You are on page 1of 13

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

Versie 4.0
Versie 5.0
Versie 6.0
Versie 7.0

Update 2004; akkoord Traumaoverleg Limburg 15-12-04


Update 2007; akkoord Traumaoverleg Limburg 27-02-08
Update 2009; akkoord Traumaoverleg Limburg 09-12-09
Update 2011; akkoord Traumaoverleg Limburg oktober 2011

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

INHOUDSOPGAVE
Inleiding ..................................................................................................................................................... 4
1.

Traumaregio Limburg .................................................................................................................... 5


1.1.

2.

Werkgebied................................................................................................................................5

Triage; toedeling traumapatinten ziekenhuizen ...................................................................... 6


2.1.
2.2.

Doelgroep...................................................................................................................................6
Triagecriteria..............................................................................................................................6

3.

Stabilisatie op de SEH en secundair transport.......................................................................... 8

4.

Inventarisatie en levelindeling ziekenhuizen .............................................................................. 9

5.

Grensoverschrijdende hulpverlening ........................................................................................ 10

Bijlage 1 ................................................................................................................................................... 12
Bijlage 2 Criteria Brandwondencentra Nederland.......................................................................... 13
Losse bijlage 3: Inventarisatie Trauma opvang

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

Inleiding
De Beleidsvisie Traumazorg van de minister van VWS is het uitgangspunt in de vorming van
tien traumaregios in Nederland gekoppeld aan Traumacentra. De belangrijkste taak van
traumacentra is het optimaliseren van de geneeskundige zorg aan traumapatinten.
Daarnaast hebben de traumacentra bijzondere taken ten aanzien van het realiseren en
welslagen van een traumazorgnetwerk, zowel regionaal, binnen het verzorgingsgebied, als
landelijk. Dit gebeurt in samenwerking met de ziekenhuizen in de regio, met de Regionale
Ambulancevoorziening en met de organisaties voor Geneeskundige Hulpverlening bij
Ongevallen en Rampen (GHOR) en overige ketenpartners. Voor de regio Limburg gebeurt
de cordinatie en ondersteuning van activiteiten door het Traumacentrum Limburg (TCL),
met het academisch ziekenhuis Maastricht als traumacentrum. Met de aanwijzing van
Traumacentra is uitdrukkelijk niet beoogd de zorg voor traumapatinten te concentreren,
maar juist om in regionaal verband te komen tot afspraken die er toe moeten leiden dat de
kwaliteit van zorg rond de opvang en behandeling van traumapatinten optimaal is en dat de
juiste patint op de juiste plaats terechtkomt. Binnen het traumazorgnetwerk hebben alle
Limburgse ziekenhuizen afspraken vastgelegd in een convenant. Het gaat om de volgende
ziekenhuizen c.q. ziekenhuislocaties:

Academisch ziekenhuis Maastricht


Atrium Medisch Centrum - locatie Heerlen (Brunssum, Kerkrade)
Laurentius Ziekenhuis Roermond
Orbis Medisch Centrum Sittard
St. Jans Gasthuis Weert
VieCuri Medisch Centrum Venlo

