Вы находитесь на странице: 1из 4

Niet gewerkt, maar toch een pensioen

Netto (De Tijd) 11 september 2017

Petra De Rouck

Photo News

Moeten 50-plussers die worden ontslagen het stellen met een lager pensioen, of toch niet? Die vraag
was deze week voer voor stevig politiek gehakketak. Maar werkloosheid is niet de enige periode van
inactiviteit waarin u toch pensioenrechten opbouwt.

Elk jaar dat u werkt, bouwt u een stukje van uw latere pensioen op. Alle stukjes per loopbaanjaar
worden bij elkaar opgeteld en resulteren in uw uiteindelijke pensioen. Maar ook periodes waarin u
niet heeft gewerkt, kunnen meetellen voor uw pensioenberekening. Wie te kampen kreeg met een
ernstige ziekte tijdens zijn loopbaan, wordt niet nog eens gestraft als hij met pensioen gaat.

Maar over de gelijkschakeling van periodes van werkloosheid is veel minder eensgezindheid. Dat
iemand na jaren van werkloosheid toch meer pensioen kan krijgen dan iemand die zijn leven lang
gewerkt heeft, veroorzaakte in april nog grote politieke deining.

De federale regering heeft als doelstelling dat werken meer beloond moet worden in de
pensioenopbouw dan niet werken. Een lager pensioen voor wie werkloos was, zie je nochtans maar
in erg weinig landen. De meeste landen zijn heel terughoudend om een repressief element in de
pensioenberekening op te nemen, zegt Yves Stevens, professor pensioenrecht aan de KU Leuven.

Alleen voor de gelijkstelling van werkloosheid in de pensioenberekening staan voorlopig


veranderingen op stapel. In het regeerakkoord is voorzien dat niet wordt geraakt aan de
pensioenrechten die slaan op periodes van ziekte, invaliditeit, gemotiveerd tijdskrediet en
thematische verloven. Een overzicht van de belangrijkste gelijkgestelde periodes voor werknemers.
Werkloosheid

Wie door zijn werkgever ontslagen wordt en vervolgens een werkloosheidsuitkering ontvangt, bouwt
nog altijd pensioenrechten op. Vandaag is in de eerste jaren van werkloosheid de pensioenopbouw
dezelfde als voor wie werkt: de pensioenrechten worden berekend op basis van het laatste loon voor
iemand werkloos werd.

23.841 euroVoor wie langdurig werkloos is wordt het pensioen niet berekend op het laatste loon,
maar een minimumrecht van 23.841 euro.

Maar voor wie langdurig werkloos is, kan de pensioenberekening veel minder gunstig zijn. In de
zogenaamde derde periode van werkloosheid (na maximaal 48 maanden) wordt niet langer gerekend
met het laatste loon, maar met een minimumrecht. Dat is 23.841,73 euro bruto per jaar of 1.987
euro per maand. Al wie een hoger maandloon had, gaat er in die regeling op achteruit.

De maatregel werd door de regering-Di Rupo uitgewerkt, zegt Stevens. Maar in de praktijk zijn er
tal van uitzonderingen, waardoor veel gepensioneerden ontsnappen aan de strengere regels. Zo
komen heel wat werklozen nooit in die derde periode terecht, onder wie werklozen met kinderen.

De discussie van deze week ging over maatregelen die de regering-Michel in juli goedkeurde om
werken lonender te maken voor de pensioenopbouw dan niet werken.

Al na n jaar werkloosheid - de tweede periode van werkloosheid - zou de pensioenberekening


gebeuren op basis van het minimumrecht en niet meer volgens het laatste loon. De minder gunstige
berekening zou ten vroegste op 1 januari 2019 ingaan en alleen gelden voor wie na 1 januari 2017
werkloos werd.

