Вы находитесь на странице: 1из 87

De vervallen hut van David 1

De vervallen hut van David

Boven, hoe het er uitzag voor de afgewerkte versie onderaan, dat is/was hetzelfde “hutje.”
Site van de fotograaf https://twitter.com/henkh89 zie 23:09 - 26 feb. 2018

Guido Biebaut, 9 januari 2019 Alle rechten voorbehouden


De vervallen hut van David 2

Leest u ook regelmatig literatuur van en over de leer van de bedelingen, beter gekend als de
leer van het “dispensationalisme”? Dit zijn meestal 7 fasen (of zelfs negen volgens enkelen)
waarin God op verschillende manieren met Zijn schepselen omgaat. Verschillende manieren om
Zijn plannen en doel ten uitvoer te brengen. Dit is één van mijn kritische aantekeningen erbij. Het
zullen er rond de zes of zeven worden, naargelang hoe het verder verloopt. Bedenk wel, we
hebben geen enkel probleem met de scheiding Oud en Nieuw Verbond (Testament). Of dat er nog
een verbond was met Adam en Eva of met Noah. Daar gaat het dus niet om, u zal wel merken
waarover wel!

Slechts 2 teksten in de Bijbel spreken over de vervallen hut van David deze van Handelingen 15
het citaat van de profeet Amos 9:

Amos 9:11 HSV: “11 Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren
zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen
als in de dagen van oude tijden af; 12 zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en
alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet.”

Handelingen 15:16 HSV: “Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer
opbouwen, en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten.”

De leer van de bedelingen leert dat de hut van David maar zal opgericht worden na de
Wederkomst van Christus met de installatie van een 1.000 jarig rijk. Deze stelling is een
verkrachting van wat er werkelijk staat in deze twee teksten.

INHOUD
Hoofdstuk 1
PROFETISCHE DUBBELE VERVULLINGEN
en andere luchtkastelen

Hoofdstuk 2
Profetie van Immanuel in Jesaja

Hoofdstuk 3
De hut van David in: Amos 9 en Handelingen 15

Hoofdstuk 1
PROFETISCHE DUBBELE VERVULLINGEN
en andere luchtkastelen
De vervallen hut van David 3

Hal Lindsey, VAN WIE WE ONDERTUSSEN WETEN DAT HIJ EEN VALS PROFEET WAS, schreef: De
planeet die aarde heette, Uitg. Luitingh, 1972, blz.173,174. We citeren eruit: “Ons standpunt is
premillemnionistisch. Het wezenlijke tussen de amillenionisten en de premillenionisten is de vraag
of de profetieën letterlijk of figuurlijk moeten worden opgevat. Zoals in het boek vele malen is
aangetoond, zijn bijna alle profetieën omtrent gebeurtenissen uit het verleden letterlijk
uitgekomen, vooral de voorspellingen betreffende de eerste komst van Christus. Het bewijs is
geleverd dat de woorden letterlijk moeten worden opgevat, dat wil zeggen dat ze hun normale
betekenis hadden voor de mensen die leefden in de tijd dat ze werden neergeschreven. De
woorden waren niet bedoeld om weggeredeneerd te worden door mensen die niet kunnen
geloven wat duidelijk is voorspeld.” Men prees hem vroeger als een groot leraar van de
bedelingen!

J. van Barneveld schrijft in ’Het Zoeklicht’ van 4 mei 1996, blz.6,7: “Vaak horen we in de
prediking en op bijbelstudies zeggen (en wellicht heeft u het zelf ook wel eens gezegd): ’De Here
Jezus komt spoedig!’. Deze verwachting van Zijn komst is een geweldige blijde verwachting. We
mogen daar biddend en vol hoop naar uitzien. Inderdaad, de laatste ’jaarweek’ kan elk moment
aanbreken. De beruchte antichrist, het beest dat in het boek Openbaring en ook door de profeet
Daniël uitvoerig wordt beschreven, kan elk moment de kop opsteken. De gebeurtenissen komen
nu in een stroomversnelling terecht. Alles gaat al razend snel (...)
Een advies van Luther. We moeten nu even ’gas terugnemen’. Immers ’overspannen verwachting’
en ’overtrokken aandacht’ kunnen tot vreemde, extreme situaties leiden. Het is niet voor niets dat
Luther heel nuchter heeft opgemerkt dat, als hij wist dat de Here Jezus morgen terug zou komen,
hij vandaag nog een boompje zou planten. Petrus was ervan overtuigd dat de eindtijd toen al was
aangebroken. Zijn eerste advies voor de gelovigen was: “komt tot bezinning en wordt nuchter” en
dan geeft hij allerlei regels voor een hecht gemeenteleven en besluit dat hoofdstuk (1 Petrus 4)
met ons dringend aan te raden ’steeds het goede te doen’. Wij moeten ’gewoon’ doorgaan met
het goede werk wat God van ons vraagt.” Wat we hierboven opmerken bij J. Schouten is gewoon
hier ook te herhalen. We vragen ons af of deze mensen wel een tekst als 2 Pet.3:1-7 naar hun
waarde kunnen beoordelen. Deze man heeft ons er regelmatig op gewezen dat we sinds 1948 of
wat later in de tijd van het einde zijn beland. Maar wie zijn Bijbel kent weet dat het met
Pinksteren is begonnen. Lees eens de preek van Petrus op die dag: toen ging een profetie in
vervulling en die spreekt over “de laatste dagen.” Het is dus niet zo moeilijk om te weten wanneer
die tijd begon. Maar dispensationlisten blijven maar gissen en valse profetie opbouwen met hier
en daar een reeks teksten aan elkaar te plakken, de ene na de andere staat op het Internet.

We citeren nog iemand die de bedelingen toegedaan is en laten ook de Engelse tekst staan,
waarna onze vertaling: https://www.prophecyproof.org/multiple-fulfillments-in-bible-prophecy/
De vervallen hut van David 4
“However, some people, including me, believe the prophecies concerning the destruction of
Babylon have dual fulfillment (the first back in the sixth century B.C. and the second in the future
with the destruction of Babylon the Great). One example of why I see dual fulfillment is Jeremiah
50:4-6, which mentions that the people of Israel will seek to enter a perpetual covenant with the
Lord. A perpetual covenant is something that is mentioned in passages which pertain to the
future like Jeremiah 32:37-41:

Everlasting Covenant God’s People Gathering of Israel

Jeremiah 50:4-6: (4) In those days, and in that time, saith the LORD, the children of Israel
shall come, they and the children of Judah together, going and weeping: they shall go, and
seek the LORD their God. (5) They shall ask the way to Zion with their faces thitherward,
saying, Come, and let us join ourselves to the LORD in a perpetual covenant that shall not
be forgotten. (6) My people hath been lost sheep: their shepherds have caused them to go
astray, they have turned them away on the mountains: they have gone from mountain to
hill, they have forgotten their restingplace.

Jeremiah 32:37-41: (37) Behold, I will gather them out of all countries, whither I have
driven them in mine anger, and in my fury, and in great wrath; and I will bring them again
unto this place, and I will cause them to dwell safely: (38) And they shall be my people, and
I will be their God: (39) And I will give them one heart, and one way, that they may fear me
for ever, for the good of them, and of their children after them: (40) And I will make an
everlasting covenant with them, that I will not turn away from them, to do them good; but I
will put my fear in their hearts, that they shall not depart from me. (41) Yea, I will rejoice
over them to do them good, and I will plant them in this land assuredly with my whole
heart and with my whole soul.

Sommige mensen, waaronder ik, geloven echter dat de profetieën met betrekking tot de
vernietiging van Babylon een dubbele vervulling hebben (de eerste in de 6e eeuw voor Christus en
de tweede in de toekomst met de vernietiging van Babylon de Grote). Een voorbeeld van waarom
ik dubbele vervulling zie, is Jeremia 50:4-6, waarin wordt vermeld dat het volk Israël zal proberen
een eeuwigdurend verbond met de Heer aan te gaan. Een eeuwig verbond is iets dat wordt
genoemd in passages die betrekking hebben op de toekomst, zoals Jeremia 32:37-41:

Eeuwig verbond God’s Volk Verzamelen van Israël


Jeremia 50:4-6: “4 In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zullen de Israëlieten komen, zij
en de Judeeërs tezamen – al wenend zullen zij hun weg gaan – en zij zullen de HEERE, hun God,
zoeken. 5 Zij zullen vragen naar Sion, hun gezicht gericht op de weg daarheen. Zij zullen komen
en bij de HEERE gevoegd worden met een eeuwig verbond, het zal niet vergeten worden. 6
De vervallen hut van David 5
Mijn volk – het waren verloren schapen. Hun herders hadden hen misleid, hen naar de bergen
geleid. Zij gingen van berg naar heuvel. Zij vergaten hun rustplaats.”
Jeremia 32:37-41: “37 Zie, Ik ga hen bijeenbrengen uit al de landen waarheen Ik hen in Mijn
toorn, in Mijn grimmigheid en in grote verbolgenheid verdreven zal hebben, en Ik zal hen
terugbrengen naar deze plaats en hen onbezorgd doen wonen. 38 Zij zullen Mij tot een volk
zijn, en Ík zal hun tot een God zijn. 39 Ik zal hun één hart en één weg geven om Mij te vrezen,
alle dagen, hun ten goede, en hun kinderen na hen. 40 Ik zal een eeuwig verbond met hen
sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze
in hun hart geven, zodat zij niet van Mij afwijken. 41 Ik zal Mij over hen verblijden en hun
goeddoen. En Ik zal hen in getrouwheid in dit land planten, met heel Mijn hart en met heel Mijn
ziel.”

De uitleg over meervoudige vervullingen kunnen extreme vormen aannemen zoals we er


vinden in een herdruk van een ouder boek van de Zevende dag Adventisten. In 1945 verscheen
’The certainty of the Third Angel’s Message’ van Louis F Were. Deze schrijver geeft tientallen
voorbeelden van bepaalde voorzeggingen die niet minder dan drie vervullingen zullen of kunnen
hebben: een eerste met de terugkeer uit de ballingschap, een tweede geestelijke vervulling met
de eerste komst van de Heer en een derde met de Wederkomst van Christus. Het boek van Louis
F Were verscheen opnieuw in 1979 bij First Impressions, Berrien Springs. Zie vooral de pagina’s
122,123,311-342. Anderen, in de dispensatieleer, hebben een geestelijke vervulling vóórdat het
Millennium aanvangt en een tweede een letterlijke vervulling wanneer de Nieuwe Hemel en
Aarde zal geschapen zijn. Voor de geestelijke uitleggingen zijn het natuurlijk de Adventisten wie
het onderwerp zijn van de vervulling. Maar dat komt ook terug bij tientallen kerkjes en sekten. De
redenering is dan steeds dat er slechts een kleine kudde van gelovigen in de wereld is en daarom
komt er nog een vervulling. Voor de dispensatieleer zal Israël opnieuw in Gods gunst komen te
staan. Dat waren ze al want uit hen is de Nieuwe Gemeente van God geboren! Vijftig dagen na de
opstanding van Jezus uit het graf, en de moord op Zijn leven, komt de Heilige Geest over Zijn 12
discipelen, allen joden en het Nieuwe Israël is geboren.

De schrijver van het geciteerde hierboven is Wayne Croley, auteur van een dik boek met de titel
Prophecy Proof Insights of the End Times vol met uitspraken waar je haren recht van opstaan.
Maar alles nog in de zin van de bedelingen. Kijk eens wat hij hier in elkaar heeft geflensd!
http://messianicmessiah.blogspot.com/2016/05/how-can-we-tell-when-mark-of-beast.html

Hij begrijpt weinig van de ware aard van profetie. Het is duidelijk dat als God een oordeel
uitspreekt over om het even welk land of volk steeds eenzelfde terminologie terugkeert. Dat zijn
gewone termen die het volk van de straat begrijpt. Dit zijn enkele van die kernwoorden: oorlog,
hongersnood, pestilentie, vuur, aardbevingen, rouw, storm, wolken = een verschrikkelijk oordeel
volgens Joël 2:2 en Zeph.1:15, beker der gramschap = Oordeel van God. Ps.75:8 / Ps.11:6,
perskuip = oordeel Joël 3:13,14 / Opb.14:19,20, vuur = Iets destructief of Gods oordeel Ps.68:2 /
De vervallen hut van David 6
Heb.12:29 enz.

We geven u de Statenvertaling mee met de kanttekeningen Jeremia 32:37-41 gebruikt door


Wayne Croley:
37 Zie, Ik zal hen 62mvergaderen uit al de landen waarheen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn
toorn en in Mijn grimmigheid en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats
wederbrengen en zal hen 63zeker doen wonen.
62 Te weten Mijn volk.
m Jer. 23:3; 29:14; 31:10.
63 Hebr. in zekerheid, of: in vertrouwen, dat is, gerust, zeker en veiliglijk, als elders
dikwijls.

38 nJa, zij zullen Mij tot een 64volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
n Jer. 24:7; 30:22; 31:1, 33.
64 Als Jer. 30:22; 31:1.

39 En Ik zal hun 65enerlei hart en enerlei 66weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun
ten 67goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
65 Ik zal door Mijn Geest alzo in de harten van Mijn uitverkorenen werken, dat zij
door één geloof en één godsdienst in liefde aan elkander zullen verbonden en
verenigd zijn.
66 Dat is, enerlei godsdienst of religie, enerlei manier of wijze van geloof en leven.
Zie Jes. 30:21; 35:8. Jer. 6:16. Matth. 22:16. Hand. 9:2; 18:25, 26, enz.
67 Dat is, tot hun best, heil en zaligheid.

40 En Ik zal een eeuwig verbond met hen 68maken, dat Ik 69van achter hen niet zal afkeren,
opdat Ik hun weldoe; en Ik zal Mijn vreze in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
68 Als Jer. 31:31, enz.
69 Dat is, dat Ik hen nimmermeer zal verlaten, maar zal geduriglijk bij hen wonen
en hen volgen met Mijn weldadigheid. Zie Jer. 31 op vers 33, en vgl. wijders Rom.
8:30. 1 Petr. 1:5, 9. 1 Joh. 2:19, 20, 27; 3:9; 5:18.

41 En Ik zal 70Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen 71getrouwelijk in dit
land oplanten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
70 Vgl. Deut. 30:9.
71 Hebr. in of met getrouwheid of waarheid.
o Jer. 24:6. Amos 9:15.
We geven u de Statenvertaling mee met de kanttekeningen: Jeremia 50:4-6 gebruikt door
Wayne Croley:

4 In dezelve dagen en terzelfder tijd, spreekt de HEERE, zullen de kinderen 12Israëls komen, zij en
De vervallen hut van David 7
de kinderen van Juda tezamen; wandelende en 13wenende zullen zij heengaan, en den HEERE hun
God zoeken.
12 Voor zoveel als deze belofte de uiterlijke verlossing uit de gevangenis van Babel
mag aangaan, kan men dit verstaan van degenen die van de tien stammen in het
land overgebleven zijnde, daarna met die van Juda en Benjamin gevankelijk zijn
weggevoerd naar Babel, en met dezelve uit de gevangenis zouden wederkeren. Zie 1
Kron. 9:3. Neh. 11 op vers 3. Aangaande het geestelijke, dat in dezen het
voornaamste is, zie Jer. 3:18 met de aantt.
13 Vanwege hun onwaardigheid en Gods onverdiende grote genade.

5 Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun 14aangezichten zijn; 15zij zullen
komen en den HEERE toegevoegd worden 16met een eeuwig verbond, dat niet zal worden
vergeten.
14 Dat is, zij zullen zonder omzien, of rechttoe rechtaan (als men zegt), naar Sion
trekken; waar hun hart is, derwaarts zullen zij haasten.
15 Anders: zeggende: Komt en laat ons ons voegen tot den Heere, of: Vervoegt u
tot den Heere.
16 Of: het eeuwige verbond zal niet vergeten worden. Hebr. verbond der
eeuwigheid. Zie Jer. 31:31, 32, 33.

6 Mijn volk waren verloren schapen, hun 17herders hadden hen verleid, zij hadden hen
gevoerdnaar de bergen; zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun 18legering.
17 Kerkelijke en politieke regeerders.
18 Gelijk de kudden haar rustplaatsen plegen te hebben, waar zij nederliggen. De
zin is, dat Gods volk van geestelijke en lichamelijke welvaart en rust beroofd was; als
in het volgende verklaard wordt.

Als we kijken naar de uitleg van de Statenvertalers is het duidelijk: dit wijst naar het Nieuwe
Verbond gesticht met het bloed van de Verlosser: Jezus die aan de rechterhand van God is
gezeten en Zijn genadegaven over Zijn volk uitgiet. YaHWeH heeft een Nieuw Verbond gemaakt
met een eerste groep van 12 joden, de apostelen van het Lam en later aangevuld met duizenden
Messias belijdende joden en nog later Messias belijdende heidenen. Een ander verbond nog
daaraan toevoegen is onzin. En de Bijbel onrecht aandoen. De profeet Ezechiël, heeft uitgedrukt
dat er een nieuw verbond des vredes zal komen: “Ja, ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk
zijn.” - Ezechiël 37:26,27. Op twee plaatsen in Hebreeën (8:6-13 / 10:16,17), zijn deze profetieën
genoemd als met betrekking op het nieuwe geestelijke Israël, het ware Israël van God. Deze
verzen laten zien dat dit “beter” verbond al werd aangegaan in de eerste eeuw. En dat het ook
toen was vervallen: en oud en klaar was om te verdwijnen. Niet lang na dit schrijven van
Hebreeën, is de trots van het oude verbond afgebrand en de muren afgebroken: de tempel
waarin de rituelen en offers moesten plaats vinden om tot God te komen. Alle kenmerken van
De vervallen hut van David 8
een vroegere band van God en het nationale Israël verdwenen volledig, als de stad Jeruzalem en
de tempel werden verwoest door de Romeinen. De laatste grote weerstand van vrijheidsstrijders
te Massada zal vallen in 135 na Christus

U zult waarschijnlijk, als u hoort bij de leer van de bedelingen, vanuit Deut.30 redeneren dat er
herstel wordt voorzegt aan Israël. Er staat daar echter dat zo een herstel in functie staat van het
onderhouden van de WET VAN MOZES volgens de verzen 8 en 10. En vergeten we niet dat er een
sleuteltekst staat in verband met het herstel in Deuteronomium hoofdstuk 30. Dat is het vers 10
waarover in kringen van het huidige herstel met alle kracht over gezwegen wordt. We lezen daar:
“10 wanneer u de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam bent door Zijn geboden en Zijn
verordeningen, die in dit wetboek geschreven zijn, in acht te nemen; wanneer u zich bekeert tot
de HEERE, uw God, met heel uw hart en met heel uw ziel.” (Wij onderlijnen). Het NT zegt echter
nadrukkelijk in een boek geschreven aan Joden: “13 Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft
Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat oud is verklaard en wat veroudert, staat
op het punt te verdwijnen.” (Heb.8:13). Dat nieuwe verbond is er al gekomen voor zowel Israël als
de gelovigen in Christus uit de volkeren. En in het jaar 70 werd de tempel en Jeruzalem verwoest
zodat de voorspelling van Heb.8:13 ook zichtbaar was voor de buitenwereld. Verworpen was het
toen met de dood van de Heer het voorhangsel van het heilige der heiligen in de tempel. Dit was
een oordeel van God leren we uit Mat.27:51: “51 En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde
in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden.” Deuteronomium 30
is en kan dus niet meer geldig zijn tenzij God zijn eerste verbond opnieuw instelt met alles erop
en eraan; de tempel, de offeranden, de priesters enz... Door hun verwerping van de Messias heeft
men het verbond van de Christus verworpen. Wat nog geldig is is dit; voor het individu vanjoodse
afkomt: wanneer je de Messias Jezus aanneemt zal YaHWeH je zegenen!

En de leer van de bedelingen heeft nog een ander argument: ook een luchtballon! P. Slagter
zegt over de relatie tussen het oude verbond met Israël en het nieuwe - dat volgens hem nog niet
in voege is gegaan - het volgende: “Aan Juda is nooit een “scheidbrief” gegeven zoals aan het
tienstammenrijk... (de schrijver citeert hier Rom.11:3,4) Toegepast op Juda: de Man, Die tot het
Zijne kwam, is gestorven. Daardoor kwam er dus officieel een einde aan het huwelijk tussen de
HERE en Israël (de 2 en de 10 stammen). De enige mogelijkheid voor Israël is nu een nieuw
huwelijk aan te gaan: het eigendom te worden van “een ander, van Hem, Die uit de doden
opgewekt is.” Let wel, de opgestane Heer is dus ‘een Ander’! Er is dus geen sprake van
hertrouwen, maar van een nieuw huwelijk. Anders gezegd: er is geen sprake van het herstel van
het Oude Verbond, maar van het oprichten van een Nieuw Verbond (...) Met dit alles is duidelijk
geworden, dat Israël als volk de ‘Ander’, de opgestane Heer, afwees, waardoor er dus geen sprake
kon zijn van de oprichting van het (beloofde) Nieuwe Verbond. Immers, de voorwaarde om daar
deel aan te krijgen is bekering en geloof. De Evangeliën en het boek Handelingen laten dus zien,
dat de relatie tussen de HERE en Israël, in het kader van het Oude Verbond der wet, definitief
beëindigd is door de dood van de Heer, en dat het volk de opgestane Heer destijds niet heeft
De vervallen hut van David 9
aanvaard, zodat het Nieuwe Verbond niet is opgericht. Dat betekent dus, zoals wij al eerder
concludeerden, dat er momenteel geen sprake is van een (verbonds)relatie tussen de HERE en
Israël, met alle gevolgen van dien! Na de mededeling van Paulus in Handelingen 28 duurde het
niet lang of de Romeinse legers marcheerden op naar het land van Israël om de inwoners ofwel te
doden, ofwel te deporteren. Jeruzalem werd ingenomen, de tempel verwoest; de tijd van de
diaspora (verstrooiing) was begonnen” (‘Israël en de Bijbel’, mei 2000 blz.8,9, wij onderstrepen).

Neen, er hoeft geen Nieuw Verbond meer te komen! Het is er al. En ook met de leer van een
1.000 jarig rijk is er geen Nieuw Verbond nodig. Het NT zegt zondermeer dat met Pinksteren het
nieuwe verbond al is begonnen (Mat.26:28 / Hand.2:36-40). Op die dag gaan een reeks
nieuwigheden in voege treden.
a) Een nieuwe wereld begint Mat.9:16,17.
b) Een nieuwe machthebber zit op de troon Mat.28:18-20
c) Een nieuw verbond gaat van kracht Heb.8:6-13.
d) Er is een nieuw priesterschap aangesteld 1 Pet.2:5
Hand.2:42 / Opb.1:6 / 5:10.
e) Er wordt een nieuwe boodschap gepredikt 1 Cor.15:1-
4 / Gal.1:6-9.
f) Er is een nieuw fundament gelegd Mat.16:18 / 1 Cor.
3:11 / Joh.13:34,35.
g) De onderdanen zijn nieuw Joh.3:3-7 / Gal.4:1-7.
h) De termen van burgerschap zijn nieuw Hand.2:37-41 /
Joh.3:5.
i) Een ganse reeks nieuwe geestelijke zegeningen zijn
gegeven aan de onderdanen Eph.1:3 / 1 Pet.2:5.
j) Een nieuwe levensregel gaat in voege Hand.2:42 /
Joh.4:24 / Eph.4:13 / Col.2:6-8 / Jac.1:25.

God heeft een deel van zijn overspelig volk Israël vergeven, gereinigd en als maagd
aangenomen. God heeft met Pinksteren geen nieuwe vrouw tot zich genomen, maar dezelfde in
wedergeboren en geheiligde toestand. En gezien die toestand moet God zich dus niet opnieuw
inmengen met het vroegere afvallige Israël, allen die hoorden tot het overblijfsel van ware
gelovigen zijn toen gezegend. Het enige wat kan geschieden en werkelijk geschiedde is het
volgende: Gods genade werkt zo over het volk Israël dat er velen tot bekering komen. Ze worden
opgenomen in het nieuwe verbond waar er ondertussen geen onderscheid meer is onder de
volkeren. God heeft met: “het huis van Judah en het huis van Israël” een nieuw verbond gesloten
(Heb.8:8 / 9:14,15). Niet met alle Joden maar slechts met het gelovige deel ervan. De enige hoop
is vergeving in het bloed van Jezus, dat klinkt wellicht gruwelijk maar het is Gods enige maatstaf,
niet de afstamming!
De vervallen hut van David 10
Meer hoeft God niet te doen om Zijn profetische beloften waar te maken. Dat is waar vele
Israël-verdedigers in de fout gaan. Zoals allen die uit Egypte kwamen en aan wie de belofte van
het nieuwe land was gegeven, hebben alle Joden de belofte gekregen van het “nieuwe verbond”
maar niet allen hebben het willen beërven. Een Messias als Jezus was niet van tel in hun visie op
de profeten. Wie ooit van de olijfboom, beeld van de gelovigen, is afgesneden kan slechts
opnieuw erin gegrift worden op basis van het aanvaarden van de Messias. Daarom staat er in

Rom.11:23,24 een meervoud en niet een enkelvoud. Niet het afvallige volk
wordt ineens opnieuw ingeënt, zoals de leer van de
bedelingen leert, maar slechts en alléén de gelovige
joden, de enkelingen. Want nu heeft vleselijke afstamming geen voordeel meer
(Joh.6:63). Het “overblijfsel” is gered (Rom.9:27).

In welke zin dat te begrijpen is geeft o.a. H. Bavinck, nog steeds een meester in exegese, aan in
zijn, Gereformeerde Dogmatiek, deel 4, blz.641 het volgende:
“Is het bij de exegese des Ouden Testaments de vraag niet, of de profeten zich geheel of ten deele
bewust waren van het symbolisch karakter hunner voorspellingen, want zelf in het woord van
klassieke schrijvers ligt meer, dan zijzelven erbij gedacht of ermede bedoeld hebben. Maar wel is
het de vraag, wat de Geest van Christus, die in hen was, ermede betuigen en openbaren wilde.
Dat nu wordt uitgemaakt door het Nieuwe Testament, dat de voltooiing, de vervulling en daarom
de verklaring van het Oude is, want in de vrucht wordt de natuur van den boom openbaar. Zelfs
de moderne critiek erkent, dat niet het Jodendom, maar het Christendom de volle verwezenlijking
is van de religie der profeten.” Het nieuwe verbond is beloofd én al aangegaan met Israël.

De uitdrukking “nieuw verbond” staat in de volgende schriftuurplaatsen: Mat.26:28 (en de


parallelle teksten Marcus 14:24 / Lucas 22:20) / 1 Cor.11:25 / 2 Cor.3:6 / Heb.8:8 / 9:15 / 12:24.
Andere teksten, die ook over “een” verbond spreken, moeten hierbij ook in aanmerking genomen
worden: Rom.11:22 / Gal.4:24 / Heb.7:22 / 8:6,10 / 10:16,29 / 13:20. En de teksten die dit
verbond voorzeggen in het OT zijn in volgorde van hun belangrijkheid; Jer.31:31-34 / Jer.24:7 /
Ezech.11:19,20 / Jes.45:17. Alle Joden die in de dagen van de prediking van Jezus en de apostelen
luisterden naar dat goede nieuws zijn ook hersteld in het Nieuwe Verbond (Heb.3:12-15). Laten
we dat in een tabel zetten om duidelijkheid te geven:

HET NIEUWE VERBOND Verbondbrekende HET NIEUWE VERBOND IS MET


Israëlieten zijn geen DE CHRISTENEN AANGEGAAN
Het Nieuwe Verbond zal met
KINDEREN van het nieuwe
Lucas 22:20: “Evenzo de beker,
De vervallen hut van David 11
verbond
na de maaltijd, zeggende: Deze
Omdat God die beker is het nieuwe verbond in
verbondsbreuk al voorzag mijn bloed, die voor u
zien we al zeer vroeg in de uitgegoten wordt.”
Schrift aanwijzingen van
een nieuw verbond, maar 1 Cor.11:25: “Evenzo ook de
Israël aangegaan worden beker, nadat de maaltijd
vooral de profeet Jeremia.
Jer.31:31,33: “Zie, de dagen afgelopen was, en Hij zeide:
komen, luidt het woord des Deut.30:6 SV77: “En de Deze beker is het nieuwe
HEREN, dat Ik met het huis van HEERE, uw God, zal uw hart verbond in mijn bloed, doet dit,
Israël en het huis van Juda een besnijden, en het hart van zo dikwijls gij die drinkt, tot
nieuw verbond sluiten zal. … uw zaad, om de HEERE, uw mijn gedachtenis.”
Maar dít is het verbond, dat Ik God, lief te hebben met uw
Heb.8:6,8,10: “Nu echter heeft
met het huis van Israël sluiten ganse hart en met uw
Hij een zoveel verhevener
zal na deze dagen, luidt het ganse ziel, opdat gij leeft.”
dienst verkregen, als Hij de
woord des HEREN: Ik zal mijn
Heb.8:8 SV77: “Want hen middelaar is van een beter
wet in hun binnenste leggen en
berispende, zegt Hij tot verbond, waarvan de
die in hun hart schrijven, Ik zal
hen: Ziet, de dagen komen, rechtskracht op betere beloften
hun tot een God zijn en zij
spreekt de Heere, en Ik zal berust. … Want Hij berispt hen,
zullen Mij tot een volk zijn.”
over het huis Israëls, en als Hij zegt: Zie, er komen
Ezech.37:26: “Ik zal met hen over het huis van Juda een dagen, spreekt de Here, dat Ik
een verbond des vredes nieuw verbond oprichten.” voor het huis Israëls en het huis
sluiten, een eeuwig verbond Juda een nieuw verbond tot
met hen zal het zijn; Ik zal hun Jer.24:7 SV77: “En Ik zal hun stand zal brengen, … Want dit is
een plaats geven, hen een hart geven om Mij te het verbond, waarmede Ik Mij
vermeerderen en mijn kennen, dat Ik de HEERE verbinden zal aan het huis
heiligdom voor eeuwig te ben; en zij zullen Mij tot Israëls na die dagen, spreekt de
midden van hen stellen.” een volk zijn, en Ik zal hun Here: Ik zal mijn wetten in hun
tot een God zijn; want zij verstand leggen, en Ik zal die in
zullen zich tot Mij met hun hun harten schrijven, en Ik zal
ganse hart bekeren.” hun tot een God zijn en zij
zullen Mij tot een volk zijn.”
Jer.30:22 SV77: “En gij zult
2 Cor.3:6 = zie hieronder
Mij tot een volk zijn, en Ik
zal u tot een God zijn.”

Hieronder 2 Cor.3:6 HSV met de verwijzingen uitgeschreven. Ja, dat is nogal wat, die Paulus gaat
er tegenaan en weet klaar en onomwonden te vertellen dat er op het eerste zicht niets verkeerd
De vervallen hut van David 12
was met de wet van Mozes. Maar toch is er een nieuw verbond gekomen. En die wet van Mozes
as de “letter” die doodt: maar wie na Jezus komt en zijn geloof in hem weet te beamen krijgt de
wet van Jezus in zijn hart. Bovendien zijn zij op die manier ok nog “ambassadeurs” geworden voor
het koninkrijk waar ze deel aan hebben. Dat ze “getuigen” moesten zijn in dit leven op aarde, was
trouwens ook de opdracht van Jezus bij Zijn hemelvaart.

