Вы находитесь на странице: 1из 14

MAR I A UI T D E B I JB E L

Naar een protestants-evangelische mariologie?


Wouter Biesbrouck

Inleiding
Deze bijdrage beoogt na te denken over de rol en betekenis van Maria
vanuit de protestants-evangelische traditie, naar aanleiding van roomskatholieke mariologie. De bedoeling is niet apologetisch dus niet om een
bepaalde protestantse visie te verdedigen tegenover een rooms-katholieke,
maar om naar aanleiding van rooms-katholieke mariologie na te denken of
er in de protestants-evangelische traditie plaats kan gemaakt worden voor
een mariologie, en zo ja, wat de krijtlijnen dan kunnen zijn.
De bedoeling van deze bijdrage is dubbel. Aan de ene kant wil ik met mijn
reflecties een aanzet geven tot een protestants-evangelische mariologie. Dit
gebeurt vanuit een poging om rooms-katholieke mariologie op een positieve, niet-polemische manier te bekijken. Aan de andere kant wil ik roomskatholieke lezers enige inkijk geven in hoe protestants-evangelischen naar
rooms-katholieke mariologie kijken en hen hierbij een zekere spiegel voorhouden vanuit de overtuiging dat een (protestants) buitenperspectief ook
verhelderend kan werken voor het (rooms-katholieke) zelf-verstaan.
Opdat deze oefening vruchtbaar zou zijn is het echter wenselijk om de protestants-evangelische traditie kort te schetsen. Hoewel ik hierbij uitdrukkelijk schrijf vanuit de protestants-evangelische traditie, kan ik niet gezagvol
spreken namens deze traditie.

Situering van het evangelicalisme1


De hedendaags protestants-evangelische traditie is een beweging die zich
door drie historische lagen van het protestantisme wortelt. De oudste laag
is vanzelfsprekend die van de Reformatie zelf, uit de 16de eeuw. Een tweede
richtinggevende beweging was die van het pitisme dat verbonden is met de
lutherse predikant Philipp Jacob Spener die in 1675 zijn manifesto Pia Desideria (de piteitvroomdheiddie we verlangen) publiceerde. Dit werk riep
op tot een vernieuwing van het innerlijke geestelijke leven, tot een actievere

126

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



participatie van leken in het dagdagelijkse geloof, minder fixatie op kerkstructuur, en een breder gebruik van de Bijbel door iedereen in de Kerk
(Noll, 2004, 15).
De meest rechtstreekse basis van de evangelicale beweging werd gelegd in
Groot-Brittanni en de V.S. en kwam op gang in de periode 1735-1765 met
een reeks revivals, opwekkingsbewegingen intense periodes van buitengewone respons op evangelie-predikatie, gepaard aan ongewone inspanning
van godvruchtig leven. Bekende opwekkingspredikers zijn George Whitefield, Charles en John Wesley, en Jonathan Edwards. Centraal in die prediking stond de noodzaak van bekering (wedergeboorte) en een leven van
actieve heiliging (Noll, 2004, 12-13, 15).
Sinds de 18de eeuw heeft deze beweging zich verspreid naar alle continenten. Opvallend daarbij is dat dit niet in de eerste plaats een kerkdenominatie is, maar een beweging in (voornamelijk) protestantse kerken.
Bebbington (2005, 50-58) vermeldt evangelicalen in mainstream kerken
(anglicaans, presbyteriaans, methodistisch, baptistisch) naast andere (congregationalisten, mennoniten, Moravische broeders, e.d.m.). Hoewel er
sprake is van enige concurrentie tussen die verschillende groepen, is er ook
samenwerking. In de 19de eeuw uitte dit zich vooral in de oprichting van
Bijbelgenootschappen voor de vertaling, publicatie en verspreiding van de
Bijbel en vanaf het einde van die eeuw ook in de oprichting van Evangelische Allianties (Bebbington, 2005, 61).
De gemeenschappelijke centrale eigenschappen van het evangelicalisme
doorheen de verschillende kerkelijke strekkingen en doorheen de geschiedenis kunnen in vier themas samengevat worden:
1.
2.
3.

