Вы находитесь на странице: 1из 21

DRIES VANYSACKER

Het aandeel van de Zuidelijke Nederlanden in de


Europese heksenvervolging (1450-1685)
Een status quaestionis *

Dries Vanysacker (1962)


is verbonden als doctorassistent aan het departement Geschiedenis
van de Katholieke
Universiteit Leuven.

* Een speciaal dankwoord gaat uit naar


Eduard Van Ermen voor
het aanmaken van de
kaarten en naar Jos Monballyu voor het ter beschikking stellen van zijn
website.
i Voor een recent historiografisch overzicht, zie

Over hekserij is de voorbije decennia heel wat onderzoek gebeurd. 329


Het onderwerp blijft tot de verbeelding spreken.1 Deze bijdrage bevat
twee grote luiken. Enerzijds geven we een algemeen overzicht van de
heksenprocessen in Europa (1450-1800).2 Anderzijds bekijken we de
heksenvervolging in de Zuidelijke Nederlanden, om aldus het aandeel van deze gewesten in de strijd met de trawanten van de duivel te
bepalen. Toch willen we vooraf nog een paar opmerkingen en verduidelijkingen geven die nuttig lijken om het verhaal te volgen.
Onder de Zuidelijke Nederlanden verstaan we in deze bijdrage het
territorium der Nederlanden dat niet tot de Unie van Utrecht (1579)
overging en er feitelijk geen deel van uitmaakte.3 Ook de gebieden die
zich pas later aansloten bij het Noorden en deze die op het einde van
de zeventiende eeuw onder de Franse kroon kwamen, worden tot de
Zuidelijke Nederlanden gerekend. Het gaat hier om het graafschap
Vlaanderen (van Grevelingen tot Sluis, van Armentires tot Hulst
en oostwaarts tot Aalst), het graafschap Artesi (met Dowaai en
Atrecht), het hertogdom Brabant (met Breda, Bergen op Zoom, Antwerpen, Mechelen, Brussel, Leuven, 's-Hertogenbosch en Peelland een kwartier van de meierij van 's-Hertogenbosch), het tweeherig
Brabants-Luiks Maastricht, het overkwartier van Gelre met hoofdstad Roermond, het graafschap Namen (Gembloers, Namen), het
hertogdom Luxemburg, het hertogdom Limburg met Overmaas
(Dalhem, Valkenburg, 's-Hertogenrade), het graafschap Henegouwen, Waals-Vlaanderen (Rijsel-Orchies), Doornik en het Doornikse,
alsook om de streek rond Kamerijk (Kamerijk en Cateau-Cambrsis).
Het historisch onderzoek blijft moeilijkheden ondervinden bij een
duidelijke definiring van de begrippen 'toverij', 'magie' en 'hekserij',
alsook bij de te gebruiken terminologie. Zo namen de Vlaamse
onderzoekers in de jaren 1980-1990 het dubbel hekserij begrip ("volkW. Frijhoff, 'Sorcellerie
et possession: du moyenage aux Lumires', in:
J. Pirotte en E. Louchez
(red.), Deux mille ans d'histoire de l'glise. Bilan
etperspectives historiographiques (Louvain-laNeuve /Leuven, 2000;
Revue d'histoire ecclsias-

(2000), 3),
p. 112-142.
2 Dit overzicht is een
licht herwerkte versie van
mijn lezing "Hekserij:
een Europees verschijnsel?" op het colloquium
"Tussen goden en duivels.
Over religie en heksenvervolging", gehouden

Trajecta, 9 (2000), aflevering 4

te leper op 9 oktober 1999.


3 We steunen hiervoor
op H. De Schepper, 'De
burgerlijke overheden en
hun permanente kaders
1480-1579', in: Algemene
Geschiedenis der Nederlanden, 5 (Bussum, 1980),
p. 312-349 (met op p. 314
in teressante kaart).

se of populaire hekserij" versus "demonologische hekserij")4 over van


historici als Norman Cohn, Richard Kieckhefer, Hugh Trevor-Roper
en Robert Muchembled.5 Deze optie werd door de Nederlandse collega's afgewezen wegens een te algemene tweedeling wars van alle
tussenliggende varianten en gradaties.6 De laatste jaren blijkt er een
compromis te zijn gegroeid. De Vlamingen vervangen het begrip
Volkse hekserij' door 'toverij', terwijl enkele Nederlanders meer en
meer neigen naar het begrip 'cumulatieve (demonologische) hekserij'
in plaats van hun 'geleerde variante van toverij'.7 De Nederlandstalige
zestiende- en zeventiende-eeuwse bronnen maken het de historicus
330 bovendien niet gemakkelijk: n en dezelfde, vaak exclusief gebruikte 4 J. Monballyu, 'De
term (tooveresse, tooverye] kan beide begrippen dekken. Slechts vanaf houding van de rechters
de zeventiende eeuw ontmoeten we in de bronnen de termen 'heks' tegenover hekserij in de
Zuidelijke Nederlanden
en 'beheksen'.
tijdens de vijftiende tot zeUiteindelijk gaat het hoofdzakelijk om twee verschillende concep- ventiende eeuw', in: M.-S.
ten die in de loop van de laat- middeleeuwse en zestiende- en zeven- Dupont-Bouchat (red.),
tiende-eeuwse toverij- en heksenprocessen In gebruik waren. Het La Sorcellerie dans les PaysAspectsjuridiques, inhekserij-begrip vindt men in alle tijden en op alle plaatsen terug en is Bas.
stitutionnels et sociaux. De
dus zeker niet exclusief zestiende- en zeventiende-eeuws. Het houdt hekserij in de Nederlanden
in dat men gelooft dat bepaalde mensen met behulp van bovenna- onder het Ancien Rgime.
tuurlijke krachten andere personen of dieren schade (maleficium] of Juridische, institutionele en
voorspoed kunnen bezorgen. De term toverij is neutraal. Het typische sociale aspecten (Heule,
1987; Standen en Landen,
bij processen van schadelijke toverij is dat de rechters bij hun onder- 86), p. 11-36, vooral p. 12zoek naar de aangeklaagde feiten en de daaropvolgende straftoeme- 13; D. Vanysacker, Hekseting, zo goed als geen oog hadden voor de aard van de aangewende rij in Brugge. De magische
bovennatuurlijke krachten, maar zich uitsluitend lieten leiden door leefwereld van een stadsbede aangerichte schade (het maleficium). De schade stond dus centraal volking, i6de-ijde eeuw
(Brugge, 1988; Vlaamse
en toverij werd hierbij slechts aangezien als een middel om een mis- Historische Studies, 5),
drijf te begaan. Had een tovenares of een tovenaar volgens de rechters p. 12-13.
5 Respectievelijk
iemand doodgetoverd, dan kreeg zij of hij de doodstraf.
Het nieuwe hekserij begrip, met name de cumulatieve demonologi- N. Cohn, Europe'sInner
sche hekserij, ontwikkelde zich in de loop van de late Middeleeuwen Demons: An Inquiry Inspired by the Great Witchen de zestiende en zeventiende eeuw langzamerhand als een systeem Hunt (St-Albans, 1976),
dat van bovenaf werd opgelegd. Het bestaat in zijn meest volledige p. 251-252; R. Kieckhefer,
vorm uit het geloof in het bestaan van een duivelaanbiddende secte. European Witch Trials:
Zonder duivel dus geen heks, maar ook zonder lidmaatschap van een Their Foundations in Poduivelaanbiddende secte geen heks! De vijf belangrijkste ingredinten pular and Learned Culture,
1300-1500 (Londen, 1976);
van die nieuwe creatie van geestelijke en wereldlijke elites waren: H.Trevor-Roper, The
schadelijke toverij (maleficiumdelicO), een duivelspact, sex met de dui- European Witch-Craze of
vel, sectevorming en vluchten naar of van samenkomsten op een sab- the Sixteenth andSevenbat. Stuk voor stuk waren die elementen niet nieuw. Het nieuwe zat teenth Centuries (Middlesex, 19842,), p. 12 en (o.a.)
in hun combinatie (cumulatie). Centraal in dit concept stond het R. Muchembled, Lasorsexueel bekrachtigd verbond tussen duivel en heks. En hiertegen was ctre au village (xv -xvi
maar n verweermiddel: de vuurdood. Let wel: dit geloof drong niet sicle) (Parijs, 1979), p. 141overal door, niet altijd in zijn volledigheid; de rechters interpreteer- 142.
den ook niet steeds op dezelfde wijze. Vaak bleef het bij het bestraffen 6 W. de Blcourt, Termen van toverij. De veranvan n van de ingredinten van de cumulatieve hekserij, met name derende betekenis van toschadelijke toverij, zonder dat er gedacht werd aan een combinatie verij in Noordoost-Nedermet de vier overige elementen.8
land tussen de i6de en 2oste

Er dient rekening gehouden met de vervolgende instantie, met wie


het strafrecht pleegt. De houding van wereldlijke en kerkelijke rechters was vaak verschillend, zowel qua bestraffing, als qua interpretatie
van het delict. De kerkelijke inquisities die in Spanje en Itali nagenoeg een vervolgingsmonopolie hadden, stelden zich als primair doel
niet de bestraffing van schuldigen, maar het terugbrengen van dwalenden en zondaars naar de moederschoot van de Kerk. Ook in hekserijdelicten was dat zo. Wie toegaf, kreeg een vermaning of boete;
wie ontkende, werd bij ernstige vermoedens van schuld bestraft.9 De
331

Kaart!
Heksen vervolging
ca. 1450-1480

eeuw (Nijmegen, 1990),


'p. 15-24; H. de Waardt, Toverij en samenleving. Holland 1500-1800 (Den Haag,
1991; Hollandse Historische Reeks, 15), p. 14-1:9;
M. Gijswijt-Hofstra, 'Inleiding', in: Gijswijt-Hofstraen W. Frijhoff (red.),
Nederland betoverd. Toverij en Hekserij van de veertiende tot in de twintigste
eeuw (Amsterdam, 1987),
P- 7-97 F. Vanhemelryck, Het
gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen (Leuven,
1999), p. 9-12 (voor Vlaanderen); lezing van Gijswijt-Hofstra, "De invloed
van het protestantisme"
op het vermelde colloquium te leper en P. Spierenburg, De verbroken betovering. Mentaliteit en cultuur in prendustrieel Europa (Hilversum, 1998),
p. 125-129 (voor Nederland).
8 Zie ook bij B.P. Levack, The Witch-Hunt in
Early Modern Europe (Essex, 19883), p. 27-45 en
Spierenburg, De verbroken
betovering, p. 122-125.
9 G. Romeo, Inquisitori, esorcisti e streghe nell
Ttalia della Contrariforma.
Firenze, 1990.
10 Levack, The WitchHunt, p. 63-92.

