Вы находитесь на странице: 1из 28

,

, ,
,
.

45. (de infinitief)



: I II ().
I, ,

( ) -()n,
:
maken - ,
blijven - ,
marcheren - ,
staan - .
I ,
, .
, , ( )
.
II II
I
(hebben zijn), :
gemaakt hebben,
gebleven zijn.
II ,
, ., :
Hij moest zijn plan uitgevoerd hebben. ,
(), .
Zij zu gekomen zijn. , , .
,
: I II (),
II
I II worden,
:
gemaakt worden - ;

geschreven worden ( I);

gemaakt zijn - ;

geschreven zijn - ( II).

106

I
I, I I*.
, :
lezen -

het lezen -

zijn -

het zijn -

denken - ,

het denken -

leven -

het leven -

.. (. 15). .
I
.
te, :
Haar ogen begonnen te schitteren (J. van Velde).
.
te ,
blijven, laten, leren, helpen, gaan, komen, zien, horen .
om... te,
zonder... te, door... te, na... te . I te
,
, :
Het te lezen boek. , .
II
II, II II.

46. (het deelwoord, het participium)


: I
II.
I (onvoltooid deelwoord)
-(e)nd:
makend - ,
blijvend - ,
staand - .
II (voltooid deelwoord) -t,
-d ( ); -()n ( ) ge-:
gemaakt - ,
gestemd - ,
gebleven - .
II
( 1).

.
() . 86 (. .).

107

ge- II
, :
bewerkt - ,
vertaald - ,
voltooid -

()
, :
uitgeput - ,
doorgelezen - ,
plaatsgevonden - , .
(
) .
I
( -),
,
,
.
( ),
(
) -,
, :
de (n) schrijvende student - () ;

de (n) vallende bal - () ;

het spelende kind (: een spelend kind) - ()


.
1 I
zijn (), :
Zij is stervende. .
Het water is stijgende. .

. ( 2)
,
:
vervelend - ,

opvallend - ,

woedend -

(. Ablaut ),

. ,
(singen sang gesungen).
: ; - - .
.
1
.
2
.

108

. .
,
, :

uitgaand - ,

uitstekend - ,

veelomvattend - ,

indrukwekkend - ,
(
). 1
, :
Het dringendste verzoek - .

, :
Al zingende liepen zij langs de straat. , .
Hij sprak al lachende. , .
.
II

( -), , ,
(
).
, :
gesneden brood - ,
het opgebouwde huis - ,
een gedrukt boek - ,
verkochte waren - .
-()n
, -t, -d - (

).
,
,
, :
het geliefde kind - .
II
,
, :
de gevallen bal - ,
het ingeslapen kind - .
, ,
(, lopen, gaan, zwemmen,
1

- ,
.

109

vliegen, staan, zitten, slapen ), II


( de
geslapen man).
.
liggen (), II gelegen (,
), :
de aan de zee gelegen stad - .


( , ).
II
, :
De deur is gesloten. .
Hij is voor alles geschikt. .
, :
Naar huis teruggekeerd werd hij ziek. ,
.
II ,
,
:
beschaafd - ,
uitgelaten - ,
dronken - ,
onvermoeid - , .
, :
de begaafdste student - .
I II
, :
de belanghebbende - ,
de bekende - (-) ( de
bekenden),
de verwant ( de verwanten),
de gevangene ( de
gevangenen),
de gewonde ( de gewonden)
.

47. .

, .
1, :
1

- ,
() .
. .
, , ,

110

lezen - ,
trekken ,
binden - ,
houden -
.
,
(
,
, ).
, , :
fietsen ( fiets - ),

delen ( deel - ),

roken ( rook - ),

vissen ( vis - ),

rijpen ( rijp - ),

bleken ( bleek - )

. .
1 ,
,
leggen - ( liggen - ),
vellen - , ( vallen - )
.
2
( ,
).

48.
-r(n)
, ,
:
feliciteren - ,
proberen - ,
studeren - ,
. .
-ig(en), :
eindigen - ,
. ,
(.
. zondek). , , ,
. . ( . . ).
1
.
2
- .
: ,

111

pijnigen - ,
bevredigen -

. .
-r(r) ()
, :
fluisteren - ,
stotteren - ,
sidderen -
.
-l(n) ,
:
trommeien - ,
wankelen, waggelen - ,
schommelen -
. .

