Вы находитесь на странице: 1из 36

IN DE USSR EN ERBUITEN

EEN VERGETEN AVANT-GARDE


Vrije Universiteit Amsterdam Marjolein Manintveld
Faculteit Letteren Uilenstede 59 -3357
Kunst en Cultuur 1183 AB Amstelveen
Bijzondere vraagstukken (2012-2013) Tel.: +31682077901
Dr. N. S. J. F. Zonnenberg Studentnummer: 2088797
27-06-2013 1e major ACW
2e major Beeldende kunst
M.w.manintveld@student.vu.nl
2

I NLEI DI NG

Deze paper zal zich richten op de tentoonstelling In de USSR en erbuiten. Deze is te
zien van 21 september tot 4 november 1990 in het Stedelijk Museum, waar Wim
Beeren in 1985 als directeur werd aangesteld. Hij haakt met deze tentoonstelling in op
een veranderende politieke situatie in Rusland na de val van de muur in november
1989. Naast de officile Russische kunstenaars, die werk maakten in de stijl van het
socialistisch-realisme, waren er vanaf het midden van de jaren vijftig ook Russische
kunstenaars die zich hiertegen afzetten en in een gedwongen isolement modern werk
maakten. Als Gorbatsjov aan de macht komt zorgt de Perestrojka en Glasnost ervoor
dat deze ondergrondse avant-garde kunst geleidelijk openbaar wordt gemaakt. Op 7
juli 1988 is er een grote doorbraak die gevolgen heeft voor de gehele kunstwereld:
Sothebys organiseert een veiling in Moskou waar ondergrondse werken voor hoge
bedragen worden verkocht aan het buitenland. Het is typisch iets voor Wim Beeren om
een tentoonstelling te maken over deze nieuwe kunst en zo in te spelen op
maatschappelijke ontwikkelingen
1
.
In het jaar voor In de USSR en erbuiten heeft Wim Beeren een
overzichtstentoonstelling gemaakt over het werk van de Russische avant-gardist
Kasimir Malevich in het Stedelijk Museum, hierdoor zijn goede contacten ontstaan met
het Ministerie van Cultuur van de USSR en werd het mogelijk om een tentoonstelling te
bespreken over de hedendaagse Sovjetkunst. Het Ministerie is bereid mee te werken
en de tentoonstelling wordt onderdeel van het cultureel uitwisselingsprogramma 1990-
1992 tussen de Sovjet-Unie en Nederland, getekend in april 1989 in Den Haag
2
. De
tentoonstelling geeft een beeld van de Russische kunst van 1970 tot 1990 en de
voorbereidingen kosten veel tijd, hiermee is Wim Beeren al sinds mei 1989 bezig
3
.
Bij het selecteren van kunstwerken heeft Wim Beeren hulp gekregen van de
conservatoren van het Stedelijk Museum Jan-Hein Sassen en Maarten Barthaux
4
.
Medewerkers van het Ministerie van Cultuur van de USSR zijn hierbij heel belangrijk
geweest omdat zij de contacten naar organisaties, kunstenaars en musea makkelijker

1
Anon., 1990, p. 82 - 83.
2
Beeren, 1990, p. 11 15.
3
Beeren, W.A.L., brief aan A. van der Laan, 1989, bijlage p. 24
4
Sassen, J. H., brief aan A. V. Andreev, 1990, bijlage p. 27 28.
3