6 Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het

nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest;

want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

2 Kor. 5:18 En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus
Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft.
Hebr. 8:6 Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij
ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is
vastgelegd.
Hebr. 8:8 Want hen berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere,
dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal
sluiten,

Hieronder 2 Cor.3:3 HSV met de verwijzingen uitgeschreven. We geven dit gedeelte na vers 6 en
keren even terug naar wat Paulus al in woord geschreven had. De christengemeente van Corinthe
is beschreven als een brief. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze individueel als een brief van de Heer
zijn! Een “brief” is iets dat je kan lezen en verwijst naar het “goed gedrag” van de gelovigen. Een
gelovige in Christus is tegenover de buitenwereld als een “brief” die de ongelovigen kunnen
lezen: het gedrag van een gelovige moet een voorbeeld zijn. En aangezien Corinthe waarschijnlijk
de grootste haven in die dagen was en ook het meeste aantal bordelen had zal het gedrag van de
christen als een voorbeeld zijn. Hij of zij is geen pooier, of/en heeft geen onrechtstreekse
connecties met die business. We weten van elkaar dat we “een brief” zijn als we in de stappen
van de “wetten” van Jezus lopen. Kijk goed naar het contrast van Paulus: de “wet van Mozes”
geschreven op steen en de “wet van Jezus” geschreven in de harten van de gelovigen!

3 Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent, door onze
bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar door de Geest van de levende
God, niet op stenen tafelen, maar op tafelen van vlees, van de harten.
Ex. 24:12 De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf
daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik
De vervallen hut van David 13
opgeschreven heb om hun te onderwijzen.
Ex. 34:1 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Houw twee stenen tafelen voor u uit, zoals de
eerste, dan zal Ik op die tafelen de woorden schrijven die op de eerste tafelen
stonden, die u in stukken gebroken hebt.
Jer. 31:33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël
sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal
die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een
volk zijn.
Ezech. 11:19 Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal
het hart van steen uit hun vlees wegdoen en hun een hart van vlees geven,
Ezech. 36:26 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste
geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart
van vlees geven.
Hebr. 8:10 Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die
dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die
in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een
volk zijn.

Hieronder 2 Cor.3:7 HSV met de verwijzingen uitgeschreven. Toen Mozes voor de tweede keer
met de stenen tafelen van de berg komt, straalt hij Gods heerlijkheid uit. Het volk ziet het gezicht
van Mozes stralen. Mozes was in de tegenwoordigheid van God geweest en weerspiegelt Gods
heerlijkheid. De Israëlieten worden erdoor verblind. En Mozes doet een doek voor zijn gezicht.
We vinden dat verhaal in Exodus 34:29-35. De context van 2 Corinthe 3 zegt ons echter, als we
wat verder daarover nadenken, eigenlijk dit wat we in Johannes 1:14 vinden: Jezus heeft een
heerlijkheid die deze van Mozes vele malen overtreft. “En het Woord is vleesgeworden en heeft
onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de
Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” Daar komt nog wat bij gezien vanuit
Romeinen 10:4 staat: “4 Want het einddoel van de wet is Christus, tot gerechtigheid voor ieder die
gelooft.” De wet zou “tenietgedaan” worden zegt de apostel der heidenen. Dit is het positieve van
de wet van Mozes: Gal. 3:24. “24 Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat
wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden.” Als Jezus er is dan start ook de “voltooiing”
van de wet aan Israël gegeven bij de berg Sinaï. De “schaduw” is vervangen door de
“werkelijkheid.”

7 Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat
de Israëlieten hun ogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege
de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden,
Ex. 24:12 De HEERE zei tegen Mozes: Klim naar boven, naar Mij toe, de berg op, en blijf
daar. Dan zal Ik u de stenen tafelen geven, de wet en de geboden, die Ik
De vervallen hut van David 14
opgeschreven heb om hun te onderwijzen.
Ex. 34:1 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Houw twee stenen tafelen voor u uit, zoals
de eerste, dan zal Ik op die tafelen de woorden schrijven die op de eerste
tafelen stonden, die u in stukken gebroken hebt.
Deut. 10:1 In die tijd zei de HEERE tegen mij: Houw twee stenen tafelen voor u uit, net
als de eerste, en klim de berg op, naar Mij toe; ook moet u een kist van hout
voor u maken.
Ex. 34:30 Aäron en al de Israëlieten keken Mozes aan, en zie, de huid van zijn gezicht
glansde. Daarom waren zij bevreesd om dichter bij hem te komen.

God heeft niet gefaald. Het waren de Joden die niet aan de voorwaarden hebben voldaan. Het
gros van het vleselijke Israël heeft verschrikkelijk gefaald (Mat.21:43 / 1 Cor.10:18). Daarom
worden bepaalde onvervulde profetieën van Israël overgebracht op de gemeente, het nieuwe
Israël, dat bestaat uit een klein aantal gelovige Joden en een groot aantal gelovige Heidenen
(Jes.46:10 / Rom.9:6). De grondkern is dus Joden, apostelen van Jezus en gewone mensen uit het
Jodendom, maar die hebben een uitbreiding gekregen met geestelijk heidenen. Het geestelijke
Israël zal niet falen. Hierna volgt een korte lijst van profetieën die Israël moest vervullen maar die
in de gemeente in vervulling gegaan zijn sinds Pinksteren:
Hosea 1:10,11 / 2:22 = Rom.9:25,26
Hosea 2:10 = 1 Pet.2:10
Amos 9:11-15 = Hand.15:14-18
Jesaja 40:10-13 = Luc.13:29
Jes.43:5,6 = Mat.8:11,12
Ex.19:5,6 = Opb.1:6
Joël 2:28,32 = Hand.2:16-21.
Daarom is de Nieuwe Verbondsbelofte aan Israël vervuld aan de gemeente. Vergelijk Jer.31:31-34
en 2 Cor.6:16-18 / Luc.22:20 / 1 Cor.11:25 / 2 Cor.3:6 / Heb.8:8-13 / 9:15 / 10:16-19.

We gaan nog wat dieper graven in de uitleg van de bedelingenleer en de wortels ervan
blootleggen. De Schrift is in dat alles wat ze beweren soms ver te zoeken.
[Dit zijn enkele zaken waaruit we citeren, allen dispensationslisten.]
[Biederwolf W., The second coming bible, Baker Book house, reprint 1972.]
[Bultema H., Maranatha, eene studie van de onvervulde profetie, Eerdmans, 2de druk]
[de Heer J. , Het duizendjarig vrederijk, Uitg. Zoeklicht boekhandel, 1935.]
[Scofield C.I., The Scofield Reference bible, Oxford University Press, renewed version 1945]
[Walvoord J.F., Mayor Bible prophecies, Harper Paperbacks, 1994.]

Biederwolf geeft het volgende commentaar op Hand.15:14-17: “Welke vervullingen er ook


geweest mogen zijn, ze zijn stellig slechts een gedeeltelijke vervulling en zijn volle werkelijkheid zal
maar ontvangen worden in de Messias” (blz.411). Bij de bespreking van het Pinkstergebeuren
De vervallen hut van David 15
zegt Biederwolf terwijl hij anderen citeert: “We moeten de grotere horizon zien van de
voorspelling en déze vervulling is slechts het type van een andere en grotere vervulling in de
komende dagen. En Howson zegt terecht: noch Pinksteren, noch de wonderen die de vroege kerk
te beurt viel, noch de tekenen in Jeruzalem anderzijds hebben deze grote belofte van Joël volledig
vervuld. Petrus heeft ze opgenomen en herhaald, maar het zijn slechts gedeeltelijke vervullingen,
de volledige vervulling zal niet toeven en zal zeker de doorluchtige dag des Heren voorafgaan,
waarvan het tijdstip slechts aan de Vader gekend is” blz.404,405 (onze onderlijning). Het is een
leer waar Adventisten van alle slag mee gewerkt hebben, van William Miller naar Ellen White over
Darby naar E. Bullinger en Scofield naar J. de Heer. Dit is een verhaal dat op zand is gebouwd. Een
theorie die slechts aan elkaar gelijmd is met papier-maché.

We moeten dat aanklagen als één grote zeepbel, dus als iets dat slechts bestaat uit lucht en een
omhulsel van niemendal. Ware een theorie als deze gegrond op enige vaste basis dan zou elke
leer over voorspellingen gewoon ophouden te bestaan. De Logos is toch niet tweemaal in Maria
ontvangen? Toch niet tweemaal gestorven? En zo verder alle voorzeggingen over volkeren.
Babylon is toch niet tweemaal door de Meden en Perzen veroverd? Israël heeft toch geen
tweemaal een Babylonische gevangenschap ondergaan? Wie meervoudige vervullingen leert,
heeft dit lerende, geen respect voor de Schrift en wat God over de toekomst te zeggen heeft.
Profetie laat ons ook geen eigenmachtige uitleg toe (2 Pet.1:20). De uitleggingen daarvan
behoren God toe (Gen.40:8). Daarom zijn ook de belangrijkste vervullingen in de Bijbel voor ons
opgetekend. De vervulling van profetie geeft vertrouwen op God, voorbeeld ervan is Daniël 5).
Laten we het aan God dan ook over, om de verborgenheden te openbaren (Dan.2:29). En er zeker
niet van uitgaan dat wij het zoveel beter zouden weten dan de apostelen en discipelen van
Christus die voor ons onderricht de vervulling van een profetie (waar nodig) ook genoteerd
hebben.

In de beoordeling van meervoudige profetie komt A. A. MacRae tot twee conclusies: “Tenzij
meervouds-termen gebruikt zijn (of wanneer uit de context blijkt dat het over een opeenvolging
van gebeurtenissen gaat) moet elke voorspelling verstaan worden als met betrekking tot één
welbepaalde gebeurtenis” (blz.899). In de bespreking van Jesaja 7 (de Immanuël-profetie) die
door enkele exegeten is verklaard als een meervoudige profetie is zijn besluit het volgende: “Zo
beschrijft vers 14 een gebeurtenis die 700 jaren later zou geschieden, terwijl vers 15 in de nabije
toekomst vervuld zou worden. Elk onderdeel van de voorspelling heeft één vervulling, en elke
poging om er een “meervoudige profetie” van te maken leidt tot verduistering van het geheel”
(blz.902). ’The Zondervan Pictorial Encyclopedia of the Bible’, deel 4, edit. M.C. Tenney,
Zondervan, 1975 (onze onderlijning).

We citeren een fors stuk van M. S. Terry, ’Biblical Apocalyptics’, Eaton & Mains, 1898,
blz.217,218. Hij bespreekt hier wat men kent als de Olijfbergprofetie uit Matthéüs 24 en 25 met
de parallellen. (Zonder de voetnoten) "... maar het hele discours wordt geïnterpreteerd op de
De vervallen hut van David 16
theorie van een dubbelle uitlegging. Wanneer echter de ene school van uitleggers probeert de
scheidslijn aan te wijzen, zijn er evenveel meningsverschillen als er vertolkers zijn. In Matt. xxiv en
xxv, is bijvoorbeeld, de overgang van het ene onderwerp naar het andere door Bengel en anderen
op xxiv, 29 geplaatst; door E. J. Meyer bij vers 35; door Doddridge bij vers 36; door Kuinoel bij vers
33; door Eichhorn op xxv, 14, en door Wetstein op xxv, 31. Met het oog op deze opmerkelijke
verschillen van oordeel verwerpt een andere klasse van schrijvers al dergelijke pogingen om een
overgangspunt van het ene onderwerp naar het andere te vinden. En stel je voor zou dan het hele
discours een dubbele betekenis hebben? Lange denkt dat de grote toekomst is afgebeeld in een
reeks cyclussen, die elk op hun eigen manier de loop van de wereld en zijn verschillende
gerichtheden tot het einde vertonen. Alford zegt dat "twee parallelle interpretaties in het vorige
deel (van Mattheüs xxiv) lopen tot aan vers 28, de verwoesting van Jeruzalem en het laatste
oordeel beide in deze woorden gewikkeld. Maar de eerste, in dit deel van het hoofdstuk,
overheersend vanaf vers 28 begint het mindere onderwerp te worden verzwolgen door het
grotere. De Wederkomst van onze Heer is het overheersende thema, met echter bepaalde hints
teruggeworpen als het ware op de gebeurtenis die onmiddellijk voordien ter discussie stond; tot in
het laatste deel van het hoofdstuk, en de gebeurtenis van het volgende, de tweede komst, en
daarna het uiteindelijke oordeel dat erop volgt, zijn dan de onderwerpen."
Het is nauwelijks nodig om de veronderstellingen van een dubbelle of drievoudige betekenis, zoals
hier naar voren gebracht, te weerleggen. De daarop gebaseerde uitleg zinkt onder zijn eigen
gewicht in elkaar. Er zijn weinig lezers van de evangeliën die nu zullen willen aanvaarden dat we
als theorie moeten aannemen dat Jezus met een dubbele betekenis speelt tegenover zijn
discipelen. En de pogingen om een scheidingslijn te trekken tussen wat betrekking heeft op de val
van Jeruzalem en wat wijst op de wederkomst van Jezus. De merkwaardige verschillen in
opvattingen die er zijn in verband met dat scheidingspunt, van het ene naar het andere
evenement zijn van dien aard dat men die hypothese met argwaan moet bekijken.” (Einde citaat)

Sommigen in de leer van de bedelingen weten hoe zwak dit verhaal is van de meervoudige
profetie. Daarom geven enkelen dan ook toe dat er al een geestelijke vervulling is van veel
beloften uit het Oude Testament in de gemeente van Christus. Er is een geestelijke vervulling in
het kerkelijke gebeuren en later nog een letterlijke voor de Joden zegt men dan. En daar komt dan
het millennium achter de hoek kijken. We lezen bij E. Sauer, From Eternity to Eternity, Eerdmans,
1954, blz.171: ”Het zou eenzijdig zijn wanneer we zeggen dat de voorspellingen van het Koninkrijk
in het OT nooit spreken over de zegeningen van de tegenwoordige tijd in de evangelieprediking.
Dit zou in het geheel geen recht doen aan de wijze waarop het NT de profetieën van het OT
aanhaalt. Anderzijds zou het toch eenzijdig zijn te beweren, dat gezien er reeds over de huidige
zegeningen gesproken wordt er geen latere - en wellicht nog grotere - vervulling dan de huidige
kan komen (...) Het ene zou in tegenstelling staan tot de wijze waarop uit het OT iets toegepast
wordt; het andere een tegenstelling tot de tekst zelf uit het OT.” Dit is een zeer zwak verhaal. Want
wanneer God verplicht is een profetie éénmaal geestelijk te vervullen en daarna nog eens
letterlijk dan moeten we nog een tweede boek schrijven om de absurditeit daarvan aan te tonen.
De vervallen hut van David 17
Lucas schreef ons twee boeken van het Nieuwe Testament. In zijn boek Handelingen beschrijft hij
hoe de apostelen het in hun verkondiging steeds over het Koninkrijk van God hadden: 1:3 / 8:12 /
14:22 / 19:8 / 20:25 / 28:23,31. In Lucas 1 is ook sprake is van een Koninkrijk, zodat de kans groot
is dat Handelingen over hetzelfde Koninkrijk spreekt. De engel die de boodschap aan Maria
brengt zegt dat ze zal zwanger worden. Het slot is volgens Lucas 1:33: “en Hij zal over het huis van
Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.” Even duidelijk
de dispensatieleer zegt voor 1.000 jaar, de engel spreekt over eeuwig regeren. Ook als Jezus Zijn
rijk overdraagt aan de Vader – het einde van zijn middelaarschap – ook dan is Hij nog steeds
koning!
[Erich Sauer hier gratis http://www.despatch.cth.com.au/Books_V/Eternity-Eternity-Sauer.pdf
maar niet dezelfde paginering als het boek dat we hebben gebruikt.]

Conclusie
Met de leer van de meervoudige profetie is niets aan te vangen. Daardoor is slechts de indruk
gewekt dat profetie niet vastligt en dus niet al te geloofwaardig.

De regels toepassen: enkele voorbeelden

We willen in het gedeelte van dit hoofdstuk de regels toepassen die we hebben aangegeven.

We hebben daarvoor een citaat overgenomen uit het tijdschrift Amen, n°16, december 1997.
Het is een op zichzelf staand artikel hoewel het tevens het zesde deel is van een reeks over
vervullingen van Bijbelprofetie. We zullen daarna ingaan op de interpretatie van de schrijver die
veel te wensen overlaat en tekenen vertoond van oppervlakkig lezen van het NT.

“Naast reeds vervulde profetieën zijn er ook, die slechts gedeeltelijk vervuld zijn. De volledige
vervulling ligt nog in de toekomst. Hier volgen een aantal voorbeelden.

1. Deuteronomium 18:15
Vervuld: “Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben zal de
HERE, uw God, u verwekken.”
Toekomst: “Naar Hem zult gij luisteren (...) .”
2. Psalm 2:7-9
Vervuld: “Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij, Ik heb u heden verwekt.”
Hand.13:33.
Toekomst: “Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde
tot uw bezit. Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen
stukslaan als potten bakkerswerk.”
3. Psalm 22
Vervuld: “Zij verdeelden mijn klederen onder elkander en wierpen het lot over
De vervallen hut van David 18
mijn gewaad” (vs.19) - Joh.19:23,2 4
Toekomst: “Alle einden der aarde zullen het gedenken en zich tot de HERE beke-
ren, alle geslachten der volken zullen zich nederbuigen
voor Uw aangezicht. Hij is een heerser over de volken (...)” (vs.28-32)
4. Psalm 110:1
Vervuld: “Zet u aan mijn rechterhand.” Marc.16:19
Toekomst: “Totdat ik uw vijanden gelegd zal hebben als een voetbank voor uw
voeten.”
5. Jesaja 9:5,6
Vervuld: “Want een kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.” Luc.1:31,32
Toekomst: “en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonder
bare Raadsman, Sterke God, eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de
heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over
zijn koninkrijk, door dat hij het sticht en grondvest met gerechtig
heid.”
6. Jesaja 11:1-10
Vervuld: “Er is een rijsje voortgekomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit
zijn wortel zal vrucht dragen (...) “ (vs.1) - Luc.2:4 / Rom.15:12
Toekomst: “Maar Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns mond en met de
adem Zijner lippen de goddeloze doden. Gerechtigheid zal de gordel
Zijner lendenen zijn en trouw de gordel zijner heupen. Dan zal de
wolf bij het schaap verkeren en de panter zal zich nederleggen bij het
geite bokje (...) .”
7. Jesaja 53:12
Vervuld: “Omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood” - Joh.19:30
Toekomst: “Daarom zal ik hem een deel geven onder velen, en met machtigen zal
hij de buit verdelen.”
8. Jesaja 61:1-4
Vervuld: “De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd
heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan
ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevan-
genen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevan-
genis, om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN (...) ”
Mat.11:5 / Luc.4:18-19
Toekomst: “en een dag der wrake van onze God, om alle treurenden te troosten,
om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve
hoofdsieraad in plaats van as (...).”
9. Joël 2:23,24
Vervuld: “En gij, kinderen van Sion, juicht en verheugt u in de HERE, uw God,
want Hij geeft de leraar ter gerechtigheid” - Joh.3:2
Toekomst: “Ja, de regenstromen laat Hij voor u nederdalen, vroege regen en late
De vervallen hut van David 19
regen, zoals voorheen. De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de
perskuipen van most en olie overstromen. Ik zal hen vergoeden de
jaren (...) .”
10. Micha 5:1-4
Vervuld: “En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van
Juda, uit u zal Mij voortkomen (...) .” - Mat.2:1 / Luc.2:4
Toekomst: “Die een heerser zal zijn over Israël. Dan zal het overblijfsel zijner
broederen terugkeren met de Israëlieten (...) .”
11. Zacharia 9:9,10
Vervuld: “Juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u,
zegevierend, nederig, rijdende op een ezel, op een ezelshengst,
een ezelinnejong” - Mat.21
Toekomst: “Dan zal Ik de wagens uit Efraïm en de paarden uit Jeruzalem teniet
doen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan; en Hij zal de volken vre-
de verkondigen en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot
zee en van de Rivier tot de einden der aarde.”
12. Zacharia 13:7-9
Vervuld: “Zwaard, waak op tegen mijn Herder, tegen de man, die mijn metgezel
is, luidt het woord van de HERE der heerscharen; sla die
herder, zodat de schapen verstrooid worden” - Mat.26:31
Toekomst: “In het gehele land, luist het woord des HEREN, zullen twee derden
uitgeroeid worden en de geest geven, maar een derde zal daarin
overblijven. Dat derde deel zal Ik in het vuur brengen en Ik zal hen
smelten, zoals men zilver smelt, ja hen louteren, zoals men goud lou-
tert. Zij zullen Mijn Naam aanroepen en Ik zal hen verhoren. Ik zeg:
Dat is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HERE is mijn God.”
(einde citaat Amen, n°16, december 1997.)

Wat moeten we hier allemaal op zeggen? Ogenschijnlijk hebben verdedigers van een
toekomstig duizendjarige regering problemen met teksten opsplitsen. Ze willen zondermeer
splitsen zodat men van een meervoudige profetie kan spreken. Men zet tussen de vervulling van
een eerste deel en het daaropvolgende deel, perioden van nu bijna tweeduizend jaar.

KAN DAT ZONDER DE SCHRIFT GEWELD AAN TE DOEN?

We gaan in op de vorige teksten en wat ze suggereren en één voor één bedenkingen maken.
1°) Deut.18:15. Het gedeelte “naar Hem zult gij luisteren” zou voor de toekomst zijn. Heeft deze
schrijver zo weinig kennis over het NT en de vervulling ervan? Is het zijn bedoeling te beweren dat
alle Joden in de toekomst onvoorwaardelijk naar Hem zullen luisteren? Ja, natuurlijk want hij is
een leerling van de dispensatieleer! Die gedachte is in strijd met de daaropvolgende verzen
De vervallen hut van David 20
Deut.18:18-20. Al tijdens de prediking van Jezus is het duidelijk dat Hij “de profeet” is (Joh.1:45 /
4:19,25 / 6:14 / Mat.11:15). Vanaf het moment dat Jezus zich openbaard als de “komende
profeet” is men Hem dat luisteren naar Zijn woorden en opvolgen van Zijn wetten verschuldigd.
En wie het verhaal van de apostelen leest in Handelingen kan de verwijzing naar Jezus = de
profeet uit Deut.18:15 toch niet gemist hebben (Hand.3:22 / 7:37 / Heb.2:14-17). Het is duidelijk
dat de Joden toen (en thans) Jezus van Nazareth dienen aan te nemen als de gezonden profeet.

2°) Ps.2:7-9. Het eerste gedeelte dat de schrijver van ’Amen’ toekomstig zet: “vraag mij” enz...
gaat niet in vervulling in het duizendjarige rijk maar sinds Pinksteren. Jezus is duidelijk “de Heer,
de Messias” (Hand.2:34-36). Wie zegt dat Hij nog niet alle macht heeft zowel juridisch als
wettelijk, neemt een loopje met de Bijbelse waarheid (Mat.28:18 / Eph.1:21 / Phil.2:9-11 /
Heb.2:8 / Opb.11:17). Petrus zegt tot Cornelius dat Hij “de Heer is van allen” zowel over Joden als
Heidenen (Hand.10:36). Waarom joden Hem hebben verworpen is niet in één zin te beschrijven.
Maar lees Paulus en zijn Romeinenbrief er eens op na: dat is vroeg-christelijke leer. Daar is het
duidelijk: niet-gelovige joden horen volgens zijn uitleg niet bij het volk van God.

Het tweede deel, het stukslaan van de goddelozen zal zijn vervulling hebben bij de tweede
komst. Niet in de zin van wie geloofd in een nog toekomstig rijk want dan is het tweemaal dat de
profetie vervuld wordt: een eerste maal bij de onzichtbare komst en 1.007 jaar later nog eens aan
het eind van de duizendjarige regering (Opb.20:7-10). Dat is er één te veel. Hoe dat oplossen!
Gewoon géén duizendjarig rijk invoegen ná de Wederkomst van de Heer.

3°) Psalm 22. Waarom dat gedeelte nog verplaatsen naar de toekomst wanneer het evident is dat
sinds Pinksteren en vooral vanaf de bekering van Cornelius er bij God geen onderscheid in rassen
meer is! Redding voor eenieder die zal geloven (Rom.1:16). De Heidenen die zich bekeren
ontvangen dezelfde Heilige Geest die drie jaar voordien met Pinksteren op die eerste discipelen is
gekomen (Hand.2:17 / 10:45). We moeten prediken dat mensen zich nu dringend dienen te
bekeren. Een tweede kans komt er niet (Mat.28:19 / Luc.24:47), en uitzonderingen voor joodse
afstammelingen zijn er niet. Er is maar één regel: Jezus aannemen als Messias!

4°) Psalm 110:1. Zelfde opmerking als punt twee. En alles is Hem nu al onderworpen, slechts de
uitvoering ervan is voor een deel toekomstig (1 Pet.3:22). Een koning of rechter die een uitspraak
doet of veroordeling laat die niet steeds onmiddellijk uitvoeren. Het zal in één oordeel gebracht
worden, de levenden bij de Wederkomst en de doden die zijn opgestaan.

5°) Jesaja 9:5,6. Waarom dat gedeelte in de toekomst gezocht? Indien het gaat om begrippen die
te maken hebben met de middelaarsfunctie van Jezus dan is het toch nu dat we dit dienen te
plaatsen!
Zie de volgende Schriftuurplaatsen i.v.m. de “heerschappij” van Christus (Mat.28:18 / Eph.
4:15,16 / Heb.2:8). Als “wonderbare Raadsman” zie 1 Cor.1:30 / Col.2:3. En dat is ten dienste van
De vervallen hut van David 21
de gemeente in deze tijd. De Heilige Geest zal daaruit nemen (Joh.16:14). “Sterke God” is een
titel die Hij samen deelt met de Vader, sinds altijd en dewelke spreekt over Zijn godheid. Hij was
(en is) er vóór de aartsvader Abraham (Joh.8:58). Hij is (en was) één met de Vader (Joh.10:30). En
in Hem woont de godheid lichamelijk (Col.2:9). Christus is onze “eeuwige Vader” als schepper
volgens Joh.1:3 en Herschepper van de gevallen mens volgens Joh.1:4,5,14-18. En dat is
begonnen met zijn prediking. En gelukkig niet voor de toekomst! Anders ware er nog geen sprake
van de Kerk!

Hij is thans al onze Vredevorst. Hij heeft de vijandschap tussen Jood en Griek omvergeworpen
(Eph.2:14-18). Wanneer we “onvrede” hebben onder elkaar, ook als gelovigen, dan is dat door
ons handelen en niet het Zijne (Col.1:20,21). Daarom moeten we ook elkaar deze vrede
toewensen (2 Thes.3:16). Zijn vrede is over ons toegewenst sinds Zijn geboorte (Luc.2:14).

Daarom is er ook dat verschil tussen de gelovige Talmudjood en ons christenen. Voor ons
christenen is de Messias er reeds, de gelovige Talmudjood kan Jezus niet aannemen want hij
voldoet niet aan wat hij er zich heeft van voorgesteld. Daarom bidden ze nog steeds in de
vijftiende zegenspreuk uit het achttiengebed: “De spruit van David, uw dienaar, doe die snel
ontspruiten en zijn hoorn verheffe zich door uw bevrijding; want op uw bevrijding hopen wij heel
de dag. Gezegend gij, Heer, die de hoorn der bevrijding doet ontspruiten.”

6°) Jesaja 11:1-10. Natuurlijk zal Hij de aarde nog slaan met de roede van Zijn mond bij zijn
tweede komst. Maar zeg toch niet dat de Heer thans geen gerechtigheid heeft waarmee Hij
omgordt is! Zie Rom.14:17 / Rom.5:18. Indien Jezus die eigenschap nog niet zou bezitten dan kan
Hij momenteel ook nog niemand rechtvaardig verklaren!
Paulus citeert in Rom.15:7-13 een deel van Jesaja 11:10 en dat gedeelte is voor wie in een
toekomstige duizendjarige regering geloofd één van zijn bewijsplaatsen. Maar dat gaat niet op.
Het is reeds in vervulling sinds de apostelen bekeerlingen gemaakt hebben uit de heidenen. In dat
citaat worden vier bewijsplaatsen aangegeven door Paulus in de betekenis van “dit” in het OT =
“dat” in het NT. Zie 2 Sam.22:50 / Deut.32:43 / Ps.117:1 en Jes.11:10. Voor het citaat uit het boek
Samuël, zie ook nog naar een parallel in Ps.18:49.

7°) Jesaja 53:12. Dit is symbolische taal om ons erop te wijzen dat dezen die de leiding hebben in
de gemeente van Jezus ook al recht spreken (Eph.4:8-10 / Col.2:15). Heidenen die Gods woord
horen bekeren zich van hun goddeloze wandel (Hand.10:44,45 / 15:7). Wiens zonden zij zullen
vergeven (volgens Gods inzichten) zijn ook vergeven, dat is rechtspraak:
Joh.20:22,23: “22 En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang
de Heilige Geest. 23 Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze
hem toerekent, blijven ze hem toegerekend.”
De vervallen hut van David 22
Mat.16:19: “En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op
de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de
hemelen ontbonden zijn.
Mat.18:18: “Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden
zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.

8°) Jesaja 61:1-4. Dit zou één der teksten zijn die aan Bijbelverklaarders het recht geeft om
ergens in een tekst op te houden en het tweede deel van de tekst in de toekomst te zetten. Maar
dat recht hebben we niet bij nader onderzoek van dit gedeelte. Vooreerst: men zal toch niet
beweren dat het eerste gedeelte vervuld is en niet meer geldig zou zijn. Dat er nu niet meer
gepredikt dient te worden over “het jaar van welbehagen.” Het is toch onze bedoeling om tot
aan de Wederkomst te prediken dat er redding is in het bloed van Christus! Ten tweede: als u als
gewone “leek” of als voorganger in een gemeente niet tezelfdertijd de onbekeerde erop wijst dat
ongeloof uiteindelijk zal leiden tot Gods afkeuren voor de eeuwigheid dan heeft u een half
verhaal aan de man gebracht! God heeft de wereld lief, maar wie niet hoort wat de Geest zegt
komt in Gehenna en is al veroordeeld. Eigenlijk voordat het laatste oordeel komt. Lees toch
Joh.3:16-18 in één stuk door. Ten derde: Jezus heeft een belangrijke reden om toen zo vroeg in
zijn prediking niet te verwijzen naar dat slot van Jes.61:1-4. Maar Hij komt later uitdrukkelijk
daarop terug. Hij kan en mag zich als profeet aan Zijn toehoorders aanpassen. Nu met alle goed
dat God voor hen nog heeft, indien ze geloof oefenen. Maar luister op andere momenten naar
diezelfde Jezus die de wraak van God en veroordeling predikt; de gelijkenissen van Mat.13, het
oordeel over de Schriftgeleerden in Mat.23 en het oordeel over Jeruzalem en haar ongelovige
inwoners in Matthéüs 24. Laten we ons dus niet blindstaren op Jes.61:1-4. Lezen we het in het NT
zoals het er staat, maar zonder te vergeten dat er ook nog wat anders aanvullend bij staat.

