeds vaker
en het uitwisselen van productgegevens (PDI) voor. Vooral tussen de toeleveranciers van bouw-
anderzijds. Beide vormen van telematica materialen en de tussenhandel. Zij wisselen veel
komen in de bouw nog maar mondjesmaat informatie uit over een redelijke hoeveelheid
voor. standaardproducten die in principe codificeer-
baar zijn. Beide partijen zijn intern al behoorlijk
Bij EDI (Electronic Data Interchange) gaat geautomatiseerd, zodat koppeling van EDI-
het om rechtstreekse computeruitwisseling berichten naar interne bedrijfsprocessen als pro-
van handelsinformatie als offerteaanvragen, ductie en voorraadbeheer mogelijk is. Van een
orderbevestiging en factureren. De efficien- vergelijkbaar niveau voor het gebruik van EDI is
cyvoordelen van rechtstreekse elektronische de relatie tussen de grotere aannemer en tus-
informatie-uitwisseling tussen computers met senhandel. De grotere aannemer profiteert van
behulp van EDI liggen in de sfeer van kosten-, een betere planning en uitvoering van het bouw-
fouten-, en doorlooptijdreductie. Effectiviteits- proces, de tussenhandel van een betere goede-
voordelen zijn te behalen met betrekking tot renstroombeheersing. Toch wordt EDI bij grotere
de aard van het bouwproces zelf. Het logis- bouwbedrijven nog maar weinig toegepast. De
tieke proces tussen de bedrijven in de bouw kleine aannemers hebben weinig aan EDI. Recht-
kan enorm verbeteren. streekse uitwisseling tussen de computers zoals
bij EDI lijkt niet zinvol. De weinig geautomati-
Bij PDI (Product Data Interchange) gaat het seerde kleine onderneming zou wel met videotex
om de uitwisseling van gegevens omtrent en internet uit de voeten kunnen.
bouwontwerpen of -producten als deuren,
ramen en zelfs huizen, waarbij het gaat om
functionele en technische specificaties. PDI- 5.8 Samenwerking en overnames
uitwisseling op basis van en productmodel
impliceert een geheel andere manier van wer- Om te overleven en uit te groeien tot een
ken en communiceren in de bedrijfstak. Iedere moderne bedrijfstak moet worden gezocht naar
partij haalt de informatie die nodig is uit de een verregaande samenwerking, liefst door de
database welke centraal (eventueel gedistri- hele bedrijfskolom heen. Ook ontwikkelingen in
bueerd) wordt beheerd. Na verwerking van de nationale en internationale markt evenals op
de informatie door bijvoorbeeld de architect, het gebied van de technologie en sociaal maat-
wordt de nieuwe informatie weer terugge- schappelijke factoren als arbo- en milieuzorg,
stuurd en in de database opgenomen, figuur dwingen bouwondernemingen steeds meer tot
5.11. een betere samenwerking in projecten én tot het

06950408_hfdst05.indd 112 16-11-2005 15:40:54


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 113

realiseren van nieuwe vormen van project-onge- eis van de opdrachtgever, om de risico’s die aan
bonden samenwerking. dergelijk grote projecten zitten te verdelen.

Naast marktmotieven zijn er ook ondernemings- Niet alleen horizontale samenwerking maar ook
specifieke motieven om samen te werken. Door verticale samenwerkingsverbanden komen steeds
samen te werken krijgen bouwbedrijven de kans meer voor. Verticale integratie betekent een uit-
activiteiten te ondernemen waarvoor ze zelfstan- breiding van het aantal functies dat een onder-
dig de mogelijkheden missen. Hierbij kan ge- neming uitvoert. Een voorbeeld is de aannemer
dacht worden aan het gezamenlijk ontwikkelen die ook het ontwerpen binnen zijn organisatie
van nieuwe producten en productietechnieken haalt en daarmee snel en afgestemd op zijn
of aan het vergroten van financiële draagkracht, productietechniek kan inspelen op de huisves-
het spreiden van financiële risico’s en het reduce- tingsvraag van de opdrachtgever. Dit wordt de
ren van kosten. verticale achterwaartse integratie genoemd.
Stel dat de architect besluit de uitvoering van
De traditionele scheiding tussen ontwerp en zijn ontwerp zelf ter hand te nemen binnen zijn
uitvoering en de sterke fragmentatie van het organisatie, dan spreken wij over voorwaartse
bouwproces zorgen ervoor dat nauwelijks sprake verticale integratie. De verwachting is dat het
is van een constructieve samenwerking of van aanbieden van een geïntegreerd product terrein
een integrale benadering van een project. De zal winnen. Bouwconcerns realiseren zich steeds
opdrachtgever vraagt echter steeds meer om een meer dat beheersing van het totale bouwproces
totaaloplossing voor zijn huisvestingsprobleem alleen mogelijk is, mits de kerndisciplines beno-
en dwingt de moordende concurrentie onderling digd voor het vervullen van de basisfuncties ont-
om drastische kostprijsverlagende maatregelen. werpen en bouwen, maar in vele gevallen ook
De enige manier om dit te bereiken is een geïn- het nemen van initiatief (projectontwikkeling),
tegreerde projectaanpak en project-ongebonden het verkrijgen van geld (beleggers, financierders)
samenwerking. Hierin ligt tevens de basis voor en het verkrijgen van grond, binnen de eigen
een collectief bewustzijn voor verbetering van de organisatie aanwezig zijn.
arbeidsomstandigheden.
5.8.2 Co-makership en overname
In de volgende subparagrafen zullen de verschil- Een andere manier om varianten van samen-
lende varianten van samenwerkingsverbanden werkingsverbanden te onderscheiden is op basis
aan de orde komen. van de mate waarin de partners controle kunnen
uitoefenen op de betrokken activiteiten. Vormen
5.8.1 Horizontale en verticale integratie van samenwerking, waarbij de zeggenschap vol-
Horizontale integratie betekent dat de organisa- ledig in handen van één partij zijn, zoals fusies
tie zich gaat toeleggen op nieuwe producten of en overnames, komen in de bouw veel voor. Via
nieuwe markten. Hierbij moet gedacht worden overnames binnen en buiten Nederland wordt
aan een samenwerkingsverband tussen twee of op een gemakkelijke manier marktaandeel in een
meer gelijksoortige bedrijven, die gezamenlijk nieuw gebied of marktsegment verworven. Het
een product (een gebouw, een kunstwerk, meest in trek zijn familiebedrijven die door een
enzovoort) ontwikkelen (en op de markt bren- generatieconflict in de problemen zijn geraakt.
gen), of die op een of andere manier van el- De opvolging is dan vaak onderwerp van discus-
kaars diensten gebruikmaken (bijvoorbeeld om sie, zodat overname uitkomst biedt.
redenen van kostenreductie). Voorbeelden zijn
drie aannemersbedrijven die gezamenlijk een Naast overnames komen ook de wat vriendelijker
stadhuis in een grote gemeente bouwen. Of de bevonden fusiebesprekingen in de bouw voor.
krachtenbundeling van de wegendivisies van de Samenwerkingsverbanden met gedeelde zeg-
grote bouwconcerns om grote knooppunten of genschap zijn de minderheidsdeelnemingen en
tunneltrajecten te realiseren. Ieder participeert in de joint ventures. Joint ventures komen veel in
een nieuw opgericht bedrijf. Vaak is dit ook een de baggersector voor. De redenen hiervoor is dat

06950408_hfdst05.indd 113 16-11-2005 15:40:54


114

baggeropdrachten vaak interdisciplinair en vrij 5.8.4 Publiek-private-samenwerking


kostbaar zijn. Een geheel andere ontwikkeling die samenwer-
king stimuleert, is de herstructurering van de
Bouwkundig aannemers zijn ook gewend om via infrastructuur van stedelijke gebieden, die de
consortia, onder andere met lokale partners, in komende jaren plaatsvindt. Hierdoor komen
te schrijven. Een speciale vorm is de Duitse Arge opdrachtgevers voor hoge uitgaven te staan, en
(Arbeitsgemeinschaft). Veel Nederlandse bouw- hebben zij behoefte aan partners die concep-
bedrijven zien kansen op de Duitse bouwmarkt. tuele ideeën en creatieve oplossingen, zowel
Het betreden van de Duitse markt kan via het technisch als financieel, inbrengen. Dit vraagt
overnemen van een bedrijf in het land zelf. In om een andere manier van samenwerken tussen
Duitsland staat men echter sceptisch tegenover de opdrachtgevende en opdrachtnemende par-
bedrijfsovername. Samenwerking met een Duitse tijen. Een voorbeeld hiervan is publiek-private-
collega lijkt de beste strategie. samenwerking (PPS), waar samenwerking tussen
overheid en het bedrijfsleven plaatsvindt. De toe-
Subcontracting of co-makership is een opkomende nemende belangstelling voor de PPS-constructie
vorm in Nederlandse bouw. Co-makership wil in is het gevolg van de relatief grote investerings-
dit geval zeggen dat er geen echte hoofdaan- ruimte in de marktsector en een afname van de
nemer is maar dat er sprake is van een verbinte- financiële overheidsmiddelen.
nis van twee of meer nevenaannemers (c.q. in-
stallateur en/of toeleveranciers) 5.8.5 Internationalisering
In het verlengde van de in hoofdstuk 2 al aan-
5.8.3 Incidenteel en structureel gegeven internationaliseringstrend, waarin de
Samenwerkingsverbanden kunnen ook onder- grotere bouwbedrijven zich steeds meer interna-
scheiden worden op het feit of ze incidenteel tionaal gaan opstellen en inschrijven op buiten-
of permanent plaatsvinden. Een permanente landse projecten, speelt het feit dat het bijna
samenwerking kan dienen om gezamenlijk een onmogelijk is om projecten in het buitenland
nieuw product te ontwikkelen en deze ver- aan te nemen zonder samen te werken met
volgens afzonderlijk op de markt te brengen lokale partners. Dit omdat ook daar het grootste
(precompetieve samenwerking). Een andere deel van de bouwprojecten meestal toch door
wijze van permanente samenwerking is een regionale ondernemingen zullen worden uitge-
gezamenlijke organisatie die voor de aangesloten voerd. De bouwmarkt in iedere EG-lidstaat blijft
bedrijven bepaalde diensten verleent (service- vooralsnog te typeren als een lokale relatiemarkt.
organisatie) of bepaalde belangen behartigt (be- Belangrijke redenen om samen te werken met
langenorganisatie). lokale aannemers is dat deze de lokale omstan-
digheden beter kennen (regelgeving, handels-
Het toeleveren en uitbesteden is in de Neder- relaties, overheidsapparaat en onderaannemers
landse bouw een algemeen gebruik, maar door en dergelijke).
de wijze van opdrachtverlening wordt in pro-
jectnetwerken nauwelijks constructief samen-
gewerkt. Patronen van vaste netwerken tussen 5.9 Herstructering
hoofd- en onderaannemers komen nog maar
beperkt voor. Ook als de hoofdaannemer wel Binnen de bouwnijverheid is een ingrijpend her-
zijn bouwpartners kan kiezen blijft opportunisme structureringsproces gaande. Aan de vraagkant
een belangrijke rol spelen. Bovendien zijn er wet- trekken financiers, opdrachtgevers en project-
telijke beperkingen. In het Besluit mededingings- ontwikkelaars steeds meer gezamenlijk op. Aan
regeling voor de bouwsector is samenwerking bij de aanbodzijde verschuiven de posities van de
meer dan één project officieel niet toegestaan. betrokken partijen. In de vorige paragraaf werd
Het toezicht op de regeling is echter beperkt. gesproken over samenwerking en co-makership
maar ook over fusies en overnames. De bedrijven
in de bouw maken zich op voor de strijd om de

06950408_hfdst05.indd 114 16-11-2005 15:40:54


5 DE OPDRACHTNEMENDE BOUW 115

macht: wie neemt straks de centrale positie in en verancier of het uitvoerend bouwbedrijf? Steeds
zal van daaruit proberen de andere partijen naar meer wordt het hoofdaannemerschap van de
zijn hand te zetten? aannemer ter discussie gesteld: waarom zou de
toeleverancier of installateur geen hoofdaanne-
Aan de vraagzijde treedt een belangenverstren- mer kunnen zijn?
geling op door een viertal tendensen. In de
eerste plaats door de afname van de rol van De eindigheid van de beschikbaarheid van
publieke en semipublieke opdrachtgevers. In de grondstoffen (bijvoorbeeld grind) en de regel-
tweede plaats treedt er een verstrengeling op geving omtrent van milieu- en arbeidsomstan-
van publieke en private belangen via vormen van digheden, hebben geleid en zullen leiden tot een
publieke-private samenwerkingen. In de derde ander aanbod van materialen. Was het tot voor
plaats is te zien dat de posities van opdracht- kort zo dat ontwerpers in feite de vraag naar
gever en financier steeds meer in elkaar over- bouwmaterialen aangaven, nu bepaalt het aan-
vloeien. De financier neemt een meer dominante bod steeds meer de vraag. Als het aanbod van
positie in. De regie van het bouwproces zal aan bouwmaterialen zo gaat domineren, heeft dat
zijn normen moeten voldoen. In het verlengde onder andere consequenties voor architecten. Zij
daarvan kunnen beleggers en projectontwik- zullen meer uit moeten gaan van materialen en
kelaars hun positie aanzienlijk versterken. Steeds hun toepassingsmogelijkheden. Daardoor wordt
vaker zijn beleggers en projectontwikkelaars de logischerwijs hun ontwerpvrijheid bedreigd. Veel
initiërende partijen. Zij nemen én het initiatief én technologische vernieuwingen in de bouw zijn
het risico, omdat zij financieren en bouwkennis voorts een regelrecht gevolg van productver-
combineren en het aandurven hun eigen afzet te nieuwing en maatwerk van de toeleverancier.
organiseren. Bovendien hebben de grote bouw- Steeds meer wordt de toeleverancier producent
bedrijven via projectontwikkeling en grondver- van oplossingen. En het bouwbedrijf past die
werving (vooral op de Vinex-locaties) hun positie oplossingen vervolgens toe. Waakzaamheid is
aanzienlijk versterkt. geboden, om te voorkomen dat gevaarlijke
stoffen of werkmethoden zo de bouw binnen-
In het verlengde van deze veranderingen aan de sluipen.
vraagkant verandert de rol van de diverse bouw-
partijen. Bij de uitvoerende bedrijven is sprake De bouwnijverheid (en zeker de opdracht-
van fusies, overnames en samenwerkingen. Er nemende bouw) staat de komende jaren voor
wordt getracht meer facetten van de bouwpro- grote veranderingen. Er zullen strategische keu-
ductie in één holding onder te brengen om deze zes moeten worden gemaakt, anders dreigen
zo beter op elkaar af te kunnen stemmen. Zo bepaalde participanten hun rol in het proces te
nemen grote aannemers de laatste jaren nogal verliezen. Er zijn veel kansen om juist in deze toe-
wat middelgrote en kleinere aannemingsbedrij- komstige markt posities te bepalen en in te
ven, installatiebedrijven en soms ook toeleve- nemen. Worden al deze ontwikkelingen als be-
ringsbedrijven over. Er is echter niet alleen sprake dreigingen gezien, dan is het gauw gedaan met
van samenwerking en overname, maar ook van het bedrijf. In hoofdstuk 8 wordt dieper inge-
relatieve positieversterking. gaan op deze toekomstige ontwikkelingen.

Gelet op de groeiende omvang van het instal-


latiedeel bij een bouwwerk stellen installateurs
de vraag of het wel zo vanzelfsprekend is dat zij
altijd als onderaannemer worden beschouwd
en of het niet mogelijk is zelf hoofdaannemer te
zijn. Ook vanuit de toeleveringsindustrie wordt
die vraag gesteld. Immers, als bouwen het as-
sembleren van in de fabriek geprefabriceerde
delen wordt, wie is er dan belangrijker: de toele-

06950408_hfdst05.indd 115 16-11-2005 15:40:54


116

06950408_hfdst05.indd 116 16-11-2005 15:40:54


De overheid als regelgever
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
6
In een klein land als Nederland met verhoudingsgewijs een grote
bevolking moet natuurlijk de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk
worden gebruikt. De ruimtelijke planning wordt door de overheid af-
gedwongen door middel van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en
de Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening.
De overheid heeft ook voor de technische regelgeving veel wetten
en regels opgesteld waarmee een enorme invloed op de bouwmarkt
wordt uitgeoefend. Hierbij moet worden gedacht aan de Woningwet,
het Bouwbesluit, de Arbowetgeving, milieuwetgeving, regionale con-
venanten duurzaam bouwen, de NEN-normen en de richtlijnen. Deze
complexe regelgeving wordt in dit hoofdstuk uiteengezet.

06950408_hfdst06.indd 117 16-11-2005 15:58:08


118

Inleiding ook een dominante opdrachtgever. In dit kader


is de wijze waarop de werken van de overheid
De overheid speelt een belangrijke rol in het worden aanbesteed interessant. Vandaar dat
bouwproces maar ook binnen de totale bouw- dit hoofdstuk wordt afgerond met de aan-
nijverheid. Wil iemand een woning bouwen, dan bestedingsregeling en de invloed daarop van de
kan hij niet zomaar de spade in de grond steken EEG.
en beginnen met metselen. Hij zal minimaal een
bouwvergunning moeten hebben. Maar ook
voordat wordt begonnen met het ontwerpen 6.1 Ruimtelijke ordening
van de woning is het verstandig bij de gemeente
te informeren of er wel mag worden gebouwd In een klein, dichtbevolkt land als Nederland met
op de betreffende locatie. We krijgen dan te een hoog economisch, sociaal en cultureel peil
maken met het bestemmingsplan en wat breder is de ruimtelijke ordening van groot belang. Alle
gezien met de ruimtelijke ordening. Maar daar inwoners zullen moeten worden gehuisvest, de
houdt het niet mee op. De te bouwen woning economie vergt productiemiddelen, het vervoer
zal daarnaast ook moeten voldoen aan tal van over de weg, het spoor en het water moet wor-
wettelijk opgestelde criteria en regels. Het Bouw- den gewaarborgd, recreatievoorzieningen moe-
besluit is hiervan de basis. En tijdens de bouw zal ten worden geboden, enzovoort. Het is duidelijk
er ook nadrukkelijk gelet moeten worden op de dat in Nederland deze belangen al snel met
arbeidsomstandigheden en veiligheid. elkaar in conflict kunnen komen.

Zoals uit figuur 6.1 blijkt, heeft de bemoeienis De noodzaak tot een duidelijke regeling werd
van de overheid betrekking op: door de regering al ingezien in 1963. In dat
• ruimtelijke planning; jaar wordt aan de naam van het ministerie van
• technische regelgeving; Volkshuisvesting ‘en Ruimtelijke Ordening’ toe-
• financiële regelgeving; gevoegd. In 1965 komt de overheid met de Wet
• overige regelgeving. op de Ruimtelijke Ordening(WRO). De WRO
bevat regels met betrekking tot de verantwoor-
Te
chn
isc ing
delijkheden en beslissingsbevoegdheden inzake
he nn
reg pla de ruimtelijke inrichting. Verder verschijnen er de
elg ijke
ev tel
ing
Ruim zogenaamde Nota’s over de Ruimtelijke Orde-
ning. De twee genoemde onderwerpen komen
in deze paragraaf verder aan bod.
Bouw-
nijverheid Over
lgevin
g ig
en a e regelg 6.1.1 Wet op de ruimtelijke ordening
ege nder
e be eving
iële r
Fina
nc moe
ienis De Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) heeft
tot doel de beschikbare grond in Nederland zo
(Rgd,gemeenten e.a.)

doelmatig mogelijk te verdelen. Vandaar dat de


WRO de verantwoordelijkheden en de beslis-
Opdrachtgever

singsbevoegdheden van elke bestuurslaag met


betrekking tot de ruimtelijke inrichting van het
grondgebied duidelijk vastlegt. Met deze wet
Figuur 6.1 Dominante rol van de overheid kan de overheid een actief planologisch beleid
voeren. Wat de wet niet regelt zijn inhoudelijke
De belangrijke onderdelen van de genoemde bepalingen. Wel geeft de WRO iedere bestuur-
regelgeving wordt in de volgende paragrafen slaag een instrumentarium waarmee een eigen
toegelicht. beleid voor de ruimtelijke ordening van het
eigen gebied kan worden gevoerd. De WRO
Zoals ook al in hoofdstuk 1 is weergegeven, is de onderscheidt drie niveaus, te weten: het Rijk, de
overheid behalve opsteller van wetten en regels provincie en de gemeente.

06950408_hfdst06.indd 118 16-11-2005 15:58:09


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 119

Ieder niveau heeft zijn eigen taken en verant-


woordelijkheden.

6.1.1.a Taken van het Rijk


De door de rijksoverheid op het gebied van de
ruimtelijke ordening geformuleerde plannen
houden vaak belangrijke beleidsbeslissingen in.
Deze stijgen uit boven de provinciale en ge-
meentelijke vraagstukken. Dit is ook de reden
dat in de WRO procedureregels zijn opgenomen
betreffende de totstandkoming van deze beleids-
plannen. Hierbij spelen het overleg met de lagere
overheden en de participatie van de bevolking
een belangrijke rol. Het betreft hier onder andere
de procedure van de zogenaamde Planologische
KernBeslissingen (PKB). De PKB is een ruwe, glo-
bale schets van de inrichting van de ruimte en
wordt ook wel structuurschema genoemd. Pro-
vincies en gemeenten werken het plan nader uit
in streek- en bestemmingsplannen.

Het doel van deze procedure is dat iedere be-


langhebbende in de gelegenheid wordt gesteld
om mee te denken bij het uitstippelen van het
planologisch beleid op nationaal niveau. De
reden hierachter is dat de PKB belangrijke gevol-
gen heeft voor de streek- en bestemmingsplan-

Figuur 6.2 Plankaart streekplan Zuid-Holland West, ont-


werp herziening oktober 1995

06950408_hfdst06.indd 119 16-11-2005 15:58:09


120

nen. Denk hierbij aan de Betuweroute en de water- en energievoorzieningen, water-


Hoge Snelheidslijn. huishouding, vaarwegen, enzovoort, worden
de toekomstige ontwikkelingen vastgesteld. Uit
De procedure begint niet direct met inspraak. deze opsomming blijkt dat vooral de sociale,
Eerst worden door de verschillende ministe- culturele en economische aspecten aan de orde
ries, het Rijk, de gemeenten en waterschappen komen. Deze toekomstige ontwikkelingen wor-
voorbereidingen getroffen voor een beslissing. den verwerkt in het streekplan. De Provinciale
De belangen worden hierbij zoveel mogelijk op Staten zijn verplicht om het streekplan elke tien
elkaar afgestemd. Het resultaat hiervan wordt jaar te herzien en elke vier jaar te evalueren.
aan de ministerraad medegedeeld, waarna deze Gemeenten stellen aan de hand van het streek-
een voorlopig standpunt inneemt. Dit voorlopig plan hun bestemmingsplannen op, waarin de
standpunt wordt via de landelijke en regionale ruimte nauwkeurig wordt ingevuld.
kranten bekendgemaakt. Meestal kan er ook een
brochure worden aangevraagd. Zowel in de 6.1.1.c Taken van de gemeente
brochure als in de advertenties staat aangegeven De WRO biedt aan de gemeente een aantal in-
op welke wijze de inspraak zal plaatsvinden. Na- strumenten om concreet vorm te geven aan de
dat de inspraak heeft plaatsgevonden, waarbij ruimtelijke inrichting binnen haar grondgebied,
ook deskundigen advies kunnen uitbrengen, passend binnen de streekplannen die daar van
bekijkt de regering haar beleidsvoornemens nog kracht zijn. De twee instrumenten zijn het struc-
een keer. De beslissing die dan volgt wordt ver- tuurplan en het bestemmingsplan.
volgens met de Tweede Kamer besproken. Na
een meerderheid van stemmen in de Tweede In een structuurplan kan de gemeenteraad de
Kamer wordt de beslissing uitgevoerd. toekomstige ontwikkeling van de gemeente of
een gedeelte daarvan vastleggen. In principe
Naast de PKB’s bestaat het rijksinstrumentarium wordt het structuurplan aansluitend op het
op het gebied van de ruimtelijke ordening uit streekplan opgesteld. Opvallend aan het struc-
nota’s, structuurschetsen en structuurschema’s. tuurplan is dat deze programmatisch van karak-
In paragraaf 6.1.2 wordt dieper ingegaan op ter is en daarnaast niet bindend. In een struc-
de nota’s. Structuurschetsen geven inzicht in tuurplan wordt een beschrijving gegeven van het
de mogelijke ontwikkelingen van het nationaal in het plan inbegrepen gebied en van de fasen
ruimtelijk beleid, terwijl een structuurschema de waarin de gewenste ontwikkelingen zich zouden
hoofdlijnen bevat met betrekking tot een be- moeten voltrekken.
paalde sector van het rijksbeleid, die belangrijke
ruimtelijke consequenties hebben. Het tweede instrument, het bestemmingsplan,
is verreweg het belangrijkste instrument in de
6.1.1.b Taken van de provincie ruimtelijke ordening. De bestemmingsplannen
Het belangrijkste ruimtelijke instrument dat de worden verplicht voor het gehele gemeentelijke
provincie tot haar beschikking heeft om de pkb’s grondgebied. In een bestemmingsplan geeft de
uit te werken, is het streekplan. In een streekplan gemeenteraad zijn visie voor de bestemming of
kunnen de Provinciale Staten voor één of meer het gebruik van de grond. In een bestemmings-
delen of voor het hele gebied van de provincie plan wordt dus aangegeven waar de grond in
de beoogde toekomstige ontwikkelingen in het plan voor bestemd is, bijvoorbeeld: woning-
hoofdlijnen vastleggen. Zo staat er in het streek- bouw, straten, winkels, bijzondere gebouwen en
plan onder meer waar steden en dorpen kunnen recreatie.
groeien en waar ruimte is voor landbouw, natuur
en recreatie, figuur 6.2. De vaststelling van de bestemmingsplannen
vindt plaats in de gemeenteraad. Het bestem-
Op basis van onderzoek, waarbij gekeken is naar mingsplan kan pas in werking treden als ook de
bevolkingsopbouw, werkgelegenheid, verkeer, Gedeputeerde Staten hun goedkeuring over het
openbaar vervoer, recreatievoorzieningen, drink- plan hebben uitgesproken. Is de gemeente het

06950408_hfdst06.indd 120 16-11-2005 15:58:09


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 121

Streekplan Structuurplan Bestemmingsplan


Het streekplan geeft de toekom- Het structuurplan geeft de toekom- Het bestemmingsplan wijst de
stige ontwikkelingen in hoofdlij- stige ontwikkelingen aan (is pro- bestemming van grond aan en
nen aan (is programmatisch van grammatisch van karakter). geeft voorzover nodig voorschrif-
karakter). ten voor gebruik van grond en
opstallen.

Provinciale Staten kunnen een De Gemeenteraad kan een struc- De Gemeenteraad stelt een be-
streekplan vaststellen. tuurplan vaststellen (eventueel met stemmingsplan vast. Voor gebie-
meerdere gemeenten samen). den buiten de bebouwde kom
moet zij een bestemmingsplan
vaststellen. Het bestemmingsplan
vereist de goedkeuring van Gede-
puteerde Staten.

Een streekplan heeft geen rechts- Een structuurplan heeft geen Een bestemmingsplan heeft
gevolgen. rechtsgevolgen. rechtsgevolgen.