hebben gemaakt
5
. In het bijzonder heeft de heer Andrej V. Andreev, medewerker bij de
directie van Schone Kunsten en monumenten van Cultuur, Wim Beeren en Jan Hein
Sassen begeleid bij atelierbezoeken in Moskou en Leningrad
6
. Daarnaast heeft
mevrouw Tregulova, het hoofd van de tentoonstellingsafdeling van het Ministerie van
Cultuur van de USSR, voor veel informatie gezorgd
7
.
Het is duidelijk dat Wim Beeren nieuwe wegen wilde bewandelen door een
overzicht te geven van de hedendaagse Russische kunst, maar hij is ook van mening
dat tentoonstellingen moeten aansluiten op de collectie van het museum
8
. Daarnaast
zijn de ideen van zijn voorganger Willem Sandberg een aanknopingspunt voor hem
geweest in de omgang met avant-gardes
9
. Willem Sandberg besteedde veel aandacht
aan de Russische avant-garde, met name aan het werk van Kasimir Malevich.
Daarnaast deelt hij met Wim Beeren de opvatting dat kunst niet autonoom is, maar
samenhangt met de maatschappelijke context waarin het tot stand is gekomen. De
vraag die ik als uitgangspunt zal nemen is daarom de volgende: Hoe presenteert Wim
Beeren met de tentoonstelling In de USSR en erbuiten de hedendaagse Russische
kunst en hoe verhoudt hij zich tot zijn voorganger Sandberg? Ik zal allereerst de
aankopen van Willem Sandberg van Russische avant-garde kunst bespreken en een
tentoonstelling hierover toelichten. Vervolgens zal ik naar de conclusie werken door de
tentoonstelling In de USSR en erbuiten te reconstrueren en te bespreken welke werken
van de Russische neo-avant-garde door Wim Beeren zijn aangekocht.







5
Beeren, 1990, p. 12. Beeren werd begeleid door onder andere de directeur van het Russisch Museum
Leningrad, Dr. V.A. Gusev, en Dr. Alexander D. Borovsky, hoofdconservator van het Russisch Museum in
Leningrad en Juri K. Korolev, directeur van de Staat Tretjakov Galerie in Moskou.
6
Brief van J. H. Sassen aan A. V. Andreev, 1990, bijlage p. 27 28.
7
Beeren, W.A.L., brief aan Z. Tregulova, 1990, bijlage p. 25 26.
8
Beeren, 1987, p. 341.
9
Schumacher, 2010, p. 17.
4

SANDBERG EN DE RUSSI SCHE AVANT-GARDE
Zoals ik naar voren heb gebracht besteedde Willem Sandberg in zijn aankoopbeleid veel
aandacht aan de historische Russiche avant-garde. Nadat Sandberg in de jaren dertig
al belangstelling voor het werk van Antoine Pevsner had getoond, bezocht hij de
kunstenaar in juni 1954 in Parijs. Bij die gelegenheid selecteerde hij Constructie voor
een vliegveld (afb. 1) uit 1937 voor aankoop. Het was met 21690,- Sandbergs
duurste verwerving van een levende kunstenaar tot dan toe, wat iets zegt over zijn
speciale waardering voor Pevsners constructivistische werk. Het werk werd aangekocht
om het te tonen op de tentoonstelling Moderne kunst, nieuw en oud. Op deze
tentoonstelling wordt moderne kunst geplaatst naast fotos van bruggen, wegen en
gebouwen, die het straatbeeld van de moderne maatschappij bepalen, om te laten zien
dat de moderne kunst genspireerd is op dezelfde technische expertise en vormentaal
van ingenieurs en architecten. Met oog op deze tentoonstelling bereidde Willem
Sandberg vanaf 1955 meer aankopen van Antoine Pevsner en ook van zijn broer Naum
Gabo voor. Antoine Pevsners Ovale fresco (afb. 2) kocht hij in 1957 voor ruim
40.000,-. Daarnaast kocht hij Lineaire Constructie in de Ruimte No. 2 (afb.3) van
Naum Gabo voor ruim 18.000,-
10
.
Hierna lag de nadruk op de belangrijkste aankoop: de Malevich-collectie. Werken
van Kasimir Malevich pasten volgens Willem Sandberg goed in de collectie omdat deze
aansluiten bij werken van De Stijl. Sandberg stelde: ik geloof, dat we de bijdrage van
Malevich tot de ontwikkeling van de moderne kunst op n lijn kunnen stellen met die
van onze landgenoot Mondriaan. Mondriaan is een begrip geworden, Malevich [...] is
bijna in vergetelheid geraakt. Dat is echter niet gebeurd, inmiddels zijn de werken van
Kasimir Malevich wereldberoemd en opgenomen in de canon. De Malevich-collectie, de
grootste collectie buiten de Sovjet-Unie, is hier zeker van belang voor geweest. Ten
slotte is de vergelijkbare ontwikkeling van Piet Mondriaan en Kasimir Malevich voor
Willem Sandberg bewijs dat kunst met de maatschappelijke context samenhangt en
geen autonome geschiedenis heeft
11
.