49.

.
(onscheidbare
voorvoegsels)
. : be-, er-, ge-, her-, ont-, ver-, ( r- ge ).
be- ,
,
, :
beplanten - ,
bedekken -
. .
1
( ),

, ;
bewenen - -, .: wenen - ,
belichten - , .: licht -
. .
be- -, - (.:
, ).

( ): .
- , ,
.

112

r-
, , -
, :
erkennen - ,
ervaren - ,
.
g- ,
1 (, ),
, ,
, :
gedenken - ,

gebruiken - ,

geloven -

. .
her- ,
, :
herdenken - , -,
herhalen - ,
herlezen -
. .
- (-),
- (.: , , ).
ont- , :
) -, -,
,
, :
onthoofden - ,
ontwapenen
. . ont - -, -, (. , , );
) ,
, :
ontstaan - ,
ontketenen - (),
ontwaken - ,
. .
ver- , ,
:
) , , , ,
- , :
verbranden - ,
1

- , (, , ..).

113

verbruiken - ,
verkopen -
. . ver- -, - (-)
(. , );
) ( ,
), :
verouderen - ,
verlagen - ,
veranderen -
. .;
) , ,
:
verdrijven - ,
verwijderen - ,
verlaten -
. .;
) , , :
verdelen - ,
verscheuren - ,
verstrooien -
. . ver- - (-);
) , (
), :
zich vergissen - , ,

verdwalen -

. .
veront-, :
verontwaardigen -
.

50.

() .
.

, , , (
) .
, , . :
deelnemen - ,
plaatsvinden - ,

114

houthakken - ,
beeldhouwen - ,
goedkeuren - ,
stilzetten - ,
thuiskomen - .
,
,
, :
knarsetanden - ,
klappertanden - ,
knipogen - ,
stampvoeten -
. .

:
tot stand brengen - .
()

,
( )
.
: n- ( ),
nn-, achter-, af-, bij-, binnen-, heen-, in-, ineen-, los-, mede-, (mee-), na-,
neder (neer-), omhoog-, op-, overeen-, rond-, samen-, tegen-, tegenover-, terug-,
toe-, uit-, uiteen-, voorbij-, voort-, vooruit-, weg-.
: door-, mis-, om-, onder-, over-, vol-, voor-, weder- (weer-)
, ,
. ,
, , . ,

( ) ,
, :
De zon gaat onder. . (ondergaan - ,
),
:
Hij onderging een straf. . (ondergaan
-, ).

Men heeft de kudde naar een andere plaats overgebracht.


. (overdrtjven - )

U overdrijft het gevaar.


(overdrijven - ).

115

, ,

(. 51, 56).

116

(HET BIJWOORD, HET ADVERBIUM)


,
.

, .

51.
(bijwoorden van plaats):
hier - ,
daar - ,
waar - ,
daarheen - ,
hierheen - ,
waarheen - ,
waar... vandaan - ,
beneden - ,
veraf - ,
. .

( ) ( ).

() (n, achter, af, bij, binnen, boven,
buiten, door, heen, mede, neer, om, onder, op, over, rond, toe, tegen, uit, voor,
weer, weg).
(bijwoorden van tijd):
wanneer - ,
nu, thans - ,
dan, toen - ,
altijd, steeds, immer - ,
nooit, nimmer - ,
ooit - -, -,
dikwijls, vaak - ,
zelden, schaars - ,
soms - ,
lang - ,
onlangs - ,
heden, vandaag - ,
gisteren - ,
morgen - ,
eergisteren - ,
overmorgen - ,
vanmorgen - ,
117

's avonds, in de avond - ,


s nachts, in de nacht - ,
vroeg - ,
laat - ,
dagelijks - ,
jaarlljks - ,
met elke dag - ,
.

( ). (gauw,
spoedig, vaak, schaars, vroeg, laat) (CM. 53).
(bijwoorden van oorzaak, reden, grond
en gevolg):
waarom - ,
hierom, daarom, derhalve - , ,
waardoor - , - ,
hierdoor, daardoor - (), - (),
,
dientengevolge - ,
dus - ,
.

.
(daarom, derhalve, daardoor, waardoor,
hierdoor, dientengevolge, dus).
(bijwoorden van doel):
waartoe - ,
daartoe, hiertoe - ().

(waartoe).

