You are on page 1of 3

Marie Henri Mackenzie (1878-1961) Uit de schaduw van Breitner Door Katjuscha Otte Marie Henri Mackenzie was

een laatbloeier. Hij tekende en schilderde al van jongs af aan, maar debuteerde pas in 1924 op 46 jarige leeftijd. In dat jaar waren twee schilderijen van Mackenzie te zien op de wintertentoonstelling van kunstenaarsvereniging Sint Lucas in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Kunstenaar Heinrich Martin Krabb -grootvader van acteur/schilder Jeroen Krabb - kwam naar Mackenzie toe en complimenteerde hem in het bijzonder met zijn werk Slatuinen. Volgens Krabb had Mackenzie zijn motief verslonden zoals een leeuw die een stuk vlees verslindt. Met diezelfde passie besloot hij zich in 1931 geheel aan het schilderen te wijden. Hij liet een indrukwekkend oeuvre na waarvan Museum Flehite tot en met 13 september een overzicht laat zien. Mackenzie groeide op in Rotterdam, waar zijn vader een groothandel in koffie, thee en tabak had. Het lag in de lijn der verwachting dat Mackenzie het bedrijf van zijn vader zou overnemen. Hij was echter meer genteresseerd in tekenen en schilderen en mocht naar de Rotterdamse kunstacademie gaan. Die moest hij echter na anderhalf jaar verlaten wegens geldgebrek. Mackenzie trad in dienst bij een oliemaatschappij. Hij reisde veel voor zijn werk en woonde onder meer in Londen en in Bakoe aan de Kaspische Zee. Van de stad Londen, de Theems en het havengebied maakte hij een paar bijzondere schilderijen die de gedempte, heiige atmosfeer uitstralen die James McNeill Whistler, tijdgenoot van de beroemde Impressionisten, ook aan zijn schilderijen meegaf. Liefde voor Amsterdam In 1905 vestigde Mackenzie zich in Amsterdam. Hij hield zijn leven lang een voorkeur voor de hoofdstad met haar oude panden, de grachten en de havens. Ook toen hij er niet meer woonde, keerde hij regelmatig terug om er te schetsen. Mackenzie had een bijzondere fascinatie voor bouwputten en de paarden die sleepwerk rond de bouwstellingen moesten verrichten. Hij beeldde ze talloze malen af. Zijn Amsterdamse schilderijen geven een prachtig beeld van de stad in die tijd: markttaferelen, koetsjes en winkeliers die hun waar aanprijzen. Veel van de plekken die hij schilderde zijn tot op de dag van vandaag herkenbaar: het Rokin, de Nieuwezijds Voorburgwal, het Prinseneiland of de Walletjes. In een van de zalen van Museum Flehite hangt een aantal werken van de stad bij nacht. Het licht van de huizen en lantaarns, nog eens weerspiegeld in het water, geeft de stad een feerieke uitstraling. Mackenzie en Breitner Zijn liefde voor Amsterdam deelde Mackenzie met de toen al beroemde kunstenaar George Hendrik Breitner. Mackenzie was een groot bewonderaar van Breitners werk. In 1917 schreef Mackenzie een brief aan Breitner met de vraag of hij een aantal lessen bij hem mocht volgen. Van lessen is het nooit gekomen, maar Breitner gaf Mackenzie algemene adviezen betreffende kleurgebruik en onderwerpskeuze. De invloed van Breitner op het werk van Mackenzie is onmiskenbaar. Hij koos vaak voor dezelfde onderwerpen en zijn kleurgebruik was tamelijk donker, met veel bruinen, grijzen en accenten van rood, blauw of

geel. Ze hielden contact tot Breitners overlijden in 1923. In de jaren daarna begon Mackenzie zich los te maken van Breitner en kreeg zijn werk een meer eigen karakter. Amersfoort als inspiratiebron De wereldwijde economische crisis aan het eind van de jaren twintig had een grote impact op Mackenzie. Hij werd ontslagen en verhuisde noodgedwongen met zijn vrouw en twee kinderen naar Hilversum, waar de huren een stuk lager waren. Het bleek een keerpunt: vanaf dat moment ging Mackenzie zich volledig op de kunst toeleggen. Vanuit Hilversum trok Mackenzie er regelmatig op uit naar plaatsen in de omgeving. Zijn voorliefde voor havens, werven en schepen bracht hem naar Spakenburg. Hij schilderde er de botters die daar aan de kade lagen en de inwoners in hun traditionele klederdracht. Hij kwam ook graag in de oude binnenstad van Amersfoort. Die moet bijzonder inspirerend voor Mackenzie zijn geweest, want zijn bezoeken aan de stad resulteerden in een aantal fraaie tekeningen en schilderijen waarmee hij de aandacht trok van critici in en buiten Amersfoort. Met name een winters gezicht op de Muurhuizen met Dieventoren werd getypeerd als een van zijn betere werken. Een criticus van de NRC schreef in 1942 over het werk: een der beste doeken is Amersfoort, een donker sneeuwgezicht. Vlaams expressionisme De stijl waarin hij de Amersfoortse werken uitvoerde week af van die van zijn vroegere Amsterdamse werk. Zijn latere werk kreeg steeds meer een eigen karakter. Het werd iets abstracter, vlakmatiger van opbouw en zijn kleurgebruik veranderde - de bruintonen, rood en okergeel maakten plaats voor meer groen en lichtere aardtinten. Dit doet vermoeden dat Mackenzie werd genspireerd door het Vlaamse Expressionisme dat in die jaren in Amersfoort populair was. Deze stroming uit het begin van de twintigste eeuw werd bewonderd door in Amersfoort werkende kunstenaars zoals Willem van Dam en later Toon Tieland, Engelbert Lhost en Johan Traarbach. Werk van Vlaamse schilders als Constant Permeke en Gustave de Smet was in Amersfoort regelmatig op tentoonstellingen te zien. Amersfoort was in de Eerste Wereldoorlog toevluchtsoord voor Belgische vluchtelingen geweest, waaronder ook kunstenaars, zoals bijvoorbeeld Rik Wouters. De band met Belgi en de Vlaamse schilderkunst was daarna blijven bestaan. Tentoonstellingen in Amersfoort Mackenzie kwam niet alleen in Amersfoort om te schetsen. Uit archiefmateriaal blijkt dat Mackenzie in ieder geval ook twee keer exposeerde in Amersfoort. In de zomer van 1942 bij de firma Van Achterbergh, een meubelzaak die was gevestigd aan de Westsingel. Ook nam hij deel aan een groepstentoonstelling in het Consthuys Sint Joris aan de Hof. Er waren diverse Amersfoortse werken van Mackenzie te zien zoals een gezicht op de Onze-Lieve-Vrouwetoren, het werk Oude Huizen en Muurhuizen. Zevenenzestig jaar later zijn deze werken van Mackenzie weer in Amersfoort te zien, ditmaal in Museum Flehite. Het museum biedt een breed overzicht van het werk van de kunstenaar die Amersfoort zo prachtig vereeuwigde. Zie ook www.museumflehite.nl

Katjuscha Otte is kunsthistoricus. Samen met Ingelies Vermeulen richtte ze otte+vermeulen kunstprojecten op. Het bureau doet onderzoek, schrijft en organiseert tentoonstellingen voor musea.