wereldlijke rechtbanken stelden zich als doel wel degelijk het vaststellen van de schuld en het vellen van een oordeel na een bekentenis.
Nog heel wat andere factoren spelen een rol in de diversiteit van
het aantal heksenprocessen en hun afloop. We denken aan de procedure in strafzaken en vooral de invoering van de tortuur. Daarnaast
kon men het hekserij delict al dan niet als een buitengewoon delict
(crimen exceptum) beschouwen waarbij soms snelrecht mocht worden
gebruikt. Een bepalende factor was zeker de al dan niet betekenisvolle
controle van de centrale overheid.10

Wat specifiek het cijfermateriaal betreft, kan het belang van de


beschikbare bronnen - vele zijn immers vernietigd - en studies niet
genoeg benadrukt worden. Bovendien moeten de bronnen kritisch
benaderd en genterpreteerd worden. Zo dienen de demonologische
traktaten van de grote heksenvervolgers met een korreltje zout gelezen te worden. Die hebben in het verleden nogal eens tot overdrijvingen in het aantal beksenprocessen en slachtoffers geleid. Historici van
rond 1900 gewaagden van meer dan n miljoen heksen op de brandstapel en de feministe Andrea Dworkin stelde in 1974 in haar Woman
332

Kaart 2
Heksen vervolging
ca. 1480-1520/30

gebieden met
heksenvervolging
grenzen van het
H. Roomse Rijk

Hating dat er maar liefst negen miljoen vrouwen als heks de vuurdood stierven." Nu schatten vooraanstaande historici, zoals Brian
Levack, Robin Briggs en Wolfgang Behringer, dat er in Europa tussen
1450 en 1800 100.000 a no.ooo processen zijn gevoerd, waarbij iets
meer dan de helft (50.000 a 60.000) van de beschuldigden terechtgesteld werden. Het aantal vrouwen onder hen bedroeg 80%.12

i. HEKSERIJ: EEN ALGEMEEN EUROPEES VERSCHIJNSEL?


Uit wat voorafging, mag blijken dat de bestudering van het toverij- en
hekserijdelict een erg ingewikkeld bedrijfis. Vooreerst beschikken we
vaak niet over de exacte interpretatie die door de rechters aan het

ii Dworkin, Woman
Hating. New York, 1974.
iz Respectievelijk Levack, TheWitch'Hunt,
p. 19-22; R. Briggs,
Witches drNeighbours. The
Social and Cultural Context of European Witchcraft
(Londen, 1996), p. 8;
W. Behringer, '"Erhob
sich das ganze Land zu ihrer Ausrottung..." Hexenprozesse und Hexenverfolgungen in Europa', in:
R. van Duimen (red.),
Hexenwelten, Magie und
Imagination vom 16. 20.Jahrhundert (Fran kfurc
a.M., 1987), p. 131-169.

delict werd gegeven. Het fenomeen is bovendien verschillend zowel


qua streek, intensiteit en chronologie. Dit alles maakt dat de bestudering van de bestraffing van toverij en hekserij in een bredere context
onvermijdelijk tot veralgemeningen leidt. Om de vraag 'Hekserij: een
Europees verschijnsel?' te beantwoorden, hanteren we een dubbele
werkwijze. Vooreerst gaan we het fenomeen hekserij chronologisch
bekijken, waarna een geografische benadering volgt.13

13 We steunen hier vooral op de overzichten van


W. Behringer ("Erhob
sich", p. 131-169) en van
Levack (The Witch-Hunt,
p. 170-211). Interessant is
ook H. Soly, 'De grote
heksenjacht in West-Europa, 1560-1:650, een voorlopige balans', in: Volkskunde, 82 (1981), p. 103:[:2y. Daar waar nodig, geven we een geactualiseerde
bibliografie en/of aanvulling.
14 Spierenburg, De verbroken betovering, p. 123124.
15 Zie de lijst van toverijprocessen en zaken in:
Gijswijt-Hofstra en Frijhoff, Nederland betoverd,
p. 332-341.

De chronologie van de hekserij bestraffing vertoont vier fasen. Vooreerst is er een voorafgaande fase (ca. 1450-1480) (zie kaart i), waarin
het hekserijgeloof zich stilaan vervolledigt en waarin hekserij ver- 333
mengd wordt met ketterij vervolging. De kerngebieden zijn het huidige Zwitserland, Savoye, de Franse Pyreneen en de streek rond
Atrecht (Arras), waar de ketters het hevigst vervolgd werden. Het is
niet toevallig dat de eerste heksen vaudois geheten werden. Het idee
van sex met de duivel paste perfect in het reeds geconstrueerde beeld
van de orgien die ketters plachten te houden. De associatie hekserijketterij verklaart wellicht waarom de doodstraf meest door verbranding voltrokken zou worden, want voor schadelijke toverij was die
straf tot dan toe ongebruikelijk. De notie van een secte van heksenketters dook op rond 1400, met name tijdens een serie ketterij processen in Zwitserland. De duivel gaf de leden van deze secte schadelijke
toverkracht. Het heksengeloof was bijna volledig.14
De eerste echte vervolgingsfase start kort voor en onmiddellijk na
de publicatie van de Malleus Maleficarum> de fameuze Heksen hamer
van Jacob Sprenger en Heinrch Institoris (Kramer), en duurt tot de
komst van de Reformatie (ca. 1480/1485 tot 1520/1530) (zie kaart 2).
Het zwaartepunt van de vervolging ligt in Zuid-Frankrijk (Guyenne,
Vivarais, Barn), Spaans Baskenland, Zuid-West Zwitserland en in
Noord-Itali (Brescia, Como, Milaan, Turijn, Lombardije, Pimont).
Er zijn echter ook meer en meer heksenprocessen in de Elzas, Lotharingen, Trier, Heidelberg en Konstanz en in de Noordelijke Nederlanden (Utrecht, Nijmegen).
Met de doorbraak van de Reformatie volgt een relatieve rustperiode in de heksenvervolging tussen 1520/1530 tot ca. 1560, al werden er
nog personen wegens hekserij verbrand. In de Noordelijke Nederlanden, bijvoorbeeld, vonden 50 heksen de vuurdood tussen 1533 en
I557-15
De tweede en de meest verspreide heksenvervolging - de eigenlijke
heksenwaan voltrekt zich tussen ca. 1560/1570 en 1660, met uitlopers tot de eerste helft van de achttiende eeuw naarmate we oostwaarts gaan op de kaart (zie kaart 3). Het is veelbetekenend dat we
steeds de kaart van Europa blijven tonen. Ht kerngebied bij uitstek
is het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie, waar er chronologisch
gezien drie grote vervolgingsgolven plaatsgrepen: de eerste, ca. 15801600, was de meest internationale. In grote delen van het Duitse Rijk
en zijn randgebieden zoals Zwitserland en Lotharingen, laaiden de
brandstapels op. De Nederlanden - Utrecht en Groningen in het
Noorden; Luxemburg, Cambrsis en de Westhoek in het Zuiden - en

zelfs Schotland volgden. Een tweede en derde vervolgingsgolf grepen


respectievelijk plaats in de periodes 1630-1635 en 1660-1675.
Meteen schakelen we over op de tweede benaderingswijze, met
name de geografische. Op kaart 3 onderscheiden we vijf verschillende
geografische entiteiten of regio's. En enkele keer dienen we de Atlantische Oceaan over te steken, met name naar New England.
1.1 West-Europa en westelijk Centraal-Europa. Het overgrote deel van
de ongeveer 100.000 heksenprocessen, wellicht 75%, voltrok zich in
334

gebieden mei lichtere


heksenvervolging

C)

D. Vanysacker en E. Van Ermen

het Heilig Roomse Rijk, Zwitserland en in de Franssprekende hertog- Kaart 3


dommen en vorstendommen die aan Duitsland en Zwitserland Heksen vervolging
grensden. Hier grepen ook de meest uitgebreide vervolgingen plaats ca. 1560-1660 en
18de eeuw
en kwamen echte vlagen van heksenwaan voor.
Ht kerngebied bij uitstek was, zoals we reeds aangaven, het Duitse Rijk, met vooral het Zuiden en het Westen van het huidige Duitsland. De zone langs de Rijn, de Moezel en de Maas (met vooral de
aartsbisdommen Keulen16 enTrier17), de regio's Wrzburg, Bamberg, 16 J.MachaenW.HerEichstatt, Wrttemberg en Ellwangen vormden het decor van de born, Hexenprothocoll.
Klner Verhre aus dem ij.
zwartste bladzijden in het heksenboek. Het meest extreme voorbeeld Jahrhundert. Keulen, 1992
is Ellwangen, waar in acht jaar tijd (1611-1618) 400 personen de vuur- (Mitteilungen aus dem
dood stierven.18 In Zuid-West-Duitsland werden meer dan 3.200 Stadtarchiv von Kln, 74).

ij Zie de voortreffelijke
lopende reeks 'Trierer
Hexenprozesse. Quellen
und Darstellungen', onder
de redaktie van Gunther
Franz en Franz Irsigler,
waarin sinds 1996 reeds 5
delen verschenen;
G. Franz, G. Gehl en
F. Isigler (red.). Hexenprozesse und deren Gegener im
trierisch-lothringischen
Raum. Weimar, 1997 (Historie und Politik, 7); alsook W. Rammel, Bauern,
Herren undHexen. Studin zur Sozialgeschichte
Sponheimischer und kurtrierischer Hexenprozesse
1574-1664. Gttingen, 1991
(Kritische Studin zur
Geschichtswissenschaft,
94)18 W.Mahrle,'"Owehe
der armen seelen". Hexenverfolgungen in der Frstpropstei Ellwangen (15881694)', in: J. Dillinger,
Th. Friezen W. Mahrle,
Zum Feuer verdammt. Die
Hexenverfolgungen in der
Grafie haft Hohenberg, der
Reichsstadt Reutlinger und
der Frstpropstei Ellwangen (Stuttgart, 1998;
Hexenforschung, 2),
p. 325-500.
19 Behringer, '"Erhob"',
p. 162.
20 E. W. Monter, Wtchcrafi in France andSwitzerland. The Borderlands
during the Reformation.

