Вы находитесь на странице: 1из 4

Shrinking Son of Man - Hoofdpunten DEEL 1 Korte introductie - radicale kritiek is een manier/methode om een tekst, historisch figuur

et cetera wetenschappelijk te onderzoeken. Allereerst wil ik iets vertellen over enkele criteria binnen de radicale kritiek om de authenticiteit van de inauthenticiteit te kunnen scheiden. De verschijning van de historisch kritische bijbelstudie is te dateren vanaf het begin van de 18e eeuw. In de Reformatie wilde men graag dat de bijbel bestudeerd zou worden zoals elke andere oude historische tekst, op een wetenschappelijk verantwoorde manier zonder de beklemmende theologische dogma's. Er kwam echter al snel weer een omslag, want de bijbelgeleerden voelden misschien de bui al wel hangen en wilden snel weer terug naar de oude situatie: de bijbel moest beschermd blijven tegen de hermeneutiek. Niet iedereen was het met deze omslag eens, en een reactie op deze ontwikkeling was de hogere kritiek. Hierin gingen bijbelwetenschappers verder met het kijken naar de bijbel zonder de dogmatische lens. Het onderscheid tussen hogere en lagere kritiek zit hem vooral in de manier van het ontleden van een tekst. Bij een lagere kritiek ligt volgens Price vooral de focus op het tekstuele niveau, waarin weeffouten en consistentieproblemen geanalyseerd worden. Fundamentele gelovigen hebben over het algemeen geen problemen met lagere kritische analyses van heilige teksten. Bij de hogere kritiek gaat het verder dan dat, want dan wordt gekeken naar het auteurschap, de integriteit, historische accuraatheid et cetera van een tekst. Dit roept weerstand op bij fundamentalisten en apologeten. Dit zijn christelijke en of academische auteurs die proberen het Christendom te verdedigen tegen in de tweede eeuw BCE de aanklachten van het paganisme en Jodendom, en nu tegen hogere vormen van kritiek welk met het gereedschap van de historische wetenschap soms voor sommigen moeilijk te accepteren resultaten oplevert. Enkele mijns inziens interessante voorbeelden daarvan zal ik nog geven. Binnen de hogere kritische stroming waren er geleerden die de bijbel in diskrediet wilden brengen, maar de meesten wilden een nieuw begripskader meegeven. Ze wilden dat de mensen die de bijbel lazen zelf kritisch leerden zijn over wat ze lazen in plaats van dat ze klakkeloos het, volgens Price, 'door fanatici geinspireerde idee overnemen dat de Bijbel het geinspireerde woord van God is dat onkritisch dient te worden overgenomen'. Price zijn doel: gegeven de culturele importantie van Jezus, wat is daar nu de feitelijke historische basis achter? Welke dynamieken zijn te ontdekken in het tot stand komen van zijn figuur? Hij claimt niet te willen meedoen aan bijbelafbraak maar streeft naar een beter begrip. Volgens hem heeft zijn kritiek dan ook een positief karakter. Criteria voor het onderscheiden van authentieke en inauthentieke data. Belangrijk deze te begrijpen omdat het aangeeft waar Price naartoe wil werken! -> verschillen tussen evangelieen over dezelfde punten. Volgens Price zijn de latere documenten meestal meer uitgebreide of spectaculaire vertellingen van een gebeurtenis en dus minder authentiek. Een voorbeeld is Markus 6:45, waarin verteld wordt over Jezus die op het water loopt. Mattheus 14:22 voegt daar Petrus aan toe, die ook op het water loopt. Volgens Price maakt het niet zoveel uit, want het principe is hetzelfde maar hij vindt dit een goede methode om de authentieke van de minder authentieke verhalen te onderscheiden. Hij maakt een punt dat het niet uitmaakt, al zou je alle inwoners van Galilea op het bewuste moment op het water laten lopen, de beide versies van de gebeurtenis in de twee evangelin hebben toch dezelfde harmonieuze strekking: goddelijkheid van Jezus benadrukken. Hier blijkt voor mij zijn soms duidelijk wordende cynisch/sarcastische inslag. Niet echt wetenschappelijk. Dus Price zijn hoofdwet van de historie is: naarmate de tijd vordert worden verhalen of gebeurtenissen aangedikt en overdreven in geschriften. De aangedikte versies zijn van later en minder authentiek. Meestal zijn er in de latere versies creaties van de evangelisten te vinden. Price spreekt van een ontwikkeling in de Christologie (de studie die bestudeert wie Jezus was en is, en dan vooral zijn eigenschappen): de manier waarop Markus (8:29) Petrus Jezus laat beschrijven is in vergelijking met Lukas (9:30) en Mattheus (16:16) heel spaarzaam. Zo spreekt Markus van Petrus, die Jezus ziet als de Christus. Lukas zegt de Christus, de zoon van God. Mattheus maakt het volgens Price helemaal bont met De Christus, de Zoon van de Levende God. -> Een ander criteria is dat specifieke stilistische eigenschappen in een bepaald evangelie wel voorkomen maar in andere weer helemaal niet. Zo doet Jezus in Johannes veel 'zelfverklaringen' 'Ik ben het brood, het licht', etc) allemaal predikaten over zichzelf. Deze komen echter niet voor in de andere evangelieen. Price betuigd dat deze zelfverklaringen getuigen van een aanbidding van Jezus vanuit het perspectief van het Johannes, of de auteur daarvan. Deze zijn dus later toegevoegd.