In het convenant is vastgelegd dat er afspraken gemaakt worden omtrent de


opvangmogelijkheden van ziekenhuizen voor traumapatinten (c.q. traumaprofielen). In 2003
is gestart met het beschrijven van afspraken in het document Kiezen op straat-versie 3.
Hierbij zijn uniforme triage- en toedelingscriteria voor traumapatinten met betrekking tot
de reguliere spoedeisende medische hulpverlening vastgesteld, aansluitend bij de landelijke
uitgangspunten/protocollen. Daarnaast zijn de traumaprofielen van de ziekenhuizen uit
traumaregio Limburg bepaald. De gezamenlijk afspraken hebben als doel om een optimaal
gebruik van expertise en voorzieningen te bevorderen. In dit document zijn de afspraken
met betrekking tot het voorgaande neergelegd. Wijzigingen ten opzichte van de voorgaande
versie betreffen o.a. een bijgesteld triageschema op basis van herziene criteria voor
toewijzing van patinten aan een ziekenhuis bij een ongeval. Daarnaast is de inventarisatie
van opvangmogelijkheden om de twee jaar geactualiseerd. Deze opvangmogelijkheden bieden
tevens het kader voor gewondenspreidingsplannen in geval van grootschalige hulpverlening.
In hoofdstuk 1 wordt het werkgebied van Traumacentrum Limburg omschreven in relatie
tot de RAV regios en wordt de samenwerking en afstemming met GHOR taken aangegeven.
In hoofdstuk 2 worden de criteria besproken die tot toedeling van traumapatinten aan
ziekenhuizen leiden. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op secundair transport. Vervolgens
wordt in hoofdstuk 4 aan de hand van de inventarisatie die heeft plaatsgevonden bij de
regioziekenhuizen omtrent opvangmogelijkheden (voorzieningen, expertise en faciliteiten)
een profielindeling gegeven. Tot slot is hoofdstuk 5 gewijd aan de opvangmogelijkheden in
geval van grootschalige rampen en calamiteiten. Bijlage 1 geeft een schematisch overzicht
hoe de triagecriteria leiden tot keuze van het ziekenhuis met de gewenste faciliteiten voor
opvang en behandeling van traumapatinten. Bijlage 2 geeft een overzicht van de criteria
voor secundaire verwijzing naar brandwondencentra. Tot slot geeft de (losse) bijlage 3 een
compleet overzicht van de opvangmogelijkheden van de regioziekenhuizen behorend bij
Traumacentrum Limburg, actualisatie iedere twee jaar.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

1. Traumaregio Limburg
1.1.
Werkgebied
Het werkgebied van Traumacentrum Limburg (TCL) omvat de hele provincie Limburg.
Hieronder vallen de verzorgingsgebieden van de deelnemende ziekenhuizen c.q. locaties.

RAV regios

Het traumaverzorgingsgebied Limburg wordt door twee Meldkamer Ambulancediensten


(MKA) afgedekt; de MKA Zuid Limburg en de MKA Limburg Noord. De meldkamers maken
onderdeel uit van de Regionale Ambulancevoorziening (RAV). De RAV in Zuid Limburg is
onderdeel van de GGD Zuid Limburg, de RAV Limburg Noord is een op zichzelf staande
organisatie.

GHOR-regios

Nederland is verdeeld in 25 GHOR regio's (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en


Rampen). TCL werkt nauw samen met de twee GHOR-regios voor de provincie Limburg:
Noord-en Midden Limburg (regio 23) en Zuid-Limburg (regio 24). Het traumacentrum is
verantwoordelijk voor de inhoudelijke cordinatie en organisatie van reguliere medische
zorg aan traumapatinten. Op het moment dat er sprake is van een groot ongeval of een
ramp met meerdere slachtoffers of het risico van veel slachtoffers, wordt besloten tot
opschaling. Een GHOR-regio heeft o.a. als taak om voor de eigen regio een goede
voorbereiding op rampen en grootschalige ongevallen zeker te stellen, gebaseerd op de
dagelijkse voorzieningen voor spoedeisende medische hulpverlening, die zonodig opgeschaald
moeten worden. Vanuit deze taak heeft de GHOR informatie nodig omtrent de
opvangmogelijkheden van ziekenhuizen voor traumapatinten in geval van een ramp/
incident. Hierin heeft afstemming plaatsgevonden tussen beide GHOR regios en TCL. Het
traumacentrum inventariseert en actualiseert de opvangmogelijkheden, waarbij eveneens
gekeken wordt naar opvangmogelijkheden in geval van rampen en grote incidenten. Zo
blijven de gegevens eenduidig. Dit document heeft betrekking op de afstemming van
ziekenhuiscapaciteiten in de reguliere spoedeisende medische hulpverlening. Daarnaast is
hoofdstuk 5 gewijd aan de opvangmogelijkheden in geval van grootschalige rampen en
calamiteiten.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