4.

Bekering het geloof dat levens moeten veranderd worden door zich
toe te keren naar God
De Bijbel het gezag en de toereikendheid van de Schrift, die toegankelijk is voor de gelovigen
Activisme het engagement van alle gelovigen, inclusief leken, voor
leven in dienst aan God, in het bijzonder in evangelisatie en missie,
maar ook in sociale actie
Centraliteit van het Kruis of de overtuiging dat de dood van Christus
cruciaal was in het brengen van verzoening voor zonden. Hiermee is
ook aangegeven dat er sprake is van Christocentrisme (Noll, 2004, 17).

127

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



In Vlaanderen is de protestantse traditie een kleine minderheid, waarbinnen de protestants-evangelische beweging de meerderheid vormt. De evangelicale beweging manifesteert zich in Vlaanderen voornamelijk in vrije
kerken, met een congregationalistische kerkorganisatie.2

Maria uit de Bijbel


Het is hard zoeken naar Maria in het evangelicalisme. Soms verschijnt zij
met Kerst op het toneel, om daarna weer stilletjes te verdwijnen. Voor veel
protestants-evangelischen lijkt het wel alsof Maria verdwenen is uit de Bijbel. Er is nauwelijks reflectie over Maria in het kerkelijk leven wellicht
omdat het thema taboe is.3 De nadruk dat Maria Christus niet mag overschaduwen heeft er in protestantse kerken toe geleid dat Maria bijna volledig uitgewist is (Greene-McCreight, 2005, 485).
Er zijn twee belangrijke redenen voor die gevoeligheid. Ten eerste is er de
historische polemiek over Maria tussen de Reformatie en de rooms-katholieke kerk. Ten tweede, en daaruit volgend, is er het feit dat de respectieve
identiteiten voor lange tijd in sterke mate mee gevormd werden door de
positie t.o.v. Maria.
Het is duidelijk dat zon Maria-taboe niet te verantwoorden is vanuit het
Sola Scriptura principe. Maria heeft een plaats in de Bijbel en theologische
reflectie over Maria mag dus niet uit de weg gegaan worden.

Maria in de Bijbel
Als er een protestants-evangelische mariologie kan zijn, dan moet het een
mariologie zijn die stevig gefundeerd is vanuit de Bijbel: het is de Maria uit
de Bijbel.
Gelukkig zijn er de laatste tijd, en met name het voorbije decennium, in
de (vooral Engelstalige) evangelicale theologische literatuur verschillende
werken verschenen die Maria opnieuw bestuderen (McKnight, 2007, Perry,
2006, Longenecker & Gustafson, 2003, Gaventa & Rigby, 2002). Niet geheel onverwacht is de grote aandacht die ze schenken aan een grondige
bestudering van wat de Schrift over Maria zegt.

