Вы находитесь на странице: 1из 8

Samenvatting van de samenvatting klas 3+ internationale ontwikkeling

Basisbehoefte=iets way je nodig hebt om in leven te blijven


Zoals eten, drinken, dak boven je hoofd.
Kan verschillen per land. Bv kleding in Nederland
Kleding in midden Afrika

=primaire behoefte

Overige behoefte=secundaire behoefte. Leuk maar hoeft niet per se nodig


Schaarste =als er weinig van iets is.
De prijs van zo’n product zal hoog zijn.
De vraag is (veel) hoger dan het aanbod!!!

Prioriteiten (stellen)= kiezen wat voor wat voor jou op dat moment
Het belangrijkste is.
Tijd, geld en belangrijkheid spelen een rol

Loon in natura= alle beloningen die géén geld is.


Verschillende soorten beloning= -loon in natura
-geld
-tijdvergoeding (extra vrije dag)
-reizen
-aandelen/opties

Collectieve voorziening= vaak door de overheid aangelegd,


Waarin iedereen gebruik van kan/kon maken.
Winst maken is niet noodzakelijk.

Overheid= -gemeente (+deel gemeente) - burgemeester


-provincie - commissaris v.d. koning
-het rijk - minister president
Waterschappen - dijkgraaf

Vergrijzing= in een land komen steeds meer ouderen


(bejaarden) ten opzichte van jongeren.
gevolgen veel mensen die pensioen gaan krijgen

premies omhoog (pensioen premies)


langer doorwerken (67 in plaats 65)
ziektekosten gaan omhoog
premies gaan omhoog (ziekte kosten premies)
tekorten op de arbeidsmarkt. (veel mensen
met pensioen weinig nieuwe inkomers)
minder werkloosheid
lonen gaan omhoog
meer keuze voor werknemers
belasting zullen stijgen

veel reclames zijn gericht op jongeren. Waarom?


-het is je (grote) doelgroep
-jongeren hebben véél invloed op de aankopen thuis
-jongeren hebben bij elkaar veel geld te besteden
-jongeren zijn flexibel + makkelijk te beïnvloeden
Marketing mix= de 4 p’s (6p’s)
-prijs
-product deze middelen zet he in om goed te
-plaats concurreren (beter willen verkopen
-promotie dan de gene die hetzelfde
-personeel (handel) verkoopt)
-presentatie (handel)

Consumentenorganisaties= helpen (consumenten) bij:


1 ruzies met producenten (geschillencommissie)
2 het maken van goede keuzes (vergelijkend
Waren onderzoek)
3 budgetteren (inkomsten uitgaven op
Op elkaar afstemmen
Voorbeeld consumentenbond
Nibud
Radar/kassa

Colportage (wet)= verkoop aan de deur


Consumenten worden beschermt hiertegen
-consumenten kunnen zonder opgaan van
Redenen binnen 8 dagen van de verkoop af
Als het bedrag hoger is dan ±€34,-
Algemene voorwaarden= hierin staan de rechten én plichten van
Zowel de koper als verkoper
Betalen binnen de termijn
Binnen het termijn het product leveren
Kan het product geruild worden?
Wie betaalt vervoerskosten?

Keurmerken – geeft aan of een product milieuvriendelijk, zonder


Kinderarbeid, tegen een goed betaling is gemaakt
Voorbeeld : milieuvriendelijk – FC-hout
Zonder kinderarbeid – Rugmark
Tegen goede betaling – Max Havelaar

Sociale voorzieningen= je krijgt iets (geld van de staat) als je dat


Nodig hebt
-uitkering (WW)
-kinderbijslag
-bijstand( als je onder bestaansminimum zit)
-huursubsidie

3 functies van geld:


-spaarmiddel (nu opzij later gebruiken)
-rekenmiddel (hoe duur is iets in vergelijking tot…..)
-ruilmiddel (geld ruilen tegen goederen of diensten)

Chartaal geld= munten + bankbiljetten


Giraal geld= alle geld dat je op de bank hebt staan

De E.U:
-zie de E.U als een land, waarbij de landen een soort provincies zijn.
-de grenzen binnen de E.U zijn open! D.W.Z vrijhandel
Vrij verkeer van:
*goederen zonder gecontroleerd te worden kun je met je
*diensten je spullen vrij over de grens over, of zelfs gaan werken
*kapitaal in een andere land.
*personen (geld)
Voordelen van een open grenzen (met de zelfde munteenheid)
-geen omwisselen van geld meer (scheelt transactiekosten + tijd)
-geen files meer bij de grens
-je hoeft niet, meer te rekenen of iets duur is.
-het veel gemakkelijk is om te handelen, dus meer export, import en
Dus werkgelegenheid.