heksen terechtgesteld. In het Noorden en het Oosten van Duitsland


bleef het, voor zover bekend, relatief kalm, met uitzondering van het
hertogdom Mecklenburg. Beperken we ons tot het huidige Duitsland, dan komen we aan een totaal van 30 a 60.000 processen, waarbij een 15 a 20.000 personen - van wie 80% vrouwen - als heks werden verbrand. Oostenrijk en Bohemen stuurden respectievelijk 1.500
en i.ooo personen naar de brandstapel. Deze cijfers zullen in de
komende jaren nog preciezer gekend zijn, daar er in Duitsland
momenteel heel wat regionale studies op bronnenmateriaal gepleegd
worden. Vooral in de voormalige DDR valt nog werk te doen.
Het relatief kleine Zwitserse Eedgenootschap liet zich evenmin 335
onbetuigd in het vervolgen van heksen. Schattingen spreken over
meer dan 5.000 slachtoffers, verdeeld over 9.000 processen. Behringer heeft het zelfs over 10.000 doden!19 In ieder geval was het Franstalige Waadt (Pays de Vaud) in het Zuidwesten een streek vol brandstapels.20
De vrijwel autonome regio's als Franche-Comt, Lotharingen en
de beide Nederlanden kenden eveneens het hekserij fenomeen, al
varieerde de vervolgingsintensiteit sterk. Het Lotharingen van heksenjager Nicolas Remy zou zo'n 1.500 a 2.400 slachtoffers hebben
gehad op een totaal van 2 a 3.000 processen21 en in de Jura kwam een
8oo-tal personen om.22 Voor wat de Nederlanden betreft, kunnen we
stellen dat het specifieke van de Noordelijke gebieden ligt in het vroege ophouden van de vervolgingen, met name in het laatste decennium van de zestiende eeuw, terwijl dit juist voor de Zuidelijke Nederlanden de startperiode was van een intense vervolging.23
In Frankrijk tenslotte waren het vooral de perifere regio's die de
hoogste heksenvervolging kenden: het Noorden (Ardennes), het
Oosten (Bourgogne), de Languedoc, het Zuid-Westen (Guyenne,
Barn en Labourd, de streek van demonoloog de Lancre) en, later,
Normandi. Het Parlement van Parijs, dat als opperste beroepshof
zowat half Frankrijk onder zijn ressort had, speelde een cruciale rol in
het indijken van de vele processen.24 Hoeveel slachtoffers er in Frankrijk uiteindelijk vielen, is zeer moeilijk te achterhalen, vooral omdat
de retorische overdrijvingen van grote heksenjagers als Nicolas Remy,
Henry Bouget en Pierre de Lancre de cijfers de hoogte insturen. Gissingen hebben het over ca. 4.000 processen met 2.000 a 2.500 doden.
In het overzeese Qubec waren geen sporen van hekserij. Hoogstens
ging het hier en daar om processen van schadelijke toverij, waarbij
Ithaca/Londen 1976.
21 E. Biesel, Hexenjustiz,
Volksmagie undsoziale
Konflikte im lothringischen
Raum. Trier, 1997 (Trierer
Hexenprozesse, 3); Zie
ook P. Chon, 'Strafe und
Erbarmen. Hexenprozesse
gegen Kinder in Lothringen (1600-1630)', in:

H. Lehmann en A.-Ch.
Trepp (red.), ImZeichen
derKrise. Religiositdt im
Europa des //. Jahrhunderts(Gttingen ,1999),
p. 359-386.
22 Monter, Witchcraftin
France, p. 115-141 en p. 216220.
23 Gijswijt-Hofstra,

'Hoofdlijnen en interpretaties van Nederlandse toverij en hekserij', in: Gijswijt-Hofstra en Frijhoff,


Nederland betoverd, p. 256279 (vooral p. 274-278).
24 A. Soman, Sorcellerie
etjustice criminelle. Le
Parlement de Paris, iff-iff
sicle. Hampshire, 1992.

exclusief Franse emigranten betrokken waren.25 Verlaten we dit kerngebied, dan komen we terecht in regio's waar de heksenvervolging
relatief milder was en beperkter heeft gewoed.
1,2 De Britse Eilanden en New England. In Engeland, Schotland en de
Noord-Amerikaanse kolonies vinden we een heel ander vervolgingspatroon terug dan in het kerngebied. Er waren zeer zeker heksenprocessen in de Britse eilanden. Engeland kende een intense vervolging tussen 1645 en J647> wanneer de heksenjagers Matthew Hopkins

>?itcm(ji'flUitiiftticm/(>

De Sabbat derWaldensen: de associatie hekserij-ketterij is ontstaan. Frontispice


van JohannesTinctor. Tractatus contra sectam ya/e/ens/um, vijftiende eeuw.
[Ontleend aan DieMaleficiaderHexenleut. 1997, p. 59].

25 J. Pearl, 'Witchcraft in
New France in the Seventeenth Century. The Social
Aspect', in: Historical
Reflections, 4 (1977),
p. 191-205; R.L Sguin,
La sorcellerie au Qubec
du xve au xixe sicle
(Montral, 1971), p. xxii,
178-181.
26 Naast de klassieker van
A. MacFarJane, Witchcraft
in Tudor and Stuart England. New York, 1970, verwijzen we naar I. Bostridge,
Witchcraft and lts Transformations, 1650-1750. New
York, 1997 en J.A. Sharpe,
Instruments ofDarkness.
Witchcraft in England,
1550-1750. Londen, 1996.
27 Vooral Chr. Larner,
EnemiesofGod. The
Witch-Hunt in Scotland.
Baltimore, 1982.
28 Voor een uitvoerige
literatuuropgave, zie
H.C.E. Midelfort, 'Das
Ende der Hexenprozesse in
der Randgebieden: Licht
von draussen', in: S. Lorenz
en D.R. Bauer (red.), Das
Ende der Hexenverfolgung
(Stuttgart, 1995; Hexenforschung, i), p. 153-168,
vooral p. 162, noot 26.
29 Naast R F. Byrne,
Witchcraft in Ir eland.
Cork, 1979, zie E. Lapoinc,
'Irish Immunity to WitchHunting, 1534-1711', in:
Eire-Ireland, 27 (1992),
p. 76-92.
30 R.B. Davis, The Devil
in Virginia in the Seventeenth-Century', in: Davis,
Literature and Society in

Early Virginia 1608-1840


(Baton Rouge, 1973),
p. 120-159 en F.C. Drake,
'Witchcraft in the American Colonies 1647-1662',
in: American Quarterly, 20
(1968), p. 694-725.
31 J.Chr.V. Johansen,
'Denmark: The Sociology
of Accusations', in: B. Ankarloo en G. Henningsen
(red.), Early Modern European Witchcraft: Centres
and Peripheries (Oxford,
1989) P-339-366.
32 H.E. Naess, 'Norway:
The Criminological Context', in: Ankarloo en
Henningsen (red.), Early
Modern European Witchcraft, p. 367-382.
33 B. Ankarloo, 'Sweden:
The Mass Burnings (166876)', in: Ankarloo en Henningsen (red.), Early Modern European Witchcraft,
p. 285-314; P. Srlin, WickedArts: Witchcraft and
Magie Trials in Southern
Sweden, 1635-1754. Leiden,
1999.
34 A. Heikkinen en
T. Kervinen, 'Finland:
The Male Domination',
in: Ankarloo en Henningsen, Early Modern European Witchcraft, p. 319-338.
35 J. Caro Baroja, Inquisicin, brujeriay criptojudaismo. Barcelona, 1996;
J. Blazquez Migue, Erosy
tanatos: Brujeria, hechicenay supersticin en Espana. Madrid, 1989 (voor
Spanje); Bibliotheca Larniarum. Documenti e immagini della stregoneria

en John Stearns in Essex actief waren;26 Schotland had een paar


nationale piekjaren in de late zestiende en de zeventiende eeuw27 en
Salem (Massachussets) was de plaats van de fameuze heksenjacht van
i692.28
Toch tellen de Britse Eilanden als geheel niet meer dan 5.000 heksenprocessen en worden de slachtoffers op 1.500 a 2.500 geschat. Voor
Engeland gaat het om maximum 2.000 processen met 500 a i.ooo
doden. Hoofdreden van dit relatief milde resultaat is te zoeken in de
combinatie van de afwezigheid van de foltering bij de ondervraging
en het late en onvolledig doordringen van het cumulatieve hekserij begrip. Van de sabbat was weinig of geen sprake. Ook Ierland, noch- 337
tans het thuisland van Lady Alice Kyteler die als eerste sex met de duivel zou hebben gehad, kende enkel schadelijke toverij-processen.29
Eenzelfde beeld vinden we terug in Connecticut, Maine, Pennsylvania, Virginia en New Jersey.30 Die gebieden kennen een heel ander
vervolgingsbeeld dan het theocratische en puriteinse overzeese New
England en de Lowlands van het Schotland van koning en demonoloog Jacob vi, waar 1.500 heksen verbrand werden.
i. j Scandinavi. Scandinavi vertoont in grote lijnen eenzelfde patroon als de Britse Eilanden. In totaal gaat het hier om 5.000 processen met 1.500 a 1.800 ter dood veroordeelden. Bovendien drong net
als bij de Britten - het cumulatieve hekserij begrip laattijdig door en
was er een analoge scepsis tegenover tortuurgebruik. Denemarken
nam het grootst aantal processen en slachtoffers voor zijn rekening
(2000 processen/iooo doden).31 Noorwegen, dat onder Denemarken
ressorteerde, hield het vooral bij schadelijke toverij-processen (750
processen/2OO doden). Het bekendste geval is het proces van Anna
Pedersdotter Absalon, verbrand te Bergen in 1590.32 Zweden kende in
de late zeventiende eeuw een grote heksenpiek onder koning Karel
xi. In 1668-1676 werden meer dan 200 heksen verbrand.33 Finland
tenslotte, toen nog een deel van Zweden, is bekend voor processen in
de Zweedstalige regio's Ostrobothnia en Ohvenamaa in de periode
1665/1682.34
1.4 Zuid-Europa en kolonies. Zuid-Europa, met Spanje, Itali en Portugal, heeft zeer weinig heksen verbrand. Wel waren er heel wat processen (naar schatting 10.000), maar mede door hun visie op het
delict, de strikte procedures en de nauwlettende supervisie van de
centrale autoriteiten, bleef het aantal slachtoffers beperkt.35
De Spaanse Inquisitie vervolgde meer dan 3.500 personen voor
magie, schadelijke toverij en hekserij tussen 1580 en 1650. De gekende

dalMedioevo all'EtaModerna. Ospedaletto, 1994;


O. Di Simplicio, 'L'Inquisizione a Siena. I processi
di stregoneria (1580-1721)',
in: Studi Storici, 40 (1999),

p. 1087-1101; G. Zanelli,
Streghe e Societa nell'Emilia e Romagna del CinqueSeicento. Ravenna 1992
(Itali) en M.B.Arajo,
Magia, demnio eforca

mdgica na tradigao portuguesa: sculos xviie xviiie.