128

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



Geboren uit de maagd Maria


Het eerste dat evangelicalen bijna unaniem zowel theologen als leken
zullen belijden, is dat Jezus Christus is ontvangen van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria. Dit artikel uit het Apostolicum, staat niet ter
discussie. Integendeel, als reactie op het liberale protestantisme dat komaf
maakte met de maagdelijke conceptie4 van Christus, kwam er rond 1900
vanuit Angelsaksische protestants-evangelische hoek weerwerk. En van de
90 traktaten die in de Fundamentals uit 1917 (Orr, 1917) opgenomen werd,
ging expliciet over de maagdelijke geboorte. Het belijden daarvan werd een
soort orthodoxietest van het evangelicalisme. Het eigene hiervan is evenwel
dat dit op den duur niet in de eerste plaats een christologische test werd,
maar een bibliologische. Het is de betrouwbaarheid van de Schrift die in
vraag wordt gesteld wanneer betwijfeld wordt dat Jezus uit de maagd Maria
is geboren.
Een manier om de christologische impact van het artikel uit het credo te
benadrukken is om te spreken van het moederschap van Maria. Dat Maria
de moeder is van Jezus, geeft het mens-zijn aan van hem. Hij is een van
ons, want zijn moeder is Maria. In de vroege Kerk wordt het mens-zijn van
Christus verdedigd door te wijzen op het moederschap van Maria. De Vaders benadrukten dat de Zoon onze wereld van tijd en ruimte binnentrad
op de meest gewone manier door geboorte, en als gevolg hiervan was zijn
mens-zijn even reel als dat van ons (Perry, 2006, 273 eigen vertaling).
Perry (274) geeft terecht aan dat het voor de protestants-evangelische beweging belangrijk is om het moederschap van Maria te benadrukken vanwege
de tendens om Jezus goddelijkheid zo te onderstrepen dat zijn mens-zijn
docetische trekjes krijgt. Redding wordt dan al makkelijk redding uit de
schepping, i.p.v. redding door herschepping. Dit kan al snel leiden tot een
houding die zich onttrekt van alle maatschappelijke en politieke verantwoordelijkheid.
Maria, de moeder van Jezus
Wat nog opvalt bij een grondige studie van de evangelies, is dat Maria er
bij is op de belangrijke momenten in het leven van Jezus. Dat ligt voor een
aantal van die momenten zo voor de hand, dat het uit het oog verloren kan
worden. Maria is er niet alleen van bij het prille begin (conceptie), en zijn
geboorte (Kerst), zij staat ook met Jozef in voor de opvoeding van Jezus.
Een belangrijk aspect daarvan is ook de religieuze opvoeding. Jezus visie op
God, Isral, zonde, ballingschap, verlossing, werden in niet onbelangrijke

129

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



mate bijgebracht door zijn moeder. McKnight (2007, 102-104) merkt op


dat er interessante parallellen te trekken zijn tussen de themas in Marias
Magnificat en de centrale themas van Jezus bediening: het goede voorzien
voor de armen, het oordeel over de heersende machthebbers, het tonen
van barmhartigheid aan verdrukten, het geloof in de trouw van God aan
zijn belofte om Isral te verlossen, Het kan bijna niet anders dat Maria
als profetes Jezus religieuze wereldbeeld sterk benvloed heeft. McKnight
(104-105) merkt overigens ook op dat we dezelfde themas terugvinden
in de brief van Jacobus, waarvan de traditie deze auteur als Jacobus de
Rechtvaardige, de broer van de Heer, beschouwt (cf. Gal 1,19). We kunnen
hier voorbijgaan aan de vraag of broer letterlijk te begrijpen is (zoals de
meeste protestanten aannemen), of verwijst naar halfbroer of neef (zoals
traditioneel de opvatting is bij orthodoxen resp. rooms-katholieken).
De opmerking blijft dat in de familie van Jezus, deze themas opvallend
veel aandacht krijgen. Er is duidelijk een bepaalde religieuze cultuur
aanwezig die doorgegeven wordt aan de volgende generaties. De neiging
onder protestants-evangelischen om voorbij te gaan aan Jezus religieuze,
maar ook emotionele, intellectuele, en sociale ontwikkeling van kind
tot volwassene heeft als gevolg dat Marias (en Jozefs) rol in zijn leven
onderbelicht blijven.
Maria als discipel aan de zijde van Jezus
We vinden Maria niet enkel terug in de evangelies waar het Jezus kindertijd
betreft. Minstens even belangrijk is de aanwezigheid van Maria bij Jezus
openbare optreden. Met name de evangelist Lucas portretteert Maria als
discipel. Green (2002, 10) argumenteert dat Lucas Maria schetst als toegankelijk voorbeeld, en hij werkt dit uit aan de hand van de twee vrouwen in het Lucasevangelie die Maria als gezegend benoemen. Het eerste
is wanneer Maria Elisabet ontmoet, het tweede gebeurt een eind verder in
het evangelie:
Terwijl hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem:
Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken
hebt! Maar hij zei: Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en
ernaar leven (Lc 11,27-28).
De conventionele waarden m.b.t. de status en rol van vrouwen komt hier
tot uitdrukking. Eer voor vrouwen komt voort uit de kinderen die ze krijgen. Dat was zo in Isral, maar ook in Rome. In zekere zin kent deze vrouw
Jezus eer toe door naar zijn moeder te verwijzen, want als de moeder te