9°) Joël 2:23,24. Lezen we wat in de context staat: indien Israël zich bekeert tot zijn God. Voor
wie bede en boete doet zal waar worden wat er staat. Maar dit komt tot géén vervulling
zondermeer. Het zou voor die tijd zijn. De tijd dat ze God nog gelovig konden volgen. Dat slaat op
de periode van Nehemia / Ezra en kort daarop. De verzen daaropvolgend slaan duidelijk op een
vervulling met Pinksteren. Toen heeft God Zijn Heilige Geest uitgestort. “Dit” van Joël is, “toen”
vervuld. Zie Hand.1:5,8 / 2:17-21. Het gelovige Israël heeft de vervulling dus ontvangen. Maar de
ongelovige Joden zullen het nooit ontvangen.

10°) Micha 5:1-4. Het gedeelte dat spreekt over het “overblijfsel” zou nog toekomst zijn. Maar
wie Romeinen 9-11 leest kan het toch niet ontgaan dat daar al over een bekeerd overblijfsel
gesproken wordt. En dat overblijfsel is, toen Paulus die brief schreef, al teruggekeerd. Niet naar
het land in Palestina, maar naar het geestelijke Israël. Daarin kan geen sprake zijn van
“onrechtvaardigheid” van Godswege (Rom.9:14). Heidenen die geloven in de verzoening - door
de persoon van Jezus - ontvangen dezelfde zegeningen als het overblijfsel (Rom.9:24-29). De
formule heeft dan ook betrekking op “het overblijfsel van gelovigen” en deze tekst kan - tot men
De vervallen hut van David 23
mij het omgekeerde bewijst - niet op ongelovigen (joden of heidenen) toegepast worden. Dat wil
dit zeggen: we leven thans in de tijd van het GEESTELIJK-herstel van Israël. En Israël moet zich
thans laten gezeggen wat de Messias Jezus van hen wil. De dispensatieleer moet leren dat er na
Romeinen 11:25;26 nog andere zaken staan. We citeren verzen 30 en 31 die aantonen dat de
uitleg van de bedelingen niet klopt met hun beweringen. “30 Zoals ook u immers voorheen God

ongehoorzaam was, maar NU ONTFERMING VERKREGEN hebt door hun

ongehoorzaamheid, 31 zo zijn OOK ZIJ NU ONGEHOORZAAM GEWORDEN , opdat


ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen.” Dat is duidelijke taal:
de gelovigen van zowel joden als heidenen zijn sinds de dagen van de apostelen uitverkoren en
dat zal doorgaan tot de Wederkomst. Het is niet eerst de heidenen en dan de joden. Ook hier
staat er eerst de joden verkiezen: vanaf Pinksteren en drie jaar ongeveer later de heidenen. De
verkiezing van God loopt ongestoord vanaf die tijd door. En het heeft niets te maken met 1948, de
stichting van de menselijke staat ISRAËL!

11°) Zacharia 9:9,10. Het eerste gedeelte van deze twee verzen is duidelijk aangehaald bij de
intocht van Jezus op een ezel in Jeruzalem. De koning van Israël komt. Maar het volk en vooral de
Schriftgeleerden hebben Hem verkeerd begrepen. Want die Jezus voldoet niet aan wat ze over de
Messias denken: Hij grijpt niet naar het zwaard en predikt geen opstand tegen Rome. Hij is de
beloofde Messias niet, daarom weg met Hem. Ook dat vers dat erop volgt past niet in het kader
van de Schriftgeleerden van toen en de leraren van een toekomstig herstel van Israël. Toch moet
men geen toekomstige vervulling verwachten omdat ook dit thans geschiedt. Merk op dat er over
de ezel rijdende Messias staat dat Hij zegevierend op de ezel zit. Want Hij overwint, zonde, dood
en wereld. Hij heeft zodoende, volgens vers 10, de echte oorlog weggedaan en vrede gebracht.
Een heerschappij van zee-tot-zee en tot de uiteinden der aarde, dus wereldwijd. Lees dus maar
wat Jezus - door de Kerk van Joden en Heidenen - doet in Eph.2:14,17. Dat was al de bedoeling
sinds Zijn geboorte op aarde (Luc.2:14). We hebben dus de vrede waarover Zach.9:10 spreekt
tijdens dit leven te ontvangen. Romeinen 5:1 is daar duidelijk in: “1Wij dan, gerechtvaardigd uit
het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.”

Wie is de “Koning van de Joden”

In een klein dorpje geboren! Micha 5:1: “1 En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te


zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in
Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.”
De vervallen hut van David 24
De wijzen van het Oosten zochten HEM. Matthéüs 2:2: “2 en zeiden: Waar is de Koning
van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn
gekomen om Hem te aanbidden.”
Simeon in de tempel profeteerde over “heerlijkheid voor uw volk Israël.” Het staat in Lucas
2:32: “32 een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken.” En
we moeten dat vergelijken bij Jesaja 40:5: “5 De heerlijkheid van de HEERE zal
geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van de HEERE
heeft gesproken.”
Zacharias, de vader van Johannes (de Doper) profeteert van “redding van vijanden”
beschreven in Lucas 1:71: “71 namelijk verlossing van onze vijanden en bevrijding uit de
hand van allen die ons haten.”
Zacharias, de vader van Johannes (de Doper) profeteert dat Israël God zou dienen “zonder
vrees en verlost worden” beschreven in Lucas 1:74: “74 dat wij, verlost uit de hand van
onze vijanden, Hem zouden dienen zonder vrees.”

12°) Zacharia 13:7-9. Waarom dat tweede deel naar de toekomst versluizen? De schapen werden
verstrooid toen Jezus werd gevangengenomen. Maar is in de geschiedenis die erop volgt niet
duidelijk geworden dat dit is vervuld in de tijd daaropvolgend. Dat het overgrote deel van Israël
zich afkeert van de Messias (zie het boek Handelingen). Dat een klein overblijfsel zich laat
reinigen, 3.000 op die Pinksterdag, enkele weken later nog 2.000 enz... En dat Gods wet in hun
binnenste is geschreven zodat ze werkelijk kunnen zeggen: “De Here is mijn God” (Hand.2:
38,39). Maar ook dat de ongelovigen in de daaropvolgende oorlog met Rome (van 66-70 NC)
gruwelijk uitgemoord worden. Voorzien door God en voorspeld door de profeet die Mozes heeft
beloofd (Mat.24:3-29). De profetie is dus wel degelijk vervuld!

We lezen in ’Nieuws uit Israël’, n°8, augustus 1994, blz.7 tot onze verbazing: “De zeven
gelijkenissen in Mattheüs 13 worden ingeleid met de zin: “Op die dag ging Jezus het huis uit en
Hij zat bij de zee” (v.1). In profetisch licht gezien, wil dat zeggen - zoals we in het eerste deel
gezien hebben -, dat Jezus het huis Israëls verliet en naar de zee der naties ging, om daar een
andere akker voor het zaad van het Evangelie te zoeken. Uit liefde voor ons liet Hij het huis Israëls
voor een tijd woest achter. Is men de simpele regel vergeten alles in de Bijbel letterlijk te lezen
tenzij er een andere reden toe is? Maar welke reden is er op begrippen als “het huis uitgaan” en
aan “zee zitten” een gnostische symbolische uitleg toewijzen? Deed Origenes niet hetzelfde?
Maar de schrijver van het artikel, Norberth Lieth zal hem waarschijnlijk niet willen aannemen als
een “goed” Bijbelcommentator.

“Uit liefde voor ons liet Hij het huis Israëls voor een tijd woest achter” zegt de schrijver. Wat
hebben we aan zo een uitleg: niet zoveel denkt u! Ik weet met zekerheid dat het eeuwig nieuwe
verbond van God met Israël werd gesloten op de Pinksterdag, van het jaar dat Jezus stierf. Hij had
het voorzegt in zijn uitleg bij het laatste avondmaal.
De vervallen hut van David 25
Mattheüs 26:28: “want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen
vergoten wordt tot vergeving van zonden.”
Handelingen 3:25,26: “25 U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze
vaderen sloot, toen Hij tegen Abraham zei: En in uw Nageslacht zullen alle geslachten van de
aarde gezegend worden. 26 God, Die Zijn Kind Jezus heeft doen opstaan, heeft Hem eerst naar u
gezonden om u hierin te zegenen dat Hij ieder van u zou afbrengen van zijn slechte daden.”
2 Corinthe 3:6: “6 Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond
te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
Epheziërs 2:12: “12 dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van
Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder
God in de wereld.”

Deze vier teksten spreken over hetzelfde: het Nieuwe Verbond dat God zal sluiten met zijn volk.
Maar we zetten deze opmerking erbij: de eerste twee zijn woorden gesproken tot alleen joden en
de twee laatste zijn geschreven aan bekeerde heidenen. Alle Messias belijdende hebben deel aan
dat Nieuwe Verbond. Dus in de lijst hierboven is door God zelf nog wat aan toegevoegd: ook
heidenen die zich met het Nieuwe Israël identificeren delen in de gaven van YaHWeH en allen
ontvangen dezelfde zegeningen. De schrijver citeert Jeremia 50:4 waar ook staat dat: ”en de
Judeeërs tezamen” zich God tot keren. Wèl in Romeinen 9:24-29 zegt Paulus op basis van twee
teksten van het Oude Testament dat de 10 stammen kunnen gezien worden als de heidenen. Als
ze de Verlossing van Jezus aannemen zijn ze kinderen van God en vormen samen met bekeerde
Joden het Nieuwe Israël. Paulus zegt in vers 24: “24 Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet
alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.” De uitleg van die Amerikaanse theoloog heeft dus
weinig wol om het lijf!

Er zijn zo honderden voorbeelden aan te halen, van meervoudige vervullingen. We vinden er


nog zo een rare in ’Questions’ blz.500, 501 een boek van de Zevende-dag-Adventisten. De Satan
die duizend jaar alleen overblijft op de aarde in het duizendjarige rijk komt overeen met de bok
van Azazel die op de verzoendag de woestijn wordt ingestuurd. Dat zou te bewijzen zijn door
Lev.16:20-22. Maar de echte specialisten (?) in dit verband zijn de mensen van de WT. Meer dan
40 profetische voorbeelden, uit het OT voorspellen volgens hen dat er een grote schare van
mensen zal zijn die de 144.000 uit de Openbaring zullen bijstaan in de prediking. Allemaal vanaf
het jaar 1935 in vervulling gegaan. Dat is een verwrongen exegese.

De slordigheid van dezen die in een dubbele of meervoudige vervulling geloven is een aanslag
op de echte waarheid die het Nieuwe Testament ons weet door te geven. Laat ons in de volgende
tabel even nagaan wat er in de eerste gemeenten allemaal werd gepredikt als evangelie of goed
nieuws het Griekse begrip “euangelion”:
1°) Over Jezus Christus: Marc.1:1 / Luc.2:10 / Hand.5:42 / 8:12,35 / Rom.1:8 / 1
Cor.9:12 / Gal.1:7,16
De vervallen hut van David 26
2°) Over het Koninkrijk: Mat.4:23 / 9:35 / 24:14 / Marc.1:14,15 / Hand.8:12 / 20:24
3°) Over God: Rom.1:1 / 15:16 / 2 Cor.11:7
4°) Over het geloof: Eph.1:23
5°) Over redding: Eph.1:13
6°) Over vrede: Hand.10:36 / Eph.2:17 / 6:15
7°) Over het woord: Hand.8:4
8°) Over Gods genade: Hand.20:24
9°) Over Gods heerlijkheid: 2 Cor.4:4 / 1 Tim.1:11
Het is een “heilig geheim” (Eph.6:19), een “mijn evangelie” (Rom.16:25 / 2 Tim.2:8), “ons
evangelie” zegt Paulus (2 Thes.2:14).
Maar is er één tekst die zegt dat het “goede nieuws” dat werd gepredikt over een duizendjarige
rijk gaat? Niet één! De prediking van een eventueel herstel van het volk Israël (en zulke teksten
zijn er) staan niet op zichzelf. Herstel van Israël is er niet zonder herstel van alle volkeren en dat is
slechts na de (geestelijke) duizendjarige regering. Ze worden allen hersteld zonder uitzondering!
Zie o.a.: Opb.20:11-13 / 21:3 / 22:2.

Aan de volgelingen van de leer van de bedelingen geven we nog dit mee, om met aandacht te
lezen. Waaraom zou God nog een vernieuwing van de wet van Mozes en een tempel invoeren in
een duizendjarig rijk? Galaten 4:21-4:31 zegt (Naardense Vertaling):

“21 Ge moet het me eens zeggen, gij die onder een wet wilt staan: hoort ge de Wet niet? 22 Er
staat immers geschreven dat Abraham twéé zonen had, één uit het dienstmeisje en één uit de
vrije vrouw. 23 Die uit het dienstmeisje is ‘naar het vlees’ voortgebracht, en die uit de vrije vrouw
door de belofte. 24 Deze dingen moeten zinnebeeldig worden verstaan; want de twee vrouwen
zijn twee verbonden; het eerste is afkomstig van de berg Sinaï en brengt knechtschap voort: dat is
Hagar. 25 ‘Hagar’ is de berg Sinaï in Arabië, en die beantwoordt aan het Jeruzalem van nu; want
dat leidt met haar kinderen een dienstknechtelijk bestaan. 26 Maar het Jeruzalem bóven is een
vrije vrouw, en die is onze moeder; 27 er staat immers geschreven: ‘verheug je, onvruchtbare die
niet baart, barst uit en schater, jij die geen weeën kent, want talrijker zijn de kinderen van de
verlatene dan van haar die de man heeft!’ 28 Welnu, gíj, broeders–en–zusters, zijt zoals Isaak
kinderen van belofte! 29 Maar zoals toen degene die ‘naar het vlees’ is voortgebracht hem die
‘naar de Geest’ kwam vervolgde, zo gaat het ook nu. 30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Drijf het
dienstmeisje en haar zoon uit; want de zoon van het dienstmeisje zal niet mee–erven met de zoon
van de vrije vrouw!’ 31 Samenvattend, broeders–en–zusters: wij zijn geen kinderen van een
dienstmeisje maar van een vrije vrouw!”

En een kort citaat hierbij. Citaat van Dr. S. Greijdanus, Galaten Korte verklaring der Heilige
Schrift, Kampen, J.H. Kok, 1950, bij Galaten 4. [Staat op http://www.enigstetroos.org/]
De vervallen hut van David 27
“26 Maar het Jeruzalem omhoog, het hemelse Jeruzalem, en wie er als kinderen toe behoren, de
gelovigen, die door Gods Geest bezield zijn, en geleid worden, en alzo hun gerechtigheid door
Gods genade ontvangen, en van Zijn ontferming in den Heere Christus verwachten, is vrij, staat
niet onder de wet met haar eis van volkomen gehoorzaamheid, en met haar verdoemende kracht,
doch is ontslagen van de verplichting, om door eigen doen en wetsvervulling zich heil te
verdienen, omdat de Heere Christus zijn gerechtigheid is, en het alzo vrij is van schuld en straf en
vloek en dood en verderf en satan, 3:13; 5:1, 13. En dat is onze moeder. Verscheidene
handschriften bieden de lezing: ons aller moeder. Maar omdat gemakkelijker te verklaren valt, dat
men bij het overschrijven het woord aller ging invoegen, dan uitlaten, is het waarschijnlijk niet
oorspronkelijk. Nadruk legt de apostel op ons, dat nl. dit Jeruzalem omhoog de moeder is van ons.
De anderen behoren tot het aardse Jeruzalem, tot het dienstbare, wij hebben tot moeder het
Jeruzalem omhoog, het vrije. Deze ons of wij zijn de gelovigen, die als de apostel Paulus al hun
gerechtigheid alleen in den Heere Christus zoeken en hebben, zonder op Judaïstische dwaalwegen
af te dolen.”

Laat ons even kijken naar de uitleg van Paulus wat betreft de profetische toekomst voor de Joden.
Vooraf een reeks teksten uit die Romeinenbrief. Dubbele vervullingen zijn geen punt voor hem:
wel je relatie tot Jezus dat is het centrale punt.

Hier gaan de meesten van de leer van bededelingen aan de haal met een trofeee die hier niet
genoemd is in deze verzen. Men gaat zonder te blozen vanuit de bewering dat: ”de genadegaven
en de roeping van God zijn onberouwelijk” zijn, tot een gewaagde conclusie. Men zegt: aangezien
het land één van de meest voor de hand liggende geschenken van God was onder het oude
verbond, heeft het etnische Israël daar een voortdurende recht op. Maar de context verwijst niet
eens naar het land Israël. De nadruk ligt hierop en dat staat aan het begin van dit gedeelte:
“Romeinen 9:4 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de
heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.” Maar God geeft dat
niet zondermeer: enkele zaken zijn voor de eeuwigheid afgeschaft, de wetgeving van Mozes en de
eredienst, want daar moet je ook een tempel voor hebben en priesters en dieren om te offeren.
Dat is er niet meer nodig en Paulus is daar uitdrukkelijk in. Ook het land Israël is daar niet
noodzakelijk voor. God maakt door middel van Paulus duidelijk dat Gods beloften aan Israël alleen
vervuld zijn en zullen/kunnen worden in en door het evangelie van Jezus Christus (Romeinen 11:
26-32). De patriarchen en de menselijke afkomst zijn niet het belangrijkste maar hoe sta ik
tegenover het werk van Christus: kan ik Hem aannemen en Hem mijn Messias noemen. Daar ligt
het belangrijkste voor een jood de rest is verpakking.

Het Koninkrijk Gods “is” begonnen. En ook het Nieuwe verbond met Israël is met Pinksteren
begonnen. Dat is duidelijk wanneer we de oorspronkelijke profetie in Jer.31:31-34 vergelijken met
Heb.8:8-13 / 10:15-17 / Mat. 26:28 en Rom.8:4. Het gaat niet meer om “de besnijdenis van het
vlees” maar om “de besnijdenis van het hart” (Deut.10:16 / 30:6 / Rom.2:28,29 / 9:6-8).
De vervallen hut van David 28

De Heilige Geest afgebeeld als een duif in de Sint-Pietersbasiliek.


Van Lorenzo Bernini - Een glas-in-loodraam. Franco Origlia / Getty Images

Hoofdstuk 2

Profetie van Immanuel in Jesaja

Immanu-el (‫מנ ו ו אל‬‫ע ו‬, ‛immanu'el): Deze naam komt


niet meer dan drie keer in de Bijbel voor. Tweemaal in
het OT (Jes.7:14 en 8:8) en eenmaal in het NT (Matthéüs
1:23). In het Hebreeuws betekent dat woord: God is
met ons. ‫לכ ן ית ן אדנ י הו א לכ ם או ת הנ ה העלמה‬
‫ הרה וילדת בן וקראת ששמו עמנו אל׃‬De Septuagint (LXX) heeft het vertaald als: Εμμανουηλ,
Emmanouel.

Peter A. Slagter, leerling van de dispensatieleer, schrijft in het blad AMEN n° 40 - DECEMBER
2001 op pagina 4 over: “De profetie van Jesaja.” Hij is een volgeling van de dispensatieleer en
zegt over profetie IN HET ALGEMEEN dit: “En hoewel een deel van deze voorzegging in die dagen
reeds een (voor-) vervulling heeft gekend, betekent dat nog niet, dat de profetie als zodanig
vervuld is.
De meeste profetieën kennen een gedeeltelijke vervulling in het verleden en een volledige
vervulling in de toekomst!”

De omstandigheden toen deze profetie werd uitgesproken, hebben meerdere commentators


van de Bijbel in de richting gestuurd van een “Immanuël” die werd geboren in Jesaja’s tijd. Dat
zou dan iemand zijn die destijds ook als een “passend teken” diende dat God met de joden was.
We zitten in de 8ste eeuw voor Christus. En Pekah, de koning van Israël (10 stammenrijk), en Rezin,
de koning van Syrië, hadden hun zinnen erop gezet om Achaz, de koning van Juda (2
stammenrijk), ten val te brengen. Om er daarna de zoon van Tabeël op de troon te zetten (Jes.7:1-
6). YaHWeH had echter zijn verbond met David gesloten wat betreft het Koninkrijk. Achaz (plm.
De vervallen hut van David 29
735 v. Chr.) had David als voorvader, en God zond Jesaja, zijn profeet, met een geruststellende
boodschap volgens Jes.7:13-16:

“13 Toen zei hij: Luister toch, huis van David, is het u niet genoeg mensen te vermoeien,
dat u ook mijn God vermoeit? 14 Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de
maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven. 15
Boter en honing zal Hij eten, totdat Hij in staat is het kwade te verwerpen en het goede te
kiezen. 16 Voorzeker, voordat de jongen in staat is het kwade te verwerpen en het goede
te kiezen, zal het land verlaten zijn, namelijk het land van de twee koningen voor wie u in
angst verkeert.”

Daarna komt in hoofdstuk 8, een profetisch woord over de geboorte van de tweede zoon van
Jesaja: Maher Sjalal Chasj Baz ( ‫בז‬
‫חשש ב‬
‫לל ח‬
‫הר שחש ח‬ ‫ ב‬vertaald: haastende tot de roof is hij spoedig tot
‫מ ה‬
buit). “1 Verder zei de HEERE tegen mij: Neem u een groot schrijfbord en schrijf daarop, voor
iedereen leesbaar: Maher Sjalal Chasj Baz. 2 Toen nam ik voor mijzelf betrouwbare getuigen:
Uria, de priester, en Zacharia, de zoon van Jeberechja. 3 Ik was tot de profetes genaderd, zij werd
zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam Maher Sjalal Chasj
Baz.”

Het vervolg van de profetie beschrijft dan hoe de bedreiging van Juda nog groter zal zijn.
Jes.8:5-10 ingekort:
“5 De HEERE sprak opnieuw tot mij: … daarom, zie, doet de Heere over hen opkomen de
machtige, geweldige wateren van de rivier de Eufraat, namelijk de koning van Assyrië met
al zijn luister. … 8 Hij dringt door tot in Juda, overspoelt het, trekt er doorheen, hij reikt tot
aan de hals, en zijn uitgebreide vleugels zullen de volle breedte van Uw land innemen,
Immanuel! … 10 Beraam een plan – het zal verijdeld worden! Spreek een woord – het zal
niet tot stand komen! Want God is met ons.”

Achaz moet niet bevreesd zijn voor Rezin en Pekah. Die zijn niet meer dan “walmend
brandhout.” Zij denken het koningshuis van David te vernietigen. Maar dat zal hen niet gelukken.
Damaskus met Rezin (de Syriër) en Samaria met Pekah verspelen het, ook het Noordelijk rijk van
Israël gaat zijn ondergang tegemoet en verbanning naar Assyrië. Het gaat dus over de goddeloze
koning Achaz en het volk van het tweestammenrijk: ze zijn rondom bedreigd. De rechtvaardigen
zien uit naar een verlossing, maar ze blijft uit. Hun koning Achaz moet er niets van hebben, hij zal
het wel klaren! “Achaz deed wat kwaad was in de ogen des Heeren.” De profeet Jesaja komt tot
Achaz. Hij zegt dat Efraim binnen 65 jaar zal gebroken worden. En Achaz wordt belegerd: 120.000
gedood omdat ze de HEERE hadden verlaten. Vergelijk 2 Kon.2:16 en 2 Kron.2:28.

Het gaat dus over de goddeloze koning Achaz en het volk van het tweestammenrijk is rondom
bedreigd. En de rechtvaardigen zien uit naar een verlossing, maar ze blijft uit. Maar hun koning
De vervallen hut van David 30
Achaz moet er niets van hebben. “Achaz deed wat kwaad was in de ogen des Heeren.” De profeet
Jesaja komt tot Achaz. Hij zegt dat Efraim binnen 65 jaar zal gebroken worden. En Achaz wordt
belegerd: 120.000 gedood omdat ze de Heere hadden verlaten. Het verhaal staat in 2 Kon.2:16 en
2 Kron.2:28.

Laat ons nu even gaan zien wat commentatoren zeggen. Enkelen zijn de mening toegedaan:
“Immanuël” was destijds een derde zoon van Jesaja was met zijn tweede vrouw na het overlijden
van zijn eerste, een joods jong meisje. Bijna alle joodse commentators trachten de profetie op de
geboorte van een zoon van Achaz = Hizkia toe te passen. Dat moeten we echter uitsluiten,
aangezien die profetie door Jesaja tijdens de regering werd gespreken van Achaz (Jes.7:1) En zijn
zoon Hizkia was toen al rond de acht à tien jaar oud. Vergelijk hier 2 Kon.16:2 en 18:1,2.

Er zijn nog andere mogelijkheden geopperd. Het ging om Jesaja’s tweede zoon, Maher Sjalal
Chasj Baz die in het hoofdstuk 8 wordt genoemd. Jes.8:3,4 zegt ons: “3 Ik was tot de profetes
genaderd, zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zei de HEERE tegen mij: Geef hem de naam
Maher Sjalal Chasj Baz. 4 Want voordat het jongetje papa of mama zal kunnen roepen, zal men
het vermogen van Damascus en de buit van Samaria vóór de koning van Assyrië dragen.” Hier zijn
mogelijke overeenkomsten te vinden met wat er over Immanuël werd gezegd: problemen met de
koningen van Damaskus en van Samaria (Jes.7:16). En moielijke omstandigheden voor Juda. Van
de geboorte van Jesaja’s tweede zoon is er een profetie betreffende Immanuël. Want zei Jesaja
soms ook dit niet: “18 Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, dienen tot tekenen
en wonderen in Israël, afkomstig van de HEERE van de legermachten, Die op de berg Sion woont.”
Jes.8:18.

Maar er zijn een reeks bezwaren tegen het vorige. Het voornaamste bezwaar tegen een
identificeren van Immanuël met de tweede zoon van Jesaja is problematisch. Want over Jesaja’s
vrouw wordt gesproken als “de profetes” (= de vrouw van de profeet), niet als “de maagd.” Ze is
bovendien reeds moeder van Jesaja’s eerstgeboren zoon, Sjear-Jasjub, en dus is ze geen “meisje”
meer (Jes.7:3 / 8:3). Dus een opmerking: het Hebreeuwse woord dat hier met “meisje” is
vertaald, is niet “bethoe·lahʹ” het woord dat specifiek “maagd” betekent. Hier staat “ʽal·mahʹ”,
wat een ruimere betekenis heeft en duidt op een jonge vrouw en die kan zowel een maagdelijk
meisje zijn of een pasgehuwde vrouw. Het enkelvoudige woord ʽal·mahʹ vinden we in zes andere
teksten, waarvan er meer dan één over een maagdelijk meisje spreekt. Gen.24:43 (vergelijk met
het vers 16) / Exodus 2:8 / Psalm 68:25 / Spreuken 30:19 / Hooglied 1:3.
 De International Standard Bible Encyclopedia zegt hier: “Terwijl bethulah (van batthal,
gerelateerd aan badal, te scheiden, sejungere) een meisje betekent dat in afzondering
leeft in het huis van haar ouders en nog ver van huwelijk is,' almah (van 'alam, gerelateerd
aan Chalam, en mogelijk ook naar ‫לם‬ ‫ א‬, om sterk te zijn, vol van kracht, of aangekomen
‫א ל‬
op de leeftijd van de puberteit) wordt toegepast op iemand die volledig volwassen is en de
tijd van haar huwelijk nadert.”
De vervallen hut van David 31

Dr. J. Ridderbos, heeft in zijn Jesaja I en II, Korte verklaring der Heilige Schrift, (vanaf 1926) een
degelijke uitleg aan ons hierover gegeven:
“De Immanuel, het geloofskind is type van de Messias, vgl. ook 8:8 (waar Jesaja de naam
Immanuel in Messiaanse zin noemt). Tegenover de wereldmacht, waarop Achaz bouwt, is
deze knaap met zijn wonderlijke naam het teken van het werk Gods tot verlossing van Zijn
volks; en het voorbeeld van Hem, in Wie het God-met-ons volle werkelijkheid is geworden.
Ook in de wijze, waarop de profeet hier, zonder een vader te vermelden, gewaagt van deze
maagd, die moeder wordt, is op te merken de Goddelijke wijsheid, die aldus Christus’
geboorte uit de maagd Maria, zonder toedoen des mans, van tevoren deed aanduiden;
gelijk de Verlosser ook in het paradijs reeds het ‘zaad der vrouw’ is genoemd. Gen. 3 : 15;
vgl. nog Mi. 5 : 2.”
Het gaat hier zondermeer over een wonderkind dat zal geboren worden: zoon uit een jonge
huwbare vrouw, die nog niet andere kinderen heeft gebaard. In dit kind zal de belofte van
reddende genade zijn vervulling vinden.

En nog een kort citaat van Matthew Henry in dit verband (uit de Nederlandstalige versie).
“B. Deze Messias zal ingeleid worden voor een heerlijke boodschap, die opgesloten ligt in Zijn
heerlijke naam, men zal Zijn naam Immanuel heten-Immanuel, God met ons, God in onze
natuur, God in vrede met ons, in verbond met ons. Dit is vervuld geworden, toen zij Zijn naam
noemden Jezus-Zaligmaker, Mattheus 1:21, 23. Want indien Hij niet Immanuel-God met ons
ware geweest, dan zou Hij niet Jezus-Zaligmaker, hebben kunnen wezen. Nu was dit nog een
verder teken van Gods gunst jegens het huis van David en de stam van Juda, want Hij, die
voornemens was deze grote verlossing voor hen te werken, zal ongetwijfeld ook al de andere
verlossingen tot stand brengen, welke daarvan type en afschaduwing moesten zijn, er als het
ware het preludium van zullen zijn. Hier is een teken voor u, niet in de diepte, noch in de
hoogte, maar in de profetie, in de belofte, in het verbond, gemaakt met David, waarvoor gij
geen vreemdelingen zijt, het beloofde Zaad zal Immanuel, God met ons wezen, laat dit woord
u vertroosten, Hoofdstuk 8:10, God is met ons, en, vers 8, dat uw land Immanuels land is. Laat
het hart van het huis Davids niet aldus bewogen worden, vers 2, noch Juda het aanstellen tot
koning vrezen van de zoon van Tabeal vers 6, want niets kan de erfopvolging afsnijden van de
Zone Davids, die Immanuel zal zijn." De sterkste vertroostingen in tijden van benauwdheid zijn
die, welke ontleend zijn aan Christus, aan onze betrekking tot Hem, ons deel aan Hem, en onze
verwachtingen van Hem.