De oppositie hekelde dat de regel ook zou gelden voor 50-plussers. Maandag meldde minister van
Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) dat de huidige ontwerpteksten geen uitzondering maken voor
werklozen ouder dan 50 jaar. Maar de modaliteiten van de regeling - en dus mogelijke
uitzonderingen - zouden nog worden uitgewerkt.

In de teksten die nu op tafel liggen, is al in tal van andere uitzonderingen voorzien. Zo zouden
tijdelijke werklozen (door economische en technische werkloosheid, werkloosheid wegens
weerverlet of overmacht), deeltijdse werknemers, rechthebbenden op inschakelingsuitkeringen,
geactiveerde werklozen (pwa), havenarbeiders en artiesten gevrijwaard worden.

Met zijn plannen trekt Bacquelaine de bestaande regels voor brugpensioen door naar alle 50-
plussers, zegt Stevens. Brugpensioen - officieel werkloosheid met bedrijfstoeslag of SWT - is geen
periode van pensioen, maar wel van werkloosheid. Boven op de werkloosheidsuitkering komt een
aanvullende vergoeding van de werkgever of een fonds.

Vandaag is er voor brugpensioenen een gelijkstelling op basis van het werkelijke loon vanaf de 59ste
verjaardag. De periode ervoor wordt gelijkgesteld op basis van het minimumrecht per loopbaanjaar.
In de toekomst zou brugpensioen altijd volgens het minimumrecht gelijkgesteld worden.

Maar op de algemene regel zijn een hele resem uitzonderingen, waaronder voor werknemers van
een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering. Het zijn echter net die bedrijven die
gebruikmaken van brugpensioen, waardoor er in de praktijk relatief weinig bruggepensioneerden zijn
die hun pensioen berekend zien op het minimumrecht, zegt Stevens.
Hoeveel pensioen dreigt een werkloze te verliezen?

Hoeveel pensioen verliest iemand als hij al na n jaar werkloosheid in plaats van na vier jaar
terugvalt op het minimumrecht voor de pensioenberekening? De onafhankelijke financile planner
Stremersch, Van Broekhoven en Partners maakte de berekening voor drie inkomensniveaus. Het loon
is immers een bepalende component in de pensioenberekening.

Brutojaarloon van 40.000 euro Pensioenverlies van 646 euro per jaar of 53 euro per maand

Brutojaarloon van 50.000 euro Pensioenverlies van 1.047 euro per jaar of 87 euro per maand

Brutojaarloon van 60.000 euro Pensioenverlies van 1.232 euro per jaar of 103 euro per maand

Ziekte

Buiten strijd door een ziekte of een ongeval? De ziekteperiodes worden bij de pensioenberekening
gelijkgesteld met gewerkte periodes, zodat er geen gevolgen zijn voor het latere pensioen. Dat geldt
ook voor periodes van invaliditeit, zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Toch zijn er twee belangrijke voorwaarden: u moest tijdens die ziekteperiodes een vergoeding van
het ziekenfonds krijgen en uw ziekte moest volgen op een periode van tewerkstelling als werknemer
(of ermee gelijkgesteld).

Thematisch verlof

Ouderschapsverlof is veruit het populairste thematisch verlof, voor als u een tijdje minder of niet
gaat werken. Maar ook palliatief verlof of verlof voor medische bijstand behoren tot de
mogelijkheden. Die beslissing blijft zonder gevolgen voor uw latere pensioen, op voorwaarde dat u
een onderbrekingsvergoeding van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) ontvangt.

De enige uitzondering op die regel is de vierde maand ouderschapsverlof. Alleen voor ouders van
kinderen geboren sinds 8 maart 2012 wordt die vierde maand vergoed. Maar voor alle ouders - ook
zij die geen uitkering van de RVA krijgen - is er een gelijkstelling voor de pensioenberekening.

Tijdskrediet

Werknemers in de privsector kunnen ook een tijdje minder of helemaal niet gaan werken met
tijdskrediet. Wie aan de voorwaarden voldoet, krijgt een uitkering van de RVA. In dat geval zal een
periode van tijdskrediet geen gevolgen hebben voor het latere pensioen.