10
Roodenburg-Schadd, 2004, p. 565-566.
11
Ibid., 2004, p. 581 - 591.
5



4. Kasimir Malevich, Hiratisch suprematistisch kruis
(Groot kruis in zwart over rood op wit), 1920


De vertrouwensrelatie die tussen Naum Gabo en
Willem Sandberg gegroeid was, was van groot
belang voor de aankoop van de Malevich-
collectie. Hugo Hring, een Berlijnse architect die lid was van de Berlijnse vereniging Der
Ring, had een groot deel van de collectie in zijn bezit. Malevich kon zijn werken
tentoonstellen bij Der Ring op de Grosser Berliner Kunstausstellung maar hij moest om
onbekende redenen plotseling naar Rusland terugkeren en liet al zijn kunstwerken in
Berlijn, ook de stukken die niet op de expositie hingen, onder de hoede van Hugo
Hring
12
.
In januari 1957 werd met het idee van een tentoonstelling die Willem Sandberg
en Hans Jaff wilde maken over het werk van Kasimir Malevich, de overeenkomst
getekend waarin een betaalde bruikleenperiode van ten minste twee jaar stond, en ook
een optie om de collectie te kopen. Dit werd mogelijk doordat Naum Gabo met Hugo
Hring hadden samengewerkt in Berlijn en Gabo betrokken raakte bij de
onderhandelingen. De jaarlijkse huur bedroeg DM 11.000,- en de koopprijs was
vastgesteld op DM 122.000,-. Na onderhandelingen van bijna 4 jaar en nadat de
collectie tot Hrings eigendom was verklaard in 1956, kocht Willem Sandberg de
Malevich-collectie
13
. Deze bestond toen uit 28 olieverfschilderijen (afb. 4), 7 gouaches,
15 tekeningen en 21 theoretische kaarten die Malevich als lesmateriaal gebruikte.




12
Roodenburg-Schadd, 2004, p. 572.
13
Ibid., p. 574 578.
6

RECONSTRUCTI E
Wim Beeren heeft in 1988 tot 1989 een overzichtstentoonstelling van het werk van
Kasimir Malevich gemaakt, in lijn met de Malevich-collectie die zijn voorganger Willem
Sandberg had aangekocht.


Wim Beeren in gezelschap van Y. Korolev, directeur Galerie Voorgevel van het Stedelijk Museum
Moskou bij de opening van de Malevich tentoonstelling


Hierna wilde Wim Beeren een tentoonstelling maken over het werk andere Russische
avant-garde kunstenaars en is hij twee keer naar Rusland gereisd, in 1987 en 1988.
Daar zag hij in depots van het Russisch Museum in
Leningrad het werk van Russische jongeren,
onder andere een werk van Zavan Arshakuni (1932)
(afb. 5)
14
.