Immanuël is in het Nieuwe Testament onmiskenbaar geïdentificeerd geworden als Jezus de


Christus. Het gebruik van het Hebreeuwse woord ʽal·mahʹ in de profetie strookt dus daarmee:
Mat.1:23: “Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de Naam
Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons.”
De vervallen hut van David 32
Lucas 1:31: “En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Naam
Jezus geven.”
Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat Maria toen maagd was, wel in ondertrouw, dus al
met afgelegde beloften. Maar op het moment dat zij “zwanger [werd] door de Heilige Geest”,
toen was ze volgens de historische feiten opgetekend door Mattheüs en Lukas: nog een echte
maagd (Mat.1:18-25 / Lucas 1:30-35). Matthéüs hoofdstuk 1 maakt er een opmerking bij: “22 Dit
alles is geschied opdat vervuld werd wat door de Heere gesproken is door de profeet.” Toen
citeerde de schrijver in het daaropvolgende vers de tekst van Jesaja 7:14. Het was HET teken
waardoor de verwachte Messias werd geïdentificeerd. In overeenstemming daarmee gebruikt
Matthéüs in zijn evangelie de weergave van de Griekse Septuaginta Bijbel het Griekse woord
“parʹthe·nos”, dat in ons Nederlands als “maagd” te vertalen is. Dat wil zeggen, het Hebreeuwse
woord ʽal·mahʹ is daar weergegeven, als “maagd [parʹthe·nos]” (Mat.1:22,23). Het wil zeggen dat
Matthéüs er geen bepaalde draai aan gegeven heeft maar gewoon de Griekse Septuaginta - door
Joden zelf gemaakt jaren voordien - in hun vertaling van Jesaja 7:14 het woord “parʹthe·nos” is
gebruikt. De belangrijkste teksten van het Nieuwe Testament die naar Jesaja verwijzen zijn deze:
Matthéüs 1:21-25 / 3:3 / 3:4-6 / 4:16-41 / Johannes 12:38 / Hand.8:28 en Rom. 10:16-21.

We komen tevens te weten uit de evangeliën wat er is aangegeven over de voorvaders van
Jezus komen vanaf het zaad van de vrouw Eva.In de Bijbel is ons duidelijk gemaakt dat Jezus zou
voortkomen uit het geslacht van:
De vrouw Gen.3:15
Abraham Gen.17:7
Isaak Gen.21:12
Jacob Num.24:17
Juda Gen.49:10 en
David Ps.132:11 / Jes.9:6 / 11:1 / Jer.23:5
Geboren worden uit een maagd (Jes.7:14). Dit is ons bevestigd in Matthéüs
1:18 / Lucas 1:26-35 / Lucas 2:5-7 en Galaten 4:4.

Gataten 4:4 geeft aan dat YaHWeH dat tijdstip van de geboorte bepaald heeft van tevoren. Er
staat: “4 Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een
vrouw, geboren onder de wet.” Met een beroep op deze teksten:
Gen.49:10: “De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen
zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.
Dan.9:24: “Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de
overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om
een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en
om de Heiligheid van heiligheden te zalven.”
We zien dat feit dat Jezus “een man” is: weergegeven in de registers van de voorvaders van Jezus,
samen met enkele dames die ook niet ontbreken. Die zijn opgenomen in Matthéüs 1 en Lucas 3.
De vervallen hut van David 33
En Handelingen 13:23 en Romeinen 1:3 geven daar een Nieuw Testamentische uitspraak over. De
maagdelijke geboorte is een Bijbels gefundeerde stelling en geen verzinsel van mensen, wat
sommige moderne theologen ook beweren. Dit is een Goddelijk heilsfeit want in Maria’s
maagdelijke schoot is de Redder geboren: God en mens in een Persoon zegt Johannes 1:14.

Dus laat ons niet gewoon maar geloven en beweren dat er een tweede vervulling is gedaan van
deze tekst: een eerste vervulling in de 8 ste eeuw voor Christus en dan de geboorte van Jezus. We
willen nog een andere opmerking maken. Er mag geen wildgroei zijn in de uitleg van een profetie.
In het NT vinden we enkele verwijzingen naar vervullingen van een profetie waarvoor een
combinatie van twee teksten (of meer) gebruikt wordt. Die zijn vanuit menselijk standpunt niet
altijd te combineren omdat ze in de context van het OT soms op twee verscheidene zaken
betrekking hebben. Maar onder inspiratie doen schrijvers van het NT dat toch, en waar zouden
wij dan bezwaren maken? Hier volgt zo een lijst:
Mat.21:5 = Jes.62:11 en Zach.9:9
Mat.21:13 = Jes.56:7 en Jer.7:11
Marc.1:2,3 = Mal.3:1 en Jes.40:3
Luc.1:16,17 = Mal.4:5,6 en Mal.3:1
Luc.3:4,5 = Mal.3:1 en Jes.40:3
Hand.1:20 = Ps.69:25 en Ps.109:8
Rom.3:10-12 = Pred.7:20 en Ps.14:2,3 en Ps.53:2,3
Rom.3:13-18 = Ps.5:9 en Jes.59:7,8 en Ps.36:1
Rom.9:33 = Jes.28:16 en Jes.8:14
Rom.11:26,27 = Jes.59:20,21 en Jes.27:9
1 Cor.15:54-56 = Jes.25:8 en Hosea 13:14
2 Cor.6:16 = Lev.26:11,12 en Ezech.37:27
Gal.3:8,9 = Gen.12:3 en Gen.18:18
1 Pet.2:7,8 = Ps.118:22 en Jes.8:14

Sommige zaken uit het bovenstaande zijn zeer belangrijk voor ons begrip van bijvoorbeeld: wie
is de Messias. De teksten van Lucas hierboven leren duidelijk dat Johannes de Doper werk doet
als voorbereiding voor YaHWeH. Maar in werkelijkheid is het voor Jezus dat het werk gedaan
wordt. Wij besluiten gewoon en vanuit het Nieuwe Testament kan dat: Jezus is YaHWeH. Zie ook
nog Rom.9:33. Er komt ook aan het licht uit deze teksten dat op de heidenen zaken worden
toegepast die in de oorspronkelijke context van het OT slechts op natuurlijke Israëlieten slaan
(Rom. 3:13-18). Heidenen worden zelfs geestelijke Israëlieten genoemd. Dat is omdat ze evenals
de natuurlijke afstammelingen van Abraham in dezelfde God zijn gaan geloven (Rom.11:26,27). En
dat alles ligt in de lijn van de prediking van Jezus en de apostelen. De Heer zei ooit om een groep
joden te typeren die Hem aanvielen op verkeerde gronden, dat ze op geestelijke wijze kinderen
van de duivel waren. Dat mag niet uitsluiten dat ze natuurlijke “zonen van Abraham” waren (Joh.-
8:37,44).
De vervallen hut van David 34

Wat we moeten leren uit deze opmerking is dit: maak niet zelf een combinatie van deze
teksten. Zeker niet wanneer er uitspraken ontstaan die indruisen tegen wat de Schrift in
duidelijke bewoordingen leert. En dat doen de mensen van d bedelingen regelmatig. Zelfs zaken
die tegenstrijdig zijn. Men kan bijvoorbeeld niet zondermeer enkele teksten bij elkaar zetten om
nog een komend herstel van Israël te leren of nog een heropbouw van een tempel in Jeruzalem.
Dat is wat men doet in de leer van de bedelingen: maar het NT geeft daartoe géén enkele
aanleiding. Wie denkt het recht te hebben profeet te spelen omdat er nog enkele voorspellingen
niet vervuld zijn - of “onaangeroerd” zijn - heeft geen respect voor het Woord van God. Het
Woord leent zich niet tot dergelijke misbruiken, en er zijn honderden bladzijden te vullen met
niet-vervulde profetie van dat soort interpretaties van leerlingen van meervoudige profetie van
het Oude Testament.

Een frappant voorbeeld van wat er kan verkeerd lopen is de leer van het komende duizendjarig
rijk. En dat om de volgende reden. Alle teksten uit het Oude Testament die spreken over het
Messiaanse rijk spreken erover in termen van “eeuwigheid.” Zie o.a. Ps.145:13 / Dan.2:44 / 4:3 /
Jes.9:7 enz... Nu combineren de verdedigers van het duizendjarige rijk deze teksten die over een
eeuwig rijk spreken met Opb.20:1-6, een gedeelte dat over 1.000 jaren spreekt. Dat is dus niet
mogelijk want 1.000 jaar is niet gelijk aan de eeuwigheid. De combinatie is dus op verkeerde
basis gemaakt.

Nog een voorbeeld in deze zin. Je leest regelmatig, in de boeken die de bedelingen promoten,
dat wanneer “gans Israël” zal gered worden, volgens Rom.11:26, er een herstelling komt van de
staat Israël. Het Millennium wordt opgericht en de volkeren zullen naar Jeruzalem trekken om er
te aanbidden. Pas op: dat staat allemaal niet in de tekst of de context van dat gedeelte in
Romeinen hoofdstukken 9 tot 11. Men gaat aan de welvoeglijke interpretatie van de
Bijbelprofetie voorbij zoals deze in het NT wordt toegepast. Wie op de betekenis van de letterlijke
en figuurlijke zin van deze drie hoofdstukken wil ingaan verwijzen we naar o.a.; D.N. Steel en C.C.
Thomas, Romans, an interpretive outline, Presbytarian and Reformed Publ. Company 1967,
blz.96-102. We komen ooit nog uitvoerig op deze teksten uit Romeinen terug.

In een in vele opzichten oprecht en indringend artikel over de “eschatologie” (de leer over de
dingen van het einde) zegt P. Jewett o.a.: “De verklaring van Israëls hoop, het herstel in zijn eigen
land, is aan de hand van het christelijk toekomstbeeld moeilijk te bewijzen. Het is nochtans een
belangrijk onderdeel van de profetie uit het OT (...) zo was de redding van het volk nooit
gescheiden van de historische gebeurtenis van het herstel in het land (...) Het huidige herstel van
Israël in het land Palestina moet ons tot nadenken stemmen; het is echter moeilijk in deze
belangrijke ontwikkeling een duidelijke vervulling te zien van voorspelling, zolang de Israëliërs een
natie blijven in ongeloof en hun voorspoed te wijten is aan hun eigen technologisch vernuft en
niet het resultaat van een goddelijke, bovennatuurlijke en eschatologische verlossing.” ’The
De vervallen hut van David 35
Zondervan Pictorial Encyclopedia of the Bible’, edit. Merrill C. Tenney, deel 2, Zondervan, 1975,
blz.344,345.

We mogen zeker deze conclusie aannemen: welke regels er aan de basis liggen om enkele
teksten te combineren die een bepaalde leer moeten ondersteunen geeft het NT niet aan. We
mogen ons niet op een terrein begeven waar het NT over zwijgt, iets wat de bedelingenleer doet
om Openbaring te koppelen aan een reeks teksten van het Oude Testament. Onze bezinning op
de Schrift is niet het laatste woord, dat is aan de Schriften zelf gegeven, slechts daar is de laatste
openbaring van God te vinden. De algemene regel is in elk geval: men moet niet iets willen
aantonen waar het NT zelf over zwijgt. En een tweede regel: tracht niet door middel van kunst- en
vliegwerk een belofte uit het OT over te dragen naar het NT als er daar niets over staat.

De manier waarop het NT omgaat met een voorspelling van het OT, geeft tevens aan dat niet
alles letterlijk te vervullen is. Om een voorbeeld te noemen dat zeker frappant is: profetisch zou
de komende verlosser “Immanuel” genoemd worden. Matthéüs, die schrijft onder Gods
inspiratie, citeert in Mat.1:23 een gedeelte uit een ander geïnspireerde schrijver, uit Jes.7:14. Nu
is het duidelijk dat men Jezus bij Zijn geboorte niet Immanuel noemt. Dat niet één van Zijn
discipelen Hem aanspreekt met die naam. En dat daarna het NT deze naam voor Christus niet
overneemt. Is hier iets aan de hand? Is Matthéüs zo dom dat hij dat niet kan inzien? Jezus, kan
dan slechts een “Immanuel” genoemd worden in geestelijke zin. Hij was zoals het woord in
werkelijkheid moet vertaald worden: “God is met ons.” Ten onrechte zet Bultema het (blz.34) bij
de lijst van letterlijk te vervullen profetie.

Wij citeren uit, naar onze mening, een zeer belangrijke studie over de vervulling van het OT, iets
over deze Immanuel-tekst. “Bij de voorbereiding van de exodus uit Egypte verzekert de Here zijn
Immanuëlbelofte aan Mozes: “Ik ben immers met u” (Ex.3:12). En aan het eind van de exodus
heeft Mozes dan ook aan het volk gezegd: “De Here uw God was veertig jaar met u, gij hebt aan
niets gebrek gehad” (Deut.2:7). “En als gij te strijde trekt tegen uw vijanden, dan zult gij niet
vrezen, want uw God is met u” (Deut.20:1) (...) Ook mocht het volk van de Here met deze
Immanuëlbelofte het beloofde land binnengaan.” (Ter ondersteuning volgt dan Joz.1:5,9 / 3:7 /
Richt.2:18 / 6:12,16). Zie J.W. Smitt, ’Opdat vervuld zou worden’, De Vuurbaak, deel 1, 1975,
blz.49. Maar nu is God onder het volk Israël in een lichamelijke vorm aanwezig, Immanuel heeft
onder ons gewoond (Joh.1:14). Hij is geestelijk met ons, de gemeente, tot zij door Hem zal bevrijd
worden bij Zijn Wederkomst.

Op blz.53-57 somt de schrijver enkele bezwaren op tegen bepaalde verklaringen en daaruit


willen we er toch twee citeren: “Immanuël is geen type van Christus en het vervullingsverband
van Mattheüs kan niet typologisch worden verklaard, omdat daarin de typologische
overeenkomst tussen de in 1:23 geciteerde profetie van Jesaja 7:14 en de verhaalde heilsfeiten in
Mattheüs 1:20b en 21 (samengevat in vers 22a) ontbreekt.
De vervallen hut van David 36
De messiaanse opvatting kan ook niet dienen voor een meervoudige vervulling in die zin, dat na
de eerste vervulling van de Immanuëlprofetie in de dagen van Achaz, de tweede vervulling zou
gekomen zijn in de ontvangenis en de geboorte van Jezus Christus en de laatste in het
Immanuëlland van het nieuwe paradijs, want die zogenaamde tweede vervulling ligt niet op de
vervullinghistorische lijn van de eerste en de laatste en is daarmee niet in overeenstemming.”
(Deze twee delen van schrijver zijn met niets anders in het Nederlandse taalgebied te vergelijken.
Deel twee verscheen in 1977. Een goede tegenhanger in de Engelse taal is R. McConell, ’Law and
Prophecy in Matthew’s gospel’, Friedrich Reinhardt Kommisionsverlag, Basel, 1969. Het is de
doctorale scriptie van deze schrijver. En zie ook R.H. Gundry, ’The use of the Old testament in St
Matthew’s gospel’, Brill, 1967.)

Dezelfde redenering is toepasselijk voor de naam David die de Messias heeft volgens Ezech.
34:23,24. Die naam heeft Jezus nooit gehad en niemand noemde Hem ooit zo. De vervulling van
de tekst is toch duidelijk in Hem geschied volgens Joh.10:1-16. En vergelijk Jer.30:9 / Ezech.
37:24,25 met Hand.2:30-36 / Opb.3:7. Het gaat niet om letterlijke vervulling. In Ezech.37:22 staat
dat er één koning zal zijn over alle Israëlieten, en zijn naam is “David.” Maar in Jer.23:5 staat dat
een rechtvaardige spruit zal regeren. Beide teksten worden door dezen die in de duizendjarige
regering geloven toegepast op dat tijdperk. Zullen er dan twee koning zijn in dat rijk? Zou niet één
van die teksten figuurlijk moeten zijn? Of beiden? Het is nog complexer dat dit: in Ezechiel is een
nieuwe tempel en stad beschreven, en dat spreekt over het 1.000 jarig rijk zegt men bij de
bedelingen. Probleem van gigantische aard hebben ze dan: daar is de koning, een sterfelijk koning
die zelfs zal opgevolgd worden door zijn zoon.

Ezechiël Zo zegt de Heere HEERE: Wanneer de vorst een van zijn zonen een
46:16 HSV geschenk geeft, is het diens erfelijk bezit. Dat zal
zijn zonen toebehoren, dat zal hun bezit in erfelijk bezit zijn.
Ezechiël Maar wanneer hij een geschenk uit zijn erfelijk bezit aan een van
46:17 zijn dienaren geeft, zal dat van hem zijn tot het jaar
van zijn vrijlating. Dan zal het naar de vorst teruggaan. Voorwaar,
het is zijn erfelijk bezit, het zal zijn zonen toebehoren.
Ezechiël De vorst mag niets nemen van het erfelijk bezit van het volk door
46:18 hen uit hun bezit te verdringen. Hij mag zijn zonen alleen van
zijn eigen bezit in erfelijk bezit geven, zodat Mijn volk niet
verspreid wordt, ieder verdrongen uit zijn eigen bezit.

Immanuel = God zelf met ons.


De vervallen hut van David 37
Matthéüs 28:20: “20 En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.
Amen.”

Psalm 46:7,11: “7 De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden; Hij liet Zijn stem
klinken: de aarde smolt weg. 11 Geef het op en weet dat Ik God ben; Ik zal geroemd
worden onder de heidenvolken, Ik zal geroemd worden op de aarde.”

Jesaja 8:8-10: “8 Hij dringt door tot in Juda, overspoelt het, trekt er doorheen, hij reikt tot
aan de hals, en zijn uitgebreide vleugelszullen de volle breedte van Uw land innemen,
Immanuel! 9 Volken, loop te hoop, en word verpletterd! En neem ter ore, allen die in verre
landen zijn, omgord u en word verpletterd; omgord u en word verpletterd! 10 Beraam een
plan – het zal verijdeld worden! Spreek een woord – het zal niet tot stand komen! Want
God is met ons.”

Jesaja 9:6,7: “6 Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde
komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te
ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van
de HEERE van de legermachten zal dit doen. De toorn van God over Manasse en Efraïm 7
De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israël.”

Jesaja 12:2: “2 Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn
kracht en psalm is de HEERE HEERE, en Hij is mij tot heil geworden.”

Johannes 1:14: “14 En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij
hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader),
vol van genade en waarheid.”

Handelingen 18:9,10: “9 En de Heere zei “s nachts door een visioen tegen Paulus: Wees
niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet, 10 want Ik ben met u en niemand zal de hand
aan u slaan om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.”

Romeinen 1:3,4: “3 ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het
geslacht van David. 4 Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de
Zoon van God is, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere.”

Romeinen 9:5: “5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de
Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!”
De vervallen hut van David 38
2 Corinthiërs 5:19: “19 God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf
verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de
verzoening in ons gelegd.”

1 Timothéüs 3:16: “16 En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht:
God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de
engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in
heerlijkheid.”

2 Timothéüs 4:17,22: “17 Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven,
opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik
ben uit de muil van de leeuw verlost. 22 De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De
genade zij met u allen. Amen.”

Ja er zijn theologen, van christelijke signatuur die geloven dat er een Immanuel was in de tijd
van de profeet en dat er een tweede vervulling kwam in de persoon van Jezus. Joden hebben
gewoon de versie dat er maar één vervulling is in de dagen van de profeet en meestal geven
rabbijnen er nog een geestelijk betekenis aan. En daarom zal je ook onder de joden, ook
verscheidene uitleggingen vinden in verband met de Messias en het herstel van het volk; dat is
voor velen slechts een symbool. Maar de Orthodoxe Jood zal driemaal per dag blijven bidden:
“Erbarm u Here, onze God in al uw talrijke erbarmingen aan Israël uw volk, aan Israël uw stad,
aan Zion, de woonplaats van uw glorie en aan uw tempel, aan uw woonplaats en aan het
koningschap van het huis van David, de Messias van uw gerechtigheid. gezegend zijt gij Here, God
van David, die in Jeruzalem woont” (veertiende zegenspreuk uit het “achttiengebed”).

Aert de Gelder, Lofprijs van Simeon in de tempel over Jezus, c. 1700. Olie op canvas.

Mauritshuis, Den Haag, Nederland


De vervallen hut van David 39

We lezen bij deze schilderij uit Lucas 2: “27 En hij (Simeon) kwam door de Geest in de tempel. En
toen de ouders het Kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen volgens de gewoonte van de
wet, 28 nam hij Het in zijn armen, loofde God en zei: 29 Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan
in vrede, volgens Uw woord, 30 want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, 31 die U bereid hebt
voor de ogen van alle volken, 32 een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te
verheerlijken.”

En we geven u dit ook nog mee, over hetzelfde onderwerp, uit een manuscript van het jaar
2008. In dit gedeelte de SV77 van Dr. Tukker, die we toen nog regelmatig gebruikten.

In Gods Woord staan natuurlijk enkele zaken over de toekomst en over wat er zal
gebeuren met koningen in een latere tijd. In 2 Samuël 7:12-17 SV77 lezen we: “Wanneer uw
dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen
opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. Die zal Mijn Naam
een huis bouwen; en Ik zal de stoel van zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid. Ik zal hem
zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; die, als hij misdoet, zo zal Ik hem met een
mensenroede en met plagen der mensenkinderen straffen. Maar Mijn goedertierenheid zal van
hem niet wijken, zoals Ik die weggenomen heb van Saul, die Ik van voor uw aangezicht heb
weggenomen. Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw
De vervallen hut van David 40
aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid. Naar al deze woorden, en naar dit ganse
gezicht, alzo sprak Nathan tot David.”
Ezechiël 37:24 SV77: “En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen
één Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die
doen.”
Hosea 3:5 SV77: “Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren, en zoeken de HEERE, hun God,
en David, hun koning; en zij zullen vrezende komen tot de HEERE en tot Zijn goedheid, in het
laatste der dagen.”
Amos 9:11,12 SV77: “Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten, en Ik zal
haar reten toemuren, en wat aan haar is afgebroken, weer oprichten, en zal ze bouwen, als in
de dagen van ouds; Opdat zij erfelijk bezitten het overblijfsel van Edom, en al de heidenen, die
naar Mijn Naam genoemd worden, spreekt de HEERE, Die dit doet.” Dit is vervuld in Jezus
volgens Handelingen 15:16 SV77: “Na dezen zal Ik weerkeren, en weer opbouwen de tabernakel
van David, die vervallen is, en wat daarvan verbroken is, weer opbouwen, en Ik zal die weer
oprichten.”
Een profetie over Jehoiachin (ook Chónia of Jeconia genoemd) is verwoord in Jeremia
22:28-30: “Is dan deze Chónia een veracht, verstrooid, afgodisch beeld? Of is hij een vat,
waaraan men geen lust heeft? Waarom zijn hij en zijn zaad uitgeworpen, ja, weggeworpen in
een land, dat zij niet kennen? O land, land, land! hoor des HEEREN woord! Zo zegt de HEERE:
Schrijft deze zelfde man als kinderloos op, een man, die niet voorspoedig zal zijn in zijn dagen;
want er zal niemand van zijn zaad voorspoedig zijn, zittende op de troon van David, en
heersende meer in Juda.” Geen enkele afstammeling van deze koning zal nog ooit regeren, in de
toekomst, over Gods volk. Jehoiachin is weggevoerd naar Babylon en zeventig jaar later gaat er dit
gebeuren met één van zijn afstammelingen, een kleinzoon. Haggai 2:3: “Zeg tot Zerubbabel, de
zoon van Sealtiël, de landvoogd van Juda, en tot Jozua, de zoon van Josadak, de hogepriester,
en tot het overblijfsel des volks.” Maar deze man Zerubbabel, is géén koning geworden, slechts
een “gouverneur van Juda” een bestuurder, aangesteld door de Medo-Perzen. Hij was dus géén
echte koning.

Nu is Jezus een afstammeling van Jehoiachin (Jeconiah) langs Shealtiël en Zerubbabel. We


leren dat in Mattheus 1:12: “Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël,
Sealtiël verwekte Zerubbabel.” Maar deze lijst is deze van Jozef en heeft dus geen echte
zeggingskracht om te zeggen: Jezus is van de stam van Juda. Dat zou trouwens in tegenspraak zijn
met andere zaken. Maar langs de kant van Zijn moeder staat er dit in Lucas 3:27: “de zoon van
Joanan, de zoon van Resa, de zoon van Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de zoon van Neri.”
Hier is wel degelijk de mogelijk om van Jezus een afstammeling van David te maken aan wie het
KONINKRIJK MAG GEGEVEN WORDEN. Gods profetie vervuld zich zonder in tegenspraak te zijn
met wat Hij voorspelde.
De vervallen hut van David 41
Terwijl David dood is, of slaapt in zijn graf, zal 2 Sam.7:12-16 op zijn bestemde tijd in
vervulling gaan. Dit staat er over de Messias, Jezus van Nazareth, zoon van David: “Wanneer uw
dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen
opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. Die zal Mijn Naam
een huis bouwen; en Ik zal de stoel van zijn koninkrijk bevestigen tot in eeuwigheid. Ik zal hem
zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; die, als hij misdoet, zo zal Ik hem met een
mensenroede en met plagen der mensenkinderen straffen. Maar Mijn goedertierenheid zal van
hem niet wijken, zoals Ik die weggenomen heb van Saul, die Ik van voor uw aangezicht heb
weggenomen. Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw
aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” Lezen we goed wat er staat: wanneer/of op
het moment dat David slaapt, zal zijn erfgenaam hem opvolgen en regeren tot in de eeuwigheid.
David hoeft niet eerst uit de dood op te staan voordat de vervulling plaats heeft.

Sinds Zijn opstanding (of eventueel Zijn Hemelvaart) is Jezus begonnen aan Zijn regering in
het Koninkrijk der Hemelen. Dat is bijvoorbeeld duidelijk in Handelingen 2:25-36. Het is de
vervulling van die prachtige Psalm 110:1-4. In de SV77: “Een psalm van David. De HEERE heeft tot
mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een
voetbank Uwer voeten. De HEERE zal de scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers
in het midden van Uw vijanden. Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heerkracht, in
heilig sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad zal U de dauw Uwer jeugd zijn. De HEERE
heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening
van Melchizédek.” Er is nog een tweede profetie die er naar verwijst, namelijk Zach.6:12,13 SV77:
“En spreek tot hem, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der heerscharen, zeggende: Ziet, een
Man, Wiens naam is SPRUIT, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal de tempel des HEEREN
bouwen. Ja, Hij zal de tempel des HEEREN bouwen, en Hij zal het sieraad dragen, en Hij zal
zitten, en heersen op Zijn troon; en Hij zal priester zijn op Zijn troon; en de raad des vredes zal
tussen die beiden wezen.”

Bekijk eens het onderstaande en merk op hoe belofte en vervulling in Jezus samenvallen:

 Jesaja 9:5,6 SV77: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de
heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke
God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; Aan de grootheid van deze heerschappij en van
de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te
bevestigen.”
 Psalm 89:3,4 SV77: “Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwig gebouwd
worden; in de hemelen zelf hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende: Ik heb een
verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen.”
 Psalm 132:11 SV77: “De HEERE heeft David de waarheid gezworen, waarvan Hij niet
wijken zal, zeggende: Van de vrucht van uw buik zal Ik op uw troon zetten.”
De vervallen hut van David 42
 Lucas 1:31,32 SV77: “En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn
naam noemen JEZUS. Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd
worden; en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven.”
 Het is vervuld in Jezus, niet slechts voor de Joden maar ook de heidenen die, of ze Hem
aannemen als Messias of niet toch onder Zijn regerende macht staan. Eph 1:19-23 SV77 is
hierin duidelijk: “En welke de uitnemende grootheid van Zijn kracht is aan ons, die
geloven, naar de werking van de sterkte Zijner macht, Die Hij gewerkt heeft in Christus,
toen Hij Hem uit de doden heeft opgewekt; en heeft Hem gezet aan Zijn rechter hand in
de hemel; Ver boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en alle naam,
die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende; En heeft
alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem de Gemeente gegeven tot een
Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling van Hem, Die alles in
allen vervult” (wij onderstrepen).

Jezus' komst was voorzegd. De boodschap van het Oude Testament daarover gaat in het NT in
vervulling (Joh.1:15 / Rom.3:21,22 / 1 Pet.1:18-20). God heeft dat “ene reddingsplan” al in het
Oude Testament ontvouwd: Gen.3:15 / Jer.31:31-33 / Heb.1:1,2 / Dan.12:8,9 / Mat.13:16,17 /
Joh.16:12,13 / Eph.3:4-6. Joden en heidenen zijn samen in het ontvangen van Gods belofte aan
Abraham gedaan zoveel jaren terug. Dispensationalisten moeten dat toch eens beginnen inzien.

Van de zaken die we gelezen hebben over de profetie van het kind in Jesaja 7:9 hoort dit er zeker
bij http://christianthinktank.com/fabprof2.html
En dit http://www.menorah.org/VIRGIN-BIRTH-OF-YESHUA-THE-MESSIAH,Immanuel.html

Woorden van God tot het volk Israël in Exodus 19:6: “6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk van
priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.”

Woorden van God aan de gelovigen in Jezus komende uit alle geslachten en rassen van de
wereld in 1 Petrus 2:9: “9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap,
een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou
verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.”

Wat we eruit leren is dit: God is soeverein in alles wat Hij doet
De vervallen hut van David 43

Hoofdstuk 3
De hut van David in: Amos 9 en Handelingen 15

Of de persoon die we nu citeren hoort bij de leerlingen van de bedelingen is mij niet duidelijk.
Het is wel een theoloog die Israël in het vaandel draagt. Hij zegt over deze dingen: “En dus had
Jacobus hier in zijn tijd met een eerste vervulling te maken. Want het blijkt duidelijk uit de tekst en
context van de profetie van Amos dat er nog een meerdere vervulling wacht.” Zijn verhaal is hier
te vinden: https://joodsgeluid.wordpress.com/category/profetie/page/1/ De argumenetn bij die
studie zijn zeer slordig naar onze visie. Er zijn er nog enkele te vinden die niet echt tot de
dispensatieleer behoren en hetzelfde propageren. We komen daar in het algemeen op terug en
niet specifiek op deze man. Kijken we naar de echte volgelingen van de dispensaties.

Wat zeggen de volgelingen van de bedelingen: eerste citaat


Een verdediger van de Israël-nu gedachte zegt dit over deze verzen, Lagen in profetie (IV) op
deze site https://joodsgeluid.wordpress.com
“Nu zijn we waar we in dit geval wezen moeten. Het NT zegt dat de overgebleven mensen de
Heere zoeken, en het OT zegt dat Israël de overgebleven mensen bezitten. Hier zien we dat het NT
wijst op een eerste stap van profetische vervulling, en het OT op een verdere of complete
vervulling. Want de vervulling is dat God Israël en alle overgebleven mensen zal bezitten.

Dus het begin van de overgebleven mensen die de Heere zoeken zien we vervuld sinds de tijd van
Heere Jezus, maar dat de tabernakel van Israël is hersteld voor het Joodse volk zien we nog niet
vervuld.

En dus had Jacobus hier in zijn tijd met een eerste vervulling te maken. Want het blijkt duidelijk uit
de tekst en context van de profetie van Amos dat er nog een meerdere vervulling wacht.”