-> derde criteria: links met historisch/archeologische vondsten. Price acht het niet waarschijnlijk dat er synagogen of farizeen waren in de tijd van Jezus. Voor de synagogen waar Jezus volgens de evangelin de deur platliep is geen archeologisch bewijs. Price concludeert dat ze waarschijnlijk niet bestaan hebben. Over de farizeers zegt hij dat deze alleen even in Galilea zijn geweest na de val van Jeruzalem. Hij vergelijkt de evangelin met oa. Flavius Josephus, bijvoorbeeld over wie de romeinse procurator was in het gebied van Jezus geboorte. Hij vindt Josephus een meer authentieke bron dan de evangelin op dat gebied. -> laatste criteria: dissimilairiteit. Dit principe keert in Price zijn gehele boek terug in zijn vergelijking van de evangelin met andere mythologische figuren en verhalen. Enfin, Volgens Price mag een historicus een statement van een specifiek persoon, bijvoorbeeld Jezus, (uit bijvoorbeeld de evangelin) niet voor waar aannemen (als door hem gemaakt) als deze een statement in later en of huidig Christendom/Jodendom paralelliseert. Dit is een vrij rigoreus criteria mijns inziens. Hij is namelijk van mening dat de auteurs hun specifieke geloofsovertuigingen hebben ingepast in hun favoriete evangelie: de gnostici bijvoorbeeld in Johannes. Hun latere overtuigingen zitten dus in de uitspraken van Jezus: Volgens de Belgische theoloog Dick Wursten spreekt 'Johannes de taal van de gnostici'. Een gedachtenexperiment en tegelijk bezwaar voor de methode van dissimilariteit die Price zo belangrijk vindt en ook zeker uitputtend gebruikt, is dit: Apologetisch (betekent zoiets als verdediging) weerwoord (Neil Shenvi) tegen methode van Price. Beeld je in dat ik het leven en werk van Darwin wil bestuderen, maar dat al zijn eigen brieven, correspondenties en boeken verloren zijn gegaan zodat ik alleen maar secundair materiaal heb, wat dus wil zeggen wat anderen over Darwin of over zijn werk geschreven hebben. Deze anderen zijn bijvoorbeeld 19e eeuwse biologen die Darwin gebruiken om hun theorieen kracht bij te zetten: het gaat om de autoriteit van zo'n illuster wetenschapper. Het lijkt dus logisch dat ze grote ontdekkingen gaan toeschrijven aan hun held. Nu begin ik met mijn reconstructie. Op basis van dissimilariteit zou ik moeten verwerpen dat Darwin ontdekkingen deed die geheel of gedeeltelijk hetzelfde zijn als de ontdekkingen die gedaan worden in de 19e eeuw: dat zou dus een projectie van de theorien van die biologen die hem voor hun karretje spannen. Als ik al die ontdekkingen moet weglaten, Darwins hele theorie, zou ik een heel raar levensverhaal krijgen over Darwin en zijn werk, dat niet past bij wat we nu van hem weten. Aardig maar niet geheel sluitend verhaal. De conclusie die Price trekt is dat alle uitspraken van Jezus in de evangelin eerder Joodse of Joodschristelijke principes reflecteren in plaats van dat we die uitspraken kunnen toeschrijven aan de historische Jezus. Hij hanteert een voorbeeld uit Mattheus 5:17, waarin Jezus zegt: (van Dijk's vertaling) "Denk niet dat ik gekomen ben om afstand te nemen van de wet en de profeten, nee, ik vervul ze. Degene die de wet van Mozes houdt en leert zal gezegend zijn, degene die dat niet doet niet." Hier komt dus een Joodse visie in tot uitdrukking die wetsgetrouwheid wil benadrukken. Hetzelfde kan gezegd worden van Cynische of Stoicijnse, Hellenistisch achtige uitspraken. Een voorbeeld is Markus, waarin Jezus afstand neemt van het vasten. Volgens Price is dat gewoon een excuus dat de Hellenistische Christenen in Markus hebben ingepast zodat ze de joodse tradities niet meer hoefden na te leven. De uberconclusie van Price is dus, als je dit allemaal optelt, dat alle uitspraken van Jezus gediskwalificeerd moeten worden als daadwerkelijk van Jezus. Hij schrijft de meeste uitspraken toe aan ene Philo, een hellenistisch joodse filosoof die in de eerste eeuw na christus leefde. Price verweert zich ook