Вы находитесь на странице: 1из 4

Nr.

8 september 2003 pagina 1


Ons huidig behoud heeft te maken met geestelijk groei.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want, ieder, die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is
nog een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
Ons Huidig Behoud
Want het woord van het kruis is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor
ons, die behouden worden [behouden wordende], is het een kracht van God (1 Cor. 1:18).
Behoud is een ruim begrip in de Bijbel en omvat veel meer dan ons eeuwig behoud.
In het leven van een christen onderscheidt de Bijbel drie verschillende vormen van behoud:
1) het eeuwige behoud (Ef. 2:8,9), 2) het huidige behoud (1 Cor. 1:18), en 3) het toekomstige behoud
(Hebr. 1:14).
Een christen is daarom behouden, is in het proces om behouden te worden en kan in de toekomst
een behoud berven.
Ons eeuwig behoud ontvangen wanneer we worden wedergeboren en het is een behoud dat we
nooit meer kunnen verliezen (1 J oh. 5:11-13). Ons huidig behoud heeft te maken met onze geestelijke
groei, terwijl ons toekomstig behoud met een toekomstige erfenis heeft te maken. Dit toekomstig
behoud komt pas in beeld nadat wij zijn wedergeboren, want een erfenis komt alleen in beeld wanneer
men een kind van de erflater is. Ons toekomstig behoud is het doel van onze geestelijke wedloop en
het is een voorwaardelijk behoud dat slechts wordt verkregen indien wij de hoop, waarin wij
roemen, tot het einde onverwrikt vasthouden (Hebr. 3:6).
Het Griekse werkwoord voor behouden is soizoo en betekent in de eerste plaats in leven
behouden. God behoudt een onverlost mens in leven door hem te verlossen en hem eeuwig leven te
schenken. Maar is die persoon eenmaal voor eeuwig behouden, dan dient hij ook in zijn dagelijkse
wandel behouden, verlost en gedragen te worden (Ps. 68:20). En voor wat het toekomstige koninkrijk
van duizend jaar betreft, wil God ook leven schenken door ons als mede-erfgenamen met Hem te doen
heersen. Dit is de verwezenlijking van ons toekomstig behoud.
Nr. 8 september 2003 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
In ons huidig behoud werkt God vanuit het principe van dood en opstanding.
Er zijn vijf verzen in het Nieuwe Testament die een huidig behoud beschrijven door het
tegenwoordige deelwoord dat in de Griekse tekst wordt gebruikt. Dit tegenwoordige deelwoord
beschrijft in het Grieks een voortdurende of herhaalde handeling van het betreffende werkwoord.
1. En iemand zei tot Hem: Here, zijn het weinigen die behouden worden [behouden wordende]?
(Luc. 13:23).
Dit vers heeft niets te maken met eeuwig behoud, maar staat in verband met de brede en smalle
weg en met de enge en wijde poort (Matt. 7:13,14), uitgesproken door de Heer in de Bergrede. De
Bergrede is een redevoering van de Heer (Matt. 5-7), die te maken heeft met de toegang tot of
uitsluiting van het koninkrijk der hemelen, een toegang die slechts openstaat voor gelovigen (Openb.
2:26). Ons huidig behoud is daarom verbonden met de smalle weg die een christen moet gaan. Het is
een weg waarin we onszelf moeten verloochenen en dagelijks ons kruis op moeten nemen en de Here
moeten volgen (Luc. 9:23). De reden is duidelijk, omdat God ons gelijkvormig wil maken aan het
beeld van Zijn Zoon (Rom. 8:29). Dit doel bereikt Hij ondermeer door ons allerlei beperkingen op te
leggen, opdat het leven van Christus Zich in ons zal openbaren (2 Cor. 5:11). Om ons geschikt te
maken voor ons toekomstig behoud, moet ons geloof beproefd worden, willen we een instrument van
God zijn. Daarom onthoudt God moeite, tegenslag of ziekte niet aan zijn dienstknechten en laat Hij
bij voorbeeld ook toe dat zij worden gevangen gezet (Ef. 6:20).
In ons huidig behoud werkt God vanuit het principe van dood en opstanding (J oh. 12:24). Dit
principe leert dat ons natuurlijk leven door het kruis in de dood wordt gebracht, om in de kracht van
Christus opstanding, door een diep afhankelijk leven met Christus, vrucht te dragen.