Wat zeggen de volgelingen van de bedelingen: tweede citaat


Volgens deze site zal Christus in de 1.000 jaar regeren: https://christenenvoorisrael.nl
“zittend op de troon van David:

 Jeremia 23:5; 30:9; 33:15-26;

 Ezechiël 34:23; 37:24;

 Hosea 3:5;

 Amos 9:11;

 Handelingen 15:16,17;

 Lukas 1:32”
De vervallen hut van David 44
Wat zeggen de volgelingen van de bedelingen: derde citaat

http://janvanbarneveld.nl/geschiedenis/artikelen/73-de-weeen-van-het-herstel-van-de-vervallen-
hut-van-david schreef dit artikel, wij zelf hebben de tekst ingekleurd.

De weeën van het herstel van de vervallen hut van David


Dinsdag, 01 Juli 2008 01:01
“De 15e mei 1948 vielen de legers van Jordanië, Syrië, Libanon, Egypte, Irak en Saoedi Arabië
Israël van alle kanten aan. De Onafhankelijkheidsoorlog was begonnen. Tegelijk moest Israël
honderdduizenden Joodse vluchtelingen die uit omliggende Arabische landen verjaagd werden,
opvangen. Dat waren een paar ‘persweeën’ van de geboorte van Israël. Aan die ‘geboorte’ zijn
heel wat decennia vol ‘weeën’, (maar ook wel’s) voorafgegaan. Een geschiedenis waarin de
machtige hand van de God van Israël herkenbaar is en die de 14 e mei 1948 een profetisch
hoogtepunt had.
‘Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen en wat daarvan
is ingestort, zal Ik weer opbouwen en Ik zal haar weer oprichten’
Handelingen 15:16

De wereld was en is nog steeds getuige van het feit dat de HERE, de God van Israël toen een begin
maakte met het herstel van de ‘vervallen hut van David’. Een feit dat ondanks de pogingen van
Iran, Palestijnse terroristen en andere Arabische landen Israël van de kaart te vegen,
onomkeerbaar zal blijken te zijn. Ook al worden die pogingen door bijna heel de wereld gesteund.
Een herstel dat ondanks al die tegenstand zal doorgaan totdat de grote Zoon van David, de
Messias, komt.”

Wat zeggen de volgelingen van de bedelingen: vierde citaat


Dit is nog een vierde voorbeeld van de leer van de bedelingen met deze uitleg.
Van deze site: http://goedbericht.nl/NT/Handelingen/15-progamma.html
“1. EERST een volk uit de natiën vergaderen.
2. DAARNA zal de Heer wederkeren en de vervallen hut van David restaureren, etc. Jakobus haalt
Amos aan om aan te tonen dat wat God in de tegenwoordige tijd doet (namelijk, een volk uit de
natiën vergaderen) overeenkomt met wat God straks ("daarna") zal doen. Hij vergelijkt Gods werk
in de tegenwoordige tijd met diens werk in de toekomst. Jakobus toont de overeenstemming maar
geeft tevens aan dat de letterlijke vervulling van de woorden van de profeten nog wacht.
Honderden concrete beloften over Jeruzalem, Israëls landsgrenzen, herstel van het Davidisch
koningshuis, etc., etc. ze zullen allen t.z.t. worden gerealiseerd. Jakobus neemt de woorden van
Amos uiterst serieus, en plaatst de vervulling NA de bijeenverzameling van een volk uit de natiën
en NA de terugkeer van de Heer uit de hemel. De woorden van de profeten (i.c. Amos) vormen het
volgende progamma-onderdeel van Gods agenda. Eerst dán zal ook de oplossing komen voor het
lang slepende Midden-Oosten conflict. Of, zoals Amos het formuleert in zijn slotwoord:”
De vervallen hut van David 45

Laten we bij het laatste beginnen: dit zijn Amos 9 de teksten 11 en 12 en let op de
chronologie. Hier zit een slordige exegese die achter zijn uitleg zit.
“11 Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en
wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden
af; 12 zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam
is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet.”
1°) de vervallen hut van David oprichten is het eerste dat zal gebeuren
2°) de rest van Edom zal in bezit genomen worden
3°) en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen.

De persoon die het artikel schreef gaat gewoon de volgorde omkeren: eerst heidenen bekeren
en dan de hut van David oprichten, en dat MOET voor hem in een 1.000 jarig rijk gebeuren.

Petrus zegt echter in niet mis te verstane woorden op de Pinksterdag:

het koninkrijk is opgericht en hersteld. Hij preekt op Pinksterdag na de dood,

opstanding en hemelvaat van Jezus voor een gehoor van joden afkomstig uit 15 landen. Hier
Handelingen 2 in de Willibrordvertaling 1975: “29 Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u
zeggen van de aartsvader David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij
ons tot op deze dag. 30 Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed
gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen, 31 zei hij met
een blik in de toekomst over de verrijzenis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het
dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. 32 Deze Jezus heeft God doen verrijzen

en daarvan zijn wij allen getuigen. 33 Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de

beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort. 34
David immers is niet ten hemel opgestegen, maar toch zegt hij zelf: De Heer heeft gesproken tot
mijn Heer: Zit aan mijn rechterhand, 35 totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten

heb gelegd. 36 Voor heel het huis van Israël moet dus onomstotelijk

vaststaan, dat God Hem en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die

gij gekruisigd hebt.” En ongveer een goede drie jaar later gaan de apostelen starten, OP

GODS BEVEL, met de prediking “van het koninkrijk” en “verlossing” tot de heidenen. Dat is
gewoon de volgorde van Amos 9:11,12. We zien later ook dat men dat gaat toepassen in
Handelingen 15. Stop a.u.b. met zulke slordige interpretaties dat hebben zelfs kleine kinderen
door. Je moet er geen theologie voor gaan studeren in Oxford of Leiden of Kampen.
De vervallen hut van David 46

Nog een lang citaat van iemand van de bedelingen. Th. Niemeijer schrijft in ’Het Zoeklicht’, 2
mei 1998, blz.19: “In hoeverre heeft het herstel van het koningschap voor Israël te maken met de
vestiging van Gods Koninkrijk op aarde? Dit is de vraag waarmee we ons in dit artikel bezig gaan
houden. Wanneer wordt nu het gebed, dat de Here Jezus ons Zelf leerde: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde” (Mattheüs 6:10) nu eindelijk vervuld?
Sommigen menen, dat Zijn koninkrijk reeds op aarde gevestigd werd toen de Heilige Geest op de
Pinksterdag te Jeruzalem uitgestort werd. Anderen geloven, dat het Koninkrijk Gods door de groei
van de kerk op aarde gevestigd wordt (...) . Zou God ooit Zijn koninkrijk op aarde vestigen buiten
Zijn volk Israël om? Heeft Hij juist niet het volk Israël geroepen en bestemd om Zijn koninkrijk op
aarde te vestigen?

Ook binnen evangelische gemeenten komt de ’vervangingsleer’ voor


Ook binnen vele evangelische gemeenten wordt dezelfde fout gemaakt. Veel evangelische
christenen zijn zich er vaak niet van bewust dat zij denken Gods Koninkrijk, buiten Israël om, op
aarde te kunnen vestigen. Zij menen dat door massabekeringen, het uitdrijven van demonische
machten en het genezen van zieken met vele andere wonderen en tekenen, de Here God Zijn rijk
op aarde nu vestigt. Met volle overgave zingt men dan: “Sta op, o machtig leger. Hij regeert. Nu is
het tijd te bouwen aan zijn koninkrijk, terug te nemen het land, dat Hij ons gaf.” (Opwekking 293).
“God troont op de lofzangen van Israël”, dus wanneer we voor Hem liederen zingen en Hem
lofprijzen, vestigt Hij Zijn koninklijke heerschappij op aarde (...) zo redeneert men! Nogmaals de
vraag: Vestigt Hij dan Zijn koninkrijk, buiten Israël om, hier op aarde?

Zolang we “Uw koninkrijk kome” bidden is er kennelijk nog een ander koninkrijk op aarde
Wanneer God Zijn koninkrijk, op bovenstaande manier beschreven, nu reeds op aarde zou
vestigen, waarom bidden de mensen dan nog steeds: “Uw koninkrijk kome?” Zo lang we dit gebed
bidden is er kennelijk nog een ander koninkrijk op aarde! Hoe moeten we hier nu op bijbelse
manier mee omgaan? Allereerst geloven we, dat hier twee zaken met elkaar verwisseld worden.
We hebben in Gods Woord te maken met het zichtbare en onzichtbare koninkrijk van God. Het
onzichtbare koninkrijk van God is een hemels, onzichtbaar koninkrijk, dat zich in het hart van de
gelovige manifesteert. Het zichtbare koninkrijk spreekt van de zichtbare wederkomst van Christus
op de Olijfberg, waarop Hij het hemels koninkrijk op aarde vestigt, met Jeruzalem als
’wereldhoofdstad’” (wij onderlijnen).

Enkele opmerkingen vooraf van deze die deze schrijver ons meegeeft: “Zou God ooit Zijn
koninkrijk op aarde vestigen buiten Zijn volk Israël om? Heeft Hij juist niet het volk Israël geroepen
en bestemd om Zijn koninkrijk op aarde te vestigen?” Ja, het is zo dat er twee teksten zijn die
blijkbaar aangeven dat het “volk” het koninkrijk op aarde moet vestigen. Het beste dat we kunnen
doen is beginnen bij het begin en de tekst die daar een duidelijk antwoord op geeft is te vinden in
Mattheüs 25:34 waar we dit lezen we: “34 Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn
De vervallen hut van David 47
rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is
vanaf de grondlegging van de wereld.” Hier is ons duidelijk gemaakt bij middel van een
openbaring dat God reeds in Genesis 1 begonnen is met het bereiden van het Koninkrijk. Wie is
daar koning en over welk koninkrijk gaat het? We moeten dat zoeken bij de zesde dag wanneer de
mens geschapen is Gen.1:26-28: “26 En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar
Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het
vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen! 27 En God
schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk
schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul
de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en
over al de dieren die over de aarde kruipen!”

Die mensheid, de éne man en zijn vrouw op dat moment, krijgen de opdracht om te heersen.
Het Hebreeuwse werkwoord betekent “heersen” of “gezag uitvoeren over.” Het werkwoord wordt
in het Oude Testament drie maal gebruikt voor het “heersen” van een koning: Num.24:19 /
Ps.72:8 / Ps.110:2. Van dat heersen is dus niet veel in huis gekomen: vergeet niet het is de
mensheid die het moet doen. Na een lange tijd wordt een belofte aan Abram en Sarah vernieuwd
in Genesis 17:16: “16 Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit háár een zoon geven; ja, Ik zal haar
zo zegenen dat zij tot volken zal worden; er zullen koningen van volken uit haar voortkomen.” De
koningen van haar zijn de komende achterkleinkinderen en de belofte van de Messias. Ze zijn hier
al bij ingeweven, alhoewel we er op dat moment nog geen erg in hebben.

Jacob een kleinzoon van Abraham, doet op zijn sterfbed deze profetische uitspraak: “9 Juda is
een leeuwenwelp; van je prooi ben je opgestaan, mijn zoon. Hij heeft zich gekromd, zich als een
leeuw neergelegd, als een leeuwin; wie zal hem doen opstaan? 10 De scepter zal van Juda niet
wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de
volken gehoorzamen.” (Genesis 49:10,11). Let a.u.b. goed op het begrip “volken” een meervoud.
Deze vorm spreekt volgens enkelen over de 12 stammen, wat niet onmogelijk is, maar het kan
eveneens betrekking hebben op alle volkeren. Is er van Abraham zelf niet gezegd dat hij en zijn
afstammelingen een zegen zullen zijn voor allen. Genesis 12 zegt: “3 Ik zal zegenen wie u
zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem
gezegend worden.” De profetie van Jacob gaat specifiek aangeven dat het de Messias zal zijn,
volgens latere uitleg in het Nieuwe Testament. Waar men in de bedelingen dan op wijst is in feite
dit gedeelte uit de verbondssluiting van God met Israël, Exodus 19:5,6: “5 Nu dan, als u
nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn
persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij. 6 U dan, u zult voor Mij een koninkrijk
van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die u tot de Israëlieten moet spreken.”

Dus had dat volk het koninkrijk moeten uitbreiden over de gehele wereld. Niet dus, gezien al
de problemen die God met dat volk had. Daar legt men de nadruk op in de leer van de
De vervallen hut van David 48
bedelingen, maar Gods verhaal met de mensen gaat verder. God heeft ze geen uitstel gegeven,
zoals ze beweren, om zich te bezinnen en dan opnieuw de klok in te schakelen voor hen zodat ze
dat nog kunnen bewerkstelligen. Neen, God heeft een ander plan gemaakt dat niets afdoet aan
de joodse oorspronkelijke zin van het verbond. 1 Petrus 2:9,10 legt ons uit waarover het gaat: “9
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat
God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de
duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 10 u, die voorheen geen volk was, maar nu
Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent.” Dit gaat
over joden EN heidenen die de Messias in hun leven hebben aangenomen. Dat wil zeggen dat
teksten die vroeger uitsluitend op joden betrekking hadden sinds Pinksteren (of Cornelius) ook
van heidenen kunnen gezegd worden. Zo zijn er tientallen en dat maakt van God geen
verduisteraar van een profetie voor joden. God heeft het gewoon uitgebreid!

De vervallen hut van David opgebouwd, volgens de leer van de

bedelingen en onze kritiek erop geven we hier.


[Dit zijn enkele zaken waaruit we citeren, allen dispensationslisten.]
[Biederwolf W., The second coming bible, Baker Book house, reprint 1972.]
[Bultema H., Maranatha, eene studie van de onvervulde profetie, Eerdmans, 2de druk]
[de Heer J., Het duizendjarig vrederijk, Uitg. Zoeklicht boekhandel, 1935.]
[Scofield C.I., The Scofield Reference bible, Oxford University Press, renewed version 1945]
[Walvoord J.F., Mayor Bible prophecies, Harper Paperbacks, 1994.]

Scofield zegt bij Hand.15 in voetnoot: “Met betrekking tot de bedelingen is dit de belangrijkste
tekst van het NT. Deze geeft het goddelijk voornemen weer voor deze eeuw en het begin van de
volgende. 1) Uit de heidenen een volk vergaderen voor zijn naam is het belangrijkste in deze
bedeling. De kerk is de ecclesia, de uitgeroepen gemeenschap. Precies dat is in onze tijd sinds
Pinksteren aan de orde” (blz.1169, wij onderlijnen). Dan komt hij echter tot de opmerking dat er
nog een herstel zal zijn van Israël op basis van de geciteerde tekst uit Amos 9:11,12 en ook nog
het herstel van het verbond met David.

Biederwolf, de geestesgenoot van Scofield, de man van de beroemde Bijbel, gaat nog een stap
verder in zijn commentaar op Hand.15:14-17. Hij zegt: “Welke vervullingen er ook geweest mogen
zijn, ze zijn stellig slechts een gedeeltelijke vervulling en zijn volle werkelijkheid zal maar
ontvangen worden in de Messias” (blz.411). “Een gedeeltelijke en tijdelijke vervulling onder
Zerubbabel” geeft hij als uitleg bij Amos 9:11-15, op blz.259. En J. de Heer zegt over dat gedeelte:
“Op Zijn wederkomst volgt de wederopbouwing van den Tabernakel Davids, omdat de Koning
heerschen zal en daaruit vloeien vanzelf de rijkste zegeningen voort” (blz.39). Bultema zegt op
De vervallen hut van David 49
blz.244: “Hand. 15:14-17. Dit is een zeer belangrijke plaats, dewijl ze ons wijst op de orde der
heilsfeiten. 1. Eerst moet de gemeente als het volk uit de volken worden samengeroepen.
2. Als dit geschied is, zal de Heere Zelf wederkeren.
3. Waartoe komt Hij terug? - Om weder op te richten den tabernakel Davids, die vervallen is.
Vgl. Amos 9:8-15.
4. Gevolg van ’s Heeren komst zal zijn, dat de overgeblevene menschen den Heere zullen
zoeken. Dan komt de bekeering aller volken, in het vrederijk.”

Men, en ik dan vooal, krijgt de indruk dat geen enkele van deze schrijvers ooit de moeite
gedaan heeft Amos 9 en Hand 15 naast elkaar te leggen. Laat ons goed beseffen dat de apostelen
ofwel gelijk hebben of niet. Indien niet, dan mag men de Schrift naar de prullenmand verwijzen.
Dan komt het er in de praktijk op neer te zeggen dat het niet Gods woord is. Anderzijds, indien we
zeggen dat de apostelen Gods gezanten zijn voor hun tijd en voor alle tijden tot aan de
Wederkomst toe, dan moeten we ook luisteren naar wat ze te zeggen hebben en het ook
beamen. In een boek dat we voor de volle 100% kunnen aanbevelen en het onderwerp betreft
dat hier aan de orde is staat de korte formulering: “In den beginne koos God uit alle natiën in de
wereld één volk. Sinds Calvarie kiest hij één volk uit van mensen uit alle natiën in de wereld.” R.B.
Yerby, ’The once and Future Israël’, Reiner Publications, Swengel, 1978, blz.75. Ze zijn tevens
uitgever van bijna alle belangrijke (een tiental) latere geschriften van Philip Mauro. Niet recent
meer als publicaties, maar nog steeds van het beste contra Scofield e.a.. Hij was ooit geëerd als
één van de beste in kringen van het duizendjarige rijk en weet waarover hij schrijft. Hierbij een
aanhaling uit Bultema blz.72: “Dr. C.I. Scofield, Dr.I.M. Haldeman, Philip Mauro, A.C. Gaebelein en
vele anderen in Amerika. Al deze mannen, zoo nuchter als geleerd als godvruchtig.” Begrijpt u de
Engelse taal, lees a.u.b. Philip Mauro ná zijn bekering van de leer van het duizendjarige rijk. Na
zijn bekering van de leer van het duizendjarige rijk was en is Mauro nog steeds: “nuchter als
geleerd als godvruchtig.” Of wellicht nog meer dan voordien! [Op Preterist Archive staan enkele
zaken van Philip Mauro, gratis en dat is steeds nog de beste oplossing.]

Een opmerking van H.M. Matter over Hand.15:14-17 is dan ook zeer terecht. Hij zegt: “(Deze
Jacobus) spreekt van “herbouw” van Davids “vervallen hut”, maar (...) “opdat het overige deel der
mensen de Here zoeke en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen” (vs 17). Ook deze
belofte is dus niet langer onvervuld. In Christus’ verschijning is de “vervallen hut van David” weer
opgericht, en van dat ogenblik af deelt zich het heil mee ook aan “het overige deel der mensen.”
De van de zijde van het chiliasme c.a. voorgedragen opvatting, dat we in het “daarna” van vs 16
te doen zouden hebben met de tijdsbepaling van Israëls komende bekering is dan ook reine
fantasie. Er zou hier dan te lezen staan, dat God Israël een tijdlang laat wandelen in zijn eigen
wegen, om zich te wenden tot de heidenen, en dat Hij “daarna” tot Israël terugkeert om ook Israël
te brengen binnen de poorten van het koninkrijk. Het doet hier niet terzake, dat er ook in Amos 9
van een “eerst toebrengen” van de heidenen en een “daarna” volgende bekering van Israël geen
sprake is. Het moge voldoende zijn, dat Jacobus in Hand.15 van deze dingen in het geheel niets
De vervallen hut van David 50
weet. Het is hem genoeg, dat het uur voor de heidenen thàns aangebroken is, nadat het uur voor
de Joden reeds eerder aanbrak, nl. in Abraham en zijn verkiezing uit de volkeren. Het moge voor
de chiliasten ook genoeg zijn” (wij onderlijnen). ’De toekomst van Israël’, Bosch & Keuning, 1953,
blz.121. (Er verscheen ooit een kritiek op dit werk van H.M. Matter geschreven door H. Verwey,
’Kerk en Israël’, Utrecht, 1973. Dat het enige succes had komt doordat H. Matter vooral nadruk
legt op de Kerk bestaande uit Joden en Heidenen) die de voortzetting is van het vleselijke Israël.
Zijn kritiek op de duizendjarige regering was voor hem in dat geschrift dus een bijzaak. Daar pikt
H. Verwey natuurlijk gretig op in.)

J. de Heer tracht ons te overtuigen dat: “Christus zal Priester-Koning zijn” in een duizendjarige
regering (blz.77-103). Eén van de ondertitels uit dit boek is: “Het koninkrijk is nog niet begonnen”
(blz.71). En op blz.174 lezen we: “Het karakter van het duizendjarige Rijk of beter gezegd van de
Christusheerschappij is: de wereld in gerechtigheid te richten en de aarde te vervullen met de
kennis des Heeren, opdat de overblijvende volkeren den Heere zouden zoeken. Hiertoe is zowel de
Troon als de Tempel noodig.” Op de volgende bladzijde volgt dan dat Ps.110 nog te vervullen is.
Bedroevende theologie, want het komt erop neer te zeggen dat Christus thans nog géén koning is,
dat Ps.110 nog niet vervuld is en dat cru gezegd het NT ons iets wijs maakt op dit punt. De Schrift
zegt over het Christus-rijk niet dat het “zal zijn”, maar het “is” er nu reeds. “De
Christusheerschappij” is wel degelijk begonnen! Mijn Koning zit sinds Hemelvaart/Pinksteren op
de troon en heerst thans over zowel vriend als vijand. Zie ons commentaar bij Lucas 17:21 in
hoofdstuk vier. En voor de vervulling van Psalm 2 (de koningspsalm bij uitstek), zie bij Mat.25:31-
46 in hoofdstuk vijf.

Er zijn in dit verband nog enkele opmerkingen te maken.


1°) God heeft al zijn beloften met betrekking tot het land aan Israël op zijn minst éénmaal
vervuld.
2°) Deze voorrechten gaan niet gepaard met een automatische clausule van vernieuwing. We
bedoelen dit: wanneer Israël zich schuldig maakt aan contractbreuk tegenover zijn God, is Hij niet
verplicht Zijn deel van de afspraak nog na te leven en te onderhouden. Want ook in de Torah is
het al duidelijk dat indien Israël niet blijft in het verbond ze zullen vergaan zoals de volkeren in
Palestina die ze nog zullen veroveren. Dat staat in een niet verkeerd te begrijpen uitspraak van
Mozes in Deut.8:19,20 en vergelijk Mat.12:43-45.
3°) Vóórdat het herstel mogelijk is moeten de Israëlieten volgens Lev.26:39,40 HSV wegkwijnen:
“38 maar u zult omkomen onder de heidenvolken en het land van uw vijanden zal u verslinden. 39
En wie van u overgebleven zijn, zullen vanwege hun ongerechtigheid wegkwijnen in de landen van
uw vijanden. Ja, ook vanwege de ongerechtigheden van hun vaderen zullen zij met hen
wegkwijnen.” Sinds de dood van de Heer houdt dit dus in dat ze op zijn minst de gedeeltelijke
schuld belijden aan de dood van de Christus. Dit beginsel vinden we altijd terug voor het individu
en voor het volk in zijn geheel. Zie Ps.79:8,9 / Klaagliederen 5:7 / Dan.9:16,16,21. Wie dit niet
inziet zal de grove fout begaan, zoals uit de praktijk blijkt, om zaken in de Schriften te lezen die
De vervallen hut van David 51
voorwaardelijk zijn als waren ze vervuld. Hoewel er dus in de Schrift 47 teksten zijn over een
land-belofte waarvan het merendeel met een door God uitgesproken eed gepaard gaan,
MOETEN WE DAAR HET GELOOF NIET BIJ AFKOPPELEN. Het geloof van de eerste maal dat deze
belofte aan Abraham werd gedaan is daarvan het teken en onderpand (Gen.12:7).
4°) Wanneer de HEER na de breuk nog verder wil doorgaan met Israël als geheel, of met enkele
mensen onder hen specifiek, dan heeft God daartoe het volste recht maar geschied dit op basis
van genade. Zeker niet op basis van “onvervulde profetie” zoals men in bepaalde kringen laat
doorschemeren. Zo spreekt Biederwolf op blz.22 (i.v.m. Deut.30) van “steeds en opnieuw een
gedeeltelijke vervulling gehad”, een rare maar niet bewezen stelling, die aan dezen die dit
aanvaarden een nogal “elastische” uitleg toelaat. Tot slot een tweede rare analyse van
Biederwolf: “Maar of ze nadat de Joden zich tot Christus bekeerd hebben; letterlijk hersteld
worden in het aardse Kanaän moet vanuit andere Schriftuurplaatsen die erop betrekking hebben,
beslist worden” (blz.22). Maar van het ogenblik dat men naar de “andere Schriftuurplaatsen” gaat
kijken, die dat dan wel zouden ondersteunen dan is de sleuteltekst altijd Deuteronomium 30.
Zoiets is dus geen bewijs, maar een cirkelredenering waar men niet meer uitkomt en dat is rondje
draaien! Zo leert men de mensen te redeneren vanuit halve waarheden.

Nu zal men zeggen: “ze zijn er ooit uit verdreven en recent zijn ze er terug naar toe gegaan om
de profetie aan Abraham nog eens opnieuw te vervullen.” (Voorbeeld: H.L. Willmington, ’Book of
Bible lists’, Tyndale House, 1987, blz.274. Of Biederwolf blz.9,10 die Scofield aanhaalt). Ook dat
klopt niet met de feiten, want deze terugkeer is niet naar Gods beloften. Daar gaat veel
“menselijk” zwoegen aan vooraf. (We komen hier nog op terug.) En eigenlijk is het belangrijkste
element achterwege gebleven: het geloof in God en de trouw aan het verbond. Want dàt “was”
en “is” voorwaarde tot het in bezit nemen van het land. Zo was het de eerste maal en ook nog
eens nadat ze in Babylonische gevangenschap hadden vertoefd en gestraft waren voor 70 jaren.
Vergelijk hiervoor Lev.26:40-45 met 2 Kron.36:21 / Jer.25:9-12 / 26:4-6 / 29:12-14 / Neh.1:8-10.
Het bezit van het land is voorwaardelijk gemaakt aan geloof (Deut.8:19,20 / 30:11-20 / Ezra 1:1-
4 / 7:12,13,25-29). Maar het is toch fout om zich steeds maar te blijven beroepen op Deut.30 en
te beweren dat God “verplicht” is, dit altijd opnieuw aan hen in vervulling te laten gaan. Dat doen
de profeten die de ballingschap hebben geprofeteerd - en er de verlossing uit prediken - nooit of
nimmer. Ze wijzen steeds op de straf die God uitsprak van 70 jaren ballingschap maar nergens een
herstel op basis van Deut.30 (Jer.29:10,14 / Ezech.36:17-19 / 36:26-28 / Zach.8:4,5). Er is slechts
herstel op basis van vergeving en genade.

In de 10de schets van ’Bijbels Panorama’ staat Deut.30:4,5 als verwijzing naar: “Herverzameling
en staatkundig herstel van Israël (maar nog in ongeloof).” We vinden daar Ezechiël 37 als
Schriftuurlijke verwijzing. Dit is echter een verkeerde kijk op deze tekst. Ezechiël 37 verwijst
zonder problemen naar de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap. Maar ook naar de
gemeente van Christus verwijst het. Een door de Geest levend geworden en gedreven
gemeenschap van mensen bestaande uit zowel Joden als Heidenen; waar geen onderscheid is
De vervallen hut van David 52
tussen Jood en Griek (Col.3:11). Wanneer we de verwijzingen van het OT in het NT nagaan is dat
duidelijk. Zie de onderstaande lijst overgenomen uit: ’The Greek Testament’, ed. K. Aland / M.
Black / B. Metzger / A. Wikgren, United Bible Societies, 1966, blz.915:

Vers. Citaat.
Ezechiël 37:4 Opb.11:11
37:9 Opb.7:1
37:10 Opb.11:11
37:12 Mat.27:52,53
37:14 1 Thes.4:8
37:23 Titus 2:14
37:24 Joh.10:16
37:26 Heb.13:20
37:27 2 Cor.6:16
Opb.21:3
God heeft door middel van de profeten zijn volk steeds op “de goede weg” gewezen (Jer.6:16).
En de noodzaak, zelfs voor een vleselijke afstammeling van Jacob, is en blijft steeds geloof. Toen
Jezus kwam als hun bevrijder, hun verlosser, hun koning hebben de meesten gezegd: “wij willen
hem niet” (Marc.15:14 / Joh.1:46,47 / 7:40-44). Er kan uit Nazareth toch niets goeds komen!
Uiteindelijk is slechts een “kleine kudde” Hem gevolgd (Luc.12:32). Een “overblijfsel” van echte
gelovigen zoals het voordien al eens was voorgevallen (1 Kon.19:9-18 / Rom.11:3-5). Daarom
heeft God de “definitie” van het ware, gelovige, met God verbondene Israël verder uitgebreid tot
gelovigen uit alle natiën en stammen en talen (Mat.15:13). God mag met het Zijne doen wat Hij
wil (Mat.20:15 / 21:43). Maar dat is slechts na een moeilijke tijd van oproep tot bekering: “op de
wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild!”
(Mat.23:37 HSV). Gezien ze geen vrucht dragen tot eer van hun God zijn de ongelovigen vervloekt
en zullen verdorren (Marc.11:21). Ze zijn als een vijgenboom in Gods wijngaard maar hebben na 3
jaren (een tijd van volheid) nog steeds geen vrucht voortgebracht. Wanneer ze volgend jaar géén
vruchten dragen zal de boom omgehouwen worden (Luc.13:6-9). Dan kan God een nieuwe boom
planten en met een nieuwe start beginnen. In dit vernieuwde Israël, dat dus niet meer slechts op
lichamelijke basis bestaat, maar geestelijk is, worden gelovigen uit alle mensenrassen opgenomen
(Rom.4:13-25). De realiteit van toen, in de dagen van Paulus, en thans is nog steeds dezelfde. Het

evangelie veranderde niet om de haverklap. Indien Israël zich in massa zou bekeren

(overblijfsel), dan zou het niet zijn om een nieuwe staat Israël op te

richten maar om deel uit te maken van de ene universele kerk!


De vervallen hut van David 53
We kunnen dan ook niet beamen wat B. Plaisier schrijft over de verkiezing van Israël met
betrekking tot Israël. Hij geeft trouwens een verwrongen beeld van de Calvinistische leer daarover
en maakt van daaruit een argument. Hij schrijft in ’Christenen voor Israël’ april 2001, blz.24: “Als
in calvinistische kringen het woord ’verwerping’ valt, vallen ook alle deuren dicht. Eenmaal
verworpen, altijd verworpen. Als je dan toch gelooft in de bijzondere plaats van Israël, dan kan
het niet zo zijn, dat Israël verworpen is. Ik heb zelf ook een moment gedacht dat het woord
’verwerping’ in vers 15 misschien wel wees op de activiteit van Israël, namelijk in de zin dat de
Joden Jezus verworpen hebben. Dat lijkt zeer onwaarschijnlijk. Er is volgens de apostel wel
degelijk sprake van Gods verwerping van Israël. We moeten dit woord echter wel in de context
zien, waarin een Jood als Paulus spreekt. Er blijkt geen sprake te zijn van eeuwige verwerping,
maar van een tijdelijke terzijde geschoven zijn door God; omdat zij de Messias Jezus niet aanvaard
hebben. In die tijd ging Gods voorkeur uit naar de heidenen (...) De apostel waagt het om over
Israël zelfs in zijn staat van verval te blijven spreken als een volk waardoor het heil in de wereld
komt.” We hebben problemen met een uitdrukking als: “een tijdelijke terzijde geschoven zijn door
God.” Dat lijkt ons niet op te maken uit de tekst van Romeinen hoofdstukken 9 tot 11. En toch zou
het daar te vinden moeten zijn ware het alzo.