De E.U:
De controles zijn (dus) aan de buitengrenzen en bij de havens en vliegvelden
-europa wil graag zijn eigen markt (+ werkgelegenheid) beschermen, dit
Kan door protectiemaatregelen dit zijn:
Invoerrechten (aan de buitengrens moet betaalt worden om goederen
In te voeren (= soort belasting)
Contingentering hoeveelheid op in te voeren producten
Algeheel invoerverbod
Subside geld geven aan Europese bedrijven, zodat zij goedkoper
Kunnen verkopen en dus beter kunnen concurreren.

Sparen of lenen
-het verstandigst is om te sparen want….
Je hebt géén rentekosten
Waarom toch soms lenen?
-als je iets dringend snel nodig hebt
-voor een groot bedrag (b.v voor een huis)
-als je weet dat een product in de toekomst duurder wordt
Of er niet meer zal zijn en je wil het graag hebben

Aandelen= een aandeel is een papier waarop staat dat jij voor een
Deel eigenaar bent van een bedrijf. Maakt het bedrijf
Winst krijg je *dividend. De koers van een aandeel kan
Stijgen of dalen
(sparen is veiliger) *winst uitkering
Obligatie= lening van de staat tegen een vaste (hoge) rente

Pacht= huur van een stuk grond

Bestaansminimum= de hoeveel geld die je volgens de staat minimaal


Nodig hebt om te kunnen leven
Zit je onder het bestaansminimum heb je
Recht op bijstand
Overdrachtsinkomen= geld waar je recht op kan hebben zonder er echt
Iets voor te doen. Huursubsidie, bijstand, kinderbijslag

Alimentatie= een bijdrage van de rijkste partner aan de armste


Partner als ze zijn gescheiden óf
Een bijdrage aan de ouder met de kinderen

4 soorten uitgaven
-huishoudelijke uitgaven (boodschappen b.v.)
-Persoonlijke uitgaven (ipod voor je zelf)
-vaste lasten (huur, wegenbelasting)
-incidente uitgaven (als iets stuk gaat éénmaal grote uitgaven)
Als je inkomsten vergelijkt met je uitgaven en je komt blijvend
Tekort kun je 2 dingen doen
1 bezuinigen
2 zorgen voor meer inkomen (inkomsten)
Budgetteren= je zorgt dat de inkomsten minstens net zo groot
Zijn als de uitgaven. Voor elk van de 4 soorten
Uitgaven maak je een plan

!
Welvaart= hoe goed je in je behoeften kunt voorzien
!! vaak wordt alleen gedacht aan geld, maar
Er is (veel) meer wat je welvaart bepaalt.
b.v. vrijheid, medische voorzieningen, keuzemoge-
-lijkheden, klimaat, vrije tijd.

Sociale premies= werkgevers + werknemers betalen elk maand een


Klein bedrag aan de overheid. De overheid geeft dit
Geld weer aan mensen die werkloos of arbeidonges-
Chikt zijn geworden.

Reserveren= geld opzij leggen om later iets te kunnen kopen


Reservering=vervangswaarde-restwaarde
Levensduur

Voorbeeldsom: ik koop nu een auto voor 5000,00 over 4 jaar wil ik


Een auto kopen voor 6000,00. De auto van 5000,00
Zal over 4 jaar nog 1200,00 waard zijn.
Hoeveel moet ik nu per maand reserveren?

Oplossing: vervangingswaarde= 6000,00


Restwaarde =1200,00
Levensduur =48 maanden
6000,00-1200,00÷48= 100,00
Verzekeren= *je kunt je alleen verzekeren tegen een onzekervervoorval.
(je weet dus niet van te voren dat iets gebeurd).
*met veel mensen betaal je een klein bedrag zodat die
Paar mensen die pech hebben, hun (grote) schade
Vergoed krijgen.
*bij een verzekering betaal je premie, poliskosten en
Assurantie belasting
Je kunt je juist verzekeren. Ik betaal premie voor
100000,00 als mijn huis 100000,- waard is
Bij schade wordt alles vergoed. Ik betaal premie voor
120 000,00 en mijn huis is maar 100000,00 waard
Bij schade krijg je maar de waarde van de schade
Vergoed ( Maximaal 100000,00)80
Je kunt je onderverzekering, ik betaal premie voor 80000,00 en
Mijn huis is 100000,00 waard

Nu komt de begrip dekkingsgraad om de hoe kijken.


Dekkingsgraad= verzekeringsbedrag
X 100
Werkelijke waarde
= 80 000 X 100 = 80%
100000
Bij onderverzekering krijg je slechts de dekkingsgraad vergoed!!!
Bij schade van 50 000,00 krijg ik dus 80%
=80% van 50 000,00
=80% X 50 000,00= 40 000,00
100

Belangrijke verzekeringen
-opstal verzekering (de gebouwen)
-inboedelverzekering ( de spullen in je huis)
-autoverzekering wa (aleen schade bij de andere word vergoed)
Wa+ mini casco (schade bij de andere+ deel eigenschade)
Allrisk ( alle schade wordt vergoed)

Koop breekt geen huur!