130

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



prijzen is, dan moet de zoon wel belangrijk zijn. Jezus reactie geeft aan
dat hij het hier niet bij wil houden, hij wil haar (en onze) kijk verruimen.
En hiermee geeft Jezus ook een stuk cultuurkritiek. Hij stelt namelijk de
voornaamste manier waarop vrouwen uit die tijd aanzien konden verwerven in vraag. Het is ook een commentaar op wat Lucas eerder schreef, nl. de
uitroep van Elisabet bij het bezoek van Maria:
De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je
schoot! ... Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan (Lc 1,42.45) .
Maria is gezegend en wordt gelukkig geprezen omdat ze gelooft. Dit is belangrijk omdat het welzijn van Maria, en andere vrouwen met haar, niet
afhangt van vruchtbaarheid.5 Green (2002, 13) stelt dan ook dat Maria niet
goddelijke genade vindt omdat ze zwanger wordt, maar haar zwangerschap
is een gevolg van haar gezegend zijn. Zoals Roger Burggraeve in zijn bijdrage in deze bundel aantoont, contrasteert Lucas Marias lage sociale status
en afkomst met die van de andere protagonisten (Jozef, Zacharias en Elisabet) uit de eerste twee hoofdstukken. Haar onbeduidendheid is precies het
punt dat Lucas wil maken. Dat God Maria uitkiest, is reeds een omkering
van de sociale waarden (Green, 2003, 14). In het annunciatieverhaal laat
Maria zich bovendien kennen als dienares van de Heer (Lc 1,38). Daarbij
stelt ze zich in de eerste plaats onder God, terwijl het sociale verwachtingspatroon van haar vereist dat ze zich onder haar man of haar vader stelt.
Maria opent zich voor de verrassingen van het Rijk Gods dat zich aandient.
Ze schrijft zich hiermee in bij Gods familie en laat die primeren boven de
gewone gezinsrelaties. Daarmee anticipeert ze op wat Jezus later zal zeggen: Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God
luisteren en ernaar handelen. (Lc 8,21).
Dit geloof dat Maria bij de aankondiging uitspreekt is iets dat in het dagelijkse leven moet waargemaakt worden. Voor protestants-evangelischen
is het vanzelfsprekend dat dit voor Maria ook met vallen en opstaan gebeurde. Ook Maria moest opnieuw herinnerd worden aan die juiste familieverhoudingen (Lc 8,19-21, iets wat bij Mc 3,31-35 nog scherper naar voren komt). Het is hierin dat Maria voor evangelicalen net een toegankelijk
voorbeeld kan zijn. Zij moet net als ons, telkens leren wat de juiste prioriteiten zijn. Maar zij is hierin een voorbeeld, omdat ze de weg die ze aangaf
bij de annunciatie, ook volgehouden heeft. Lucas laat ons in het begin van
het boek Handelingen zien dat Maria deel uitmaakt van het selecte groepje
trouwe volgelingen van Jezus dat wacht op de komst van de Heilige Geest.

131

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



(Hnd 1,14). Maria is door haar responsief geloof moeder (en zuster) van Jezus, niet enkel door de maagdelijke conceptie. Het is op deze wijze dat Maria een voorbeeld kan zijn voor vrouwen n mannen in deze tijd. Wie zich
actief open stelt voor de verrassingen van het Rijk Gods, en desnoods tegen
de heersende culturele waarden ingaat, behoort tot de familie van Jezus.