Lissabon, 1994; F. Santana, Bruxas e curandeiros na
Lisboajoanina. Lissabon,
1.997 (Portugal).

Baskische heksenwaan van 1610 in Zugarramurdi betekende meteen


de doodsteek voor een verdere vervolging van heksen en voor het
cumulatieve heksengeloof. Inquisiteur Salazar Frias had immers aan
de hand van tegenstrijdige bekentenissen bewezen dat er geen duivelaanbiddende secte van heksen bestond.30 Wel bleven wereldlijke
rechtbanken in Aragon heksenprocessen voeren.37 Net zoals in de
Franse kolonies, ging het bij de Spaanse, bijvoorbeeld in Mexico,
vooral om processen rond liefdestoverij en rituele magie (hecheria),
duivelbezetenheid of zelfs een soort contact met de duivel; van echte
338

De duivel en de heks.
Houtsnede uit U. Molitor
en O. Magnus, Historia
de gentibus septentrionalibus, 19550.
[Ontleend aan: Dries
Vanysacker, Hekserij in
Brugge. De magische leefwereld van een stadsbevolking, 16de-17deeeuw,
1988, p. 14].

p*
tlcumulatieve hekserij (brujerto) was geen sprake. Alhoewel het aantal
processen bleef toenemen tot diep in de achttiende eeuw, werd niemand wegens hekserij terechtgesteld.38
In Itali kenden de zuidelijke regio's praktisch enkel magie en schadelijke toverij-delicten. De eerste aanwijzingen in de sinds kort toegankelijke archieven van de pauselijke inquisitie bevestigen het Spaanse patroon. Volgens de Duitse historicus Rainer Decker werd er in de
zeventiende eeuw geen enkele doodstraf wegens cumulatieve hekserij
uitgesproken.39 Het Heilig Officie verkoos de heksen te exorciseren in
plaats van hen te verbranden. De onafhankelijk optredende Venetiaanse inquisitie verstrikte zich wel in de zaak der Benandanti van

36 Naast G. Henningsen, The Witches'Advocate: Basque Witchcraft and


the Spanish Inquisition.
Reno, 1980, zie M. Fernandez Nieto, Proceso de
la hrujeria: En torno ai auto defe de los brujos de Zugarramundi, Logrono 1610.
Madrid, 1989.
37 A. Gari Lacruz, Brujeria e inquisicin en elAlto
Aragon en laprimera. mitad delsiglo xvii. Zaragoza,
1991.
38 Midelfort, 'Das Ende
der Hexenprozesse', p. 158162 (met rijke literatuuropgave).
39 Decker, 'Gerichtsorganisation und Hexenprozess der rmischen Inquisition im 17. Jahrhundert',
te verschijnen in H. Eiden, G. Franz, F. Irsigler
en R. Voltmer (red.),
Hexenprozesse und Gerichtspraxis. Trier, 2000
(Trierer Hexenprozesse:
Quellen und Darstellungen, 7) (Akten van internationaal colloquium gehouden op 27.02.1999 te
Wittlich).

Friuli. Deze - met de helm geboren - personen kregen door de boerenbevolking speciale gaven toegedicht, alsook de opdracht 's nachts
de gemeenschap tegen kwade tovenaars te beschermen.40

40 C. Ginzburg, The
Night Battles. Witchcraft
andAgrarian Cults in the
SixteenthdrSeventeenth
Centuries. Londen, 1983;
R. Martin, Witchcraft and
the Inquisition in Venice
1550-1650. Oxford, 1989.
41 S. Bylina, 'Magie, sorcellerie et culture populaire en Pologne aux xve et
xvie sicles', in: ActaEthnographia Hungarica, 37
(1991-1992), p. 173-190.
42 G. Klaniczay, 'WitchHunting in Hungary: Social or CulturalTensions?',
in: Klaniczay, The Usesof
Supernatural Power. The
Transformation ofPopular
Religion in Medievaland
Early Modern Europe
(Princeton, 1990), p. 151167.
43 Chr.D.Worobec,
'Witchcraft Beliefs and
Practices in Prerevolutionary Russian and Ukrainian villages', in: Russian
Review, 54 (1995), p. 165187; R. Zguta, 'Witchcraft
Trials in SeventeenthCentury Russia', in: American Historical Review, 82
(1977), p. 1187-1207.
44 Gijswijt-Hofstra,
'Hoofdlijnen en interpretaties', p. 274-275,

/.j Oostelijk Centraal Europa en Oost-Europa. Algemeen kunnen we


stellen dat het gebied gelegen ten Oosten van het Heilig Roomse Rijk
en ten Noorden van het Ottomaanse Rijk heel wat later dan het Westen met het hekserij delict kennis maakte en dat dit fenomeen tot diep
in de achttiende eeuw duurde. De intensiteit van de heksenprocessen
verschilde erg van streek tot streek.
In het toen nog immense Polen, waar het cumulatieve hekserij be- 339
grip ingang vond, kende men de zwaarste vervolgingen en echte
heksenwanen, vooral dan in Duitstalig Polen. Gissingen hebben het
over 15.000 processen en minstens 7.000 doden. Hier dient echter
nog veel onderzoek verricht te worden.41
Er waren heel wat minder vervolgingen in Hongarije, Transsylvani, Moldavi en Wallachije, alle relatief zelfstandige provincies van
het Ottomaanse Rijk. Nochtans kende men er het cumulatieve
hekserij begrip, de inquisitoriale procedure en het gebruik van de tortuur. Hongarije, pas vanaf 1699 onder Habsburgse controle, beleefde
900 processen met 400 doden.42
Rusland, tenslotte, kende geen demonologische hekserij. Het bleef
bij schadelijke toverij, waarbij aspecten als de duivel, sabbat en dergelijke meer, ongekend waren. Opvallend was het grote aantal mannelijke verdachten. Het orthodoxe Christendom hield er trouwens een
heel andere demonologische visie op na dan de Latijnse Kerk.43
Het voorgaand overzicht toont aan dat de heksenvervolging een zeer
moeilijk te doorgronden fenomeen is. Zeker, het gaat om een in tijd
en ruimte beperkt verschijnsel. Chronologisch situeert hekserij zich
tussen 1450 en 1800, met de periode 1560-1650 als de meest uitgesproken. Geografisch gaat het om een Europees fenomeen, met export
naar New England. Ht grote kerngebied is West-Europa en Westelijk Centraal Europa met vooral het Duitse Rijk en Zwitserland en de
aanpalende Franssprekende vorstendommen Lotharingen en Franche
Comt die over de hele periode beschouwd de grootste vervolgingsijver aan de dag gelegd hebben.
Wanneer men echter het aantal heksenprocessen vergelijkt met de
toenmalige bevolkingscijfers, komt men vaak tot verrassende resultaten wat betreft de vervolgingsintensiteit. Zo scoort Denemarken, met
een bevolkingsaantal vier keer zo klein als dat van Engeland, heel
hoog met zijn i.ooo slachtoffers. De Denen kunnen gerust naast
Schotland plaatsnemen. De Noordelijke Nederlanden, met een bevolking die in 1500 rond het miljoen bedroeg en in 1600 anderhalf
miljoen bereikte, kunnen met hun nog geen 160 heksendoden, terecht fier zijn op een erg kleine brandstapel-intensiteit.44
De chronologie van het verhaal leert ons ook dat sommige vroeg
vervolgende landen ook het eerst ophouden met heksenprocessen.
We hebben het hier vooral over Itali, Spanje, grotendeels Frankrijk,

en eens te meer over de Noordelijke Nederlanden. Chronologischgeografisch gezien is er een duidelijke verschuiving van West naar
Oost te bemerken. Het totaal ontbreken van het cumulatieve hekserijgeloof in Rusland, het eigenlijke Ottomaanse Rijk en de niet Europese wereld kan ons misschien brengen tot een verfijning van de titel
van deze paragraaf: cumulatieve hekserij, een Latijns christelijk Europees verschijnsel.45

2 . TOVERIJ- E N H E R S E N P R O C E S S E N I N D E Z U I D E L I J K E
34O N E D E R L A N D E N (1450-1685)