5. Zaven Arshakuni, Landschap met paard, 1976, olie op doek,
89,5 x 94,2, coll. Staats Russisch Museum Leningra

14
Beeren, 1990, p. 15- 16.
Dit werk maakte bijzondere indruk op hem door de bijzondere verfstreek en
kleurgebruik en heeft hem genspireerd een tentoonstelling te maken van eigentijdse
kunst uit de Sovjet Unie
15
. Op 18 december 1989 heeft hij al een aantal atelierbezoeken
gedaan en schrijft hij in een brief dat hij al een beeld heeft gevormd van wat hij wil laten
zien op de tentoonstelling, maar wat zijn idee precies is, is nog niet duidelijk
16
.
Het wordt zichtbaar wat dit idee is geweest als de tentoonstelling geopend wordt
op 12 september. De werken van 28 Russische avant-garde kunstenaars zijn verdeeld
over zestien zalen van de eerste verdieping van het museum, het is dus een zeer
uitgebreide en veelzijdige tentoonstelling geworden
17
. Een uitgangspunt was om werken
te tonen van verschillende generaties, deze zijn in te delen in drie categorien : zij die op
dit moment in de Sovjet-Unie wonen en werken, zij die hun vaste basis in de Sovjet-
Unie hebben maar zeer veel reizen en zij die zijn gemigreerd. De ondergrondse kunst
die centraal staat in de tentoonstelling wordt ook wel Apt-art genoemd omdat deze niet
getolereerd werd en in appartementen haar bestaan moest leiden. De werken zijn
geselecteerd vanuit de optiek een beeld te geven van de verschillende richtingen en de
complexe werksituatie van de hedendaagse kunstenaars in Rusland
18
.
Om te beginnen is werk te zien van kunstenaars die zijn geboren rond 1925 en
nog veel moeite hebben met het repressieve regime van Stalin. Een vertegenwoordiger
hiervan is Vladimir Nemuchin (1925), die in de Sovjet-Unie blijft en in zijn werk een
kubistische fase nieuwe, betekenisvolle inhoud geeft maar waarbij de invloed van de
historische avant-garde duidelijk zichtbaar is (afb. 6 en afb. 17)
19
. Daarnaast zijn werken
te zien van een generatie later die werd geboren rond 1935, wanneer de kunstenaar
nog steeds gedwongen wordt ondergronds werkzaam te zijn. Net als Vladimir
Nemuchin heeft Eduard Schteinberg (1937) zijn blik nog niet op het buitenland gericht,

15
Klaster, 1990, p. 49. In een interview zegt Wim Beeren: Dat was geen sociaal-realisme dat ik daar zag.
[...]
Het bleek mij toen wel, dat er zoiets als een tussengebied in de kunst heeft bestaan in de jaren zestig en
zeventig. Dat werd net getolereerd, maar meer ook niet. [...] Zo kwamen we terecht op mensen die
moeilijkheden met de machthebbers hadden in de jaren vijftig of zestig en op een groep jongeren die
onmiddellijk de vrijheid hebben gekozen, maar die toch overvallen werden door de nieuwe situatie.
16
Brief van Beeren aan A. van der Laan, 1989, bijlage p. 24.
17
Beeren, 1990, p. 51 -56, Bijlage p. 29 - 30.
18
Beeren, 1990, p. 16 -18.
19
Hermans, 1990, p. 20. In 1974 organiseerde Vladimir Nemuchin een tentoonstelling in de open-lucht,
deze heeft de bijnaam Bulldozer-show gekregen omdat de politie de hem kwam verwoesten.
8

zijn werk staat namelijk in de traditie van het suprematisme (afb. 7 en 8)
20
. Daarentegen
gaat Ilya Kabakov (1933) een literaire en alledaagse richting uit met een installatie van
vuilnis en een levensdraad waar briefjes aan hangen met fragmenten van een
alledaags gesprek (afb. 9). Ilya Kabakov is n van de kunstenaars die nog steeds actief
is en internationaal bekend is geworden
21
.


Ilya Kabakov met De levensdraad, 1990 (Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer)

Ook de generatie die wordt geboren rond 1945 is vertegenwoordigd met kunstenaars
die ieder hun eigen richting uit gingen. Deze kunstenaars wilden tijdens de dooi in de
jaren zeventig aansluiting vinden bij de internationale kunstwereld. Sommigen
emigreerden en anderen waren tot voor kort nog ondergronds werkzaam
22
. Vitali Komar
en Alexander Melamid (1945) horen hierbij, zij introduceerden Sots-kunst en kozen er
uiteindelijk voor te emigreren naar New York waar ze beroemd zijn geworden. Sots-
kunst houdt zich in de traditie van de Pop Art bezig met symbolen en clichs van de

20
Beeren, 1990, p. 2 13.
21
Hulsman, 1990. Toelichting Ilya Kabakov: Ik registreer het banale, alledaagse leven. Ik ben een soort
archeoloog van het Sovjet-leven. In mijn projecten combineer ik beeldende kunst met teksten, omdat de
Russische cultuur in de eerste plaats een verbale, literaire cultuur is.
22
Sassen, 1990, p. 2 16.
9

socialistisch-realistische kunst
23
. Het werk van Erik Bulatov (1933) geeft een duidelijk
beeld van de Sots-kunst (afb. 10 en 11).