Maria buiten de Bijbel


Maria uit de Bijbel heet deze bijdrage. We zagen vooreerst dat voor protestants-evangelischen Maria nauwelijks plaats heeft in het concrete geloofs- en kerkleven waardoor het wel lijkt of ze uit de Bijbel is verdwenen.
Vervolgens hebben we enkele aanzetten gegeven hoe evangelicalen kunnen
nadenken over de Maria uit de Bijbel (Maria in de Bijbel). Nu willen we
kijken of we ook iets kunnen zeggen over de Maria die niet (rechtstreeks)
uit de Bijbel komt, de Maria van de Traditie (Maria buiten de Bijbel).
In zeker opzicht is het gevaarlijk terrein voor een protestant om zich op het
terrein van de Traditie te begeven. Want is de Traditie niet bij uitstek het
domein waar de Kerk de mist is ingegaan? Dat is althans een veelgehoorde
opinie onder evangelicalen.6 Toch willen we ons hieraan wagen. Ten eerste
wil ik argumenteren dat er een opinieverschuiving hier rond optreedt onder protestants-evangelischen. Ten tweede wil ik aantonen dat het theologisch noodzakelijk is.
Protestants-evangelischen en Traditie: het kan
Deze sectie geeft aan dat de mogelijkheidsvoorwaarden gunstiger zijn dan
in het (nog niet zo verre) verleden. Er zijn hiervoor meerdere redenen aan
te geven, en de manieren waarop zich dat uit zijn ook divers. Er is, sinds
een paar decennia, een toenemende interesse voor de geschiedenis van kerk
en theologie. Waar gevestigde protestanten vaak een zekere trots kenden
(en kennen) t.a.v. hun reformatie-geschiedenis, begon de kerkgeschiedenis
voor veel evangelicalen vaak met hun eigen generatie.7 Jongere evangelicalen, die grootgebracht zijn in deze traditieloze traditie, zijn vaker genteresseerd in de wortels van de evangelicale beweging. Daarnaast heeft de
veranderende tijdsgeest er mee voor gezorgd dat er een verschuiving in de
interesses optreedt, van de focus op onderwijs via proposities en apologetiek naar beleving in verwevenheid met grotere gehelen. Er is in de protestants-evangelische erediensten plots een beetje ruimte voor (en vraag naar)
liturgie. Vervolgens mag ook niet onderschat worden dat vele evangelicalen

132

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



de rooms-katholieke kerk niet langer beschouwen als de vijand (zie ook


McGrath, 2006, 204-205). Niet alleen is de impact van de rooms-katholieke kerk op de maatschappij sterk verminderd, door de pluralisering is het
minder noodzakelijk voor protestanten om hun identiteit enkel in oppositie met rooms-katholieken te definiren. In de Verenigde Staten heeft dit
geleid tot een reeks gezamenlijke verklaringen van evangelicalen en roomskatholieken door een beweging die Evangelicals and Catholics Together heet. In
1994 kwam de eerste verklaring, over christelijke missie in het derde millennium, in 2009 kwam er op die manier een verklaring over Maria (ECT,
2009).8
Op liturgisch vlak is er een toenemende belangstelling voor het volgen van
(elementen uit) het kerkelijk jaar, in het bijzonder de vasten en de advent.
Zeker dat laatste creert gelegenheden voor reflectie over de plaats van Maria. Maar er is ook een toenemende interesse voor de patrologie, en voor
de geschiedenis van Kerk en theologie in de oudheid in het algemeen als
bron voor geestelijke verdieping (cf. Williams, 1999). Het is in de confrontatie met de Apostolische Vaders en de Kerkvaders dat duidelijk wordt dat
mariologie geen uitvinding uit de middeleeuwen is. Wat voor protestantsevangelischen vervelend is, is dat al heel vroeg na de apostelen, Maria een
grotere rol toebedeeld krijgt dan in de hedendaagse protestantse theologie.9 Is de Kerk dan al zo snel na de apostelen afgeweken van het ideaal?
Maar wat het ernstig nemen van Maria in de Traditie vooral mogelijk maakte is het besef dat de theologische methode van protestants-evangelischen
dit toelaat. Sola Scriptura betekent niet dat de Schrift de enige bron is voor
theologie, wel dat ze de normerende bron is (Lane, 2005, 809-812). Er is een
toenemend besef dat het verrijkend is om de Schrift te lezen en tegelijk te
kijken hoe de Kerk door de eeuwen die teksten heeft begrepen. Daarmee
komen ook weer oude leesstrategien boven, zoals de typologie, een canonieke lezing, en een grotere nadruk op een theologische interpretatie van
de Schrift. Op die manier kan de Schrift plots toch meer verwijzingen hebben naar Maria bijv. via een Eva-typologie.10
Protestants-evangelischen en Traditie: het moet
Te rade gaan bij de Traditie is niet alleen een optie, het is ook een noodzaak.
Daarbij moet de Traditie niet beschouwd worden als een monolithisch geheel, maar een dynamisch gegeven dat continuteit en verandering in zich
combineert. Bij uitstek voor protestanten is de Schrift daarbij het richtsnoer dat impulsen geeft tot bijsturing van het Traditietraject. Het verhaal