Daarom zeggen we zonder schroom; De realiteit van de tijd van Paulus en deze van onze tijd is
nog steeds dezelfde. En die is: “7 Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen,
maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard” (Rom.11:7, wij
onderlijnen). DE MESSIASBELIJDENDE JODEN HEBBEN HET VERKREGEN, SINDS PINKSTEREN EN
DAT ZAL DOORGAAN TOT EN MET DE WEDERKOMST VAN DE HEER. DAAROM ANDERS GEZEGD EN
DAAT MOETEN WE DE NADRUK OP LEGGEN; GODS BELOFTEN GAAN IN VERVULLING AAN DE
INDIVIDUELE ISRAELIET EN NIET AAN HET VOLK IN ZIJN GEHEEL.

Voor ons is het duidelijk: de vervallen hut van David is al


opgericht sinds Pinksteren.

Laten we Handelingen 15 lezen.

Handelingen 15:1-21 HSV zo heeft u het bij de hand, het onderwerp: De vergadering in Jeruzalem
“1 En enigen die uit Judea gekomen waren, leerden de broeders: Als u niet besneden wordt
volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden. 2 Toen er dan van de kant van Paulus en
Barnabas een niet geringe tegenstand en woordenstrijd tegen hen ontstond, bepaalden zij dat
Paulus en Barnabas en enkele anderen uit hen in verband met dit geschilpunt naar de apostelen
en ouderlingen in Jeruzalem zouden gaan. 3 Nadat zij dan door de gemeente uitgeleide gedaan
waren, reisden zij door Fenicië en Samaria en vertelden over de bekering van de heidenen, en zij
De vervallen hut van David 54
bezorgden al de broeders grote blijdschap. 4 Toen zij in Jeruzalem gekomen waren, werden zij
ontvangen door de gemeente en de apostelen en de ouderlingen; en zij deden verslag van alles
wat God door hen gedaan had. 5 Maar, zeiden zij, er zijn er enigen opgestaan onder de
aanhangers van de sekte van de Farizeeën die gelovig zijn geworden, die zeggen dat men hen
moet besnijden en moet gebieden de wet van Mozes in acht te nemen. 6 En de apostelen en de
ouderlingen kwamen bijeen om deze zaak te bezien. 7 En toen daarover een heftige woordenstrijd
ontstond, stond Petrus op en zei tegen hen: Mannenbroeders, u weet dat God lang geleden onder
ons mij uitgekozen heeft, zodat de heidenen uit mijn mond het woord van het Evangelie zouden
horen, en zouden geloven. 8 En God, de Kenner van de harten, heeft getuigenis aan hen gegeven
door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons; 9 en Hij heeft geen onderscheid gemaakt
tussen ons en hen, en heeft hun hart door het geloof gereinigd. 10 Welnu dan, waarom verzoekt u
God door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben
kunnen dragen? 11 Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde
wijze zalig te worden als ook zij. 12 En heel de menigte zweeg, en zij hoorden Barnabas en Paulus
vertellen wat voor grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
13 En toen zij zwegen, antwoordde Jakobus: Mannenbroeders, luister naar mij. 14 Simeon
heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft om voor Zijn Naam uit
hen een volk aan te nemen. 15 En hiermee stemmen de woorden van de profeten overeen,
zoals geschreven staat: 16 Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer
opbouwen, en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten,
17 opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over
wie Mijn Naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
18 Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend. 19 Daarom ben ik van oordeel dat men
het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, 20 maar aan hen moet
schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van
ontucht, van het verstikte en van bloed. 21 Want Mozes heeft van oude tijden af in elke stad
mensen die hem prediken, want hij wordt elke sabbat in de synagogen voorgelezen.”

En hier Amos 9 het citaat van Jacobus.


“11 Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en
wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden
af; 12 zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam
is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet. 13 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de
ploeger de maaier zal ontmoeten en de druiventreder de zaaier, en dat de bergen zullen druipen
van jonge wijnen al de heuvels doordrenkt zullen worden. 14 Ik zal een omkeer brengen in de
gevangenschap van Mijn volk Israël. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, zij
zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht
ervan eten. 15 Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun
land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.”
De vervallen hut van David 55
Iemand van de bedelingen zet hier deze aantekening bij.
Van deze site: http://www.israelendebijbel.nl/bijbelonderwijs/digitale-bijbelstudie/Herstel-van-
Davids-vervallen-hut/18

“Hoop
Maar naast de oordeelsaankondigingen gloort er ook hoop in het slot van zijn prediking. De
oordelen zullen komen, maar God zal ook herstel geven. Het volk zal in ballingschap worden
weggevoerd, maar God zal Zijn volk ook weer terugbrengen. Lees de verzen 11-15 van hoofdstuk
9 maar eens. In deze verzen zien we drie rijke beloften voor Israël:

De herbouw van het huis van David;


De terugkeer van het volk;
De vruchtbaarheid van het land.
We willen nu vooral kijken naar het herstel van de “vervallen hut van David”. Met deze woorden
wordt het herstel van Israël voorzegd, zoals het eerst was in al zijn glorie (“als in de dagen van
ouds” 9:11). Het huis van David is verdeeld en vervallen. Commentatoren zeggen dat het hier gaat
om het herstel van het twee stammenrijk en het tien stammenrijk. In de context van het boek
Amos is dit een aannemelijke verklaring, de scheuring tussen beide rijken neemt er namelijk een
belangrijke plaats in. In de vertaling van 1951 wordt ook letterlijk het “herstel van scheuren”
genoemd (9:11). Het gaat hier om het huis van David, het Davidische koningschap dat weer als
één rijk zal worden hersteld.
Maar wanneer zal dit vervuld worden? Er zitten meerdere lagen in de vervulling van deze
profetie.”
Als voetnoot staat er ook nog dit bij: “Voetnoot: 'Gans Israël' is het overgebleven deel, vgl. Zach.
13:8 met Rom. 9:6”

Voor ons is de achtergrond van het citaat in Handelingen belangrijk. Het staat in een verslag
van een vergadering van apostelen en ouderlingen over de vraag of de Messias belijdende
heidenen zalig kunnen worden zonder besneden te worden. Bij het ontstaan van de betekenis
daarvan in de discussie, staat de apostel Petrus op en doet verslag van zijn roeping. Zoals
uitgebreid beschreven staat in Handelingen 10 en 11 is hij als eerste door God geroepen om het
evangelie aan de heidenen te brengen. Nadat Petrus zijn relaas doet komen ook de twee andere
belangrijke predikers onder de heidenen aan het woord: Barnabas en Paulus. In hun verslag tonen
ze aan hoe God grote wonderen en tekenen onder de heidenen heeft gedaan. Tenslotte komt
Jakobus aan het woord, de bisschop (ouderling) van de gemeente in Jeruzalem.

Handelingen 15:13-18 Wil75 zegt ons: “13 Toen zij waren uitgesproken, nam Jakobus het woord
en sprak: "Mannen broeders, luistert naar mij. 14 Simeon heeft ons uiteengezet, hoe God eertijds
genadig heeft neergezien en uit de heidenen zich een volk heeft gekozen. 15 Hiermee stemmen de
woorden der profeten overeen, zoals geschreven staat: 16 Daarna zal Ik terugkeren en het
vervallen huis van David weer opbouwen. Ja, zijn ruïnen zal Ik weer opbouwen en volledig
De vervallen hut van David 56
herstellen, 17 opdat de rest van de mensen de Heer zullen zoeken samen met alle heidenen, over
wie mijn Naam is uitgeroepen. 18 Zo spreekt de Heer die deze dingen doet, van eeuwigheid zijn ze
bekend.”

Jakobus zegt met de stem van een gezaghebbende, ouderling van Jeruzalem, dat God de
heidenen bezocht heeft om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam. Het feit is dat de
woorden van de profeten het bevestigen, hijzelf gebruikt het meervoud alhoewel hij maar één
profeet citeert. Het feit van de bekering van heidenen is in overeenstemming met wat Jakobus
vervolgens citeert uit Amos. Daar moeten we even stil bij staan. Jacobus is begonnen met te
zeggen dat “Simeon” heeft uitgelegd wat er voordien gebeurde. Dit is een andere naam voor
Petrus die genoemd wordt “Cefas” en “Simon Petrus” en “Simeon Petrus” (2 Petrus 1:1). De
prediking tot de heidenen begon bij hem. Dat Jakobus hem ook gewoon “Simeon” noemt, zonder
enige toevoeging, geeft aan dat de toehoorders wel geweten moeten hebben wie hij bedoelde en
ook de schrijver Lucas voegde er niks aan toe om ons te wijzen op een andere Simeon. Deze
Petrus had net voor Jakobus gezegd:

Handelingen 15:7b-9 Wil 75 zegt: “7 Na veel heen en weer gepraat nam Petrus het woord en
sprak tot hen: “Mannen broeders, gij weet dat God reeds lang geleden mij onder u heeft
uitgekozen, opdat de heidenen door mijn mond het evangeliewoord zouden horen en het geloof
aannemen. 8 Welnu, God die de harten kent, heeft zich voor hen uitgesproken door hun de heilige
Geest mee te delen, juist als aan ons 9 en Hij heeft in geen enkel opzicht onderscheid gemaakt
tussen ons en hen, maar hun harten door het geloof gereinigd.”

Er is nog een andere Simeon waar in dit verband aan gedacht kan en mag worden: ook hij sprak
over de heidenen. Dat is die Simeon die de kleine Heere Jezus in zijn handen heeft in de tempel.
Hij doet die uitspraak in dit heiligdom en zegt het volgende volgens Lucas 2:

“27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het Kind Jezus binnenbrachten om
met Hem te doen volgens de gewoonte van de wet, 28 nam hij Het in zijn armen, loofde God en
zei: 29 Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, 30 want mijn ogen
hebben Uw zaligheid gezien, 31 die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, 32 een licht om de
heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken.”

Daarbij moeten we aan deze teksten denken:


 Jes. 42:6: “Ík, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, Ik zal U bij Uw hand grijpen, Ik
zal U beschermen en Ik zal U stellen tot een verbond voor het volk, tot een licht voor de
heidenvolken.”
 Jes. 49:6: “Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de
stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U
ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der
aarde.”
De vervallen hut van David 57
 Hand.13:47: “Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de
heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde.”

Bij die Lucas 2:32: “een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te
verheerlijken”, geven we nog enkele opmerkingen die zeker meespelen voor Handelingen 15. Het
Griekse woord voor “verlichten” verwijst naar “onthullen” = “apokalupsis”, in de zin van iets dat
niet zichtbaar is blootleggen. Simeon zegt ons dat de Jezus als een Licht zal zijn. En het volk Israël
zal door dit Licht heerlijkheid ontvangen. En ook dat door dit Licht aan de heidenen openbaring
zal zijn. Het Licht zal openbaar maken van wat er nu in de duisternis is. Hier wordt dus nog niets
gezegd over een volk uit de heidenen uitverkoren voor de Naam van God. Een tweede opmerking
is dat Jakobus zegt dat de Simeon Petrus, waarnaar hij refereert, heeft uitgelegd hoe God de
heidenen heeft bezocht om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam. De profeet Simeon in
de tempel heeft dat niet gezegd slechts dat Jezus een licht zal zijn. Dus op dit punt komen de
gelijkenissen niet overeen. Jakobus is duidelijk Petrus verhaald dat God uit de heidenen een volk
verzamelt voor Zijn Naam. Maar de profeet in de tempel geeft al te kennen dat God aan de
heidenen denkt en dat het Licht hen zal “verlichten.”

Petrus de eerste apostel van de heidenen, heeft ook uit hen die als heiden verlicht werden een
volk voor Gods Naam verkregen. De heidenen zijn via Petrus voor het eerst met het evangelie in
contact gekomen. ZE hoorden en geloofden het. Dit werd bevestigd doordat van de Heilige Geest
over hen kwam. In het verlengde daarvan maakt 1 Corinthe 3:16 duidelijk dat wij, joden en
heidenen, door de Heilige Geest Gods tempel geworden zijn. Hier de HSV en de verwijzingen
ernaar.

1 Corinthe 3:16 HSV en verwijzingen


16 Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?
1 Kor. 6:19 Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u
is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
2 Kor. 6:16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent
de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in
hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij
zullen Mijn volk zijn.
Hebr. 3:6 Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij
tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe
onwrikbaar vasthouden.
1 Petr. 2:5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk
huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God
welgevallig zijn door Jezus Christus.
De vervallen hut van David 58
2 Corinthe 6:16 maakt nog verdere gelijkenissen de verduidelijkingen: wat YaHWeH beloofde
aan Israël is vervuld in de gemeente van Christus. God woont in de gemeente van Christus.

2 Corinthe 6:16 HSV en verwijzingen


16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel
van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en
onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. [dit zijn de
bekeerde joden en heidenen]
1 Kor. 3:16 Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont?
1 Kor. 6:19 Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u
is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?
Efez. 2:21 en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige
tempel in de Heere;
Hebr. 3:6 Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij
tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe
onwrikbaar vasthouden.
1 Petr. 2:5 dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk
huis, tot een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God
welgevallig zijn door Jezus Christus.
Ex. 29:45 Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God
zijn. [drie teksten die YaHWeH beloofde aan Israël, vervuld in de gemeente
van Jezus, voor joden en heidenen die de Christus aannemen.]
Lev. 26:11 Ik zal Mijn tabernakel in uw midden plaatsen en Mijn ziel zal niet van u
walgen.
Ezech. 37:26 Ik zal met hen een verbond van vrede sluiten. Het zal een eeuwig verbond
met hen zijn, Ik zal hun een plaats geven en hen talrijk maken, en Ik zal
Mijn heiligdom in hun midden zetten tot in eeuwigheid.

Door de wedergeboorte van de Heilige Geest zijn wij Messias belijdende heidenen en Messias
belijdende joden dan ook gezamenlijk nog:

1°) Gods tempel: 1 Corinthe 3:16: “16 Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van
God in u woont?”

2°) En ook Gods volk: 2 Corinthe 6:16: “16 Of welk verband is er tussen de tempel van God en de
afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun
midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn.”
De vervallen hut van David 59
Het beeld dat hier opgeroepen is komt uit het Oude Testament en is hier toegepast op alle
Messias belijdende van welk ras ze ook mogen zijn.

 Ex.29:45: “Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God zijn.”
 Lev.26:11: “Ik zal Mijn tabernakel in uw midden plaatsen en Mijn ziel zal niet van u
walgen.”
 Ezech.37:26: “Ik zal met hen een verbond van vrede sluiten. Het zal een eeuwig verbond
met hen zijn, Ik zal hun een plaats geven en hen talrijk maken, en Ik zal Mijn heiligdom in
hun midden zetten tot in eeuwigheid.” (Dus niet gaan toepassen op een 1.000 jarig rijk.
Het is THANS vervuld in de gemeente van Jezus.)

Die teksten geven dan ook aan dat er geen tweesporenbeleid is van Godswege. Wat Jakobus
duidelijk zegt is dat de profeten ermee in overeenstemming zijn. En dat God een volk uit de
heidenen verzameld heeft. En hij geeft deze woorden als ondersteuning: “gelijk geschreven is.” Hij
citeert vervolgens één profetie. Er zijn andere profetieën hiermee in overeenstemming. We zien
dat bijvoorbeeld heel duidelijk in Romeinen hoofdstukken 9 t/m 11. Daarin beschrijft Paulus de
roeping uit de heidenen en geeft er meerdere teksten bij als onderbouw uit het Oude Testament.

In het Nieuwe Testament komt het vaker voor dat niet de Hebreeuwse grondtekst aangehaald
wordt, maar juist de Griekse vertaling van deze Hebreeuwse grondtekst, namelijk de Septuaginta.
En die Septuaginta heeft in Amos 9 het volgende:

Amos 9 (Septuaginta) Amos 9 (Engelse vertaling Septuaginta)


11 εν τη ημερα εκεινη αναστησω την σκηνην “11 On that day I will raise up the tent of
δαυιδ την πεπτωκυιαν και ανοικοδομησω τα Dauid that is fallen and rebuild its ruins and
πεπτωκοτα αυτης και τα κατεσκαμμενα αυτης raise up its destruction, and rebuild it as the
αναστησω και ανοικοδομησω αυτην καθως αι days of old 12 in order that those remaining
ημεραι του αιωνος of humans andb all the nations upon whom
12 οπως εκζητησωσιν οι καταλοιποι των my name has been called might seek out
ανθρωπων και παντα τα εθνη εφ ους mec, says the Lord who does these things.”
επικεκληται το ονομα μου επ αυτους λεγει Vertaling: Albert Pietersma, Benjamin G.
κυριος ο θεος ο ποιων ταυτα Wright - A New English Translation of the
Septuagint (2007)

De gelijkenis is zeer frappant maar er zijn ook verschillen. We mogen niet vergeten dat die
discipelen soms weleens een andere lezing geven van een tekst: meestal citeren ze uit de Griekse
Septuaginta. En veelal uit memorie dus niet met de teskt voor hun neus. Het enige verschil is dat
in Handelingen 15 de beginwoorden staan: “Na dezen zal Ik wederkeren”, in plaats van “In die
dag” in Amos. Heeft Jakobus hier een andere versie van de Septuagint geciteerd met de vertaling
“zal Ik wederkeren.” Dat is een mogelijke verklaring, maar het is ook niet onterecht op te merken
De vervallen hut van David 60
dat de discipelen van Jezus de tekst iets anders inkleuren. Paulus en Petrus doen het ook soms. En
vergeet dan niet dat doen ze onder goddelijk inspiratie! Dus zeg niet ze maken fouten!

Hier dan de Statenvertaling met kanttekeningen van beide verzen.

Amos 9:11,12 – Statenvertaling met kanttekeningen


Belofte van herstel
11 eTe 45dien dage zal Ik de vervallen hut van David wederoprichten, en Ik zal
46
haar reten vertuinen, en 47wat aan haar is afgebroken, wederoprichten,
en zal ze bouwen als in de dagen vanouds;
e Hand. 15:16.
45 Na de voorzeide verstrooiing, enz., zal Ik Davids koninkrijk wederoprichten,
veranderende dat in een geestelijk en eeuwig Koninkrijk onder den Messias.
Zie Hand. 15:16, 17, waaruit klaarlijk blijkt, dat deze en diergelijke
profetieën geestelijk te verstaan zijn.
46 Der hut van David.
47 Hebr. haar afbrekingen, verstoringen, dat is, puin,
gebroken steen, kalkscherven, gruis, enz.

12 Opdat 48zij erfelijk bezitten het 49overblijfsel van Edom en al de heidenen die
50
naar Mijn Naam genoemd worden, spreekt de HEERE, Die dit doet.
48 Het geestelijke Israël, Mijn kerk, waarvan Christus het Hoofd is.
49 Dat is, alle uitverkorenen uit de heidenen, zelfs uit de allervijandelijkste,
afgebeeld door Edom, die door de predicatie van het Evangelie en werking
van den Heiligen Geest zullen gebracht worden onder de gehoorzaamheid
van Christus en tot de gemeenschap Zijner kerk. Zie Jes. 19:25.
50 Hebr. over dewelke Mijn Naam is of wordt uitgeroepen of genoemd.
Zie deze manier van spreken Jes. 4:1. Jer. 7:10, met de aantt. De zin is:
Welke heidenen Ik tot Mijn volk en kinderen zal aannemen en tot
Mijn gemeenschap beroepen, waarvan zij blijde professie zullen doen.
Vgl. Jes. 44:5. Hos. 1:10; 2:22. Hand. 2:39. Rom. 9:25, enz.

Handelingen 15:13-18 HSV met verwijzingen


13 En toen zij zwegen, antwoordde Jakobus: Mannenbroeders, luister naar mij.
14 Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft om voor Zijn
Naam uit hen een volk aan te nemen.
De vervallen hut van David 61
15 En hiermee stemmen de woorden van de profeten overeen, zoals geschreven staat:
16 Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is
afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten,
Amos 9:11 Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn scheuren zal Ik
dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen
als in de dagen van oude tijden af;
Amos 9:12 zodat zij de rest van Edom in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover
Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet.
17 opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over wie
Mijn Naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
18 Aan God zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.

Als men de twee gedeeltes in de Statenvertaling naast elkaar legt, zien we een duidelijk verschil:

I.p.v. Edom staat er adam (mensen)

I.p.v. bezitten (jarash) staat er darash (zoeken, vragen)

I.p.v. jiresjoe (zij zullen in bezit nemen) staat er jidresjoe (zij zullen zoeken)

We citeren uit een kort artikel van Dr. A. Dirkzwager dat hier op ingaat, Het citaat uit Amos 9 in
Handelingen 15 en ik kan niet anders dan dit beamen. Op deze site:
http://www.dirkzwagerarie.be/joomla/index.php?
option=com_content&view=frontpage&Itemid=1&lang=en

“We belijden, dat het Nieuwe Testament door de Heilige Geest is geïnspireerd. Hij heeft het dus
juist gevonden om de tekst waarop heel de redenering steunt, te laten citeren als opdat de
overigen van de mensen de Heer zoeken. We kunnen er dus rustig van uitgaan, dat we hierin de
juiste lezing van ons zinnetje voor ogen hebben. Amos schreef een tekst met zoeken (darasj) en
niet met beërven (jarasj). Hij gebruikte zowel mensen (adam) als de Heer (ha’adon).”

Dit is bijna exact zoals Jakobus het aanhaalt. Het enige grote verschil is dat in Handelingen 15 de
beginwoorden staan: “Na dezen zal Ik wederkeren”, in plaats van “In die dag” in Amos. Volgens
enkele Bijbelcommentaren is het mogelijk dat door Jakobus een andere versie van de Septuaginta
geciteerd wordt, waarin de vertalers “zal Ik wederkeren” hebben geschreven. Dat is een
plausibele verklaring is, maar het bewijs van de manuscripten ontbreekt hier. Maar er zijn
duizenden manuscripten die we niet hebben: het was in die dagen geschreven op papyrus en dat
is iets dat vlug vergaat, als men het niet goed heeft bewaard.
De vervallen hut van David 62
Jakobus geeft te kennen met zijn woorden dat de profeten ermee in overeenstemming zijn! Of
omgekeerd, wat de profeten zeggen dat herhaalt hij. Het is “dat God uit de heidenen een volk” zal
aannemen voor Zijn Naam. Als Jakobus dan aan deze profetie nog toevoegde: “hierna zal Ik
terugkeren”, dan heeft dit geen enkele invloed op de profetie zelf. Dat moeten we even
vasthouden! Want onmiddellijk daaraan voorafgaande had Petrus gesproken en die had gezegd
volgens Handelingen 15: “14 Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien
heeft om voor Zijn Naam uit hen een volk aan te nemen. 15 En hiermee stemmen de woorden van
de profeten overeen, zoals geschreven staat:” Die verzen gaan over de heidenen, niet de
Wederkomst! En nadat hij de profetie uitsprak volgen deze woorden, en dat wordt bewezen
doordat hij niet één maar twee volle verzen aanhaalt. En juist dit laatste vers gaat over de
heidenen.

Handelingen 15:16 HSV: “16 Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer
opbouwen, en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten.”
Amos 9:11,12 HSV: “11 Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van David. Zijn
scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, ik zal hem
opbouwen als in de dagen van oude tijden af; zodat zij de rest van Edom in bezit zullen
nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die
dit doet.

Er is wel een aanleiding te vinden waarom Jakobus of de andere Septuagint deze woorden “na
dezen zal ik wederkeren” gebruikt, namelijk, de daarvoor geschreven verzen in Amos 9:

 Amos 9:8-10 HSV: “8 Zie, de ogen van de Heere HEERE zijn gericht op dit zondige
koninkrijk. Ik zal het wegvagen van de aardbodem. Evenwel zal Ik het huis van Jakob niet
geheel wegvagen, spreekt de HEERE. 9 Want, zie, Ik geef opdracht, en Ik zal het huis van
Israël onder alle volken schudden, zoals met een zeef geschud wordt; geen steentje zal op
de grond vallen. 10 Door het zwaard zullen sterven alle zondaars van Mijn volk, die
zeggen: Het kwaad zal niet naderen en ons niet tegemoet treden.”

Amos profeteerde onder Israël en verkondigde de ballingschap van het volk (vers 9). Tussen de
oordelende woorden vann de profeet (= God) door lezen we dat niet geheel Israël verdelgd zal
worden (vers 8). Het oordeel komt specifiek over de zondaars onder het volk (vers 10), zij zijn met
velen en zij zullen sterven. In de dagen die daarna volgen gebeurt er dat dit: het oprichten van
de vervallen hut van David. Dat daar een periode tussen zit, was voor Jakobus natuurlijk bekend.
Deze profeet hij leefde in de dagen dat een deel van Israël verdelgd werd en dat er nog een deel
overgebleven was. De woorden “na dezen” slaan in dit verband dan op “nadat de verstrooiing is
begonnen”.
De vervallen hut van David 63
Kijk hoe het woord “terugkeren” of andere vertalingen “wederkeren” in het vorige hoofdstuk,
dat is acht, gebruikt is? Het voorgaande hoofdstuk in Amos is verhelderend voor het hoofdstuk 9:
Amos 8:2, 11-12 HSV

“2 Toen zei Hij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een korf met zomervruchten. Daarop zei de HEERE tegen
mij: Het einde is gekomen voor Mijn volk Israël: Ik zal het niet langer voorbijgaan. (....) [vergelijk
met Amos 7:8: “8 Toen zei de HEERE tegen mij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een paslood. Daarop zei
de Heere: Zie, Ik ga een paslood plaatsen in het midden van Mijn volk Israël. Ik zal het niet langer
voorbijgaan.”]

11 Zie, er komen dagen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik honger in het land zal zenden; geen
honger naar brood, geen dorst naar water, maar om de woorden van de HEERE TE HOREN. 12
Dan dolen zij van zee tot zee, van noord tot oost trekken zij rond, om het woord van de HEERE TE
ZOEKEN, maar zij zullen het niet vinden.”

Amos profeteerde in hoofdstuk 9, dat er een tijd zou zijn dat YaHWeH niet meer voorbij zou
gaan aan Zijn volk. En dat Zijn Woorden niet meer gesproken zouden worden onder hen. Dit was
behalve die uitzonderingen genoemd in Ezra en Nehemia nog steeds het geval in de dagen van de
Heere Jezus. Dus is de conclusie dat de HEERE niet was voorbijgegaan en Hij dus wedergekeerd is
in die dagen van de apostelen. Ze kunnen Hem weer “horen en zoeken”

Jakobus haalt de profetie juist aan om erop te wijzen dat Amos overeenstemt met de laatste
geschiedenis van de 10 stammen: dat God HEN uit de heidenen als een volk verzamelt voor Zijn
Naam. Dat staat in het tweede vers dat hij aanhaalt:

Handelingen 15:17 HSV: “17 opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en
alle heidenen over wie Mijn Naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.”

Hier zijn twee groepen genoemd die de Heere zouden zoeken.

1°) “mensen die overgebleven zijn” en

2°) de “heidenen over welke de Naam des Heeren is aangeroepen.”

Deze overgeblevenen wijzen naar het overblijfsel van Israël en galoppeer niet zonder teugels naar
een totale behoudenis van Israël. Paulus schrijft erover in Romeinen 11:5 de geroepen Joden
noemt die tot geloof gekomen zijn en: ook hier gaat het om “een overblijfsel”:

 Rom.11:5: “5 Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan,


overeenkomstig de verkiezing van de genade.”
De vervallen hut van David 64
HET IS NIET ONMOGELIJK DAT HIER MET ISRAËL DE 12 STAMMEN BEDOELD ZIJN! Maar dat is niet
met de 100 procent zo zeker, want in het slot van Romeinen hoofdstuk 9 gaat het degelijk om de
10 stammen.

 Rom.9:24-29: “24 Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar
ook uit de heidenen. 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt: Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn
volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen
gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd
worden. 27 En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het
zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden. 28 Want Hij voltooit een
zaak en handelt die af in gerechtigheid. De Heere immers zal metterdaad Zijn zaak snel
afhandelen op de aarde. 29 En zoals Jesaja van tevoren gezegd heeft: Als de Heere van de
legermachten ons geen nageslacht had overgelaten, zouden wij als Sodom zijn geworden
en aan Gomorra gelijkgemaakt zijn geweest.”

Romeinen 9:24 is hier duidelijk genoeg in dat God niet alleen uit de Joden zijn volk roept, MAAR
OOK uit de heidenen. Om deze heidenen gaat het: Gods heeft ze gekozen uit miljoenen andere
heidenen, zij belijden de Messias als hun enige hoop en Verlosser.

Als er staat: “alle heidenen over wie Mijn Naam uitgeroepen is” in Hand.15:17 en “en het geloof
aannemen” in Hand.15:7 dan gaat het om hetzelfde. De uitdrukkingen en de overeenkomsten
gaan over YaHWeH die zich “een volk” aanneemt “voor Zijn Naam.” Het blijkt in deze woorden
van Jakobus een ondersteuning te hebben Jakobus 2:7: “7 Lasteren zij niet de goede Naam, Die
over u is aangeroepen? In Handelingen 15:17 en Jakobus 2:7 staan exact dezelfde grondwoorden
voor “aangeroepen” en “over.” De Naam van de HEERE is over ons gelovigen geroepen. Dus is het
volk met de uitdrukking “alle heidenen over wie Mijn Naam uitgeroepen is” gelijk met “een volk
aangenomen voor Zijn Naam.” De overeenkomst is in de Statenvertaling van Amos 9 en
Handelingen 15 goed merkbaar.

Heidenen die in Jezus geloven vormen samen met het overblijfsel van Israël het volk dat de
HEERE zoekt. Handelingen 15:17 zegt in de Willibrordvertaling: “OPDAT de rest van de mensen de
Heer zullen zoeken samen met alle heidenen, over wie mijn Naam is uitgeroepen.” Het woordje
“opdat” slaat terug op het vorige vers ook geciteerd door Jakobus. Dat vers Handelingen 15:16
volgens de HSV zegt: “16 Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen,
en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten.”

Nu gaan we wat nader kijken naar die “hut van David.” Hier zijn enkele variaties op dat woord in
enkele Engelse vertalingen, in het Grieks “τὴν σκηνὴν Δαυὶδ” Het woord in Strong’s Grieks
woordenboek is 4633. Skéné = dwellings (1), tabernacle (15), tabernacles (3), tents (1).
De vervallen hut van David 65
King James Bible: “After this I will return, and will build again the tabernacle of David,
which is fallen down; and I will build again the ruins thereof, and I will set it up.”
Christian Standard Bible: “After these things I will return and rebuild David's fallen tent. I
will rebuild its ruins and set it up again,”
Contemporary English Version: “"I, the Lord, will return and rebuild David's fallen house. I
will build it from its ruins and set it up again.
Good News Translation: “'After this I will return, says the Lord, and restore the kingdom of
David. I will rebuild its ruins and make it strong again.”