Deze kruisdood klinkt niet erg prettig, maar we moeten beseffen dat alles wat door God gebruikt
wordt, op de proef wordt gesteld. Gods doel is bereikt als Christus alle grond in ons leven heeft en we
werkelijk kunnen zeggen: het leven is mij Christus (Fil. 1:20), opdat God uiteindelijk alles in ons
zal zijn (vgl. 1 Cor. 15:28). Als Christus leeft in de gelovige, dan betekent dat een gekruisigde
gelovige: met Christus ben ik gekruisigd. Dit leven wordt alleen verwezenlijkt door de smalle
poort en de enge weg te nemen.
2. En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die werden behouden [behouden wordenden]
(Hand. 2:47).
De Studiebijbel merkt in haar commentaar op dit vers correct op:
De soizomenoi (gered wordenden, vgl. 1 Cor. 1:18; 2 Cor. 2:15) is een
omschrijving voor mensen die op weg zijn het volle heil te ontvangen.
Degenen die tot geloof komen, worden natuurlijk op dat moment gered, maar
hun bestemming hebben ze nog niet bereikt.
De redding van deze christenen op dat moment was natuurlijk hun eeuwig behoud of heil en
hun bestemming was hun toekomstig behoud of heil. Daar tussen bevond zich hun huidig behoud,
en de Heer voegde dagelijks toe aan de kring die in het proces kwamen om in hun geestelijke groei
voortdurend behouden te worden.
Nr. 8 september 2003 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
De voortdurende toepassing van het kruis heeft als doel om ons van alles af te snijden
wat niet gebaseerd is op het leven van de Heer in ons.
3. Want het woord van het kruis is wel voor hen, die verloren gaan [verloren gaande], een
dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden [behouden wordende], is het een kracht van God
(1 Cor. 1:18).
1 Corinthirs 1:18 verbindt ons huidig behoud met het woord van het kruis, dat niet anders is
dan het eerder genoemde principe van dood en opstanding. Onze mate van discipelschap wordt
bepaald in de mate waarin wij ruimte geven aan Christus in ons leven. De Heilige Geest werkt in ons
leven op basis van het kruis (J oh. 12:24), opdat we ons natuurlijk leven niet lief zullen hebben en
onze natuurlijke wensen onderwerpen aan de belangen van de Here, om ons leven te bewaren ten
eeuwige leven, dat wil zeggen om ons toekomstig behoud te verkrijgen (vgl. J oh. 12:25).
Ons huidig behoud is gebaseerd op kennis van de Schrift die uitgewerkt en beproefd moet worden
in onze ervaring door de toepassing van het kruis en door de kracht van Zijn opstanding die het
gevolg van het kruis is. Om deel te krijgen aan ons toekomstige erfenis, heeft ons huidige behoud tot
doel dat we geen geestelijke kracht hebben in onszelf, maar in Christus. In alles moeten we van Hem
afhankelijk zijn om Hem te kennen als de bron van ons leven. In alle beperkingen en lijden die God
toelaat in ons leven (J oh. 15:2), moeten we beseffen dat het God te doen is om grotere geestelijke
ruimte, door Christus meer plaats in ons leven te geven. Deze voortdurende toepassing van het kruis
in ons leven heeft als doel om ons van alles af te snijden wat niet gebaseerd is op het leven van de
Heer in ons (J oh. 15:5).
De uitdrukking verloren gaande in 1 Corinthirs 1:18 is geen verwijzing naar een eeuwige
verlorenheid.
Het is de tegenhang van behouden wordend en verwijst naar een proces dat uiteindelijk niet
resulteert in het toekomstig behoud, waarbij men niet de hoop verwezenlijkt om een mede-erfgenaam
te zijn in het toekomstige Messiaanse tijdperk van duizend jaar.
Deze vorm van verlorenheid komen we ook tegen in 1 Corinthirs 8:11 waar het verwijst naar een
christen. Aangezien de eeuwige zekerheid van de gelovige niet toestaat dit vers op eeuwig heil te
betrekken, kan het alleen betrekking hebben op een huidig behoud met het oog op een toekomstige
erfenis.
4. want wij zijn voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden [behouden
wordende] en onder hen, die verloren gaan [verloren gaande] (2 Cor. 2:15).
2 Corinthirs 2:15 draagt dezelfde gedachte uit als 1 Corinthirs 1:18, maar brengt het tevens in
verband met een geur van Christus te zijn. Het is een geur van christenen onder christenen met
betrekking tot het verwezenlijken van hun toekomstige behoud of toekomstige verlorenheid. Deze
toekomstige verlorenheid heeft niets te maken met een eeuwige verlorenheid, maar met het niet
bereiken van het einddoel van ons geloof (1 Petr. 1:9).