133

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



van het protestantisme is een koerscorrectie, niet een afwijzing, van het
oude oecumenische geloof, iets wat helemaal in overeenstemming is met de
betrouwbare buigzaamheid van de orthodoxie. Er kan geen betrouwbaar
protestantisme zijn zonder Traditie (Williams, 1999, 38eigen vertaling).
Het is belangrijk om het werk van de Heilige Geest in het bewaren van de
waarheid doorheen de (kerk)geschiedenis, ernstig te nemen (zie ook 2 Tim
1,13-14).
Als de protestants-evangelische beweging op doctrinair vlak orthodox wil
zijn, en trouw aan de Schrift, dan kan dat niet gerealiseerd worden zonder
beroep te doen op, en integratie van, de funderende Traditie van de vroege Kerk (Williams, 1999, 13). Het is in dat opzicht ironisch dat de meeste
evangelicalen orthodoxie van fundamenteel belang vinden, en metterdaad
het geloof zoals overgeleverd in de geloofsbelijdenissen van Nicaea, Constantinopel en Chalcedon aanhangen. De ironie schuilt niet daarin dat
ze die belijdenissen niet als dusdanig kennen of opzeggen in de eredienst,
noch in het feit dat ze die credos geen absoluut gezag willen toekennen,
maar dat concepten als de triniteit, of homoousion die ook voor protestantsevangelischen cruciaal zijn, als dusdanig geen Bijbelse concepten zijn, maar
termen die de Kerk in de Traditie heeft overgeleverd. Voor onze bijdrage
hier, is de belijdenis van Maria als theotokos van belang. Het is deze term die
we dan ook in volgende sectie aanpakken.
Theotokos - Moeder Gods
Je zal een evangelicaal er niet vaak op betrappen Maria Theotokos te noemen,
letterlijk, de God-baarster. Het brengt tot uitdrukking dat Maria de moeder is van Jezus, die volledig God was (en tegelijk ook volledig mens). Deze
gedachte wordt onverminderd beleden door protestants-evangelischen.11
De reserve om over Theotokos te spreken, zeker als dit vertaald wordt met
Moeder Gods heeft te maken met de (al dan niet vermeende) implicaties
van die term voor het begrijpen van Maria. Het is als christologische uitspraak dat er zich geen probleem stelt, de mariologische implicaties zorgen
voor terughoudendheid (cf. Proctor, 1984, 739).
Een andere insteek vinden we echter in het veel recentere werk van de evangelicaal Tim Perry.
Het mariale materiaal van het Nieuwe Testament vereist theologische reflectie om
een aantal centrale loci in christelijke theologie te vervolledigen; met name christologie (Marias moederschap), eigenlijke theologie (de doctrine van uitverkiezing)

134

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



en ecclesiologie (Marias rol in de Kerk). Of, om het meer controversieel te stellen,