= als jij een huis huurt, en de verhuurder verkoopt het huis, mag je
Gewoon zitten
Alleen als je vervangende woonruimte vind voor de verhuurder krijg
je hem eruit!!
Huurder betaalt klein onderhoud (binnen)
Verhuurder betaalt groot onderhoud (het huis zelf)
!! als huurder moet je het in oorspronkelijke staat achterlaten

Bedrijfskolom
-koffiebonenteler in Brazilië
-koffiebranderij
-importeur/exporteur
-groothandel
-winkel
!! let op: de klant (consument) hoort niet bij de bedrijfskolom
minimumloon= loon waar je je minimum recht op hebt
(je mag wel meer krijgen, maar nooit minder krijgen)

C.A.O = collectieve arbeid overeenkomst


= geld voor iedereen in een bepaalde sector (b.v. onderwijs)
De werkgever mag hiervoor afwijken, maar allen ten
Gunste van de werknemer

Arbeidsvoorwaarden= de rechten + plichten van werkgever en werknemer

Aantal % = onderwerp v.d vraag


(oude) totaal X 100

Ruilvoet= waarde van de export


Waarde van de import

Concurrentie zorgt voor En import zorgt


-lagere prijzen Voor concurrentie
-meer keuze voordelig voor de consument
-betere kwaliteit

Open economie= veel import en export in een land


Gesloten economie= weinig import en export in een land

Je kunt in 4 sectoren werkzaam zijn


-primaire sector = boeren, visserij
-secundaire sector = industriële sector = fabrieken
-tertiaire sector = dienstverlening met winstoogmerk (winkel)
Quartaire sector = dienstverlening zonder winstoogmerk (gemeente)

3 productiefactoren
-natuur
-arbeid je hebt van alle 3 iets nodig om iets
-kapitaal te kunnen maken.

Machines + gereedschap

Productie in enige zin= betaalt productie (niet zwart)


Productie in ruime zin= alle productie, inclusief productie in
Enige zin

Winstbepaling
Winkelprijs €119 000
Btw 19% €19 000
Afzet/btw (verkoop X aantal producten) €100 000
Inkoopwaarde (inkoopprijs X aantal producten €40 000
Brutowinst €60 000 Zonder BTW
Bedrijfskosten €25 000
Nettowinst €35 000
40
100
Belasting (winstbelasting> x3500 €14 000
Winst na belasting €21 000
Brutowinstmarge= brutowinst X 100
inkoopwaarde
=60000
X 100= 150%
40000

Monocultuur= een land is voor de export afhankelijk van 1 of 2


Producten
=gevaarlijk want als b.v. de oogst mislukt heb je
Een jaar lang geen inkomsten (uit export)

Arbeidsproductiviteit= totale productie


Totaal aantal werknemers
Arbeidsproductiviteit is in nederland hoger dan in afrika,
Want wij hebben meer machines
Je kunt ook zeggen: wij zijn kapitaal intensief
Zij zijn arbeid intentsief

Gebonden hulp= een arm land krijgt geld van ons, maar dat ,moeten
Ze in nederland uitgeven
Noodhulp= vaak bij een ramp. Je Stuurt voedsel + medicijnen,
Maar je bent niet gericht op de toekomst
Structurele hulp= hulp gericht op de toekomst
Scholen, water putten, ziekenhuis

Soorten werkloosheid
-conjuncturele werkloosheid – als het slecht gaat met de economie
-seizoenswerkloosheid - een ijs verkoper in de winter
-Structurele werkloosheid - blijvend. Het vak bestaat niet meer b.v. een
Mijnwerker in nederland
Frictie werkloosheid - er is wel werk en ook iemand die wil
Werken, maar de afstand is te groot
Mensen zijn niet geschikt
(voor deze baan)

Prijsafspraken tussen bedrijven zijn verboden!! (=kartelvorming)


Want dit is slecht voor de consument

Concurrentie positie= hoe goed sta jij ervoor ten


Op zichtte van je concurrent
Voorbeeld:
Als jij van jou overheid extra dure machine moet
Aanschaffen i.v.m. het milieu, maak jij meer
Kosten dan zo’n zelfde bedrijf in het buitenland
Dit is dus slecht voor jouw concurrentie positie
Maar….. als de consument alleen maar milieu-
Vriendelijke producten willen, kan dit weer
Wel goed zijn voor jou concurrentie positie
Vicieuze cirkel : je zit (slechte)
Positie en je komt er niet
Uit want je komt steeds op
Het zelfde punt terug

Armoede

Weinig winst weinig geld te


Hoge werkloosheid besteden

Weinig
Producten nodig