Gedeputeerde Staten kunnen B & W kunnen een globaal be-


delen van het streekplan uitwer- stemmingsplan uitwerken. De
ken op grond van regels van het uitwerking vereist goedkeuring
plan. van Gedeputeerde Staten.
B & W kunnen vooruitlopen op
een herziening van een plan (ar-
tikel 19 procedure). Dit vereist de
goedkeuring van Gedeputeerde
Staten.

De Kroon kan de provincie ver- Gedeputeerde Staten kunnen de Gedeputeerde Staten kunnen
plichten een streekplan vast te gemeente verplichten een struc- de gemeente verplichten een
stellen. De minister kan aanwijzin- tuurplan vast te stellen en kunnen bestemmingsplan vast te stellen
gen geven voor de inhoud. aanwijzigingen geven voor de en kunnen aanwijzigingen geven
inhoud. voor de inhoud.

Een structuurplan moet na 10 jaar Een bestemmingsplan moet na 10


worden herzien en elke vier jaar jaar worden herzien.
worden geëvalueerd.

Men kan tegen het plan bezwaar Men kan tegen het plan bezwaar Men kan tegen het plan bezwaar
maken bij Provinciale Staten. maken bij de Gemeenteraad. maken achtereenvolgens bij de
Gemeenteraad, Gedeputeerde
Staten met de mogelijkheid van
beroep zoals geregeld in de Alge-
mene wet bestuursrecht.

06950408_hfdst06.indd 121 16-11-2005 15:58:10


122

Streekplan Structuurplan Bestemmingsplan

Het streekplan omvat: Het structuurplan omvat: Het bestemmingsplan omvat:


• een beschrijving van de meest • een beschrijving van de voor • één of meer kaarten met verkla-
gewenste ontwikkeling; de gemeente in onderlinge ringen waarop de bestemming
• zo nodig fasen waarin de ont- samenhang van haar delen van de grond is aangewezen;
wikkeling zich zou moeten of meest gewenste ontwikkelingen • voorschriften voor het gebruik
kunnen voltrekken. op langere termijn; van grond en opstallen, voorzo-
• zo nodig fasen waarin de ontwik- ver nodig;
keling zich zou moeten of kun- • regels, voorzover nodig, betref-
nen voltrekken fende uitwerking, wijzigingen,
tijdstippen van verwerking.

Inrichting kaarten: Inrichting kaarten: Inrichting kaarten:


• topografische ondergrond; • topografische ondergrond; • topografische ondergrond;
• schaal 1:50.000 of groter; • schaal 1:25.000 of groter. • duidelijke weergave begren-
• uitwerkingen schaal 1:25.000. zing, aansluitingen op aangren-
zend gebied, bestaande bebou-
wing, belangrijke straatnamen
en dergelijke;
• schaal 1:10.000 of groter;
• bij bebouwing in naaste toe-
komst schaal 1:2.500 of groter
met kadastrale gegevens;
• dwarsprofielen met maten
schaal 1:200 of groter.

Figuur 6.3 Samenvatting streek-, structuur- en bestemmingsplan

niet eens met de uitspraak van Gedeputeerde en de mobiliteit begrenst. Inmiddels zijn er vijf
Staten, dan kan de gemeente beroep aanteke- nota’s verschenen, figuur 6.4.
nen. De mogelijkheden van beroep zijn geregeld
in de Algemene wet bestuursrecht. In de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening
Bestemmingsplannen zijn bindend voor zowel de wordt de ruimtelijke inrichting van Nederland
overheid als de burgers. De belangrijke juridische vastgelegd. Het gaat daarbij om inrichtings-
status van deze bestemmingsplannen blijkt ook vraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met
uit de Woningwet. Een bouwvergunning moet een doorkijk naar 2030. In de nota worden de
worden geweigerd als het bouwplan niet in hoofdlijnen van het beleid aangegeven, waar-
overeenstemming is met het bestemmingsplan. bij de volgende onderwerpen aan bod komen:
wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur,
Een samenvatting van het streek-, structuur- en landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en
bestemmingsplan is opgenomen in figuur 6.3. het ruimtelijk accommoderen van de economie.

6.1.2 Nota’s ruimtelijke ordening De vijfde Nota geeft antwoord op vier centrale
We hebben hiervoor kunnen lezen dat de over- vraagstukken:
heid naast de Wet op de Ruimtelijke Ordening • hoe kunnen we de ruimtelijke kwaliteit in stad
gebruik kan maken van een ander instrument: en land verhogen: de kwaliteit van de leefom-
de zogenaamde Nota’s ruimtelijke ordening. Van geving?
dit instrument is sinds de jaren ’60 van de vorige • kunnen we de ruimte beter gebruiken wan-
eeuw gebruikgemaakt vanuit de optiek dat de neer steden en dorpen in stedelijke netwerken
ruimte in Nederland beperkt is en dit de groei samenwerken?

06950408_hfdst06.indd 122 16-11-2005 15:58:10


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 123

Nota Inhoud
Eerste nota De eerste nota schetst wel een groeimodel voor de Randstad uitgaande van afzonderlijke
ruimtelijke or- steden rondom een groen, open middengebied: het Groene Hart. In de afzonderlijke
dening (1960) steden moesten herbergzame woonwijken komen, die een veilige leefomgeving zouden
vormen voor de vele jonge gezinnen.
Tweede nota Uitgangspunt in deze nota was 20 miljoen mensen in Nederland rond de eeuwwisseling.
ruimtelijke or- De Randstad mocht niet uitdijen en samensmelten tot een onbestuurbare stad met ver-
dening (1966) pauperende wijken. Het antwoord was gebundelde deconcentratie: op enige afstand van
de stedenring werden groeikernen aangewezen. Voorbeelden hiervan zijn Lelystad, Pur-
merend en Maarssenbroek. De bestaande steden in de Randstad konden slechts beperkt
groeien.
Derde nota Deze nota is in drie delen verschenen: in 1974 ‘Oriëntering’, in 1976 ‘Verstedelijking’ en in
ruimtelijke or- 1977 ‘Landelijke gebieden’. De prognose van de bevolkingsontwikkeling werd bijgesteld
dening (1974, tot 17 miljoen in 2000. In deze nota’s werd spreiding van bevolking, werkgelegenheid en
1976, 1977) welzijnsvoorzieningen over het land voorgestaan: er werden 11 groeikernen aangewezen.
De suburbanisatie ten gevolge van de groeikernen die hierdoor ontstonden, heeft geleid
tot leegloop van de steden en een eenzijdige bevolkingsopbouw in die steden. Vanaf
1975 werd dit een halt toegeroepen door de stadsvernieuwing in de grote steden op po-
ten te zetten.
Vierde nota ‘Nederland in 2015. Daar wordt nu aan gewerkt.’ Dat was het motto. De ruimtelijke kwaliteit
ruimtelijke or- werd centraal gesteld. Deze zou tegemoet moeten komen aan de (hoge) eisen die nieuwe
dening (1988) bedrijven in een internationale context stellen. Nederland moest de overzichtelijke stede-
lijke structuren en de situering van steden rondom een open groen gebied uitbuiten in de
internationale concurrentie. De beide mainports (Rijnmond en Schiphol) kregen alle kansen
zich te ontplooien. Verder stuurde de Vierde Nota aan op vergroting van het economisch
kerngebied van de Randstad tot de steden in Noord-Brabant en midden-Gelderland en een
geconcentreerde ontwikkeling van stedelijke ontwikkelingen elders in Nederland, zodat deze
op regionaal niveau een meerwaarde zouden kunnen bieden. En natuurlijk werden er veel
nieuwe woningen op het programma gezet om te kunnen voldoen aan de nog altijd grote
vraag naar goede woonruimte.
Vierde nota Deze Vierde Nota Extra staat bekend als Vinex. Vooral de alarmerende milieuproblemen
ruimtelijke waren aanleiding om goed na te denken over de bijdrage die de ruimtelijke inrichting zou
ordening extra kunnen leveren aan vermindering van de milieubelasting. De relatie werd gelegd naar
(1994) beperking van de mobiliteitsbehoefte. Ruimte voor bedrijven en nieuwe woningen moest
eerst in bestaande steden worden gezocht, daarna aan de rand van de steden en pas dan
op afstand van bestaande steden. Voor bedrijfslocaties werd een bereikbaarheidsprofiel
ontwikkeld: bedrijven met weinig goederenbewegingen en veel publieksbewegingen si-
tueren bij stations; bedrijven met veel goederenbewegingen situeren aan de snelweg. Dit
beeld sluit aan bij de eerste nota. Met de regio’s en provincies werden afspraken gemaakt
over de realisatie van benodigde woningen gekoppeld aan grondkostensubsidies en bijdra-
gen voor openbaar vervoer en groen.
Vijfde nota De ruimtelijke opgaven die met het beleid van de Vierde Nota niet of niet geheel zijn
ruimtelijke or- opgelost, vormen mede de opgave voor de Vijfde Nota. Opnieuw en sterker moet er aan-
dening (2000) dacht zijn voor kwaliteit van de leefomgeving, maar ook voor de ruimtelijke geleiding van
de groei van bedrijvigheid. Verder blijkt de dynamiek van de samenleving de grenzen van
de de stadsgewesten te overschrijden, wat resulteert in herijking van de bestaande ver-
stedelijkingsafspraken. De titel van de Vijfde Nota is dan ook toepasselijk: ‘Ruimte maken,
ruimte delen’.

Figuur 6.4 Overzicht van de nota’s ruimtelijke ordening

06950408_hfdst06.indd 123 16-11-2005 15:58:10


124

• hoe kunnen we ons land beter beschermen ontplooien. Er moet ruimte zijn voor een
tegen overstromingen en het water meer de verscheidenheid aan culturele, recreatieve en
ruimte geven? bewegingsactiviteiten.
• in hoeverre is voor de uitvoering van het ruim-
telijke beleid Europese samenwerking nodig?
6.1.2.b Ruimtelijke geleiding van de groei
Onderstaand worden kort de eerste twee vraag- Uitgangspunt van het beleid is dat aan de ruim-
stukken nader toegelicht en wordt daarnaast tebehoefte wordt voldaan, waarbij er gezocht
ingegaan op de herijking van de verstedelijkings- wordt naar mogelijkheden om tegelijkertijd de
afspraken die zijn gestart in de Vinex. ruimtelijke kwaliteit te waarborgen. Drie inter-
ventiestrategieën staan daarbij centraal:
6.1.2.a Kwaliteit van de leefomgeving • intensiveren van ruimtegebruik, met name in
Uitgangspunt in de Vijfde Nota is dat verdere het stedelijk gebied, bijvoorbeeld door ruimte-
vervlakking van de ruimte moet worden tegen- gebruik boven en onder infrastructuur en effi-
gegaan om de burger een leefomgeving te bie- ciënt ruimtegebruik op bedrijventerreinen;
den die voldoet aan zijn wensen en behoeften. • combineren van functies met name in het lan-
Om de gewenste kwaliteit te definiëren zijn delijk gebied. Vooral functies als waterberging,
zeven criteria van ruimtelijke kwaliteit bepaald. natuur en recreatie laten zich goed combineren;
Deze zeven criteria van ruimtelijke kwaliteit zijn • transformeren van ruimten in stad en land
richtinggevend voor elk relevant ruimtelijk beleid om deze beter te laten aansluiten op de vraag.
(zie leestekst). Op basis van de hoofdlijnen van Voorbeelden zijn herstructurering van woon-
het beleid en de hier genoemde zeven criteria wijken in de stad, herbestemming van verou-
van ruimtelijke kwaliteit bepalen provincies, re- derde bedrijfsterreinen en spoorwegemplace-
gio’s en gemeenten zelf op welke plekken er in menten en functieveranderingen in de land-
welk volume mag worden gebouwd. Het neven- bouwsector.
motto van de Vijfde Nota luidt dan ook: ‘Cen-
traal wat moet, decentraal wat kan’. Deze strategieën zijn verder uitgewerkt in het
contourenbeleid en de stedelijke netwerken.
Zeven criteria van ruimtelijke kwaliteit
1 Ruimtelijke diversiteit: verschillen tussen stad Contourenbeleid
en land moet worden geaccentueerd. Rond bestaand bebouwd gebied en de beno-
2 Sociale rechtvaardigheid: de ruimtelijke om- digde uitbreidingen op grond van nieuwe plan-
standigheden moeten elke inwoner van ons vorming worden rode contouren getrokken. De
land kans bieden op een gezond bestaan. opgave is om door transformatie en intensivering
3 Aantrekkelijkheid: behoud van landschaps- van het ruimtegebruik de nieuwe bouwopgaven
en stedenschoon is een cultuuropgave. voor wonen en werken binnen deze contouren
4 Economische en maatschappelijke functio- te realiseren. Uitbreiding van het gebied is pas
naliteit: functies als wonen, werken, mobiliteit mogelijk nadat is aangetoond dat de bouw-
en ontspanning moeten elkaar niet verdringen opgave daarbinnen niet kan worden gereali-
maar goed op elkaar aansluiten, zodat ze seerd. Met de rode contouren wordt onnodig
elkaar versterken. verlies van het buitengebied voorkomen.
5 Duurzaamheid: ecologisch waardevolle
systemen moeten in stand blijven of worden Stedelijke netwerken
hersteld. Het concept van stedelijke netwerken is bedoeld
6 Menselijke maat: de inrichting van de om de ruimtelijke ontwikkeling van steden in
ruimte moet passen bij de behoeften en de samenhang te brengen. Door een samenhan-
belevingswereld van de burgers. gende ruimtelijke ontwikkeling op dit niveau is
7 Culturele diversiteit: mensen en groepen het mogelijk kwaliteit toe te voegen. De uitwer-
moeten zich op hun eigen manier kunnen king van het concept vereist dat de leden van
een netwerk gezamenlijk ruimtelijke program-

06950408_hfdst06.indd 124 16-11-2005 15:58:10


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 125

1 Nationaal ruimtelijk beleid 2 Ontwikkelingsgebied Deltametropool

Nationaal Ruimtelijk beleid


Brengt de beleidsuitspraken uit het PKB in
beeld met de ontwikkelingsbeelden: Neder-
land als Europese regio, Stad en land, Stede-
lijke netwerken, Water, Noordzee en Delta-
metropool.

Ontwikkelingsbeeld Deltametropool
Het doel is de Randstad te ontwikkelen tot
een gebied dat zich kan meten met andere
grootstedelijke gebieden in Europa en de rest
van de wereld.

Ontwikkelingsbeeld Stedelijke Netwerken


Voor de stedelijke netwerken is gekozen voor
de verzameling van stedelijke centra, die in elk 3 Ontwikkelingsgebied stedelijke netwerken
geval tot het netwerk gerekend worden. Het Figuur 6.5 Vijfde nota ruimtelijke ordening
beleid is er op gericht de stedelijke netwerken Bron: Samenvatting ‘Ruimte maken, ruimte delen’, Vijfde Nota over de
aan te sluiten op de hoge snelheidslijn. Ruimtelijke Ordening 2000/2020

ma’s en plannen opstellen. Zij bepalen de dif- Stedelijke netwerken


ferentiatie in functies en milieus en zorgen voor (inter)Nationale stedelijke netwerken
een geïntegreerd systeem van (openbaar) ver- • Groningen-Assen
voer. • Twente (Almelo, Hengelo, Enschede, met
internationale afstemming op Gronau, Osna-
In figuur 6.5 is te zien een voorbeeld van: PKB- brück en Münster)
kaart Nationaal ruimtelijk beleid, Ontwikkelings- • Arnhem-Nijmegen (met internationale
beeld Stedelijke netwerken en Ontwikkelings- afstemming op Emmerich en Kleve), Delta-
beeld Deltametropool. metropool (Randstad inclusief Almere, Amers-
foort en de Drechtsteden)
• Brabant (Den Bosch, Tilburg, Breda, Eind-
hoven, Helmond)

06950408_hfdst06.indd 125 16-11-2005 15:58:11


126

• Maastricht-Heerlen (Maastricht, Heerlen, keuzes uit de Vijfde Nota te laten doorwerken


Sittard/Geleen met internationale afstemming in de verstedelijkingsafspraken 2005−2010. Bin-
op Aken, Luik, Hasselt en Genk) nen de Vijfde Nota worden geen grootschalige
uitbreidingslocaties aangewezen. Uitbreiding
Regionaal stedelijke netwerken kan alleen plaatsvinden binnen de contouren
• Eemsmond (Eemshaven, Delfzijl met een die met de provincie worden overeengekomen.
goede afstemming op het Duitse Eemshaven- Zo wordt aantasting van het groen en de open
gebied) ruimte voorkomen en krijgt ook grondspeculatie
• Westergozone (Leeuwarden, Harlingen) geen kans.
• Zuid-Friese Stedenzone (Drachten, Heeren-
veen, Sneek) 6.1.2.d De uitvoering van de Vijfde Nota
• Zuid-Drentse Stedenband (Meppel, De Vijfde Nota is een Planologische Kernbeslis-
Hoogeveen, Emmen, Coevorden met een sing die via wettelijke procedures in de regionale
goede afstemming op het Duitse Meppen) streekplannen en de lokale bestemmingsplannen
• Kampen, Zwolle moet worden vertaald. De (samenwerkende)
• Stedendriehoek (Deventer, Zutphen, Apel- gemeenten maken, in overleg met de provin-
doorn) cies, ruimtelijke inrichtingsplannen en voeren
• Ede, Wageningen, Veenendaal, Rhenen deze uit. Het Rijk maakt met hen afspraken over
• Vlissingen-Terneuzen (met afstemming op eventuele financiële bijdragen in relatie tot de
Antwerpen en Gent) inhoudelijke afstemming op de hoofdlijn van het
beleid van de Vijfde Nota.
6.1.2.c Herijking van de verstedelijkings-
afspraken
In Nederland zijn de afgelopen jaren vele dui- 6.2 Technische regelgeving
zenden nieuwbouwwoningen gebouwd op
zogeheten Vinex-locaties. Deze gebieden zijn In elke samenleving zijn natuurlijk regels nodig.
door VROM aangewezen in de Vierde Nota Als men in ons land wil bouwen dan moet er
Ruimtelijke Ordening Extra (afgekort Vinex). De aan een aantal vereisten worden voldaan. Deze
Vinex-locaties zijn aangewezen als uitbreidings- regels zijn vaak een afgeleide van sociale-, cultu-
gebied voor de steden. In totaal gaat het om rele-, politieke- en tijdperk-invloeden. De eerste
635.000 woningen die tussen 1995 en 2005 bouwregels werden in de 16e en de 17e eeuw
gebouwd zijn of worden. Er is veel kritiek op de als zogenaamde ‘stedelijke keuren’ aan het
Vinex-locaties; te veel rijtjeshuizen die nogal op papier toevertrouwd. Deze stedelijke keuren
elkaar lijken, te kleine kavels, te weinig openbare hebben zich door de eeuwen heen ontwikkeld
voorzieningen (scholen, onderwijs, gezondheids- tot onze hedendaagse regelgeving. In deze
zorg, vervoer) bij oplevering. paragraaf wordt vanuit de historie aangegeven
Als onderdeel van het verstedelijkingsbeleid heeft hoe deze huidige regelgeving tot stand is geko-
de overheid voor de periode tot 2005 nieuwe men en wat de strekking ervan is.
afspraken met de bouwers van Vinex-wijken
gemaakt middels het handvest Kwaliteit van 6.2.1 Historisch overzicht
Vinex-locaties. Inmiddels zijn er voor de periode De eerste stedelijke keuren hadden tot doel het
2005-2010 nieuwe afspraken gemaakt welke zijn dichtslibben van straten en brandcalamiteiten
opgenomen in de Actualisering Vinex, oftewel te voorkomen en werden dan ook als zodanig
Vinac (1999). Onder de noemer van Vinac moe- opgenomen in de politieverordeningen van de
ten tussen 2005 en 2010 zo’n 170.000 nieuwe desbetreffende gemeente. Dit soort lokale regels
woningen worden gebouwd. De herijking van wijzigde gedurende de volgende honderden
deze bestaande verstedelijkingsafspraken jaren in zeer geringe mate. Hoofdzaak bleven de
2005−2010 is onderdeel van de Vijfde Nota. eisen in belang van de openbare orde, zedelijk-
Deze herijking zal worden benut om de beleids- heid en gezondheid. Zeer nadrukkelijk werden

06950408_hfdst06.indd 126 16-11-2005 15:58:11


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 127

geen eisen gesteld aan de kwaliteit of het com- In 1962 is de Woningwet van 1901 vervangen
fort van de te bouwen of bestaande woningen. door een nieuwe Woningwet. Deze Woningwet
Als gevolg hiervan werden de toch al karige van 1962 eist van de gemeenten dat zij een
woonomstandigheden door de toenemende nieuwe bouwverordening samenstellen. De
groei steeds slechter. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
Pas in 1870 wordt ingegrepen. De industriële voorziet in een model, de MBV ’65. De MBV ’65
revolutie zet zich door, met als gevolg een ver- is een succes omdat alle gemeenten het techni-
regaande verstedelijking. Het resultaat is in feite sche deel overnemen.
het arbeidersgetto. De bouwregels worden dan
ook aangescherpt. In de algemene politiever- In 1979 wordt het ‘Besluit uniforme bouwvoor-
ordening worden aan de wooncondities eisen schriften’ dat na 1959 nooit meer gewijzigd is,
gesteld ten aanzien van daglicht, lucht, sanitaire ingetrokken wegens veroudering. Het gevolg
voorzieningen en woningindeling (vluchtmoge- hiervan is dat enige kruisverbanden in de regel-
lijkheden). geving wegvallen en gemeenten er steeds meer
In 1901 resulteert dit in de eerste Woningwet, van afzien wijzigingen van de MBV ’65 door te
waarmee de eerste wettelijke instrumenten ten voeren. De uniformiteit van de bouwverordening
aanzien van bouwen en huisvesting beschikbaar valt hiermee weg. Eind jaren ‘80 is dan ook weer
komen. Er mag niet meer zonder vergunning sprake van een onwenselijke situatie, omdat er
worden gebouwd en onaanvaardbare wooncon- een rechtsongelijkheid optreedt tussen burgers
dities kunnen met aanschrijvingsprocedures wor- die in verschillende gemeenten wonen. De
den bestreden. De gemeenten worden verplicht Grondwet behoort de burger tegen rechtsonge-
een eigen bouwverordening op te stellen om lijkheid te beschermen. In deze periode wordt
zodoende toezicht op de bouw van woningen en ook gestart met de bouw van het Europese
op de staat van bestaande woningen te verkrij- rechtsstelsel dat rechtsongelijkheid grensover-
gen. In die periode zijn er al wel enkele voorbeel- schrijdend bestrijdt door middel van verdrags-
den van een bouwverordening (bijvoorbeeld van regels. De Nederlandse regelgeving moet wor-
Amsterdam), maar voor het overgrote deel komt den getoetst aan de universele regels en dat
het neer op eigen inzichten. Deze bouwverorde- is, gezien de gereduceerde uniformiteit van de
ningen verschillen dan ook sterk per gemeente bouwverordeningen, onmogelijk.
en zijn een samenstelsel van algemene regel-
geving en lokale tradities en bouwgebruiken. De VNG neemt dan ook eind jaren ‘80 het initia-
tief tot herstel van de uniformiteit. De organisatie
Bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog stelt dat de overheidszorg voor de woongele-
is de behoefte aan gestructureerde massaproduc- genheid in de Grondwet verankerd ligt en dat
tie groot. Dit wordt behoorlijk gefrustreerd door daardoor woningkwaliteitseisen van rijkswege
de per gemeente sterk afwijkende bouwvoor- vastgesteld en gedefinieerd moeten worden. Het
schriften. Een studiecommissie wordt in het leven initiatief van VNG wordt door het Ministerie van
geroepen om aan deze wantoestand een eind VROM gehonoreerd met een beleidsvoornemen
te maken. In 1952 komt deze ‘commissie bouw- dat tot doel heeft te komen tot landelijk uni-
voorschriften’ met het rapport voor normalisatie forme bouwvoorschriften: ‘Het Bouwbesluit’. De
van de gemeentelijke bouwverordeningen. Hierin aanleidingen tot de opstelling van de Woning-
is een landelijke modelbouwverordening (MBV ’52) wet 1991 en het daarin verankerde Bouwbesluit
opgenomen. De gemeenten zijn echter niet zijn:
bereid de voorstellen in hun bouwverordeningen • rechtsongelijkheid;
op te nemen. De minister van Volkshuisvesting • ondoelmatigheid (economie);
moet in 1957 ingrijpen en voert het ‘Besluit • financiering;
Uniforme Bouwverordeningen’ in op basis van de • Europese toetsbaarheid;
al genoemde MBV 1952. Wettelijk wordt nu be- • voortschrijdende technologie;
paald dat de lokale voorschriften zwaarder dan • milieuzorg;
de MBV 1952 niet rechtsgeldig zijn. • sociale veiligheid.

06950408_hfdst06.indd 127 16-11-2005 15:58:11


128

Op 1 januari 2003 is de Woningwet opnieuw • overige administratieve voorschriften;


gewijzigd. Er zijn nieuwe spelregels opgesteld • handhaving;
voor het bouwen van (en aan) woningen, kan- • straf- en slotbepalingen.
toren en winkels. Tegelijkertijd is ook de nieuwe
Bouwbesluit van kracht waarin zwaardere eisen Uit deze opsomming blijkt duidelijk dat de
zijn opgenomen. bouwverordening geen technische regelgeving
In het vervolg van deze paragraaf worden de bevat. De bouwtechnische bepalingen betref-
belangrijkste onderdelen van deze technische fende het bouwen en de staat van bouwwer-
regelgeving nader uitgewerkt. Gestart wordt met ken is door het uitgeven van het Bouwbesluit
de Woningwet, vervolgens het Bouwbesluit, de uniform geregeld. Kenmerkend van de Bouw-
Energieprestatienormering en tot slot de bijzon- verordening is dan ook dat deze uitsluitend
dere wetten. procedurele-, micro-stedenbouwkundige- en
enkele bijzondere voorschriften bevat. Voor alle
6.2.2 Woningwet duidelijkheid: de bouwverordening doet geen
In de Woningwet 2003 worden in hoofdlijnen uitspraken over de aanvraag voor een bouwver-
drie onderwerpen geregeld: het bouwen, de gunning. Dat is voor alle gemeenten gelijk en
vergunningen en voorschriften voor de Volks- geregeld in de Woningwet 2003.
huisvesting.
Welstandsnota
6.2.2.a Het Bouwen De gemeente is volgens de Woningwet verplicht
De Woningwet regelt dus niet alleen het bouwen een Welstandsnota vast te stellen. Hierin wordt
van woningen, zoals de naam van de wet sug- aangegeven hoe de beoordeling van de estheti-
gereert, maar geeft ook regels voor het bouwen sche kwaliteit van bouwplannen dient te geschie-
van andere gebouwen. Belangrijk hierbij is de den, vooral in relatie tot het specifieke karakter
verplichting voor de gemeente om de bouwver- van de omgeving ervan. De welstandsnota heeft
ordening en de welstandsnota vast te stellen vol- tot doel:
gens de artikelen omschreven in de Woningwet. • het formuleren van een inhoudelijk kader voor
het welstandstoezicht;
Bouwverordening • het inrichten van mogelijkheden voor rechts-
De Woningwet geeft duidelijk aan dat iedere zekerheid biedend overleg met opdrachtgevers
gemeente een bouwverordening dient samen te en hun ontwerpers;
stellen en welke onderwerpen in de Bouwveror- • het waarborgen van kwalitatief goede wel-
dening geregeld moeten worden. De onderwer- standsadviezen;
pen die in de bouwverordening aan bod dienen • het scheppen van efficiënte en transparante
te komen zijn verdeeld over twaalf hoofdstukken: procedures.
• het tegengaan van bouwen op verontreinigde
bodem; Het doel van de Woningwet is dat de gemeenten
• voorschriften van stedebouwkundige aard; overgaan tot praktisch hanteerbare nota’s, met
• voorschriften inzake brandveiligheidsinstal- begrijpelijke criteria waarvan duidelijk is wanneer
laties; en waarom ze gelden. In feite moet met één of
• aansluitplicht op de nutsvoorzieningen; twee A4-tjes kunnen worden aangegeven waar
• plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw een potentiële opdrachtgever of ontwikkelaar
en bij ingebruikname van een bouwwerk; aan toe is.
• staat van open erven en terreinen, brandvei-
ligheidsinstallaties en aansluitingen op de nuts- 6.2.2.b De vergunningen
voorzieningen; De Woningwet stelt dat voor het ‘bouwen’
• brandveilig gebruik; schriftelijk toestemming (bouwvergunning) van
• overige gebruiksbepalingen; burgemeester en wethouders vereist is. Hoe ver-
• slopen (vergunning en sloopafval); loopt nu zo’n aanvraag? Figuur 6.6 geeft hiervan
• welstandsvoorschriften; in het kort een overzicht.