geheel voorbij gaan aan mariologie laat een aantal andere christelijke doctrines
onderontwikkeld (Perry, 2006, 268eigen vertaling).
Perry ziet de belijdenis van Maria als Theotokos dan ook als de fundering voor
een evangelicale mariologie, want het punt waar mariologie en christologie
elkaar kruisen is de belijdenis van Maria als Theotokos Moeder Gods (Perry,
2006, 269). Met Cyrillus van Alexandri stelt hij dan ook dat als christenen
niet kunnen belijden dat de mensgeworden God ontvangen en geboren is
uit Maria, God zich het lot van de mensheid niet heeft aangetrokken, en
de mensheid niet gered is. Als Maria niet God droeg in haar schootals ze
niet Theotokos isdan zijn mensen niet gered (Perry, 2006, 271). Voor Perry
is dit, na een uitgebreide studie van het Bijbels materiaal over Maria en een
historisch-theologische studie van Maria, het beginpunt van een doctrine
omtrent zowel de persoon van Maria als haar werk.
Veel protestants-evangelischen zullen van mening zijn dat Perry te ver gaat
in zijn uitwerking van zijn mariologie. Dat Marias persoon en werk berhaupt besproken worden in protestants-evangelische systematische theologie is niet vanzelfsprekend, ook al blijft zijn methodologie uitgesproken
protestants, en ook al blijft zijn mariologie een onderdeel van de christologie. Maar evangelicalen doen er goed aan de waarschuwing van kerkgeschiedenis ernstig te nemen, namelijk, dat mariologie een bescherming
biedt voor het vasthouden aan de incarnatie van God de Zoon. De vraag die
vanwege protestants-evangelische theologie aan rooms-katholieke Mariadevotie en mariologie gesteld mag worden, is of de nadruk op een toegankelijke, want mede-menselijke, Maria ook niet leidt tot een overbenadrukken van Jezus goddelijkheid ten koste van zijn menselijkheid?

Bibliografie
BEBBINGTON, D. W., The Dominance of Evangelicalism. The Age of Spurgeon and
Moody (A History of Evangelicalism), Leicester, IVP, 2005.
ECT (EVANGELICALS AND CATHOLICS TOGETHER), Do Whatever He Tells You: The
Blessed Virgin Mary in Christian Faith and Life. A Statement of Evangelicals
and Catholics Together, in First Things, November 2009.
GAVENTA, B. G. & RIGBY, C. L. (ed.), Blessed One: Protestant Perspectives on Mary,
Louisville, Westminster John Knox, 2002.

135

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



GREEN, J. B., Blessed is She Who Believed: Mary, Curious Exemplar in Lukes Narrative, in GAVENTA, B. G. & RIGBY, C. L. (ed.) Blessed One: Protestant
Perspectives on Mary, Louisville, Westminster John Knox, 2002, 9-20.
GREENE-MCCREIGHT, K., Mary, in VANHOOZER, K. J., BARTHOLOMEW, C. G.,
TREIER, D. J. EN WRIGHT, N. T., Dictionary for Theological Interpretation of
the Bible, London/Grand Rapids, SPCK/Baker Academic, 2005, 485486.
LANE, A. N. S., Tradition, in VANHOOZER, K. J., BARTHOLOMEW, C. G., TREIER, D.
J. AND WRIGHT, N. T., Dictionary for Theological Interpretation of the Bible,
London/Grand Rapids, SPCK/Baker Academic, 2005, 809-812.
LONGENECKER, D. & GUSTAFSON, D., Mary: A Catholic-Evangelical Debate, Eastbourne, Gracewing, 2003.
MCGRATH, A. E., Christianitys Dangerous Idea: The Protestant Revolution: A History from the Sixteenth Century to the Twenty-First, London, SPCK, 2006.
MCKNIGHT, S., The Real Mary: Why Evangelical Christians Can Embrace the Mother of Jesus, Brewster, Paraclete Press, 2007.
NOLL, M. A., The Rise of Evangelicalism. The Age of Edwards, Whitefield and the
Wesleys (A History of Evangelicalism), Leicester, IVP, 2004.
ORR, J., The Virgin Birth of Christ, in TORREY, R. A. & DIXON, A. C. (ed.), The
Fundamentals: a Testimony to the Truth, Vol.2, Grand Rapids, Baker,
1917, herdruk 1988.
PERRY, T., Mary For Evangelicals: Toward an Understanding of the Mother of Our
Lord, Downers Grove, IVP Academic, 2006.
PRINS, A., Geschiedenis van de Evangelische Beweging in Vlaanderen in de 19e en
20e eeuw, lezing gehouden op de studiedag van ETF en Evadoc op
24 april 2010, http://www.evadoc.be/evadoc.be/images/downloads/
evadoc100424_aprins_geschiedenis_van_de_evangelische_beweging.pdf.
PROCTOR, W.C.G., Mother of God, in ELWELL, W. A. (ed.), Evangelical Dictionary
of Theology, Grand Rapids, Baker Book House, 1984.
WILLIAMS, D. H., Retrieving the Tradition & Renewing Evangelicalism: A Primer
for Suspicious Protestants, Grand Rapids, Eerdmans, 1999.