52. ,

, ,
.
(bijwoorden van hoedanigheid)
, , :
hoe - ,
zo - ,
evenzo - , ,
evenzeer - , ,
samen - , ,
paarsgewijs - ,
118

ten dele, deels, voor een deel - , ,


beurtelings - , ,
lachenderwijs -
.
, :
goed - ,
slecht - ,
mooi - ,
snel - ,
langzaam -
.

.

, :
hoeveel - ,
heel, zeer - , ,
gans - , ,
te - ,
zo - ,
uiterst - , , ,
buitengewoon - , ,
nauwelijks - , ,
genoeg - , ,
tamelijk -
.
(bijwoorden van modaliteit)
,
, :
wel - ,
werkelijk - ,
inderdaad - ,
stellig - , ,
zeker - , ,
misschien, wellicht - ,
schijnbaar - , -
.
:
ja - ,
jawel1 - a,
1

jawel :

Heb je het niet gedaan?- Jawel! ?- , !

Hebben wij geen wijn meer?- Jawel! ? , !

119

:
nn - ,
geenszins - , .

53.
,
, , :
hoog () -hoger - (het) hoogst;
luid () - luider - (het) luidst;
laat () - later - (het) laatst;
vaak () - vaker - (het) vaakst
. .
1 (
):
veel () meer () - (het) meest ( );
weinig () minder () - (het) minst ( );
gaarne, graag () - liever () - (het) liefst.

hoogst, uiterst - , .

ten spoedigste - ,
.
aller,
:
allereerst - .

54.
(),
.
()
,
, : daar, hier, hoe, waar, boven, af, aan,
op, voor, nu, toen, morgen, vaak, zelden, te, zeer . .
:
-s:
's middags - ,
's nachts - ,
1

- , .
(., "" - "" - ). -
.

120

blootsvoets - ;
-lijk(s):
gewoonlijk - , ,
dagelijks - ;
-ling(s):
mondeling - ,
plotseling - ,
ruggelings - ;
-waarts:
voorwaarts - ,
rugwaarts - ,
noordwaarts - ;
-wijs, -gewijs (-wijze, -gewijze):
paarsgewijs - ,
groepsgewijze - , ;
-tjes:
zachtjes - , , ,
warmpjes - ,
stilletjes - , ;
-ens:
overigens - ,
hoogstens - no ;
-halve:
derhalve - ,
kortheidshalve - ,
zekerheidshalve - mu;
-wege:
mijnentwege - -, ,
uwentwege - -, ;
-wil(le):
om uwentwil(le) - (, -) ;
-mate:
dermate - , , ,
enigermate - ;
-zijds:
uwerzijds - ,
mijnerzijds - ;
-weg:
kortweg - , .
121


al, :
alhier - ,
aldaar - ,
aldra - , .
(mooi, dapper, hoog, nauw . .)
.
,
:
daarheen - ,
waarheen - ,
( ,
), :
vanavond - ,
dientengevolge - ,
buitengewoon - ,
binnenkort - .

:
jaar in jaar uit - ,
met elke dag - ,
n huis - .

55.

,
(
). .
waar ()
, ,
:
waarbij - , ,
waaruit - , ,
waarvoor - , ,
waarmee - ,
.
(. 74).
daar ()
, :
daarbij - (), ,
daaruit - (), ,
daarvoor - (), (),
daarmee - , , ,
122

.
:
Waarvoor dient dat? ()?
Hij was daarbij. .
Waaraan denkt u? ?
Daarin ligt het boek. (, ).

hier (hierbij, hieruit, hiervoor . .).
daar -er,
, ,
:
Hij is er l. , .
:
rin - (), (, ),
eronder - (), (, )
. :
Ik heb ervan niets gehoord, ,
Ik neb er niets van gehoord. .
r
:
er is - , ,
er zijn - , ,
r was eens... - -...,
er wordt gebeld -
. .
Er 3 (), :
Ik heb er al genoeg.
. .

, :
waarbij - ,
waardoor - ,
daardoor - , (),
daarna - , ,
daartoe -
. .