Dat wil zeggen dat allen versies goed zijn behalve de laatste, die een parafrase is, maar die toch
weergeeft waarover het gaat: het koninkrijk van David. Het Nederlandse woord “tabernakel” is
een oud woord voor “tent” in onze moderne taal. Wat leert Jacobus ons in zijn verhaal en dat is
zeer belangrijk dat te onthouden: de vervallen tent van David is weer opgericht zodat de
gelovigen van onze tijd bestaande uit Joden en heidenen, de Heere zouden zoeken. De hut is niet
alleen daarom opgericht. Maar het geeft aan dat de heerschappij en koningschap = het
koningshuis van David weer opgebouwd is als een woning, dus met een inwoner.

Jesaja 16:5 heeft het ook over deze zaak. Hier de Statenvertaling met kanttekeningen en de
verwijzingen naar Bijbelteksten en de nadruk ligt op Jezus die het koningschap van David heeft
overgenomen en het zal niet meer wijzigen want Hij blijft het voor eeuwig. Een rijk van 1.000 jaar
er tussenin promoten heeft geen zin in de uitdrukkingen van de profeten:

Jesaja 16:5 Statenvertaling met kanttekeningen


5 Want er zal 26een troon 27bevestigd worden 28in goedertierenheid, en op den zelven
zal 29bestendiglijk Een zitten a30in de tente Davids, Een Die oordeelt en het recht zoekt, en 31vaardig
is ter gerechtigheid.
26 Dat is, een koninkrijk of koninklijke waardigheid.
27 Of: bereid worden.
28 Te weten door de goedertierenheid Gods. Anders: in genade.
29 Hebr. in waarheid, dat is, stijf en vast.
a Jes. 9:6. Dan. 7:14, 27. Micha 4:7. Luk. 1:33.
Jes. 9:6 Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den
troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met
gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN
der heirscharen zal zulks doen.
Dan. 7:14 En Hem werd gegeven heerschappij en eer en het Koninkrijk, dat Hem alle
volken, natiën en tongen eren zouden; Zijn heerschappij is een eeuwige
heerschappij, die niet vergaan zal, en Zijn Koninkrijk zal niet verdorven worden.
Dan. 7:27 Maar het Rijk en de heerschappij, en de grootheid der koninkrijken onder
De vervallen hut van David 66

den gansen hemel, zal gegeven worden aan het volk der heiligen der hoge plaatsen,
welks Rijk een eeuwig Rijk zijn zal; en alle heerschappijen zullen Hem eren en
gehoorzamen.
Micha 4:7 En Ik zal haar die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die
verre heen verstoten was, tot een machtig volk; en de HEERE zal Koning over hen zijn
op den berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid.
Luk. 1:33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns
Koninkrijks zal geen einde zijn.
30 Dat is, Een van het geslacht Davids, te weten Christus. Hij alleen bezit
bestendiglijk den stoel Davids, want Hij heeft een eeuwig Koninkrijk.
31 Dat is, haastelijk gevende wat recht is, hetzij den goeden of den kwaden.
Anders: in het recht wel ervaren, als Ezra 7:6. Zodat de profeet in dit vers wederom
de Moabieten vermaant, dat zij zich over de verdreven Joden ontfermen zouden,
dewijl hun vervallen koninkrijk wederom zou opgericht worden, en in der
eeuwigheid bestendiglijk blijven zou.

Het verband tussen de tent van David en diens troon en het eeuwige koninkrijk ligt in de hand
van de zoon van David: Jezus van Nazareth! De profeten geven er het getuigenis van:

Jesaja 22:22: “22 En Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen. Als hij
opendoet, zal niemand sluiten. Als hij sluit, zal niemand opendoen.”
Hand.13:23: “Uit zijn nageslacht heeft God voor Israël, volgens de belofte, de Zaligmaker
Jezus doen voortkomen.”
Rom.1:3: “ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht
van David.”
2 Tim. 2:8: “Houd in gedachten dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het
nageslacht van David, overeenkomstig mijn Evangelie.”
Openbaring 3:7,8: “7 En schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt de
Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en Hij
sluit en niemand opent: 8 Ik ken uw werken. Zie, Ik heb voor uw ogen een geopende deur
gegeven en niemand kan die sluiten, want u hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord
in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend.”

Wij, alle Messias belijdende joden en heidenen hebben dus toegang gekregen tot het huis van
David. Het huis van David IS NIET MEER vervallen, maar is opgericht en is weer werkzaam. Jezus
zit dus op de troon van David. Wij hebben deel gekregen aan dit koninkrijk waaraan dagelijks
leden worden toegevoegd. Voor ongelovigen is dat nu een verborgen koninkrijk, maar straks bij
de openbaring van Christus zal het geopenbaard worden. Voor gelovigen is dat even reel als ware
het op een geographische plaats op aarde. Het verschil tussen koning David en de Messias is
vanaf het begin van de gemeente van Christus duidelijk beschreven, hier in woorden van Petrus:
De vervallen hut van David 67
Handelingen Want David zegt over Hem: Ik zag de Heere altijd voor mij, want Hij is aan mijn
2:25 rechterhand, opdat ik niet zou wankelen.

Handelingen Mannenbroeders, het is mij toegestaan over de aartsvader David vrijuit tegen u
2:29 te zeggen dat hij én gestorven én begraven is, en dat zijn graf tot op deze dag
bij ons is.

Handelingen David is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere
2:34 heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand,

Ook de profetie van Amos zelf wijst erop dat het eerste dat moet gebeuren het oprichten zou
zijn van de vervallen hut. Slechts daarna het herstel van Israël. Want Amos 9:13-15 vervolgt met:

Amos 9:13-15 - Statenvertaling met kanttekeningen


51 Hebr. trekker, of dien die het zaad trekt of voorwaarts
strekt, dat is, al trekkende in de aarde werpt, of uit den zak trekt,
13 Zie, de dagen komen, haalt, om te zaaien. Zie Ps. 126:6. De zin is: Daar zal overvloed van
spreekt de HEERE, dat de alles zijn. Zie Lev. 26:5. Waardoor de rijkdom en overvloed der
ploeger den maaier, en de geestelijke genade en zegeningen onder het Rijk
druiventreder van Christus wordt afgebeeld. Vgl. Hos. 2:14, 20, 21, met de
den 51zaadzaaier genaken zal; aantt.
en de 52bergen zullen 52 Zie Joël 3 op vers 18.
van zoeten wijn druipen en al
f
f Joël 3:18.
de heuvelen zullen 53smelten. 53 Dat is, zullen schijnen te smelten, door het overvloedig
uitgeven van wijn, melk, olie, enz., alsof zij daarvan vloeiden.

14 En Ik zal de 54gevangenis 54 Uit de geestelijke gevangenis en macht des


van Mijn volk Israël wenden, satans verlossen door den Heiland Christus.
en zij zullen de verwoeste 55 Vgl. Jes. 65:21, 22, enz.
steden 55herbouwen en
bewonen, en wijngaarden
planten en derzelver wijn
drinken; en zij zullen hoven
maken en derzelver vrucht
eten.
15 En Ik zal hen gin hun 56land g Jer. 32:41.
planten; en zij zullen niet 56 In Mijn kerk, strijdende en triomferende, het
meer worden uitgerukt uit hemels Kanaän.
hun land, dat Ik hunlieden
gegeven heb, zegt de HEERE
De vervallen hut van David 68
uw God.

Kort samengevat wat staat er in Amos 9:

1°) Israël zal verstrooid worden (9:9)

2°) De vervallen hut van David zal opgericht worden (9:11)

3°) Het overblijfsel zal samen met gelovige heidenen de Heere zoeken (9:12)

4°) De gevangenis van Israël zal gewend worden en de steden herbouwd worden. (9:14)

5°) Israël zal voor eeuwig in het land wonen (9:15)

Zie je nu wel zal iemand van de bedelingen nu roepen: ze worden hersteld. Dan denkt hij aan
een periode van 1.000 jaar in de nabije toekomst! Echter, mag ik u vragen, niet te vlug victorie
kraaien! Want u moet u houden aan deze tijdslijn die beschreven is in Amos. Niet zomaar een
stukje nemen hier wat overslaan en verder gaan alsof niemand iets gemerkt heeft. De eerste stap
is verstrooiing en de tweede die er logisch op volgt: de vervallen hut van David zal opgebouwd
worden. En het is niet zomaar één die dat doet maar wel de éné onze Heer Jezus de Christus. Hij
is de vervulling van deze profetie, zonder Hem geen heropgebouwde hut van David. Allen met
Hem is er een zekerheid van het echte koninkrijk. En dat dat zo is, is terug te vinden in de
woorden van Paulus in Romeinen 15:8-12:

Romeinen 15:8-12 HSV met verwijzingen


8 En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de
waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen,
9 en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid, zoals
geschreven staat: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.
2 Sam. 22:50 Daarom zal ik U, HEERE, loven onder de heidenvolken, voor Uw Naam zal ik
psalmen zingen.
Ps. 18:50 Daarom zal ik U, HEERE, loven onder de heidenvolken, voor Uw Naam zal ik
psalmen zingen.
10 En verder zegt Hij: Wees vrolijk, heidenen, met Zijn volk!
Deut. 32:43 Juich, heidenen, met Zijn volk! Want Hij zal het bloed van Zijn dienaren
wreken. Hij zal de wraak laten terugkomen op Zijn tegenstanders, en Zijn
land en Zijn volk verzoenen!
11 En verder: Loof de Heere, alle heidenvolken, en prijs Hem, alle volken!
Ps. 117:1 Loof de HEERE, alle heidenvolken; prijs Hem, alle natiën.
12 En verder zegt Jesaja: De wortel van Isaï zal er zijn en Hij Die opstaat om heerschappij te
De vervallen hut van David 69
voeren over de heidenen, op Hem zullen de heidenen hopen.
Jes. 11:10 Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor
de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal
heerlijk zijn.
Openb. 5:5 En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit
de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de
boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
Openb. 22:16 Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om bij u in de gemeenten van deze
dingen te getuigen. Ik ben de Wortel en het Nageslacht van David, de
blinkende Morgenster.

We moeten nog even een ander punt aansnijden. Als men in het Nieuwe Testament een citaat
weergeeft van een gedeelte van het oude Tesatment dan is dit de regel: men beschrijft iets en
dan volgt het citaat. Het verhaal is steeds zo dat “dit” wat nu is gebeurd = aan “dat” wat in het
Oude Testament voorzegt was. Kijk bijvoorbeeld naar de eerste tekst die we weergeven: “5
Daarna vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet
volgens de overlevering van de ouden, maar eten zij het brood met ongewassen handen? 6 Maar
Hij antwoordde hun: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd zoals er geschreven
staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan.”

Markus 7:6 Maar Hij antwoordde hun: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars,
geprofeteerd zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar
hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan.
Lukas 3:4 zoals geschreven staat in het boek van de woorden van de profeet Jesaja: De
stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere gereed,
maak Zijn paden recht.
Lukas 4:17 En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek
opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond:
Johannes Hij zei: Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van
1:23 de Heere recht, zoals Jesaja, de profeet, gesproken heeft.
Johannes opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd dat hij gesproken heeft:
12:38 Heere, wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm van de Heere
geopenbaard?
Johannes Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja verder gezegd heeft:
12:39
Johannes Dit zei Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag en over Hem sprak.
12:41
De vervallen hut van David 70
Met dit in gedachten komen we naar Handelingen 15.12-17 in de Naardense versie.

12 Maar dan zwijgt heel de menigte


en zij hebben toegehoord
terwijl Barnabas en Paulus verhalen
hoevele tekenen en wonderen
God door hen onder de volkeren
gedaan heeft.

13 Maar daarna, als zij zwijgen,


antwoordt Jakobus en zegt:
mannenbroeders, hoort naar mij!-

14 Simeon heeft uiteengezet


hoe in het eerst God heeft omgezien
en uit volkeren
een gemeente heeft genomen
voor zijn naam;

15 daarmee stemmen overeen


de woorden van de profeten,
zoals geschreven staat:

16 ‘daarna zal ik terugkeren en opbouwen


de vervallen tent van David;
de dingen daarvan die ondersteboven zijn gekeerd
zal ik opbouwen,
en ik zal haar rechtzetten,

17 opdat de overgeblevenen van de mensen


de Heer zullen zoeken,-
ook alle volkeren
over wie mijn naam is uitgeroepen!,
zegt de Heer die deze dingen doet

De leer van de bedelingen komt nu met een trukendoos ons vertellen dat de heidenen eerst
moeten uitgezocht worden door God en dat later de vervallen tent van David opgericht wordt. Zo
kunnen ze de schijn creëren dat er in een 1.000 jarig rijk en een regering is van Christus. Alsof die
er nu nog niet zou zijn! Lees het toch nog eens en ook wat er in Amos 9 staat:

1°) het eerste op het programma van de vervulling is de vervallen tent van David herstellen
De vervallen hut van David 71
2°) opdat de heidenen zich zouden kunnen voegen bij Israël, onder de Heer hun koning.

Dat is exact wat er gebeurde: met Pinksteren is het duidelijk dat Jezus Heer is en koning, het
koninkrijk voor Israël is hersteld. Jezus is gaan zitten of staan naar gelang de tekst, aan de
rechterhand van de Vader. Dan worden enkele jaren alleen joden uitverkoren om in dat rijk
opgenomen te worden maar later ook heidenen. Dat is hoe het is gegaan: we kunnen de
geschiedenis niet vervalsen en de leer van de bedelingen in het gelijk stellen. ZE doen onrecht aan
God en Zijn woord.

Schrijvers van de leer van de bedelingen geven de indruk dat wanneer er over God en de Heer
gesproken wordt als dat ze zitten op Hun troon er dus niets gedaan wordt. God rust niet uit op
Zijn troon. Neem de concordantie en zoek maar op. Waar God “neerzit” ligt de nadruk op zowel
een overwinning die is voltrokken of het oordeel over iemand of een volk dat gaande is. Of is
gewoon het symbool van Zijn universele Almacht die Hij uitoefent. En idem voor de Heer die
neven de Vader zit. Zijn verlossingswerk is volbracht. Dat verzoenende werk strekt zich uit over de
volkeren van de wereld (joden incluis). Als joden Hem niet aannemen is dat niet meer of minder
dan dat een heiden Hem niet aanneemt! Aan ieder wordt de tijd en gelegenheid gegeven zich te
bekeren tot Jezus van Nazareth. Dat is regeren! Uit de uitdrukking “op de troon zitten” blijkt het
juridische karakter van die handeling. Zelfs indien er zou kunnen bewezen worden dat er een
duizendjarige regering is voor de toekomst dan is dat de manier waarop de Heer met de volkeren
zal omgaan. Wat Hij dan zou doen, doet Hij thans, waardoor er geen nood is aan zo een rijk.

God zalfde op Pinksteren de eerste levende stenen van zijn geestelijke tempel (Hand.2:33 /
Heb.6:20). Het is Jezus Christus en met hem als fundamentsteen, dat de door de Heilige Geest
gezalfde discipelen van Christus als tempel Gods, vanaf die tijd dienst verrichten. De zalving van
deze leden van Gods tempel is niet gebeurd zoals de zalving van het eerste tabernakel namelijk
door middel van welriekende olie. Deze leden zijn gezalfd door iets veel belangrijker, namelijk
Gods Heilige Geest (2 Cor.1:21,22 / Eph.1:11-14 / Eph.4:30). Hoe we ook vertalen of hoe we het
ook mogen uitleggen, in elk geval is Christus “meer dan de tempel” (Mat.12:6).

Zijn we te kritisch tegenover de Messias belijdende joden? En de joden in het algemeen? Een
van de belangrijkste boeken over het verleden van Israël en de vervolging van dat volk (door
meestal Christenen, jammer genoeg) is: M. Brown, Bloed aan onze handen, Shalom Books, 1995.
Toch moeten we voor het slot in het boek reserves maken, omdat de liefde voor Israël deze
schrijver (Messiasbelijdende jood) dingen laat zeggen die niet Schriftuurlijk zijn. We lezen op
blz.189 “Als de verwerping van Israël de verzoening van de wereld betekent, zal de aanneming
van Israël iets veel groters betekenen: de opstanding uit de dood van iedereen die met God
verzoend is! En Israël zal aangenomen worden! Want: ’Zijn de eerstelingen heilig, dan ook het
deeg, en is de wortel heilig, dan ook de takken (Romeinen 11:16); God zal het hele deeg redden.”
(Wat de schrijver in schuinschrift zet hebben we onderstreept). Rom.11:16 spreekt over wat er
De vervallen hut van David 72
van het begin af is geschied. Namelijk dat gezien er Joden afvallig geworden zijn, ze afgehouwen
zijn en er onmiddellijk anderen - Heidenen - in de plaats gekomen zijn. De tekst spreekt van wat
er in de tijd van Paulus al aanwezig was, een kerk bestaande uit Joden, waarmee God opnieuw
gestart was en Heidenen die de Heer hadden aangenomen. Daarom is ook dat heidense deeg
thans geheiligd. En trouwens de opstanding van de mensen uit de heidenen heeft niets te maken
met Israël. Maar alles met de Messias, met Jezus van Nazareth en het zoenoffer dat Hij bracht.
Zelfs indien de schrijver op een geestelijke opstanding doelt, ook dan is zijn redenering verkeerd
want het is de Heilige Geest die de wedergeboorte bewerkt. Blinde liefde voor Israël mag ons er
niet toe leiden de Schriften (of de feiten) te verdraaien. Niet inlezen wat er niet staat.

Drie opmerkingen nog over dat koninkrijk:


1°) Het Koninkrijk Gods (= der hemelen) is het onderwerp van de prediking van zowel Johannes
de Doper áls Jezus áls de 12 apostelen áls de 70 discipelen. Dat rijk is “nabij.” Eén tekst (Luc.17:21,
zie hierover verder) zegt dat het onder de discipelen aanwezig is. Wie met Jezus te maken heeft,
is in contact gekomen met het Koninkrijk Gods. De wonderen door Jezus gedaan zijn daar het
bewijs van. Zie Mat.11:12 / 12:28 / Luc.4:16-21. Jezus heeft macht over de natuur (Mat.14:22
e.v.), geneest zieken (Mat. 4:24), vergeeft de zonden (Marc.2:5,10 / Luc.7:48-50) en wekt doden
op (Marc.5:35 e.v. / Luc.7:11-17). Tijdens de prediking van Christus is het heil van het Koninkrijk er
“bijna” in zijn totaliteit. En dat wordt in enkele teksten ook aangegeven. Simeon verwachtte “de
vertroosting van Israël” (Luc2:25). Anna is iemand die voor Jeruzalem “verlossing” verwacht”
(Luc.2:38). De Emmausgangers: “leefden in de hoop, dat Hij het was (Jezus) die Israël verlossen
zou” (Luc.24:21). En Jozef van Arimathea hoort tot dezen: “die ook zelf het Koninkrijk Gods
verwachtte” (Marc.15:43).

De indruk die men krijgt bij het lezen van de opmerkingen van Johannes en Jezus dat het rijk
nabij is deze: het rijk staat op het punt uit te breken in de wereld. Een uitstel van tweeduizend
jaren hiertussen voegen zoals men doet in de kringen waar de duizendjarige regering nog
toekomst is, is uitgesloten. De Hebreeën die Jezus in die tijd ontvangen hebben als hun Messias
hebben daadwerkelijk het rijk ontvangen en zijn er binnen gegaan (Heb.12:28). Dat is in
overeenstemming met de voorzegging van Jezus dat sommigen niet zullen gestorven zijn voordat
ze het rijk Gods zien komen in al zijn heerlijkheid (Marc.9:1).

2°) Breukvlak tussen het “na bijzijn” van dat rijk en de werkelijkheid van die regering ligt op het
Pinksterfeest van Hand.2. Dan is de boodschap duidelijk dat de opgestane “zowel Heer als Messi-
as” is (Hand.2:36). Engelen, machten en krachten zijn Hem nu reeds onderworpen (1 Pet.3:22).
Hij zit nu reeds aan Gods rechterhand en regeert (Eph.1:21). Nu reeds heerst zijn genade over wie
Hem wil dienen (Rom.5:22). De gemeente heeft nu reeds dat “onwankelbaar Koninkrijk”
ontvangen (Heb.12:28). Hij regeert nu reeds tot de dood is overwonnen (1 Cor.15:25-27). Christus
is nu reeds Zijn “heerlijkheid” in gegaan en regeert (2 Thes.2:14 / 2 Tim.2:10 / Heb.2:9).
De vervallen hut van David 73
3°) Met de Wederkomst zal het “Koninkrijk Gods” in een andere fase treden. Dat is evident. Want
dit komen van Christus is erop gericht de definitieve afscheiding te maken tussen het kwaad en
het goed; in de gemeente, in de wereld en zelfs daarbuiten. Dat is de dag “dat God het in het
verborgene oordeelt” volgens het evangelie van Christus Jezus (Rom.2:16). Meerdere parabels
gaan dit dan ook breedvoerig uitwerken, vb. deze van de schapen en de bokken (Mat.25:
31,32,40,46). Het avondmaal dat volgelingen van Jezus wordt aanbevolen te vieren is de
voorsmaak van die nog komende volle werkelijkheid van dat Rijk (Luc.22:18). Bij de komst, dat het
einde afsluit van “deze eeuw”, van de tijd dat men zich kán bekeren tot God en het Rijk waardig
zijn, zal de Heer alles overgeven aan de Vader (Mat.6:33 / Joh.3:3,5 / 1 Cor.15:24-28). Deze
teksten zeggen dan ook dat het Rijk Gods “verdergaat” en dat het met het ophouden van het
tussenrijk gewoon verder gezet zonder dat er nog inmenging is van enige vijand van dat Rijk.

Wellicht zal een schets over de Profeet Amos ook wat verduidelijken. De schrijver van dit
Bijbelboek, heeft een naam die in onze taal vertaald “beladene” of “last” betekent. Hij leefde
ongeveer 766 en 753 v. Chr., in de periode dat Jerobeam II in Israël en Uzzia in Juda regeerde.
Amos predikte in het noordelijk koninkrijk, het gebied van de 10 stammen. Meer bepaald in
Bethel waar het gouden kalf stond. Het was een tijd van redelijke welvaart en voorspoed. Maar
Amos ziet het einde komen en het is niet veraf. Als het om de 10 stammen gaat en als Jacobus in
de vergadering van Jeruzalem twee teksten aanhaalt over de heidenen met als achtergrond de 10
stammen in die teksten dan is dat nogal wat. Ook Paulus heeft dat gedaan in Romeinen 9 vers 24
tot het slot van dat hoofdstuk!

Als de leer van de bedelingen ervan uitgaat dat er nog een regering van 1.000 jaar moet komen
om de hut van David te laten functioneren dan hebben ze met deze tekst een groot probleem:
Hebreeën 11:13-16. Die tekst weerlegt dat namelijk: de aartsvaders hebben geen verwachtingen
op te staan uit de doden om daar een deel aan te hebben: dat is namelijk de bewering van de
bedelingenleer! Dat gedeelte van Hebreeën laat dat niet toe: ze verwachten namelijk geen aardse
erfenis maar een hemelse te ontvangen.

Hebreeën 11:13-16 HSV met verwijzingen


13 Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet
verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben
beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.
Joh. 8:53 U bent toch niet meer dan onze vader Abraham, die ook gestorven is? Ook de
profeten zijn gestorven. Voor wie geeft U Zichzelf uit?
Gen. 23:4 Ik ben slechts een vreemdeling en bijwoner bij u, maar geef mij toch bij u een
eigen graf, zodat ik mijn dode kan uitdragen en begraven.
Gen. 47:9 Jakob zei tegen de farao: Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is
De vervallen hut van David 74
honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren
geweest, en zij hebben het aantal van de levensjaren van mijn vaderen in de
dagen van hun vreemdelingschap niet bereikt.
14 Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken.
15 En als zij aan het vaderland gedacht hadden vanwaaruit zij weggegaan waren, zouden zij
gelegenheid gehad hebben om terug te keren.
16 Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom
schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor
hen een stad gereedgemaakt.
Ex. 3:6 Hij zei verder: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God
van Izak en de God van Jakob. En Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was
bevreesd God aan te kijken.
Matt. 22:32 Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is
niet een God van doden, maar van levenden.
Hand. 7:32 Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de
God van Jakob. En Mozes begon erg te beven en durfde het niet te bekijken.

We gaan even verder met de figuur van Abraham. Van Abraham staan enkele dingen in het
boek aan de Hebreeën die op het eerste zicht tegenstrijdig zijn. Zo staat er in Heb.6:13-15 HSV:
“13 Want toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die
hoger was, kon zweren. 14 Hij zei: Voorzeker, rijk zal Ik u zegenen en overvloedig zal Ik u in aantal
doen toenemen. 15 En zo heeft hij de belofte verkregen na daar geduldig op gewacht te hebben.”
Maar vergelijk in Heb.11:13,39,40 HSV staat er: “13 Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij
hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en
geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren.
39 En deze allen hebben, hoewel zij door het geloof een goed getuigenis van God gekregen
hebben, de vervulling van de belofte niet verkregen, 40 daar God met het oog op ons iets beters
voorzien had, opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.” De belofte ontvangen
of niet verkregen? Oplossing: alle beloften slaan niet op hetzelfde letterlijk aspect!

Een opmerking hierover maar vooraf nog een deel uit Rom.4:13-17 HSV:

Romeinen 4:13-17 HSV met verwijzingen


13 Want niet door de wet is de belofte aan Abraham of zijn nageslacht gedaan dat hij een
erfgenaam van de wereld zou zijn, maar door de gerechtigheid van het geloof.
14 Immers, als zij die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, is het geloof zonder inhoud
De vervallen hut van David 75
geworden en is de belofte tenietgedaan.
Gal. 3:18 Want als de erfenis uit de wet is, is zij niet meer uit de belofte; maar aan
Abraham heeft God die door de belofte genadig geschonken.
15 De wet brengt immers toorn teweeg, want waar geen wet is, is ook geen overtreding.
Joh. 15:22 Als Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, hadden zij geen zonde,
maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.
Rom. 5:20 De wet echter kwam er nog bij opdat de overtreding zou toenemen, maar
waar de zonde is toegenomen, daar is de genade meer dan overvloedig
geweest,
Rom. 7:8 Maar de zonde heeft door het gebod een aanleiding gevonden en in mij
allerlei begeerte teweeggebracht, want zonder de wet is de zonde dood.
Gal. 3:19 Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de
overtredingen, totdat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd
was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt.
16 Daarom is het uit het geloof, opdat het zou zijn naar genade, met als doel dat de belofte
zeker zou zijn voor het hele nageslacht, niet voor dat wat uit de wet alleen is, maar ook
voor dat wat uit het geloof van Abraham is, die een vader is van ons allen,
Jes. 51:2 Aanschouw Abraham, uw vader, en Sara, die u gebaard heeft. Want toen
hij nog alleen was, riep Ik hem, Ik zegende hem en maakte hem talrijk.
17 zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was
hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt,
en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren.
Gen. 17:4 Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een
menigte volken.

Met ander woorden: in Abraham én zijn afstammelingen is vervuld wat hém en hún is
aangezegd. Niet slechts aan de letterlijke vleselijke afstammelingen, maar ook aan allen die
hetzelfde geloof hebben aan de dag gelegd als Abraham. Er is niets meer dat op een vervulling
wacht. Abraham moet niet, zoals in kringen van de leer der duizend jaar wordt geleerd, nog eens
regeren over een stukje land in Israël. Abraham zal toch niet de “erfgenaam der wereld” zijn? Zijn
Zaad bij uitstek, de mens-geworden Zoon van God heeft voor Zijn voorvader alle gelovigen uit de
volkeren één gemaakt. Niet Abraham maar zijn nazaat Jezus van Nazareth zal over Israël regeren.
En trouwens niet over dat land dat er nu is maar over een nieuwe Israël dat op een nieuwe aarde
zal gelegen zijn. Het gaat ook niet om de letterlijke vervulling, maar om méér dan de
voorspelling zegt. Alle gelovigen ontvangen zelfs “iets beters”, volgens de tekst uit de brief aan
de Hebreeën. Allen zullen in een onsterfelijk, onverderfelijk en vernieuwd lichaam van deze
dingen mogen genieten. God doet aan elk van de vaderen méér dan er ooit in een profetie uit het
OT aan hen voorzegt was. De profetie gaat dus niet zondermeer letterlijk in vervulling.
De vervallen hut van David 76

Er is nog een tweede argument dat niet opgaat bij een extra 1.000 jarige regering: namelijk de
start van het Nieuw Verbond. Volgens dispensationalisten wordt het nieuwe verbond alleen met
het natuurlijke of nationale volk van Israël gemaakt. Nieuw met betrekking tot de vernieuwing
van hun harten volgens Jeremia 31:31-34 en Ezechiël 36:25-28. Het nieuwe verbond met Israël is
dus een tweede nieuw verbond. Ze vragen ons te kijken naar Hebreeën 8:6-13 en dat moet voor
hen nog in de toekomst liggen. Er is echter een gemakklijke weerlegging van die zaak te doen: dat
is starten bij Hebreeën 8:1-13. Daar is het dan duidelijk: het gaat niet om een nieuw verbond
alleen met de Joden, maar om een nieuw verbond met alle gelovige zowel joden als heidenen.
Allen ze moeten allen geloven in het offer van Jezus. Ook Titus 3:3-9 HSV is hierbij te vergelijken:

Titus 3:3-9 - HSV met verwijzingen


3 Want ook wij waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan
allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar
hatend.
4 Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen
verschenen is,
5 maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan
hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de
vernieuwing door de Heilige Geest.
6 Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker,
7 opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden,
overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven.
8 Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in
God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken.
Deze dingen zijn goed en nuttig voor de mensen.
9 Maar ontwijk dwaze vragen, geslachtsregisters en ruzies en strijdvragen over de wet,
want die zijn nutteloos en zinloos.

We gaan nog wat dieper graven naar de ware uitleg van Jeremia 31! Walvoord geeft over het
Nieuwe Verbond de volgende details: (we korten in) ”
1°) Het verbond is specifiek gemaakt voor de natie Israël... dit verbond spreekt niet over iemand
die geen afstammeling is van Jacob...
2°) Het Nieuwe Verbond is daarom voorzegd ter vervanging van het Mozaïsche verbond...
3°) De belangrijkste voorziening van het Nieuwe Verbond zal vervuld worden na de tijd van de
verdrukking van Israël, speciaal de Grote Verdrukking... de beloofde vervulling is na die tijd van
verdrukking (Jer.30:7)...
De vervallen hut van David 77

4°) Het Nieuwe Verbond vervangt het Mozaïsche verbond en zal in ”de harten geschreven”
zijn en niet op stenen tafelen (Jer.31:33).
5°) Het Nieuwe Verbond zal een grote geestelijke zegen zijn voor Israël...
6°) Het Nieuwe Verbond zal met zich de openbaring brengen van de heerlijkheid van God... Het
verwijst in het kort naar het Koninkrijk van Christus dat opgericht wordt met de tweede komst...
7°) Het Nieuwe Verbond spreekt van vergeving, genade en zegen...
De voorzieningen van het Nieuwe Verbond zijn zo gedetailleerd dat het voor elke zorgvuldige
onderzoeker duidelijk moet zijn dat dit Verbond in het verleden nog niet werd vervuld en ook nu
zich niet vervuld. Het is daarom de hoeksteen van het geloof in een duizendjarig koninkrijk dat
komt met de tweede komst van Christus. Daarom dienen de a-millenialisten, die het komende
duizend rijk niet aannemen, trachten te bewijzen dat het verbond nu wordt vervuld alhoewel al de
details ervan nog niet verwezenlijkt zijn” (blz.209, 210).