De heksenvervolging in de Zuidelijke Nederlanden laat zich chronologisch gezien grotendeels inpassen in het bovenvermelde Europese
overzicht, hoewel de algemene fasering van 2 en 3 hier niet kan worden onderscheiden. Dit neemt niet weg dat er ook in de Zuidelijke
Nederlanden hoofdfasen in de vervolging te onderscheiden zijn, maar
dan wel met duidelijk regionale variaties en accenten. Binnen de vervolgingsfasen zelf zijn er differentiaties te onderkennen. De taalgrens
blijkt hierbij een beslissende rol te spelen. Terwijl de gebieden ten zuiden ervan een eerste vervolgingsfase kenden, was er in de regio's benoorden de taalgrens nog geen sprake van heksenprocessen.
2.1 Voorafgaande fase (14^0-1480).^ De blijvende invloed van het
spraakmakende toverij- en ketterij proces tegen de Waldenzen in de
stad Atrecht van 1459 kan moeilijk worden overschat. Vijftien personen kwamen op de brandstapel terecht nadat ze bekend hadden, deelgenomen te hebben aan obscene sabbats waar ze ook hulde brachten
aan een zwarte bok. De steeds frequenter voorkomende toverijprocessen in de gebieden ten zuiden van de taalgrens waren op eenzelfde
leest geschoeid: sorcherie (toverij) en vauderie (ketterij) waren onlosmakelijk en zelfs synoniem. Bovendien vermengde het toverijdelict
zich meer en meer met de middeleeuwse demonologie. Het pact met
de duivel en zijn verering door een secte was een van de ingredinten
geworden. Op korte termijn waren de gevolgen van het proces van
Atrecht aanzienlijk: reeds in 1460 werden in Doornik, Dowaai en
Kamerijk grootscheepse onderzoeken gestart naar mogelijke heksen.
Dit leidde tot overdreven vervolgingsijver, waartegen van hogerhand
al vlug werd opgetreden. De inquisiteurs van de betrokken bisdommen waren er zich terdege van bewust dat ze met een nieuw fenomeen te maken hadden. Het ene traktaat volgde na het andere en in
1477 liet Jean Tinctor in Brugge een vertoog tegen de Waldenzen uit
het Frans naar het Latijn omzetten. Ook predikanten benvloedden
tijdens de laatste decennia van de vijftiende eeuw de gewone man en
vrouw met nieuwe demonologische interpretaties van toverij. Omstreeks die periode was het geloof dat tovenaressen lid waren van een
georganiseerde secte in dienst van de duivel reeds aanwezig: de cumulatieve hekserij was geboren. In Nijvel bijvoorbeeld werd in 1459 een
vrouw verbannen op verdenking van een vaudoise ou sorcire te zijn.

45 Vergelijk met
J.E. Toussainc-Raven,
Heksenvervolging (Bussum, 1972; Fibulareeks,
23),p. 13.
46 Zie het zeer in teressante en bibliografie-rijke
artikel van W. de Blcourt
enH.deWaardt.'Das
Verdringen der Zaubereiverfolgungen in die Niederlande Rhein, Maas und
Schelde entlang', in:
A. Blauert (red.), Ketzer,
Zauberer, Hexen. Die
Anfdnge der europischen
Hexenverfolgungen (Frankfurt a/M., 1990), p. 182.216.
47 Dit was in 1468/1469
zowel te Veurne, Brugge,
Diksmuide als leper het
geval (zie Monballyu, 'De
houding van de rechters',
p. 14-16, en Monballyu,
'Schadelijke toverij te
Brugge en te leper in de
I5deeeuw', in: Handelingen van het Genootschap
voorgeschiedenis, m
(1984), p. 266-267, en
Monballyu, 'Diksmuide,
'de' Westvlaamse heksenstad', in: Biekorf, 99
(i999)'P-556, noot 32).
48 E. Brouette, 'La sorcellerie dans Ie comt de
Namur au dbut de l'poque moderne (15091646)', in: Annales de la
Socit archologique de
Namur, 47 (1953-1954).
p. 359-42.0.
49 M.-S. DupontBouchat, 'La rpression de
la sorcellerie dans Ie duch
de Luxembourg aux xvie

Eigenaardig genoeg kreeg dit geloof of deze interpretatie van het


toverij delict benoorden de taalgrens - althans in de practische procesvoering - weinig of geen voet aan de grond. In het graafschap Vlaanderen werd toverij trouwens enkel in samenhang met giftmengerij
bestraft.47

et xviie sicles', in: M.-S


Dupont-Bouchat, W. Frijhoff en R. Muchembled
(red.), Prophtesetsorciers
dans les Pays-Bas, xvie-xvie sicle (Parijs, 1978),
p. 41-154 (zie vooral tabel
op p. 127).
50 Muchembled, 'Sorcires du Cambrsis. L'acculturation du monde rural
aux xvie et xviie sicles', in:
Dupont-Bouchat, Frijhoff
en Muchembled (red.),
Prophtes et sorciers, p. 155261 (vooral p. 175).
51 Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 114-117 (vooral
p. 115).
52 Vanysacker, Hekserij
in Brugge, p. 73-76.
53 Th. Penneman, Heksenprocessen in Vlaanderen
inzonderheid in het Land
van Waas 1538-1692 (SintNiklaas, .1:976; Annalen
van de Koninklijke
Oudheidkundige Kring
van het Land van Waas,
79), p. 18-29.
54 H. deWaardt,'Open
en gesloten havens. Vervolging van toverij en toegang tot de zee aan het
einde van de zestiende
eeuw', in: K. Davids, M.
't Hart, H. Kleijer en
J. Lucassen (red.), De
Republiek tussen zee en vasteland. Buitenlandse invloeden op cultuur, economie en politiek in Nederland 1580-1800 (Leuven,
1995), p. 149-168, vooral
p. 152-153.
55 Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 105 en 116.

2.2 Eerste vervolgingsfase en relatieve rustperiode (1510-1560/1570). In


1495 werd in het prinsbisdom Luik de Hoeise Ysabeau Packet ervan
verdacht door de lucht te kunnen vliegen naar samenkomsten. Na
een korte procedure werd ze verbrand wegens schadelijke toverij. Het
vuur sloeg in de eerste helft van de zestiende eeuw naar het naburige 341
graafschap Namen over. Tussen 1509 en 1555 werden minstens 48 personen verbrand en 31 anderen verbannen wegens "vaudoisie et sorcellerie". Er werd ook hard opgetreden tegen waarzeggerij.48 In het hertogdom Luxemburg werden in de periode 1509-1579 minstens 33 personen wegens hekserij vervolgd. Veertien onder hen allen vrouwen
- kwamen op de brandstapel terecht.49 In Artesi, Waals Vlaanderen
en Cambrsis concentreerden de officieren van justitie zich in de
jaren 1510-1530 een eerste keer intens op vrouwelijke heksen.50 Ook in
Waals-Brabant werden heksen gexecuteerd: tussen 1539 en 1543 was
dit het geval te Limal en Geldenaken en zo'n twintig jaar later in
Incourt, Vlers en opnieuw Geldenaken. Het graafschap Henegouwen verbrandde zijn eerste heks pas in 1549, maar tussen 1559 en 1576
volgden minstens veertien anderen te 's-Gravenbrakel.51
Vanaf 1520 intensifieerde het graafschap Vlaanderen de toverij vervolgingen. Het duurde tot 1532, vooraleer de eerste heksen een man
en een vrouw - op de brandstapel terechtkwamen omdat ze zich
"overgegeven hadden aan de viandt van de hel". Het waren de schepenen van de stad Brugge die zorgden voor deze heksen-primeur.52 Het
is trouwens opvallend dat in de dertiger jaren van de zestiende eeuw
zes heksen in Vlaanderen werden verbrand of onthoofd. In die periode werd ook de waarzeggers vaak verweten een pact met de duivel
gesloten te hebben. Bij recidivisme kende men voor hen geen genade.
Van massavervolgingen kan men echter zeker niet gewagen. Na 1538
doofden de brandstapels - althans voor wat heksen betreft - in deze
streek immers voor een vijftigtal jaren, met uitzondering van twee
executies te Oudenaarde (1554) en Veurne (1567).53
Het Nederlandstalig deel van het hertogdom Brabant is heel lang
heksenproces-vrij geweest. Natuurlijk zijn ook hier sporen van
toverij beschuldigingen in de bronnen terug te vinden. Een ingebeitelde compositiegewoonte, dit is de praktijk om vervolgingen van de
gerechtsofficieren af te kopen, zorgde ervoor dat het meestal niet tot
processen kwam. Dit composeren kwam vooral voor in de Kempen
en in de meierij van Den Bosch, alsook in Mechelen. Echte vervolgingen bleven hier tot vlak voor het einde van de zestiende eeuw uit, net
als in Midden- en Noord-Brabant.54 Uitzonderingen waren Tienen,
waar in de periodes 1552-1554 en 1560-1564 zeven vrouwen als heks
werden verbrand55 en Kasterlee, waar in 1565 een vrouw tijdens een
heksenproces werd doodgefolterd.56

2.J Tweede en eigenlijke heksenvervolging (1570-1685). Na een relatieve


rustperiode, die voor de ene streek al langer duurde dan voor de andere, begon omstreeks 1570 de vervolging van cumulatieve hekserij toe
te nemen. Andermaal waren de regio's bezuiden de taalgrens en dan
vooral de Duitstalige rechtsgebieden binnen het hertogdom Luxemburg de voortrekkers. Tussen 1580 en 1606 werden er in dat hertogdom maar liefst 230 heksen vervolgd. Daarvan kwamen er 177 op de
brandstapel. Vooral de ressorten Bitburg, Aarlen, Grevenmacher,
Luxemburg en Remich waren erg ijverig. De Waalse regio's van het
342

Terechtstelling van een


heks (Houtsnede, zeventiende eeuw).
[Ontleend aan: Dries
Vanysacker, Hekserij in
Brugge, p. 94].

hertogdom (Bastogne, Chiny, Durbuy, Virton, Marche, SaintHubert en Bouillon) kenden hun vervolgingspiek eerder tussen 1615
en 1630. Na 1630 stopten de vervolgingen, met uitzondering van
Sugny, waar n processen plaatsgrepen tussen 1657 en 1661. De laatste
heks van het hertogdom en meteen ook van de Zuidelijke Nederlanden, werd te Anloy (Bouillon) in 1685 terechtgesteld door het vuur.57
Naast het rumoerige Namen waar nog eens bijna 100 heksen de
vuurdood stierven tussen 1560 en 1646 - kende ook Waals-Brabant
zijn executies. Vooral Nijvel en Genappe werden in de jaren 1572-1587
geteisterd met minimum 20 heksendoden. Tussen 1594 en 1601 werden nog eens acht personen terechtgesteld.58
Ook in het Henegouwse werd de brandstapel opnieuw aangestoken. In 's-Gravenbrakel werden tussen 1581 en 1613 28 processen
gevoerd, waarbij uiteindelijk 13 vrouwen de vuurdood stierven.
Nadien volgden nog sporadisch vervolgingen tot in 1640, het jaar
waarin de 87-jarige Anna Faulconnier in de gevangenis stierf.59