06950408_hfdst06.indd 128 16-11-2005 15:58:12


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 129

Acties Toelichting
Aanvraag De aanvraag moet voldoen aan in de Woningwet gegeven voorschriften, zoals het
bouwvergunning verstrekken van tekeningen, van belang zijnde gegevens en andere bescheiden.

Kennisgeving Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag wordt daarvan door het College
van Burgemeester en Wethouders kennis gegeven (in krant, huis-aan-huisblad en/of in
een door de gemeente uitgegeven periodiek).

Vaststelling Na ontvangst dient de gemeente vast te stellen of de aanvraag compleet is. Zodra
ontvankelijkheid vastgesteld is dat de aanvraag compleet is, is de aanvraag ontvankelijk. Vanaf dat
moment begint de termijn te lopen waarbinnen B & W volgens artikel 46 van de
Woningwet een beslissing op de aanvraag moeten hebben genomen. Als de aanvraag
niet compleet is (ontvankelijk) stelt de gemeente een termijn waarbinnen de aanvraag
compleet kan worden gemaakt.

Beslistermijnen De gemeente is gehouden aan enkele beslistermijnen. Voor een lichte bouwvergun-
ning geldt dat binnen zes weken een beslissing moet worden genomen op de aan-
vraag. Er bestaat voor de gemeente geen mogelijkheid om deze termijn te verlengen,
na zes weken moet er uitsluitsel van de gemeente zijn! Voor een reguliere bouwver-
gunning die in één keer is aangevraagd geldt dat binnen 12 weken een beslissing
moet worden genomen. De gemeente kan deze termijn eenmalig verlengen met 6
weken. Voor een reguliere bouwvergunning die in twee fasen is aangevraagd, geldt
de volgende regeling: op de eerste fase moet binnen 6 weken worden beslist, met een
eenmalige verlengingstermijn van 6 weken. Voor de tweede fase gelden dezelfde ter-
mijnen. De totale termijn bedraagt dus maximaal 24 weken.
Let op! Als het bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan, wordt de aanvraag om
de bouwvergunning automatisch beschouwd als een verzoek tot het verlenen van vrij-
stelling van dat bestemmingsplan. In dat geval gelden de beslistermijnen niet.

Bezwaarprocedure Na verlening (of weigering) van een bouwvergunning start de termijn van 6 weken
waarin bezwaar gemaakt kan worden tegen de beslissing. In deze termijn kan er ook
een voorlopige voorziening (een schorsing) bij de President van de Rechtbank worden
aangevraagd. Bij de gemeente moet worden geïnformeerd tot welke datum bezwaar
exact mogelijk is.
Mocht het bezwaar ongegrond worden verklaard, dan kan er binnen 6 weken beroep
worden ingesteld bij de Rechtbank.
Tegen de uitkomst van het beroep kan binnen 6 weken in hoger beroep worden ge-
gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Figuur 6.6 Overzicht van het proces en de vergunningscriteria

Door het werken met de fatale termijnen is het 1 Bouwvergunningvrije bouwwerken


voor de aanvrager duidelijk wanneer antwoord Als het bouwplan voldoet aan alle voorwaarden
mag worden verwacht. Het is echter niet nood- voor bouwvergunningvrij bouwen, dan mag
zakelijk om in alle gevallen een bouwvergunning zonder bouwvergunning worden gebouwd. De
aan te vragen. Binnen de Woningwet is hiervoor regels in het bestemmingsplan, de gemeentelijke
een driedeling aangebracht: bouwverordening en in principe ook de gemeen-
1 bouwvergunningvrije bouwwerken. telijke welstandseisen zijn in dat geval niet van
2 licht-vergunningplichtige bouwwerken. toepassing. De regels met betrekking tot onder
3 regulier-vergunningplichtige bouwwerken. meer veiligheid en gezondheid uit het Bouw-

06950408_hfdst06.indd 129 16-11-2005 15:58:12


130

besluit en het Burenrecht, zoals vastgelegd in sulteerd in de voor- en achterkantbenadering,


het Burgerlijk Wetboek, gelden echter wel. Daar figuur 6.7.
dient de opdrachtgever/bouwer zelf voor zorg te De voor- en achterkantbenadering is van toepas-
dragen. sing op:
Bij bouwvergunningvrije bouwwerken gaat het • aan- of uitbouwen aan de woning zoals een
vooral om bouwactiviteiten van geringe bete- serre, bijkeuken, garage of berging;
kenis, zoals een afscheiding tussen balkons of • (vrijstaande) bijgebouwen, zoals een schuur of
dakterrassen, zonwering of rolluiken, maar ook garage, en overkappingen zoals een carport;
dakkapellen en bijgebouwen aan de achterkant • kozijn- en gevelwijzigingen;
van een woning. • dakkapellen;
• erf- en perceelafscheidingen hoger dan 1 me-
2 Licht-vergunningplichtige bouwwerken ter, zoals een schutting.
Kleinere bouwwerken, zoals een dakkapel of een
bijgebouw aan de voorkant of zijkant van de In de regeling voor bouvvergunningsvrije bouw-
woning, zijn meestal licht-vergunningplichtig. werken komt regelmatig het woord ‘erf’ voor. Zo
De gemeente toetst deze bouwwerken aan kunnen bijgebouwen en overkappingen alleen
het bestemmingsplan, de welstandseisen, en op het erf zonder bouwvergunning worden
eisen met betrekking tot constructieve veilig- gebouwd. Meestal is de tuin bij de woning het
heid uit het Bouwbesluit. Welke bouwwerken erf. In figuur 6.8 is duidelijk gemaakt wat het
bouwvergunningvrij zijn of slechts een lichte voor-, zij- en achtererf is. Ook laat het figuur zien
bouwvergunningsprocedure doorlopen staat in dat de zijstroken op het erf aan de voorkant zowel
het ‘Besluit bouwvergunningvrije en licht-bouw- zijerf als voorerf zijn. In deze overlapgebieden
vergunningplichtinge bouwwerken’. Dat is een gelden de voorwaarden voor zowel voorerf als het
officieel document dat deel uitmaakt van de zijerf. In die gevallen geldt dus de zwaarste eis.
Woningwet.
Welk bouwvergunningsregime geldt, hangt af perceelgrens
van een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden percee
l wonin erfgrens
erfgrens gA
hebben te maken met de afmetingen en de A
plaats van het bouwwerk en de aard van het
gebouw. Belangrijk is de plek waar gebouwd
B
gaat worden. Ter verduidelijking heeft dit gere-
zijerf

voorerf

achtererf

perceel (geen erf zijnde)

Figuur 6.8 Voor-, zij- en achtererfbenadering volgens de


Woningwet Bron: VROM

3 Regulier-vergunningplichtige bouwwerken
h<2m
Alle overige bouwwerken, zoals nieuwbouw van
minimaal 1 m een woning, het oprichten van een bedrijfs-
hal maar ook een dakopbouw of een interne
h<2m
h<1m
constructieve verbouwing, zijn regulier bouw-
>1m vergunningplichtig. Hier wordt aan het bestem-
mingsplan en de welstandseisen getoetst. Voorts
beoordeelt de gemeente het plan vooraf op alle
technische eisen uit het Bouwbesluit. De regu-
liere bouwvergunning kan in één keer worden
aangevraagd; de behandeltermijn is dan maxi-
Figuur 6.7 Voor- en achterkantbenadering Bron: VROM maal 12 weken.

06950408_hfdst06.indd 130 16-11-2005 15:58:13


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 131

Bescheiden Toelichting
Aanvraag bouw- • ondertekening door de aanvrager/gemachtigde, dan wel een schriftelijke machti-
vergunning ging aanvrager
• plaats, aard en beoogd gebruik van het bouwwerk
• kadastrale aanduiding van het terrein waarop gebouwd wordt
• opgave in m2 bruto-vloeroppervlakte / m2 bruto-inhoud van het bouwwerk
• opgaven van de aannemingssom
• wijze van uitvoeren

Gegevens voor • plattegrond van elke verdieping bestaande en nieuwe toestand


toetsing aan be- • lengte- en dwarsdoorsneden bestaande en nieuwe toestand
stemmingsplan en • aanduiding bestemmingen ruimten en gebouwen
stedenbouwkundige • oppervlakte van het bouwwerk en de binnen het bouwwerk gelegen ruimten
voorschriften bouw- • afmetingen perceel en bebouwd oppervlak, alsmede situering van het bouwwerk
verordening ten opzichte van de perceelsgrenzen
• hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen
• inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein

Gegevens voor toet- • tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van de belen-
sing aan welstands- dende bebouwing
criteria • detailtekeningen van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk
• foto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing

Gegevens voor toet- • belastingen en belastingscombinaties (sterkte, stijfheid en stabiliteit) van alle (te
sing aan Bouwbe- wijzigen) constructieve delen én van het bouwwerk zelf
sluit met betrekking • de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie
tot de constructieve
veiligheid

Gegevens voor • EPC, thermische eigenschappen van de toegepaste uitwendige scheidingsconstruc-


toetsing aan overige tie en de beperking van de luchtdoorlatendheid (hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit)
voorschriften Bouw- • karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, de geluids-
besluit absorptie van de gemeenschappelijke verkeersruimten
• daglichttoetreding
• ventilatievoorzieningen van ruimten en afvoer van verbrandingsgassen
• brandveiligheid en rookproductie van toegepaste materialen
• brand- en rookcompartimentering
• vluchtroutes alsmede aard en plaats van brandveiligheidsvoorzieningen
• noodstroomvoorzieningen en noodverlichting
• wateropname van toegepaste materialen van vloer, wand en plafond in sanitaire
ruimten
• lucht- en waterdichtheid en vochtwerende voorzieningen van inwendige en uit-
wendige scheidingsconstructies
• leidingplan en aansluitpunten van riolering en hemelwaterafvoeren
• leidingplan en aansluitpunten van gas-, elektra- en waterleiding
• aansluitpunten van drinkwater- en warmwatervoorziening
• inbraakwerendheid volgens afdeling 2.25 van het Bouwbesluit
• weren van ratten en muizen
• aanduiding gebruiksfunctie, afmetingen en bezettingsgraad van alle ruimten inclu-
sief totaal oppervlakken per gebruiksfunctie

06950408_hfdst06.indd 131 16-11-2005 15:58:13


132

Bescheiden Toelichting
• opslag huishoudelijke afvalstoffen volgens afdeling 4.10 van het Bouwbesluit
• stallingsruimte voor fietsen (utiliteitsgebouw)
• integrale toegankelijkheid van het bouwwerk en de in het bouwwerk gelegen ruim-
ten
• detaillering van trappen, hellingbanen en vloerafscheidingen (inclusief hekwerken)
• aanduiding van de opstelplaats aanrecht, kooktoestel, stooktoestellen en warm-
watertoestellen
• aanduiding bad- en toiletruimte, meterruimte en liften en liftschachten
• aanduiding vloerpeilen ten opzichte van het aansluitende terrein
• draairichting van beweegbare constructieonderdelen

Gegevens voor • bouwveiligheidsplan en toegankelijkheid van de bouwplaats


toetsing aan overige • gegevens betreffende de aard en plaats van brandveiligheidinstallaties alsmede van
voorschriften bouw- de vluchtwegaanduiding
verordening • tekening van de inrichting van het bij het bouwwerk behorende terrein met daarop
aangegeven de voorzieningen voor de bereikbaarheid en de plaats van de blus-
watervoorzieningen en opstelplaatsen van brandweervoertuigen

Gegevens voor • onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid


toetsing aan de Wo- • afschriften van vergunningen, dan wel bewijs van aanvraag voor vergunningen
ningwet krachtens Wet Milieubeheer, Wet Ziekenhuisvoorzieningen, Monumentenwet of
sloopvergunning

Figuur 6.9 Overzicht van de noodzakelijke bescheiden bij aanvraag van een bouwvergunning

Soms kunnen er omstandigheden zijn waarbij plichtig is wordt van tevoren op een aantal as-
het wenselijk is de vergunning in twee fasen aan pecten getoetst.
te vragen:
• eerste fase: planologische en welstandstoets Bestemmingsplan
(binnen 6 weken) waarna besluit bouwvergun- In het bestemmingsplan staat precies beschreven
ning wordt bekendgemaakt (iedereen kan hier welke bestemming de grond heeft. Is het bouw-
gedurende 6 weken bezwaar tegen aantekenen); plan ‘strijdig’ met wat in het bestemmingsplan
• tweede fase: toets Bouwbesluit en Bouwveror- staat, dan wordt automatisch aangenomen dat
dening (binnen 6 weken). er vrijstelling wordt gevraagd, opdat er toch
gebouwd kan worden.
De totale behandelingstijd is dan maximaal 2×6
weken (mits het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit
bestemmingsplan). Het blijft mogelijk om, zoals De minimale technische eisen waaraan bouw-
voorheen, een schetsplan in te dienen. In dit zo- werken tenminste moeten voldoen staan in
genaamde vooroverleg wordt het bouwplan op het Bouwbesluit. De regels daarin staan garant
verzoek van de indiener aan het bestemmings- voor de veiligheid en gezondheid en houden
plan getoetst en aan de welstandscommissie ter rekening met het milieu, energiezuinigheid en
beoordeling voorgelegd. Nadat hierover duide- het gebruikscomfort. Daaraan zal het bouwplan
lijkheid is verkregen kan de aanvraag om bouw- moeten voldoen.
vergunning worden ingediend. De noodzakelijke
bescheiden bij aanvraag van een bouwvergun- Gemeentelijke Bouwverordening
ning zijn weergegeven in figuur 6.9. De inhoud is al weergegeven in paragraaf
6.2.2.a. Ook daaraan wordt het bouwplan
Het bouwplan dat regulier bouwvergunning- getoetst.

06950408_hfdst06.indd 132 16-11-2005 15:58:14


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 133

Welstandstoets punt van welstand wordt afgewezen, dan ont-


Bij een reguliere bouwvergunningprocedure is vangt de aanvrager schriftelijke uitleg. Vergade-
een advies van de welstandscommissie of de ringen van de welstandscommissie zijn overigens
stadsbouwmeester verplicht. Als het plan op het openbaar.

Functie Toelichting
Woonfunctie Hieronder vallen alle ruimten die een woonbestemming hebben zoals vrijstaande
woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen en woonwagens.

Bijeenkomstfunctie Onder deze gebruiksfunctie kan bijvoorbeeld worden verstaan de zalen van een con-
grescentrum, de kerk, de foyer van het theater, de speelzalen van een casino, kinder-
dagverblijven en tribuneruimten in sportgebouwen. Kortom, de ruimten waar zich,
gezien de functie, per definitie altijd veel mensen bevinden.

Celfunctie Dit kan een gevangenis- of politiecel zijn, maar ook een kamer of een groep van
kamers in een instelling voor dwangmatige verpleging.

Gezondheidszorg- Hierbij gaat het om ruimten met een gezondheidszorgfunctie als behandel- en ver-
functie pleegafdelingen van een ziekenhuis, een verzorgingstehuis of een psychiatrische
inrichting. Ook een praktijkruimte voor een huisarts of tandarts vallen onder deze
functie.

Industriefunctie Montagehal, werkplaats of magazijn in een fabriek en een opslagruimte in een pakhuis
zijn ruimten die hieronder vallen, evenals bijvoorbeeld de stal van een boerderij.

Kantoorfunctie Dergelijke ruimten zijn te vinden in bijvoorbeeld een administratiekantoor, een ac-
countantskantoor, een advocatenkantoor, bankgebouw of gemeentehuis.

Logiesfuncties Een zomerhuisje, de kamers in een hotel, in een jeugdherberg of in een pension en
een trekkershut zijn voorbeelden van ruimten die hieronder vallen.

Onderwijsfunctie Hierbij kan gedacht worden aan het klaslokaal van een schoolgebouw of de college-
zaal van een universiteitsgebouw.

Sportfunctie Hieronder vallen een zwembad, een sporthal, een fitnesszaal of een gymnastieklokaal
van een schoolgebouw.

Winkelfunctie Winkels in een winkelcentrum, warenhuis, supermarkt, reisbureau, stationsloket en de


verkoopschop bij een tankstation zijn hiervan voorbeelden.

Overige Alle gebruiksfuncties die niet primair bestemd zijn voor het verblijven van mensen en
gebruiksfunctie die niet onder de hierboven genoemde categorieën vallen, worden hieronder ver-
staan. Voorbeelden: buitenberging, bushokje of parkeergarage.

Bouwwerk geen In dit kader moet men denken aan bijvoorbeeld een abri, bruggen, tunnels en viaduc-
gebouw zijnde ten.

Figuur 6.10 De twaalf hoofd-gebruiksfuncties volgens het Bouwbesluit 2003

06950408_hfdst06.indd 133 16-11-2005 15:58:14


134

Bij lichte bouwvergunningsprocedures mag de delijk: een gemeente mag hier niet van afwijken
gemeente het plan zelf op welstand beoordelen of nadere eisen stellen.
of aan de welstandscommissie of stadsbouw- Qua indeling is het bouwbesluit toegankelijker
meester voorleggen. gemaakt, waardoor onderwerpen gemakkelijker
te vinden zijn. Maar ook inhoudelijk zijn er veel
6.2.3 Bouwbesluit kleine en grotere wijzigingen doorgevoerd. De
Het Bouwbesluit is evenals de Woningwet ver- functies worden in het Bouwbesluit aangeduid
nieuwd per 1 januari 2003. Het Bouwbesluit als gebruiksfuncties. Om dit goed te laten werken
geeft de bouwtechnische en inrichtingstechni- zijn er in totaal twaalf categorieën gebruiksfunc-
sche voorschriften voor nieuwbouw als voor de ties geformuleerd, ook wel hoofdgebruiksfuncties
bestaande bouw. Deze voorschriften gelden lan- genoemd, figuur 6.10.

Hoofddraagconstructie

Uiterste grenstoestand
Belastingscombinaties

Belastingscombinaties
Bouwconstructie

artikel 2.2 2.3 2.4


lid 1 2 3 4 5 6 1 2 1 2
1 Woonfunctie
a woonfunctie gelegen in een wo- 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
ninggebouw
b woonfunctie van een woonwagen 1 – 3 4 – – – – 1 2 –
c andere woonfunctie 1 2 3 – – 1 – – 1 2 –
2 Bijeenkomstfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
3 Celfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
4 Gezondheidszorgfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
5 Industriefunctie
a lichte industriefunctie 1 2 3 – 5 – – – 1 2 –
b andere industriefunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
6 Kantoorfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
7 Logiesfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
8 Onderwijsfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
9 Sportfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
10 Winkelfunctie 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –
11 Overige gebruiksfunctie
a overige gebruiksfunctie voor het 1 2 3 – – 1 6 2 1 2 –
personenvervoer
b overige gebruiksfunctie voor het 1 2 3 – – 1 6 2 1 2 –
stallen van motorvoertuigen
c andere overige gebruiksfunctie 1 2 3 – 5 – 6 – 1 2 –
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde 1 2 3 – – 1 – 2 1 2 –

Figuur 6.11 Relatie tussen de gebruiksfunctie en de van toepassing zijnde onderdelen van het Bouwbesluit

06950408_hfdst06.indd 134 16-11-2005 15:58:14


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 135

6.2.3.a Uitgangspunten Bouwbesluit • lid 2; geeft aan dat met de vermelde prestatie-
De Bouwbesluit-voorschriften gelden voor alle eis(en) wordt voldaan aan de functionele eis;
soorten bouwwerken. Uitgangspunt is dat een • eventueel aanwezig lid 3: geeft aan voor
bouwwerk bij normaal gebruik niet onveilig of welke gebruiksfunctie(s) de functionele eis niet
ongezond mag zijn. Daar komt bij dat een nieuw van toepassing is;
maar ook een bestaand gebouw bruikbaar moet • aansturingstabel: aan het eind van ieder eerste
zijn. Ten slotte zal een nieuw gebouw bovendien artikel van iedere paragraaf staat de zogenaamde
niet energieverslindend mogen zijn. Deze vier aansturingstabel met daarin de prestatie-eisen en
uitgangspunten (veiligheid, gezondheid, bruik- soms ook daarbij behorende grenswaarden.
baarheid en energiezuinigheid) vormen vanuit
de Woningwet de basis van het Bouwbesluit. 6.2.3.d Prestatie-eisen voor alle
Alle in het Bouwbesluit opgenomen regelgeving bouwwerken
moet herleidbaar zijn naar deze vier uitgangs- Het Bouwbesluit 2003 is uitgebreid met concrete
punten. Daarnaast is het uitgangspunt dat zoveel eisen. Zo geeft het nieuwe Bouwbesluit ook pres-
mogelijk de voorschriften worden geformuleerd tatie-eisen voor andere bouwwerken dan wonin-
in prestatie-eisen. gen en kantoren, zoals winkels en restaurants.
Maar ook introduceert het Bouwbesluit twee an-
6.2.3.b Gebruiksfunctie als basis van het dere inhoudelijke wijzigingen. Eén op het gebied
Bouwbesluit van de toegankelijkheid van utiliteitsgebouwen
Het uitgangspunt van het vernieuwde Bouw- en één in het omgaan met de bezettingsgraad
besluit is dat niet langer per type bouwwerk de van utiliteitsgebouwen.
eisen voor alle beoordelingsaspecten worden
vermeld, maar dat nu per beoordelingsaspect de Toegankelijkheidssector
eisen voor alle typen bouwwerken (de gebruiks- Er is alleen nog maar sprake van één toeganke-
functies van een gebouw) worden gegeven. De lijkheidssector: toegankelijk voor iedereen en dus
aanvrager van de bouwvergunning dient zelf ook voor rolstoelgebruikers.
voor alle gedeelten van het gebouw aan te
geven welke functie(s) zij gaan vervullen. De Bezettingsgraadklasse
functie bepaalt immers welke bouwtechnische Nieuw is ook dat bij het ontwerp van een
eisen aan constructie en ruimten worden gesteld. gebouw de bezettingsgraad wordt vastgelegd.
In figuur 6.10 zijn de twaalf gebruiksfuncties Hierin staat hoeveel personen er tegelijkertijd
weergegeven die het Bouwbesluit onderscheid. aanwezig mogen zijn. Hoe meer personen, hoe
Op basis van de gebruiksfunctie kan vervolgens uitgebreider de vluchtwegen, hoe breder de
worden vastgesteld welke leden van het Bouw- trappen en hoe meer kubieke meter per uur er
besluit van toepassing zijn, figuur 6.11. geventileerd moet worden. Het Bouwbesluit
maakt hiertoe gebruik van vijf verschillende
6.2.3.c De functionele eisen en prestatie- bezettingsgraadklassen, de klassen B1 t/m B5.
eisen
Is eenmaal bekend welke gebruiksfuncties een Klasse Bezettingsgraad
ruimte gaat krijgen, dan kunnen in het Bouw- in m gebruiks-
2
in m2 vloerop-
besluit de eisen voor de diverse beoordelings- oppervlakte per pervlakte aan
aspecten worden opgezocht. Net als in het persoon verblijfsgebied
‘oude’ Bouwbesluit worden er bij de beoor- per persoon
delingsaspecten functionele en prestatie-eisen B1 ≤2 ≤ 1,3
gesteld. De verschillende paragrafen zijn steeds B2 >2–≤5 > 1,3 – ≤ 3,3
op dezelfde manier opgebouwd: B3 > 5 – ≤ 12 > 3,3 – ≤ 8
• het eerste artikel van een paragraaf voor een B4 > 12 – ≤ 30 > 8 – ≤ 20
beoordelingsaspect geeft het kader aan voor de
B5 > 30 > 20
voorschriften;
• lid 1: geeft de functionele eis; Figuur 6.12 Bezettingsgraadklassentabel

06950408_hfdst06.indd 135 16-11-2005 15:58:15


136

Eisen Toelichting
Vloerafscheidin- • de vereiste breedte van trappen is afhankelijk van de bezettingsgraad en vloerop-
gen, trappen en pervlakte
afscheidingen van • de struikelformule is komen te vervallen
trappen en helling- • een trap van een utiliteitsgebouw hoeft geen regenwerende scheidingsconstructie
banen meer te hebben
• in het kader van de verbetering van de beloopbaarheid van trappen in woningen is
de vereiste vrije hoogte verhoogd van 2,1 naar 2,3 m
• trappen in woningen krijgen ruimere afmetingen, inspelend op het feit dat er meer
ouderen komen en langer zelfstandig thuis wonen

Brandveiligheid • voor woningen en woongebouwen zijn er zwaardere eisen in verband met beperking
van de ontwikkeling van brand, de uitbreiding van brand en het ontstaan van rook
• voor woongebouwen en woningen met verblijfsruimten op verschillende bouw-
lagen is een op het elektriciteitsnet aangesloten rookmelder voorgeschreven
• de maximale toegestane slanglengte van brandslanghaspels is verhoogd van 20 tot 30 m
• voor vluchten is de maximale loopafstand binnen de woning 15 m geworden

Vrije doorgang • de eis aan de afmetingen van een rolstoeltoilet in woningen en woongebouwen is
in overeenstemming gebracht met de eis bij utiliteitsgebouwen
• de vereiste vrije hoogte in verblijfsgebieden en verblijfsruimten is verhoogd van 2,4
naar 2,6 m
• de vereiste vrije hoogte van de toegangen tot deze ruimten en in toilet- en bad-
ruimten en verkeersroutes is verhoogd van 2,1 naar 2,3 m
• de vereiste breedte van gemeenschappelijke verkeersruimten in woongebouwen is
verhoogd van 1,1 naar 1,2 m
• de minimaal vereiste breedte van een verkeersruimte in de toegankelijkheidssector
van een utiliteitsgebouw is verlaagd van 1,4 naar 1,1 m

Toegankelijkheids- • gebouwen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 400 m2 dienen een toegan-
sector in utiliteits- kelijkheidssector te hebben waarin ten minste 40% van de verblijfsoppervlakte ligt
gebouwen

Uitzicht vanuit utili- • hieraan worden geen eisen meer gesteld


teitsgebouwen

Bruikbaarheid van • het minimaal vereiste aantal toiletten is verhoogd. Omwille van arbeidsomstandig-
utiliteitsgebouwen heden zal een gebouw waarvan een substantieel aantal personen gebruik maakt, ten
minste twee toiletten moeten hebben om scheiding naar seksen mogelijk te maken

Energiezuinigheid • thermische isolatie is nog slechts vereist voor gebouwen die worden verwarmd voor
het gebruik door mensen

Bruikbaarheideisen • vervallen zijn de eisen dat er bij een woning een buitenberging en een buitenruimte
voor woningen aanwezig moeten zijn
• vervallen zijn de eisen dat een woning een opstelplaats voor een wasmachine moet
hebben en een voorziening voor telecommunicatiesignalen

Geluidwering tus- • de eisen voor contactgeluidsisolatie voor woningen zijn met 5 dB verhoogd
sen woningen
Figuur 6.13 Essentiële wijzigingen in het nieuwe Bouwbesluit

06950408_hfdst06.indd 136 16-11-2005 15:58:15


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 137

Bezettingsgraadklasse B1 houdt bijvoorbeeld in worden bepaald volgens de NEN 5128. De ener-


dat per persoon tussen de 0,8 en 2 m² gebruiks- gieprestatie voor utiliteitsbouw moet bij nieuw-
oppervlakte noodzakelijk is. Bij hogere klassen bouw worden berekend volgens de NEN 2916.
heeft elke aanwezige meer vierkante meters ter In de normen NEN 5128 en NEN 2916 wordt een
beschikking, figuur 6.12. bepalingsmethode gegeven voor de energiepres-
tatiecoëfficiënt van een gebouw. Met deze bepa-
De aanvrager van een bouwvergunning moet lingsmethode is een instrument gegeven voor de
bij de aanvraag opgeven voor welke klasse de integrale beoordeling van de energiezuinigheid
in het gebouw ondergebrachte gebruiksfuncties van de bouwkundige onderdelen van een ge-
geschikt gemaakt worden. bouw en de tot het gebouw behorende instal-
laties. Door het stellen van een integrale eis aan
De keuze bepaalt vervolgens het niveau van de energieprestatiecoëfficiënt van een gebouw,
eisen dat voor de betreffende ruimte geldt. Is wordt de mogelijkheid gegeven met optimale
eenmaal voor een bepaalde klasse aangevraagd, inzet van middelen de beoogde energiezuinig-
dan mag de ruimte niet worden gebruikt met heid van bouwkundige en installatietechnische
een hogere bezetting. componenten van een gebouw te realiseren.