telkens tegen de apologeten. Althans, daar lijkt het op. Zijn criterium van dissimilariteit vreet alle uitspraken van Jezus op, en dit krijgt dan vaak ook het verwijt dat het niks van de historische figuur Jezus overlaat. Hij komt dan met een mijns inziens goed argument. Deze kritiek is gericht op het resultaat, maar zegt niets over de juistheid van de methode. In andere woorden: apologeten of andere criticasters kunnen de resultaten gewoon niet aan. Hij komt met nog vele flauwe voorbeelden om dit statement kracht bij te zetten. In principe had het principe van de dissimilariteit een apologetische oosprong: het was bedoeld om Jezus van alle gezegden te ontdoen die niet van hem konden zijn, om een soort minimale echte Jezus over te houden, maar er bleef dus niks over. Price vergelijkt Jezus met Luther, als deze niet geschreven zou hebben dan zouden we alleen wat katholieke en Lutherse kaders hebben waar we Luther dan zouden moeten inpassen. Hetzelfde is er aan de hand met Jezus. -> Volgens Price zijn we verplicht om analogien te trekken van de evangelin naar de latere/huidige vormen van het jodendom en christendom. Waarom? Dat laat zien wat de meest waarschijnlijke verklaringen zijn, en die zijn wenselijk voor de historisch wetenschapper. Dit lijkt vaag, maar hij bedoelt het zo: omdat we nu weten dat niemand kan veranderen in een weerwolf bij maanlicht, kunnen we de antieke verhalen daarover afdoen als legenden. De nieuwtestamentische bijzondere verhalen dienen ook zo behandeld te worden. Geen van die verhalen wordt in externe, bv een romeinse bron geverifieerd. Bovendien is een typisch heldenverhaal zoals dat

van Jezus, met mysterieuze conceptie, verraad, opstand uit de dood etc een veel voorkomende vorm van het type heldenverhaal dat veel teruggevonden wordt in de oude tijd. Price geeft een typisch voorbeeld: je moet wel een hele goede reden hebben om te geloven dat er iets van de wonderen van Jezus waar is. Als je je TV aanzet en je ziet dinosaurussen een stad platwalsen geloof je ook niet dat het het nieuws is. Hij maakt een belangrijke claim mijns inziens, over het volgende. Veel apologeten of gelovigen verwijten wetenschappers een naturalistische bias. Ze denken teveel in fysische termen van wat kan wel en wat niet en willen daarom niet in wonderen geloven. Gelovigen/apologeten vergeten dan echter vaak dat alle andere nonbijbelse wonderen en fantasien voor waar moeten worden aangenomen. Dat doen ze echter zelf ook niet! DEEL 2 Goed, nu er wat gezegd is over de radicale methode kan ik een paar interessante voorbeelden geven. Nogmaals is het belangrijk om te bedenken dat deze kritiekvorm soms veel dieper en radicaler dus is dan Ehrman of Coogan. Het eerst voorbeeld is het Mithras verhaal. Price vraagt zich af waarom de geboortedag van Jezus eigenlijk is vastgesteld op de 25e december. Hij weet wel dat het als schijnbaar overduidelijk wordt aangenomen, want Jezus was een beroemd groot bekend man dus daarom zal het wel kloppen. De 25e december valt echter samen met de geboorte van de geboorte van de door de romeinen geadopteerde God Mithras, die door het hele Romeinse rijk werd vereerd. Het is een zeer oude God, met oorsprong ergens in India van ongeveer 1500 jaar BCE. Mithras was eerst een assistent van de hoogste God Veruna maar slaagde erin het belangrijkst te worden. De astronomen van Tarsus kwamen in aanraking met Mithras en voegden hem samen met het sterrenbeeld en God Perseus. Hier zien we dus al wat invloeden van de hemellichamen op de godsdienst. Deze astronomen voegden hem samen om hun eigen koning, Mithridates te eren. De God Perseus werd gezien als de overwinnaar van het sterrenbeeld Stier en zodoende werd hij gezien als een groot strijder God. Het Romeinse leger vond hem daarom wel interessant en liep met hem weg. Telkens als er een veldslag was gewonnen werd Mithras geeerd, en zodoende werd het een officiele romeinse God. Over heel Europa zijn grotten gevonden waar Mirthasverering plaatsvond, de zogenaamde Mithraeums. -Mithras is echter nooit echt geboren en is geen historisch figuur. Wat kunnen we nog meer over zijn geboortedag zeggen? 