56 L. Galesloot, 'Le
proces d'une sorcire au vlage de Casterl, 1565-1572',
in: Messager des sciences historiques ou archives des arts
et de la bibliographie de Belgique(i%6<)), p. 350-354.
57 Dupont-Bouchat, 'La
rpression', p. 132-136, en
Dupont-Bouchat, 'Dmonologie, dmonomanie,
dmonolatrie et proces de
sorcellerie a Saint-Hubert
auxviie sicle', in: L. Knapen (red.), La bibliothque
de l'abbaye de Saint-Hubert
enArdenne au dix-septime
sicle, vol. i (Leuven, 1999),
p. 237-252.
58 Vanhemelryck, Het gevecht, p. 115; De Waardt,
'Open en gesloten', p. 152
en 156, noot 36.
59 E. Roland, 'Proces de
sorcellerie a Braine-leComte, 1585-1607', in: Annalesdu Cerde archologique de Soignies, 13 (1953),
p. 57-98; Dupont-Bouchat,
"Tourapaiserla justice ..."
Proces de Jeanne De Ie
Consiste a Braine-le-Comte (1601)', in: Les sorcires
dans les Pays-Bas Mridionaux (xvie-xviie sicles)
(Brussel, 1989), p. 74-77;
R. Doms, 'Chronologie du
proces', in: Les sorcires dans
les Pays-Bas Mridionaux,
p. 78-79, en Doms, '"Afin
de connaitre la vrit d'elle
...".Analyse du proces', in:
Les sorcires dans les PaysBas Mridionaux, p. 80-93.
60 Muchembled, 'Sorcires du Cambrsis', p. 172182; Muchembled, 'Sorcel-

Artesi, Waals-Vlaanderen en Cambrsis kenden twee piekperioden: 1590-1600 en 1610-1620, met een merkwaardige alternatie in de
vervolging van de twee geslachten. Na een relatieve rust in het decennium 1630-1640, werden de vuurhaarden weer aangestoken. Twintig
jaar lang werden dan weer vooral vrouwen geviseerd, waarna de mannen aan de beurt kwamen (1650-1660). De heksen van de jaren 16701680 waren weer exclusief vrouwelijk. In het totaal zouden in de
periode 1550-1700 minstens 245 personen - onder wie 203 vrouwen
en 42 mannen - wegens het hekserij delict vervolgd zijn.60 Hoeveel er
uiteindelijk de vuurdood stierven, is wegens het ontbreken van het
ierie, culture populaire et
essentile bronnenmateriaal - met name de vonnissen of becommen- 343
christianisme au xvie sitarieerde officiersrekeningen - moeilijk te schatten. In elk geval wercle, principalement en
den zeker 17 mannen en 30 vrouwen gexecuteerd. In de Artesische
Flandre et en Artois', in:
dorpen Oisy en Arleux waren er minstens 8 en misschien wel 13 exeAnnales. Economies. Socuties in de jaren 1612-1614, onder wie cistercinzerinnen van de abdij
cits. Civilisations 28
(1973)^.264-284.
Oisy-le-Verger.61 In Cambrsis waren vooral Quivry, Bazuel, Rieux,
61 A. Lottin, 'Sorcellerie, Pressies en Hem-Lenglet vuurhaarden. Verder waren ook Dowaai,
possessions diaboliques et
Bouvignies (in 1679), Valenciennes, Bouchain en Saint-Amand niet
crise conventuelle. La
vrij
van heksenprecessen en heksendoden.62
"dplorable tragdie" de
Ten noorden van de taalgrens breekt de eigenlijke heksenvervoll'Abbaye du Verger en Artois (1613-1619)', in: Lotging pas echt door vanaf 1589. In het hertogdom Brabant openen het
tin, tre et croire a. Lille et
Lierse heksenjaar (1589) met de executie van Cathelyne van den Bulen Flandre, xvie-xviiie sicke63 en de processen tegen vrouwen en meisjes te Breda en 's-Hertocle (Atrecht, 2000), p. 315genbosch in datzelfde jaar de rij,64 terwijl in het graafschap Vlaande339ren Veurne met de vuurdood van Lievine Morreeuws deze rol op zich
62 Th. Luise, De la sorcellerie et de lajustice crineemt.65 Voor Brabant66, Peelland67 en Maastricht68 lijkt de waan
minelle a Valenciennes aux
zich chronologisch te beperken tot ongeveer 1612 met wellicht een 46xvie et xviie sicles. Sain t
tal executies. Vooral het jaar 1595 was er bloedig: van juni tot en met
Pierre de Salerne, 1977;
september
1595 zouden er in het Nederlandstalig deel van Brabant 29
Muchembled, Les derniers
vrouwen en 3 mannen ter dood gebracht zijn. In het graafschap
bchers. Un village de
Flandre etses sorcires sous
Vlaanderen daarentegen, loopt het eerste hoogtepunt tot 1628 met
LouisXIV. Parijs, 1981
minstens 161 executies.69 Vooral de Westhoek, met Veurne, Nieuw(over Bouvignies); P. Vilette, 'La sorcellerie a
Douai', in: Mlanges de
sciences religieuses, 18
(1961), p. 123-173; P. Vilette, 'La sorcellerie dans Ie
nord de la France du milieu du xve a la fin du xviie
sicle', in: Mlanges de
sciences religieuses, 13
(1956), p. 39-62 en 129-156;
P. Vilette, La sorcellerie et
sa rpression dans Ie Nord
de la France. Parijs, 1976.
63 E. Aerts en M. Wynants, 'Heksenprocessen
te Lier in 1589-1590', in:
Heksen in de Zuidelijke
Nederlanden (i6de-i?de
eeuw) (Brussel, 1989),
p. 39-68; J. Monballyu,

'De procesvoering in heksenprocessen, toegelicht


aan de hand van het geding tegen Cathelyne Van
den Bulcke te Lier in 1589',
in: Heksen in de Zuidelijke
Nederlanden, p. 19-36 en
G. Leysen, Heksenprocessen in Lier van 1589 tot
1603. Leuven, 1998 (onuitgegeven licentiaatsverhandeling K u L).
64 De Waardt,'Openen
gesloten', p. 156.
65 Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 211.
66 In totaal zou het om
22 executies gaan. Naast

de voorlopige lijst van


heksen waarvan bekend is
dat zij terechtgesteld werden van Vanhemelryck
(Hetgevecht, p. 321-326,
vooral p. 321) vermeldt De
Waardt ('Open en gesloten', p. 152-162) een executie te Hingene (1:595) en 4
te Herentals (1595).
67 Ch.M.A. Caspers,
'Toverijprocessen in Peelland, 1595', in: GijswijtHofstra en Frijhoff, Nederland betoverd, p. .173182(18 executies).
68 I.M.H. Evers, 'Gezag
en toverij in het tweeherig

Maastricht', in: GijswijtHofstra en Frijhoff, Nederland betoverd, p. 149159 (6executies).


69 Jos Monballyu werkt
aan een lijst van alle heksenprocessen in Vlaanderen (Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 321-324). We
baseren onze gegevens op
zijn "chronologische lijst
van de verbrande heksen
in het graafschap Vlaanderen" (de dato i februari
2001) op zijn website (http://www.kulak.ac.be/facult/rechten/MonbalIvu/Rechtlagelanden/Hek

poort, Diksmuide, Sint-Winoksbergen, Duinkerke, Hondschote,


Broekburg, Kassei en leper, was d heksenstreek van het graafschap.70
Ook steden als Brugge (in 1595) en Gent (in 1601) kenden hun heksenjaren.71 In het O verkwartier van Gelre dat Roermond tot de Zuidelijke Nederlanden hoorde, kwam het in 1613 tot een ware heksenwaan met 40 executies! In 1622 stierven nog eens drie heksen de vuurdood.72 In het hertogdom Limburg met Overmaas vermelden we
zeven slachtoffers te Eysden tussen 1609 en 1613 en twee heksendoden
te Valkenburg in i62O.73
344

Haardplaat met
heksentafereel,
1589.
[Ontleend aan:
Dries Vanysacker,
Hekserij in Brugge
p. 112].

Omstreeks 1630-1646 kwam er benoorden de taalgrens een nieuwe


opflakkering in de heksenvervolging. Steden als Brugge en Mechelen
kenden in 1634-1635 en in 1642 een heksenjaar met respectievelijk vier
en drie executies.74 Opvallend is dat het einde van de heksenprocessen in het graafschap Vlaanderen pas diep in de zeventiende eeuw
valt. Zo kende ondermeer Nieuwpoort nog vier executies tussen 1650
en 1652, Olsene twee in 1661, Heestert drie tussen 1659 en 1667 en
Belsele sloot de Vlaamse heksenvervolging in 1684 met de verbranding van Martha van Wetteren. In totaal ging het om minstens 23
executies na 1650.75

3- V O O R L O P I G E B A L A N S

De Zuidelijke Nederlanden kunnen zeker niet vrijgepleit worden van


medewerking aan n der zwartste bladzijden van de Europese
geschiedenis, met name de heksenvervolging. Uiteindelijk zouden er,
ruw geschat, in deze gewesten tussen 1450 en 1685 minstens 922 heksen de vuurdood zijn gestorven (zie tabel i).7 In vergelijking met de
ongeveer 160 heksendoden in de gebieden die in 1579 tot de Unie van
Utrecht behoorden en de kern uitmaakten van de latere Republiek, is
dit erg veel.

senvlaanderen/heksen
index.hcm) en zijn te verschijnen artikel 'Die
Hexenprozesse in der
Grafschaft Flandern
(1495-1692): Chronologie,
Geographie und Verfahren', in: Eiden, Franz, Irsigler en Voltmer, Trierer
Hexenprozesse. Voor een literatuuroverzicht, zie
Monballyu, Van hekserij
beschuldigd. Heksenprocessen in Vlaanderen tijdens
de i6de en lyde eeuw (Kortrijk/HeuIe, 1996); p. 6
noot 9. Interessant is Penneman, Heksenprocessen,
p. 30-45.
70 Monballyu, 'Diksmuide', p. 546-559 en
F. Lampaert, Heksenvervolging en hekserij in de
kasselrij Veurne, 1580-1660.
Gent, 1982 (onuitgegeven
licentiaatsverhandeling
UG).
71 Respectieve! ij k Vanysacker, Hekserij in Brugge
en M. Eerens, Toverij in de
stad Gent en in de kasselrij
van de Oudburg tijdens het
laatste kwartaal van de
i6de en de eerste helft van
de ijde eeuw (1^0-16^0).
Gent, 1978 (onuitgegeven
licentiaatsverhandeling
UG).
72 W. de Blcourt, 'Mangels Beweisen. berdas