6.2.3.e Essentiële wijzigingen in het 6.2.4.a De essentie van de EPC


Bouwbesluit 2003 De energieprestatie van een gebouw is een maat
In het Bouwbesluit 2003 zijn naast de andere voor de gemiddelde energie-efficiëntie van dat
vernieuwde aanpak ook de nodige inhoudelijke gebouw, inclusief technische installaties. Het
wijzigingen meegenomen. Ingespeeld wordt op begrip energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wordt
nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, waar- geïntroduceerd in de energieparagrafen van het
bij gedacht kan worden aan de kwaliteitsvraag, Bouwbesluit en in de normbladen van het NEN,
energiebesparing, de gemiddelde lengte van de voorheen Nederlands Normalisatie Instituut te
bevolking, figuur 6.13. Delft. Hiermee kan de energie-efficiëntie van een
gebouw worden uitgedrukt in één getal.
6.2.3.f Conclusie De essentie:
Het Bouwbesluit is een essentieel instrument. 1 De energieprestatie wordt uitgedrukt in EPC.
Ondubbelzinnige voorschriften en bepalings- 2 EPC staat voor energieprestatiecoëfficiënt.
methoden worden verkregen door de in het 3 Hoe lager de EPC, hoe beter de energie-
Bouwbesluit opgenomen verwijzing naar NEN- efficiëntie is.
normen en zelfs kwaliteitsverklaringen. Het 4 EPC is een maat voor de energie-efficiëntie
gebruikmaken van materialen of bouwdelen van gebouwen inclusief installaties.
met erkende kwaliteitsverklaringen maakt de 5 Het totale energiegebruik voor energiepresta-
beoordeling van een aanvraag om een bouwver- tieberekeningen volgens NEN 2916 bestaat uit:
gunning eenvoudiger. Dit maakt een snelle en • verwarming;
eenvoudige toetsing van de bouwaanvraag aan • ventilatoren;
het Bouwbesluit mogelijk. • verlichting;
• bevochtiging;
6.2.4 Energieprestatienormering • koeling;
In het Bouwbesluit worden eisen gesteld ten aan- • pompen;
zien van de energiezuinigheid. Naast de energie- • warm tapwater.
prestatie-eisen zijn eisen gesteld met betrekking
tot de thermische isolatie en het beperken van En de aftrekposten:
de luchtdoorlatendheid. Voor de verschillende • zonnecollectoren;
gebruiksfuncties zijn in het Bouwbesluit afzon- • compensatie voor elektriciteitslevering warm-
derlijke energieprestatie-eisen (EPC-waarden) tekracht.
opgenomen. De energieprestatie van een nieuw
te realiseren woonfunctie en woongebouw moet

06950408_hfdst06.indd 137 16-11-2005 15:58:15


138

De energieprestatienormen gaan alleen over het Dit komt tot uitdrukking in onder andere:
energiegebruik dat voor het gebouw zelf nodig • een opgelegd aantal branduren verlichting;
is. Procesgebonden energiegebruik, zoals dat van • een opgelegd aantal draaiuren voor ventilato-
computers, medische apparatuur, vriescellen, ren en koelmachines;
enzovoorts, valt daar dus buiten. • een opgelegde waarde voor de binnentempe-
ratuur.
6.2.4.b Energie-efficiëntie
In de prestatiegedachte in het Bouwbesluit is Het werkelijke gebruik kan soms sterk afwijken
ervoor gekozen om integraal naar het energie- van dit ‘standaardgebruik’. Indien in een ge-
gebruik van woningen en gebouwen te kijken bouw liften of roltrappen aanwezig zijn, dan
en daarom op gebouwenniveau eisen aan het hoeft het energiegebruik daarvan volgens de
energiegebruik te stellen. Tegelijkertijd worden Energieprestatienormering niet in rekening te
bouwkundige en installatietechnische aspecten worden gebracht.
beoordeeld.
6.2.4.c Nieuwe eisen
De energieprestatie-eis is dus een integrale ener- Een andere belangrijke wijziging die per 1 januari
giezuinigheidseis. Hiermee wordt een minimum 2003 is doorgevoerd, is de aanscherping van
energiezuinigheid beoogd voor gebouwen, op de EPC-eisen voor utiliteitsbouw, figuur 6.14.
zowel het bouwkundige als installatietechnische De eisen voor woningbouw zullen vooralsnog
vlak. Hoe men deze minimum energie-efficiëntie niet veranderen. De Nederlandse overheid heeft
in de bouwpraktijk realiseert voor een gebouw, de EPC-eisen voor utiliteitsbouw aangescherpt
met andere woorden welke energiebesparende omdat op internationaal niveau, in het kader
maatregelen men inzet, wordt aan de partijen van het Kyoto Protocol, afspraken gemaakt zijn
in het bouwproces (architect, opdrachtgever, over het terugdringen van het broeikaseffect.
adviseurs) overgelaten. Feitelijk maakt het niet In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid is voor de
uit welke maatregelen worden getroffen, zolang gebouwde omgeving een jaarlijkse CO2 -reductie
een bepaald maximum toelaatbaar energiege- van 3 Mton CO2 in de periode 2008−2012 ten
bruik maar niet wordt overschreden. opzichte van 1990 afgesproken. Hiervan komt
1 Mton voor rekening van de utiliteitsbouw. Om
NEN 2916 is géén berekeningsmethode van het dit niveau te bereiken moeten maatregelen wor-
werkelijke energiegebruik. Een energiepresta- den getroffen. De aanscherping van de energie-
tieberekening is géén methode om de meter- prestatie-eisen voor utiliteitsbouw zijn in dit licht
standen voor gas en elektriciteit te voorspellen, te plaatsen.
omdat van standaard gebruikersgedrag wordt Uit de tabel met eisen blijkt dat de mate van
uitgegaan. aanscherping per gebouwfunctie verschilt.

Gebouwfunctie/ Huidige eis Nieuwe eis Verlaging


gebruiksfunctie (gebouwfunctie) (gebruiksfunctie) EPC
Bijeenkomst 2,4 2,2 8%
Cel 2,2 1,9 14%
Gezondheidszorg niet klinisch 1,8 1,5 17%
Gezondheidszorg klinisch 3,8 3,6 5%
Horeca 1,9 − −
Kantoor 1,6 1,5 6%
Logies 2,1 1,9 10%
Onderwijs 1,5 1,4 7%
Sport 2,2 1,8 18%
Winkel 3,5 3,4 3%

Figuur 6.14 De nieuwe EPC-eisen voor de utiliteitsbouw

06950408_hfdst06.indd 138 16-11-2005 15:58:16


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 139

Voordat de overheid overgaat tot aanscherping gedefinieerd dat ook uitgangspunten betref-
van de eisen, is eerst uitgebreid onderzoek ge- fende gebruiksgedrag noodzakelijk zijn. Bijvoor-
daan naar de mogelijkheden tot aanscherping. beeld voor de gemiddelde binnentemperatuur of
Daarbij is onder andere gekeken naar de financi- het warmtapwatergebruik. De uitgangspunten
ele consequenties van de aanscherping. in de energieprestatienormen zijn gebaseerd
op gemiddeld gedrag en sluiten daardoor aan
6.2.4.d Energie-efficiëntie in het bij de huidige gebruikseisen. Andere uitgangs-
bouwproces punten betreffen bijvoorbeeld klimaatfactoren
De invloed van keuzes op de energie-efficiëntie (buitentemperatuur, aantal uren zonneschijn).
van woningen en gebouwen is bij het start van De berekening van de EPC is bewerkelijk. Diverse
het ontwerp het grootst. Het energieverbruik adviesbureaus beschikken over de vereiste com-
moet daarom zo vroeg mogelijk in het bouw- puterprogramma’s.
proces aan de orde komen, figuur 6.15. Bij de
projecten waarbij vooraf goed is nagedacht over Berekening van de EPC
de (on)mogelijkheden in techniek, budget en De energieprestatie wordt uitgedrukt in:
gebruik worden de beste resultaten geboekt. • EPC, de energieprestatiecoëfficiënt. De EPC
Achteraf zaken toevoegen kost vaak extra moeite geldt voor woningen, woongebouwen en
èn onnodig veel extra geld. utiliteitsgebouwen bestaande uit één gebouw-
functie;
Het toepassen van energiebesparende maatre- Qtotaal
gelen moet geen ´trucje´ worden om een lage
• het quotiënt Qtoelaatbaar
EPC te behalen. Het moet juist een integraal het totale energiegebruik (voor verwarming +
onderdeel van het bouwproces worden met als warmtapwater + pompen + koeling + ventila-
resultaat dat de kosten van het energieverbruik toren + verlichting + bevochtiging – fotovol-
verlaagd kunnen worden. Belangrijk is dat een taïsche zonnecellen;
lager energieverbruik een bijdrage levert aan het • compensatie opwekking elektriciteit warm-
realiseren van de overheidsdoelstellingen om de tekracht) gedeeld door het maximum toelaat-
uitstoot van CO2 te reduceren. Bewust met ener- bare energiegebruik, figuur 6.16.
gie omgaan, begint met een goed doordachte
aanpak van ontwerpen en bouwen.

koeling
Voor de berekening van de EPC zijn uitgangs- tapwater
punten vastgelegd in de energieprestatienorm. pompen
Als geldt :
toelaatbaar energiegebruik

energiegebruik gebouw
Hiermee wordt de energie-efficiëntie van utili-
energiegebruik gebouw

bevochtiging ≤ toelaatbaar energiegebruik


teitsgebouwen vergelijkbaar. De EPC is zodanig
ventilatoren dan geldt :
EPC ≤ EPC-eis
en wordt voldaan aan de energie-
veel verlichting prestatie-eis uit het Bouwbesluit
Mate van invloed

verwarming

Figuur 6.16 Energiegebruik van het gebouw in relatie tot


het toelaatbare energiegebruik

weinig

Initiatief Definitie Voorlopig Definitief Realisatie Nazorg


ontwerp ontwerp
Fase
Figuur 6.15 Mate van invloed op de energie-efficiëntie in
het bouwproces

06950408_hfdst06.indd 139 16-11-2005 15:58:17


140

Energiegebruik utiliteitsgebouw, Maximum energiebudget,


berekend volgens NEN 2916 volgens rekenregel uit NEN 2916
Verwarming
+
Koeling
+
Verlichting Het maximum energiebudget
+ (toelaatbaar energiegebruik)

Ventilatoren is afhankelijk van

+
Pompen Gebruiksoppervlakte
+ +
Bevochtiging Verliesoppervlakte
− +
Warmtapwater Koeling
− +
Opbrengst fotovoltaische cellen Bezettingsgraad
− +
Compensatie elektriciteitslevering warmtekracht EPC-eis
= =
karakteristiek energiegebruik energiebudget

Figuur 6.17 Aan de energie prestatie-eis wordt voldaan als geldt karakteristiek energiegebruik ≤ aan energiegebruik utiliteits-
gebouw

Aan de energieprestatie-eis wordt voldaan als: Het maximaal toelaatbare energiegebruik


• de EPC van een bouwwerk niet hoger is Qpres;toelaatbaar hangt af van de:
dan de EPC-eis • waarde van de EPC-eisen;
• Qtotaal • gebruiksoppervlakte;
Qtoelaatbaar • verliesoppervlakte;
niet hoger is dan de waarde 1, figuur 6.17. • eventuele aanwezigheid van mechanische
koeling (alleen voor utiliteitsgebouwen);
• minimaal vereiste ventilatie volgens het
De relatie die er bestaat tussen de EPC en Bouwbesluit (alleen voor utiliteitsgebouwen).
Qtotaal
is:
Qtoelaatbaar Voor woningen/woongebouwen geldt:
Qtotaal Qtotaal 1
EPCgebouwfunctie = × EPC-eis Bouwbesluit. EPC = ∙
Qtoelaatbaar 330 ∙ Agebruik + 65 ∙Averlies Cepc

Waarin:
Qtotaal
Als het quotiënt EPC = energieprestatiecoëfficiënt
Qtoelaatbaar
Qtotaal = karakteristieke energiegebruik
bijvoorbeeld 0,85 is, dan is de energieprestatie volgens NEN 5128
van dat gebouw 15% beter dan het Bouw- Averlies = verliesoppervlakte in m2
besluit vereist. Agebruik = gebruiksoppervlakte in m2
Cepc = correctiefactor EPC

06950408_hfdst06.indd 140 16-11-2005 15:58:18


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 141

Tot slot moet worden opgemerkt dat de energie- betreffende onderwerp geldende Nederlandse
prestatienorm een behoorlijke impact heeft op norm. Om te voorkomen dat in zo’n geval het
het bouwproces. Het zijn niet alleen de keuzes Bouwbesluit moet worden gewijzigd, is op voor-
die de ontwerper maakt, het begint eigenlijk nog hand al vastgesteld dat een dergelijke Europese
eerder. Ook planologen en stedenbouwers moe- norm in de plaats treedt van een NEN-norm. Op
ten beseffen dat de ruimtelijke ordening direct deze wijze kan dus snel en doeltreffend worden
invloed heeft op de energieprestatie. Denk hier- ingespeeld op ontwikkelingen die voortvloeien
bij aan de oriëntatie naar de zon, compact bou- uit een dergelijke richtlijn.
wen en dichtheid van bouwen in verband met
alternatieven voor de energievoorziening. Juist 6.2.5.a Normen
dit soort keuzes leveren een belangrijke bijdrage Een norm is een document waarin regels zijn
aan de te realiseren besparingen. vastgelegd die normaal gesproken betrekking
hebben op de kwaliteit van producten of dien-
De energetische consequenties van het ontwerp sten. In het Bouwbesluit wordt voor de bepaling
zijn een zaak voor de ontwerper. Direct van of aan een prestatie-eis (grenswaarde) is voldaan,
het begin af aan moet de ontwerper rekening regelmatig verwezen naar voor de bouwpraktijk
houden met de te treffen maatregelen. Gebeurt opgestelde bepalingsmethoden. Ook deze
dit te laat, dan bestaat de kans dat het ontwerp bepalingsmethoden zijn neergelegd in normen
compleet moet worden aangepast. Een conse- van het Nederlands Normalisatie Instituut. De
quentie hiervan is dat de ontwerper in een vroeg normen worden aangeduid met de drie hoofd-
stadium van het ontwerpproces moet beschikken letters NEN en vervolgens een nummer. Het
over gegevens van de benodigde installaties. De Bouwbesluit kan alleen verwijzen naar die delen
ontwerper wordt dus gedwongen meer samen te van een NEN-norm die voor het bouwen van
werken, niet alleen met de installateur maar ook belang en van bouwkundige aard zijn. Verwijzing
met de uitvoerende partijen. Verwacht wordt dat naar in een NEN-norm voorkomende admini-
de integratie van bouwkunde en installatietech- stratieve of andersoortige, niet bouwtechnische
niek noodzakelijk is om maximale besparingen te bepalingen vindt dan ook niet plaats. In de voor-
realiseren. Dit zal ook leiden tot verbetering van schriften van het Bouwbesluit is nu verwezen
de kwaliteit van gebouwen en woningen. naar 43 NEN-normen. Deze normen worden in
dit verband eerstelijnsnormen genoemd. Op hun
6.2.5 Normen, kwaliteitsverklaringen, beurt verwijzen deze eerstelijnsnormen veelal
model-aansluitvoorwaarden en ministeriële weer door naar andere NEN-normen: de zoge-
regelingen naamde tweedelijnsnormen. De commissie die
In het Bouwbesluit staat welke NEN-normen van is belast met het vervaardigen en onderhouden
toepassing zijn en welke kwaliteitsverklaringen van het Bouwbesluit verwijst dan pas naar een
kunnen worden toegepast. Maar tegelijkertijd NEN als deze (gedeeltelijke) norm in overeen-
is er een basis gelegd om, bijvoorbeeld door stemming is met de uitgangspunten van het
middel van een ministeriële regeling, snel en Bouwbesluit.
adequaat te kunnen inspelen op veranderingen
in het bouwproces. Hierbij kan worden gedacht 6.2.5.b Kwaliteitsverklaringen
aan nieuwe of nadere voorschriften voor de Naast de NEN-normen spelen ook de kwaliteits-
toepassing van NEN of NEN-EN normen en aan- verklaringen een belangrijke rol. De definitie van
sluitvoorwaarden. Ook wordt in het Bouwbesluit kwaliteitsverklaring is als volgt:
rekening gehouden met Europese regelgeving. ’Een kwaliteitsverklaring is een schriftelijk be-
Als gevolg van de EG-richtlijn over voor de bouw wijs, voorzien van een door de minister van
bestemde producten, kunnen door de Europese VROM aangewezen merkteken, afgegeven door
Commissie voor Normalisatie (CEN) normen een door die minister aangewezen deskundig,
worden opgesteld die voor alle lidstaten gelijk onafhankelijk instituut, op grond waarvan een
zijn. Deze zogenaamde geharmoniseerde nor- bouwmateriaal of bouwdeel, indien dat materiaal
men komen dan in de plaats van de voor het of deel bij het bouwen wordt toegepast, wordt

06950408_hfdst06.indd 141 16-11-2005 15:58:18


142

geacht te voldoen aan de bij of krachtens het buiten toepassing moeten blijven. Als voorbeeld
Bouwbesluit gestelde eisen.‘ kan hier gedacht worden aan het uitsluiten van
de zogenaamde tweedelijns-normen. Op deze
Met behulp van een kwaliteitsverklaring kan wor- wijze is voorkomen dat wijzigingen die door het
den aangetoond dat bij toepassing van de in de NEN in een door het Bouwbesluit aangewezen
desbetreffende kwaliteitsverklaring aangeduide NEN-norm worden aangebracht, automatisch
bouwmaterialen of bouwdelen, aan bepaalde een publiekrechtelijke status krijgen.
voorschriften van het Bouwbesluit geacht mag
worden te zijn voldaan. Een kwaliteitsverklaring Naast de nadere voorschriften is het ook moge-
kan ook betrekking hebben op de wijze van ver- lijk om bij ministeriële regeling inhoudelijk tech-
werking van het product tijdens de bouw. Tij- nische voorschriften te geven. Bij de voorschrif-
dens het bouwen zal de gemeente (steekproefs- ten voor de bestaande bouw bijvoorbeeld is, in
gewijs) moeten toezien of de verwerking op de tegenstelling tot bij de nieuwbouwvoorschriften,
juiste wijze plaatsvindt. Of de aanvrager van een niet altijd verwezen naar NEN-normen. Reden
bouwvergunning gebruikmaakt van materialen hiervoor is dat de desbetreffende normen niet
of bouwdelen die zijn voorzien van zo’n verkla- zijn toegesneden op de bestaande bouw. In der-
ring, staat hem vrij. gelijke gevallen is verwezen naar bij ministeriële
regeling gegeven voorschriften.
Ter uitvoering van de EG-richtlijn bouwproduc-
ten, wordt het gebruik van bouwmaterialen en Normen, kwaliteitsverklaringen, model-aansluit-
bouwdelen voorzien van een CE-markering, ver- voorwaarden en ministeriële regelingen spelen
plicht. een belangrijke rol bij het in praktijk brengen van
het Bouwbesluit.
6.2.5.c Model-aansluitvoorwaarden
In het Bouwbesluit 2003 wordt voor de nuts- 6.2.6 Toezicht op het bouwen en wonen
voorzieningen (gas, water en elektriciteit) verwe- De bouw kent dus een behoorlijk uitgebreide
zen naar de model-aansluitvoorwaarden. Deze technische regelgeving. Het is logisch dat con-
voorwaarden zijn uitgegeven door de desbetref- trole moet plaatsvinden op het naleven van
fende overkoepelende vereniging van nutsbe- deze regelgeving. De gemeente is verplicht te
drijven. Net als bij de normen is alleen verwezen voorzien in het toezicht op het bouwen, de staat
naar de voorschriften welke van bouwtechnische van het bouwen in het algemeen en die van de
aard zijn. Deze voorschriften hebben vooral volkshuisvesting in het bijzonder en op het
betrekking op de omvang en de inrichting van wonen. De gemeente is dus belast met het toe-
de voorziening voor elektriciteit, gas en water. In zicht op de naleving van de door de Woningwet
de aansluitvoorwaarden waarnaar is verwezen, gegeven voorschriften.
zijn de opgestelde NEN-normen voor deze voor-
zieningen van toepassing verklaard. Om deze toezichthoudende taak vorm te kunnen
geven beschikt de gemeente over de volgende
6.2.5.d Ministeriële regelingen handhavingsinstrumenten:
In het Bouwbesluit is het mogelijk om bij minis- • het vergunningsstelsel, waarop al eerder is
teriële regelingen (nadere) voorschriften te ge- ingegaan;
ven. Zo is onder meer de bepaling opgenomen • stillegging van de bouw;
dat bij ministeriële regeling nadere voorschriften • aanschrijving;
kunnen worden gegeven voor de toepassing van • onbewoonbaarverklaring;
de normen of aansluitvoorwaarden waarnaar in • strafrechtelijke vervolging.
het Bouwbesluit is verwezen. Op basis hiervan
is bij regeling aangegeven welke uitgave van de Wordt afgeweken van de bouwvergunning of de
norm of welk deel daarvan of welke uitgave van gestelde voorwaarden, dan kan de bouw tijdelijk
de aansluitvoorwaarden van toepassing is. Ook door de gemeente worden stilgezet, net zo lang
is daarbij aangegeven welke delen van een norm totdat voor opheffing van de geconstateerde

06950408_hfdst06.indd 142 16-11-2005 15:58:18


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 143

afwijking is gezorgd. De aanschrijving heeft De Arbowet geeft ondubbelzinnig aan dat de


voornamelijk betrekking op de bestaande bouw. veiligheid en de gezondheid van de werknemers
Als een eigenaar van een gebouw niet de door in de bouw, zowel bij het ontwerpen als bij het
de gemeente noodzakelijk geachte voorzienin- uitvoeren van bouwwerken, moet worden geco-
gen, verbeteringen of maatregelen wil treffen, ordineerd. De opdrachtgever draagt hiervoor alle
kunnen burgemeester en wethouders de eige- verantwoordelijkheid. Uiteraard geldt dit voor
naar daartoe aanschrijven. Ook kan de gemeente alle soorten bouwwerken, maar ook voor alle be-
overgaan tot onbewoonbaarverklaring, als een trokken participanten bij het bouwproject. Ieder-
woning niet meer geschikt is voor bewoning en een heeft een taak bij het invullen van de wetge-
niet meer door het treffen van voorzieningen en ving, en samenwerking is daarbij een must.
het aanbrengen van verbeteringen bewoonbaar
kan worden gemaakt. De uitwerking van die regels staan (in toene-
mende mate van detaillering) in het ArboBesluit,
Wordt de Woningwet of krachtens de Woning- de Arboregeling en de Beleidsregels, figuur 6.18.
wet gegeven voorschriften overtreden, dan kan
dat worden aangemerkt als een strafbaar feit. Arbowet
Deze overtreding kan worden bestraft met een
geldboete of hechtenis.