10. Erik Bulatov, Zonsondergang zonsopgang, 1989, 11. Erik Bulatov, New York, 1989, olie op doek,
olie op doek, 200 x 200, coll. Neue Galerie Sammlung 270 x 196, coll. Neue Galerie Sammlung Ludwig,
Ludwig, Aken Aken

Oleg Tselkov (1934) emigreerde ook, hij vertrok naar Frankrijk (afb. 12). Ten slotte
behoren ook veel kunstenaars tot een nieuwe generatie die veel reist, zoals Oleg Tistol
(1960) (afb. 21) en de Necrorealisten uit Leningrad, die zich in hun werk bezighouden
met dood en verderf (afb. 13 en 14). Ook is een installatie van de jonge Moskouse
groep de Medische Hermeneutici te zien waarin jeugdfotos en een tekening van de
elfjarige Stalin zijn verwerkt (afb. 15)
24
. Africa (Sergei Bugaev, 1966) is n van de
jongste kunstenaars, ook hij is bekend geworden in New York (afb. 16)
25
. In deze
tentoonstelling worden dus zowel onbekende als bekend Russische kunstenaars
vertegenwoordigd. Viktor Misiano, een vooraanstaande kunstcriticus uit Moskou, stelt

23
Jansen, 1990. In een interview zegt Ilya Kabakov: De Sots Art-kunstenaars gebruiken de
propagandistische vorm van het socialistisch-realisme maar toonden tegelijk de psychologie en
mentaliteit van de Sovjetburger.
24
Veelen, 1990, p. 67.
25
Bertheux, 1990, p. 2 5.
10

dat er in de hedendaagse Sovjet-kunst zoveel is van alles, maar zo weinig van waarde,
maar dat de tentoonstelling een goed aanknopingspunt biedt
26
.
In de Erezaal is de Moskouse tentoonstelling Naar het Object te zien,
georganiseerd door Andrei Erofeev, curator bij het Tretyakov museum en ingericht door
de kunstenaar, curator en architect Yuri Avvakumov. Deze tentoonstelling is als
hoofdstuk opgenomen, hierin is een overzicht van de Russische kunst van de laatste
dertig jaar te zien aan de hand van kleine objecten van 65 Russische avant-garde
kunstenaars uit Moskou, Parijs en New York. In een schip van karton wordt een
verzameling getoond van meer dan 170 objecten van onder andere assemblages en
installaties
27
. Wim Beeren zag deze tentoonstelling begin 1990 in Moskou en heeft Yuri
Avvakumov gevraagd om een nieuwe ontwerp te maken die berekend zou zijn op de
Erezaal
28
. Het is interessant dat dit schip laat zien hoe de Russische conservatoren de
hedendaagse Russische kunst tentoonstellen.
De catalogus van de tentoonstelling is net zo veelzijdig en uitgebreid. Het heeft
de vorm van een dossiermap en de indeling weerspiegelt de werken die getoond
worden op de tentoonstelling: In de USSR en erbuiten, In de USSR..., ...en erbuiten, De
nieuwe generatie en Naar het object
29
. In het deel ... en erbuiten probeert Wim Beeren
te komen tot een karakteristiek van het werk van de Sovjet-kunstenaars. Hij stelt dat in
veel gevallen de kunst op een verhulde manier verwijst naar de politieke
omstandigheden en dus begrepen kan worden als maatschappelijk fenomeen
30
. Dit is
voor de Westerse bezoeker moeilijk te ontdekken maar in het werk van Erik Bulatov
komt het duidelijk naar voren (afb. 10). Hier zien we een socialistisch symbool als de
zon ondergaan, wat een hele dubbelzinnige betekenis heeft
31
. Dit hangt samen met het
feit dat volgens Wim Beeren kunst een uitdrukking kan geven aan sociaal of politiek
engagement
32
.