TABEL I

Aantal terechtgestelde heksen in de Zuidelijke Nederlanden (1450-1685) (ruwe schatting)


Benoorden taalgrens:

Bezuiden taalgrens:

- Graafschap Vlaanderen:
- Hertogdom Brabant:
*'Vlaams-Brabant':
*Peelland:
^Maastricht:
- Limburg met Overmaas:
- Gelre met Roermond:
- Totaal:

202
57
33
18
6
9
46
314

- Graafschap Artesi,
Cambrsis, Waals-Vlaanderen
Doornikse:
- Graafschap Henegouwen:
- Hertogdom Brabant
* 'Waals-Brabant':
- Graafschap Namen:
- Hertogdom Luxemburg:
- Totaal:

47
28
345
144
358
608

Totaal Zuidelijke Nederlanden: 922

Ende der Verfolgung von


Zauberinnen in Niederlandisch und Spanisch
Geldern 1590-1640', in:
Lorenz en Bauer, Das Ende, p. 77-95 en L. DresenCoenders, 'De grote 'heksenbrand' van Roermond
(1.613)', in: Gijswijt-Hofscraen Frijhoff, Nederland
betoverd, p. 161-172.
73 Zie lijst van toverijprocessen en -zaken, met
verwijzing naar archieven
en bibliografie, in: Gijswij t-Hofstra en Frijhoff,
Nederland betoverd, p. 3:1:2348.
74 Respectievelijk Vanysacker, Hekserij in Brugge,
p. 117-145 en L.T. Maes,
'Un proces de sorcellerie
en 1642', in: Handelingen
Koninklijke Kring voor
Oudheidkunde, Letteren en
Kunst van Mechelen, 79
(1975), p. 243-268.
75 Zie o. a. J. Monballyu,
'Chronologische lijst'
(website), en J. Monballyu, 'Heksenprocessen in
Heestert in de tweede helft
van de i7de eeuw', in: De
Leiegouw, 24 (1982),
p. 165-172; Penneman,
Heksenprocessen, p. 104-114

Toch dient dit absolute cijfer - ook al zou het door toekomstig onderzoek nog toenemen genuanceerd te worden. Binnen de Zuidelijke
Nederlanden is er een duidelijk onderscheid waar te nemen tussen de
vervolgingen in de gebieden ten noorden van de taalgrens en deze ten
zuiden ervan. Terwijl Namen, Luxemburg, Waals-Vlaanderen, Artesi en Cambrsis een eerste serieuze golf van heksenprocessen in de
eerste helft van de zestiende eeuw kenden, kort daarop gevolgd door
Henegouwen, moesten het graafschap Vlaanderen - zonder een eerste korte vervolgingsfase rond het decennium 1530-1540 te vergeten
en het Nederlandstalig gedeelte van het hertogdom Brabant nog hun
grote processen krijgen. De echte heksenwaan benoorden de taalgrens brak pas aan rond 1589 met een eerste piek tot 1612 (Brabant) of
1628 (Vlaanderen), een tweede opflakkering rond 1630-1645 en althans voor Vlaanderen de laatste executies na 1650. Wellicht gaat
het benoorden de taalgrens grosso modo om minstens 308 slachtoffers, waarvan het graafschap Vlaanderen, het hertogdom Brabant
(met Peelland en Maastricht), het Overkwartier Gelre met Roermond
en Limburg met Overmaas, respectievelijk 202., 57, 46 en 9 heksen
voor hun rekening nemen. Voor wat betreft deze regio's van de Zuidelijke Nederlanden kan men gerust stellen dat het wezenlijke verschil
met de Noordelijke Nederlanden eerder op het chronologische vlak
lag dan op het gebied van de vervolgingsintensiteit.
Helemaal anders lag de situatie ten zuiden van de taalgrens. Daar
woedde de vervolging duidelijk heviger. Na de vroege eerste fase, kenden de meeste gebieden van rond 1570 tot 1630 een tweede vervolgingspiek. Sommige regio's, zeker Artesi en Cambrsis, bleven tot
en Vanhemelryck, Hetgevecht,^. 116-117.
76 We zij n ons heel be-

wust van het feit dat het


hier enkel om een ruwe
schatting gaat, op basis

van tot op heden beschikbare literatuur en cijfergegevens uit lezingen.

diep in de zeventiende eeuw erg actief in het vervolgen van heksen.


Toch blijven vooral Namen en Luxemburg met respectievelijk 270
processen met 144 slachtoffers tussen 1509 en 1646 en 547 processen
met 358 doden tussen 1509 en 1687 de meest trieste voortrekkers van
de heksenvervolging in de Zuidelijke Nederlanden. De nabijheid van
het Trier van aartsbisschop Johann von Schneburg die tussen 1581
en 1591 om en bij 350 executies beval en de directe invloed van de
demon ologische traktaten van diens suffragaan Peter Binsfeld zullen
daar zeker niet vreemd aan geweest zijn. 77 .

34^

D I S QVIS ITI O N VM

MAGICARVM
IN
MARTINO DELB.IO SOCIETATIS

IE s v prefbytero, S A c fc AE T H E oL o G i AE Doftore, & ia Academia G. AE T I E N si S.S.


Profeflbre,
'Primut.

ajwc SECVNDIS erRIS Are n o R.


long, additiombnf mtthii paflim inftrt;
o^ mendisjitblatis.

M O G V N T I AE(
ApudloANNEM ALBINV&.

Titelblad van Disquisitionum magicarum libri sex


van Martin del Rio. Mainz
1603. Op de titelpagina
wordt het verhaal van de
tien plagen van Egypte
afgebeeld en het wonder
van Aaron, die zijn staf in
een slang veranderde.
[Ontleend aan: Ferdinand
Vanhemelryck, Het
gevecht met de duivel.
Heksen in Vlaanderen.
1999, p. 49],

77 Dupont-Bouchat, 'La
rpression', p. 78-86.
78 Monballyu, Van hekserij beschuldigd, p. 12.5126.
79 Monballyu, 'Chronologische lijst' (website).
80 Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 32.1; de Waardt,
'Open en gesloten', p. 152162.
81 Dupont-Bouchat,
'"Pour apaiser ...', p. 74.
82 Brouette, 'La sorcellerie', p. 359-420.
83 Dupont-Bouchat, 'La
rpression', p. 127.
84 Van de 268 processen
door Muchembled vermeld voor de periode
1500-1700, waren er 82%
tegen vrouwen gericht
('Sorcires du Cambrsis',
p. .1:72-182).
85 De Waardt,'Openen
gesloten', p. 166, noot 35
met vermelding van de bedoelde literatuur.
86 Monballyu, 'Die
Hexenprozesse in der
Grafschaft Flandern, 14951692' (te verschij nen).
87 Caspers, 'Toverijprocessen in Peelland', p. 177182; De Waardt, 'Open en
gesloten', p. 161.

De processen waarbij het verbond tussen heks en duivel centraal


stond in de beschuldiging kwamen in de Zuidelijke Nederlanden
praktisch alle voor de lokale wereldlijke schepenbanken en leenhoven, niet voor de officialiteiten en niet voor de centrale Raden, zoals
de Raad van Vlaanderen, de Raad van Brabant, of de Raad van
Luxemburg, enkele uitzonderingen daar gelaten. De heksenprocessen
kenden over het algemeen geen eigen, van andere criminele zaken
afwijkende strafprocedure. Wel aanvaardden vele rechters onder
invloed van de demonologie dat een combinatie van feiten en vooral
het duivelsteken, een vermoeden van schuld opleverde die de aanhouding, de pijniging en zelfs de veroordeling tot een straf wettigde. Voor 347
de vuurdood, de typische heksenstraf, was evenwel de Vrije' bekentenis van de verdachte noodzakelijk. Voorafgaande tortuur of dreiging
ermee was toegelaten.78
Vier op de vijf dodelijke slachtoffers van de Europese heksenvervolging waren vrouwen. Ook in de Zuidelijke Nederlanden was de
heks die op de brandstapel terechtkwam nagenoeg exclusief een
vrouw. In de door Monballyu gepubliceerde voorlopige lijst van de
terechtgestelde heksen in het graafschap Vlaanderen, bijvoorbeeld,
zijn 162 op de 202 van het vrouwelijk geslacht, zijnde 80%.79 Gegevens over het hertogdom Brabant tonen de hachelijke positie van de
vrouw als 'bevoorrecht' slachtoffer van de heksenvervolging nog
scherper aan: slechts 3 van de 57 gexecuteerde heksen waren mannen, wat het aandeel van de vrouwen op 94% brengt.80 De in Henegouwen berechte heks was exclusief vrouwelijk (ioo/o),Sl terwijl ook
in Namen het aandeel van de vrouwelijke slachtoffers overweldigend
was (92%).82 Slechts twee regio's tonen een ietwat ander beeld. In het
hertogdom Luxemburg waren 'slechts' 270 van de 358 terechtgestelde
heksen vrouwen (75%).83 In Artesi en de streek rond Kamerijk was
er nog meer evenwicht tussen de geslachten. Op de 47 gekende
doden, waren er 30 vrouwen, dit is bijna 64%. Wellicht heeft dit cijfer
meer te maken met het ontbreken van bronnen, dan met een mogelijke geslachtsneutraliteit van de Noordfranse heks.84
Recente publicaties en lezingen hebben aangetoond dat er, ondanks het reeds geleverd voortreffelijk historische werk, tot op heden
heel wat misvattingen bestaan betreffende de heksenvervolging in de
Zuidelijke Nederlanden. Zo wordt de stelling dat de centrale overheid met de ordonnanties van 20 juli 1592 en 8 november 1595 de processen zou hebben gestimuleerd, als achterhaald beschouwd of zelfs
als een 'hardnekkige fout in de Belgische historiografie' bestempeld.8*
Deze ordonnanties hadden het immers helemaal niet expliciet over
cumulatieve hekserij86 en bovendien zou de centrale overheid juist
tegen de uitwassen van de plaatselijke rechtbanken (vooral in Peelland in 1595) hebben gereageerd.87 Ook de concrete invloed van de
fameuze Heksenhamer op de vervolgende instanties in de Zuidelijke
Nederlanden wordt sterk in vraag gesteld. Zonder twijfel had de Disquisitionum Magicarum libri sex van de jezuet Martin Delrio (15511608) in onze streken heel wat meer invloed. Voor het eerst uitgegeven te Leuven in 1599 bevatte deze katholieke heksenencyclopedie