Arbobeleidsregels
Dit beknopte overzicht maakt in ieder geval dui- Arbobesluit
delijk dat de gemeente de juiste instrumenten
heeft om naleving van de technische regelgeving
af te dwingen.
Arboregeling

6.3 Overige regelgeving Figuur 6.18 Verhouding tussen de onderdelen van de Ar-
boregelgeving
Andere belangrijke regelgeving en wetten die de
overheid heeft samengesteld zijn met name het In de Beleidsregels wordt ten slotte vaak verwe-
Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet zen naar zeer gedetailleerde NEN-normen. Deze
en de milieuwetgeving. Daarnaast kent de NEN-normen hebben echter geen kracht van
regelgeving nog een aantal bijzondere wetten. In wet; de werkgever mag ervan afwijken als hij zelf
deze paragraaf wordt dieper ingegaan op deze een andere oplossing heeft waarmee de kwaliteit
onderwerpen. van de arbeidsomstandigheden minstens op de-
zelfde wijze wordt bereikt.
6.3.1 Bouwprocesbesluit Arbeids- De Arbowet en zijn uitvoeringsbesluiten geldt,
omstandighedenwet op een aantal kleine uitzonderingen na (ten aan-
Het is in de bouw altijd slecht gesteld geweest zien van medische keuringen, medezeggenschap
met de arbeidsomstandigheden. Dit is natuurlijk en ‘welzijnsbepalingen’), ook voor studenten.
te onderbouwen met het ziektepatroon evenals Veel van de detailregelgeving (naar schatting 80
de grote groep afgekeurde bouwvakkers. Er is tot 90%) is gebaseerd op Europese regelgeving
best het een en ander ondernomen om de vei- waar Nederland zich aan dient te conformeren.
ligheid en de arbeidsomstandigheden te verbe- Over specifieke onderwerpen zijn onder auspi-
teren, alleen de coördinatie ontbrak. In 1994 is ciën van het Ministerie van Sociale Zaken en
daarin verandering gekomen met het verschijnen Werkgelegenheid voorlichtingsbladen versche-
van het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandig- nen: de Arbo-Informatiebladen (‘AI-bladen’). Er
hedenwet. Inmiddels is sinds 1999 een nieuwe zijn AI-bladen over onder andere beeldscherm-
versie van deze wet van kracht. De naam is werk, kantoorwerkplekken en laboratoria. Deze
inmiddels afgekort tot Arbowet. bladen − inmiddels zijn er 31 AI-bladen − geven
een opsomming van de relevante regels uit het

06950408_hfdst06.indd 143 16-11-2005 15:58:19


144

bovengenoemde rijtje Arbowet, Arbobesluit, • het werk risicovol is (bijna alle activiteiten in
Arboregeling, Beleidsregels en NEN-normen. de bouw vallen hier onder);
Voor zover er vervolgens nog ruimte voor inter- • een kennisgeving verplicht is.
pretatie is, wordt in zo’n AI-blad aangegeven
wat deskundigen nu als een normale voorziening Het Arbobesluit legt de opdrachtgever de ver-
beschouwen. Ook wordt eventuele nieuwe (Eu- plichting op, het bouwwerk via een kennisgeving
ropese) wetgeving aangekondigd, zodat daarop te melden aan de Arbeidsinspectie in de regio
kan worden geanticipeerd. De AI-bladen vormen waar zal worden gebouwd. Deze kennisgeving is
dus in de praktijk de snelste ingang bij vragen verplicht als:
over wettelijke aspecten van specifieke onder- • de geraamde duur van het bouwwerk meer
werpen. dan 30 mensdagen beslaat en op die bouwplaats
op enig moment meer dan 20 werknemers tege-
Twee voor de bouwnijverheid belangrijke onder- lijkertijd werken;
delen van de Arbo-wet zijn de verplichting tot • de geraamde duur van het bouwwerk meer
het opstellen van een Veiligheids- en Gezond- dan 500 mensdagen beslaat.
heidsplan en de verschillend gedefinieerde ver-
plichtingen van de bouwparticipanten. Wat is een V&G-plan?
Een V&G-plan is een document waarin de
6.3.1.a Veiligheids- en gezondheidsplan coördinatie- en samenwerkingsafspraken staan
Het Veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) voor een grote of risicovolle bouwplaats. Met de
is bedoeld om het bouwproces op het punt van opstelling van het plan wordt al in de ontwerp-
veiligheid en gezondheid te coördineren en het fase begonnen. Het plan maakt deel uit van de
aantal ongevallen op de bouwplaats terug te aanbestedingsstukken. Tijdens de uitvoeringsfase
dringen. De bouw is nog steeds de sector waar wordt het plan aangevuld en zonodig aan de
de meeste ongevallen plaatsvinden, figuur 6.19. actuele situatie aangepast.
Dit punt verdient dus nog steeds de aandacht
van alle participanten in het bouwproces. Wat moet er in het V&G-plan worden
Het maken van een veiligheids- en gezondheids- vermeld?
plan is verplicht indien: De inhoud van een V&G-plan is divers. Naast
administratieve gegevens worden de risico’s
beschreven voor de werknemers op de bouw-
Bouw plaats, maar ook de samenwerkingsafspraken, de
Metaalindustrie overlegstructuur en de wijze van voorlichting en
instructie, figuur 6.20.
Horeca
Hout- en
meubelindustrie 6.3.1.b Verplichtingen van de
Voedings- / genot- bouwparticipanten
middelenindustrie
De Arbowet heeft voor de belangrijkste bouw-
Land- en tuinbouw
participanten verplichtingen vastgelegd. Aller-
Vervoer eerst stelt de wet dat zowel voor de ontwerpfase
Handel
als voor de uitvoeringsfase één of meerdere
coördinatoren dienen te worden aangesteld.
Overig
De taken tijdens de ontwerpfase betreffen het
Gezondheid- en nagaan van de volgende aspecten:
welzijnszorg
Onderwijs • Is er tijdens het ontwerpproces bij het nemen
van beslissingen rekening gehouden met de
0 10 20 30 arbeidsomstandigheden van de werknemers die
aantal (per 1.000 werkenden per jaar) later op de bouwplaats met de uitvoering van
Figuur 6.19 Ongevallen per sector het werk belast zullen worden?
Bron: Nationaal Kompas Volksgezondheid

06950408_hfdst06.indd 144 16-11-2005 15:58:19


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 145

Onderwerp Toelichting
Bouwwerk- Een omschrijving van wat er gebouwd moet worden en waar het bouwwerk is gesi-
gegevens tueerd. Tevens het vermelden van alle namen en adressen van de betrokken partijen,
inclusief alle onderaannemers. Het vermelden van de coördinator, alsmede de aan-
vangsdatum en geplande bouwtijd. Ook aangegeven wat het maximaal aantal werk-
nemers is dat gelijktijdig op de bouwplaats aanwezig is.

Organisatie en Het aangeven van welke onderaannemers welke werkzaamheden uitvoeren, wanneer
fasering van het deze starten/ eindigen en wie de eerste verantwoordelijke op het werk is. Tevens moet
bouwproces aangegeven worden hoe de taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld over de
V- en G-coördinator, de uitvoerende partij, de hoofduitvoerder, de bouwdirectie enz.

Coördinatie en Zowel voor de ontwerpfase als de uitvoeringsfase wordt aangegeven wanneer er Arbo-
samenwerkings- overleg is gevoerd, welke afspraken er zijn gemaakt en wie er verantwoordelijk voor
afspraken is. In de ontwerpfase gaat het om afspraken die betrekking hebben op gesignaleerde
risico’s en Arbomaatregelen/voorzieningen die afstemming behoeven tussen meerdere
participanten. Gesignaleerde niet vermijdbare risico’s worden vastgelegd in V- en
G-plan (zie hierna). In de uitvoerringsfase heeft het betrekking op de te nemen V- en
G-maatregelen en afstemming met andere werkgevers. Ook kan worden afgesproken
de Arbo als vast agendapunt te hanteren, met als onderwerpen:
• nieuwe risico’s/gesignaleerde risico’s;
• actualiseren V- en G-plan;
• naleving V- en G-plan;
• rapportage V- en G-coördinator;
• eventuele ongevallen en incidenten;
• naar aanleiding hiervan genomen maatregelen;
• overleg met en instructie voorlichting van werknemers.

Overleg en voor- Het is mogelijk in het V- en G-plan een onderdeel in te ruimen dat zich richt op de
lichting/ instructie voorlichting en instructie over bijvoorbeeld:
werknemers • overleg over V- en G-aspecten op het werk;
• voorlichting over projectafspraken en -maatregelen;
• taakgerichte voorlichting;
• specifieke instructiebijeenkomsten.

Veiligheids- en In het V- en G-plan wordt zowel voor de ontwerpfase als voor de uitvoeringsfase vastge-
gezondheids- legd welke bestekpost en activiteit leidt tot een Arbo-risico. De risico-oorzaak wordt hier-
gevaren bij ook aangegeven. Tevens wordt aangegeven welke maatregelen danwel voorziening
getroffen is om de risico’s te beperken. Ook de verantwoordelijke moet vermeld worden
die de voorziening heeft aangebracht, die hem in stand heeft gehouden en degene die
het toezicht heeft gehouden.

Bouwplaatsvoor- Er wordt een overzicht opgenomen in het V- en G-plan van alle aanwezige bouw-
zieningen en plaatsvoorzieningen en -regels die van toepassing zijn op de bouwplaats.
-regels

06950408_hfdst06.indd 145 16-11-2005 15:58:20


146

Onderwerp Toelichting
Bijlagen De bijlagen bestaan uit:
• procedures bij ongevallen;
• alarmregeling;
• bedrijfshulpverlening;
• verkeersregels;
• toegangsregels;
• vergunningen;
• aanwezig voorlichtingsmateriaal;
• procedures afvalopslag en -afvoer.
Figuur 6.20 Voorbeeld van de inhoud van een Veiligheids- en Gezondheidsplan

• Is er bij de materiaalkeuze aandacht besteed matige samenwerking. Het V&G-plan is natuurlijk


aan aspecten zoals gewicht, afmetingen, ruw- mooi, maar het blijft een stuk papier. Met alle be-
heid en giftigheid? trokkenen maakt de coördinator afspraken over de
• Is in het ontwerp rekening gehouden met bij- taken en verantwoordelijkheden op het gebied van
voorbeeld veiligheidsvoorzieningen ten behoeve de arbeidszorg, wie toezicht houdt en op welke
van de bouwplaatsafbakening (zoals wegafzet- wijze moet worden gerapporteerd.
tingen) en is er voldoende ruimte voor sanitair
en schaftgelegenheden? Verplichting opdrachtgever
• Is in inzet, situering en reikwijdte van bouw- De verplichting van de opdrachtgever in het
kranen en ander zwaar materieel voorzien? kader van de Arbowet is ervoor zorgdragen:
• Is een zodanige bouwmethode mogelijk dat • dat de voorschriften worden nageleefd;
de verschillende onderdelen van het bouwwerk • dat de coördinatoren zowel in de ontwerp- als
zoals gevel en dak tijdens het bouwen en onder- uitvoeringsfase hun werk verrichten volgens de
houdswerkzaamheden veilig bereikbaar zijn? daarvoor geldende artikelen;
• Kunnen er mogelijk al voorzieningen aan het • dat het V&G-plan onderdeel vormt van het
bouwwerk worden aangebracht waarvan bij bestek van het betreffende werk;
latere onderhouds- en reinigingswerkzaamheden • dat tijdens de uitvoeringsfase met één uitvoe-
aan het dan gerealiseerde bouwwerk gebruik rende partij een schriftelijke overeenkomst wordt
kan worden gemaakt? gesloten, zodat de verplichtingen uit de Arbowet
betreffende de coördinatie zijn vastgelegd.
Daarnaast moet de coördinator in de ontwerpfase
zorgdragen voor het opstellen van een V&G-plan Verplichting ontwerpende partij
alsmede het samenstellen van een dossier. Dit De verplichting van de ontwerpende partij in
dossier, waarin de voor de veiligheid en gezond- het kader van de Arbowet is: ervoor zorgdragen
heid van de werknemers belangrijke bouwkun- dat namens de opdrachtgever-consument wordt
dige en technische kenmerken zijn beschreven, voldaan aan de Arbowetgeving. Werken er meer
is van belang bij het verrichten van latere werk- ontwerpende partijen in opdracht van de op-
zaamheden aan het bouwwerk en is bestemd drachtgever aan hetzelfde bouwwerk, dan wordt
voor de eigenaar of beheerder van het bouwwerk. in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd door
De coördinator voor de uitvoeringsfase heeft tot wie aan de verplichtingen wordt voldaan.
taak het V&G-plan in de praktijk tot uitvoering te
brengen en het doorlopend aan de voortgang van Verplichting uitvoerende partij
de bouwwerkzaamheden aan te vullen dan wel De verplichtingen van de uitvoerende partij in
aan te passen. Bij de inhoud van het V&G-plan het kader van de Arbowet bestaan uit:
kwam dit al aan bod. Daarnaast moet juist de coör- • zorgdragen dat een coördinator voor de uit-
dinator tijdens de uitvoering zorgdragen voor doel- voeringsfase wordt aangesteld;

06950408_hfdst06.indd 146 16-11-2005 15:58:20


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 147

• erop toezien dat de coördinator de taken verontreinigingen. Met de nieuwe wetgeving


conform de wet uitoefent en dat deze zijn werk- wordt getracht te komen tot een integrale bena-
zaamheden naar behoren kan vervullen; dering van de milieuproblematiek. In de Wet mi-
• ervoor zorgen dat de samenwerking en het lieubeheer zijn de volgende wetten opgenomen:
overleg tussen werkgevers en werknemers op • Wet bodembescherming;
de bouwplaats op een passende wijze wordt • Hinderwet;
gecoördineerd. • Wet geluidhinder;
• Afvalstoffenwet;
Verplichting werkgever • Wet inzake de luchtverontreiniging;
De verplichtingen van de werkgever bestaan uit: • Wet chemische afvalstoffen;
• treffen van doeltreffende maatregelen ter • Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
bescherming van de veiligheid en de gezondheid
van zijn werknemers op de bouwplaats; Belangrijk is te melden dat bij het aanvragen van
• naleven van en medewerking geven aan het een bouwvergunning (zie ook paragraaf 6.2.4)
V&G-plan. moet worden aangetoond dat de milieuvergun-
ning is aangevraagd. De bouwvergunning wordt
Op grond van de Arbowet ligt de primaire verant- pas verleend, nadat de milieuvergunning door
woordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid de gemeente is afgegeven.
van werknemers bij de werkgever. Vanuit deze
verantwoordelijkheid is de werkgever onder meer 6.3.3 Bijzondere wetten
verplicht om de risico’s, die het door hem geko- In specifieke gevallen zijn er naast de al behan-
zen productieproces voor de arbeid van zijn werk- delde wetten bijzondere wetten van kracht.
nemers met zich meebrengt, te inventariseren en Neem het voorbeeld van een koper van een oud
te evalueren. Op basis daarvan kunnen doeltref- pand. Hij wil deze geheel slopen en op dezelfde
fende maatregelen worden genomen om een ef- plaats een nieuwe woning realiseren of er een
fectief arbeidsomstandighedenbeleid te realiseren. café of restaurant beginnen. Voor dergelijke ge-
vallen is er aparte wetgeving, de Monumenten-
Uit deze beknopte weergave van de Arbeidsom- wet en de Drank- en Horecawet.
standighedenwet blijkt dat gedacht is aan de
veiligheid en gezondheid van de werknemer: Monumentenwet
degene die uiteindelijk het werk realiseert. Ken- Doel van de Monumentenwet is de monumen-
merkend is verder dat door het hele proces heen ten in Nederland te beschermen. Nederland kent
moet worden gedacht aan de veiligheid en vele oude gebouwen, echter door het ontbreken
gezondheid van de werknemers. In feite moeten van een duidelijke regelgeving zijn er in het ver-
bij het zetten van de eerste streep op papier di- leden ook veel waardevolle panden gesloopt. In
rect de volgende vragen gesteld worden: Wat is de Monumentenwet worden al de onroerende
het gewicht? Wat worden de afmetingen? Hoe zaken die minstens vijftig jaar of ouder zijn en
gaan wij het produceren, monteren, enzovoort? van algemeen belang zijn, aangemerkt als een
Zelfs moet in de ontwerpfase al gedacht worden monument. Inschrijving vindt dan plaats in het
aan de beheerfase: kan men gemakkelijk bij het register van de Monumentenwet. Dit heeft weer
onderdeel komen ter reparatie, reiniging of ver- tot gevolg dat verbouwingen of veranderingen
vanging. Een goede zaak derhalve. niet mogen plaatsvinden zonder toestemming
van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en
6.3.2 Milieuwetgeving Cultuur. Het is daarnaast ten strengste verboden
Op 1 maart 1993 is de Wet milieubeheer in wer- een monument te slopen of te verplaatsen.
king getreden. De overheid tracht hiermee te
voorkomen dat het leefmilieu van mensen, die- Drank- en Horecawet
ren en planten wordt aangetast. In het verleden Het doel van de Drank- en Horecawet is simpel:
is Nederland maar al te vaak opgeschrikt door het stellen van regels, in verband met de ver-
berichten en beelden van grootschalige bodem- strekking van alcoholhoudende dranken. Je kunt

06950408_hfdst06.indd 147 16-11-2005 15:58:20


148

niet zomaar een café beginnen. Bouwkundig (ISV) en het deel daarvan dat bestemd is voor
worden er eisen gesteld aan de toiletgelegen- het Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing
heden (gescheiden voor dames en heren), af- (IPSV). De wet gaat onder meer in op de criteria
metingen van de ruimte, aan de ventilatie en om in aanmerking te komen voor steun uit het
de verlichting. Deze regels komen bovenop de investeringsbudget (in het Besluit Beleidskader
regels die via het Bouwbesluit aan het pand wor- Stedelijke Vernieuwing) en het onderscheid
den gesteld op het gebied van veiligheid, ge- tussen rechtstreekse (bijdrage van het Rijk) en
zondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. niet-rechtstreekse (bijdrage van de provincies)
gemeenten (Besluit aanwijzing rechtstreekse
gemeenten en verdeelsleutel stedelijke vernieu-
6.4 Financiële regelgeving wing). Gelet op het systeem van budgetverstrek-
king kent de wet een sanctieregeling, die na
Het volkshuisvestingsbeleid is sinds het verschij- afloop van het investeringstijdvak kan worden
nen van de Nota Volkshuisvesting in de jaren ’90 toegepast.
van de vorige eeuw gericht op het terugtreden
van de rijksoverheid uit de volkshuisvesting. Het beleid van stedelijke vernieuwing richt zich
Diverse taken en bevoegdheden zijn aan de ge- vooral op de kwaliteit van de leefomgeving,
meenten overgedragen, waarbij de gemeente waarbij de fysieke aspecten (wonen, werken,
verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het ruimte, bodem en geluid) centraal staan. Het
(indicatieve) bouwprogramma, terwijl vroeger Beleidskader is voor gemeenten de inhoudelijke
het Rijk het aanspreekpunt was. Ondanks dat de leidraad bij de opstelling van het gemeentelijk
overheid zich steeds verder aan het terugtrekken ontwikkelingsprogramma. De eisen daarvoor zijn
is, beschikt de overheid over een aantal wet- in artikel 7 geregeld. Zonder een (goedgekeurd)
ten en besluiten om de woningbouw financieel programma of projectplan (voor de kleinere
te stimuleren. In dit kader komen de volgende gemeenten) wordt geen ISV-bijdrage verstrekt.
wetten/besluiten aan bod:
• Wet Stedelijke Vernieuwing; De opzet van het ISV is zodanig, dat met een
• Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing; vijfjarig budget meerjarige financiële zekerheid
• Huursubsidiewet. wordt geboden. De indicatieve verdeling over
de budgethouders is vooraf bekend. De budget-
6.4.1. Wet stedelijke vernieuwing (Wsv) houders zijn de dertig in dit besluit aangewezen
De Wet stedelijke vernieuwing(Wsv) komt in de rechtstreekse gemeenten. Voor de overige
plaats van een groot aantal bestaande regelin- gemeenten zijn dat de provincies. Bij het maken
gen, op grond waarvan voorheen de bijdrage van de verdeelsleutel is een vijftal aandachts-
aan gemeenten en provincies werd verstrekt. Die gebieden van stedelijke vernieuwing onder-
regelingen zijn: scheiden:
• Besluit op de stads- en dorpsvernieuwing; • woningmarktpositie;
• Besluit locatiegebonden subsidies; • leefbaarheid en kwaliteit van de openbare
• Besluit woninggebonden subsidies 1995. ruimte;
• cultuurhistorische kwaliteit;
De Wsv is per 1 januari 2000 van kracht en • stedelijke economie;
werkt, met uitzondering van de artikelen 17 en • lokale milieukwaliteit.
18, terug tot en met 1 januari 2000.
Op grond van die financiële zekerheid maken
In de Wsv heeft de term ‘stedelijke vernieuwing’ gemeenten ontwikkelingsprogramma’s voor de
betrekking op ingrepen in de fysieke leef- periode van vijf jaar, met een doorkijk naar tien
omgeving op het gebied van wonen, ruimte, jaar. Zo’n programma vormt de basis voor het te
milieu, grootschalig groen en stadseconomie. voeren stedelijk vernieuwingsbeleid.
De wet regelt onder meer de aanwending van
het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing

06950408_hfdst06.indd 148 16-11-2005 15:58:20


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 149

Vijfjaarlijkse termijnen wanneer en hoe een tegemoetkoming in de


Er is tot 2010 ruim 4,5 miljard euro gereserveerd huurlasten kan worden verkregen.
voor stedelijke vernieuwing. Daaronder vallen
ook de grondkostenbijdragen voor de Vinex- De Huursubsidiewet blijkt in de praktijk een
locaties (voorheen Besluit locatiegebonden sub- effectief instrument bij het realiseren van de
sidies). De budgetten worden telkens voor een doelstelling en bij het betaalbaar houden van
periode van vijf jaar toegezegd en in vijfjaarlijkse de volkshuisvesting. De hoogte van de subsidie
termijnen uitbetaald. De voorwaarde is het indie- wordt voor elke huurder jaarlijks opnieuw vast-
nen van een meerjaren ontwikkelingsprogramma gesteld voor de duur van een subsidietijdvak
(MOP) of een projectplan (voor de kleinere ge- (normaal 1 jaar, van 1 juli tot en met 30 juni van
meenten). het volgend jaar). De aanvrager moet ieder jaar
opnieuw de aanvraag indienen en de gemeente
Beschikkingen eerste budgetperiode controleert de gegevens. Vervolgens stuurt de
Op grond van de goedgekeurde programma’s gemeente de gegevens door naar het ministerie
en projectplannen voor het eerste investerings- van VROM. Het ministerie neemt de uiteindelijke
tijdvak (2000-2004) zijn de beschikkingen voor beslissing over toekenning van de subsidie. Vaak
de gemeenten getekend, met daarin onder meer ook loopt de aanvraag via de verhuurder en
genoemd de hoogte van de ISV-budgetten. Het wordt het ook via de verhuurder ingediend. De
gaat om de 30 rechtstreekse gemeenten en ruim verhuurder zal bij toekenning iedere maand de
100 gemeenten die via de provincie voor een huurprijs van de aanvrager verlagen met de toe-
bijdrage in aanmerking komen. gekende bijdrage.

6.4.2 Innovatieprogramma Stedelijke Uitgangspunt bij de berekening van de Huursub-


Vernieuwing (IPSV) sidie-bijdrage is dat iedere huurder geacht wordt
Stedelijke vernieuwing vraagt keer op keer om een redelijk deel van zijn inkomen aan huur te
nieuwe oplossingen. Soms gaat het om grote besteden. Over het algemeen geldt dat de huur-
projecten met een impact op de hele stad. Dan subsidie lager is naarmate het inkomen hoger
weer laten kleine initiatieven van direct betrok- wordt. De subsidie wordt verhoudingsgewijs ook
kenen een verfrissende aanpak zien. Nieuwe minder naarmate de huur van de woning hoger
oplossingen kunnen zorgen voor een versnelling ligt, omdat dan de zogenaamde aftoppingsgrens
en een kwaliteitssprong in de stedelijke vernieu- in werking treedt.
wing. Om die versnelling en kwaliteitssprong te
bevorderen is het Innovatieprogramma Stedelijke
Vernieuwing (IPSV) ingesteld. Jaarlijks wordt 6.5 Invloed van de Europese
subsidie verleend aan creatieve en vernieuwende Gemeenschap
ideeën en projecten op het gebied van de
stedelijke vernieuwing. Naast die financiële In het kader van overheidsopdrachten heeft de
ondersteuning is een belangrijke taak van het Europese Gemeenschap (EG) zich enkele doelen
IPSV het uitwisselen en bekendmaken van de gesteld. Deze hebben betrekking op:
in de projecten opgedane kennis en leer- • vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal
ervaringen. en personen;
• harmonisatie van nationale wetgeving;
6.4.3 Huursubsidiewet (1997) • tegengaan van valse mededinging;
De doelstelling van de Huursubsidiewet is goed • inkoop tegen de beste kwaliteits/
en betaalbaar wonen mogelijk te maken voor prijsverhouding.
personen in de laagste inkomensgroepen. Kwali-
tatief goede huisvesting wordt zo voor iedereen De maatregelen die de EG neemt om hiervoor
bereikbaar. Duidelijk is dus dat de Huursubsi- genoemde doelen te bereiken hebben tot gevolg
diewet zich richt op huishoudens met lagere dat er een sterkere concurrentie binnen Europa
inkomens en dat de wet regels voorschrijft over zal gaan plaatsvinden. Dit moet de overheden

06950408_hfdst06.indd 149 16-11-2005 15:58:21


150

besparingen gaan opleveren. Overheden en Voor het aanbesteden van overheidsopdrachten


direct verbonden organisaties zijn grote aan- zijn Europese richtlijnen vervaardigd. Allereerst
besteders. Jaarlijks wordt voor circa 720 miljard worden deze richtlijnen kort behandeld, waarna
euro aan de overheden van de EG geleverd, of wordt ingegaan op de drempelbedragen en de
ten behoeve van overheden uitgevoerd. De EG aanbestedingsprocedures.
is dan ook van mening dat centraal aanbesteden
van groot economisch belang is en geeft daar 6.5.1 Toepassingsgebieden
drie redenen voor: Voor specifieke toepassingsgebieden zijn ver-
1 Het zal de kosten reduceren van de belang- schillende richtlijnen ontwikkeld. De richtlijnen
rijkste publieke voorzieningen, transport en tele- voor de uitvoering van ‘werken’ en ‘leveringen’
communicatie door het concurrentie-element. zijn al lange tijd geldig (sinds eind jaren ’70 van
2 Het zal besparingen opleveren voor het open- de vorige eeuw). De richtlijnen ‘diensten’ en
baar bestuur, welke wellicht kunnen leiden tot ‘nutssector’ zijn pas recentelijk van toepassing
belastingverlaging en/of investeringen in de verklaard. Hierna een korte toelichting op de vier
infrastructuur. richtlijnen.
3 De concurrentie in de private sector zal toe-
nemen en leiden tot lagere prijsstellingen. Dit 6.5.1.a Overheidsopdrachten voor de
zal dus ook invloed hebben op de prijs van de uitvoering van werken
producten en diensten voor consumenten buiten De opdrachten die onder deze richtlijn vallen,
de EG. hebben betrekking op de bouwnijverheid. Ze zijn
van toepassing op weg-, spoor- en waterbouw,
Binnen de regelgeving wordt steeds gesproken installatiewerk, burgerlijke- en utiliteitsbouw,
over aanbestedende diensten. In figuur 6.21 is cultuurtechnische werken, algemene bouwnijver-
een overzicht opgenomen van de organisaties heid, sloopwerkzaamheden, enzovoort.
die worden aangemerkt als aanbestedende dien- In de richtlijn wordt een werk gedefinieerd als:
sten, met andere woorden organisaties die Euro- ’het product van bouw- dan wel wegenbouw-
pees moeten aanbesteden. kundige werken in hun geheel dat ertoe be-
stemd is als zodanig een economische en techni-
1 Staat: ministeries, parlement, rechterlijke macht, sche functie te vervullen.‘
enzovoort.
2 Territoriale overheden: provincies, gemeenten, Als het om een turn-key-project gaat moeten alle
waterschappen, enzovoort. kosten bij elkaar worden opgeteld om te zien of
3 Diversen: universiteiten, hogescholen, academi- het drempelbedrag wordt overschreden. Dit zijn
sche ziekenhuizen, TNO, enzovoort. dus de kosten van alle bij dit project betrokken
4 Publiek rechterlijke rechtspersonen/instellingen, participanten.
bij Wet ingestelde organen: bedrijfs- en product-
schappen, GAK, ziekenfondsen, SER, enzovoort. 6.5.1.b Overheidsopdrachten voor
leveringen
5 Instellingen die het algemeen belang vertegen-
woordigen en die hetzij financieel afhankelijk van
Onder een overheidsopdracht voor levering
de overheid zijn (minimaal 50%), hetzij onder
wordt verstaan: een schriftelijke overeenkomst
bestuurlijk toezicht van de overheid staan.
onder bezwarende titel tussen een aanbeste-
dende dienst en een leverancier voor de aan-
6 Verenigingen die door publiekrechterlijke
koop, lease, huur of huurkoop van producten.
rechtspersonen/instellingen zijn opgericht, bij-
Sommige producten moeten bij levering worden
voorbeeld de VNG of een afvalverwerkingsbedrijf.
geïnstalleerd en deze werkzaamheden beho-
7 Nutssector: waterleidingbedrijven, energiebedrij-
ren dan ook tot de opdracht voor levering. Dit
ven, openbaar vervoer, luchthavens, zee- en bin-
laatste kan van belang zijn bij het al dan niet
nenhavens.
overschrijden van de drempelbedragen. Als een
Figuur 6.21 Aanbestedende diensten van de overheid opdracht bestaat uit een combinatie van een
levering en diensten dan gaat het om de ver-

06950408_hfdst06.indd 150 16-11-2005 15:58:21


6 DE OVERHEID ALS REGELGEVER 151

houding tussen deze twee componenten onder Leveringen Werken


welke richtlijn de opdracht valt. en diensten
Centrale overheid € 162.293 € 6.242.028
6.5.1.c Overheidsopdrachten voor diensten
Lagere overheid € 249.681 € 6.242.028
De overheidsopdrachten voor diensten hebben
betrekking op de niet-tastbare producten. Voor- Telecom € 600.000 € 5.000.000
beelden hiervan zijn: Nutssector 1 1
€ 499.362 € 6.242.028
• onderhouds- en reparatiediensten; Nutssector 22 € 400.000 € 5.000.000
• financiële diensten; 1
Nutssector 1: aanbestedende dienst op het gebied
• verzekeringsdiensten; van drinkwater, elektriciteit, openbaar vervoer, lucht-
• automatiserings- en aanverwante diensten; havenfaciliteiten, aanlandingsfaciliteiten
• bouwkundige diensten; 2
Nutssector 2: aanbestedende dienst op het gebied
• opsporings- en bewakingsdiensten; van gas, water, aardolie, steenkool of andere vaste
• vuilophaaldiensten; brandstoffen
• het vervoer over land;
• opdrachten betreffende telecommunicatie- Figuur 6.22 Drempelbedragen
diensten; (exclusief BTW, prijspeil 1-1-2002 tot 1-1-2004)

• arbitrage en bemiddeling;
• de ontwikkeling van televisieprogramma’s. Als de waarde van de opdracht niet van te voren
kan worden vastgesteld, moet hiervan een reële
6.5.1.d Overheidsopdrachten voor de raming worden gemaakt. Een aanbestedende
nutssector dienst mag een opdracht niet splitsen met als
Voor de nutssector is een aparte richtlijn ontwor- doel de richtlijn te ontduiken. Een opdracht mag
pen, aangezien bedrijven in deze sector speci- echter wel worden onderverdeeld in een aantal
fieke kenmerken hebben waardoor zij niet onder percelen. De waarde van alle percelen moet dan
dezelfde regels als de klassieke overheid kunnen bij elkaar worden opgeteld om te bezien of de
vallen. De richtlijn heeft betrekking op alle leve- waarde van de totale opdracht het drempelbe-
ringen en werken die direct of indirect met de drag overschrijdt. Kortom de aanbestedende
bedrijfsvoering te maken hebben en wel met een diensten mogen de toepassing van de richtlijnen
waarde die het drempelbedrag overschrijdt. In niet omzeilen door de opdrachten te splitsen of
geval van leveringen betreft dit bijvoorbeeld: bijzondere regels te gebruiken voor de bereke-
• rijdend materieel; ning van de waarde van de opdrachten.
• onderdelen;
• brandstof; 6.5.3 Europese aanbestedingsprocedures
• telecommunicatieapparatuur; De aanbesteding van opdrachten kan op vier
• computerapparatuur en softwarediensten; verschillende manieren plaatsvinden;
• kantoorbenodigdheden; 1 via een openbare procedure;
• vervoerbewijzen; 2 via een niet-openbare procedure;
• bedrijfskleding. 3 via een Europese onderhandelingsprocedure
met voorafgaande bekendmaking;
In geval van werken betreft het voornamelijk 4 via een procedure van gunning via onderhan-
nieuwbouw van kantoren, remises en garages, delingen zonder voorafgaande bekendmaking.
maar ook de aanleg of vervanging van infrastruc-
tuur. 1 Openbare procedure
Bij een openbare procedure mogen alle be-
6.5.2 Drempelbedragen langstellende ondernemers inschrijven. Iedere
In de EG-richtlijnen worden drempelbedragen inschrijver wordt geacht direct zijn beste aanbie-
genoemd. Opdrachten met een minimum van ding te verzorgen. Er vindt geen extra onderhan-
deze bedragen dienen Europees aanbesteed te delingsronde plaats.
worden, figuur 6.22.