26
Lamoree, 1990,
Duk, 1990, p. 55.
27
Beeren, W.A.L., brief aan Y. Avvakumov,1990, bijlage p. 32 33,
Erofeev, 1990, p. 14- 37,
Plattegrond bijlage p. 34.
28
Avvakumov, Y., brief aan W.A.L. Beeren, 1990, bijlage p. 35.
29
Bijlage p. 31.
30
Beeren, 1990, p. 19 20.
31
Wesseling, 1990.
32
Schumacher, 2010, p 67.
11

Twee werken uit In de USSR en erbuiten zijn door Wim Beeren aangekocht,
Witte kaarttafel no. 4 (afb. 17) van Vladimir Nemuchin uit 1987/1988 en Zacht met vork
(afb. 12) uit 1990 van Oleg Tselkov
33
. Andere werken zijn van kunstenaars die hier
exposeerden, maar het gaat om andere werken dan die er te zien waren. Een werk van
Vitali Komar en Alexander Melamid
(afb. 18) uit 1985-1988 is
aangekocht, net als Afscheid (afb. 19)
uit 1985 van Zaven Archakuni. Van
Timur Novikov kocht Wim Beeren het
werk Luchtschip boven het Witte
Huis (afb. 20) uit 1989 en van Oleg
Tistol kocht hij een werk (afb. 21) uit
1991
34
.
12. Oleg Tselkov, Zacht met vork, 1990 olie op doek, 225 x 325, courtesy Galerie Bernard Felli, Parijs

Met deze selectie werken worden de verschillende richtingen van de Russische neo-
avant-garde weerspiegeld, ze zijn allemaal rond dezelfde tijd gemaakt maar toch heel
verschillend in stijl. Daarnaast worden zowel werken van onbekende namen zoals Zaven
Arshakuni, als van internationaal gevestigde kunstenaars aangekocht, zoals Timur
Novikov en het kunstenaarsduo Vitali Komar
en Alexander Melamid. Daarnaast lijkt Wim
Beeren gedreven te zijn om kunst aan te
kopen die bij zijn gedachtegoed past: het zijn
namelijk allemaal werken met een relatie tot
de maatschappij omdat ze een bepaalde
Sovjet-mentaliteit laten zien.


Timur Novikov, afkomstig uit de rock scene van Leningrad
(Foto Vrij Nederland)



33
Joosten, 1993, p. 236 en 254.
34
Beeren, 1993, p. 9.
12

CONCLUSIE
De presentatie van zoveel uiteenlopende posities en standpunten in In de USSR en
erbuiten van de hedendaagse Russische avant-garde kunst kan gezien worden als een
eerste stap om tot een beter inzicht te komen van deze kunst. Willem Sandberg begon
met de introductie van de historische Russische avant-garde door werken van Antoine
Pevsner, Naum Gabo en Kasimir Malevich aan te kopen en te tentoonstellen. Wim
Beeren verantwoordt In de USSR en erbuiten door een vervolg te maken dat aansluit op
de de Malevich-collectie van Willem Sandberg en de overzichtstentoonstelling over het
werk van Kasimir Malevich in het jaar ervoor. Van de Russische neo-avant-garde koopt
Wim Beeren een aantal werken van kunstenaars die verschillende werkomstandigheden
en richtingen in Rusland van 1970 tot 1990 vertegenwoordigen, namelijk van Vladimir
Nemuchin, Zaven Archakuni, Oleg Tistol, Timur Novikov, Oleg Tselkov en Vitali Komar
en Aleksander Melamid. Kortom, het Stedelijk Museum heeft een interessante collectie
van de moderne Russische kunst opgebouwd.
Bovendien zijn interessante overeenkomsten tussen het gedachtegoed van
Willem Sandberg en Wim Beeren naar voren gekomen: ze delen de ambitie om de
Russische kunst uit hun isolement te halen en een plaats te geven in de
kunstgeschiedenis. De Malevich-collectie van Willem Sandberg heeft bijgedragen aan
de beroemdheid van de werken en de plek die ze in de canon hebben gekregen. De
tentoonstelling In de USSR en erbuiten heeft misschien minder ingrijpende gevolgen
gehad maar Wim Beeren is er wel in geslaagd een introductie te geven en werken van
bekende hedendaagse Russische kunstenaars als Timur Novikov en Vitali Komar en
Alexander Melamid aan de collectie toe te voegen. Daarnaast was voor Willem
Sandberg de overeenkomstige ontwikkeling van de Russische en Westerse kunst al een
bewijs voor de opvatting dat kunst niet autonoom is, maar samenhangt met de
maatschappij waarin het gemaakt wordt. Voor Wim Beeren geldt hetzelfde: uit de Pop
Art en de Sots-kunst blijkt de soortgelijke ontwikkeling van de Westerse en
hedendaagse Russische kunst doordat beide zich bezighouden met clichs van de
maatschappij waarin ze tot stand zijn gekomen. Ten slotte speelde deze gedeelde
opvatting een centrale rol bij de aankopen van Wim Beeren: een werk als dat van Zaven
Arshakuni (afb. 19) is dan wel minder beroemd, maar toont ons wel iets over de Sovjet-
mentaliteit en maatschappij.
13