passages over demonologische hekserij, zoals het duivelspact, sexuele


betrekkingen tussen heksen en succubi en incubi, en de fysieke verplaatsing van heksen in de lucht naar en van de sabbats. Vooral wat
betreft de uitwerking van de wettelijke procedure die in heksenprocessen diende gevolgd te worden, ging Delrio verder dan de Malleus.
Wellicht kenden de theorien van de Heksenhamer pas door toedoen
van Delrio hun eerste echte verspreiding in de Zuidelijke Nederlanden.88
"Het moeilijkste probleem bij hekserij is de verklaring", stelt Vanhemelryck in zijn recente boek. Bij een analyse van alle mogelijke fac348 toren die een invloed konden uitoefenen, is het duidelijk dat we een
beroep dienen te doen op verschillende, uiteenlopende verklaringsgronden.89 We vallen juist niet in een systeemdenken waarbij modellen ontwikkeld worden die gelden voor een plaatselijke situatie en
vervolgens veralgemeend worden.90 Ook in de Zuidelijke Nederlanden bestonden er, zoals hierboven duidelijk werd, grote regionale
verschillen. De verklaring als zouden het oorlogsgeweld, de pest, of de
hongersnood de elite de verantwoordelijkheid hebben doen afwentelen op de zogeheten handlangers van Satan, kan niet helemaal bevredigen. In deze gebieden vallen de heksenwanen niet per se samen met
grote sociaal-economische crises. Wel waren in sommige steden als
Mechelen en Brugge net pestjaren de onmiddellijke aanleiding tot
heropflakkeringen van heksenvervolgingen. Toch kwamen ook in de
economische en culturele bloeiperiode onder Albrecht en Isabella
heel wat processen voor. Een andere factor die zeker meespeelde, is de
verwarde religieuze situatie in de Nederlanden - met name de strijd
tussen de katholieken en de protestanten en de daaropvolgende
katholieke hervormingsijver van de bisschoppen na het Concilie van
Trente - waarmee parallel een groeiende duivelsangst waar te nemen
valt.91 Het is niet zo toevallig dat juist in de periode 1580-1620 het
geloof van de elite in een samenzwering van een duivelse anti-Kerk
die de christelijke samenleving bedreigde haar toppunt kende. Dit
vertaalde zich in een regen van demonologische traktaten waarin de
heks steevast als lid van een secte in dienst van Satan, de prins van de
inversie, werd opgevoerd.
Het hekserij delict was zeker niet louter een plattelandsfenomeen.
Steden als Gent, Brugge, Nieuwpoort, Veurne, Leuven, Antwerpen,
Mechelen, Tienen, Breda, 's-Hertogenbosch, Roermond, Rijsel,
Atrecht, Dowaai, Valenciennes, 's-Gravenbrakel, Nijvel, Bastogne,
Durbuy, en Bouillon hadden behoorlijk wat heksen. Bovendien is de
invloed van geleerde stadsrechters die goed op de hoogte waren van
het cumulatieve hekserij begrip - dat tot uiting kwam in de vele
demonologische traktaten - zeer groot geweest. Een brief van de
Brugse schepenen uit 1596 aan hun 'onwetende' collega's van Kortrijk
toont dit duidelijk aan.92 Het waren deze, vaak humanistische schepenen die het het concept van de 'nieuwe' heks in onze contreien
bekend maakten en verspreidden. Een analyse van het boekenbezit
van Brugse stadsschepenen toont aan dat deze in de zestiende en
zeventiende eeuw niet alleen vertrouwd waren met de Heksenhamer

88 M. Gielis, 'Een Leuvense Heksenhamer: de


leer van de theologieprofessor Johannes Beetz
(t 1476) over bijgeloof en
duivelspact', in: Liber
amicorum Dr. J. Scheerder.
Tijdingen uit Leuven over
de Spaanse Nederlanden,
de Leuvense Universiteiten
historiografie (Leuven,
1987), p. 165-1:87; M. Gielis, 'Toverij en duivelspact
volgens theologen uit de
Nederlanden', in: Gijswij t-Hofstra en Frijhoff,
Nederland betoverd, p. 183195; Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 41-43.
89 Vanhemelryck, Het
gevecht, p. 291-299.
90 Vanysacker, Hekserij
in Brugge, p. 147-150.
91 G. Rooijakkers,
L. Dresen-Coenders en
M. Geerdes, Duivelsbeelden: Een cultuurhistorische
speurtocht door de Lage
Landen. Baarn, 1994.
Over de strijd, van de postTriden rijnse bisschoppen,
zie onder andere het recente boek van C. Harline
en E. Put, A Bishop's Tale.
Mathias Hovius among bis
Flock in Seventeenth-Century Flanders. New Haven/Londen, 2000.
92 Monballyu, 'Toverij
en hekserij te Kortrijk en
te Brugge in het jaar 1596',
in: Volkskunde, 81 (1980),
p. 183-195.
93 Vanysacker, 'The Impact of Humanists on
Wi tchcraft Prosecutions
in ITH and i7TH-century

Bruges', te verschijnen in
Humanistica Lovaniensia
(2001).
94 Een mooi voorbeeld
hiervan is Baudewijn
Waelspeck die zowel in het
Gentse als in Kortrijk,
Wakken, Tielt en Gottem
actief was. Zie Monballyu,
'WasTanneken Sconyncx
een heks? Een analyse van
haar proces in 1602-1603',
in: De Roede van Tielt, 25
(1994), p. 94-140 (vooral
noot 60).
95 Monballyu bereidt
een nieuw boek voor over
toverij- en heksenprocessen in het graafschap
Vlaanderen en dat op basis
van een archieventocht
doorheen het huidige
Vlaanderen en NoordFrankrijk. Het zal beslist

of met de 'primitieve' heksenleer van hun stadsgenoot Joos De Damhouder (1507-1581), maar ook met demonologische traktaten van
Paolo Grillando, Jean Bodin, Nicolas Remy, en Martin Delrio.93 In
de verspreiding van die moderne demonologische denkbeelden en
praktijken, zoals het doorprikken van de duivelstekens op het
lichaam van de heks, speelden ook rondtrekkende scherprechters een
actieve rol. Zij waren vaak echte professionelen die van de ene regio
naar de andere trokken. In hun spoor zou misschien een eventuele
chronologie van processen kunnen waargenomen worden.94 Biografische studies van dergelijke hoofdrolspelers (stadsschepenen en
scherprechters) zouden wellicht heel verhelderend kunnen zijn.
349
Eens te meer wordt het duidelijk dat het vaak misprezen archiefonderzoek naar het precieze aantal heksenprocessen en terechtgestelde
heksen nog dient aangemoedigd te worden.9* In het spoor van de in
1982, opgerichte studiegroep "Hekserij en toverij in Nederland",96 en
de Duitse onderzoeksentiteiten "Arbeitsgemeinschaft Hexenprozesse
im Trierer Land" (Trier)97 en "Arbeitskreis Interdiziplinare Hexenforschung (AKIH)" (Stuttgart-Hohenheim)98 moeten onze historici
weer ad fontes, vooraleer enig synthesewerk aan te vatten. Alsof de
duivel en de heks ermee gemoeid zijn!

veel nieuw materiaal aan


de oppervlakte brengen!
96 Het reeds meermaals
aangehaalde boek onder
redaktievan Gijswijt-Hofstra en Frijhoff, Nederland
betoverd, alsook de boeken
en artikelen van de Waardt
en de Blcourt kaderen in

Summary
This article deals with two major issues. First of all,
we give a general overview of the history of witch
trials in Europe between 1450 and 1800. Secondly,
we focus on witch hunts in the Southern
Netherlands to determine the position of that region
within this dark page in Western history. According
to the present state of research, our estimate is that
from 1450 until 1685 at least 922 'witches' were
executed in the Southern Netherlands. Compared to
the 160 witches burnt at the stake within the regions
that in 1579 belonged to the 'Unie van Utrecht', the
foundation of the future Dutch Republic, that figure
is rather high. Within the Southern Netherlands we
may discern chronologically as well as in terms of
the intensity of prosecutions - a clear difference
between the Flemish-speaking part and the Frenchand German-speaking parts. As in most European
witch-trials, the witches burnt at the stake in our
regions were almost exclusively women. Although
many good books and review articles have been

de werking van bewuste


studiegroep.
97 Zie G. Franz, 'Die Arbeitsgemeinschaft
"Hexenprozesse im Trierer
Land"', in: Franz F. Irsigler, H. Eiden en R. Voltmer (red.), Methoden und
Konzepte der historischen

Hexenforschung (Tri er,


1998), p. 23-4:1:.
98 Zie o.a. het artikel
'Die Veranstaltungen des
Arbeitkreises Interdisziplinare Hexenforschung
( A K I H ) 1985-1995', in: Lorenz en Bauer, Das Ende,
p. xv-xxvii.

published on this topic, it is too early to give a


defmitive synthesis of the witch-trials within the
Southern Netherlands. Further archival research an area that is often underestimated will be
necessary to determine the exact numbers of trials
and individuals executed as witches.

Personalia
Dries Vanysacker (geb. 1962) studeerde moderne
geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Momenteel is hij er als doctor-assistent verbonden
aan het departement geschiedenis. Zijn hoofdtaak
bestaat uit het opmaken van de bibliografie van de
Revue d'histoire ecclsiastique. Zijn publicaties betreffen naast hekserij, de kerk- en cultuurgeschiedenis
van de Nieuwe Tijd en negentiende- en twintigsteeeuwse missie- en sportgeschiedenis. Hij is redactielid van De Achttiende Eeuw.
Adres: Bergestraat 30, 6-3220 Holsbeek.
E-mail: dries.vanysacker@arts.kuleuven.ac.be

Вам также может понравиться