06950408_hfdst06.indd 151 16-11-2005 15:58:21


152

2 Niet-openbare procedure Slotopmerkingen


Deze procedure wordt ook wel de aanbesteding In dit hoofdstuk is duidelijk de invloed van de
met voorafgaande selectie genoemd. Bij deze overheid op de bouwnijverheid naar voren
procedure mogen alleen de door de aanbeste- gekomen. Het beleid van de overheid ten
dende dienst aangezochte ondernemers een aanzien van de Vinex-locaties zorgt ervoor
offerte uitbrengen. De selectie vindt plaats op dat de gemiddelde doorlooptijd voor de
basis van te voren bij de aanbieder bekend- realisatie van woningen is uitgekomen op vier
gemaakte eisen. Bij deze procedure worden er jaar. De technische regelgeving heeft in de
minimaal vijf ondernemers geselecteerd om een praktijk inmiddels gezorgd voor een toename
offerte uit te brengen. van de uniformiteit, maar ook door de steeds
uitgebreidere eisen tot behoorlijke kosten-
3 Europese onderhandelingsprocedure met verhoging. De Arbowet wordt nog steeds
voorafgaande bekendmaking ervaren als omvangrijk en complex. De regels
Deze procedure houdt in dat aanbieders wor- zijn vanwege de wisselende situaties op de
den uitgenodigd om deel te nemen aan de in- bouwplaatsen maar moeizaam uitvoerbaar en
schrijving. Vervolgens worden er minimaal drie het V&G-plan is in vele gevallen een ‘papieren
aanbieders geselecteerd, waarmee verder onder- tijger’. Kortom: de bemoeienis van de over-
handeld wordt. Deze procedure mag alleen wor- heid met de bouwnijverheid wordt niet altijd
den gehanteerd als er sprake is van intellectuele zonder meer als positief ervaren. Daarvoor zijn
diensten waarbij specificatie van de opdracht er nog teveel knelpunten. De verwachting is
niet duidelijk te omschrijven is, of als inschrijving dat de invloed van de overheid zeker niet zal
verkregen uit de twee hiervoor genoemde pro- afnemen, maar op sommige onderdelen zelfs
cedures niet aanvaardbaar zijn, of als er sprake zal worden aangescherpt. Overleg met alle
is van een buitengewoon geval (bijvoorbeeld belangenorganisaties in de bouw is dan ook
een duidelijke raming is door de aanbestedende geboden om tot regelgeving te komen die
dienst niet te geven). uitvoerbaar is.

4 Procedure van gunning via onderhandelingen


zonder voorafgaande bekendmaking
Deze procedure is identiek aan de hiervoor
genoemde en mag alleen in uitzonderlijke geval-
len worden toegepast.

De procedures van aanbesteding zijn nu


bekend. Maar hoe vindt nu de gunning plaats?
In principe worden de gunningscriteria vooraf
bekendgemaakt. Er kunnen twee gunningscrite-
ria worden gehanteerd, namelijk:
• de laagste prijs. De aanbestedende dienst kiest
uit de ingebrachte offertes de inschrijver met de
laagste prijs. Andere gunningscriteria spelen in
dit geval geen rol;
• de economisch voordeligste aanbieding.
Naast de prijs kunnen verschillende andere as-
pecten een rol spelen, zoals levertijd, gebruiks-
kosten, rentabiliteit, kwaliteit, service, esthetisch
of functioneel karakter. Als deze gunningscriteria
worden gehanteerd, dienen ze in de aanbeste-
ding in volgorde van afnemend belang worden
opgesomd.

06950408_hfdst06.indd 152 16-11-2005 15:58:21


Bouworganisatievormen
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
7
Het kenmerkend verschil tussen de verschillende bouworganisatievor-
men is in welke fase en op welke wijze de verschillende participanten
samenwerken. De meest gangbare zijn de getrapte aanbestedings-
vorm, het bouwteam en turn-key. Andere vormen zijn general- en
managementcontracting alsmede het prestatieconcept.

06950408_hfdst07.indd 153 16-11-2005 16:02:45


154

Inleiding moeten de meeste bouworganisatievormen


worden gezien als varianten van deze drie hoofd-
In de vorige hoofdstukken hebben we kunnen vormen.
zien dat de bouw vele participanten kent die in
een bouwproject samenwerken. Het spreekt van- In de volgende paragrafen wordt nader op deze
zelf dat de kwaliteit van het bouwwerk staat of vormen ingegaan en wordt aangegeven wat de
valt met een goede organisatie van de inbreng voor- en nadelen zijn voor opdrachtgevende par-
van alle participanten. Bouworganisatievormen tijen. Daarnaast worden recente ontwikkelingen
zijn daarvoor een belangrijk middel. rond general-contracting, managementcontrac-
Deze bouworganisatievormen onderscheiden ting en het prestatiecontract besproken.
zich van elkaar doordat de belangrijkste parti-
cipanten per vorm voor andere karakteristieke
taken en de daarmee samenhangende resultaten 7.1 Getrapte aanbestedingsvorm
verantwoordelijk en aansprakelijk zijn. Het
belangrijkste onderscheid tussen de verschillende Bij de getrapte aanbesteding zijn de verantwoor-
bouworganisatievormen wordt gekenmerkt door delijkheden voor ‘opdrachtgeven’, ‘ontwerpen’
de vraag welke functies in welke fase van het en ‘uitvoeren’ sterk gescheiden, figuur 7.1 en
bouwproces de participanten op zich nemen en 7.2. De opdrachtgever stelt – meestal met een
hoe er wordt samengewerkt. architect of andere adviseurs – zijn Programma
van Eisen op. Vervolgens schakelt hij een archi-
De wijze waarop binnen een bouwproces de tect in om een ontwerp te maken en dat te
verantwoordelijkheden en taken zijn verdeeld specificeren in een bestek en tekeningen. Daar-
komt onder meer tot uitdrukking in de volgende naast worden vaak adviseurs ingeschakeld voor
factoren: het inbrengen van specialistische kennis over
• de contractuele verhoudingen waarin de ver- bijvoorbeeld constructie, bouwfysica, akoestiek,
schillende participanten ten opzichte van elkaar milieu en kosten.
staan. Dit is terug te zien in de verdeling van
taken, verantwoordelijkheden en aansprakelijk-
heden; Opdrachtgever

• de manier en het tijdstip waarop een partici-


pant wordt geselecteerd en ingeschakeld, en hoe
de daarbij horende concurrentiestelling plaats-
Hoofd-
vindt. Architect
aannemer

In de verschillende theorieën over bouworganisa-


Onder-
tievormen, zoals gepubliceerd door de Stichting Adviseurs
aannemers
Bouw Research, wordt ervan uitgegaan dat de
Nederlandse bouworganisatievormen terug te Figuur 7.1 Traditionele organisatie
brengen zijn tot drie hoofdvormen; de getrapte
aanbesteding, het bouwteam en turn-key. In de Als het plan bestekgereed is, vraagt de architect
praktijk blijkt dat deze organisatievormen niet in namens de opdrachtgever meestal bij diverse
de ‘zuivere vorm’ voorkomen: opdrachtgevers aannemers prijsaanbiedingen aan (de aanbe-
geven aan elk bouwproces een eigen invulling, steding). De opdrachtgever ‘gunt’ het werk in
waardoor ieder project in feite zijn eigen organi- principe aan de laagste aanbieder. De aannemer
satievorm kent. schakelt bij de daadwerkelijke uitvoering onder-
aannemers, installateurs en toeleveranciers in.
De keuze van de opdrachtgever voor een be- De architect (of een andere adviseur) kan in de
paalde organisatievorm is afhankelijk van het uitvoeringsfase namens de opdrachtgever de
specifieke project, de status van de opdrachtge- directie voeren en toezicht houden; hij is dan
ver zelf en de prioriteiten die deze stelt. Hierdoor ‘gedelegeerd opdrachtgever’.

06950408_hfdst07.indd 154 16-11-2005 16:02:46


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 155

Fasen bouwproces

Haalbaarheidsstudie

Werkvoorbereiding
Voorlopig ontwerp
Structuur ontwerp

Definitief ontwerp
Projectdefinitie

Prijsvorming

Oplevering
Uitvoering
Initiatief

Bestek
Initiatief
Elementaire functies

Grond Opdrachtgever

Geld

(Coördinatie) Opdrachtgever

Ontwerpen Architect

Uitvoeren Bouwer

Figuur 7.2 Traditionele organisatievorm

Deze traditionele organisatievorm, die in iedere aannemer kan inschrijven. Onderhandse


ongeveer 40% van de gevallen wordt toegepast, aanbesteding is een andere variant, waarbij
wordt vooral gekozen als de markt concurrerend de opdrachtgever een klein aantal aannemers
is en de opdrachtgever de laagst mogelijke prijs uitnodigt om een prijsopgave te doen. Het
wil. Er komen binnen deze organisatievorm komt ook voor dat slechts één aannemer wordt
diverse gunningvarianten voor. uitgenodigd: de enkelvoudige uitnodiging. De
voorselectie bij een onderhandse aanbesteding
Te onderscheiden zijn in de eerste plaats de vindt meestal plaats op grond van de verwachte
openbare aanbesteding en op de tweede plaats kwaliteit van het werk, prijs, garantiestelling en
de onderhandse aanbesteding. Openbare aan- ervaringen met de aannemer bij eerdere projec-
besteding wil zeggen dat de opdrachtgever de ten of referenties van anderen (zie ook paragraaf
aanbesteding openbaar bekendmaakt en dat 5.4 Aannemers).

Voordelen Nadelen
• mogelijkheid tot open prijsconcurrentie; • relatief lange doorlooptijd door strikte scheiding
• relatief eenvoudige organisatievorm; ontwerp en uitvoering;
• duidelijke relatie tussen eisen, kosten en kwaliteit; • hoge coördinatiekosten;
• ruimte om ontwerp/uitgangspunten te wijzigen. • uitvoerende partijen worden niet aangemoe-
digd tot innovatieve ontwikkelingen, ze hebben
geen garantie dat ze de volgende projecten
weer kunnen toepassen;
• geen mogelijkheid om het ontwerp af te stem-
men op de uitvoeringstechnische en logistieke
mogelijkheden van de uitvoerende partijen;
• veel afhankelijk van deskundigheid architect en
opdrachtgever;
• lastige V- en G-coördinatie.

Figuur 7.3 Voor- en nadelen van de traditionele organisatievorm voor de opdrachtgever

06950408_hfdst07.indd 155 16-11-2005 16:02:46


156

Veelal wordt het werk in zijn geheel aanbesteed, 7.2 Bouwteam


waarbij één aannemer verantwoordelijk is. Soms Deze vorm wijkt af van de traditionele bouw-
wordt een bouwwerk opgesplitst in aparte wer- organisatievorm omdat er meer wordt samen-
ken, bijvoorbeeld bouwkundig en installatietech- gewerkt tussen de verschillende participanten.
nisch. De participant die namens de opdrachtge- Kenmerkend voor een bouwteam is dat op-
ver de directie voert, moet dan vaak zorgdragen drachtgever, architect en aannemer er deel van
voor de coördinatie. Bij grote projecten komt het uitmaken. Naast een bouwbedrijf kunnen ook
voor dat twee aannemers in een ‘joint venture’ in- installatietechnische bedrijven en/of bepaalde
schrijven op een bouwproject: het zogenaamde gespecialiseerde toeleveranciers deel uitmaken
combinatieverband. van een bouwteam, figuur 7.4.

De traditionele organisatievorm heeft verschil-


lende voor- en nadelen voor de opdrachtgever, Opdrachtgever

figuur 7.3.

In het geval van openbare aanbesteding, zal


door het ad hoc kenmerk van deze bouworga- Architect Adviseurs Bouwer
nisatievorm relatieopbouw zich niet voordoen,
waardoor synergievoordelen zullen uitblijven. In Bouwteam
Onder-
geval van onderhandse aanbesteding zal dit pro- aannemers
bleem zich minder voordoen. Als een opdracht-
gever met een bekende aannemer werkt, zal er Figuur 7.4 Bouwteamorganisatie
sprake zijn van relatieopbouw en kunnen zich
synergievoordelen voordoen. De kern van deze (tijdelijke) organisatievorm
is dat de wensen van de opdrachtgever in een
vroeg stadium gelijktijdig aan zowel architect,
bouwbedrijf als installatiebedrijf worden voor-
gelegd, zodat een globaal ontwerp binnen het
taakstellend budget zo optimaal mogelijk kan
worden ingevuld vanuit de verschillende betrok-
ken bouwdisciplines, figuur 7.5.
Fasen bouwproces
Haalbaarheidsstudie

Werkvoorbereiding
Voorlopig ontwerp
Structuur ontwerp

Definitief ontwerp
Projectdefinitie

Prijsvorming

Oplevering
Uitvoering
Initiatief

Bestek

Initiatief
Elementaire functies

Grond Opdrachtgever

Geld Bouwteam

(Coördinatie) Opdrachtgever

Ontwerpen Architect

Uitvoeren Bouwer

Figuur 7.5 Bouwteamorganisatievorm

06950408_hfdst07.indd 156 16-11-2005 16:02:47


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 157

Een bouwbedrijf wordt al in de ontwerpfase uit- gevraagd een afstandsverklaring te onderteke-


genodigd mee te denken en suggesties te doen nen. Dit is een verklaring dat een bouwbedrijf op
voor kostenefficiënte oplossingen. Omdat het grond van zijn deelname in het bouwteam geen
bouwbedrijf op de hoogte is van het voortraject recht kan laten gelden op de uitvoering. In verre-
en omdat de verschillende fasen elkaar enigs- weg de meeste gevallen is het bouwbedrijf in het
zins kunnen overlappen, kan de doorlooptijd bouwteam echter ook de bouwer. In die gevallen
van het project korter zijn dan bij het traditio- komen de voordelen van deze organisatievorm
nele model. Deze organisatievorm wordt naar het best tot hun recht.
schatting in 35% van de gevallen toegepast.
Bouwteams kunnen, afhankelijk van project- Het bouwteammodel dat uitgaat van onderling
gebonden omstandigheden, in allerlei variaties vertrouwen, heeft als mogelijk risico dat er prijs-
en omstandigheden voorkomen. Het tijdstip opdrijving plaatsvindt. Omdat het bouwbedrijf
waarop uitvoeringskennis wordt ingeschakeld, al aan tafel zit, is er geen sprake meer van recht-
kan bijvoorbeeld behoorlijk verschillen. Soms streekse prijsconcurrentie. Mede hierom vraagt
wordt deze uitvoeringskennis van meet af aan bij dit model een gedegen kostendeskundigheid
een project betrokken; vaak in de voorlopige of van de opdrachtgever. Vaak worden er vooraf
definitieve ontwerpfase, maar soms ook pas in de afspraken gemaakt over budgetten, normgetal-
bestekfase. len, opslagpercentages en de marges die bij de
uiteindelijke prijsvorming acceptabel zijn.
Het eerste contract tussen opdrachtgever en
bouwbedrijf is veelal een raamovereenkomst. Het coördineren van een bouwteam vergt van
Hierin worden afspraken vastgelegd over de te een opdrachtgever doorgaans bouwkundige
hanteren percentages voor algemene kosten, kennis en in ieder geval managementvaardighe-
winst en risico. De definitieve prijsvorm ten den. De leiding berust bij de opdracht-
behoeve van het uitvoeringscontract geschiedt gever, maar deze delegeert die taak vaak aan
in overleg tussen opdrachtgever, architect en de architect of een professioneel management/
bouwer plus vaak een kostendeskundige. Het ingenieursbureau. De opdrachtgever stelt een
bouwbedrijf in het bouwteam is niet vanzelf- bouwteam samen en contracteert alle teamleden
sprekend de uiteindelijke bouwer. Het kan zijn apart. Er wordt dan ook wel eens gesteld dat de
dat men uiteindelijk niet tot overeenstemming opdrachtgevers de participanten veroordelen tot
over de aanneemprijs kan komen. Dan moet het samenwerken.
mogelijk zijn een tweede aannemingsbedrijf een
prijs te vragen. Daarom wordt er doorgaans aan Een bouwteam is een gelegenheidsteam. Even-
de in het bouwteam opgenomen bouwbedrijf als bij de traditionele organisatievorm kijken de

Voordelen Nadelen
• ruimte om ontwerp en uitgangspunten te wijzigen; • weinig mogelijkheid tot controle en bijsturing;
• goede afstemming ontwerp en uitvoering door • prijsvorming vindt meestal niet plaats op basis
inbreng uitvoeringsdeskundigheid in ontwerpfase; open concurrentie;
• relatief korte doorlooptijd door overlapping van • afbakening verantwoordelijkheden en aansprake-
de fasen van het bouwproces; lijkheden ingewikkelder dan bij traditioneel;
• bij actieve participatie in het bouwteam heeft de • door toepassing EG-richtlijnen (bijna) niet meer
opdrachtgever veel grip op het bouwproces; mogelijk bij opdrachten voor (semi)overheden;
• goed bruikbaar bij uitvoeringstechnisch lastige • onduidelijkheid met betrekking tot verantwoor-
projecten en bij grote tijdsdruk; delijkheden en aansprakelijkheden;
• veel invloed op het ontwerpproces; • vereist bouwprocesdeskundigheid en
• veel invloed op V- en G-coördinatie. managementvaardigheden.

Figuur 7.6 Voor- en nadelen van het bouwteam voor de opdrachtgever

06950408_hfdst07.indd 157 16-11-2005 16:02:47


158

participanten niet verder dan de horizon van contracteert zelf een architect, eventuele extra
het onderhavige project. Energie steken in inno- adviseurs, onderaannemers en leveranciers. De
vatie en in een langdurige samenwerking heeft turn-key-organisatievorm wordt in ongeveer
immers geen zin, aangezien er geen enkele ga- 25% van de gevallen toegepast.
rantie bestaat dat de teamsamenstelling bij een
volgend project weer hetzelfde is, figuur 7.6. De turn-key-organisatie doet en regelt alles: van
de ontwerp- tot en met realisatiefase. Alle fouten
vallen onder de verantwoordelijkheid van de
7.3 Turn-key turn-key-organisatie. De taak van de opdracht-
gever is zodoende beperkt. Hij besteedt de reali-
In het geval van een turn-key-project besteedt de satie van zijn huisvestingsplannen volledig uit en
opdrachtgever de realisatie van zijn huisvestings- hoeft aan het eind van het project alleen maar
plannen volledig uit. De opdrachtgever stelt veelal ‘de sleutel om te draaien’. Daar staat tegenover
slechts een globaal Programma van Eisen (PvE) dat de opdrachtgever tijdens de voorbereidings-
op naar aanleiding van zijn wensen, waarmee hij en uitvoeringsfase zeer beperkte mogelijkheden
naar één of meer turn-key-organisaties gaat. Een heeft voor controle en bijsturing van het project.
turn-key-organisatie is een verzameling van ver- Aanpassingen tussentijds hebben vaak hoge kos-
schillende disciplines die in het bouwproces werk- ten tot gevolg, figuur 7.8.
zaam zijn. Veelal bestaat zo’n organisatie uit een
hoofdaannemer, een interne architect en eventu- Het werken met zogenaamde brochureplannen
eel adviseurs en/of een financier, figuur 7.7. is een bekende variant van de standaard turn-
key-organisatievorm. De brochureplan-organisa-
De turn-key-organisatie met de gunstigste aan- tie biedt de uitvoering van standaard bouwplan-
bieding krijgt doorgaans de opdracht. De aan- nen aan, die project- en locatieongebonden zijn
bieding omvat het bouwkundig ontwerp, het ontwikkeld. Meestal zijn diverse mogelijkheden
plan voor de uitvoering van het bouwwerk en de ingebouwd, maar afstemming van het ontwerp
prijs. Door deze werkwijze kan het bouwbedrijf op specifieke wensen van de opdrachtgever is
het Programma van Eisen invullen op een wijze doorgaans slechts beperkt mogelijk. Brochure-
die het best aansluit bij de specifieke kwaliteiten plannen worden meestal gemaakt voor projecten
van het bouwbedrijf. De turn-key-organisatie met beperkte omvang, bijvoorbeeld in de
is de enige partij waarmee de opdrachtgever woningbouw en kleinere industriële bouw.
rechtstreeks een contract afsluit. De organisatie

Opdrachtgever

Adviseur

Turn-key-organisatie

Turn-key-
organisatie

Financierder Architect Adviseurs Bouwer

Onder-
aannemers

Figuur 7.7 Uitgebreide turn-key-organisatie

06950408_hfdst07.indd 158 16-11-2005 16:02:48


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 159

Fasen bouwproces

Haalbaarheidsstudie

Werkvoorbereiding
Voorlopig ontwerp
Structuur ontwerp

Definitief ontwerp
Projectdefinitie

Prijsvorming

Oplevering
Uitvoering
Initiatief

Bestek
Initiatief
Elementaire functies

Grond
Opdrachtgever
Geld

(Coördinatie)

Ontwerpen Turn-key-organisatie

Uitvoeren

Figuur 7.8 Turn-key-organisatievorm

Voordelen Nadelen
• relatief eenvoudig besluitvormingsproces; • weinig mogelijkheid tot controle en bijsturing;
• relatief korte doorlooptijd door overlapping van • uiteindelijke kwaliteitsniveau sterk afhankelijk van
de fasen van het bouwproces; gestelde specificaties;
• geen coördinatie-, ontwerp- en financieel risico • aanpassingen ontwerp en uitvoering slechts mo-
voor de opdrachtgever; gelijk tegen hoge kosten;
• optimale randvoorwaarde voor afstemming • niet geschikt voor complexe opdrachten.
ontwerp en uitvoering;
• zekerheid kostenniveau: totale investeringsbedrag
vroegtijdig bekend;

Figuur 7.9 Voor- en nadelen van het turn-key-contract voor de opdrachtgever

Het turn-key-model is eigenlijk alleen mogelijk 7.4 General-contracting


als de eisen en wensen van de opdrachtgever
met betrekking tot het eindresultaat van tevo- Door veranderende marktverhoudingen en ont-
ren goed bekend zijn en zeer nauwkeurig zijn wikkelingen in het buitenland, zijn er de laatste
omschreven. Daarbij is het niet voldoende deze jaren naast de traditionele bouworganisatievor-
alleen in kwalitatieve zin te formuleren, ook men nieuwe bouworganisatiestijlen ontstaan,
kwantitatief dienen er ‘prestatiedoelstellingen’ te zoals general-contracting. Hoewel deze organi-
worden geformuleerd. De turn-key-vorm heeft satievormen slechts in Nederland zeer beperkt
verschillende voor- en nadelen voor de opdracht- worden toegepast, wordt verwacht dat deze in
gever, figuur 7.9. de toekomst een factor van betekenis kunnen
worden.