BIBLIOGRAFIE
Beeren, W.A.L., Inleiding, in Aanwinsten 1985-1993: Stedelijk Museum Amsterdam,
Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1993.

Beeren, W.A.L, Inleiding, in tent. cat. In de USSR en erbuiten, deel ...en erbuiten ,
Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1990.

Beeren, W.A.L.,Om de kunst, Rotterdam, (NAi Uitgevers) 2005.

Beeren, W.A.L, Voorwoord, in tent. cat. In de USSR en erbuiten, deel ...en erbuiten ,
Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1990.

Berthaux, Maarten, De nieuwe generatie, in tent. cat. In de USSR en erbuiten, deel De
nieuwe generatie, Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1990.

Erofeev, A., Opkomst van het object in de Sovjetkunst 1960-1980, in tent. cat. In de
USSR en erbuiten, deel Naar het object, Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam),
1990.

Joosten, Joop., Inventarisatie kunstwerken, in Aanwisten 1985-1993: Stedelijk
Museum Amsterdam, Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1993.

Roodenburg-Schadd, C., Expressie en ordening: Het verzamelbeleid van Willem
Sandberg voor het Stedelijk Museum 1945-1962, Rotterdam (Nai Uitgevers Rotterdam)
2004.

Sassen, J. H., In de USSR en erbuiten, in tent. cat. In de USSR en erbuiten, deel In de
USSR en erbuiten, Amsterdam (Stedelijk Museum Amsterdam) 1990.

Schumacher, Rogier, Neo-avantgarde in Nederland: Museumjournaal als forum van een
nieuw kunstbegrip, Amsterdam (Amsterdam University Press) 2010.

ARCHI EFSTUKKEN
Avvakumov, Y., brief aan W.A.L. Beeren, 17 juli 1990, Archief Stedelijk Museum
Amsterdam (depotnummer 251).

Beeren, W.A.L., brief aan A. van der Laan, 18 december 1989, Archief Stedelijk
Museum Amsterdam (depotnummer 251).

14

Beeren, W.A.L., brief aan Y. Avvakumov, 18 juni 1990, Archief Stedelijk Museum
Amsterdam (depotnummer 251).

Beeren, W.A.L., brief aan Z. Tregulova, 6 augustus 1990, Archief Stedelijk Museum
Amsterdam (depotnummer 251).

Sassen, J. H., brief aan A. V. Andreev, 21 mei 1990, Archief Stedelijk Museum
Amsterdam (depotnummer 251).


ARTI KELEN
Anon., Beknopte chronologie, Stedelijk Museum Bulletin, Amsterdam (Stedelijk
Museum) november 1990, p. 82 83.

Duk, W., Onbekend in Moskou, miljonair in New York: Russische kunstenaars
exposeren in Amsterdam,Een vergeten avant-garde, Vrij Nederland, 22 september
1990, p. 50 54.