123


56. (net voorzetsel, de prepositie)

.
, , .
:
n

, , , , , , o;

aangaande

, , ;

achter

, , ;

behalve

, , ;

behoudens

, , ;

beneden

, ;

benevens

, ;

betreffende

, , , ;

bezijden

, ;

bij

, , , , , , ;

binnen

, (), ;

blijkens

, ();

boven

, , ;

buiten

, , , , , ;

door

, , , -;

gedurende

, , ;

hangende

, ;

in

ingevolge

-, , ();

jegens

, ;

krachtens

, ;

langs

, , ;

met

, -;

, , ;

, , , ;

naast

, , , ;

nabij

, ;
124

nevens

, ;

nopens

, , , , -, , ;

omstreeks

, , , ;

omtrent

, , , , ;

ondanks, ongeacht

, ;

onder

, , , ;

, , ;

over

, , , , ;

per

, , , ;

rond, rondom

sedert, sinds

( );

staande

, , ;

tegen

, , , , , ;

tegenover

() , , ;

te

, , , ;

tot

, ;

tijdens

, ;

trots

, ;

tussen

uit

, ;

uitgezonderd

, ;

van

, , ;

volgens

no, , ;

voor

, , ;

wegens

, -, ;

zonder

125

) : n1, achter, beneden,


bezijden, bij, binnen, boven, buiten, door 2, in, langs, naar, nabij, om, op, over,
rond(om), tegen, tegenover, te, tot, tussen, uit, van 3, voor;
) : gedurende, hangende, na,
sedert, sinds, staande, tijdens,
: aan, achter, bij, binnen, door, in, ,
omstreeks, onder, op, over, tegen, te, tot, tussen, van, voor;
) ,
(, , , ,
, , . .): aangaande, behalve, behoudens, benevens,
betreffende, blijkens, ingevolge, jegens, krachtens, met 4, nopens, omtrent,
ondanks, ongeacht, per, trots, volgens, wegens, zonder.
,
: aan, beneden, bij, boven, buiten, door, in, naar, om,
onder, op, tegen, te, tot, uit, van, voor.
() ,
:
Hij blijft bij mij tot aan de vakantie.
.
Zij kwamen van uit het bos. .
.

, : aan, achter, binnen, boven,
buiten, onder, over . .
,
,
, .
. :
dank zij - ,
door middel van - , ,
in plaats van - ,
in weerwil van - , ,
niet ver van - ,
. .

57. (het voegwoord, de conjunctie)

n
, . 10, 67.
2
door , .
10
3
van ,
, . 10
4
met .

126


, .
.
(nevenschikkende voegwoorden):
doch - , ;
en - , a;
hetzij... hetzij (of) - mo... , ... ; ... , ;
maar - , a;
niet alleen... maar (ook) - ... u;
noch... noch - ... ;
of - ;
of... of - ... , ... ;
ook - , ;
want - , ;
zowel... als - ... .
:
althans - , ;
bijgevolg - , , ;
bovendien, buitendien - , , ,
, ;
daarbij - , ;
daardoor (hierdoor) - (), - ,
;
daarenboven - , , , ;
daarentegen - , , ;
daarom (hierom) - , ;
dan - , , , ;
deels... deels - ... , ... ;
derhalve - , , ;
desniettemin, desniettegenstaande, desondanks -
, , ;
dientengevolge - , ;
dus - , ;
echter - , , -;
eensdeels... anderdeels (aan de ene kant... aan de andere kant) , ;
eerst... (dan) - , ... (, );
eveneens - () , , ;
evenwel - , -, , ;
immers - , , , ;
integendeel - ;
namelijk - , , , ;
127

nochtans - -, , , ;
nu eens... dan weer - ... ;
ten eerste - -, ;
tenminste - , ;
ten slotte - , ;
toch - , -, , , ;
trouwens - , ;
vandaar, vanhier - , , , ;
vervolgens - , , ;
vooreerst - , ;
voorts - , ;
zelfs - .
(onderschikkende voegwoorden):
aangezien - , , , ;
l - ;
als - , , , ;
alsof - (), ;
daar - ;
dan - , ;
dat - , ;
doordat - , , ;
eer, aleer - ;
gelijk - ;
hoe... hoe (hoe... des te) - ... ;
hoewel, hoezeer - ;
indien - ;
ingeval - ();
mits - , , ;
nadat - ;
niettegenstaande (dat) - , ;
nu - , ;
of - ;
ofschoon - ;
omdat - ;
opdat - , , ;
sedert - , ;
tenzij - () ;
terwijl - ;
toen 1;
tot (dat) - ( ) ();
1

:
Toen ik een kind was, leerde ik lezen. - , .