De prediking van het einddoel van het geloof is de prediking van het behoud van de ziel (1 Petr.
1:9; Luc. 9: 23-26), de prediking dat wij ons eigen natuurlijke leven moeten verloochenen om ons
leven te behouden en waardig gekeurd te worden om een positie in het koninkrijk te mogen vervullen
(2 Thess. 1:5).
Nr. 8 september 2003 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
Alle lijden, pijn, frustratie en beperking die ons huidig leven als discipel met zich
meebrengt, heeft slechts als doel om meer ruimte voor Christus te maken in ons leven.
Veel christenen hebben in dit opzicht hun bijbelse grond verlaten door te leren dat elk christen, op
basis van het volbrachte werk van Christus, verzekerd is van deelname in het komende Messiaanse
koninkrijk. Daarmee hebben zij hun hoop op een valse basis gezet, want hoop is gebaseerd op de
trouw van de gelovige en het verliezen van zijn ziel (Matt. 16:25), dat te maken heeft met het
verloochenen van ons eigen natuurlijk leven om Gods wil te doen.
Voor hen die deze boodschap verwerpen, is het evangelie aan de gelovige een geur ten dode, maar
voor hen die het aanvaarden, is het een geur ten leven.
5. En de volken, die zalig worden (S.V.) [behouden wordende] zullen bij haar licht wandelen
(Openb. 21:24).
Openbaring 21:24 valt buiten de huidige bedeling. De uitdrukking die zalig worden komen we
tegen in de Statenvertaling, maar niet in de vertaling van de NBG. Deze afwezigheid in de NBG
vertaling is theologisch begrijpelijk, omdat behoud niet van toepassing is na het Messiaanse
tijdperk. Allen zullen dan, in de ruimste zin van het woord, zijn behouden, en er zal geen zonde en
dood meer zijn.
Het huidig behoud in deze bedeling is echter verbonden met een doel dat verwezenlijk moet
worden in het komende Messiaanse tijdperk. Ons huidige behoud is verbonden met geestelijke groei
en geestelijke groei staat niet op zich. Geestelijke groei heeft een doel en kan alleen plaats vinden als
men het toekomstige doel goed ziet. Paulus jaagde naar dit doel (Fil. 3:14), en zijn hele geestelijke
groei vond plaats omdat hij dit doel wilde bereiken. Hij telde zijn leven niet om slechts zijn loopbaan
ten einde te brengen en dit doel te bereiken (Hand. 20:24). Zijn passie was dat zijn broeders deze
grote waarheid ook zouden ontdekken en zien hoe groot de rijkdom van hun erfenis is (Ef. 1:15-19).
Maar welk christen is tegenwoordig nog genteresseerd is deze erfenis waarover Paulus spreekt en
welke prediker spreekt er nog over en waarschuwt zijn Gemeente de prijs te missen (Col. 2:18) en
niemand onze kroon neme (Openb. 3:11)?
Christenen weten doorgaans niets van hun erfenis en zien veelal maar n soort behoud, namelijk
hun eeuwig behoud. Ze denken dat hun eeuwig behoud tevens hun beloning is en denken dat er niets is
buiten hun eeuwig behoud. Maar de Bijbel maakt een onderscheid tussen eeuwig behoud en de
beloning van het koninkrijk. Wie trouw is, zal het koninkrijk berven, maar wie ontrouw is, zal het
verliezen. Daarom moeten we zien dat er eeuwig behoud is en er een huidig behoud is met het oog op
een toekomstige erfenis in het komende koninkrijk. Om deze toekomstige erfenis te verwezenlijken,
moeten discipelen van Christus zichzelf verloochenen en dagelijks hun kruis opnemen.
Er is geen groter doel dan in de komende bedeling met Christus te heersen en Hem daarin te
kennen. En er is niets dat meer de moeite waard is om voor te lijden en gevormd te worden dan de
heerlijkheid die straks geopenbaard zal worden (Rom. 8:18).
Alle lijden, pijn, frustratie en beperking die ons huidig leven als discipel van Christus met zich
meebrengt, heeft slechts als doel om meer ruimte voor Christus te maken in ons leven. God ontziet
ons niet om dat doel te bereiken, door ons huidig behoud dat in het diepst wordt gekenmerkt wordt
door het woord van het kruis. Het doel is om een verandering, een metamorfose, teweeg te brengen
(2 Cor. 3:18), totdat Christus in u gestalte verkregen heeft (Gal. 4:19). Dan heeft het huidig
behoud haar doel bereikt: waardigheid om het koninkrijk te berven (2 Thess. 1:5).