Het is best mogelijk dat wie in het verleden in een of ander regime stapte nog altijd recht heeft op
tijdskrediet, maar geen gelijkschakeling meer heeft voor het pensioen.

Door de jaren sleutelde de regering wel meermaals aan de mogelijkheden voor tijdskrediet. In de
nieuwe systemen zal altijd rekening gehouden worden met tijdskrediet dat onder vroegere regimes
werd opgenomen. Het is best mogelijk dat wie in het verleden al in een of ander systeem stapte, nog
altijd recht heeft op tijdskrediet maar geen gelijkschakeling meer heeft voor het pensioen. De
pensioenopbouw spiegelt niet noodzakelijk de sociale rechten, merkt Stevens op.

Wat zijn de algemene regels voor een gelijkstelling in de pensioenberekening? Bij tijdskrediet dat is
ingegaan vr januari 2012 zijn de eerste twaalf maanden gelijkgesteld voor wie tijdelijk halftijds
ging werken of even helemaal stopte. Die periode kan tot 36 maanden verlengd zijn in een
collectieve arbeidsovereenkomst. Voor wie een vijfde minder ging werken, worden tot 60 maanden
gelijkgesteld.
Hoe zag uw loopbaan eruit?

Op de website mycareer.be krijgt u een overzicht van uw loopbaan. U kan er onder andere zien
hoeveel dagen u gewerkt heeft, hoeveel u verdiende en wanneer u tijdskrediet of
loopbaanonderbreking opnam.

Sinds 2012 wordt een onderscheid gemaakt tussen tijdskrediet zonder en met motief. Het
tijdskrediet zonder motief werd in eerste instantie gelijkgesteld tot een maximum van twaalf
maanden (voltijds equivalent). Maar voor aanvragen vanaf 2015 betaalt de RVA geen
onderbrekingsvergoeding meer. Die periodes worden ook niet meer gelijkgesteld voor uw
pensioenberekening. Sinds 1 april is het overigens niet meer mogelijk niet-gemotiveerd tijdskrediet
aan te vragen.

Gemotiveerd tijdskrediet kan voor de zorg voor een kind jonger dan acht jaar, medische bijstand aan
een zwaar ziek gezins- of familielid, de zorg voor een gehandicapt kind jonger dan 21 jaar, de zorg
voor een zwaar ziek, minderjarig kind en het volgen van een opleiding. In de loop der jaren werd
gesleuteld aan de maximumperiode. Die ligt intussen op 51 maanden, met uitzondering voor het
volgen van een opleiding (36 maanden). Die periodes zijn absoluut en gelden zowel voor wie voltijds,
halftijds of een vijfde minder gaat werken.

Landingsbaan

Een landingsbaan - officieel het eindeloopbaantijdskrediet - is een specifieke formule van tijdskrediet
voor werknemers in de privsector die aan het einde van hun carrire halftijds of een vijfde minder
willen werken. Net zoals in de klassieke formule is er een gelijkstelling voor het pensioen, op
voorwaarde dat de RVA een uitkering betaalt.

Maar ook hier zijn de spelregels de voorbije jaren veranderd. Vandaag kan een landingsbaan vanaf 55
jaar, maar de RVA betaalt alleen nog een onderbrekingsuitkering aan wie minstens 60 jaar is op het
ogenblik van de aanvraag n aan wie een beroepsloopbaan van 25 jaar heeft. Alleen de periodes
waarvoor de RVA een onderbrekingsuitkering betaalt, worden voor de pensioenberekening
gelijkgesteld.

Legerdienst

Een vervulde leger- of burgerdienst telt mee voor de pensioenberekening. De voorwaarde is in


principe dat u na uw legerdienst eerst als werknemer aan de slag ging.