2. Triage; toedeling traumapatinten ziekenhuizen


Bij de toedeling van traumapatinten aan ziekenhuizen speelt het ambulancepersoneel een
cruciale rol. In het landelijk protocol Ambulancezorg, versie 7.2, wordt in hoofdstuk 5
Triage Keuze ziekenhuis een richtlijn aangegeven met betrekking tot de keuze van vervoer.
Uitgangspunt bij de triagecriteria is dat de patint naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met de
juiste faciliteiten wordt vervoerd om een zo kort mogelijke transporttijd te bewerkstelligen.
De triage wordt door ambulancepersoneel in een korte tijd verricht en dient hierdoor zo
eenvoudig mogelijk uitvoerbaar te zijn. Afspraken omtrent de toewijzing aan ziekenhuizen bij
ongevallen in de regio Limburg zijn schematisch weergegeven in bijlage 1. Dit schema dient
als hulpmiddel 1 voor ambulancepersoneel en het MMT (Mobiel Medisch Team).
Onderstaand volgt een beschrijving van factoren die aan het triageschema ten grondslag
hebben gelegen.
2.1.

Doelgroep

De afspraken omtrent de traumaprofielen en triage naar ziekenhuizen betreffen


traumapatinten.

Een traumapatint is een patint met een letsel 2 veroorzaakt aan het menselijk organisme
ten gevolge van
mechanisch, (beknelling, druk, scherp voorwerp)
thermisch,(brandwonden, onderkoeling)
actinisch (werking van straling) of
chemisch geweld
2.2.

Triagecriteria

De triagecriteria voor toedeling van traumapatinten zijn;

Voorziene transporttijd
Vitale parameters
Specifieke letsels

Voorziene transporttijd

De geografische ligging van de traumaregio Limburg, in combinatie met de


wegeninfrastructuur, met hierbij de ziekenhuislocaties maakt het noodzakelijk om de
voorziene transporttijd van invloed te laten zijn op de keuze naar welk ziekenhuis de patint
vervoerd moet worden. Bij patinten met instabiele vitale functies of patinten met een
grote kans op plotseling optreden hiervan, kan een te lange vervoerstijd naar een level 1
ziekenhuis leiden tot een slechtere prognose dan wanneer zij voor de primaire opvang naar
het dichtstbijzijnde ziekenhuis zouden worden vervoerd. Het beslismoment in de voorziene
transporttijd is 15 minuten.

Niet alle situatie kunnen hierin beschreven worden. Het valt binnen de professionele verantwoordelijkheid
van ambulance- en MMT-personeel om in afwijkende situaties de keuze te maken, die de grootste kans op
tijdige en adequate zorg biedt.
2
NB. Ook een heupfractuur ten gevolge van een val is een trauma. Uitgezonderd zijn patinten met
psychotraumata niet gerelateerd aan opvang en behandeling van letsel.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

Daarnaast kan de inzet van een heli-MMT meerwaarde bieden om de patint snel te
vervoeren naar het gewenste ziekenhuis. Terwijl het ambulancepersoneel start met de
stabilisatie wordt de helikopter opgeroepen en kan deze voor snel vervoer zorgdragen.
Hierbij is van belang dat het MMT snel (waar mogelijk primair) ingezet wordt om tijdsverlies
te minimaliseren.
Bij ABC-instabiliteit en een transporttijd van > 15 minuten dient een patint voor stabilisatie
naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht te worden, ongeacht het profiel van het
ziekenhuis. De patint dient na stabilisatie, indien gendiceerd, onverwijld doorgestuurd te
worden naar een ziekenhuis met de juiste voorzieningen voor verdere behandeling (zie
hoofdstuk 3). Is de patint wel op straat te stabiliseren, dan is de reistijd minder kritiek en
kan de patint direct naar de locatie gebracht worden, waar ook de definitieve zorg kan
worden verleend (transporttijd < 60 min.)

