You are on page 1of 6

LESVOORBEREIDINGSFORMULIER | ATELIER EN STAGE 1

Naam student: Edeline Herman

Datum nazicht:

Stageschool: Basisschool Sinte Maria


Zwarte Leeuwstraat 18, 2820 Bonheiden

Nagekeken door:

Stageklas: 3B

goedgekeurd

Aantal lln.: 15

Mentor: Juf Kristel Pellegrims

Bachelor Leraar Lager Onderwijs


CAMPUS KRUIDTUIN - tel: 015-369275
LANGE RIDDERSTRAAT 44 - 2800 MECHELEN

aanpassen - herwerken

handtekening

VAK: MUZISCHE VORMING


VAKONDERDEEL: Drama

LESONDERWERP: OVERAL CADEAUTJES

DATUM: 30 NOVEMBER 2015

TIJDSTIP:

14:40 uur -

15:30 uur (50 min.)

BEGINSITUATIE
Lesspecifieke beginsituatie van de kinderen in verband met het lesonderwerp:
De kinderen hebben al wel eens allemaal een cadeautje gekregen. Er wordt niet vaak drama-les gegeven.

Andere lesspecifieke beginsituatiekenmerken:


Bij voorkeur wordt deze les gegeven in een open ruimte

DOELEN
Leerplandoelen:
ET:
3.5. DE KINDEREN KUNNEN ERVARINGEN, GEVOELENS, IDEEN EN FANTASIEN UITEN IN DRAMATISCH SPEL
3.7. KINDEREN KUNNEN GENIETEN VAN, PRATEN OVER EN KRITISCH STAAN TEGENOVER EIGEN DRAMATISCH SPEL EN DAT VAN DE ANDEREN
Lesdoelen:
MIMIEK EN HANDELINGEN AANPASSEN AAN HET SPEL
IETS DUIDELIJK UITBEELDEN, ZODAT HET PUBLIEK DE SITUATIE KAN BEGRIJPEN.
EEN KORTE SITUATIE SPELEN MET BEGIN, VERLOOP EN EINDE

LEERINHOUD
Kernleerinhoud bij de lesdoelen:
IN

DEZE LES VERZINNEN KINDEREN WAT ER IN HET FICTIEVE CADEAU ZIT.

UITPAKKEN.

BIJ

ZE

BEELDEN HANDELINGEN UIT DIE VERBAND HOUDEN MET HET VOORWERP DAT ZE IN- OF

HET UITPAKKEN VAN HET FOUTE CADEAU, MAKEN ZE HUN GEVOELENS DUIDELIJK.

Belangrijke begrippen:
Mime, lichaamshouding, lichaamstaal
Ondersteunende of extra leerinhoud:/

TIMING
5 min.

AANPAK
(ONDERWIJSACTIVITEITEN EN ORGANISATIE)
FASE 1: Een cadeau in de klas
1.1
Praten over cadeautjes
Er staat een cadeau vooraan in de klas om de kinderen
nieuwsgierig te maken. Er zit een steen in met een blij
gezichtje op.
Lk: Wanneer krijg je cadeautjes? Volgende maand krijgen
heel wat mensen cadeautjes. Hoe komt dat? Wat vieren we
dan?
Lk.: Ik kreeg dit cadeau. Zullen we eens kijken wat erin zit?
Oei? Wat een gek cadeau? Zou dat wel voor mij zijn?
Lk.: Kreeg je al eens een cadeau dat niet voor jou bestemd
was?
Kreeg je al eens een cadeau dat je niet zo leuk vond?
Wat gebeurde er precies? Van wie kreeg je het cadeau?
Waarom vond je het niet zo leuk?
1.2. Mime?
Lk.: We gaan deze les toneel spelen zonder te praten. Hoe
kan je dan toch iets vertellen?. Dit wil zeggen dat je zonder
tekst en geluid toneel speelt.
1.3 Uitproberen van een handeling (mime uittesten)
De leerkracht beeldt een handeling uit.
Lk.: Van zodra je weet wat ik uitbeeld, mag je meedoen.
Opgelet, je mag je stem niet gebruiken!
De krant lezen, bellen blazen, een ei bakken, voetballen, een
boterham smeren,
Lk.: Wat heb je herkend? Waaraan kon je het herkennen?
Lk.: Wie heeft zelf nog een idee?

LEERACTIVITEITEN
(INTERNE EN EXTERNE LEERACTIVITEITEN)
Er staat een cadeautje vooraan in de klas.
Leerlingen verwoorden ervaring.
Lln.: Op een verjaardag, met Kerstmis, met nieuwjaar,

De leerlingen vertellen eigen ervaringen.

Ll.: Door dingen uit te beelden.

De lln. beelden mee uit van zodra ze herkennen wat uitgebeeld


wordt.

ll.: Je was de krant aan het lezen. Ik zag het aan het omslaan van
de bladzijden.

Na een tijdje kan de leerling de leidende rol overnemen.


Lk.: Welke dingen deden we allemaal? Wat was moeilijk te
herkennen?

25 min.

Lln. geven zelf suggesties van mogelijke handelingen.

FASE 2: Allemaal cadeautjes.


2.1. Cadeautje doorgeven.
De leerlingen staan in een kringopstelling.

De leerkracht geeft het cadeautje door.