25 december was het moment van de zonnewende, op de toen gebruikte gangbare kalender. Dat wil zeggen dat vanaf die datum de dagen weer langer zouden worden (langer licht), na een tijd dat de dagen de kortste en dus donkerste van het jaar waren. Mytisch/symbolisch werd dit in verband gebracht met een zonnegod, die in de dagen voor de zonnewende sterft omdat hij al zijn kracht heeft gebruikt (kortere dagen dus), in de onderwereld weer kracht vindt of herboren wordt en zodoende terugkeert op aarde. Het gevolg van zijn nieuwe energie is dus langere lichte dagen. Niet alleen Mithras, ook de zongoden in Egypte, Perzie, Phoenicie, Griekenland en Duitsland hebben op dat moment hun geboorte/verjaardag. Deze datum, de 25e, is ook de verschijning van het sterrenbeeld maagd. Nu voel je hem al aankomen: Price zegt dat de voorchristelijke oude Egyptenaren de zon interpreteerden als een soort foetus, kind, voortgebracht uit dat sterrenbeeld, de maagd dus. -Voor Price is het zo klaar als een klontje dat de christelijke 25 december, evenals sommige eigenschappen van Jezus (geboren uit maagd) veel geleend en gemeen heeft van en bij andere zonnegodsdiensten en mythologieen. Voorbeelden zijn Apollo en Mithras dus. Van deze figuren is het echter de vraag of ze mensen waren waar allemaal goddelijke dingen aan werden toegeschreven, of dat ze gewoon mytisch waren. Een ander voorbeeld van zonnemythologie of godsdienst in de bijbel is het verhaal van Samsom. Interessant, want Coogan rept hier volgens mij niet over deze interpretatie. Volgens Price is de Hebreeuwse Samson een afleiding van het Babylonische verhaal van Shamash. Het haar van Samson staat net als in het verhaal van Shamash voor kracht, en zijn haarlokken zijn de zonnestralen. Zijn kracht van het in het brand steken van het gewassenveld van de filistijnen is de kracht van de zon die het gewas kan laten verdorren of verbranden, en zo zijn er nog meer overeenkomsten. Price interpreteert het verhaal van Shamash dus als zonnemythologie en denkt dat de Hebreeuwse Samsonvertellers deze elementen er bewust hebben uitgelaten, maar wel gebruikt hebben, slechts in een andere vorm dus. -Price noemt nog veel meer overeenkomsten tussen bijbelse en niet bijbelse figuren. Elia en Apollo. Beiden kwamen aan hun eind door een oprit naar de zenit (hoogste punt v/d sterrenhemel) in een vlammende kar of wagen. - Esau word gezien als een zonsopkomst, omdat deze rood en harig is, en van hem werd gezegd dat hij pijlen schoot als apollo in psalm 91. -Volgens Price past Jezus ook naadloos in de zonnemythologie, aangezien zijn kracht in Mattheus 17 wordt vergeleken met de zon, en dit gebeurd ook in Handelingen 9, openbaringen 1. Hij is omgord met 12 discipelen, en dat zijn de sterrenbeelden aan de dierenriem. Hercules (en vele andere mythologische figuren) had overigens ook iets met 12, namelijk de werken die hij moest volbrengen, die ook gekoppeld waren aan de sterrenbeelden

van de dierenriem. -Het is dus bijna zo of de zonaanbidding inherent is aan Jezus en zijn figuur. De 25e als geboortedag suggereert zichzelf dus bijna. De eerste Christen die refereert aan Jezus geboortedag als de 25e is niet in het nieuwe testament te vinden. Het is echter Hippocratis, ongeveer 200 jaar bce die erover schrijft. Het is allerminst duidelijk waarom hij dit vaststelde om de 25e, maar het moge duidelijk zijn dat er heel veel motieven kunnen zijn. Een voorbeeld van radicale kritiek op de Epifanie: -Voordat het kerstfeest gevierd werd werd er door veel Christenen, vooral gnostici Epifanie gevierd, dat is de doop van Jezus in de Jordaan. De aanname die hierachter zit is dat Jezus eerst een rechtvaardig maar sterfelijk mens was, maar dat hij door de doop