General-contracting is van oorsprong te


beschouwen als een turn-key-vorm, namelijk
de Highly Integrated Turn key (HIT). Het gehele

06950408_hfdst07.indd 159 16-11-2005 16:02:48


160

bouwproces wordt verzorgd door de HIT- van deze verantwoordelijkheid is het belangrijk
organisatie. Deze organisatie neemt van de op- dat een organisatie voldoende vermogen heeft
drachtgever de totale verantwoordelijkheid voor om aan eventuele schadeclaims te kunnen vol-
het ontwerp en de uitvoering over, al dan niet doen. Een andere mogelijkheid is het verzekeren
inclusief de financiering. De opdrachtgever heeft tegen eventuele claims.
met andere woorden maar één bouwpartner. In
het buitenland houdt dit tevens in dat de Naast de ‘Single-Point Responsibility’ onder-
opdrachtgever geen invloed heeft op de keuze scheidt een general-contracting-organisatie zich
van de overige indirecte partners. In de Neder- ten opzichte van de andere samenwerkingsvor-
landse variant is dit wel mogelijk. Vaak wordt men door de sterke mate van integratie van het
met name de architect in overleg geselecteerd, bouwproces en bouwprocesfuncties. Om dit te
echter dan beperkt zijn rol zich alleen tot esthe- kunnen realiseren is het noodzakelijk dat de voor
tische taken. Ook kan in de Nederlandse vari- het bouwen essentiële disciplines binnen de or-
ant, als dat beslist gewenst is, de opdrachtgever ganisatie aanwezig zijn. Dit betekent minimaal
invloed uitoefenen op de onderaannemers en een architect en een bouwer. Zonder deze disci-
toeleveranciers. In Nederland is, zoals we gezien plines in huis kan eigenlijk niet meer gesproken
hebben in hoofdstuk 2, sprake van een relatie- worden van een ‘Highly Integrated Proces’.
markt.
In veel Nederlandse gevallen wordt een externe
De verantwoordelijkheden en dus het risico architect ingehuurd puur voor de vormgeving
liggen volledig bij de general-contracting- en/of om te voldoen aan de lokale regelgeving.
organisatie. Dit wordt ook wel ‘Single-Point De interne architect werkt het ontwerp bouw-
Responsibility’ genoemd. Het bouwwerk wordt kundig uit en heeft het toezicht tijdens de bouw.
volledig conform contractafspraken gebouwd. Bij De externe architect kan de architectonische
eventuele afwijkingen van dit contract is de ge- supervisie krijgen. De bouwer hoeft niet daad-
neral-contractingorganisatie aansprakelijk. werkelijk de bouwarbeiders te leveren, maar is
wel verantwoordelijk voor de organisatie op de
De general-contractingorganisatie neemt ver- bouwplaats. De onderaannemer is in de meeste
gaand de risico’s van de opdrachtgever over en gevallen de pure bouwer onder toezicht en coör-
hiermee onderscheidt zij zich van andere vormen dinatie van de general-contractingorganisatie. In
waarin bouwpartners verschillende delen van het figuur 7.10 is de general-contractingorganisatie-
risico op zich nemen. Voor het kunnen dragen vorm weergegeven.

Opdrachtgever

Adviseur
General contracting-
organisatie

Project-
manager

Architect Bouwer

Onder- Toe-
Financierder Adviseurs
aannemers leveranciers

Figuur 7.10 General-contractingorganisatie

06950408_hfdst07.indd 160 16-11-2005 16:02:49


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 161

In de Nederlandse vorm zal er in mindere mate Door middel van een afstandsverklaring en vaak
sprake van zijn dat alle disciplines binnen één tegen het betaling van een vergoeding voor het
onderneming gehaald worden. De Nederlandse maken van het ontwerp kan de opdrachtgever
bouwmarkt is daar te klein voor en de vraag per alsnog een andere bouwer kiezen.
sector (woningbouw, utiliteitsbouw, enzovoort)
fluctueert te veel om zich te specialiseren op een Naast de twee of drie contractmomenten kan
bepaald marktsegment. Daarom is de Neder- dankzij het Highly Integrated proces door de
landse vorm van general-contracting gebaseerd opdrachtgever veel invloed worden uitgeoefend
op strategische samenwerkingsvormen. Dat wil op de functionaliteit, de vorm en het materiaal-
zeggen flexibele samenwerkingsvormen die pro- gebruik van het ontwerp, mits de opdrachtgever
jectonafhankelijk met elkaar samenwerken. natuurlijk blijft opereren binnen het PvE. Een
groot voordeel ten opzichte van een turn-key
Contractmomenten contract.
Bij de HIT-vorm is het voor een opdracht- Ook zeer kenmerkend voor general-contracting
gever in een ver stadium van het bouwproces is dat getracht wordt in goed overleg met de
nog mogelijk om het proces te beïnvloeden. opdrachtgever, op plaatsen te bezuinigen waar
Van oorsprong, en terug te vinden bij Japanse dit niet ten koste gaat van de kwaliteit. Vervol-
general-contractingorganisaties, zijn er twee gens wordt deze verkregen financiële ruimte el-
contractmomenten. Het eerste contract is een ders benut voor extra kwaliteit, dan wel worden
dienstverlenend contract om tot een Programma de investeringskosten voor de opdrachtgevers
van Eisen te komen. Dit kan op tariefbasis, maar verlaagd.
ook tegen een van tevoren afgesproken prijs. Het
tweede contract gaat uit van het PvE en specifi- De productievoorbereiding is bij de general-
ceert de maximale prijs voor de realisatie van het contractingorganisatie al in volle gang terwijl de
bouwwerk (investeringskosten). Alleen eventuele uitwerkingsfase nog bezig is. Dit kan omdat de
afwijkingen op het PvE kunnen leiden tot hogere bouwer bij de ontwerpfase betrokken is geweest.
kosten. In de Nederlandse variant is een derde In figuur 7.11 is de procesfunctie onderverdeeld
contractmoment, na het definitieve ontwerp naar fasen weergegeven.
wordt het eigenlijke bouwcontract afgesloten.

Fasen bouwproces
Haalbaarheidsstudie

Werkvoorbereiding
Voorlopig ontwerp
Structuur ontwerp

Definitief ontwerp
Projectdefinitie

Prijsvorming

Oplevering
Uitvoering
Initiatief

Bestek

Initiatief
Opdrachtgever
Elementaire functies

Grond en/of general-


contracting-
organisatie
Geld

(Coördinatie)

Ontwerpen General-contractingorganisatie

Uitvoeren

Figuur 7.11 General-contractingorganisatievorm

06950408_hfdst07.indd 161 16-11-2005 16:02:49


162

Voordelen Nadelen
• veel ruimte om uitgangspunten te wijzigen; • prijsvorming vindt niet plaats op basis open prijs-
• vroegtijdige zekerheid kwaliteitsniveau; concurrentie
• lage prijs;
• één aanspreekpunt en één contractpartner
voor het totale bouwproces;
• goede mogelijkheid tot inbreng uitvoerings-
kennis;
• korte doorlooptijd;
• uniform V- en G-beleid mogelijk.

Figuur 7.12 Voor- en nadelen van de general-contractingorganisatievorm

Kenmerkend voor general-contracting is dat de contractor gelegd. Het is duidelijk dat in de ‘en’-
concrete opsplitsing van de verschillende fasen vorm er zeer grote overeenkomsten zijn met een
in een bouwproces in chronologische zin in de turn-key-contract. De uitvoering wordt geregeld
praktijk niet voorkomt. Verschillende fasen lopen in separate aannemingscontracten, die worden
in elkaar over of soms zelfs gelijk. Het kan zich afgesloten hetzij rechtstreeks door de verschil-
voordoen dat al met de ruwbouw is begonnen, lende aannemers met de opdrachtgever hetzij
terwijl het definitieve ontwerp nog niet klaar is. met de managementcontractor. Hij draagt in
het algemeen geen directe verantwoordelijkheid
General-contracting is een organisatievorm die voor de tekortkomingen in de uitvoering van de
veel voordelen heeft voor de opdrachtgever, aannemingscontracten. Wel is hij aansprakelijk
figuur 7.12. voor een deugdelijke uitvoering van zijn taken.
Talloze tussenvormen zijn overigens mogelijk.

7.5 Managementcontracting Managementcontracting kan worden toegepast:


• als er onvoldoende tijd is om gebruik te
Een andere vorm die zich de laatste tien jaar in maken van de traditionele structuren;
Amerika en Engeland heeft ontwikkeld is • als het gewenst is om uitvoering en ontwerp
‘managementcontracting’. Een Nederlandse gedeeltelijk te laten overlappen;
vertaling van dit begrip is moeilijk te geven of- • bij een uitermate gecompliceerd bouwproject.
schoon het begrip ‘bouwcoördinator’ hier soms
dichtbij komt. In feite gaat het om het aangaan Wat opvalt is, dat de managementcontractor
van een verbintenis tot het besturen van de tot- werkzaamheden uitvoert die in Nederland
standkoming en de uitvoering van een bouwpro- gedaan worden door directievoerende archi-
ject. De essentie van een managementcontract tecten of door projectmanagementbureaus. In
is dat hierbij de verantwoordelijkheid voor het onze traditie is het ontwerp en het toezicht op
sturen van de uitvoering wordt losgekoppeld van de uitvoering daarvan in één hand, namelijk die
de uitvoeringswerkzaamheden zelf. van de architect of de raadgevend ingenieur. In
het geval van de managementcontractor is er
Bij een managementcontract neemt de contrac- sprake van een integratie van het ontwerp en de
tor het op zich om zowel de voortgang van het te kiezen uitvoeringsmethoden en anderzijds van
bouwproces als die van het ontwerp te sturen. splitsing tussen het ontwerp en toezicht op de
In deze situatie wordt een overeenkomst met de uitvoering daarvan.
managementcontractor gesloten waarbij de op-
drachtgever een ontwerpteam selecteert, waar-
mee de managementcontractor zich verplicht
samen te werken. Soms worden ook het ont-
werpen en/of de uitvoering bij de management-

06950408_hfdst07.indd 162 16-11-2005 16:02:49


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 163

7.6 Rgd-prestatiecontract in het vroege ontwerpstadium een intensievere


samenwerking in het ontwerpteam en met de
Omstreeks 1991 is de Rijksgebouwendienst bouwuitvoering noodzakelijk zijn. Naast product-
begonnen met de uitwerking van prestatie- gerichte eisen worden door het prestatiecontract
specificaties voor de kwaliteit van rijksgebouwen. procesgerichte factoren steeds belangrijker. Door
Daaruit is het Rgd-prestatiecontract ontstaan. beslissingen vér naar voren te halen ontstaan
forse verschuivingen van risico’s en dus verant-
Het doel van een prestatiecontract is het con- woordelijkheden, bevoegdheden en taken. Dat
tracteren van de huisvestingsprestaties voordat geldt voor de opdrachtgevende, maar ook voor
er al sprake is van planontwikkeling. Het presta- de aanbiedende partij.
tiecontract is voorwaarden scheppend van aard
en richt zich op de resultaatsverplichting van Door prestatiecontractering in een vroeg sta-
de aanbieder die daartoe de verantwoordelijk- dium van het huisvestingsproces, worden
heid draagt voor zowel ontwerp en uitvoering. optimale voorwaarden geschapen voor voor-
Concreet betekent dit dat de vrager duidelijk zijn waartse integratie van het bouwproces. De
verlangde prestaties op papier zet. Dit is natuur- werkwijze gaat uit van één verantwoordelijke
lijk de ruimtebehoefte, maar ook de verlangde voor ontwerp én uitvoering. Veel bestaande bar-
binnentemperaturen, het afwerkingsniveau, rières in het traditionele bouwproces kunnen
enzovoort. Er is op dat moment nog geen sprake daardoor worden doorbroken. Door integratie
van een ontwerp. Vervolgens wordt aan één of van ontwerp- en uitvoeringskennis kan dat een
meerdere aanbieder(s) gevraagd een aanbieding eindproduct opleveren met een betere kosten/
te doen voor de totale realisatie van die pres- kwaliteitsverhouding, dat op een meer efficiënte
taties. Dus inclusief het ontwerp, de construc- en effectieve wijze tot stand wordt gebracht.
tieberekeningen, de werktuigbouwkundige en
elektrotechnische adviezen, de uitvoering,
enzovoort. Op basis van een aantal selectiecrite- 7.7 Bouworganisatievormen naast
ria wordt één aanbieder geselecteerd, waarmee elkaar
een contract wordt afgesloten.
In deze paragraaf worden de verschillende orga-
De aanbieder verzorgt de totale realisatie en le- nisatievormen naast elkaar gezet, zowel vanuit
vert vervolgens het gebouw op aan de vrager die de optiek van de opdrachtgever als wel vanuit
het gebouw accepteert, figuur 7.13. die van de opdrachtnemende partijen. Aan het
eind van de initiatieffase (zie hoofdstuk 4) moet
Het grootste probleem van prestatiecontracte- de opdrachtgever de organisatie van zijn bouw-
ring ligt in de afweging van kosten en kwaliteit project opzetten. Hij heeft zoals we in de voor-
in de pré-ontwerpfase: het doen van aannamen afgaande fasen gezien hebben de keuze tussen
over nog niet beschikbare productinformatie de verschillende bouworganisatievormen. Bij het
en het daaraan koppelen van concrete kosten maken van zijn keuze spelen verschillende facto-
en kwaliteit. Om dit goed te kunnen doen zal ren een rol:

Vrager Definitie Gebruik

Aanbieder Realisatie
Acceptatie door vrager

Contractmoment Oplevering door


met aanbieder aanbieder

Figuur 7.13 Het realiseren van het huisvestingsproces volgens het prestatiebeginsel, ideaaltypisch proces

06950408_hfdst07.indd 163 16-11-2005 16:02:50


164

• is het een simpele of een complexe bouwop- geval ook voor alle andere bouworganisatie-
gave? vormen.
• is esthetica of functionaliteit van belang?
• moet de bouwopgave onder tijdsdruk gereali- Winstoptimalisatie
seerd worden? Welke individuele belangen kan een bedrijf nu
• betreft het een incidentele of een professio- hebben en welk gedrag vloeit hieruit voort? De
nele opdrachtgever? gedragingen van een bedrijf worden voor een
belangrijk deel gebaseerd op de veronderstel-
De aanbiedende partijen hebben ook de keuze ling dat de eigenaren van een bedrijf streven
om hun diensten en producten aan te bieden via naar het verkrijgen van inkomen. Voorzover de
de verschillende organisatievormen. Deze keuze eigenaren zelf (eigen) vermogen ter beschikking
wordt vooral bepaald door de ondernemings- hebben gesteld, eisen zij daarvoor een vergoe-
doelen en daaruit afgeleid de ondernemingsstra- ding die minstens gelijk is aan de interest die zij
tegie van het bedrijf. Voorafgaand aan de verge- bij belegging elders voor hun geld zouden kun-
lijking van de verschillende organisatievormen nen verkrijgen. Hetzelfde geldt als de eigenaren
zal eerst gekeken worden naar de individuele zelf arbeid verrichten in hun onderneming. Zij
belangen die bedrijven hebben en de relatieve verlangen dan een loon dat minstens gelijk is
machtsposities die ze hebben om deze te verde- aan wat zij zouden kunnen verdienen door zich
digen. Op basis hiervan kan beter een realistisch elders als werknemer te verhuren. Daarboven
beeld gegeven worden van de voor- en nadelen wensen de eigenaren een aandeel in de winst
van een bepaalde bouworganisatievorm voor het van de onderneming. Bijvoorbeeld een aantal
individuele bedrijf. architecten besluit een eigen architectenbureau
te beginnen, omdat zij verwachten zo meer te
7.7.1 Individuele belangen van bedrijven verdienen.
Een goede samenwerking tussen de verschillende
participanten in een bouwproces lijkt een abso- Continuïteit van de omzet
lute must om zo efficiënt mogelijk een bouw- Behalve of naast de veronderstelling dat het
opgave te realiseren. Waarom zouden de deel- ondernemingsgedrag is gericht op het verkrijgen
nemers aan een bouwproject niet samenwerken van uitkeerbare winst, treft men veelvuldig de
in plaats van, zoals in de praktijk veelvuldig blijkt, veronderstelling aan dat de onderneming streeft
elkaar juist tegenwerken. Het probleem is dat de naar geldomzet. Deze doelstelling kan op ver-
deelnemers aan een bouwproject ook in dienst schillende manieren worden uitgelegd, bijvoor-
zijn van een bedrijf. Een bedrijf met zijn eigen beeld:
belangen, die vaak tegenstrijdig zijn met die van • het streven van de ondernemingsleiding naar
de andere participanten binnen een bouwteam. een zo groot mogelijke periodieke geldomzet op
Een voorbeeld is een vertegenwoordiger van een lange termijn;
bouwbedrijf die zeer creatief meedenkt in een • het handhaven van haar marktaandeel in de
bouwteam. Op een gegeven moment komt hij omzet van de gehele bedrijfstak;
tot de ontdekking dat door het toepassen van • het behouden van haar relatieve marktpositie
een prefabconstructie van een bepaalde fabri- ten opzichte van haar belangrijkste concurren-
kant de bouwkosten drastisch kunnen worden ten.
verlaagd. Dit betekent echter ook dat zijn bouw-
bedrijf veel minder werkzaamheden hoeft te ver- Verschillende bouwbedrijven hebben elk jaar een
richten ofwel dat deze oplossing ten koste gaat omzetdoelstelling. Die doelstelling moet worden
van de omzet van zijn eigen bedrijf. Samenwer- gehaald om voldoende financiële middelen te
ken in een bouwteam gebeurt pas echt als het hebben om het in vaste dienst zijnde personeel
samenwerken voor alle deelnemende bedrijven dat jaar te kunnen betalen en de investeringen in
een win-win situatie oplevert, of anders gezegd: materieel en andere bedrijfsmiddelen te kunnen
het eigenbelang van het samenwerken duidelijk financieren.
is. Wat geldt voor het bouwteam, geldt in dit

06950408_hfdst07.indd 164 16-11-2005 16:02:50


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 165

Emotionele beweegredenen is. Duidelijk moge zijn dat door achterhouden


Naast het streven naar winst en omzet zijn nog van informatie druk kan worden uitgeoefend op
andere doeleinden denkbaar, meer emotio- de partij die deze informatie moet gebruiken.
nele beweegredenen. Genoemd wordt wel het Het uitoefenen van druk door het achterhouden
streven naar status, prestige en macht door de van informatie wordt effectiever als de ontvan-
leiders van de onderneming. Bijvoorbeeld een gende partij in hoge mate afhankelijk is van deze
architectenbureau dat als ondernemersdoel heeft informatie. Ook in een bouwproject geldt: ‘ken-
te streven naar internationale bekendheid door nis is macht’.
het ontwerpen van zoveel mogelijk excentrieke
gebouwen. Sanctiemogelijkheden
De tweede bron waarop macht tijdens het
Zoals we uit voorgaande kunnen concluderen bouwproces kan zijn gebaseerd, is het soort con-
streeft elk bedrijf zijn eigen doelen na. Bij elke tracten dat de basis vormt voor de juridische re-
bouwproces moeten we steeds weer trachten latie. Het soort contract bepaalt de mate waarin
deze belangen op elkaar af te stemmen, binnen een discipline aansprakelijk gesteld kan worden
de ene bouworganisatievorm gaat dit wat voor zijn daden, en de juridische stappen die
gemakkelijker dan bij de ander. hiertegen genomen kunnen worden. De contrac-
ten die de opdrachtgever met de ontwerpende
7.7.2 Relatieve machtsposities disciplines; architect en adviseurs, afsluit zijn
Een onderneming in de bouw heeft vanuit gebaseerd op een inspanningsverplichting. Het
zijn discipline vaak bepaalde machtsmiddelen regelt de dienstverlening zonder dat opdracht-
om zijn ondernemingsdoelen te realiseren. De nemers, grove nalatigheid daargelaten, verant-
machtsposities die de verschillende disciplines woordelijk zijn voor het uiteindelijke resultaat. Zij
hebben binnen het bouwproces en de invloed worden betaald voor het kwantitatieve resultaat.
die zij hiermee kunnen uitoefenen, zijn geba- De maximale aansprakelijkheid van de ontwer-
seerd op twee elementen; ‘kennis is macht’en pende partijen kan nooit hun eigen inbreng,
sanctiemogelijkheden. hun honorarium, overschrijden. De uitvoerende
partijen daarentegen gaan een doel- of presta-
Kennis is macht tiecontract met de opdrachtgever aan. Hierin
De eerste bron van macht is de informatie die wordt vastgelegd wat, wanneer en voor welke
door een discipline aan de volgende partij over- prijs moet worden gerealiseerd. De uitvoerende
gedragen wordt, figuur 7.14. Deze macht is partijen worden hier ook op afgerekend.
ook afhankelijk van de mate waarin de laatst-
genoemde partij van deze informatie afhankelijk

Adviseur van de Opdrachtgever/


opdrachtgever gebruiker

Coördinator

Adviseur van de Uitvoerend


Architect
architect bouwbedrijf

Uitvoerend
Adviseur en installateur
bouwbegeleider

Toeleverancier

Figuur 7.14 Informatiestromen tussen de verschillende disciplines

06950408_hfdst07.indd 165 16-11-2005 16:02:51


166

De machtsposities van de verschillende discipli- opbouw zich nauwelijks voordoen. We zien dat
nes kan nu worden bepaald door de informatie de organisatie rond een bouwteam voor elke
die zij aan de volgende partij moeten overdragen bouwopdracht weer volledig moet worden op-
en de wijze waarop zij voor een slechte prestatie getuigd, waardoor hoge transactiespecifieke in-
kunnen worden gesanctioneerd. vesteringen ontstaan. Het grote voordeel bij een
bouwteam is de goede mogelijkheid tot inbreng
7.7.3 Samenwerkingsvormen en de van uitvoeringskennis, waardoor kosten en tijd
opdrachtnemende bouw bespaard kunnen worden.
In deze subparagraaf worden de voor- en
nadelen van de verschillende bouworgani-
satievormen besproken uit de optiek van de Transactiekosten
opdrachtnemende bouw. Aan de orde komen Onder transactiekosten in de bouw worden
de efficiency, zekerheid ten aanzien van kosten, verstaan de kosten die niet direct met het
mogelijkheden tot prijsconcurrentie, invloed op bouwwerk te maken hebben, maar met de
het ontwerp, aansprakelijkheid en de mogelijk- organisatie van het bouwproces. De kosten
heid om geavanceerde informatietechnologie te die direct met het bouwwerk te maken heb-
gebruiken. ben zijn de bouwkosten. Transactiekosten
ontstaan doordat vraag (opdrachtgever) en
Getrapte aanbesteding aanbod (architect en bouwbedrijf) elkaar op
Bij de getrapte aanbestedingsvorm worden archi- de ’markt‘ ontmoeten en uiteindelijk tot een
tect en aannemer apart door de opdrachtgever transactie (een contract) komen. De volgende
gecontracteerd. Het ontwerpen en de uitvoering transactiekosten kunnen in een bouwproces
worden niet door één organisatie verzorgd. Deze voorkomen:
versnippering heeft tot gevolg dat er tussen de • kosten tijdens de ontwerpfase; selecteren
bouwpartners veel informatieoverdracht plaats en contracteren van architecten en adviseurs,
moet vinden. Bovendien wordt de ontvangen aansturen, coördineren en controleren van de
informatie voortdurend gecontroleerd op tussen- ontwerpwerkzaamheden;
tijdse wijzigingen en inspanningen. Dit leidt tot • kosten tijdens de prijsvormingfase; selecte-
zeer hoge transactiekosten. ren, uitnodigen, maken van prijsaanbiedingen
Bij de traditionele organisatievorm hebben we door één of meerdere aannemers, prijsonder-
te maken met éénmalige projecten. Door het ad handelingen en contracteren van aannemer
hoc kenmerk van deze bouworganisatievorm zal (en indirect onderaannemers);
een relatieopbouw zich niet voor doen. Er gaat • kosten tijdens de uitvoeringsfase; directie-
na elk project veel informatie verloren. Bij een voering, toezicht en garanties;
volgend project moet weer alle informatie wor- • kosten van meer- en minderwerkzaam-
den verzameld, hetgeen zeer hoge kosten met heden; prijsvorming en toezicht.
zich meebrengt, de zogenaamde transactiespeci-
fieke investeringen. Transactiekosten worden dus gemaakt door de
opdrachtgever als wel door de aanbiedende
Bouwteam partijen.
Bij een bouwteamaanpak zien we dat er zich
ad hoc een apart soort integratie voordoet. Er
wordt niet geïntegreerd in één organisatie, maar Turn-key en general-contracting
er wordt een team gevormd met de opdracht- In de turn-key-vorm zien we dat bijna alle pro-
gever, architect en aannemer. Hierdoor is de cesfuncties gecoördineerd worden door één
ontwerp- en uitvoeringsverantwoordelijkheid organisatie. Ontwerp- en uitvoeringsverantwoor-
minder gescheiden dan bij de traditionele orga- delijkheden liggen bij de turn-key-organisatie en
nisatievorm. Ook bij het bouwteam hebben we dus niet bij de opdrachtgever. In vergelijking met
te maken met eenmalige projecten. Door het ad de traditionele organisatie en bouwteamorgani-
hoc karakter van deze bouwvorm zal relatie- satie levert het plaatsen van de disciplines onder

06950408_hfdst07.indd 166 16-11-2005 16:02:51


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 167

één aanbiedende partij geen voordelen op met tra kosten (meerwerk) voor de opdrachtgever
betrekking tot informatieoverdracht. Het niveau met zich meebrengt. Omdat in de traditionele
van de informatieoverdracht verschuift alleen van vorm de uitvoerende partijen doorgaans na de
de opdrachtgever naar de turn-key-organisatie. bestekfase worden ingeschakeld, biedt dit model
Bij turn-key is sprake van terugkerende trans- voor de opdrachtgever de beste mogelijkheid tot
acties, omdat er vaak teruggevallen wordt op prijsconcurrentie.
dezelfde bedrijven van de verschillende discipli-
nes. Er is hier dus sprake van een relatieopbouw Traditioneel zijn de aansprakelijkheden van
van de bouwpartners. Dit zal leiden tot eerdere de architect en raadgevend ingenieur meestal
genoemde schaalvoordelen met betrekking tot belangrijk beperkt. De traditionele aannemer
transactiespecifieke investeringen. verbindt zich om het ontwerp uit te voeren op
een behoorlijke en deugdelijke wijze, waarbij
Zowel turn-key als general-contracting bieden hij ten aanzien van de eventuele gebreken in
een goede mogelijkheid tot inbreng van uitvoe- het ontwerp een waarschuwingsplicht heeft. Hij
ringskennis. Doordat bovendien de verantwoor- draagt echter voor deze gebreken geen aanspra-
delijkheden en aansprakelijkheden duidelijk zijn kelijkheden, voor zover deze voortvloeien uit
vastgelegd, is bij turn-key en general-contracting het ontwerp. Dit neemt niet weg dat ook in de
de verwachte doorlooptijd korter dan bij de traditionele contractverhouding bepaalde ont-
andere organisatievormen. Bij general-contrac- werpwerkzaamheden worden uitgevoerd door
ting hangt de mate waarin voordelen van relatie- de aannemer. Bepaalde detailontwerpen van het
opbouw zich voordoen af van de mate waarin gebouw worden namelijk door de aannemer
de general-contractingorganisatie geïntegreerd uitgewerkt, terwijl hij ook, door het kiezen van
is. De transactiekosten zijn in verhouding hoog bepaalde materialen, aan het ontwerpproces
bij een minimale integratie (interne architect en deelneemt.
interne uitvoeringsdeskundige). De transactiekos-
ten zijn laag als alle disciplines geïntegreerd zijn, Bouwteam
inclusief de bouwvakkers voor het daadwerkelijk Bij het bouwteam liggen de transactiekosten
bouwen van het bouwwerk. lager dan bij een getrapte aanbesteding, want
door het werken in één team heeft de opdracht-
7.7.4 Samenwerkingsvormen en de gever meer vat op eventueel opportunistisch
opdrachtgevende bouw gedrag van de partners. De opdrachtgever heeft
In deze subparagraaf worden de voor- en hier, net zo als bij de traditionele organisatie-
nadelen van de verschillende bouworganisa- vorm, tijdens het gehele bouwproces de coör-
tievormen besproken uit de optiek van de op- dinatie in handen. Hierdoor blijft hij transactie-
drachtgevende bouw. kosten maken tot en met de gebruiksfase. Deze
transactiekosten zullen lager uitvallen als we te
Getrapte aanbesteding maken hebben met een ervaren en professionele
Bij de traditionele vorm blijft de opdrachtgever opdrachtgever.
transactiekosten maken tot en met de gebruiks-
fase, omdat hij gedurende het gehele bouwpro- Bij het bouwteam wordt de bouwer vaak al vanaf
ces de coördinatie in handen heeft. De transac- het begin van het proces ingeschakeld, hierdoor
tiekosten liggen bij het traditionele proces hoger is de mate van prijsconcurrentie minder dan bij
dan bij de andere bouworganisatievormen. De het traditionele model. Bij het bouwteam kan
traditionele vorm biedt voor een opdrachtge- het uiteindelijke kostenniveau nogal verschillen.
ver de minste zekerheid met betrekking tot het Enerzijds kan gedurende de uitvoering in dit
kostenniveau. Pas na de aanbesteding kent hij model prijsopdrijving plaatsvinden doordat het
de hoogte van de bouwkosten. Daarna kunnen bouwbedrijf (dat vroegtijdig is ingeschakeld) in
doordat de uitvoerende partijen in dit model de ontwerpfase niet al zijn kennis inbrengt om
meestal na de bestekfase worden ingeschakeld bij de definitieve prijsonderhandeling een sterke
problemen ontstaan bij de uitvoering, wat ex- uitgangspositie te kunnen innemen. Of, in het