128

voor (dat), alvorens - ;


wanneer - , ;
zoals - ;
zodat - ;
zodra - , ;
zolang - .
, ,
(hoe, waar, waarheen, waarom),
(die, dat, welke, (het) welk, wie, wat)
(waaraan, waarin, waarop, waaronder, waarover . .).
(),
, .

(en, maar, doch, want, of, ook, noch, toch, dus, voor,
eer, als, daar, dan, dat, nu, toen ).

(hetzij, althans, daarbij, bovendien, daarentegen, desniettegenstaande, evenwel,
nochtans, vervolgens, nadat, voordat, opdat, omdat, zodat, doordat, hoewel,
ofschoon, indien. tenzij, zoals, zodra, zolang . .).
: ten einde, zonder dat, in plaats dat,
behalve dat .
, (zowel... als, hoe... des te, niet
alleen... maar ook, nu eens... dan weer, eensdeels... anderdeels)
(of... of, noch... noch, deels... deels).

58. (het tussenwerpsel, de interjectie)



: -.
(, , ,
. .), - (,
, , , . .).
:
ach! - ! ! ;
aha! - !;
ai! - a! !;
au! - o!, !;
ba(h)! - !
. .
- (
):
oi! - !;
he! - , !;
hallo! - !;
hei! - !, !;
129

ho! oho! - !, !;
help! - !;
hela! - !, !;
poes-poes-poes! - -!,
kip-kip! - -!
. .

:
kukeleku! - !;
miauw! - !;
pats! - ! !;
bons! - !;
klets! - !
.
, j, nee, nou,
zo, wel .



59. , ,
.

(mdedelende zinnen), (vragende zinnen),
(gebiedende zinnen, imperatieve zinnen)
(uitroepingszinnen).

(tweeledige zinnen),
(eenledige zinnen).
, ,

, .
:
Hij werkt thuis

Ik ben van iets wakker


geworden.

- .

Wat was er gebeurd?

Is het een groot huis?

.
130

Wacht eens!

-!

Laat los!

Wat een heerlijk plekje!

Het was verschrikkelijk

60.
(bevestigende
zinnen) (ontkennende zinnen), :
Ik ken deze man. .
Ik ken deze man niet. .
niet.
niet
, ,
:
Ik weet het niet.

Daar zit niet meneer P., maar meneer


X.

.,
.

Hij is nog niet oud.

Niet ik, maar u hebt het gedaan.

, .

De krant ligt niet op de tafel, maar in


de kast.

,
.

niet , , ,
,

, :
Hij rookt niet. .
niet
, :
Ik las dit boek niet. .
niet , :
Ik weet dat u niet rookt. , .

, niet
, :
Hij heeft dit boek nog niet gelezen.
.

, , :
131

Wij kunnen niet deze voorlezing bijwonen.

Wij kunnen deze voorlezing niet bijwonen.


.
,
, niet ,
:
Hij gaat niet naar deze winkel. .
geen
, geen
.
geen
, :
Hij heeft geen geld. .

Maak je daar geen zorgen over, Nico (Lampo). He


, .
geen (
), :
Hij heeft geen tijd. .

niemand, niets, nooit .
,
. ., :
Ik neb hem nooit gesproken. .

61. .

.
. :
.
:
Wij lezen. .

Zij zijn studenten. .

Wij lezen n interessant boek. .

Zij zijn goede studenten. .



, :
Zon, schaduw, schrille wind (Th. de Vries). , ,
.
Vuur! - !
(ellipiische
zinnen),
, :
132

Uit het hoofd, uit het hart. - .



, :
Wij studeren Nederlands, Engels en Duits.
, .
Wij schrijven, lezen en vertalen. , .
:
(rsoonlijke zinnen, volkomen zinnen, volzinnen),
,
, ;
- (onbepaalde persoonlijke zinnen),
het (.
28), (onpersoonlijke zinnen)
, het (. 29).
:
Hij werd in Moskou geboren. .
Men rookt hier niet. .
Het sneeuwt. .
er is (, ), er zijn
(, ), ,
, r,
zijn, :
is een tafel in de kamer. .

Er zijn vele mooie straten in Moskou.


.
(samengestelde zinnen)
(nevengeschikte zinnen)
(ondergeschikte zinnen) (. 71,72).

133

Оценить