Goddelijk geadopteerd werd. De epifanie werd de 6e januari gevierd, en op deze datum viel volgens de toen gebruikte kalender ook een zonnewende. Tijdens deze gebeurtenis werd de God van de oneindige tijd geboren, Aion. Volgens Price is de keuze van 6 januari voor Epifanie dus daaraan gelinkt. Price zegt dat als het gaat om het Christendom en Epifanie en de data daarvoor, dat er twee data zijn gekozen maar dat het net zo goed twee van de andere 363 hadden kunnen zijn. Price vindt de religieuze traditie bovendien koppig, want 6 januari blijft een feestdag, namelijk dat van Driekoningen. deel 3. Het is waarschijnlijk al duidelijk wat de stijl van Price een beetje is. Het is een echte intellectueel maar hij dreunt zoveel analogien en kritiekpunten op dat het boek soms lastig te overzien is. Ik wil nog wat zeggen over wat Price te zeggen heeft, in de vorm van radicale kritiek, over de geboorte van Jezus, maar dan met de focus op de evangelin. Volgens Price vertellen alle evangelin verschillende geboorteverhalen, het enige dat ze gemeenschappelijk hebben is Bethlehem als geboortestad. Dat Bethlehem de geboortestad moest zijn werd geprofeteerd in Mica 5, en Price denkt dat de auteurs van de evangelin angstvallig willen vasthouden aan de vervulling van die profetie, die benadrukt dat er nog een machtige heerser zou komen die een afstammeling is van David. Daarom laat Lukas Maria en Jozef 'toevallig' afreizen naar Bethlehem omdat Augustus een volkstelling wil. Maar bij Mattheus wordt Jezus gewoon geboren in het huis van Maria en Jozef, in Bethlehem. Markus is al helemaal een mooie, die spreekt met geen woord over de geboorte of Bethlehem, dus ondermijnt de visie van zowel Lukas als Mattheus. En Johannes verwerpt volgens Price de wil van Mattheus en Lukas door de farizeeen te laten beweren dat er helemaal geen profeet geboren zal worden uit galilea. De verschillende geboorteverhalen zijn dus in de evangelin geslopen omdat de auteurs hun eigen geloofsovertuigingen wilden uitdrukken. -We hadden het al over zonnemythologie, Bij de geboorte van Jezus in Lukas merkt Price ook nog veel andere invloeden op. Mithras, al behandeld, werd ook bezocht door schaapherders na zijn geboorte. In het boeddhistische verhaal over de geboorte van Asita is de hemel ook vol van engelen die zingen. Volgens Price zijn al deze invloeden in de evangelin geslopen door de veroveringen van alexander de grote, die ervoor zorgde dat in de stabiliteit van zijn rijk er handel en verkeer op gang kwam tussen India, het nabije oosten, en griekenland. -Als laatste nog een een analogie die Price maakt over de geboorte en vervolging van Jezus in Mattheus met het verhaal van Flavius Josephus over Mozes. De farao in Exodus laat alle Hebreeuwse babietjes doden omdat hij een opstand van zijn slaven vreest en wil voorkomen dat ze nog talrijker in aantal worden. Josephus heeft het over een specifieke pogrom gericht tegen Mozes alleen. In zijn verhaal wordt over Mozes gesproken als een aanvoerder van de Israelieten, een excellente man in deugd, groter dan wie dan ook, iemand die herinnert zou worden nog vele eeuwen later. De farao wordt zo bang door dit bericht dat hij alle kinderen in de rivier laat werpen. De ouders van Mozes worden gewaarschuwd in een droom voor dit dreigende onheil, en als ze wanhopig worden stelt God ze gerust. -Volgens Price heeft de auteur van Mattheus gewoon dit verhaal gebruikt, maar de farao vervangen door Herodes en Mozes door Jezus. Jozef is Amram, de vader van Mozes, en maria de Moeder, Jechobed, enzovoorts. Ook Jozef wordt gewaarschuwd door God, ook Herodes vermoord kinderen, et cetera. Price wil hiermee zijn punt maken dat de auteurs van Mattheus en Lukas helemaal geen eigen traditie hadden om uit te putten voor het verhaal van Jezus maar dat ze maar wat rondgeshopt hebben. Ik hoop dat ik jullie een inkijkje heb kunnen geven in Price zijn radicale kritiek. Zijn er nog vragen?