Eindnoten
1.

Ik kies ervoor om het Engelse evangelical te vertalen met protestants-evangelisch of met


het neologisme evangelicaal en evangelicalism met evangelicalisme. In het Nederlands,
en met name in rooms-katholieke middens, wordt evangelisch in eerste instantie begrepen als m.b.t. het evangelie. Een evangelische beweging zou dan verstaan worden als een
beweging die vanuit het evangelie genspireerd wordt, en niet als een kerkelijke traditie.
Vandaar: evangelicale beweging of protestants-evangelische beweging (die gelukkig ook
wel door het evangelie genspireerd wordt).

136

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



2.

Voor uitgebreidere informatie over de geschiedenis van de evangelicale beweging in


Vlaanderen, zie Prins, 2010.
3. Dit is enigszins een karikaturale schets. Karikaturen zijn bedoeld om de eigenaardigheden uit te vergroten zodat ze onder ogen gezien worden.
4. Sommige protestants-evangelische theologen verkiezen te spreken van maagdelijke conceptie i.p.v. maagdelijk geboorte om aan te geven dat ze enkel de maagdelijkheid ante
partum, en niet in partu bevestigen. Perry (2006, 280-283) geeft een systematisch-theologische verantwoording om als evangelicaal te kunnen spreken van Maria als semper virgo.
5. Zie hiervoor ook de bijdrage van Annemie Dillen in deze bundel.
6. Het is natuurlijk zo dat protestants-evangelischen die theologisch geschoold zijn, hierover doorgaans een veel genuanceerdere mening hebben.
7. Deze opmerking geldt vooral voor evangelicalen in vrije kerken. Evangelicalen in de gevestigde kerken hebben vaak al door de langere geschiedenis van hun kerk een grotere
verbondenheid met hun wortels.
8. We gaan hier niet rechtstreeks in op de belangrijke oecumenische implicaties van deze
verklaring. Voor een algemeen overzicht van Maria in de oecumene verwijzen we graag
naar de bijdrage van Peter De Mey in deze bundel.
9. We denken hier bijvoorbeeld aan verwijzingen naar Maria in de brieven van Ignatius van
Antiochi (ca. 100 n.C.) en de Oden van Salomo (een vroegchristelijk werk, mogelijks van
halverwege de tweede eeuw).
10. Reeds voor het concilie van Nicaea (325) werd Maria door veel Kerkvaders beschouwd als
een nieuwe Eva, in vergelijking en contrast met Eva. Waar Maria, door ja te zeggen tegen
het woord van de Engel, een (secundaire) rol speelt in de verlossing van de mensheid, doet
ze de ongehoorzaamheid teniet van haar voormoeder Eva. Want Eva speelde, door ja te
zeggen tegen het woord van de gevallen engel (de slang) een (secundaire) rol in de vloek
die over de mensheid rust (zondeval) (Perry, 2006, 119-147).
11. Zie de bijdrage van Kristof Struys in deze bundel voor meer uitleg over de geschiedenis en
theologische achtergrond van deze term.

137

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



Redactie:
Kristof Struys en Wouter Biesbrouck

GEBOREN
UIT DE MAAGD MARIA
Een tip van de sluier opgelicht

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG



Geboren uit de maagd Maria


Een tip van de sluier opgelicht
Reeks: LOGOS, Leuvense Ontmoetingen rond Geloof, Openbaring en Spiritualiteit
Redactie: Kristof Struys en Wouter Biesbrouck
Vormgeving en druk: Halewijn nv

Halewijn nv 2011, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen, www.halewijn.info


Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch,
mechanisch, door fotokopien, opnamen of op enige andere wijze, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van de uitgever.
D/2011/5930/011
ISBN 978-90-8528-184-9

/2*26*HERUHQXLWGHPDDJG0DULDLQGG