Vitale parameters

Triage op basis van vitale parameters geschiedt op basis van ademfrequentie, systolische
bloeddruk en bewustzijn (EMV). Deze vormen tezamen de Revised Trauma Score (RTS) of
Pediatric Trauma Score (PTS) voor kinderen. Patinten met RTS < 11 of PTS < 9 zijn de
ernstige traumapatinten. Daarbinnen geldt dat patinten met een EMV kleiner dan 9
ernstige neurotraumapatinten zijn (een motorscore 5 kan al ernstig letsel indiceren), ook
al scoren zij normaal op de parameters ademfrequentie en bloeddruk. Voor bovengenoemde
categorie patinten met ernstig neuroletsel geldt dat opvang in een ziekenhuis met hiervoor
specifieke faciliteiten / infrastructuur noodzakelijk is.

Specifieke letsels

De volgende patintencategorien met specifieke letsels zijn van invloed op de


besluitvorming van de keuze van ontvangend ziekenhuis:
Brandwondenpatinten;
Patinten met (een) brandwondenletsel(s), ongeacht aard en ernst van de brandwonden
en leeftijd van de patint dienen altijd primair opgevangen te worden in het
dichtstbijzijnde ziekenhuis. Na acute primaire opvang en behandeling kan in overleg met
een brandwondencentrum overplaatsing plaatsvinden (zie criteria Nederlandse
Brandwonden Stichting bijlage 2).
Multitraumapatinten kind;
Patinten <16 jaar met tenminste twee (potentieel) levensbedreigende letsels, die ieder
voor zich klinische behandeling vereisen, dienen in een ziekenhuis opgevangen en
behandeld te worden met kinder IC faciliteiten.
Hoog energetisch letsel;
Patinten met een hoogenergetisch letsel dienen, indien de vervoerstijd kleiner is dan 15
minuten, opgevangen en behandeld te worden in een ziekenhuis met minimaal
intermediaire faciliteiten.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

3. Stabilisatie op de SEH en secundair transport


Wanneer een (ongevals)patint niet te stabiliseren is door het ambulancepersoneel, bestaan
er twee opties: het inschakelen van een MMT of de patint ter stabilisatie aanbieden bij het
dichtstbijzijnde ziekenhuis. Voor het inschakelen van een MMT is het Protocol inzet MMT
regio Limburg beschikbaar. De onderhavige richtlijn geeft aan welk proces gevolgd dient te
worden wanneer een patint ter stabilisatie wordt aangeboden bij een ziekenhuis.
Uitgangspunt is dat de patint zo snel mogelijk de juiste zorg krijgt. Dus:
1. een instabiele patint zo snel mogelijk stabiliseren,
2. een gestabiliseerde patint, indien gendiceerd, zo snel mogelijk naar het meest
geschikte ziekenhuis vervoeren.
Wanneer een patint ABC instabiel is, kan dit verschillende oorzaken hebben. Deze
oorzaken uiten zich over het algemeen in problemen met de ademweg, ademhaling en/of
bloeddruk. Deze instabiele patinten dienen in het dichtstbijzijnde ziekenhuis aangeboden te
worden ter stabilisatie. Alle ziekenhuizen in Limburg verplichten zich om te allen tijde een
patint op te vangen op de SEH ter stabilisatie (dus ook bij een opnamestop in het
desbetreffende ziekenhuis).
Het ambulancepersoneel, dan wel andere zorgverlener (b.v. Notarzt) geeft een voormelding
naar het ziekenhuis. Hierin wordt expliciet aangegeven dat het om stabilisatie van een patint
gaat en secundair transport gendiceerd lijkt. Bij voormelding vanuit Duitsland of Belgi dient
de ontvanger specifiek na te vragen of het stabilisatie betreft.
Het ziekenhuis dient er voor te zorgen dat er gekwalificeerde hulpverlener(s) beschikbaar
zijn op de SEH om de patint te stabiliseren. Het zal in de meeste situaties gaan om het
zorgen voor een vrije ademweg bij een patint die vanwege nevenletsels (ernstig
schedelhersenletsel) naar een level 1 ziekenhuis vervoerd moet worden. Wanneer secundair
transport gendiceerd blijft, wordt de patint niet van de wervelplank gehaald. De ambulance
blijft wachten op de patint en kan direct na stabilisatie het transport naar het
doelziekenhuis vervolgen. In de tijd dat de patint gestabiliseerd wordt, kan het
ambulancepersoneel een voormelding doen naar het doelziekenhuis.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