Hermans, Nicole, De Russen komen: Vernieuwd cultureel verdrag tussen Nederland en
de Sovjet-Unie werpt vruchten af, Beelding, 4, 7, september 1990, p. 18 20.

Veelen, Isbraud van, Art in the USSR 1970-1990: USSR Artists in Amsterdam, Lapiz,
8, 73, december 1990.

Wegman, W. en Franoise van den Bosch, In de USSR en erbuiten, Stedelijk Museum
Bulletin, Amsterdam (Stedelijk Museum) oktober 1990.

Hulsman, B., Bij ons is geen grens tussen vuilnis en nuttige dingen: Rus Ilya Kabakov
maakt installatie van afval in Stedelijk, NRC Handelsblad, 26 september 1990.

Jansen, Bert, Zoeken naar de nieuwe realiteit: Kunst uit de Sovjet-Unie in Amsterdam
Stedelijk Museum, Het Financiele Dagblad, Kunstkroniek, zaterdag 20 en maandag 22
oktober 1990, p. onbekend.

Klaster, B. J., Eruptie van opgekropte dynamiek en talent, Parool, zaterdag 22
september 1990, p. 49.

Lamoree, Jhim, Heeft Rusland nog iets te bieden?, HP/De Tijd, 19 oktober 1990, p.
Onbekend.

Wesseling, Janneke, Twintig jaar Sovjetkunst in Amsterdam: Verhuld en versluierd,
Cultureel supplement NRC Handelsblad, 28 september 1990
15

AFBEELDI NGEN


1. Antoine Pevsner, Constructie voor een vliegveld, 1937


2. Antoine Pevsner, Ovale Fresco, 1945
16


3. Naum Gabo, Lineaire Constructie in de Ruimte No. 2, 1949-1952


4. Kasimir Malevich, Hiratisch suprematistisch kruis (groot kruis in zwart over rood op wit), 1920
17



5. Zaven Arshakuni, Landschap met paard, 1976, olie op doek, 89,5 x 94,2,
coll. Staats Russisch Museum Leningrad



6. Vladimir Nemuchin, zwarte kaarttafel no. 1, 1987-198 acryl, collage,
100 x 100, courtesy Galerie Bar-Gera, Keulen
18


7. Eduard Schteinberg, Compositie, 1989, 8. Eduard Schteinberg, Compositie, 1988, olie
olie op doek, 119,5 x 100, coll. kunstenaar op doek 88,5 x 89, coll. kunstenaar




9. Ilya Kabakov, De levensdraad en andere installaties, 1990, installatie van gemengde technieken, overzicht
van de installatie in de Fred Hoffman Gallery, Santa Monica, CA., 1990
19


10. Erik Bulatov, Zonsondergang zonsopgang, 1989, 11. Erik Bulatov, New York, 1989, olie op doek,
olie op doek, 200 x 200, coll. Neue Galerie Sammlung 270 x 196 coll. Neue Galerie Sammlung Ludwig,
Ludwig, Aken Aken


12. Oleg Tselkov, Zacht met vork, 1990, olie op doek, 225 x 325, courtesy Galerie Bernard Felli, Parijs

20


13. Valeri Morozov, Fescaal, 1989, olie op 14. Vladimir Kustov, Als de jongens uit de hele wereld...,
doek, 200 x 236, coll. van de kunstenaar 1989, olie op doek, 150 x 295, coll. van de kunstenaar


15. Medische Hermeneutici, De Totembrief, 1990, installatie, coll. van de kunstenaar

21


16. Africa (Sergei Bugaev), Tractor 1990, acryl, acryl gel, collage op foto, 270 x 231, courtesy Paul Judelson Arts,
New York



17. Vladimir Nemuchin, Witte kaarttafel no. 4, 1987-1988



22




18. Komar & Melamid, Pagina uit een dagboek, (Een Russische ontbijt), 1985-1988





19. Zaven Arshakuni, Afscheid, 1985

23


20. Timur Novikov, Luchtschip boven het Witte Huis, 1989




21. Oleg Tistol, Project van de slag bij Poltawa, 1991

24

Bi j l agen
25

26

27


28



29

30


31





32




33


34

35


36