Bij Jer.31 heeft Scofield géén commentaar. In de lijst van nog onvervulde profetie uit het O.T.
met betrekking tot Israël bij Bultema is Jer.31:31-34, de belofte van het nieuwe verbond, niet
opgenomen. Hij gaat van Jer.31:27,28 over naar Ezech.34:23 (zie blz.228, 229). Biederwolf doet
aan elke poging om dit deel niet naar de Kerk van Jezus Christus te laten verwijzen, maar naar een
toekomstig herstel van Israël. John Darby stichter van de Broeders heeft hetzelfde gedaan als
Biederwolf. Volgens Scofield heeft Jer.31:31-34 betrekking op de Joden en een zijdelingse
verwijzing naar de gemeente van Christus. Voor Walvoord (blz. 218) zijn er twee nieuwe
verbonden die nauw met elkaar gekoppeld zijn, één voor Israël en één voor de gemeente van het
N.T.. En ook een citaat uit H.L. Wilmington, ’Book of Bible lists’, Tyndale House, 1987, blz.283. We
lezen daar dat Jer.31:31-34 / 32:39 / Ezech.11:19,20 / 36:26 wijst naar een verbondsvernieuwing.
Blijkbaar vergeet deze schrijver dat Paulus deze eerste tekst, die de belangrijkste is, op de Kerk
van Jezus (bestaande uit Joden èn Heidenen) toepast. Wilmington heeft dan ook geen oprecht
gebruik van de Schrift gemaakt. Wie denkt dat we hem verkeerd voorstellen verwijzen we naar
’The Greek Testament’, ed. K. Aland / M. Black / B. Metzger / A. Wikgren, United Bible Societies,
1966.

Het N.T. gebruikt Jeremia 31 NIET in de zin van een nog niet vervulde

en dus een toekomstige profetie.

Die profetie is aan gelovige joden en gelovige heidenen in vervulling

gegaan vanaf Pinksteren en de bekering van Cornelius.

Dit gaat NIET NA DE WEDERKOMST van de Heer in vervulling. Het kan


De vervallen hut van David 78

een mooie wensdroom zijn van de leer van de bedelingen maar is niet

te staven met de Bijbel.

Vers Citaat
Jer.31:31 Mat.26:28
Luc.22:20
1 Cor.11:25
2 Cor.3:6
31-34 Heb.8:8-12
31:33 2 Cor.3:3
Heb.10:16 (en 7 in Nestle / Aland)
31:33-34 Rom.11:27
1 Thes.4:9
1 Joh.2:27
32:40 Luc.22:20
1 Cor.11:25
2 Cor.3:6
Ezech.11:19 2 Cor.3:3
Ezech.36:25 Heb.10:22
36:26 2 Cor.3:3
36:27 1 Thes.4:8
Nestle / Aland hebben nog Jer.31:31 = Marc.14:24

De Heilige Geest is over de gemeente sinds Pinksteren nedergedaald en heeft de volheid van
het evangelie geopenbaard aan zijn geestelijke kinderen. Het Nieuwe Verbond is door de andere
Trooster ook in werkelijkheid gekomen, het start niet met de Wederkomst van de Heer, maar is er
reeds (Mat.24:14 / 28:18-20 / Marc.16:15,16 / Joh. 6:45 / Hand.1:8). De vrijgekochte des Heren
zijn wedergekomen en ”jubelen in Sion”. Zo had Jes.35:10 het voorzegt en gaat het nu in
vervulling (Luc.1:68,69 / 1 Pet.1:19). De gemeente is reeds tot Sion genaderd (Gal.4:26 /
Heb.12:22) op geestelijke wijze. Eén voorafgaande profetie van Jesaja is gelijkaardig aan deze van
Ezechiël. Zo staat er in Jes.54:13 HSV: ”13 Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn,
en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.” Zn dat ging al in vervulling toen Jezus preekte tot de
mensen Joh. 6:45 HSV: “45 Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God
onderwezen zijn. Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.” De
vervulling ervan geeft Jezus aan in een gesprek met de joden. Iedereen, niet alleen de jood maar
ook de Griek, die de Heer aanroept zal behouden worden.
De vervallen hut van David 79

Rom.10:12,13 HSV met verwijzingen


12 Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere
van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen.
Hand. 15:9 en Hij heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, en heeft hun hart
door het geloof gereinigd.
Rom. 3:22 namelijk gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en
over allen die geloven, want er is geen onderscheid.
13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.
Joël 2:32 Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen,
behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming
zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de
HEERE roepen zal.
Hand. 2:21 En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal
worden.

V. Mora gaat hierop in wanneer hij tot de volgende gevolgtrekking komt: ”Men zegt wel eens
dat de vernietiging van de Tempel en van de heilige stad het Evangelie de toegang tot de natiën
verschafte. Deze bewering staat lijnrecht tegenover wat Mattheüs zegt. Het evangelie weerklonk
reeds over de ganse wereld, en bereikte alle volkeren vóórdat de heilige stad verwoest werd.
Mattheüs en Paulus gaan hier hand in hand. Tegen het jaar 57 of 58 van onze jaartelling kan
Paulus reeds schrijven in zijn brief aan de Romeinen (10:18) dat het evangelie alle Joden reeds
bereikt had, zelfs dezen die in de diaspora leefden. Van zijn kant zegt Mattheüs (in hoofdstukken
24 en 25) dat het evangelie alle volkeren zal bereiken voordat de tempel verwoest wordt. Vanuit
het standpunt van een Jood was de wereld rond de Middellandse Zee trouwens de enige wereld
die hem kon boeien.” (Wij onderlijnen) ’Le Refus d’Israël, Matthieu 27:25’, Edition du Cerf, 1986,
blz.69, 70. Wat deze schrijver zegt is trouwens te ondersteunen met een uitspraak van Paulus
tegen het einde van zijn leven. Hij schreef toen hij in Rome in de gevangenis zat, het volgende
met betrekking tot het evangelie: ” 23 als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast, en u
niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele
schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.” (Col.1:23). En
Jezus is scherp in de manier van: je bent voor Mij of tegen Mij. En in dat laatste geval is dit het
resultaat Joh.15:6: “16 Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en
verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.”

Het nieuwe verbond is gekomen en bekrachtigd met de dood van de Heer (Heb.8:13 / 9:15 /
13:20). Wie anders leert neemt een loopje met de waarheid zoals de schrijver van de brief aan de
Hebreeën ze verkondigd. Dat kan niet. Hij verwoord het duidelijk in Heb.2:2,3: ”2 Want als het
woord dat door engelen gesproken werd, al bindend was en elke overtreding en
De vervallen hut van David 80
ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontving, 3 hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij
zo'n grote zaligheid veronachtzamen, die in het begin door de Heere is verkondigd, en die aan ons
is bevestigd door hen die Hem gehoord hebben.” Deze visie was al bij Ezechiël bekend en Jezus
herhaald dat enkele malen: de mens die niet met God wandelt, die geen vruchten van geloof
voortbrengt, gaat die band met God niet meer hebben. Hij heeft zelf deze band verbroken na de
opstandigheid van de persoon of van het volk. En dat is zeker wat over de situatie van Israël te
zeggen is:
Ezech.15:2: “2 Mensenkind, wat heeft het hout van de wijnstok vóór op elk ander
rankendragend hout dat onder de bomen van het woud is?”
Mat.3:10: “10 De bijl ligt zelfs al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen
goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.”
Mat.7:19: “19 Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het
vuur geworpen.

Zich begeven op de uitleg die de mensen van een toekomstig duizendjarig rijk voorstaan is dan
ook fout. Die tekst van Jer.31:31 wijst naar de dagen nà de verdrukking van Israël. En dat is
volgens de voorafgaande woorden (verzen 1-30) nà de uittocht uit Egypte en/of de terugkeer na
de Babylonische gevangenschap dat het vervuls zal worden. We geven toe dat de tekst niet
gemakkelijk is maar een verschuiven naar een duizendjarig rijk kan niet. Dat is de Schrift vanuit de
visie van de profeten van het Nieuwe Testament onrecht aandoen. Zij, de apostelen en hun
getrouwe verwanten in het “koninkrijk van de Zoon” zijn het laatste woord van God aan ons
gegegven, niet de interpretaties van “predikers” van de dispensaties!

Mogen we u nog een raad meegeven: Opgepast voor oppervlakkigheid! Amos 9:11-15 =
Hand.15:15-18 is een zaak die ons iets aangeeft met betrekking tot het geestelijke Koninkrijk van
God. Jezus is thans koning over alle Natiën in de wereld, niet satan zoals men weleens zegt, want
die heeft slechts macht over de “goddeloze wereld.” De opstandelingen die God en Jezus niet
willen worden bij het oordeel aan de kant gezet en erven het definitieve rijk Gods niet. De
gelovigen van het heden, vanaf Pinksteren, hebben een toegang tot en zijn leden van het
geestelijk rijk van Jezus. Om deel te hebben aan het Koninkrijk van God telt niet de afstamming,
of het aardse, maar het geestelijke. Wie niet is wedergeboren door de Heilige Geest komt er niet
binnen (Joh.3:3-8). Ook het water dat de Heer beloofd te geven aan zijn discipelen is geen
scheikundig zuiver water - H2O - maar de belofte van de Heilige Geest (Joh.4: 14,24). Hij is het die
recht heeft op de troon van David en Hij is gekomen (Ezech.21:27). Jezus heeft de troon van
YaHWeH op zich genomen (1 Kron.29:23).

Om u een idee te geven van de voorwaarden waaraan Israël moet voldoen om gezegend te
worden in dat rijk lezen we wat de HERE zelf tot Salomo spreekt 1 Kon.9:4-8a HSV wij onderlijnen:
“4 En u, wanneer u (indien gij in andere vertalingen) voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw
vader David met een volkomen hart en in oprechtheid gewandeld heeft, door te handelen
De vervallen hut van David 81
overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht
neemt, 5 dan zal Ik de troon van uw koningschap over Israël voor eeuwig bevestigen, zoals Ik met
betrekking tot uw vader David gesproken heb: Het zal u niet ontbreken aan een man op de troon
van Israël. 6 Maar als u (indien gij in andere vertalingen) en uw kinderen zich ooit van achter Mij
afkeren en Mijn geboden en Mijn verordeningen, die Ik u voorgehouden heb, niet in acht nemen,
maar andere goden gaan dienen en zich voor hen neerbuigen, 7 dan zal Ik Israël uitroeien uit het
land dat Ik hun gegeven heb, en zal Ik het huis, dat Ik voor Mijn Naam geheiligd heb, van voor
Mijn aangezicht wegwerpen, en zal Israël onder alle volken tot een spreekwoord en een voorwerp
van spot worden. 8 En dit huis zal een ruïne worden.” Het is normaal dat men in bepaalde
Israëlkringen gedeelten hiervan aanhaalt. Let toch op datgene waaraan moet voldaan worden wil
de zegen van God op Israël blijven. Dat is van hun kant uit de primaire voorwaarde. Is Salomo
afvallig dan zal hij tezamen met het volk mee moeten delen in de straffen van God. Hij heeft het
beginsel van gemeenschapsverantwoordelijkheid geschonden. Indien er geen berouw op volgt
dan is er van géén herstel sprake. De splitsing van het rijk in twee en tien stammen is wel de
grove fout ven het bewind van Salomon die het de laatste jaren van zijn leven niet meer zou nauw
nam, en op vele vlakken een koning van niemendal was.

We citeren H.M. Ohmann uit, ’Wie kent uw toorn?’, Oosterbaan & Le Cointre, Goes, 1988,
blz.107, 108 die hierover schrijft: ”En even later: ’gij zijt immers een hardnekkig volk’. Tot
zesmaal toe vertelt Mozes hun dat zij de HERE tot toorn hebben verwekt of dat de HERE Zich
tegen hen vertoornde (9:7,8,18,19,20,22). Hoe de HERE hen zal weten te treffen, lezen we in
hoofdstuk 11:17: ’... en Hij zou de hemel toesluiten, zodat er geen regen komt, de bodem zijn
opbrengst niet geeft en gij weldra te gronde gaat in het goede land, dat de HERE u geven zal’.
Nogmaals citeren we B. Holwerda: ’Ze gaan dan verdwijnen uit dit goede land, cf. I 35, VIII 7-10;
immers de heerlijkheid van dit land is het grote motief van dit boek; in het feit dat ze het in bezit
gaan nemen openbaart zich de trouw en de genade van Jahwe; maar daarom betekent zijn toorn
ook het verlies van die rijkdom die ze nu op het punt staan in ontvangst te gaan nemen’”.

In hetzelfde verband van een mogelijks herstel van Israël duiken steeds een reeks teksten op bij
de verdedigers ervan, trouwens altijd dezelfde. Hier enkele met een kort commentaar.
Lev.26:40-45: gaat in vervulling met de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap. Zie 2
Kron.36:21 / Jer.25:9-12 / 26:4-6 / 29:12-14. En wat is vervuld op basis van geloof hoeft niet meer
nog eens vervuld te worden in een duizendjarig rijk. Trouwens het berouw van het volk van het
verbond leidde tot een herstel als natie terwijl, sinds de komst van de Heer het om een
individuele verzoening gaat na een persoonlijk belijden van zonde. Duidelijk is dat bij vergelijk van
de volgende teksten: 1 Kon.8:33 / Neh.9:2-4 / Dan.9:5 met Hand.2:36-40. Geslachtsregisters zijn
hierbij een hindernis en zijn thans niet meer belangrijk. Onder christenen is het Jood-zijn niet de
belangrijkste factor tot verzoening (1 Tim.1:4 / Tit.3:9). Ook de Jood-christen mag niet meer op
zijn vlees vertrouwen (Phil.3:3 / Gal.3:7).
De vervallen hut van David 82
Jes.45:17: gaat in vervulling aan Joden die christenen werden - sinds Pinksteren Heb.5:9.
Jes.54:7,8: de verzen 11 en 12 vinden we vervuld aan de gemeente (Joden en Heidenen) in 1
Pet.2:9,10 / Opb.21: 10-21. Zo ook deze verzen. Voor vers 13 zie Joh.6:45.
Jes.59:17: = Eph.6:14,17 / 1 Thes.5:8.
Jes.59:18: = 1 Pet.1:17 / Opb.20:12,13 / 22:12.
Jes.59:20 = Rom.11:26,27. Hier lopen de zaken gewoon als ”zijnde” en nog ”niet zijnde” door
elkaar, zoals de uitdrukking ”eeuwig leven” van ”nu” is èn ook van de ”toekomst”.
Jer.32:37-41: zie naar 2 Cor.6:16 (voor vers 38) en voor vers 40 naar Luc.22:20 / 1 Cor.11:25 / 2
Cor.3:6 / Heb. 13:20.
Ezech.36:24-26: zou moeten in vervulling gaan in deze tijd volgens wie nog een duizendjarig rijk
verwacht. Bultema (blz.83) haalt deze tekst aan om te beweren dat Israël in ongeloof zal hersteld
worden. Maar hoe is zoiets mogelijk wanneer de God van Israël steeds geloof op de eerste plaats
stelt, voordat er een zegen kan op volgen? Neem als voorbeeld de Babylonische gevangenschap
en het herstel dat daarna volgt. Israël heeft berouw en daarna volgt het herstel! Zie o.a. Ezra
3:5,10,11 / Neh.1:4-11 / Hag.1:12,13 / Dan.9:1-6. Uit de volgorde der gebeurtenissen in Ezech.36
mag niet een definitieve regel van Gods vergeving zomaar te niet gedaan worden. Wanneer u
trouwens dat gedeelte leest tot en met vers 33 is alles duidelijk. Men zal zich vooreerst bekeren.

En ook nog dit: het is een ”rest” die zich zal bekeren (Jes.1:9 / 10:20-22 / 46:3 /

Jer.23:3 / 31:7 / Amos 5:30 / Micha 2:7 / 4:5-7 / 7:18). Een totaal herstel leren vanuit

Ezechiël 36 is de Schrift nog eens misbruiken.


Hosea 3:5: Biederwolf geeft twee mogelijke uitleggingen: een letterlijke (zijn keuze) of een
geestelijke (onze keuze).
Micha 7:19,20: zie Luc.1:55 en Rom.15:8. Dat gaat in vervulling aan Joden én Heidenen die de
Messias hebben aangenomen sinds Pinksteren. De gemeente van Christus is het zaad van
Abraham. Wanneer het om gelovige Heidenen gaat, onder een lichamelijke band.

Kijken we ook eens naar de latere profeten, wanneer Israël terug naar het land mocht door
Kores en andere koningen van dat rijk. Die latere profeten spreken niet meer over herstel. Zo ook
niet over het bezit van het ”land”. Na 537 V.C. zijn er geen teksten meer die spreken over een
mogelijk herstel bij een nieuwe afvalligheid. Integendeel in het N.T. zijn de uitspraken van Christus
en Zijn discipelen duidelijk tegenovergesteld aan deze stelling. De leer van de bedelingen haalt
dan natuurlijk zaken tevoorschijn en geeft ons enkele teksten die op de terugkeer slaan van
Babylon maar dat is een grove fout. Die teksten zijn éénmaal vervuld en niet opnieuw bruikbaar
om te zeggen dat ze heden nog eens vervuld worden. Dat heeft niets meer met een herstel te
maken vanuit die teksten. Wat vervuld is dat is dan ook vervuld! In het O.T. wordt het begrip
”land” ongeveer 1600 maal gebruikt, bijna altijd m.b.t. Israël. Kijk dit zijn de feiten van het N.T.:
De vervallen hut van David 83

slechts 50 maal hebben we er het begrip ”land” en NOOIT MET BETREKKING TOT EEN

HERSTEL IN HET LAND. Over ”terugkeer” spreekt het O.T. 245 maal waarvan het grootste
deel i.v.m. de Babylonische gevangenschap. Maar slechts 13 maal in het N.T. en dan altijd zonder
verwijzing naar herstel en terugkeer in het letterlijke Israël.

”Terugkeer” heeft in het N.T. te maken met een ”terugkeer” naar God,

bekering eraan voorafgaande, niet een herstel naar het land.

Het is raadzaam om bij de verklaring van deze teksten uit het O.T. altijd een lijst bij de hand te
hebben met de verwijzingen in het N.T. Dat lost vele vragen op zonder lang zoekwerk, want die
tekst, of een nabijgelegen, heeft soms betrekking op de christelijke gemeente zonder dat men er
erg in heeft. (Zie bijvoorbeeld de lijst die we terugvinden in ’The Greek Testament’, ed. K. Aland /
M. Black / B. Metzger / A. Wikgren, United Bible Societies, 1966.)

We hebben het principe van deze overdracht van een profetie uit het O.T. naar het geestelijke
Israël slechts kunnen aangeven. Het N.T. geeft er nog veel meer. Volgens professor A. A. van Ruler
is het Oude Testament “de eigenlijke Bijbel” en het Nieuwe Testament is “niet meer dan het lijstje
met vreemde woorden ter nadere verklaring achterin.” (Religie en politiek, Nijkerk 1945, blz.123.)
Dit beeld is niet volledig correct, maar één ding is zeker. Het N.T. bevat de sleutel om het O.T. te
begrijpen. Dat zal een Jood natuurlijk niet aannemen. Sinds Golgotha staan de zaken echter
definitief vast op die wijze! (Zie o.a. H. de Knijf, ’Sleutel en slot’, Kok, 4de druk 1995.)

Mag ik nog een nadruk leggen op de positie van Jezus, want daar gaat ook de uitleg over van
Amos 9. De verheerlijkte Jezus is sinds de Hemelvaart: “de hemelen doorgegaan” (Heb.4:14) en is
“boven de hemelen verheven” (Heb.7:26). In dat bovenhemelse (epouranious) heeft hij de
macht over “20 die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn
rechterhand zette in de hemelse gewesten, 21 ver boven alle overheid en macht en kracht en

heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook

in de komende.” (Eph.1:20,21). Aan zijn macht en rechtsgebied kan niets worden

toegevoegd. (Want theoretisch is ook “de dood” nu reeds onderworpen aan Christus.) Hij woont
in een voor mensen ontoegankelijk licht (1 Tim.6:16). Hij regeert thans uit de plaats “boven al de
hemelen” (Eph.4:10). De lijdende knecht zal koningen doen verstommen (Jes.52:15 / Joh.18:19-
24 / 18:33-38 / 19:2-16). Dit wijst vooreerst naar het getuigenis dat de Heer tijdens zijn verhoor
De vervallen hut van David 84
aflegt aan Herodes, Pilatus en de ouderlingen van het Sanhedrin. Dat slaat ook op de macht die
Zijn discipelen in Zijn naam prediken (Hand.4:23-31).

Ook nog vijf aanhalingen uit het boek aan de Hebreeën bevestigen dit (wij onderlijnen).

Hebreeën Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn
1:3 zelfstandigheid, Diealle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij
de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan
de rechter hand van de Majesteit in de hoogste hemelen.

Hebreeën En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechter hand,
1:13 totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?

Hebreeën De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester
8:1 hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechter hand van de troon van de
Majesteit in de hemelen.

Hebreeën maar deze Priester is, nadat Hij één slachtoffer voor de zonden geofferd had, tot
10:12 in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand van God.

Hebreeën terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het
12:2 geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis
verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechter hand van de troon van
God.

We geloven niet wat Walvoord zegt blz.467 na de aanhaling van Ezech.37:24,25: “Velen
hebben getracht dit gedeelte weg te moffelen in hun verklaring, maar het heeft duidelijk te maken
met de tweede komst van Christus, het oprichten van het Koninkrijk van David op aarde, de
opstanding van David en David die als mederegent heerst met Christus op zijn troon in Israël. Dat
David met Christus de troon deelt in het duizendjarig rijk is duidelijk (Jer.30:9 / 33:15-17 /
Ezech.34:23,24 / Hos.3:5). Deze profetie kan vandaag nog niet vervuld zijn gezien David nog niet
is opgestaan en er nog geen opgerichte Davidische troon is op aarde.”

Het is duidelijk uit deze teksten dat Jezus reeds regeert in volle heerlijkheid. Het gaat om vijf
verwijzingen naar Ps.110:1. De ware Zoon van David zit op zijn troon. Hij heeft de sleutel van
David, symbool van de macht van David. Hij sluit en opent wie zich bij Hem zal aanbieden in het
Koninkrijk (Jes.22:22 / Opb.3:7). In Christus zijn “hoevele beloften Gods er ook zijn” dan ook “ja”
en “amen” geworden, t.t.z. vervuld (2 Cor.1:20-22). Hij zit in symbolische zin op de troon van zijn
vader David. Kom niet met een verhaal dat het maar een echt koninkrijk kan zijn als het in
Jeruzalem is gevestigd! YaHWeH is steeds koning geweest in of buiten Jeruzalem. Hij was het
De vervallen hut van David 85
voordat de tabernakel er was of een tempel. En na de verwoesting van de tempel was Hij nog
steeds de ggrote Koning. En voor Christus is hetzelfde geldig: is Hij soms God niet? YaHWeH in het
vlees gekomen, onder de mensen. Hij is met “eer en heerlijkheid gekroond” staat in de brief aan
de Hebreeën (Heb.2:9), na zijn dood en opstanding. Vergelijk dit met 2 Thes.2:14 / 2 Tim.2:10.

Dat Hij alle macht heeft en ook de wet kan wijzigen is duidelijk anders zou de uitleg van
Handelingen totaal anders geweest ziijn! In plaats van een gebod om de wet van Mozes te
onderhouden staat er maar een viervoudig verbod. Maar wel de geboden van Jezus
onderhouden, veel maar geen druk zoals de 613 geboden en verboden van Mozes. Als Jezus niet
op Zijn troon zat zou Hij het niet hebben kunnn doen of mogen doen! Wij moeten leren om de
geboden van Jezus te onderhouden en verder uit te dragen: “19 Ga dan heen, onderwijs al de
volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend
alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen” (Matthéüs 28:19). Dit zijn enekel andere plaatsen
waar de Here Jezus spreekt over Zijn geboden:

Johannes 14:15 HSV met verwijzingen


15 Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.
Joh. 14:21 Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en
wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en
Mijzelf aan hem openbaren.
Joh. 14:23 Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn
woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar
hem toe komen en bij hem intrek nemen.
Joh. 15:10 Als u Mijn geboden in acht neemt, zult u in Mijn liefde blijven, zoals Ik de
geboden van Mijn Vader in acht genomen heb en in Zijn liefde blijf.
1 Joh. 5:3 Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn
geboden zijn geen zwarelast.

Jezus heeft ons een nieuwe gebod gegeven Johannes 13:34: “34 Een nieuw gebod geef Ik u,
namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.” Johannes
15:12: “Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.” Voor ons geldt de eis
der liefde. We moeten daarnaar wandelen (Romeinen 14:15). We zijn het HEM schuldig om lief te
hebben (Rom.13:8). We herhalen: als de hut van David niet is, opgericht dan kan Jezus geen
wijzigingen aanbrengen in de wet van Mozes. Hij is bovendien nog maar dan “koning” ook
Hogepriester. We hebben een herstel van het oude jodendom niet meer nodig!

Een toekomstige duizendjarige regering zou aan Zijn macht en aan Zijn koninklijke waardigheid
geen “iota” kunnen toevoegen. En een nieuwe tempel ook niet! De beloften gedaan aan de
De vervallen hut van David 86

Vaderen zijn door Christus vervuld. Aan de Vaderen én aan de Heidenen. Over Zijn Koninkrijk
werd de voorzegging gedaan dat er in rechtvaardigheid zou gehandeld worden en dat is precies
wat er in het geestelijke Koninkrijk thans aan de orde is (Jes.16:5 / Rom.14:17).

Dat Christus nu reeds hogepriester is volgt tevens uit de lezing van het boek aan de Hebreeën.
Daar staat hier in NBG:
Heb.2:17 “Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij
een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk
te verzoenen.”
Heb.3:1 “Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de
apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus, (...) .”
Heb.4:14 “Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.”
Heb.5:6 “zoals Hij ook op een andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de
ordening van Melchisedek.”
Heb.6:20 “waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van
Melchizedek hogepriester geworden in eeuwigheid.”
Heb.7:26 “Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of
smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; (...) .”
Heb.8:1 “De hoofdzaak van ons onderwerp is, dat wij zulk een hogepriester hebben, die
gezeten is ter rechterzijde van de troon der majesteit in de hemelen.”
Heb.9:11 “Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is
door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van
deze schepping.”
Heb.10:21 “en wij een grote priester over het huis Gods hebben.”

En over dat hogepriesterschap zegt de Schrift in Heb.7:24 dat het


“onvergankelijk” is (SV / Luther / Brouwer)
“zonder dat het op een ander overgaat” (Leidse)
“op geen ander kan overgaan” (NBG)
Een priesterschap “in eeuwigheid” (SV / Luther)
“voor altoos” (NBG)
“voor altijd” (Leidse / Brouwer).

Vergelijk dit nog eens Amos 9:11-15 met Hand.15:12-18. De vervallen “hut” van David “is”
opgericht en de Opgestane Heer regeert over Zijn volk Israël én over “de heidenen.” Dat staat
onverbloemd in vers Handelingen 15:17. Of Paulus daar (iets daarvoor in vers 12) een verdere
uitleg over doet weten we niet, maar voor hem is dit ook zo. Vergelijk het maar met zijn
De vervallen hut van David 87
aantekeningen in Romeinen 9. Niet anders, want op basis van deze vervulling beslist de eerste
kerksynode op aanraden van Jacobus over de “plichten” van “heidense” volkeren. En Paulus weet
waarover hij praat. Hij is door een “openbaring” van de Opgestane Heer aangesteld als de
“apostel der heidenen.” Niet door overdenking of vernuftige redenering komt hij tot dat besluit,
maar door wat hij weet uit wat de Heer hem heeft “geopenbaard” (Gal.1:8,12,15,16). En ook
“Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn
naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten”
(Hand.15:14,15a). God heeft de heidenen “hun eigen wegen laten gaan” tot de komst van Zijn
Gezalfde, maar daarna niet meer (Hand.14:16). De uitleg van Scofield bij Hand.15 is dus fout
(blz.1169,1170). Vóórdat Amos 9:12-15 vervuld zal worden moet er volgens hem een terugkeer
plaats vinden van het vleselijke Israël in een duizendjarige regering. Maar daar weten Paulus,
Petrus en Jacobus niets over te vertellen in Handelingen 15 en het is dan uiterst merkwaardig
dat Scofield zoiets durft te leren. En we zeggen nogmaals: “Simeon heeft uiteengezet, hoe God
van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen.
En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten” (Hand.15:14, 15a).

Er zijn enkele commentators uit de kringen van de verdedigers van de duizendjarige regering
die zeggen dat er in het OT bijna nooit of in het geheel géén sprake is van de gemeente van
Christus. Over de gemeente zou daar niets gezegd zijn! Wijzen we dan toch op wat Jacobus zegt:
“hiermede stemmen overeen de woorden der profeten.” Een meervoud. We hebben al
tientallen voorbeelden van deze teksten aangegeven en gaan ze dus niet herhalen. Want daar
horen alle teksten bij die over een geestelijke Israël spreken in het NT!

Laten we er toch op wijzen dat in het NT klaar en duidelijk geleerd wordt dat natuurlijke Joden
en natuurlijke Heidenen door geloof in Christus als één volk geworden zijn. Christenen van
joodse of heidense afkomst zijn:
1°) mede-erfgenamen en
2°) mede-deelgenoten geworden aan het offer van de Heer.
Samen hebben ze de “belofte” van de vaderen ontvangen (Gal.3:9 / Eph.3:6 / Hand.2:39 / 13:
32). Beiden zitten ze “tezamen” met Abraham, Izaäk en Jacob in het Koninkrijk van God
(Mat.8:11). Het NT geeft dat heil van de volkeren/heidenen en joden toch aan! Of niet soms?
Waarom dan blijven negeren dat we rekening moeten houden met deze meerwaarde tegenover
het Oude Testament.

Of mag God Zijn eigen plannen niet aanpassen: Had Hij alles streng beoordeeld zonder
mededogen dan was er niemand geweest die recht had met Hem te wonen!
Ondertussen hebben alle Messias belijdende joden en heidenen hun paspoort van hemelburger
gekregen en zijn ambassadeurs van Hun Heer en God op deze wereld.
Laat ons Hem dan de eer geven die Hem toekomt: tot in de eeuwigheid!

Вам также может понравиться