Lk.: We geven het pakje de hele kring rond. (eerst zo snel
mogelijk, dan zo traag mogelijk) Hierbij mag weer niet
gepraat worden.
2.2. Cadeautjes in alle maten.
Lk.: Geef het cadeau door op een bepaalde manier. Ik wil
aan je houding en je gezicht kunnen zien hoe het pakje juist
is. Probeer dit duidelijk te maken.
- Heel zwaar
- Heel licht
- Stink heel erg
- Ruikt heerlijk
Lk.: (na elke opdracht) Wat zou er kunnen inzitten?
Lk.: Ken je nog manieren om de doos door te geven? We
proberen dit samen!
2.3. Wat zit er in de doos?
Lk.: Geef het pakje door. Als we stop zeggen mag de leerling
het pakje opendoen. We spreken eerst af wat er inzit. Doe
alsof je het pakje eruit haalt. Je laat pas merken of je het
leuk vond als je het opendoet (zonder praten).
Een taart, een poesje, een blokje stinkkaas, een lelijk
schilderij, een spin,
Lk.: Nu gaan we niet meer verklappen wat er in het pakje
zit. Je mag zelf iets bedenken. Probeer met je lichaam te
laten merken wat het is en of je het een leuk cadeau vindt.

Lln. geven het cadeau rond.

Lln. geven het cadeau rond en beelden eigenschap van het cadeau
uit..

Ll.: Een steen


Ll.: Een veertje
Ll.: Je kan de door heel bewegend doorgeven.

Lln. geven de doos door.


De lln waarbij stop wordt gezegd, opent de doos een reageert in
mime op de (zogezegde) inhoud ervan.

LL. die een idee hebben over de inhoud, mogen dit spelen.

De doos wordt doorgegeven.


Wat zou er in de doos zitten? Hoe kon je dat zien?
2.4. Een cadeautje voor jou!
De Lk. maakt groepjes van 4.
Lk.: Je geeft per twee een onzichtbaar cadeau aan de andere
twee. Dit doe je op de manier die ik zeg. Ook nu mag je
weer niet spreken.
Zwaar, warm, voorzichtig, bang, plakkerig, het kietelt,
Lk.: De twee anderen ontvangen het cadeau en doen het

Ll: Een taart, want hij at er een stukje van op.

Lln. geven een cadeau aan de anderen.

open. Denk daarbij aan de manier waarop het doorgegeven


is.
2.5. Net voor het inpakken.
De kinderen werken per 2.
Lk.: Probeer zonder praten uit te voeren wat ik vertel.
Probeer heet traag te spelen, zodat alle dingen die je doet
duidelijk worden. Lkrn doen voor. Bijvoorbeeld een boterham
smeren (boterham uit de zak halen, op tafel leggen, mes
nemen, choco uit de chocopot halen, opensmeren).
Lk.: Doordat je alles traag en stap voor stap uitbeeldt, wordt
het duidelijker.

Ontvangende leerlingen openen het onzichtbare cadeau en


reageren.

Lln. beelden stap voor stap uit.

Lk. geeft stap voor stap instructies:


-

20 min.

Jullie moeten een mooie grote vaas inpakken, maar


er breekt een stuk af bij het inpakken.
Jullie pakken een taart in, maar kunnen er niet vanaf
blijven. Ze ziet er zo lekker uit.
Jullie willen een duur juweel inpakken, maar vinden
het op het laatste moment niet.

FASE 3 : Een fout cadeau


3.1. Een foute situatie
Lk: Wie heeft nog een idee van wat fout kan gaan met een
cadeau?
Verzin per 4 een situatie met een begin, (het inpakken), een
verloop (wat gebeurt er met het cadeau) en de afloop . Je
gebruikt geen tekst maar beeldt alles uit. Bij n van de
momenten loopt iets mis.
Let hierop:
- Zonder spreken moet je alles duidelijk maken
- Kies een probleem.
- Als je geen idee hebt, mag je een help-kaartje
nemen.
Lk.: Je krijgt even tijd om te oefenen.
3.2. Presentatie
Lk.: Laat zien wat je bedacht hebt.

Lln.: Het komt niet bij de juiste persoon terecht, je weet niet meer
wat voor wie is, de andere vind het cadeau niet leuk,

Lln. die geen inspiratie hebben, nemen een help-kaartje.


De leerlingen spreken hun scenario af.
Scne wordt twee keer gespeeld.
De lln. spelen hun situatie.

Lk.: Wat gebeurde er? Waaraan kon je dat zien? Klopt dit
met wat je in je hoofd had?
3.3. Slot
Lk.: Welke scne vond je heel duidelijk gespeeld? Waarom?
Hoe kun je iets duidelijk spelen? Waar moet je dan op
letten? Vond je het leuk om een probleem te zoeken? Hoe
heb je dit gedaan?

Ll.: Je kon goed zien wat ze aan het doen waren,

DIDACTISCH MATERIAAL:
Leerling:
Leerkracht:
Een cadeau (een ingepakte doos waarvan je het deksel open kan doen) + steen met gezichtje op
Helpkaartjes
BRONNEN: CRUL K.(2013) , ZEPPELIN. DIDACTIEK VOOR MUZISCHE VORMING. PELCKMANS, KALMTHOUT
OVERZICHT VAN DE BIJLAGEN:
HELP-KAARTJES MET EEN ACHT SITUATIES