4. Inventarisatie en levelindeling ziekenhuizen


Ieder ziekenhuis is in principe verantwoordelijk voor de opvang en behandeling van
traumapatinten uit het eigen verzorgingsgebied, maar voor sommige patintencategorien
moet opvang in ziekenhuizen met specifieke voorzieningen en deskundigheid plaatsvinden.
Conform landelijk beleid wordt gesproken van indeling van ziekenhuizen in drie levels
(profielen), waarbij uitgegaan wordt van de aanwezige faciliteiten voor de opvang en
behandeling van traumapatinten: ziekenhuizen met volledige (level 1), intermediaire (level 2)
en algemene faciliteiten (level 3).
Level 1 ziekenhuis met volledige faciliteiten;
Geen beperkingen door aanwezigheid van breed scala aan specialismen en faciliteiten
benodigd voor de acute traumatologie relevante gespecialiseerde opvang.
Level 2 ziekenhuis met intermediaire faciliteiten;
Geschikt voor de opvang van patinten met een potentieel ernstig letsel ten gevolge van een
hoog-energetisch letsel, dat wil zeggen potentile ABC-instabiliteit, zonder ernstig schedelof hersenletsel (RTS=11 of 12, PTS>8).
Level 3 ziekenhuis met algemene faciliteiten;
Beperkte opvang en behandelmogelijkheden. Geschikt voor opvang en behandeling van
patinten met een niet (potentieel) ernstig letsel (geen hoogenergetisch letsel, geen
potentile- ABC instabiliteit, zonder ernstig schedel- of hersenletsel).
Bij de ziekenhuizen in de Traumaregio Limburg, waarmee een convenant is afgesloten, heeft
een uniforme inventarisatie plaatsgevonden, welke regelmatig ge-update wordt. Bij de
inventarisatie van traumalevels is aansluiting gezocht bij de landelijke uitgangspunten. Het
overzicht van de inventarisatie wordt weergegeven in bijlage 3 (losse bijlage). Op basis van
de inventarisatie traumaopvang in de Traumaregio Limburg zijn de volgende levelindelingen
tot stand gekomen.
Level 1: geen beperkingen aangaande trauma opvang (academisch ziekenhuis Maastricht)
Level 2: alleen beperkingen aangaande trauma opvang in neurochirurgie, thorax-chirurgie
en/of kinder IC capaciteit (Atrium Medisch Centrum Heerlen, Laurentius ziekenhuis
Roermond, Orbis Medisch Centrum Sittard, St. Jans Gasthuis Weert, VieCuri Medisch
Centrum Venlo)
Level 3: beperkte opvang en behandelmogelijkheden, alleen 24-uurs SEH (geen)

Opgemerkt dient te worden dat in de Traumaregio Limburg geen level 3 ziekenhuizen


aanwezig zijn 3 . Alle regioziekenhuizen kunnen traumapatinten primair opvangen. De enige
beperkingen in traumaopvang betreffen neurochirurgie, thorax chirurgie en multitraumas bij
kinderen.
In het volgende hoofdstuk zijn de relevante ziekenhuizen uit andere traumaregios en de
Euregio die een rol spelen bij de opvang en behandeling van traumapatinten uit de regio
Limburg in kaart gebracht (zie ook bijlage 1 triageschema).

Belangrijk voor de opvang van traumapatinten regio Limburg is in de aangrenzende traumaregios alleen het
Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer gedefinieerd als level 3 ziekenhuis

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

5. Grensoverschrijdende hulpverlening
Om te zorgen dat traumapatinten optimale zorg ontvangen, is het, gezien de geografische
ligging van het werkgebied van TCL, van belang om over de grenzen van de regio heen te
kijken. Als uitgangspunt voor de beschrijving van opvangmogelijkheden bij grootschalige
incidenten is gekozen voor een ongeval/incident/ramp etc. veroorzaakt in de regio Limburg
welke traumaslachtoffers tot gevolg heeft. Het is van belang om zowel in de reguliere situatie
als in de opgeschaalde situatie de aangrenzende traumaregios en de capaciteiten van
buitenlandse ziekenhuizen (Belgi en Duitsland) hierin te betrekken. Bijlage 1 geeft het
triageschema weer, waarin ook de ziekenhuizen in aangrenzende regios met hun
traumalevels zijn meegenomen.