06950408_hfdst07.indd 167 16-11-2005 16:02:51


168

meest ongunstige geval voor hem, wanneer over het uiteindelijke kostenniveau. Door de
de opdrachtgever zich beroept op de afstands- gemaakte afspraken (garanties), bestaat er in dit
verklaring van het bouwbedrijf zich tijdens een stadium bovendien de meeste zekerheid met
mogelijke aanbesteding (met alternatieve oplos- betrekking tot het uiteindelijke kwaliteitsniveau.
singen) te kunnen onderscheiden van andere Het financiële risico voor de opdrachtgever is
aanbiedende partijen. Anderzijds kan een bouw- klein. Door de gemaakte afspraken bestaat er
bedrijf wel al zijn kennis inbrengen en verkrijgt bij alle partijen duidelijkheid over de financiële
de opdrachtgever grote zekerheid met betrek- aspecten van het bouwproces. De mate van
king tot het uiteindelijke kostenniveau. prijsconcurrentie is het kleinst bij turn-key en
general-contracting omdat de turn-key-organi-
Turn-key en general-contracting satie in een vroeg stadium van het bouwproces
Door het volledig uitbesteden van het bouw- wordt gecontracteerd. De prijs van het contract
project heeft de opdrachtgever in de standaard bij deze organisatievormen zal beduidend lager
turn-key-vorm alleen nog maar transactiekosten uitvallen bij het hebben van een belangrijke
in de initiatieffase en de gebruiksfase. De ‘safeguard’.
overige transactiekosten worden gemaakt door Na het opstellen van het PvE immers tekent de
de turn-key-organisatie. Omdat in de standaard opdrachtgever het contract tot realisatie van een
turn-key-vorm de opdrachtgever alleen maar bouwwerk.
betrokken is bij de initiatief- en gebruiksfase,
heeft hij nauwelijks transactiekosten in de tussen- Totaal aanbiedingsvormen zoals turn-key en
liggende fasen. De ervaring leert echter dat door general-contracting geven de opdrachtgever
lage betrokkenheid er nog wel eens een bouw- grotere zekerheid en efficiency dan de traditi-
werk gerealiseerd wordt dat niet volledig aansluit onele contractvormen en de bouwteamvorm.
bij de wensen van de opdrachtgever. Daarnaast De kwestie van aansprakelijkheid is echter een
kunnen de wensen en behoeften vooraf niet een- moeilijk probleem. De opdrachtgever stelt zich
duidig specificeerbaar zijn of kunnen tijdens het terecht op het standpunt dat de aanbiedende
bouwproces wijzigen. partijen aansprakelijk zijn voor alle gebreken,
onverschillig of die nu voortvloeien uit een fout
De transactiekosten in een general-contracting in het ontwerp of in de uitvoering.
organisatievorm zullen voor de opdrachtgever
hoger zijn dan in turn-key-vorm. De opdracht- Opdrachtgevers willen vooral invloed uitoefenen
gever moet namelijk continu meedenken in op het ontwerptraject. Dit is met name het geval
het bouwproces. Toch kan worden gesteld dat bij complexe opdrachten waarbij het moeilijk
deze extra kosten niet in verhouding staan tot is om de (ontwerp)uitgangspunten vooraf vast
de eventuele kosten voor een opdrachtgever te leggen. Daarnaast willen opdrachtgevers bij
als het bouwwerk niet blijkt aan te sluiten bij complexe opdrachten bovendien de mogelijk-
zijn wensen. Gegeven het feit dat bij general- heid hebben om uitgangspunten te wijzigen.
contracting de afspraken tussen opdrachtgever, Vooral het bouwteammodel en general-contrac-
ontwerpende- en uitvoerende partijen duidelijk ting en (in mindere mate) het traditionele model
vastliggen, is er duidelijkheid met betrekking tot zijn daarom geschikt voor complexe bouwopga-
verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. ven.
Hierdoor is minder deskundigheid van een
opdrachtgever vereist bij het sturen van het Opdrachtgevers hebben in het turn-key-model
proces dan bij het traditionele model en het geen invloed op het verloop van het proces,
bouwteammodel. Doordat een opdrachtgever waardoor zij geen zekerheid hebben over het uit-
het proces gemakkelijker kan sturen zijn boven- eindelijke kwaliteitsniveau. Zowel de traditionele
dien de coördinatiekosten lager. vorm als het bouwteam geven minder zekerheid
met betrekking tot het kwaliteitsniveau en het
Bij turn-key en general-contracting verkrijgt een financiële risico, omdat in de uitvoeringsfase
opdrachtgever in een vroeg stadium zekerheid (vooral bij het traditionele model) onduidelijk-

06950408_hfdst07.indd 168 16-11-2005 16:02:51


7 BOUWORGANISATIEVORMEN 169

heden met betrekking tot de uitvoering kunnen


ontstaan. Het turn-key-model is vooral bruikbaar
bij minder complexe bouwprocessen waarbij de
definitieve uitgangspunten voor het bouwproces
vroegtijdig kunnen worden vastgelegd.

7.8 Kiezen van een


bouworganisatievorm

Welke bouworganisatievorm moet je nu kiezen


als opdrachtgevende bouw en als opdracht-
nemende bouw? Op zich is deze vraag eenvou-
dig te beantwoorden. Iedere partij moet zijn
sterke punten inbrengen in het proces en het
daarbij laten. De opdrachtgever wil eigenlijk
helemaal niet kunnen kiezen uit één ontwerp
en vervolgens voor de laagste prijs. Liefst kiest
de opdrachtgever voor een vertrouwde relatie,
gebaseerd op eigen ervaring of via derden, voor
kwaliteit en ten slotte pas voor de prijs.

Wat betreft de opdrachtnemende bouw wordt


op alle fronten gewerkt aan het ontkomen van
de traditionele aanbestedings- en samenwer-
kingsvorm. Kenmerkend van alle gepresenteerde
bouworganisatievormen in dit hoofdstuk is dat
de opzet op papier goed lijkt. In de praktijk ech-
ter worden al deze vormen vaak weer ingevuld
op de traditionele wijze, dus toch weer een ver-
deling van taken en verantwoordelijkheden. Het
bouwteam verwordt tot een instrument om zo
snel achter de prijs van de aannemer te komen,
terwijl zijn kennis op het gebied van de uitvoe-
ring nauwelijks wordt benut. Het general-
contractingconcept wordt gebruikt als verkoop-
argument als de organisatie op de commerciële
toer is om een opdracht binnen te halen. Vervol-
gens vindt het contracteren van de andere par-
tijen volgens traditionele principes plaats zodat
ook in deze vorm de kennis en ervaring van de
gecontracteerde partijen niet wordt gebruikt en
niet samensmelt tot een perfect product.
Kortom, ondanks de mooie ontwikkelingen op
het gebied van de bouworganisatievormen moe-
ten wij toch concluderen dat de juiste vorm in
combinatie met de invulling daarvan nog niet is
gevonden.

06950408_hfdst07.indd 169 16-11-2005 16:02:52


170

06950408_hfdst07.indd 170 16-11-2005 16:02:52


De bouw op middellange termijn
ir. D.H.J. van der Woude, ir. I.R. Pijpers
8
De bouw staat voor ingrijpende wijzigingen op korte en middellange
termijn. Dat is na het lezen van de vorige hoofdstukken wel duidelijk.
De traditie ontstaan in de achttiende eeuw stelt de huidige bouw-
wereld voor grote problemen. De scheiding tussen ontwerp en uitvoe-
ring werkt verlammend op het bouwproces, de samenwerking tussen
partijen, de kwaliteitsontwikkeling en de innovatie. Sterker nog: het
leidt bij veel segmenten tot verspilling, faalkosten, miscommunicatie
en frustratie, maar we kunnen leren van andere industrieën, andere
landen, en resultaten van uitgevoerde studies.

06950408_hfdst08.indd 171 16-11-2005 15:51:01


172

Inleiding Het hoofdstuk wordt afgerond met het in elkaar


passen van het besprokene tot één toekomstvi-
In de voorgaande hoofdstukken is een beeld sie. Deze toekomstvisie is gestoeld op vier pijlers
geschetst van de totale bouwnijverheid. Het te weten:
bouwen als onderdeel van de huisvestingscy- 1 totaalaanbieding;
clus is beschreven, een verdere uitdieping van 2 ketenintegratie;
het begrip bouwnijverheid, de fasering van het 3 integratie informatietechnologie;
bouwproces, de betrokken partijen en de bouw- 4 industrialisatie.
organisatievormen. We hebben niet getracht een
mooier beeld voor te spiegelen dan de werke- Deze vier pijlers liggen ten grondslag aan het
lijke situatie. Bij ieder onderdeel is gekeken naar veranderen van deze traditionele bedrijfstak in
tekortkomingen, mogelijke verbeteringen en in een moderne en eigentijdse bouwindustrie.
gang gezette ontwikkelingen.

De bouwnijverheid wordt gewoon al door de 8.1 Problemen in de bouw op


markt gedwongen de komende jaren te verande- een rij
ren. De volgende vragen zijn dan aan de orde:
• hoe moet de bouwnijverheid dan verande- In de vorige hoofdstukken zijn alle problemen al
ren? uitvoerig besproken. In deze paragraaf worden
• welke bouworganisatievorm moet hiervoor ze nog een keer op één rij gezet, figuur 8.1.
worden gekozen? Vervolgens worden uit deze lange opsomming
• wat zijn de pijlers van deze ingrijpende veran- de essentiële problemen gefilterd die als eerste
deringen? om een oplossing vragen. Uit het overzicht is
• wat worden de rollen van de diverse partijen? te herleiden dat het grootste probleem wordt
• hoe moet de informatietechnologie hierop gevormd door het uiteenvallen van de vroegere
inspelen? bouwmeester in twee partijen: de architect
en de aannemer. Deze duidelijke scheiding is
In dit hoofdstuk wordt een richting aangegeven in de bouw geworden tot een traditie die, zo
naar een eigentijdse, effectieve manier van blijkt, een verlammend en verstorend effect
samenwerken waarbij alle problemen gesigna- heeft op de noodzakelijke ontwikkelingen in de
leerd in de vorige hoofdstukken kunnen ver- bouwbranche. Door deze scheiding leggen de
dwijnen. Het oplossen van de problemen wordt participanten in de bouw hun horizon qua sa-
langs een systematische weg uitgewerkt. Begon- menwerking nooit verder dan één project. Zodra
nen wordt met het op een rij zetten van alle het project gereed is, valt het team uit elkaar
problemen in de Nederlandse bouwnijverheid. en alle gemeenschappelijk opgebouwde kennis
Vervolgens worden een aantal impressies gege- en ervaring gaat wederom verloren. Door deze
ven van andere industrieën en andere landen. De steeds wisselende samenwerking stagneert de
bouwnijverheid kan namelijk veel leren van de kwaliteitsontwikkeling alsmede de innovatie.
andere industrieën zoals de auto-industrie en de
scheepsbouw. Maar ook kunnen wij leren van de Daarnaast wordt de Nederlandse bouwnijverheid
ontwikkelingen in de bouwnijverheid in andere gekenmerkt door een enorme rij participanten
landen. Met name Japan en Frankrijk vallen hier- waartussen verdeeldheid heerst. De opdracht-
bij in positieve zin op. nemende bouw is gewikkeld in een strijd om de
macht. De rollen zijn sterk aan het veranderen.
Natuurlijk vergeten we ook niet dieper in te gaan De architect wordt vormgever, de toeleverancier
op recent uitgevoerde studies over de noodza- en de installateur willen invloed op het ontwerp,
kelijke aanpassingen van en oplossingen voor de terwijl de aannemer ook qua kosten, uitvoerings-
bouwnijverheid. kennis en logistiek invloed in de vóórontwerp-
fase wil hebben. De opdrachtgevende bouw wil
daarentegen een totaal product aangeboden

06950408_hfdst08.indd 172 16-11-2005 15:51:01


8 DE BOUW OP MIDDELLANGE TERMIJN 173

Hoofdstuk Probleem
1 Bouwen a De traditionele en duidelijke scheiding tussen ontwerp en uitvoering, waardoor de
uitvoerende partijen te laat betrokken raken bij het proces. De bouwmeester van
vroeger is geworden tot twee nauwelijks samenwerkende partijen.
b Afspraken en werkwijzen worden projectgericht gemaakt. In feite zijn gelegenheids-
teams bezig een éénmalige klus te klaren, waarna alle opgedane kennis en ervaring
weer verloren gaat.
c Toename van het aantal participanten bij het realiseren van de gebouwen en woningen.
Dit heeft consequenties voor de (mis)communicatie, de efficiency (verspilling) en het
imago.
d De huidige organisatievormen kunnen niet goed inspelen op de verschuivende ta-
ken ten gevolge van de verandering van de markt in een vragersmarkt en de toene-
mende rol van de gebruiker.
e De hedendaagse informatietechnologie wordt nog maar matig ingezet in de bouw-
nijverheid, uitwisseling van informatie vindt nog steeds grotendeels op papier
plaats.
f Door het streven naar industrialisatie zal de toeleverancier steeds meer invloed op
het ontwerp moeten gaan krijgen. Nu wordt deze partij er pas tijdens de uitvoering
bij betrokken.

2 Structuur van de a In vergelijking met omringende landen hebben de Nederlandse bouwbedrijven een
bouwnijverheid geringe schaalgrootte. Natuurlijk past dit enigszins bij de Nederlandse bouwopgave,
maar zou ook het probleem kunnen zijn voor de geringe ontwikkelingsdrang in deze
sector.
b Ook is opvallend in vergelijking met andere landen in Europa dat er in Nederland
sprake is van een erg geringe verticale integratie.
c Opvallend in vergelijking met andere landen is het geringe innovatieve vermogen
van de bouwnijverheid.

3 Het bouwproces a Door de duidelijke scheiding tussen ontwerp en uitvoering is er sprake van kwali-
teitsverlies, waardeverlies door buitengewoon onderhoud, verspilling tijdens het
ontwerpproces, materiaalverspilling, verspilling door gebrekkig management, ver-
spilling door menselijke arbeid, verspilling door slechte arbeidsomstandigheden en
faalkosten.
b Door de scheiding tussen ontwerp en uitvoering vindt er achteraf geen evaluatie
van het ontwerp op uitvoerbaarheid plaats. Deze kennis kan dus ook niet gebruikt
worden bij nieuwe projecten. De horizon van de samenwerking moet dus verder
gelegd worden dan één project.

4 De opdracht- a De verwachting is dat de opdrachtgevers bestellers van eindproducten worden. Eén


gevende bouw verantwoordelijke, één aanspreekpunt waarmee een resultaatverplichting wordt
aangegaan op basis van prestatie-eisen. Hierop kan de huidige bouwnijverheid niet
inspelen, omdat ze gewend is te denken als capaciteitaanbieder in plaats van pro-
ductaanbieder.
b De uiteindelijke gebruiker gaat een belangrijkere rol spelen bij het realiseren van de
gebouwen en woningen. Deze gebruiker wordt veelal vergeten door de bouwparti-
cipanten, terwijl deze steeds beter weet welke specifieke eisen gesteld moeten wor-
den aan zijn gebouw of woning.

06950408_hfdst08.indd 173 16-11-2005 15:51:02


174

Hoofdstuk Probleem

c Grote opdrachtgevers zoals Rgd (prestatieconcept) zoeken naar mogelijkheden


om de kwaliteit van huisvesting te verbeteren door in het pré-ontwerpstadium op
kosten en kwaliteit te sturen. De opdrachtnemende bouw kan hier geen adequate
invulling aan geven en valt terug in de oude vertrouwde traditionele principes.
d De opdrachtgever gaat naast het beslissen op investering er steeds meer toe over
ook de toekomstige exploitatielasten mee te laten wegen bij zijn beslissingen.

5 De opdracht- a De uitvoerende bouwbedrijven trachten door fusies en overnames meer facetten


nemende bouw van de bouwproductie in één holding onder te brengen en te werken aan schaal-
vergroting en positieverbetering. Toch blijft hierbij de duidelijke scheiding tussen
ontwerp en uitvoering een rol spelen.
b De toeleveranciers en de installateurs willen hun kennis en ervaring eerder inbren-
gen in het ontwerp en stellen zelfs de vraag waarom zij geen hoofdaannemers kun-
nen zijn.
c De rol van de architect komt meer en meer onder druk te staan. Van vertrouwens-
persoon van de opdrachtgever gaat de architect de vormgever worden die door een
bouwondernemer wordt ingeschakeld.

6 De overheid a Het ontwikkelen van de Vinex-locaties vergt gemiddeld vier jaar. Dit drijft de kosten
voor de toekomstige huurder en koper onnodig op.
b De uniformiteit van de technische regelgeving laat te wensen over.
c De invoering van de nieuwe en vernieuwde technische regelgeving leidt tot een
duidelijke kostenverhoging ten gevolge van zwaardere eisen, extra reken- en teken-
werk, grondonderzoek en overige noodzakelijke inschakeling van externe des-
kundigen.
d De Arbowetgeving wordt ervaren als zeer complex en zeer omvangrijk. Veel regels
blijken in de praktijk moeizaam of niet uitvoerbaar. Daarnaast is er sprake van een
papieren rompslomp die het systeem tot dode letters dreigen te maken.

7 Bouworganisatie- a Het traditionele proces leidt tot lange doorlooptijden, hoge coördinatiekosten, het
vormen niet stimuleren van innovatieve ontwikkelingen, geen afstemming van ontwerp op
de uitvoeringstechnische en logistieke mogelijkheden van de uitvoerende partijen.
De deskundigheid van de architect en de opdrachtgever alsmede de creativiteit en
flexibiliteit van de uitvoerende partijen bepalen of bij dit proces het gewenste resul-
taat wordt behaald.
b Bij het bouwteam vindt prijsvorming meestal niet plaats op basis van open prijscon-
currentie. De afbakening van verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden ligt in-
gewikkelder dan bij het traditionele proces. De (semi-)overheden kunnen deze vorm
niet meer toepassen vanwege EG-richtlijnen. Er is sprake van onduidelijkheden met
betrekking tot verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden en de opdrachtgever
moet beschikken over bouwprocesdeskundigheid.
c Bij turn-key zijn weinig mogelijkheden voor de opdrachtgever tot controle en bij-
sturing en is het uiteindelijke kwaliteitsniveau sterk afhankelijk van gestelde specifi-
caties, aanpassingen aan ontwerp en is de uitvoering slechts mogelijk tegen hoge
kosten en is niet geschikt voor complexe opdrachten.

06950408_hfdst08.indd 174 16-11-2005 15:51:02


8 DE BOUW OP MIDDELLANGE TERMIJN 175

Hoofdstuk Probleem

d General contracting lijkt een perfecte oplossing voor de problemen in de bouw. De


voordelen van general contracting zoals vroegtijdige zekerheid omtrent kwaliteits-
niveau, lage prijs, één contractpartner, goede mogelijkheid tot inbreng van uitvoe-
ringskennis en korte doorlooptijden blijken sterk afhankelijk te zijn van de mate van
integratie van de diverse disciplines. In de praktijk blijkt veelal dat general contracting
een zeer hoge organisatiegraad nodig heeft. Gezien de huidige organisatiegraad van
de ondernemingen in de bouw moet nog een behoorlijk groeiproces worden doorge-
maakt om dit te bereiken.

Figuur 8.1 Overzicht vorige hoofdstukken

krijgen en invloed op het totale proces. Het


traditionele rollenpatroon moet dus sterk op de De Europese auto-industrie en de daaraan gere-
helling.De nieuwere bouworganisatievormen lateerde toeleveringsindustrie hebben moeilijke
proberen in te spelen op deze ontwikkelingen, jaren achter de rug. Centraal stond in die peri-
maar in de praktijk blijkt dat de invulling we- ode de dreiging van de Japanse auto-industrie.
derom plaatsvindt volgens de aloude principes. Deze dreiging heeft ertoe geleid dat de Europese
Op papier lijkt het een mooie oplossing van de auto-industrie zich razendsnel heeft aangepast
problematiek, echter achter de schermen wordt aan de ‘Japanse werkwijze’ en nu weer sterk
nog steeds geworsteld met de tekortkomingen concurrerend is. Daarom worden een aantal ken-
van de tradities. merken belicht van twee interessante industrieën
waarvan de bouwnijverheid zonder meer moet
kunnen leren.
8.2 Wat kunnen wij leren van
andere industrieën? 8.2.1 De auto-industrie en ‘lean
production’
In dit boek is regelmatig gesteld dat de bouw- In 1990 en 1991 stond in de auto-industrie de
nijverheid veel van andere industrieën kan leren. Japanse dreiging centraal en natuurlijk ook het
Maar wat kan de bouwnijverheid dan leren? antwoord erop vanuit Europa. Vooral sinds het
Het volledig kopiëren van het totale proces van verschijnen van de MIT-studie The Machine that
ander industrieën naar de bouwnijverheid is changed the world in 1991 ligt het woord ‘lean-
niet haalbaar. Dus moeten we binnen de andere production’ op de lippen van elke topmanager in
industrieën onderdelen zien terug te vinden die de westerse auto-industrie, figuur 8.2.
zonder problemen in de bouw kunnen worden
toegepast. Terwijl in Japan in zeventien uur één auto wordt
geproduceerd, bedraagt dit cijfer in Europa meer
De volgende vraag is welke industrieën moeten dan het dubbele. Per 100 auto’s worden in Japan
worden geselecteerd voor dit leerproces. Uitein- 60 defecten ontdekt, in Europa 97. De ontwik-
delijk zijn wij terechtgekomen bij de auto-indu- kelingstijd van een auto bedraagt in Japan 46
strie en de scheepsbouw. De scheepsbouw om- maanden, in Europa 58 maanden. Kortom de
dat het daar ook gaat om een eenmalig product westerse auto-industrie is door het verschijnen
dat op basis van specificaties wordt gebouwd. van dat boek klaarwakker geschud, maar nog
Wel wordt hier op steeds dezelfde locatie ge- niet direct aan het werk getogen. In eerste in-
bouwd, maar veelal net als de bouw in de bui- stantie werd getracht via importbeperkingen de
tenlucht met grote productvolumen en risico’s Japanners nog minstens tien, maar liever twin-
voor de veiligheid en gezondheid van de werk- tig jaar buiten de deur te houden. Later begon
nemers. Kenmerkend is verder de integratie van men in te zien dat het instandhouden van de
het ontwerp en de uitvoering in één organisatie. ouderwetse massaproductie niet de juiste manier
is. De massaproductie wordt gekenmerkt door

06950408_hfdst08.indd 175 16-11-2005 15:51:02


176

1 Leiderschap één verantwoordelijke, één aanspreekpunt


2 Samenwerking één team met alle disciplines en commitment
3 Communicatie duidelijk en helder met ieder zijn verantwoordelijkheid
4 Ketenintegratie door gelijktijdige ontwikkeling en betrekken alle partijen worden door de totale keten
geïntegreerd
5 Efficiënt snelle productontwikkeling door ketenintegratie, afname opslagruimte en omvang tus-
senvoorraad door ketenintegratie (toeleveranciers), ieder levert toegevoegde waarde
aan product, geen verstoringen en nauwelijks herstelwerkzaamheden
6 Total quality hogere kwaliteit eindproduct
7 Continue nooit tevreden zijn, maar continu doorgaan met product- en procesverbetering
verbetering
Figuur 8.2 Kenmerken van lean production

grote aantallen, lange productietermijnen, een ces zijn gemaakt. De Japanse auto-industrie is te
eindeloze werkverdeling, gebrekkige kwaliteit en kenmerken als uiterst efficiënt, uiterst flexibel en
enorme fabrieken. Dit in tegenstelling met lean trendsettend. Onderzoeken tonen daarnaast aan
production: minder van alles. Dit betekent dat dat de aloude argumenten als culturele verschil-
er bij lean production de helft minder menselijke len en lagere loonkosten niet de redenen van het
arbeid in de fabrieken nodig is in vergelijking Oosterse succes zijn.
met massaproductie. Wat is nu de kracht van de Japanse auto-
industrie? Is dat lean production zoals gesteld
MIT-studie of is er meer? Feit is dat de ontwikkeling van
De MIT-studie dankt haar naam aan het de auto op een efficiëntere wijze plaatsvindt.
Massachusetts Institute of Technology in de De term die daarvoor gebruikt wordt is ‘lean
Verenigde Staten. Gedurende vijf jaar is hier in design’. Ook dat onderwerp zullen wij nader
het kader van de ‘International Motor Vehicle bekijken.
Program’ (IMVP) onderzoek verricht naar de
verschillen tussen massaproductie en lean-pro- 8.2.1.a Lean production
duction. Het onderzoek wees uit dat lean pro- De Europese auto-industrie was aan het voort-
duction in alle industrieën over de hele wereld borduren op de door Henry Ford ontwikkelde
eenvoudig kan worden toegepast. Wel stellen massaproductie, terwijl in Japan hard gewerkt
de onderzoekers dat de ‘conversie’ van mas- werd aan het ontwikkelen van lean production.
saproductie naar lean production een enorme De kenmerken van lean production zijn:
effect zal hebben op de samenleving. Het zal ◆ constante verbetering;
daadwerkelijk de wereld veranderen. ◆ flexibiliteit;
◆ total quality;
◆ efficiëntie;
Het besef begon dus uiteindelijk door te dringen ◆ just in time.
dat de enige manier om schoon schip te maken
was: de uitdaging met Japan direct aan te gaan. ◆ Constante verbetering
Op dat moment kon geen andere producent Iedere dag en elk uur opnieuw kritisch kijken
de efficiency van de Japanse merken evenaren. naar het huidige proces en continu zoeken naar
De Japanse filosofie is uiterst simpel: ‘Do the verbeteringen.
things right the first time’, oftewel ‘doe het
meteen vanaf het begin goed’. Bij veel Europese ◆ Flexibiliteit
automerken wordt een vijfde van de fabrieks- Het productieproces moet dusdanig flexibel zijn
oppervlakte en een kwart van het totale aantal dat alle automodellen door elkaar heen op de-
productie-uren besteed aan het herstellen van zelfde lijn kunnen worden geproduceerd. Vroe-
schade en fouten die tijdens het productiepro- ger was men veel tijd kwijt met het ombouwen

06950408_hfdst08.indd 176 16-11-2005 15:51:02


8 DE BOUW OP MIDDELLANGE TERMIJN 177

van productielijnen zowel qua stilzetten