Aangrenzende traumaregios

Aan de Traumaregio Limburg grenzen Traumacentrum Brabant en Traumacentrum Oost,


waarbij voor de opvang van traumapatinten in de regio Limburg belangrijke ziekenhuizen
zijn:
Elkerliek Ziekenhuis, locatie Helmond, Catharina Ziekenhuis te Eindhoven, Mxima Medisch
Centrum, locatie Eindhoven en Veldhoven, St. Annaziekenhuis te Geldrop, Maasziekenhuis
Pantein te Boxmeer, Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen en Nijmeegs
Interkonfessioneel Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina te Nijmegen.
In onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de afspraken die zijn gemaakt met de
aangrenzende regios.

Euregio

Gezien de geografische ligging van het TCL speelt Euregionale samenwerking met Belgi en
Duitsland een belangrijke rol, zowel in de reguliere als opgeschaalde situatie. Wat betreft
reguliere zorg is het azM ook Traumacentrum voor de regio Aken. Indien zich een groot
ongeval of ramp voordoet, is de regio Limburg al snel aangewezen op bijstand vanuit het
omringende buitenland. Vanuit deze aanpalende grondgebieden kunnen traumapatinten naar
ziekenhuizen in Nederland worden gebracht, naast de opname van traumapatinten aldaar.

Maximale opvangcapaciteit

De maximale opvangcapaciteit is de capaciteit die per uur vrijgemaakt kan worden indien het
ziekenhuis het calamiteitenplan in werking heeft gesteld. Het betreft hier capaciteit voor de
opvang van T1 en T2 patinten (zie de tabel op de volgende pagina).
Binnen de Task Force Medical Disaster Management zijn afspraken gemaakt met de
ziekenhuizen in de Euregio over de opvang van T1 en T2 slachtoffers (zie de tabel op de
volgende pagina). Het GHOR bureau Noord- en Midden-Limburg maakt hier afspraken over
met grensoverschrijdende ziekenhuizen in de regio Maas-Rijn (Duitsland) in de stuurgroep
grensoverschrijdende samenwerking. De cijfers omtrent gewondenspreiding zijn op dit
moment nog niet voorhanden. De gegevens van traumaregio Brabant zijn niet van alle
ziekenhuizen beschikbaar. In dit verband zijn vooral de gegevens in de grensregio van belang.

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

10

Tabel grootschalige hulpverlening (gewondenspreidingsplan)


Nederland

T1
regulier opgeschaald

azM
Atrium MC
Orbis MC
Laurentius ZH
St Jans Gasthuis
VieCuri MC

No limits
No thorax/
pediatr
No thorax/
pediatr/neurosurg
No thorax/
pediatr/neurosurg
No thorax/
pediatr/neurosurg
No thorax/
pediatr/neurosurg

T2
regulier opgeschaald

3
1

6
4

4
2

8
6

Euregio
regulier

T1
opgeschaald

regulier

T2
opgeschaald

D-regio Aachen
Klinikum Aachen

No limits

No limits
No limits

2
2

4
4

3
3

6
6

No limits
No limits
No thorax

3
2
1

6
5
2

8
5
4

8
5
4

B-Liege
CHU Liege
CHR Liege

B-Limburg
Zol, Genk
VirgaJesse, Hasselt
Salvator Hasselt

Traumaregio Oost

T1
opgeschaald

UMC st Radboud
No limits
Canisius Wilhelmina zh Level 2
Pantein Maasziekenhuis Level 3

Traumaregio Brabant 4
Elkerlieck ziekenhuis

No thorax/
pediatr/neurosurg

T2
opgeschaald

6
3
2

8
7
4

T1

T2

opgeschaald

opgeschaald

Gegevens Traumaregio Brabant alleen voor de grensregio beschikbaar

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

11

Bijlage 1
TRIAGESCHEMA TRAUMAPATINTEN
Limburg
versie 7

ABC- instabiele patint:


A: bedreigde ademweg
B: ademfreq. <10 of >29
C: RR <90 of pols >120
D: EMV < 9 of
dalende EMV of
pupilverschil
(RTS<11/PTS<9)

Nee

Ja

na adequate behandeling ter


plaatse vlg. ATLS / PHTLS
gestabiliseerd

Nee

Duidelijk uitwendig waarneembaar letsel:


* Penetrerend letsel hals en gehele romp
* Dwarslaesie
* Twee of meer instabiele fracturen van
femurschacht, tibia, humerus
* (sub)totale amputatie proximaal van pols/
enkel
* Brandwonden > 15 % en/of inhalatietrauma
* Klinisch instabiel bekken
* Lichaamstemperatuur < 32 graden

Nee

Ja

Kind (<16 jaar) met multitrauma


Penetrerend letsel: scoop&run
bij <15 min. transporttijd

Ja

HET
(Hoog energetisch
traumamechanisme)

Nee

Nee

Stomp letsel: maximaal 15 min


stay&play en <15 min.
transporttijd

Ja

Dichtstbijzijnde zkh.

Ja

Dichtstbijzijnde zkh.

Dichtstbijzijnde
ziekenhuis

level 2 - 1

level 1

level 3 - 2 - 1 -

Overplaatsing van level 1 gendiceerde patinten


die vanwege transporttijd naar het dichtsbijzijnde
ziekenhuis zijn gebracht (upgrade) en vice versa
vanuit level 1 centrum naar ander ziekenhuis
(downgrade)

Level 1
Maastricht UMC
UMC St. Radboud Nijmegen
CHU Lige
CHR Lige
ZOL Genk
Klinikum Aachen

Level 2
Atrium medisch centrum Heerlen
Laurentius ziekenhuis Roermond
Orbis MC Sittard
St. Jans Gasthuis Weert
VieCuri medisch centrum Venlo
Elkerliek ziekenhuis Helmond
Maxima MC Eindhoven
Maxima MC Veldhoven
St. Annaziekenhuis Geldrop
Catharina ziekenhuis Eindhoven
Canisius Ziekenhuis Nijmegen
Salvator Hasselt
Virgajesse Hasselt

Level 3
Maaszieknhuis Pantein Boxmeer

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

Brandwondencentra
Beverwijk: Rode Kruis ziekenhuis
Groningen: Martini ziekenhuis
Rotterdam: MC Rijnmond Zuid
Aken: Klinikum Aachen
Luik: Centr Hospital Universitaire
Sart Tilman
Antwerpen: AZCA Campus
Stuivenberg
Leuven: UZ Leuven Gasthuisberg

12

Bijlage 2 Criteria Brandwondencentra Nederland


Primaire opvang van brandwondenpatinten vindt plaats in het dichtstbijzijnde ziekenhuis.
Criteria voor secundaire verwijzing in overleg met een brandwondencentrum:

Brandwonden > 10% van het lichaamsoppervlak


Brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak bij kinderen
Derdegraads brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak
Brandwonden over functionele gebieden (gelaat, handen, genitalia, gewrichten)
Circulaire brandwonden aan hals, thorax en ledematen
Brandwonden gecombineerd met een inhalatietrauma of ander begeleidend letsel
Brandwonden t.g.v. elektriciteit
Chemische verbrandingen
Brandwonden bij slachtoffers met een prexistente ziekte
Brandwonden bij kinderen en bejaarden

Voor Traumaregio Limburg zijn de volgende brandwondencentra van belang:

Beverwijk: Rode Kruis Ziekenhuis


Groningen: Martini Ziekenhuis
Rotterdam: Medisch Centrum Rijnmond Zuid

Aken: Universitts Klinikum Aachen


Antwerpen: AZCA Campus Stuivenberg
Leuven: UZ Leuven Gasthuisberg
Luik: Centre Hospitalier Universitaire Sart Tilman

Protocol Kiezen op straat Traumacentrum Limburg 2011

13